Aanhef
De raad van de gemeente Noord-Beveland;
gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 25 november 2025;
gelet op artikel 224 van de Gemeentewet
b e s l u i t:
vast te stellen de Verordening van de gemeenteraad van de gemeente Noord-Beveland, houdende regels omtrent de heffing en de invordering van toeristenbelasting Noord-Beveland 2026,
citeertitel: “Verordening toeristenbelasting Noord-Beveland 2026”.
Artikel 1 Belastbaar feit
Onder de naam 'toeristenbelasting' wordt een directe belasting geheven voor:
a.het houden van verblijf met overnachting binnen de gemeente tegen een vergoeding in welke vorm dan ook door personen die niet als ingezetene met een adres in de basisregistratie personen van de gemeente zijn ingeschreven;
b.het houden van verblijf met overnachting binnen de gemeente door personen die niet als ingezetene met een adres in de basisregistratie personen van de gemeente zijn ingeschreven, indien deze personen gedurende hun verblijf beroeps- of bedrijfsmatige werkzaamheden verrichten voor of in opdracht van anderen.
Artikel 2 Belastingplicht
1Belastingplichtig is degene die gelegenheid biedt tot verblijf als bedoeld in artikel 1.
2De belastingplichtige is bevoegd de belasting als zodanig te verhalen op degene die verblijf houdt als bedoeld in artikel 1.
3Als er geen persoon is aan te wijzen die gelegenheid biedt tot verblijf, is degene belastingplichtig die verblijf houdt als bedoeld in artikel 1.
Artikel 3 Vrijstellingen
De belasting wordt niet geheven voor het verblijf:
1vandegene die verblijft in een toegelaten instelling als bedoeld in artikel 4 van de Wet toetreding zorgaanbieders;
2van een vreemdeling als bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000, die rechtmatig in Nederland verblijft in de zin van artikel 8, letters c, d, f, g, h, van voornoemde wet, en voor zover deze persoon verblijf houdt als bedoeld in artikel 1 van de Verordening, onder verantwoordelijkheid van het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers.
3door degene die verblijf houdt in een gemeubileerde woning voor welk verblijf forensenbelasting is verschuldigd.
Artikel 4 Maatstaf van heffing
De belasting wordt geheven naar het aantal overnachtingen in het belastingjaar. Het aantal overnachtingen is de som van het aantal nachten maal het aantal personen dat heeft overnacht.
Artikel 5 Belastingtarief
Het tarief bedraagt per persoon per overnachting € 1,90.
Artikel 6 Belastingjaar
Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.
Artikel 7 Wijze van heffing
1Belasting wordt bij wege van aanslag geheven.
2Er kan een voorlopige aanslag worden opgelegd voor ten hoogste het bedrag waarop de aanslag over dat jaar vermoedelijk zal worden vastgesteld.
Artikel 8 Aanslaggrens
Een belastingaanslag wordt niet opgelegd indien het aantal overnachtingen, waartoe gelegenheid wordt of is gegeven, gedurende het belastingjaar minder dan tien zal of heeft belopen.
Artikel 9 Termijnen van betalingen.
1In afwijking van artikel 9, eerste lid van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen worden betaald in twee gelijke termijnen. De eerste termijn vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld, en de tweede termijn twee maanden later.
2In afwijking van het eerste lid geldt dat, zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische incasso worden afgeschreven en zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische incasso kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in negen gelijke termijnen. De eerste termijn vervalt een maand na de dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen een maand later. Voor betalingen middels een automatische incasso is het incassoreglement van toepassing.
3De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen.
Artikel 10 Kwijtschelding
Bij de invordering van de toeristenbelasting wordt geen kwijtschelding verleend.
Artikel 11 Aanmeldingsplicht
1De belastingplichtige bedoeld in artikel 2, eerste lid, is gehouden, voordat hij voor de eerste maal na het in werking treden van deze verordening gelegenheid tot overnachten verschaft, dit schriftelijk te melden aan de door het college van burgemeester en wethouders aangewezen gemeenteambtenaren, bedoeld in de artikelen 231, vierde lid, onderdelen b en d en 232, vierde lid, onderdelen a en c, van de Gemeentewet.
2Het eerste lid geldt niet voor de belastingplichtige die in het jaar voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze verordening een aanslag toeristenbelasting heeft ontvangen of daarvoor aangifte heeft gedaan.
Artikel 12 Aangifteplicht
1De belastingplichtige, bedoeld in artikel 3, eerste lid, is gehouden, indien hij niet binnen vier weken na afloop van het belastingjaar een uitnodiging heeft ontvangen tot het doen van aangifte, binnen twee weken na afloop van deze termijn schriftelijk aan de aangewezen ambtenaar, bedoeld in artikel 231, tweede lid, onderdeel b, van de Gemeentewet, te verzoeken tot een uitnodiging tot het doen van aangifte. De gemeente behoudt zich te allen tijde het recht voor alsnog een uitnodiging tot het doen van aangifte te verzenden, dan wel, bij gebrek aan een aangifte door de belastingplichtige, de grondslag voor de berekening van de toeristenbelasting te schatten en middels een ambtshalve aanslag op te leggen.
2Bij voorkeur bij de aangifte doch ten minste voor 1 mei van het jaar volgend op het jaar waarover de aangifte toeristenbelasting is ingediend moeten aangifteplichtigen/belastingplichtigen die in totaal meer dan 30.000 overnachtingen aanbieden, een accountantsverklaring overleggen aan de heffingsambtenaar. De accountantsverklaring moet voldoen aan het model accountantsverklaring van Bijlage C van de Uitvoeringsregeling toeristenbelasting 2026. De accountantsverklaring maakt onlosmakelijk onderdeel uit van de aangifte, zodat bij het uitblijven van een accountantsverklaring de aangifte onvolledig is.
Artikel 13 Registratieplicht
1De belastingplichtige bedoeld in artikel 2, eerste lid, is gehouden verblijfhoudenden te registreren in een daarvoor bestemd gemeentelijk nachtverblijfregister.
2De verplichting als bedoeld in het eerste lid geldt niet voor zover de belastingplichtige een registratie voert waaruit het nachtverblijf van verblijfhoudenden kan worden vastgesteld.
Artikel 14 Overgangsrecht
De “Verordening toeristenbelasting 2025” van 19 december 2024, wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 14, tweede lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.
Artikel 15 Inwerkingtreding
1Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag na die van de bekendmaking.
2De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2026.
Artikel 16 Citeertitel
Deze verordening wordt aangehaald als “Verordening toeristenbelasting Noord-Beveland 2026”.