Gemeente Noord-Beveland
Deze nota wordt aangehaald als derde herziening Nota Welstandsbeleid Gemeente Noord-Beveland 2013.
Bijlage 1: Straatnamenregister
Straatnaam
Kern
Gebiedsnr.
Pag. nr.
A
Aalscholverlaan
Kamperland
10
172
Abelenlaan
Kamperland
10
172
Achterstraat
Kortgene
6
135
Ahornenlaan
Kamperland
10
172
Akkerrand
Wissenkerke
6
135
Alexiaplein
Wissenkerke
6
189
Anna Mariaweg
Geersdijk
5
121
Anna Frisoweg
Kamperland
5/8
121/156
Appellaan
Kortgene
10
172
A van Heestraat
Kamperland
4
110
B
Baas Huisweg
Kamperland
5/6
121/135
Banjaardweg
Kamperland
5/8
121/162
Barkey Wolfstraat
Geersdijk
6
135
Beatrixstraat
Colijnsplaat
3
102
Beatrixstraat
Wissenkerke
6
135
Bergeendlaan
Kamperland
10
172
Bernhardstraat
Kortgene
6
135
Berkenlaan
Kamperland
10
172
Beukenlaan
Kamperland
10
172
Beurtschippersstraat
Kortgene
4
110
Boogerdlaan
Kortgene
10
172
Boogerddreef
Kamperland
6
181
Boomdijk
Kats
5
121
Boomdijk
Wissenkerke
5
121
Bosdijk
Kamperland
5
121
Boslaan
Kamperland
10
172
Boterbloemwei
Kortgene
8
156
Botterlaan
Kortgene
10
172
Braamlaan
Kortgene
10
172
Brededijk
Kamperland
5
121
Burgemeester de Moorweg
Kamperland
4/6
110/135
Burgemeester P Wissestr
Geersdijk
2
92
Burgemeester Snellenstr
Kortgene
6
135
Burg v Cittersstr
Kortgene
6
135
C
Campensnieuwlandweg
Kamperland
5/7
121/417
Campensweg
Kamperland
5/9
121/168
Campensnieuwland
Kamperland
5
121
Campensnieuwlanddijk
Kamperland
5
121
Campvlietweg
5
121
Cardium
Kamperland
8
156
Cederlaan
Kamperland
10
172
Christinastraat
Kats
6
135
Clausstraat
Wissenkerke
6
210
Colijnsplaatse Groeneweq
Colijnsplaat
6
121
Colijnsplaatseweg
Colijnsplaat
4/5
110/121
Cypressenlaan
Kamperland
10
172
D
De Hoge Weie
Colijnsplaat
6
135
De Verlaetweg
Colijnsplaat
5
121
Deltastraat
Colijnsplaat
6
135
Dijkdreef
Kamperland
6
181
Dijkstraat
Kats
3/4/5
102/110/121
1ste Deltaweg
5
121
Dennenlaan
Kamperland
10
172
Dokter Maasstraat
Colijnsplaat
6
135
Dorpsdijk
Wissenkerke
2/4/5
92/110/121
Dorpsstraat
Kats
2
92
Dorpsweg
Wissenkerke
4
110
Dovenetelwei
Kortgene
8
156
Druivenlaan
Kortgene
10
172
Duindoorn
Kamperland
8
165
Duinen
Kamperland
8
165
Duinpan
Kamperland
8
165
Dwarsstraat
Kamperland
3
102/181
Dwarsweg
Kamperland
5
121
E
Eb en Vloed
Kamperland
8
165
Eikenlaan
Kamperland
10
172
Elzenlaan
Kamperland
10
172
Emelissedijk
5
121
Emmastraat
Kortgene
6
135
Erreboutsweg
Kortgene
5
121
Essenlaan
Kamperland
10
172
F
Fazantenlaan
Kamperland
8
162
E. Flipsepad
Wissenkerke
6
135
Frambozenlaan
Kortgene
10
172
Frederiksdijk
Kortgene
5
121
Frisostraat
Kamperland
6
135
Fuutlaan
Kamperland
10
172
G
Galgendijk
Kortgene
5
121
Ganuenta
Colijnsplaat
8
196
Geersdijksekaai
Geersdijk
5
121
Geersdijkseweg
Geersdijk
4/5
110/121
Golfslag
Kamperland
8
165
Goudplaatweg
Kamperland
5
121
Groenedijk
Kortgene
5
121
Groeneweg
Wissenkerke
5
121
Groeneweg
Colijnsplaat
5
121
H
Hamerstedestraat
Kats
6
135
Haven
Kamperland
5/6/7
200
Havelaarstraat
Colijnsplaat
2/4/5
92/110/121
Havenstraat
Colijnsplaat
2/3/4/5
92/102/110/121
Havenweg
Kortgene
4/5/9
110/121/168
Havenweg
Kats
7
147
Havenweg
Kamperland
5/6/7
201
Heer Janszdorp
Kamperland
6
135
Heer Janszstraat
Kamperland
6
135
Het Rip
Kamperland
7
147
Helmgras
Kamperland
8
165
Het Smallegange
Kortgene
8
156
Hovenierstraat
Colijnsplaat
6
135
Hofwijkweg
Kamperland
5
121
Hoofdstraat
Kortgene
2
92
Hooidijk
Kamperland
5
121
Huisdijk
Kats
5
121
I
Iepenlaan
Kamperland
10
172
Irenestraat
Colijnsplaat
3
102
J
Jachthavenweg
Colijnsplaat
7
147
Jacobadijk
Kamperland
5
121
Jacobahaven
Kamperland
7
147
Jacobastraat
Kamperland
6
135
Jacobaweg
Kamperland
5/7
121/147
Jan Taksweg
Kamperland
5
121
Jollenlaan
Kortgene
10
172
Jonkvrouw Annadijk
Kortgene
5
121
Julianaplein
Kortgene
6
135
Julianastraat
Wissenkerke
6
135
Julianastraat
Kortgene
6
135
Jupiterlaan
Kamperland
8
156
K
Kaaidijk
Kortgene
4
110
Kaaidijkje
Geersdijk
5
121
Kaaioprit
Kortgene
3
102
Kaaistraat
Kortgene
2
92
Kastanjelaan
Kamperland
10
172
Katse Groeneweg
Kats
5
121
Katseveerweg
Kats
5
121
Keihoogteweg
Wissenkerke
5
121
Kering
Kamperland
8
165
Kerkgang
Kortgene
2
92
Kerkstraat
Kats
2/3/4
92/102/110
Kerkstraat
Wissenkerke
3
102
Kersenlaan
Kortgene
10
172
Keten
Kortgene
6
135
Kievitenlaan
Kamperland
8
162
Klaprooswei
Kortgene
8
156
Klaverhoek
Kortgene
8
156
Klaverweg
Colijnsplaat
5
121
Knotwilgendreef
Kamperland
6
135/181
Koekoeksbloemwei
Kortgene
8
156
Kogelhoflaan
Kamperland
5
121
Korteweg
5
121
Korte Nieuwstraat
Kamperland
6
135
Kortgeenseweg
Kortgene
5
121
Kreekpad
Kats
6
135/193
Krikweg
Kamperland
5
121
Krokusstraat
Colijnsplaat
6
135
Krommeweg
Kamperland
5/9
121/168
Kruisbeslaan
Kortgene
10
172
Kruisdwarsweg
Kamperland
5
121
Kruisstraat
Colijnsplaat
3
102
Kruisweg
Kamperland
5
121
Krukweg
Kats
5
121
Kwikstaartenlaan
Kamperland
8
162
L
Langedweil
Kamperland
6
135/181
Langeviele
Wissenkerke
3
102
Langeweg
Kamperland
5
121
Leendert Abrahamweg
Kats
4/5
110/121
Leeuwerikenlaan
Kamperland
8
162
Lindenlaan
Kamperland
10
172
Lombokweg
Colijnsplaat
5
121
Longroomweg
Kamperland
5/9
121/168
Loswal
Kortgene
6
135
M
Madelievenwei
Kortgene
8
156
Magasjesweg
Colijnsplaat
5
121
Margrietenplaats
Kortgene
8
156
Mariapolderseweg
Kamperland
5/9
121/168
Marinuswerf
Kamperland
8
156
Marslaan
Kamperland
8
156
Mastgat
Kortgene
6
135
Maximastraat
Wissenkerke
6
210
Meidoornstraat
Colijnsplaat
6
135
Mercuriuslaan
Kamperland
8
156
Meulblok
Kats
6
193
Middenhofweg
Kamperland
5
121
Middenstraat
Kats
3
102
Middenstraat
Wissenkerke
3
102
Middenweg
Geersdijk
3
102
Moerbeilaan
Kortgene
10
172
Molendijk
Kortgene
5
121
Molenpad
Kamperland
5/7
121/147
Molenpad
Kortgene
4/5
110/121
Molenweg
Kamperland
4/5
110/121
Molenweg
Kortgene
5
121
Molstraat
Kats
5
121
Morgensterwei
Kortgene
8
156
N
Neptunuslaan
Kamperland
8
156
Nieuwe Achterweg
Kamperland
6
135
Nieuweweg
4/5
110/121
Nieuwstraat
Kamperland
6
135
Nieuwstraat
Kortgene
6
135
Noordeindstraat
Wissenkerke
3
102
Noordlangeweg
4/5
110/121
Noordstraat
Kamperland
3/4
102/110
Noordweg
Geersdijk
3
102
Noordzee Boulevard
Kamperland
8
165
O
Olmenlaan
Kamperland
10
172
Onruststraat
Kamperland
6
135
Onrustweg
Kamperland
5
121
Oost-Bermweg
Kortgene
5/8
121/156
Oostdijk
Kortgene
5
121
Oosterscheldelaan
Kamperland
8
165
Oosterscheldestraat
Wissenkerke
6
135
Oosthavendijk
Kamperland
4/5
110/121
Oost-Havenstraat
Colijnsplaat
3
102
Oosthoekweg
Colijnsplaat
5
121
Oost-Kerkstraat
Colijnsplaat
3
102
Oostkruisstraat
Geersdijk
6
135
Oostmolenweg
Wissenkerke
5
121
Ooststraat
Kortgene
6
135
Ooststraat
Wissenkerke
4/6
110/135
Oostvoorstraat
Wissenkerke
2/3
92/102
Oostweg
Geersdijk
5/6
121/135
Oost-Westweg
Kamperland
5
121
Oost-Zeedijk
5/7
121/147
Orisantstraat
Wissenkerke
6
135
Ostrea
Kamperland
8
156
Oudedijk
Kortgene
5
121
Oud-Kortgenedijk
Kortgene
5
121
P
Paardebloemwei
Kortgene
8
156
Palmweg
Wissenkerke
5
121
Patrijzenlaan
Kamperland
8
162
Paviljoenweg
Kamperland
5
121
Peppeldreef
Kamperland
6
181
Perenlaan
Kortgene
10
172
Perziklaan
Kortgene
10
172
Pinksterbloemwei
Kortgene
8
156
Polderweg
Kortgene
5/7
121/147
Populierenlaan
Kamperland
10
172
Prinsendijk
Kortgene
5
121
Prinsenweg
Kortgene
5
121
Provincialeweg
4/5
110/121
Pruimenlaan
Kortgene
10
172
R
Ratelaarsrand
Kortgene
10
156
Reigerlaan
Kamperland
10
172
Ribesstraat
Colijnsplaat
6
135
Ringweg
Colijnsplaat
3
102
Rippad
Kamperland
5
121
Rippolderseweg
Kamperland
5
121
Ripstraat
Kamperland
6
135
Rozenstraat
Colijnsplaat
6
135
Ruiterplaatweg
Kamperland
4/5/7/10
110/121/147/190
S
Saturnuslaan
Kamperland
8
156
Schapendijk
Kortgene
5
121
Scherpenisseweq
Wissenkerke
5
121
Schietwilgendreef
Kamperland
6
180
Scholeksterlaan
Kamperland
10
172
Schoolstraat
Geersdijk
6
135
Schotsmanweg
Kamperland
5/9/10
121/168/172
Schutegatweg
Kamperland
5
121
Sierperendreef
Kamperland
6
181
Sijsjeslaan
Kamperland
8
162
Sint Felixweg
Kamperland
5/7
121/147
Sluisdijk
Wissenkerke
5
121
Soelekerkestraat
Kamperland
6
135
Soelekerkeweg
Kamperland
5
121
Sophiaboulevard
Kamperland
8
165
Sophiastraat
Kamperland
6
135
Sophiaweg
Kamperland
5/9
121/168
Spankerlaan
Kortgene
10
172
Sparrenlaan
Kamperland
10
172
Speenkruidwei
Kortgene
8
156
Spieringstraat
Kamperland
6
135
Spieringweg
Kamperland
5
121
Sportlaan
Wissenkerke
6
135
Spuidijk
Kamperland
4/7
110/147
Spuikom
Kortgene
4
110
Spuiweg
Kortgene
4
110
Stekeldijk
Geersdijk
4/5
110/21
Stekeldijk
Kamperland
5/9
121/168
Sternlaan
Kamperland
10
172
Sternlaan
Kortgene
10
172
Strandlaan
Kamperland
8
165
Strandhoekweg
Kamperland
5/9
121/168
Stroodorp
Kamperland
5
121
Stroodorpseweg
Kamperland
5
121
T
Torendijk
Kortgene
4/7
110/147
Trintellaan
Kortgene
10
172
Tuindorp
Wissenkerke
6
135
Tulpstraat
Colijnsplaat
6
135
V
Valkenlaan
Kortgene
10
172
Veerhaven
Kats
7
147
Veerhavenweg
Kats
5/7
121/147
Veerdam
Kortgene
6/7
135/147
Veersegat
Kamperland
8
165
Veerse Meerstraat
Kortgene
6
135
Veerseweg
Kamperland
5
121
Veerweg
Kamperland
2
92
Venuslaan
Kamperland
8
156
Vinkenlaan
Kamperland
8
162
Visserijstraat
Wissenkerke
6
135
Visserijweg
Colijnsplaat
7
147
Vlietenburgweg
Wissenkerke
5
121
Vlieteweg
Wissenkerke
5
121
Voorstraat
Colijnsplaat
1
86
Voorstraat
Wissenkerke
2
92
Vredenhofweg
Kamperland
5
121
Vroegrijk
Colijnsplaat
5
121
Vrijheidslaan
Kortgene
10
172
Vijverlaan
Kamperland
6
135
W
Wantesweg
Colijnsplaat
5
121
Watergang
Kamperland
8
165
Waterhoenlaan
Kamperland
10
172
de Weitjes
Geersdijk
6
135
Welgelegendijk
Kamperland
5
121
West-Bermweg
Kortgene
5
121
Westdijk
Kortgene
4/5
110/121
Westhavendijk
Kamperland
4
110
West-Havenstraat
Colijnsplaat
3
102
West-Kerkstraat
Colijnsplaat
3
102
Westkruisstraat
Geersdijk
3
102
Westmolenweg
Wissenkerke
5
121
Westpolderdijk
Geersdijk
5
121
Weststraat
Kortgene
6
135
Weststraat
Wissenkerke
6
135
Westweg
Geersdijk
6
135
West-Zeedijk
Colijnsplaat
4/5
110/121
Wijtvlietstraat
Wissenkerke
6
135
Wilgenlaan
Kamperland
10
172
Wilhelminastraat
Kortgene
6
135
Wilhelminastraat
Wissenkerke
6
135/168
Wilhelminaweg
Kamperland
5
121
Willem-Adriaanweg
Kortgene
5
121
Willem-Alexanderstraat
Kortgene
6
135
Willempoldersedijk
Geersdijk
5
121
Willempolderseweg
Geersdijk
5
121
W J Klein Wassinkstraat
Colijnsplaat
6
135
Z
Zand
Kamperland
8
165
Zandhoekweg
Wissenkerke
5
121
Zandkreekstraat
Kortgene
6
135
Zandkreekstraat
Wissenkerke
6
135
Zeedijk
Kats
5
121
Zijpe
Kortgene
6
135
Zonnebloemstraat
Colijnsplaat
6
135
Zuiddijk
Colijnsplaat
5
121
Zuid-Kerkstraat
Colijnsplaat
3
102
Zuidlangeweg
5
121
Zuidstraat
Wissenkerke
6
135
Zuidvlietstraat
Wissenkerke
6
135
Zuidweg
Geersdijk
2/3/6
92/102/135
Zwaluwenlaan
Kamperland
8
162
Zwanenlaan
Kamperland
10
172
Bijlage 2: Monumentenregister
Kern/type monument
Straatnaam
Monument nr.
Colijnsplaat
Korenmolen
Colijnsplaatseweg 2a
23773
Korenmolen
Havelaarstraat 113
23777
Kerk
Havelaarstraat 30
23776
Toren
Havelaarstraat 30
23775
Woning
Havenstraat 11
23774
Woning
Voorstraat 9
23778
Woning
Voorstraat 25
23779
Woning
Voorstraat 26
23791
Woning
Voorstraat 27
23780
Woning
Voorstraat 31
23781
Woning
Voorstraat 33
23782
Woning
Voorstraat 35
23783
Woning
Voorstraat 37
23784
Woning
Voorstraat 44
23792
Woning
Voorstraat 46
23793
Woning
Voorstraat 51
23785
Woning
Voorstraat 53
23786
Woning
Voorstraat 55
Woning
Voorstraat 59
23787
Woning
Voorstraat 61
23788
Woning
Voorstraat 67
23789
Woning
Voorstraat 69
23790
Kats
Kerkgebouw
Kerkstraat 3
23772
Kortgene
Woning
Hoofdstraat 34
507661
Woning
Hoofdstraat 100
507660
Toren
Kerkgang 2
23769
Kerk
Kerkgang 2
23770
Molen
Molendijk 1
23771
Geersdijk
Boerderij
Geersdijkseweg 31
507655 (dwarsdeel-schuur)
507654 (woonhuis)
507653 (boerderij)
507656 (varkenshok)
507657 (wagenschuur)
507658 (toegangshek)
Boerderij
Stekeldijk 18
Stekeldijk 19
39103
Kamperland
Boerderij
Oosthavendijk 2
39100
Boerderij
Baas Huisweg 14/15
39102
Boerderij
Sint Felixweg 3
39101
Veerdam met L-steiger
t.p.v. Reigerlaan 1
507662
Wissenkerke
Wagenschuur
Dorpsdijk. t.p.v. 98
39095
Woning
Dorpsdijk 100
39096
Woning
Dorpsweg 1a
39097
Korenmolen
Ooststraat 28b
39098
Korenmolen
Boomdijk 1
39099
Vollebregtorgel en het Müllerorgel
Voorstraat 12
527255
Gietijzeren waterpomp
Bij Voorstraat 12
507659
Bijlage 3: Beoordelingsaspecten nader toegelicht
Hieronder zijn alle behandelde beoordelingsaspecten nader toegelicht en gevisualiseerd.
Plaatsing
In de deze categorie komt de situering van een gebouw aan de orde. De positie van het gebouw in relatie tot de belendingen en de publieke ruimte.
Verkavelingtype:
Beschrijft de type verkaveling van de gebouwen. Het gaat hierbij om de typologie, oriëntatie en de relatie tussen gebouwen, gerelateerd de onderliggende stedenbouwkundige opzet. Mogelijke variaties zijn: geschakeld, tweeonderéénkap, vrijstaand, gesloten bouwblok, (half)open bouwblok, strokenverkaveling, e.d.
Positie onderling:
Beschrijft de onderlinge plaatsing van gebouwen. Het gaat hierbij om de plaatsing in de diepte van de kavel en betreft de wandvorming in de daarvoor bestemde zone. De wandvorming is optimaal bij gebruik van rooilijnen en minder groot bij rangschikking die volgen uit de toepassing van marges of andersoortige differentiaties. Mogelijke variaties zijn: in de rooilijn, wisselend, trapsgewijs, vaste marges, gevarieerd, e.d.
Afstand onderling:
Beschrijft de onderlinge tussenafstand van gebouwen. Het gaat hierbij om de plaatsing in de breedte van de kavel en betreft de onderlinge aansluiting van de gebouwen c.q. de beslotenheid of doorzichtigheid van de ruimtevormende wand in relatie tot de kavel en gebouwbreedte. Mogelijke variaties zijn: gesloten, halfgesloten, vrijstaand, open, gevarieerd e.d
Plaatsing op kavel:
Het gaat hierbij om de plaatsing van het gebouw in relatie tot de kavel waarop het gebouw gesitueerd wordt. Mogelijke variaties zijn gehele breedte, links, midden of rechts op kavel
Richting:
Beschrijft de opstellingsrichting van een gebouw. Het gaat hierbij om de hoofdrichting van het gebouw of de richting van de hoofdvorm in de zone van de ruimtevormende wand. Mogelijke variaties zijn: evenwijdig of dwars aan de weg, wisselend met een bepaalde ordening of gevarieerd, e.d.
Herhaling, ritmiek:
Beschrijft de mate aan samenhang door herhaling of ritmiek van een verzameling gebouwen. Het gaat hier om de herhaling van gebouwen of onderdelen daarvan in een bepaalde ordening of systematiek, waardoor een samenhang ontstaat. Mogelijke variaties zijn: samenhangend, onsamenhangend.
Massa en vorm
Het gaat hier om de hoofdvorm en –massa van een gebouw in relatie tot of met de omgeving. In de ruimtelijke verschijningsvorm is de massa en de vorm van het gebouw het intermediair tussen stedenbouwkundige en architectonische beeldaspecten.
Opbouw hoofdmassa:
Beschrijft de combinatie van opstandhoogte en bovenbelijning van een gebouw. Met betrekking tot gebouwen gaat hier om de hoogte van het gevelwandvlak en de belijning van de bovenbegrenzing door bijvoorbeeld een kap. Mogelijke variaties zijn: één, twee, drie of meerdere bouwlagen met of zonder kap.
Profiel ruimte:
Beschrijft het dwarsprofiel van de ruimte. Het gaat hier om de karakteristiek van het dwarsprofiel van een ruimte en de daarin /naast gelegen bebouwing. Mogelijke variaties zijn smal, breed, symmetrisch, asymmetrisch, homogeen, gevarieerd
Samenstelling massa:
Beschrijft de compositie en samenstelling van de hoofdvolumes cq. de plasticiteit van de bebouwing. Het gaat hierbij om de afstemming tussen hoofd, aan, en bijgebouwen. Gebouwen kunnen hierdoor hoofdzakelijk enkelvoudig of samengesteld van samenstelling en homogeen of gevarieerd van vorm zijn. Mogelijke variaties zijn: enkelvoudig of samengesteld, homogeen of gevarieerd
Kapvorm en –richting:
Het gaat hierbij om de vorm en richting van de kap. Mogelijke variaties zijn: plat, zadel, schild, mansarde, lessenaar, samengesteld, langs, dwars, divers.
Relatieve omvang:
Beschrijft de verhoudingen van de hoofdafmetingen van een gebouw. Het gaat hier om de onderlinge verhoudingen tussen de driedimensionale afmetingen van een gebouw. Mogelijke variaties zijn: klein, middelgroot, groot, zeer grootschalig
Vormbehandeling:
Beschrijft de modellering of aard van de vorm. Het gaat dan om de kenmerken die de weergave zijn van een vormkarakteristiek. Mogelijke variaties zijn: eenvoudig, gevarieerd, kantig, vloeiend, thematisch, experimenteel, gevarieerd
Gevelkarakteristiek
Het gaat hier om de verschijningsvorm en/of aanzichten van een gebouw. Naast de relatie met de omgeving wordt hier met name de karakteristiek van het gebouw als object beschreven en gewaardeerd.
Gerichtheid en oriëntatie:
Beschrijft de zijde(n) die voor een gebouw gezichtsbepalend en bezien vanaf de publieke ruimte beeldbepalend zijn. Het gaat hierbij om de wisselwerking tussen het gebouw en de (publieke) ruimte. Mogelijke variaties zijn: gericht op publieke ruimte, privéruimte, twee of meerzijdig, gevarieerd e.d.
Geleding:
Beschrijft inzake belijning en/of reliëf het hoofdaccent van de gevelindeling. Mogelijke variaties zijn: verticaal, horizontaal, evenwichtig, figuratief of experimenteel, gevarieerd e.d.
Indeling:
Beschrijft de vorm en indeling van de gesloten en open vlakken zoals ramen en deuren. Het gaat hierbij om vormen en maatverhoudingen van de gevelindeling en de relatie ervan met het gehele gebouw. Mogelijke variaties zijn: traditioneel, gestileerd, neutraal en geordend, gevarieerd en chaotisch e.d.
Plasticiteit:
Beschrijft de mate aan dieptewerking door het reliëf van bijvoorbeeld negge, kolommen, penanten, metselwerk en andere gevelelementen ten opzichte van de gevel zelf. Het gaat hierbij om reliëf, vormen, maatverhoudingen van bijvoorbeeld negge, kolommen, penanten, metselwerk en andere gevelelementen en de relatie ervan met de gehele gevel. Mogelijke variaties zijn: veel/weinig schaduwwerking, vlak, ongelijk, rijk aan dieptewerking, e.d.
Topgevel:
Beschrijft de typering van topgevels. Mogelijke variaties zijn: (versierde) tuitgevel, (verhoogde) halsgevel, trapgevel en klokgevel e.d.
Detaillering, kleur en materiaal
Het gaat hier om de karakteristieken die invulling geven aan de verschijningsvorm van een gebouw. Ten opzicht van de hiervoor genoemde beoordelingsaspecten zijn deze aspecten bepaald niet ondergeschikt. Juist kleur en materiaal zijn zeer beeldbepalend voor de verschijningsvorm van een gebouw, straat en/of gebied.
Gaafheid en oorspronkelijkheid:
Beschrijft de mate aan oorspronkelijkheid van een bestaand gebouw. Het gaat hierbij om mogelijke vernieuwende of juist verouderde elementen die het (gewenste) straatbeeld verstoren of juist versterken. Mogelijke variaties zijn: verstoord, vernieuwd, herkenbaar, hoofdzakelijk origineel, oorspronkelijk, samenhangend, gevarieerd e.d.
Materiaalgebruik:
Beschrijft de aard en stofuitdrukking van het materiaalgebruik. Het gaat hierbij om de stofuitdrukking van de aan de buitenkant van een gebouw toegepaste materialen t.a.v. de expressie van het gebouw en haar omgeving. Mogelijke variaties zijn: steenachtig, metaal, kunststof, hout, coatings, keramische tegels, glas, glanzend, dof, gevarieerd e.d.
Kleurtoon en toepassing:
Beschrijft de specifieke kleurtoepassing en/of kleurtoon van het kleurgebruik. Het gaat hierbij om de helderheid van de kleurtoepassingen en het typerende kleurgebruik of variaties met betrekking tot de expressie van een gebouw. Mogelijke variaties zijn: donker, middentoon, licht of in de vorm van een gerichte omschrijving/ uniform, gevarieerd, ingetogen, contrasterend.
Decoraties en ornamenten:
Beschrijft constructieve details, ornamenten en decoraties. Het gaat hierbij om de bijzondere verrijking die ruimte en bebouwing ondervindt van (constructieve) details en bijzondere ornamentiek. Mogelijke variaties zijn: eventuele kenmerkende ornamenten en decoraties eventueel gecombineerd met de toevoeging fijn, matig, grof, weinig of gecombineerd met gelijkvormig, gevarieerd.
Bijlage 4: Begrippenlijst
A
Aanbouwen:
Grondgebonden toevoeging meestal van één bouwlaag aan een gevel van een gebouw.
Aangekapt:
Met kap bevestigd aan dakvlak.
Aardtinten:
Natuurlijke tinten; meestal rood, bruin of groen.
Achtergevellijn:
Denkbeeldige lijn die strak langs de achtergevel van een gebouw loopt tot aan de perceelsgrenzen.
Achterkant:
De achtergevel, het achtererf en het dakvlak aan de achterzijde van een gebouw; de zijgevel, het zijerf en het dakvlak aan de zijkant van een gebouw, gelegen tussen de voorgevelrooilijn en achtergevelrooilijn, voor zover die zijde niet gekeerd is naar de weg of openbaar groen.
Afdak:
Hellend dak, hangend of op stijlen aangebracht tegen een gebouw of een muur, om als gedeeltelijke beschutting te dienen.
Afstemmen:
In overeenstemming brengen met.
Asymmetrische kap:
Zadeldak met twee ongelijke dakvlakken, ongelijkheid mogelijk in hellingshoek en in lengte van het dakvlak.
Authentiek:
Overeenstemmend met het oorspronkelijke; ook wel origineel, eigen kenmerken dragend of oorspronkelijk.
B
Bakgoot:
Goot, voor de gevel aangebracht, bestaande uit een bodem en opstanden aan binnen- en buitenzijde; meestal van hout.
Band:
Horizontale versiering in de gevel in afwijkend materiaal, meestal natuursteen, kunststeen of baksteen.
Bebouwing:
Eén of meer gebouwen en/of andere bouwwerken.
Bebouwingsblok:
Meerdere panden vormgegeven als één samenhangend geheel.
Beschot:
Houten bekleding van een muur; meestal niet tot de volle hoogte.
Bedrijfsbebouwing:
Gebouwen ten behoeve van bedrijven zoals hallen, werkplaatsen en loodsen; hebben meestal een utilitair karakter.
Behouden:
Handhaven, bewaren, in stand houden.
Belendende:
Naastgelegen, (direct) grenzend aan.
Beuk:
Romp of lichaam van een gebouw; gebruikt ter onderscheiding van verschillende gebouwdelen.
Bijgebouwen:
Grondgebonden gebouw meestal van één bouwlaag dat los van het hoofdgebouw op de kavel staat; meestal bedoeld als schuur, tuinhuis of garage.
Blinde wand, muur of gevel:
Gevel of muur zonder raam, deur of andere opening.
Boeiboord:Boerderij:
Opstaande kant van een dakgoot of dakrand, meestal uitgevoerd in hout of plaatmateriaal.
Boog:
Gebouw/gebouwen op een erf met een (oorspronkelijk) agrarische functie en het daarbij horende woonhuis.
Boogveld:
Het vlak dat wordt begrensd door de binnenzijde van een boog en de (denkbeeldige) horizontale lijn die de aanzetten ervan verbindt.
Bordes:
Verhoogd platform dat uitspringt voor de ingang van een gebouw, bereikbaar over een aantal treden; meestal van natuursteen.
Borstwering:
Gedeelte van de muur tussen vloer en onderzijde van een venster.
Bouwblok:
Een geheel van geschakelde bebouwing.
Bouwen:
Het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen of het vergroten van een bouwwerk.
Bouwlaag:
Gedeelte van een bouwwerk tussen twee vloeren, met uitzondering van souterrain of zolder.
Bouw-vergunning:
Vergunning als bedoeld in artikel 40, eerste lid van de Woningwet.
Bouwperceel:
Een aaneengesloten terreinoppervlak, waarop krachtens het bestemmingsplan een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegestaan.
Bouwwerk:
Elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, welke hetzij direct of indirect met de grond verbonden is, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond.
Bovenbouw:
Het bovendeel van een gebouw; heeft meestal betrekking op de schuine kap van een huis met de daarbij behorende kopgevels.
Bovenlicht:
Raam boven de voordeur.
Buitenplaats:
Buitenverblijf met herenhuis (kasteel of landhuis) met bijgebouwen en omringende privé-tuin of park, meestal met specifiek ontworpen aanleg; voornamelijk in de 17e en 18e eeuw gesticht.
Bungalow:
Meestaal vrijstaande woning waarvan alle vertrekken op de begane grond zijn gesitueerd.
C
Carport:
Afdak om de auto onder te stallen, meestal bij of grenzend aan een woning.
Classicisme:
Stroming in de bouwkunst, bouwstijl.
Conformeren:
Zich voegen naar, gelijkvorming maken aan, aanpassen aan of afstemmen op.
Context:
Omgeving, situatie, geheel van omringende ruimtelijke kenmerken.
Contrasteren:
Een tegenstelling vormen.
Cul-de-sac:
Een doodlopende straat, eindigend in een lus.
Cultuurhistorische waarde:
De aan een bouwwerk of een gebied toegekende waarde gekenmerkt door het beeld dat is ontstaan door het gebruik dat de mens in de loop van de geschiedenis heeft gemaakt van dat bouwwerk of dat gebied.
D
Dak:
Overdekking van een gebouw of onderdeel ervan, bestaande uit één of meer hellende vlakken (schilden) of uit een horizontaal vlak.
Dakafdekking:
Vlak of hellend dak van een gebouw, waarop dakbedekking is aangebracht.
Dakhelling:
De hoek van het dakvlak ten opzichte van de vloer.
Dakkapel:
Ondergeschikte toevoeging aan een dakvlak, vooral bedoeld om de lichttoevoer te verbeteren en het bruikbaar woonoppervlak te vergroten.
Daklijst:
Lijst tussen de bovenkant van de gevel en de voet van het dakvlak; meestal van steen of hout.
Dakopbouw:
Een toevoeging aan de bouwmassa door het verhogen van de nok of dakrand van het dak, die het silhouet van het oorspronkelijke dak verandert.
Dakoverstek:
Het ten opzichte van de gevel uitstekende deel van het dak.
Dakpan (beton):
Een cementstenen tegel ter bedekking van het dak; in vrijwel alle kleuren mogelijk.
Dakpan (gebakken):
Een uit klei gebakken tegel ter bedekking van het dak; roodkleurig.
Dakpan (geglazuurd):
Een uit klei gebakken tegel ter bedekking van het dak, voorzien van glazuurlaag; meestal in de kleuren zwart, rood, geel of groen.
Dakpan (gesmoord):
Een uit klei gebakken tegel ter bedekking van het dak; door rooktoevoeging tijdens het bakproces grijskleurig.
Dakraam:
Raam in een dak.
Daktrim:
Afwerking aan de bovenzijde van de dakrand ten behoeve van waterkering.
Dakvlak:
Een vlak van het dak/kap.
Damwandprofiel:
Metalen beplatingmateriaal met een damwandprofilering.
Detail:
Ontmoeting/aansluiting van verschillende bouwdelen zoals gevel en dak of gevel en raam.
Detaillering:
Kleine toevoegingen aan een gebouw ter decoratie.
Diversiteit:
Verscheidenheid, afwisseling, variatie.
Donjon:
De woontoren van een burcht; doorgaans zonder entree of ramen op de begane grond.
Drager en invulling:
De drager is de constructie van een gebouw waaraan de invulling is toegevoegd om te beschermen tegen weer en wind (heeft vooral betrekking op gebouwen uit de jaren vijftig en zestig, waarbij het verschil tussen drager en invulling werd gebruikt om de woning in een groot gebouw of rij huizen te onderscheiden).
E
Ensemble:
Architectonisch en stedenbouwkundig compositorisch geheel.
Entree:
Ingang van een gebouw.
Erf:
Al dan niet omheind stuk grond dat in ruimtelijk opzicht direct hoort bij, in functioneel opzicht ten dienste staat van, en in feitelijk opzicht direct aansluit aan een gebouw en dat blijkens de kadastrale gegevens behoort tot het perceel waarop dat gebouw is geplaatst. (Artikel 1 Woningwet)
Voorerf:
Gedeelte van het erf tussen de voorgevellijn en de aan de voorkant van die lijn gelegen perceelsgrens.
Achtererf:
Gedeelte van het erf tussen de achtergevellijn en de aan de achterkant van die lijn gelegen perceelsgrens.
Zijerf:
Gedeelte van het erf tussen een zijgevellijn en de aan de zijkant van de lijn gelegen perceelsgrens.
Erfafscheiding:
Een bouwwerk bedoeld om het erf of perceel af te bakenen van een buurerf of de openbare ruimte.
Erker:
Kleine toevoeging van meestal één bouwlaag aan de gevel van een gebouw, op de begane grond meestal uitgevoerd in metselwerk, hout en glas.
F
Flat:
Groot gebouw met meerdere verdiepingen/woonlagen. De appartementen in de flat zijn meestal gelijkvloers en worden op hun beurt eveneens flat/flatjes genoemd.
Fronton:
Driehoekig of segmentvormige bekroning van een (klassiek) gebouw of van een onderdeel daarvan.
G
Galerij:
Gang aan de buitenkant van een (flat)gebouw die toegang verschaft tot de afzonderlijke woningen.
Gebouw:
Elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt.
Gepotdekseld:
Horizontaal gedeeltelijk over elkaar vallende gevelbeplating (oorspronkelijk houten planken).
Gevel:
Verticaal scheidingsvlak van een gebouw tussen buiten en binnen.
Geveldetaillering:
Geheel van onderdelen van een gevel die samen het totaalbeeld van de gevel bepalen.
(Gevel)geleding:
Onderverdeling van de gevel in kleinere vlakken. Verticale, horizontale of figuratieve indeling van de gevel door middel van gevelopeningen, metselwerk, inspringingen of andere gevelkenmerken en -detailleringen.
Gevelsteen:
Een stenen plaat of blok in de gevel, waarin een bouwopschrift, afbeelding of naam is opgenomen.
Goot(hoogte):
Horizontale waterafvoer; meestal tussen gevel en dakvlak.
Gootklossen:
Uit de muur stekende houten of gemetselde blokjes ter ondersteuning van goten.
Gootlijn:
Veelal horizontale lijn die een goot of meerdere goten aan de gevel vormen.
H
Halsgevel:
Een gevel waarvan het middendeel hoger is opgetrokken tot een rechthoekige hals.
Hardsteen:
Verzamelnaam voor verschillende soorten blauwgrijze, fossielenrijke natuursteen.
Hoekaanbouw:
Grondgebonden toevoeging meestal van één bouwlaag aan de hoek van een gebouw.
Hoekkeper:
Snijlijn van twee aansluitende dakvlakken bij een naar buiten gerichte hoek.
Hoofdgebouw:
Een gebouw, dat op een bouwperceel door zijn constructie of afmetingen als belangrijkste bouwwerk valt aan te merken.
I
Industriebebouwing:
Bebouwing met een industriële bestemming.
Inbreiding:
Nieuwbouw op een reeds bestaande open ruimte binnen de bebouwde kom.
K
Kap:
Samenstel van houten, ijzeren of betonnen onderdelen dat de dakbedekking draagt.
Kaprichting:
Hoofdrichting van het dakvlak, meestal bepaald door de richting van de nok.
Kavel:
Grondstuk, kadastrale eenheid.
Kerkring:
Terrein rond een (dorps)kerk, meestal door een kerkgracht, straat en bebouwingswand omgeven.
Kern:
Veelal kleinschalig stedelijk gebied, ook wel centrum van een dorp of stad.
Kilkeper:
Snijlijn van twee aansluitende dakvlakken bij een naar binnen gerichte hoek.
Klokgevel:
Een gevel waarvan de top de vorm van de doorsnede van een klok of bel heeft.
Klossen:
Uit de muur stekende houten of gemetselde blokjes ter ondersteuning van uitstekende onderdelen van een gebouw zoals dakgoten.
Komvorming:
De verdichting van bebouwing op een bepaalde locatie, waaruit een nederzetting ontstaat; meestal op een kruispunt van routes.
Koofbord:
Gebogen vlak dat de overgang vormt van een vlakke zoldering of vlak plafond naar de muur.
Kop:
In het algemeen gebruikt om de smalle kant van een rechthoekige vorm aan te duiden, bijvoorbeeld bij een gebouw.
Kopgevel:
De gevel aan de smalle zijde van een bebouwingsblok.
Kroonlijst:
Een uitdrukkelijk geprofileerde of geornamenteerde lijst.
L
Lak:
Afwerklaag van schilderwerk.
Landschappelijke waarde:
De aan een gebied toegekende waarde, gekenmerkt door het waarneembare deel van het aardoppervlak, dat wordt bepaald door de onderlinge samenhang en beïnvloeding van (niet levende en levende) natuur.
Langsgevel:
Een gevel zonder top of lijst; meestal in de lange zijde van een bebouwingsblok.
Latei:
Draagbalk boven gevelopening.
Lessenaarsdak:
Dak met één hellend, niet onderbroken dakvlak.
Lichtkoepel:
Raamconstructie in de vorm van een koepel; meestal in een plat dak.
Lijst:
Een versierde en/of geprofileerde rand of strook; meestal als bekroning van de bovenzijde van een gevel of omtrekking van een opening.
Lijstgevel:
Een gevel die aan de bovenzijde wordt beëindigd door een lijst.
Lineair:
Rechtlijnig, langgerekt.
Lint(bebouwing):
Langgerekte lijn van (veelal vrijstaande) bebouwing langs een weg of waterverbinding.
Luifel:
Een meestal plat uitgebouwd afdak, vaak boven een deur.
M
Maaiveld:
Bovenzijde van het terrein dat een bouwwerk omgeeft, de grens tussen grond en lucht.
Makelaar:
Decoratieve bekroning van een geveltop, aangebracht als verbinding tussen de afzonderlijke delen van de daklijst.
Mansardekap:
Een dak met aan twee zijden onder een stompe hoek geknikt of gebroken dakvlak.
Markies:
Opvouwbaar zonnescherm.
Massa:
Zichtbaar volume van bebouwing.
Metselverband:
Het zichtbare patroon van metselwerk.
Middenstijl:
Verticaal deel in het midden van een deur- of raamkozijn.
Monument:
Aangewezen onroerend goed als bedoeld in artikel 3 van de Monumentenwet 1988.
Muuranker:
Een ijzeren penconstructie waarmee houten balken aan een muur bevestigd worden, om deze voor uitwijken te behoeden.
Muurdam:
Op de erfgrens aan de gevel gemetselde muur.
Muurplaquette:
Een plaat op de gevel, waarin een bouwopschrift, afbeelding of naam is opgenomen.
N
Natuurlijke waarde:
De aan een gebied toegekende waarde, gekenmerkt door geologische, geomorfologische, bodemkundige en biologische elementen, zowel afzonderlijk als in onderlinge samenhang.
Natuursteen:
Steen die in de aardbodem gevonden wordt als oergesteente of sedimentgesteente; meestal gebruikt in bestrating, geveldetaillering of gevelbeplating.
Negge:
Het vlak dat wordt bepaald door de aanwezige ruimte tussen de buitenkant van de gevel en het kozijn.
Nok:
Horizontale snijlijn van twee dakvlakken, de hoogste lijn van het dak.
O
Ondergeschikt:
Voert niet de boventoon.
Onderbouw:
Het onderdeel van een gebouw; heeft meestal betrekking op de begane grond van een huis met meerdere verdiepingen.
Ontsluiting:
De toegang tot een gebouw, gebied of een terrein.
Oorspronkelijk:
Origineel, aanvankelijke vorm, authentiek.
Oorspronkelijke gevel:
Gevel van een gebouw zoals deze als nieuw is gebouwd.
Organische groei:
Geleidelijke en individuele ontwikkeling van gebouwen binnen bestaande structuren..
Ornament:
Een element zonder constructieve functie dat is aangebracht ter verfraaiing van een bouwwerk.
Ornamentiek:
Mate waarin een bouwwerk is verfraait.
Orthogonaal:
Rechthoekig.
Oriëntatie:
De hoofdrichting van een gebouw.
Overstek:
Bouwdeel dat vooruitsteekt ten opzichte van het eronder gelegen deel.
P
Palissade:
Omheining van palen, ter bescherming en verdediging aangebracht.
Paneel:
Rechthoekig vlak, geplaatst in een omlijsting.
Penant:
Gemetselde steunpilaar van het fundament van een gebouw, metselwerk in een gevel langs openingen.
Pilaster:
Weinig uitspringende muurpijler, die dient om een boog of hoofdgestel te dragen.
Plaatmateriaal:
Plaat van kunststof, staal of hout; meestal ten behoeve van gevelbekleding.
Planmatige uitbreiding:
Gelijktijdige en gezamenlijke ontwikkeling van gebouwen.
Plasticiteit:
De mate aan dieptewerking door het reliëf in de gevel, bijvoorbeeld door kozijnen, penanten, metselwerk en andere gevelelementen; veroorzaakt licht- en schaduwwerking in de gevel.
Pleisterlaag:
Een laag mortel die het oorspronkelijke bouwmateriaal bedekt, waardoor een gladde afwerking ontstaat.
Plint:
Een duidelijk te onderscheiden horizontale band aan de onderzijde van een gebouw; oorspronkelijk als stootlijst.
Portiek:
Gemeenschappelijke trappenhuis en/of een terugspringende ruimte voor de straat- of toegangsdeur.
Positionering:
Plaats van een bouwwerk op de kavel.
Pui:
De ondergevel van een gebouw; meestal door materiaalgebruik of invulling afwijkend van bovengevel.
Punt-, piramide- of tentdak:
Dak gevormd door vier driehoekige dakschilden die in één punt bijeenkomen.
Puntgevel:
Gevel eindigend met een driehoekig bovendeel, overeenkomend met de vorm van het aansluitende zadeldak.
R
Raamdorpel:
Horizontal stenen element onder onderdorpel van een houten kozijn, dat ervoor zorgt dat water onder het kozijn buiten het muurvlak wordt afgevoerd.
Raamlijst:
Een lijst die een raamopening omtrekt.
Radialen:
Wegen die vanuit het centrum naar buiten lopen; meestal gecombineerd met een ringstructuur.
Referentiekader:
Het geheel van waarden en normen binnen een bepaalde groep waarnaar verwezen kan worden.
Renovatie:
Vernieuwing.
Respecteren:
Met eerbied behandelen, eerbiedigen, waarderen.
Rijenwoningen:
Geschakelde eengezinswoningen in een rij.
Ritmiek:
Regelmatige herhaling.
Roedeverdeling:
De verdeling van horizontale en verticale latten (roeden) die de verschillende kleine ruitjes binnen één kozijn op hun plaats houden.
Rolboog:
Een gebogen constructie in baksteen, om de drukkracht boven een opening op te vangen.
Rolkast:
Kast waarin een rolluik wordt opgerold.
Rollaag:
Een in verband gemetselde laag van op hun kant of kop gemetselde stenen. Horizontale rij stenen boven gevelopening of aan bovenzijde van gemetselde wand.
Rolluik:
Oprolbaar vensterluik van smalle latjes.
Rooilijn:
Denkbeeldige lijn die aangeeft waarbinnen gebouwd mag worden.
S
Schilddak:
Dak, gevormd door twee driehoekige schilden aan de smalle en twee trapeziumvormige schilden aan de lange zijde.
Selectiviteit:
Waarde als onderscheidingsmiddel, uitkiezend.
Sieranker:
Sierlijk gesmeed of gietijzeren muuranker.
Situering:
Plaats van het bouwwerk in zijn omgeving.
Speklaag:
Lichte natuurstenen band als afwisseling in baksteenmetselwerk, doorgaans van Brabantse arduin, later ook van zandsteen.
Steunbeer:
Massieve verticale steun voor een muur; gebruikt om zijwaartse druk op te vangen.
Stijl:
Architectuur of vormgeving uit een bepaalde periode of van een bepaalde stroming.
Stoep:
Geplaveide strook langs een straat, behorend bij het aangrenzende gebouw; meestal in hardsteen.
Stoephek:
Hek als afscheiding tussen private stoep en openbare weg; meestal van smeedijzer.
Stoeppaal:
Hardstenen of ijzeren paal als afscheiding tussen private stoep en openbare weg; tussen de stoeppalen zijn meestal kettingen of stangen bevestigt.
Straatprofiel:
De verticale doorsnede van een straat, gezien van gevel tot gevel.
Straatwand:
De fysieke ruimtelijke beëindiging van een straat; meestal door bebouwing, soms ook door andere objecten.
T
Tableau:
Een gevelvlak waarin een afbeelding is opgenomen.
Tactiel:
Met de tastzin verbonden.
Tegelwerk:
Wandbekleding van tegels, meestal van gebakken klei.
Tent-, punt- of piramidedak:
Dak gevormd door vier driehoekige dakschilden die in één punt bijeenkomen.
Textuur:
De waarneembare structuur van een materiaal (bij metselwerk dus de oneffenheden van de steen en het voegwerk).
Timpaan:
In een fronton besloten veld.
Topgevel:
Gevel met een bekroning aan de korte zijde van het gebouw. De gevellijn volgt daarbij in grote lijnen het min of meer driehoekige dak. Hiertoe behoren de hals-, klok-, punt-, schouder-, trap- en tuitgevel.
Trapgevel:
Een gevel waarvan de top trapsgewijs smaller wordt.
Travee:
Het geveldeel dat zich tussen twee verticale elementen bevindt.
Tuitgevel:
Een puntgevel waarvan de top eindigt in een smalle rechthoekige hals.
T-venster:
Een venster waarvan het onderste gedeelte van een middenstijl is voorzien en waarin de roeden een T-vorm maken.
U
Uitbouw:
Aan het gebouw vastzittend bouwwerk dat rechtstreeks vanuit het gebouw toegankelijk is.
V
Vensterluik:
Een draaibaar houten schot of paneel waarmee een venster aan de buitenzijde geheel of gedeeltelijk kan worden bedekt.
Verdichten:
Het steeds verder invullen van open ruimtes met bebouwing.
Vestingstad:
Een met verdedigingswerken versterkte stad, doorgaans omringd door verdedigingswallen en grachten.
Vista:
Uitzicht, zichtlijn, uitzichtpunt.
Vleugelstuk:
Een houten of stenen klauw dat gewoonlijk ter verfraaiing paarsgewijs aan weerskanten van een geveltop of dakkapel is geplaatst.
Volant:
Strook stof als onderste beëindiging en versiering van zonnescherm of markies.
Voorgevellijn:
Denkbeeldige lijn die strak langs de voorgevel van een bouwwerk loopt tot aan de perceelsgrenzen.
Voorkant:
De voorgevel, het voorerf en het dakvlak aan de voorzijde van een gebouw; de zijgevel, het zijerf en het dakvlak aan de zijkant van een gebouw, gelegen tussen de voorgevelrooilijn en achtergevelrooilijn, voor zover die zijde gekeerd is naar de weg of openbaar groen.
W
Wandwerking:
De mate waarin een gebouw of aantal gebouwen als straatwand fungeren.
Windveer:
Plank bevestigd langs de kanten van een met riet of pannen gedekt dak ter afdekking van de voorrand, meestal van decoratief houtsnijwerk.
Woning:
Een complex van ruimten, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één afzonderlijke huishouding.
Wolfdak:
Meestal een zadeldak waarvan één of beide dakschilden op de kop een afgeknot dakschild heeft (wolfeind).
Z
Zadeldak:
Een dak dat aan twee zijden schuin is met een symmetrisch profiel.
Zijgevellijn:
Denkbeeldige lijn die strak langs de zijgevel van een bouwwerk loopt tot aan de perceelsgrenzen.
Bijlage 5: Reglement van orde van de welstandscommissie
In de praktijk blijken er grote verschillen in werkwijze tussen de (provinciale) welstandsorganisaties, waardoor het vrijwel onmogelijk is om een universeel toepasbare tekst voor een reglement van orde op te nemen in de modelbouwverordening. De verschillen hebben ondermeer betrekking op het al dan niet werken met rayonarchitecten, het al dan niet gebruik van subcommissies en het al dan niet samenwerken met een monumentencommissie. Een reglement van orde, afgestemd op de eigen werkwijze, stellen gemeenten in het algemeen op in samenwerking met de provinciale welstandsorganisaties waarbij zij zijn aangesloten.
Toelichting
Benoeming en samenstelling van de welstandscommissie
1.1 Benoemingsprocedure
1.2 Samenstelling welstandscommissie
Taakomschrijving
2.1 Taakomschrijving welstandscommissie
2.1.1 Wettelijke taken
2.1.2 Niet wettelijk verplichte taken
2.2 Taakomschrijving commissieleden
2.2.1 Taken van de gemandateerde architect
2.2.2 Taken van de voorzitter
2.2.3 Taken van de architectsecretaris
Werkwijze Bouw en Woningtoezicht
Werkwijze van de welstandscommissie
4.1 Vooroverleg over bouwplannen
4.2 Gemandateerde behandeling
4.2.1 Mandaat ‘kleine commissie’
4.2.2 Het mandaatadvies
4.2.3 Openbaarheid gemandateerde behandeling
4.2.4 Toelichting opdrachtgever/ontwerper
4.2.5 Spreekrecht
4.3 Openbare commissievergadering
4.3.1 Locatie vergadering
4.3.2 Publicatie agenda
4.3.3 Toelichting opdrachtgever/ontwerper
4.3.4 Spreekrecht
4.4 Het welstandsadvies
4.5 Afwijken van welstandsadvies en/of welstandscriteria
4.5.1 Second opinion
Aanvulling, evaluatie en aanpassing van de welstandsnota
5.1 Jaarverslag B&W
5.2 Jaarverslag welstandscommissie
Benoeming en samenstelling van de welstandscommissie
1.1Benoemingsprocedure
De gemeenteraad wijst op voordracht van het college van B&W de stichting ‘Dorp, Stad & Land’ (DSL) aan als de welstandscommissie. DSL legt de gemeente een lijst voor met de beoogde commissieleden. Dit betreft de voorzitter, de architectsecretaris, de gemandateerde architect(en) en hun plaatsvervangers. Indien gewenst, vindt overleg plaats tussen DSL en de gemeente. De gemeenteraad benoemd en ontslaat, aan de hand van deze lijst, de afzonderlijke leden van de welstandscommissie.
Voor de benoeming van burgerleden en hun plaatsvervangers geldt een afwijkende procedure. De gemeente kan burgerleden voordragen ter benoeming. Alvorens dit te doen, kunnen B&W overleggen met DSL over het gewenste profiel van het burgerlid of de burgerleden. DSL stelt u voor, ingeval B&W daartoe besluit, het aantal burgerleden te beperken tot twee. Burgerleden ontvangen via de gemeente een onkostenvergoeding.
Alle leden van de welstandscommissie en hun plaatsvervangers worden benoemd voor een periode van drie jaar, met de mogelijkheid van verlenging met nog eens drie jaar. Een benoemingsboekhouding wordt opgezet en bijgehouden door DSL. Bij afwezigheid van de voorzitter of de leden van de commissie, treden plaatsvervan¬gers op in de commissievergadering. Het gemandateerde commissielid kan zich door een collega laten vervangen. De voorzitter, de architectsecretaris de gemandateerde commissieleden, de externe deskundigen, het burgerlid/de burgerleden en hun plaatsvervangers zijn onafhankelijk ten opzichte van het gemeentebestuur en de gemeentelijke organisatie. Er bestaan geen bindingen of relaties op basis waarvan het advies over de welstandsaspecten wordt beïnvloed. De commissie is beleidsmatig gebonden aan het gemeentelijk welstandsbeleid. De commissie streeft naar voortdurende afstemming met het beleid inzake de ruimtelijke ontwikkeling van de gemeente.
Samenstelling van de commissie
De advieswerkzaamheden van de welstandscommissies van DSL zijn georganiseerd in drie stappen. De grote en overkoepelende commissie; de standaard commissies per regio (en/of per stad) en de gemandateerde architecten namens de standaardcommissies.
De grote commissie komt ten minste 4 keer per jaar bijeen. Deze commissie heeft als voornaamste doel de deskundigheidsbevordering van de commissieleden. Het feitelijke advieswerk wordt verricht via standaardcommissies.
a.Standaardcommissie.
De welstandscommissie bestaat uit tenminste 3 deskundige leden. Een deskundig voorzitter, de architectsecretaris en het gemandateerde commissielid. De commissieleden zijn deskundig op het terrein van architectuur, stedenbouw en aanverwante vakgebieden. De welstandscommissie kan zich naar eigen inzicht laten bijstaan door extra deskundigen van het bureau van DSL of daarbuiten. Dit betreft disciplines als cultuur en bouwhistorie, en landschapsarchitectuur. Afhankelijk van het type plan dat moet worden beoordeeld, nemen de extra deskundigen deel aan de vergadering. Zij hebben geen stemrecht, tenzij ze als commissielid zijn benoemd door de gemeente. De standaardcommissie van DSL is in de regio’s actief als commissie voor meerdere kleinere gemeenten en als stadscommissie.
In de standaardwelstandscommissie hebben geen burgers zitting.
b.Integrale welstands en monumentencommissie.
De gemeente wijst DSL aan om naast welstandsaspecten van bouwplannen ook te adviseren inzake wijzigingsplannen voor monumenten. Dit vindt plaats door een integrale welstands en monumentencommissie. Deze commissie bestaat uit een deskundig voorzitter, de architectsecretaris, de gemandateerde en tenminste één monumentendeskundige van DSL. Ook deze integrale welstands en monumentencommissie kan zich naar eigen inzicht laten bijstaan door extra deskundigen van het bureau van DSL of daarbuiten. Dit betreft disciplines als cultuur en bouwhistorie, en landschapsarchitectuur. Afhankelijk van het type plan dat moet worden beoordeeld nemen de extra deskundigen deel aan de vergadering. Zij hebben geen stemrecht, tenzij ze als commissielid zijn benoemd door de gemeente.
In de integrale welstands en monumentencommissie hebben geen burgers zitting.
De integrale commissie brengt bij wijzigingsplannen voor monumenten een advies uit, waarin zowel de aspecten op grond van de Woningwet 2002 (welstandsbeleid), als aspecten op grond van de Monumentenwet 1988 en gemeentelijke en provinciale monumentenverordeningen worden betrokken. In het geïntegreerde advies komt duidelijk naar voren welke aspecten betrekking hebben op de welstand en welke op de cultuurhistorische elementen. De commissie formuleert één gezamenlijke conclusie.
De integrale commissie kan slechts adviezen uitbrengen indien tenminste drie leden aanwezig zijn (waaronder de gemandateerde architect en de architectsecretaris of zijn/haar monumentendeskundige of zijn/haar vervanger vereist.vervanger) en waarvan tenminste twee leden deskundig zijn op het gebied van welstand. Voor de behandeling van monumentenplannen is daarnaast altijd de aanwezigheid van de monumentendeskundige of zijn/haar vervanger vereist.
Taakomschrijving
2.1Taakomschrijving welstandscommissie
De welstandscommissie is belast met zowel wettelijk verplichte als niet wettelijk verplichte taken. De wettelijke taken van de (integrale) welstands en monumentencommissies van DSL worden uitgevoerd op grond van de Woningwet 2002, de Monumentenwet 1988 en gemeentelijke en provinciale monumentenverordeningen. De commissie is beleidsmatig gebonden aan het gemeentelijk welstandsbeleid, zoals dat is vastgelegd in de gemeentelijke welstandsnota.
2.1.1Wettelijke taken
Toetsing van vergunningplichtige bouwwerken. De commissie is bevoegd om B&W te adviseren over de welstandsaspecten van aanvragen om omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 44, lid 1 van de Woningwet 2002.
2Jaarverslag welstandscommissie.
De welstandscommissie legt de gemeenteraad eenmaal per jaar een verslag voor van de door haar verrichte werkzaamheden. In het verslag zet de commissie tenminste uiteen op welke wijze zij toepassing heeft gegeven aan de welstandscriteria uit de welstandsnota, de werkwijze van de welstandscommissie, op welke wijze uitwerking is gegeven aan de openbaarheid van vergaderen, de aard van de beoordeelde plannen en de bijzondere projecten. Tenminste eenmaal per jaar vindt, ten behoeve van het jaarverslag, een evaluatiegesprek plaats tussen een vertegenwoordiging van het gemeentebestuur en de welstandscommissie.
Toetsing van aanvragen door de integrale welstands en monumentencommissie.
Een integrale commissie adviseert inzake wijzigingsplannen voor monumenten en de directe omgeving (zie verder onder 1. Benoeming en samenstelling
2.1.2Niet wettelijk verplichte taken
De welstandscommissie krijgt de opdracht om naast de reguliere taken de volgende (niet wettelijk verplichte) taken uit te voeren:
a.Onder de regie van de gemeente, en op verzoek van de commissie, de gemeente of de aanvrager, noodzakelijk geacht overleg voeren met betrokkenen bij de voorbereiding van bouwplannen.
b.Desgevraagd adviezen uitbrengen aan B&W over de welstandsaspecten van in voorbereiding zijnde structuurplannen, bestemmingsplannen, beeldkwaliteitplannen, stedenbouwkundige plannen en andere relevante beleidsstukken.
c.Desgevraagd adviseren over stedenbouwkundige en architectonische ontwikkelingen die van belang zijn voor de ruimtelijke kwaliteit in de gemeente.
d.Desgevraagd adviseren in het geval van excessen: buitensporigheden in het uiterlijk van bouwwerken die ook voor niet deskundigen evident zijn.
e.Voorlichting inzake ruimtelijke kwaliteit aan de gemeenteraad, B&W en burgers.
f.Desgevraagd beheren en actualiseren van de gemeentelijke welstandsnota (digitale Beeld en Geobank).
2.2Taakomschrijving commissieleden
2.2.1Taken van de gemandateerde architect
De gemandateerde architect van DSL is de heer Onrust. Als plaatsvervanger van de heer Onrust kan de heer ir. F.B. van den Meiracker en kan mevrouw ir.A. de Back optreden als gemandateerd architect. De gemandateerde architect van DSL voor (bouw)plannen gelegen in het beschermde dorpsgezicht van Colijnsplaat en betreffende monumentale panden is de heer M.P.H. Raaijmakers.
De gemandateerde architect van DSL heeft namens de commissie iedere 14 dagen zitting in de gemeente. Hij voert als gemandateerd lid van de welstandscommissie de eerste gesprekken – het vooroverleg met de gemeente, planindieners, ontwerpers en andere belanghebbenden, verzamelt relevante informatie en bereidt de behandeling van bouwplannen in de welstandscommissie voor. De plannen waarvoor de gemandateerde architect een mandaat heeft, worden door hem van een advies voorzien.
De gemandateerde architect stelt met de architectsecretaris en de behandelend ambtenaar van Bouw en Woningtoezicht de agenda voor de commissievergadering op. Tijdens de commissievergadering introduceert de gemandateerde architect de bouwplannen en verstrekt gegevens over het relevante welstandsbeleid voor het betreffende plan en/of gebied. De gemandateerde architect werkt op verzoek de beraadslaging en conclusie over een bouwplan uit in een schriftelijk advies, dat in beginsel binnen twee dagen na de commissievergadering na een eindcontrole door de secretaris, verzonden wordt.
Taken van de voorzitter
De voorzitter van de welstandscommissie wordt in principe gerekruteerd uit ervaren praktijkarchitecten en/of stedenbouwkundigen. Hij/zij is verantwoordelijk voor het functioneren van de commissie en de kwaliteit van de advisering. Hij/zij let erop dat de commissie adviseert binnen de kaders van het gemeentelijk welstandsbeleid. Tijdens de openbare vergadering treedt de voorzitter op als gastheer/vrouw voor alle aanwezigen. Hij/zij legt in het kort de vergaderprocedure uit en informeert wie van de aanwezigen bij een bepaald plan wil inspreken. Indien een plan in het vooroverleg is besproken, geeft de voorzitter, de architectsecretaris (of de gemandateerde architect) een korte samenvatting van hetgeen in dat stadium van het planproces besproken is.
De voorzitter leidt de discussie en biedt alle commissieleden de gelegenheid om hun mening voldoende naar voren te brengen. Hij/zij zorgt ervoor dat na een inhoudelijke discussie over een adviesaanvraag een voor alle aanwezigen korte en heldere samenvatting wordt gegeven. De voorzitter bewaakt verder de voortgang van de agenda.
Bij het overleg met de gemeente (bestuurders en ambtenaren) en met de pers treedt de voorzitter namens de commissie naar buiten. De voorzitter organiseert met de commissie een jaarlijkse inhoudelijke evaluatie van de werkzaamheden. De resultaten van de evaluatie worden opgenomen in het jaarlijks verslag van de welstandscommissie.
2.2.3 Taken van de architectsecretaris
De architectsecretaris van de welstandscommissie draagt er zorg voor dat de hem aangeboden grotere bouwplannen op het secretariaat worden ingeboekt en van een dossiernummer worden voorzien. Na behandeling van de adviesaanvragen in de commissies zorgt hij voor een snelle administratieve adviesverwerking door het secretariaat. De adviezen worden door hem ondertekend en met de afgestempelde tekeningen retour gezonden naar de gemeente.
3.Werkwijze Bouw en Woningtoezicht
De welstandsprocedure begint met een selectie van bouwplannen bij de afdeling Beleid en projecten omtrent bouwplannen. De afdeling toetst een bouwplan eerst op de vereisten in het bestemmingsplan en de bouwverordening. Ten behoeve van de welstandstoets beoordeelt de ambtenaar of het bouwplan is voorzien van de benodigde bescheiden om het te kunnen toetsen.
4Werkwijze van de welstandscommissie
4.1Vooroverleg over bouwplannen
De gemeente biedt de aanvrager de mogelijkheid, om een nog niet formeel aangevraagd bouwplan in een vooroverleg met de welstandscommissie toe te lichten en te bespreken. De gemandateerde architect maakt altijd een verslag van het vooroverleg. Dit verslag wordt openbaar als het bouwplan formeel aan de commissie wordt voorgelegd. Vooroverleg vindt in principe in het openbaar plaats. Hiervan kan worden afgeweken na overleg tussen de gemeente, de aanvrager en de welstandscommissie.
4.2Gemandateerde behandeling
De gemandateerde architect behandelt in de regel om de twee weken op locatie de bouwplannen. Hij heeft een mandaat van de standaard welstandscommissie om zelfstandig bouwplannen af te handelen. Het uitgangspunt voor de mandaatverlening is dat de gemandateerde architect alleen de plannen beoordeelt van een relatief geringe ruimtelijke betekenis, of plannen waar gelet op meerdere vergelijkbare gevallen, de mening van de commissie als bekend mag worden verondersteld. Bij twijfel legt de gemandateerde architect het bouwplan voor aan de commissie. De gemandateerde architect heeft voor vergunningplichtige plannen alleen het mandaat om positieve adviezen uit te brengen. De commissie zelf is eindverantwoordelijk voor het welstandsadvies. Tenminste één keer per jaar vindt overleg plaats tussen de gemandateerde architect en de welstandscommissie over het mandaat.
4.2.1Mandaat ‘ kleine commissie’
De gemandateerde architect wordt – op verzoek van de welstandscommissie, de gemeente of op eigen verzoek – bijgestaan door een ander commissielid. Deze ‘kleine commissie’ beschikt over hetzelfde mandaat als de gemandateerde architect.
4.2.2Het mandaatadvies
De gemandateerde architect brengt welstandsadviezen uit aan B&W over de vraag of ‘het uiterlijk en de plaatsing van een bouwwerk, zowel op zichzelf als in verband met de omgeving of de te verwachten ontwikkeling daarvan, niet is strijd is met redelijke eisen van welstand’. Dit wordt beoordeeld aan de hand van de criteria zoals opgenomen in de welstandsnota. Een positief mandaatwelstandsadvies wordt uitgebracht door een stempel op de tekening te plaatsen en het paraferen van het adviesformulier.
4.2.3Openbaarheid gemandateerde behandeling
De behandeling van bouwplannen onder mandaat is openbaar.
De agenda wordt gepubliceerd
De agenda wordt op het gemeentehuis ter inzage gelegd.
4.2.4Toelichting opdrachtgever/ontwerper
Opdrachtgevers en ontwerpers worden altijd in de gelegenheid gesteld om de gemandateerde behandeling van hun plan bij te wonen en toe te lichten. Indien zij bij de behandeling aanwezig willen zijn en gebruik willen maken van het spreekrecht, vermelden ze dit op het daarvoor bestemde formulier of rechtstreeks bij de afdeling Beleid en projecten. De gemeente zorgt voor de uitnodigingen.
4.2.5 Spreekrecht
Tijdens de gemandateerde behandeling wordt de mogelijkheid tot spreekrecht geboden.
4.3Openbare commissievergadering
De welstandscommissie vergadert in de regel één keer per twee weken. De gemandateerde architect behandelt in de tussenliggende periode de kleinere bouwplannen (zie 2.2.1 t/m 2.2.3 voor taken gemandateerde architect, voorzitter en architectsecretaris).
4.3.1Locatie vergadering
De welstandscommissie vergadert op hun locatie in Middelburg. Bij de behandeling van belangrijke bouwplannen kan – op verzoek van de gemeente – worden besloten om in de eigen gemeente te vergaderen.
4.3.2Publicatie agenda
De agenda voor de commissievergadering wordt op de volgende manier gepubliceerd:
a.Ter inzage leggen van agenda.
Via het huisaanhuis blad worden de burgers op de hoogte gesteld van het tijdstip en plaats van de commissievergadering. De agenda wordt op het gemeentehuis ter inzage gelegd.
De openbaarheid geldt voor de beraadslaging over bouwplannen, de beoordeling daarvan en voor de adviezen. De commissievergadering of een gedeelte daarvan is niet openbaar in gevallen als bedoeld in art. 10, eerste lid, van de Wet Openbaarheid van Bestuur en in gevallen waarin het belang van openbaarheid niet opweegt tegen de in art. 10, tweede lid, van die wet genoemde belangen.
4.3.3Toelichting opdrachtgever/ontwerper
Opdrachtgevers en ontwerpers worden altijd in de gelegenheid gesteld om de behandeling van hun plan bij te wonen en toe te lichten. Indien zij bij de behandeling aanwezig willen zijn en gebruik willen maken van het spreekrecht, vermelden ze dit op het daarvoor bestemde formulier of rechtstreeks bij de afdeling Beleid en projecten. De gemeente zorgt voor de uitnodigingen.
4.3.4Spreekrecht
Tijdens de openbare vergadering wordt de mogelijkheid tot spreekrecht geboden.
Zowel opdrachtgevers/ontwerpers als direct belanghebbenden hebben spreekrecht.
4.4Het welstandsadvies
De welstandscommissie brengt heldere en goed beargumenteerde adviezen uit aan B&W over de vraag of ‘het uiterlijk en de plaatsing van een bouwwerk, zowel op zichzelf als in verband met de omgeving of de te verwachten ontwikkeling daarvan, niet in strijd is met redelijke eisen van welstand’. Dit wordt beoordeeld aan de hand van de criteria zoals opgenomen in de welstandsnota. Een welstandsadvies kan de volgende uitkomsten hebben:
Niet strijdig
De welstandscommissie is van oordeel dat het plan volgens de van toepassing zijnde welstandscriteria niet in strijd is met redelijke eisen van welstand. Desgewenst motiveert de commissie haar advies schriftelijk.
Niet strijdig mits
De welstandscommissie adviseert ‘iets niet strijdig’ met een mits aan B&W omdat het plan volgens de van kracht zijnde welstandscriteria niet strijdig is met redelijke eisen van welstand maar er ontbreekt uit oogpunt van welstand nog een ondergeschikt onderdeel. Formeel is het bouwplan daarmede ‘niet strijdig’. Het ‘mits’ wordt in de praktijk in enkele gevallen gehanteerd om aanvullende bemonstering in later stadium af te spreken of een nadere detailtekening te leveren. ‘Mits’ is bedoeld om de planprocedures niet onnodig op te houden. Het ‘mits’ kan niet als voorwaarde worden opgenomen in de bouwvergunning.
Strijdig
De commissie is van oordeel dat het bouwplan strijdig is met redelijke eisen van welstand. Een ‘negatief’ welstandsadvies betekent dat een bouwplan ingrijpend moet worden gewijzigd. Adviseert de commissie ‘strijdig’, dan geeft ze een nauwkeurige schriftelijke motivering. Deze bevat een korte omschrijving van het ingediende plan, een verwijzing naar de van toepassing zijnde welstandscriteria en een samenvatting van de beoordeling van het plan op die punten.
Strijdig tenzij
De welstandscommissie is van oordeel dat het bouwplan strijdig is met redelijke eisen van welstand uit de gemeentelijke welstandsnota. De ‘strijdigheid’ is beperkt en is in goed overleg met de aanvrager vastgesteld. De strijdigheid wordt nauwkeurig geformuleerd. B&W kunnen deze, om redenen van efficiency, als voorwaarde(n) opnemen in de vergunning
4.5Afwijken van welstandsadvies en/of welstandscriteria
B&W hebben de wettelijke mogelijkheid om ook op andere dan welstandsgronden, af te wijken van een welstandsadvies. De redenen voor afwijking moeten bij de bekendmaking van het besluit worden vermeld. B&W kunnen, eventueel op advies van de welstandscommissie, gemotiveerd (op welstandsgronden) afwijken van de welstandscriteria zelf. Dat kan bij plannen die niet voldoen aan de vastgelegde criteria maar wél aan redelijke eisen van welstand. B&W verwijzen in dat geval naar de algemene criteria in de welstandsnota.
4.5.1Second opinion
Alvorens een second opinion te vragen, bieden B&W eerst de vaste welstandscommissie de mogelijkheid tot heroverweging van het eerder uitgebrachte advies. Indien alsnog een second opinion wordt gevraagd, wordt dit gemeld aan de welstandscommissie. Bij een second opinion wordt de bouwaanvraag voorgelegd aan een andere commissie dan DSL. Hierover neemt de gemeente contact op met de Federatie Welstand.
5.Aanvulling, evaluatie en aanpassing van de welstandsnota
5.1Jaarverslag B&W
B&W leggen de gemeenteraad tenminste eenmaal per jaar een verslag voor waarin zij uiteenzetten:
-Op welke wijze zij zijn omgegaan met de adviezen van de welstandscommissie;
-In welke categorieën van gevallen:
zij tot aanschrijving zijn overgegaan en daarbij de keuze hebben gelaten tussen ofwel het uitvoeren van de aanschrijving, ofwel het slopen van het bouwwerk binnen de door hen te bepalen termijn, en zij bij of na een aanschrijving zijn overgegaan tot toepassing van bestuursdwang.
5.2Jaarverslag welstandscommissie
Zie onder punt 2.1.1