Gemeentelijke regelgeving

Nota welstandsbeleid 3e herziening

Gemeente Noord-Beveland · geldt sinds 4 juni 2022

Gemeente Noord-Beveland

Deze nota wordt aangehaald als derde herziening Nota Welstandsbeleid Gemeente Noord-Beveland 2013.

Bijlage 1: Straatnamenregister

Straatnaam

Kern

Gebiedsnr.

Pag. nr.

A

Aalscholverlaan

Kamperland

10

172

Abelenlaan

Kamperland

10

172

Achterstraat

Kortgene

6

135

Ahornenlaan

Kamperland

10

172

Akkerrand

Wissenkerke

6

135

Alexiaplein

Wissenkerke

6

189

Anna Mariaweg

Geersdijk

5

121

Anna Frisoweg

Kamperland

5/8

121/156

Appellaan

Kortgene

10

172

A van Heestraat

Kamperland

4

110

B

Baas Huisweg

Kamperland

5/6

121/135

Banjaardweg

Kamperland

5/8

121/162

Barkey Wolfstraat

Geersdijk

6

135

Beatrixstraat

Colijnsplaat

3

102

Beatrixstraat

Wissenkerke

6

135

Bergeendlaan

Kamperland

10

172

Bernhardstraat

Kortgene

6

135

Berkenlaan

Kamperland

10

172

Beukenlaan

Kamperland

10

172

Beurtschippersstraat

Kortgene

4

110

Boogerdlaan

Kortgene

10

172

Boogerddreef

Kamperland

6

181

Boomdijk

Kats

5

121

Boomdijk

Wissenkerke

5

121

Bosdijk

Kamperland

5

121

Boslaan

Kamperland

10

172

Boterbloemwei

Kortgene

8

156

Botterlaan

Kortgene

10

172

Braamlaan

Kortgene

10

172

Brededijk

Kamperland

5

121

Burgemeester de Moorweg

Kamperland

4/6

110/135

Burgemeester P Wissestr

Geersdijk

2

92

Burgemeester Snellenstr

Kortgene

6

135

Burg v Cittersstr

Kortgene

6

135

C

Campensnieuwlandweg

Kamperland

5/7

121/417

Campensweg

Kamperland

5/9

121/168

Campensnieuwland

Kamperland

5

121

Campensnieuwlanddijk

Kamperland

5

121

Campvlietweg

5

121

Cardium

Kamperland

8

156

Cederlaan

Kamperland

10

172

Christinastraat

Kats

6

135

Clausstraat

Wissenkerke

6

210

Colijnsplaatse Groeneweq

Colijnsplaat

6

121

Colijnsplaatseweg

Colijnsplaat

4/5

110/121

Cypressenlaan

Kamperland

10

172

D

De Hoge Weie

Colijnsplaat

6

135

De Verlaetweg

Colijnsplaat

5

121

Deltastraat

Colijnsplaat

6

135

Dijkdreef

Kamperland

6

181

Dijkstraat

Kats

3/4/5

102/110/121

1ste Deltaweg

5

121

Dennenlaan

Kamperland

10

172

Dokter Maasstraat

Colijnsplaat

6

135

Dorpsdijk

Wissenkerke

2/4/5

92/110/121

Dorpsstraat

Kats

2

92

Dorpsweg

Wissenkerke

4

110

Dovenetelwei

Kortgene

8

156

Druivenlaan

Kortgene

10

172

Duindoorn

Kamperland

8

165

Duinen

Kamperland

8

165

Duinpan

Kamperland

8

165

Dwarsstraat

Kamperland

3

102/181

Dwarsweg

Kamperland

5

121

E

Eb en Vloed

Kamperland

8

165

Eikenlaan

Kamperland

10

172

Elzenlaan

Kamperland

10

172

Emelissedijk

5

121

Emmastraat

Kortgene

6

135

Erreboutsweg

Kortgene

5

121

Essenlaan

Kamperland

10

172

F

Fazantenlaan

Kamperland

8

162

E. Flipsepad

Wissenkerke

6

135

Frambozenlaan

Kortgene

10

172

Frederiksdijk

Kortgene

5

121

Frisostraat

Kamperland

6

135

Fuutlaan

Kamperland

10

172

G

Galgendijk

Kortgene

5

121

Ganuenta

Colijnsplaat

8

196

Geersdijksekaai

Geersdijk

5

121

Geersdijkseweg

Geersdijk

4/5

110/121

Golfslag

Kamperland

8

165

Goudplaatweg

Kamperland

5

121

Groenedijk

Kortgene

5

121

Groeneweg

Wissenkerke

5

121

Groeneweg

Colijnsplaat

5

121

H

Hamerstedestraat

Kats

6

135

Haven

Kamperland

5/6/7

200

Havelaarstraat

Colijnsplaat

2/4/5

92/110/121

Havenstraat

Colijnsplaat

2/3/4/5

92/102/110/121

Havenweg

Kortgene

4/5/9

110/121/168

Havenweg

Kats

7

147

Havenweg

Kamperland

5/6/7

201

Heer Janszdorp

Kamperland

6

135

Heer Janszstraat

Kamperland

6

135

Het Rip

Kamperland

7

147

Helmgras

Kamperland

8

165

Het Smallegange

Kortgene

8

156

Hovenierstraat

Colijnsplaat

6

135

Hofwijkweg

Kamperland

5

121

Hoofdstraat

Kortgene

2

92

Hooidijk

Kamperland

5

121

Huisdijk

Kats

5

121

I

Iepenlaan

Kamperland

10

172

Irenestraat

Colijnsplaat

3

102

J

Jachthavenweg

Colijnsplaat

7

147

Jacobadijk

Kamperland

5

121

Jacobahaven

Kamperland

7

147

Jacobastraat

Kamperland

6

135

Jacobaweg

Kamperland

5/7

121/147

Jan Taksweg

Kamperland

5

121

Jollenlaan

Kortgene

10

172

Jonkvrouw Annadijk

Kortgene

5

121

Julianaplein

Kortgene

6

135

Julianastraat

Wissenkerke

6

135

Julianastraat

Kortgene

6

135

Jupiterlaan

Kamperland

8

156

K

Kaaidijk

Kortgene

4

110

Kaaidijkje

Geersdijk

5

121

Kaaioprit

Kortgene

3

102

Kaaistraat

Kortgene

2

92

Kastanjelaan

Kamperland

10

172

Katse Groeneweg

Kats

5

121

Katseveerweg

Kats

5

121

Keihoogteweg

Wissenkerke

5

121

Kering

Kamperland

8

165

Kerkgang

Kortgene

2

92

Kerkstraat

Kats

2/3/4

92/102/110

Kerkstraat

Wissenkerke

3

102

Kersenlaan

Kortgene

10

172

Keten

Kortgene

6

135

Kievitenlaan

Kamperland

8

162

Klaprooswei

Kortgene

8

156

Klaverhoek

Kortgene

8

156

Klaverweg

Colijnsplaat

5

121

Knotwilgendreef

Kamperland

6

135/181

Koekoeksbloemwei

Kortgene

8

156

Kogelhoflaan

Kamperland

5

121

Korteweg

5

121

Korte Nieuwstraat

Kamperland

6

135

Kortgeenseweg

Kortgene

5

121

Kreekpad

Kats

6

135/193

Krikweg

Kamperland

5

121

Krokusstraat

Colijnsplaat

6

135

Krommeweg

Kamperland

5/9

121/168

Kruisbeslaan

Kortgene

10

172

Kruisdwarsweg

Kamperland

5

121

Kruisstraat

Colijnsplaat

3

102

Kruisweg

Kamperland

5

121

Krukweg

Kats

5

121

Kwikstaartenlaan

Kamperland

8

162

L

Langedweil

Kamperland

6

135/181

Langeviele

Wissenkerke

3

102

Langeweg

Kamperland

5

121

Leendert Abrahamweg

Kats

4/5

110/121

Leeuwerikenlaan

Kamperland

8

162

Lindenlaan

Kamperland

10

172

Lombokweg

Colijnsplaat

5

121

Longroomweg

Kamperland

5/9

121/168

Loswal

Kortgene

6

135

M

Madelievenwei

Kortgene

8

156

Magasjesweg

Colijnsplaat

5

121

Margrietenplaats

Kortgene

8

156

Mariapolderseweg

Kamperland

5/9

121/168

Marinuswerf

Kamperland

8

156

Marslaan

Kamperland

8

156

Mastgat

Kortgene

6

135

Maximastraat

Wissenkerke

6

210

Meidoornstraat

Colijnsplaat

6

135

Mercuriuslaan

Kamperland

8

156

Meulblok

Kats

6

193

Middenhofweg

Kamperland

5

121

Middenstraat

Kats

3

102

Middenstraat

Wissenkerke

3

102

Middenweg

Geersdijk

3

102

Moerbeilaan

Kortgene

10

172

Molendijk

Kortgene

5

121

Molenpad

Kamperland

5/7

121/147

Molenpad

Kortgene

4/5

110/121

Molenweg

Kamperland

4/5

110/121

Molenweg

Kortgene

5

121

Molstraat

Kats

5

121

Morgensterwei

Kortgene

8

156

N

Neptunuslaan

Kamperland

8

156

Nieuwe Achterweg

Kamperland

6

135

Nieuweweg

4/5

110/121

Nieuwstraat

Kamperland

6

135

Nieuwstraat

Kortgene

6

135

Noordeindstraat

Wissenkerke

3

102

Noordlangeweg

4/5

110/121

Noordstraat

Kamperland

3/4

102/110

Noordweg

Geersdijk

3

102

Noordzee Boulevard

Kamperland

8

165

O

Olmenlaan

Kamperland

10

172

Onruststraat

Kamperland

6

135

Onrustweg

Kamperland

5

121

Oost-Bermweg

Kortgene

5/8

121/156

Oostdijk

Kortgene

5

121

Oosterscheldelaan

Kamperland

8

165

Oosterscheldestraat

Wissenkerke

6

135

Oosthavendijk

Kamperland

4/5

110/121

Oost-Havenstraat

Colijnsplaat

3

102

Oosthoekweg

Colijnsplaat

5

121

Oost-Kerkstraat

Colijnsplaat

3

102

Oostkruisstraat

Geersdijk

6

135

Oostmolenweg

Wissenkerke

5

121

Ooststraat

Kortgene

6

135

Ooststraat

Wissenkerke

4/6

110/135

Oostvoorstraat

Wissenkerke

2/3

92/102

Oostweg

Geersdijk

5/6

121/135

Oost-Westweg

Kamperland

5

121

Oost-Zeedijk

5/7

121/147

Orisantstraat

Wissenkerke

6

135

Ostrea

Kamperland

8

156

Oudedijk

Kortgene

5

121

Oud-Kortgenedijk

Kortgene

5

121

P

Paardebloemwei

Kortgene

8

156

Palmweg

Wissenkerke

5

121

Patrijzenlaan

Kamperland

8

162

Paviljoenweg

Kamperland

5

121

Peppeldreef

Kamperland

6

181

Perenlaan

Kortgene

10

172

Perziklaan

Kortgene

10

172

Pinksterbloemwei

Kortgene

8

156

Polderweg

Kortgene

5/7

121/147

Populierenlaan

Kamperland

10

172

Prinsendijk

Kortgene

5

121

Prinsenweg

Kortgene

5

121

Provincialeweg

4/5

110/121

Pruimenlaan

Kortgene

10

172

R

Ratelaarsrand

Kortgene

10

156

Reigerlaan

Kamperland

10

172

Ribesstraat

Colijnsplaat

6

135

Ringweg

Colijnsplaat

3

102

Rippad

Kamperland

5

121

Rippolderseweg

Kamperland

5

121

Ripstraat

Kamperland

6

135

Rozenstraat

Colijnsplaat

6

135

Ruiterplaatweg

Kamperland

4/5/7/10

110/121/147/190

S

Saturnuslaan

Kamperland

8

156

Schapendijk

Kortgene

5

121

Scherpenisseweq

Wissenkerke

5

121

Schietwilgendreef

Kamperland

6

180

Scholeksterlaan

Kamperland

10

172

Schoolstraat

Geersdijk

6

135

Schotsmanweg

Kamperland

5/9/10

121/168/172

Schutegatweg

Kamperland

5

121

Sierperendreef

Kamperland

6

181

Sijsjeslaan

Kamperland

8

162

Sint Felixweg

Kamperland

5/7

121/147

Sluisdijk

Wissenkerke

5

121

Soelekerkestraat

Kamperland

6

135

Soelekerkeweg

Kamperland

5

121

Sophiaboulevard

Kamperland

8

165

Sophiastraat

Kamperland

6

135

Sophiaweg

Kamperland

5/9

121/168

Spankerlaan

Kortgene

10

172

Sparrenlaan

Kamperland

10

172

Speenkruidwei

Kortgene

8

156

Spieringstraat

Kamperland

6

135

Spieringweg

Kamperland

5

121

Sportlaan

Wissenkerke

6

135

Spuidijk

Kamperland

4/7

110/147

Spuikom

Kortgene

4

110

Spuiweg

Kortgene

4

110

Stekeldijk

Geersdijk

4/5

110/21

Stekeldijk

Kamperland

5/9

121/168

Sternlaan

Kamperland

10

172

Sternlaan

Kortgene

10

172

Strandlaan

Kamperland

8

165

Strandhoekweg

Kamperland

5/9

121/168

Stroodorp

Kamperland

5

121

Stroodorpseweg

Kamperland

5

121

T

Torendijk

Kortgene

4/7

110/147

Trintellaan

Kortgene

10

172

Tuindorp

Wissenkerke

6

135

Tulpstraat

Colijnsplaat

6

135

V

Valkenlaan

Kortgene

10

172

Veerhaven

Kats

7

147

Veerhavenweg

Kats

5/7

121/147

Veerdam

Kortgene

6/7

135/147

Veersegat

Kamperland

8

165

Veerse Meerstraat

Kortgene

6

135

Veerseweg

Kamperland

5

121

Veerweg

Kamperland

2

92

Venuslaan

Kamperland

8

156

Vinkenlaan

Kamperland

8

162

Visserijstraat

Wissenkerke

6

135

Visserijweg

Colijnsplaat

7

147

Vlietenburgweg

Wissenkerke

5

121

Vlieteweg

Wissenkerke

5

121

Voorstraat

Colijnsplaat

1

86

Voorstraat

Wissenkerke

2

92

Vredenhofweg

Kamperland

5

121

Vroegrijk

Colijnsplaat

5

121

Vrijheidslaan

Kortgene

10

172

Vijverlaan

Kamperland

6

135

W

Wantesweg

Colijnsplaat

5

121

Watergang

Kamperland

8

165

Waterhoenlaan

Kamperland

10

172

de Weitjes

Geersdijk

6

135

Welgelegendijk

Kamperland

5

121

West-Bermweg

Kortgene

5

121

Westdijk

Kortgene

4/5

110/121

Westhavendijk

Kamperland

4

110

West-Havenstraat

Colijnsplaat

3

102

West-Kerkstraat

Colijnsplaat

3

102

Westkruisstraat

Geersdijk

3

102

Westmolenweg

Wissenkerke

5

121

Westpolderdijk

Geersdijk

5

121

Weststraat

Kortgene

6

135

Weststraat

Wissenkerke

6

135

Westweg

Geersdijk

6

135

West-Zeedijk

Colijnsplaat

4/5

110/121

Wijtvlietstraat

Wissenkerke

6

135

Wilgenlaan

Kamperland

10

172

Wilhelminastraat

Kortgene

6

135

Wilhelminastraat

Wissenkerke

6

135/168

Wilhelminaweg

Kamperland

5

121

Willem-Adriaanweg

Kortgene

5

121

Willem-Alexanderstraat

Kortgene

6

135

Willempoldersedijk

Geersdijk

5

121

Willempolderseweg

Geersdijk

5

121

W J Klein Wassinkstraat

Colijnsplaat

6

135

Z

Zand

Kamperland

8

165

Zandhoekweg

Wissenkerke

5

121

Zandkreekstraat

Kortgene

6

135

Zandkreekstraat

Wissenkerke

6

135

Zeedijk

Kats

5

121

Zijpe

Kortgene

6

135

Zonnebloemstraat

Colijnsplaat

6

135

Zuiddijk

Colijnsplaat

5

121

Zuid-Kerkstraat

Colijnsplaat

3

102

Zuidlangeweg

5

121

Zuidstraat

Wissenkerke

6

135

Zuidvlietstraat

Wissenkerke

6

135

Zuidweg

Geersdijk

2/3/6

92/102/135

Zwaluwenlaan

Kamperland

8

162

Zwanenlaan

Kamperland

10

172

Bijlage 2: Monumentenregister

Kern/type monument

Straatnaam

Monument nr.

Colijnsplaat

Korenmolen

Colijnsplaatseweg 2a

23773

Korenmolen

Havelaarstraat 113

23777

Kerk

Havelaarstraat 30

23776

Toren

Havelaarstraat 30

23775

Woning

Havenstraat 11

23774

Woning

Voorstraat 9

23778

Woning

Voorstraat 25

23779

Woning

Voorstraat 26

23791

Woning

Voorstraat 27

23780

Woning

Voorstraat 31

23781

Woning

Voorstraat 33

23782

Woning

Voorstraat 35

23783

Woning

Voorstraat 37

23784

Woning

Voorstraat 44

23792

Woning

Voorstraat 46

23793

Woning

Voorstraat 51

23785

Woning

Voorstraat 53

23786

Woning

Voorstraat 55

Woning

Voorstraat 59

23787

Woning

Voorstraat 61

23788

Woning

Voorstraat 67

23789

Woning

Voorstraat 69

23790

Kats

Kerkgebouw

Kerkstraat 3

23772

Kortgene

Woning

Hoofdstraat 34

507661

Woning

Hoofdstraat 100

507660

Toren

Kerkgang 2

23769

Kerk

Kerkgang 2

23770

Molen

Molendijk 1

23771

Geersdijk

Boerderij

Geersdijkseweg 31

507655 (dwarsdeel-schuur)

507654 (woonhuis)

507653 (boerderij)

507656 (varkenshok)

507657 (wagenschuur)

507658 (toegangshek)

Boerderij

Stekeldijk 18

Stekeldijk 19

39103

Kamperland

Boerderij

Oosthavendijk 2

39100

Boerderij

Baas Huisweg 14/15

39102

Boerderij

Sint Felixweg 3

39101

Veerdam met L-steiger

t.p.v. Reigerlaan 1

507662

Wissenkerke

Wagenschuur

Dorpsdijk. t.p.v. 98

39095

Woning

Dorpsdijk 100

39096

Woning

Dorpsweg 1a

39097

Korenmolen

Ooststraat 28b

39098

Korenmolen

Boomdijk 1

39099

Vollebregtorgel en het Müllerorgel

Voorstraat 12

527255

Gietijzeren waterpomp

Bij Voorstraat 12

507659

Bijlage 3: Beoordelingsaspecten nader toegelicht

Hieronder zijn alle behandelde beoordelingsaspecten nader toegelicht en gevisualiseerd.

Plaatsing

In de deze categorie komt de situering van een gebouw aan de orde. De positie van het gebouw in relatie tot de belendingen en de publieke ruimte.

Verkavelingtype:

Beschrijft de type verkaveling van de gebouwen. Het gaat hierbij om de typologie, oriëntatie en de relatie tussen gebouwen, gerelateerd de onderliggende stedenbouwkundige opzet. Mogelijke variaties zijn: geschakeld, tweeonderéénkap, vrijstaand, gesloten bouwblok, (half)open bouwblok, strokenverkaveling, e.d.

Positie onderling:

Beschrijft de onderlinge plaatsing van gebouwen. Het gaat hierbij om de plaatsing in de diepte van de kavel en betreft de wandvorming in de daarvoor bestemde zone. De wandvorming is optimaal bij gebruik van rooilijnen en minder groot bij rangschikking die volgen uit de toepassing van marges of andersoortige differentiaties. Mogelijke variaties zijn: in de rooilijn, wisselend, trapsgewijs, vaste marges, gevarieerd, e.d.

Afstand onderling:

Beschrijft de onderlinge tussenafstand van gebouwen. Het gaat hierbij om de plaatsing in de breedte van de kavel en betreft de onderlinge aansluiting van de gebouwen c.q. de beslotenheid of doorzichtigheid van de ruimtevormende wand in relatie tot de kavel en gebouwbreedte. Mogelijke variaties zijn: gesloten, halfgesloten, vrijstaand, open, gevarieerd e.d

Plaatsing op kavel:

Het gaat hierbij om de plaatsing van het gebouw in relatie tot de kavel waarop het gebouw gesitueerd wordt. Mogelijke variaties zijn gehele breedte, links, midden of rechts op kavel

Richting:

Beschrijft de opstellingsrichting van een gebouw. Het gaat hierbij om de hoofdrichting van het gebouw of de richting van de hoofdvorm in de zone van de ruimtevormende wand. Mogelijke variaties zijn: evenwijdig of dwars aan de weg, wisselend met een bepaalde ordening of gevarieerd, e.d.

Herhaling, ritmiek:

Beschrijft de mate aan samenhang door herhaling of ritmiek van een verzameling gebouwen. Het gaat hier om de herhaling van gebouwen of onderdelen daarvan in een bepaalde ordening of systematiek, waardoor een samenhang ontstaat. Mogelijke variaties zijn: samenhangend, onsamenhangend.

Massa en vorm

Het gaat hier om de hoofdvorm en –massa van een gebouw in relatie tot of met de omgeving. In de ruimtelijke verschijningsvorm is de massa en de vorm van het gebouw het intermediair tussen stedenbouwkundige en architectonische beeldaspecten.

Opbouw hoofdmassa:

Beschrijft de combinatie van opstandhoogte en bovenbelijning van een gebouw. Met betrekking tot gebouwen gaat hier om de hoogte van het gevelwandvlak en de belijning van de bovenbegrenzing door bijvoorbeeld een kap. Mogelijke variaties zijn: één, twee, drie of meerdere bouwlagen met of zonder kap.

Profiel ruimte:

Beschrijft het dwarsprofiel van de ruimte. Het gaat hier om de karakteristiek van het dwarsprofiel van een ruimte en de daarin /naast gelegen bebouwing. Mogelijke variaties zijn smal, breed, symmetrisch, asymmetrisch, homogeen, gevarieerd

Samenstelling massa:

Beschrijft de compositie en samenstelling van de hoofdvolumes cq. de plasticiteit van de bebouwing. Het gaat hierbij om de afstemming tussen hoofd, aan, en bijgebouwen. Gebouwen kunnen hierdoor hoofdzakelijk enkelvoudig of samengesteld van samenstelling en homogeen of gevarieerd van vorm zijn. Mogelijke variaties zijn: enkelvoudig of samengesteld, homogeen of gevarieerd

Kapvorm en –richting:

Het gaat hierbij om de vorm en richting van de kap. Mogelijke variaties zijn: plat, zadel, schild, mansarde, lessenaar, samengesteld, langs, dwars, divers.

Relatieve omvang:

Beschrijft de verhoudingen van de hoofdafmetingen van een gebouw. Het gaat hier om de onderlinge verhoudingen tussen de driedimensionale afmetingen van een gebouw. Mogelijke variaties zijn: klein, middelgroot, groot, zeer grootschalig

Vormbehandeling:

Beschrijft de modellering of aard van de vorm. Het gaat dan om de kenmerken die de weergave zijn van een vormkarakteristiek. Mogelijke variaties zijn: eenvoudig, gevarieerd, kantig, vloeiend, thematisch, experimenteel, gevarieerd

Gevelkarakteristiek

Het gaat hier om de verschijningsvorm en/of aanzichten van een gebouw. Naast de relatie met de omgeving wordt hier met name de karakteristiek van het gebouw als object beschreven en gewaardeerd.

Gerichtheid en oriëntatie:

Beschrijft de zijde(n) die voor een gebouw gezichtsbepalend en bezien vanaf de publieke ruimte beeldbepalend zijn. Het gaat hierbij om de wisselwerking tussen het gebouw en de (publieke) ruimte. Mogelijke variaties zijn: gericht op publieke ruimte, privéruimte, twee of meerzijdig, gevarieerd e.d.

Geleding:

Beschrijft inzake belijning en/of reliëf het hoofdaccent van de gevelindeling. Mogelijke variaties zijn: verticaal, horizontaal, evenwichtig, figuratief of experimenteel, gevarieerd e.d.

Indeling:

Beschrijft de vorm en indeling van de gesloten en open vlakken zoals ramen en deuren. Het gaat hierbij om vormen en maatverhoudingen van de gevelindeling en de relatie ervan met het gehele gebouw. Mogelijke variaties zijn: traditioneel, gestileerd, neutraal en geordend, gevarieerd en chaotisch e.d.

Plasticiteit:

Beschrijft de mate aan dieptewerking door het reliëf van bijvoorbeeld negge, kolommen, penanten, metselwerk en andere gevelelementen ten opzichte van de gevel zelf. Het gaat hierbij om reliëf, vormen, maatverhoudingen van bijvoorbeeld negge, kolommen, penanten, metselwerk en andere gevelelementen en de relatie ervan met de gehele gevel. Mogelijke variaties zijn: veel/weinig schaduwwerking, vlak, ongelijk, rijk aan dieptewerking, e.d.

Topgevel:

Beschrijft de typering van topgevels. Mogelijke variaties zijn: (versierde) tuitgevel, (verhoogde) halsgevel, trapgevel en klokgevel e.d.

Detaillering, kleur en materiaal

Het gaat hier om de karakteristieken die invulling geven aan de verschijningsvorm van een gebouw. Ten opzicht van de hiervoor genoemde beoordelingsaspecten zijn deze aspecten bepaald niet ondergeschikt. Juist kleur en materiaal zijn zeer beeldbepalend voor de verschijningsvorm van een gebouw, straat en/of gebied.

Gaafheid en oorspronkelijkheid:

Beschrijft de mate aan oorspronkelijkheid van een bestaand gebouw. Het gaat hierbij om mogelijke vernieuwende of juist verouderde elementen die het (gewenste) straatbeeld verstoren of juist versterken. Mogelijke variaties zijn: verstoord, vernieuwd, herkenbaar, hoofdzakelijk origineel, oorspronkelijk, samenhangend, gevarieerd e.d.

Materiaalgebruik:

Beschrijft de aard en stofuitdrukking van het materiaalgebruik. Het gaat hierbij om de stofuitdrukking van de aan de buitenkant van een gebouw toegepaste materialen t.a.v. de expressie van het gebouw en haar omgeving. Mogelijke variaties zijn: steenachtig, metaal, kunststof, hout, coatings, keramische tegels, glas, glanzend, dof, gevarieerd e.d.

Kleurtoon en toepassing:

Beschrijft de specifieke kleurtoepassing en/of kleurtoon van het kleurgebruik. Het gaat hierbij om de helderheid van de kleurtoepassingen en het typerende kleurgebruik of variaties met betrekking tot de expressie van een gebouw. Mogelijke variaties zijn: donker, middentoon, licht of in de vorm van een gerichte omschrijving/ uniform, gevarieerd, ingetogen, contrasterend.

Decoraties en ornamenten:

Beschrijft constructieve details, ornamenten en decoraties. Het gaat hierbij om de bijzondere verrijking die ruimte en bebouwing ondervindt van (constructieve) details en bijzondere ornamentiek. Mogelijke variaties zijn: eventuele kenmerkende ornamenten en decoraties eventueel gecombineerd met de toevoeging fijn, matig, grof, weinig of gecombineerd met gelijkvormig, gevarieerd.

Bijlage 4: Begrippenlijst

A

Aanbouwen:

Grondgebonden toevoeging meestal van één bouwlaag aan een gevel van een gebouw.

Aangekapt:

Met kap bevestigd aan dakvlak.

Aardtinten:

Natuurlijke tinten; meestal rood, bruin of groen.

Achtergevellijn:

Denkbeeldige lijn die strak langs de achtergevel van een gebouw loopt tot aan de perceelsgrenzen.

Achterkant:

De achtergevel, het achtererf en het dakvlak aan de achterzijde van een gebouw; de zijgevel, het zijerf en het dakvlak aan de zijkant van een gebouw, gelegen tussen de voorgevelrooilijn en achtergevelrooilijn, voor zover die zijde niet gekeerd is naar de weg of openbaar groen.

Afdak:

Hellend dak, hangend of op stijlen aangebracht tegen een gebouw of een muur, om als gedeeltelijke beschutting te dienen.

Afstemmen:

In overeenstemming brengen met.

Asymmetrische kap:

Zadeldak met twee ongelijke dakvlakken, ongelijkheid mogelijk in hellingshoek en in lengte van het dakvlak.

Authentiek:

Overeenstemmend met het oorspronkelijke; ook wel origineel, eigen kenmerken dragend of oorspronkelijk.

B

Bakgoot:

Goot, voor de gevel aangebracht, bestaande uit een bodem en opstanden aan binnen- en buitenzijde; meestal van hout.

Band:

Horizontale versiering in de gevel in afwijkend materiaal, meestal natuursteen, kunststeen of baksteen.

Bebouwing:

Eén of meer gebouwen en/of andere bouwwerken.

Bebouwings­blok:

Meerdere panden vormgegeven als één samenhangend geheel.

Beschot:

Houten bekleding van een muur; meestal niet tot de volle hoogte.

Bedrijfs­bebouwing:

Gebouwen ten behoeve van bedrijven zoals hallen, werkplaatsen en loodsen; hebben meestal een utilitair karakter.

Behouden:

Handhaven, bewaren, in stand houden.

Belendende:

Naastgelegen, (direct) grenzend aan.

Beuk:

Romp of lichaam van een gebouw; gebruikt ter onderscheiding van verschillende gebouwdelen.

Bijgebouwen:

Grondgebonden gebouw meestal van één bouwlaag dat los van het hoofdgebouw op de kavel staat; meestal bedoeld als schuur, tuinhuis of garage.

Blinde wand, muur of gevel:

Gevel of muur zonder raam, deur of andere opening.

Boeiboord:Boerderij:

Opstaande kant van een dakgoot of dakrand, meestal uitgevoerd in hout of plaatmateriaal.

Boog:

Gebouw/gebouwen op een erf met een (oorspronkelijk) agrarische functie en het daarbij horende woonhuis.

Boogveld:

Het vlak dat wordt begrensd door de binnenzijde van een boog en de (denkbeeldige) horizontale lijn die de aanzetten ervan verbindt.

Bordes:

Verhoogd platform dat uitspringt voor de ingang van een gebouw, bereikbaar over een aantal treden; meestal van natuursteen.

Borstwering:

Gedeelte van de muur tussen vloer en onderzijde van een venster.

Bouwblok:

Een geheel van geschakelde bebouwing.

Bouwen:

Het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen of het vergroten van een bouwwerk.

Bouwlaag:

Gedeelte van een bouwwerk tussen twee vloeren, met uitzondering van souterrain of zolder.

Bouw-vergunning:

Vergunning als bedoeld in artikel 40, eerste lid van de Woningwet.

Bouwperceel:

Een aaneengesloten terreinoppervlak, waarop krachtens het bestemmingsplan een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegestaan.

Bouwwerk:

Elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, welke hetzij direct of indirect met de grond verbonden is, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond.

Bovenbouw:

Het bovendeel van een gebouw; heeft meestal betrekking op de schuine kap van een huis met de daarbij behorende kopgevels.

Bovenlicht:

Raam boven de voordeur.

Buitenplaats:

Buitenverblijf met herenhuis (kasteel of landhuis) met bijgebouwen en omringende privé-tuin of park, meestal met specifiek ontworpen aanleg; voornamelijk in de 17e en 18e eeuw gesticht.

Bungalow:

Meestaal vrijstaande woning waarvan alle vertrekken op de begane grond zijn gesitueerd.

C

Carport:

Afdak om de auto onder te stallen, meestal bij of grenzend aan een woning.

Classicisme:

Stroming in de bouwkunst, bouwstijl.

Conformeren:

Zich voegen naar, gelijkvorming maken aan, aanpassen aan of afstemmen op.

Context:

Omgeving, situatie, geheel van omringende ruimtelijke kenmerken.

Contrasteren:

Een tegenstelling vormen.

Cul-de-sac:

Een doodlopende straat, eindigend in een lus.

Cultuurhisto­rische waarde:

De aan een bouwwerk of een gebied toegekende waarde gekenmerkt door het beeld dat is ontstaan door het gebruik dat de mens in de loop van de geschiedenis heeft gemaakt van dat bouwwerk of dat gebied.

D

Dak:

Overdekking van een gebouw of onderdeel ervan, bestaande uit één of meer hellende vlakken (schilden) of uit een horizontaal vlak.

Dakafdekking:

Vlak of hellend dak van een gebouw, waarop dakbedekking is aangebracht.

Dakhelling:

De hoek van het dakvlak ten opzichte van de vloer.

Dakkapel:

Ondergeschikte toevoeging aan een dakvlak, vooral bedoeld om de lichttoevoer te verbeteren en het bruikbaar woonoppervlak te vergroten.

Daklijst:

Lijst tussen de bovenkant van de gevel en de voet van het dakvlak; meestal van steen of hout.

Dakopbouw:

Een toevoeging aan de bouwmassa door het verhogen van de nok of dakrand van het dak, die het silhouet van het oorspronkelijke dak verandert.

Dakoverstek:

Het ten opzichte van de gevel uitstekende deel van het dak.

Dakpan (beton):

Een cementstenen tegel ter bedekking van het dak; in vrijwel alle kleuren mogelijk.

Dakpan (gebakken):

Een uit klei gebakken tegel ter bedekking van het dak; roodkleurig.

Dakpan (geglazuurd):

Een uit klei gebakken tegel ter bedekking van het dak, voorzien van glazuurlaag; meestal in de kleuren zwart, rood, geel of groen.

Dakpan (gesmoord):

Een uit klei gebakken tegel ter bedekking van het dak; door rooktoevoeging tijdens het bakproces grijskleurig.

Dakraam:

Raam in een dak.

Daktrim:

Afwerking aan de bovenzijde van de dakrand ten behoeve van waterkering.

Dakvlak:

Een vlak van het dak/kap.

Damwandprofiel:

Metalen beplatingmateriaal met een damwandprofilering.

Detail:

Ontmoeting/aansluiting van verschillende bouwdelen zoals gevel en dak of gevel en raam.

Detaillering:

Kleine toevoegingen aan een gebouw ter decoratie.

Diversiteit:

Verscheidenheid, afwisseling, variatie.

Donjon:

De woontoren van een burcht; doorgaans zonder entree of ramen op de begane grond.

Drager en invulling:

De drager is de constructie van een gebouw waaraan de invulling is toegevoegd om te beschermen tegen weer en wind (heeft vooral betrekking op gebouwen uit de jaren vijftig en zestig, waarbij het verschil tussen drager en invulling werd gebruikt om de woning in een groot gebouw of rij huizen te onderscheiden).

E

Ensemble:

Architectonisch en stedenbouwkundig compositorisch geheel.

Entree:

Ingang van een gebouw.

Erf:

Al dan niet omheind stuk grond dat in ruimtelijk opzicht direct hoort bij, in functioneel opzicht ten dienste staat van, en in feitelijk opzicht direct aansluit aan een gebouw en dat blijkens de kadastrale gegevens behoort tot het perceel waarop dat gebouw is geplaatst. (Artikel 1 Woningwet)

Voorerf:

Gedeelte van het erf tussen de voorgevellijn en de aan de voorkant van die lijn gelegen perceelsgrens.

Achtererf:

Gedeelte van het erf tussen de achtergevellijn en de aan de achterkant van die lijn gelegen perceelsgrens.

Zijerf:

Gedeelte van het erf tussen een zijgevellijn en de aan de zijkant van de lijn gelegen perceelsgrens.

Erfafscheiding:

Een bouwwerk bedoeld om het erf of perceel af te bakenen van een buurerf of de openbare ruimte.

Erker:

Kleine toevoeging van meestal één bouwlaag aan de gevel van een gebouw, op de begane grond meestal uitgevoerd in metselwerk, hout en glas.

F

Flat:

Groot gebouw met meerdere verdiepingen/woonlagen. De appartementen in de flat zijn meestal gelijkvloers en worden op hun beurt eveneens flat/flatjes genoemd.

Fronton:

Driehoekig of segmentvormige bekroning van een (klassiek) gebouw of van een onderdeel daarvan.

G

Galerij:

Gang aan de buitenkant van een (flat)gebouw die toegang verschaft tot de afzonderlijke woningen.

Gebouw:

Elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt.

Gepotdekseld:

Horizontaal gedeeltelijk over elkaar vallende gevelbeplating (oorspronkelijk houten planken).

Gevel:

Verticaal scheidingsvlak van een gebouw tussen buiten en binnen.

Gevel­detaillering:

Geheel van onderdelen van een gevel die samen het totaalbeeld van de gevel bepalen.

(Gevel)geleding:

Onderverdeling van de gevel in kleinere vlakken. Verticale, horizontale of figuratieve indeling van de gevel door middel van gevelopeningen, metselwerk, inspringingen of andere gevelkenmerken en -detailleringen.

Gevelsteen:

Een stenen plaat of blok in de gevel, waarin een bouwopschrift, afbeelding of naam is opgenomen.

Goot(hoogte):

Horizontale waterafvoer; meestal tussen gevel en dakvlak.

Gootklossen:

Uit de muur stekende houten of gemetselde blokjes ter ondersteuning van goten.

Gootlijn:

Veelal horizontale lijn die een goot of meerdere goten aan de gevel vormen.

H

Halsgevel:

Een gevel waarvan het middendeel hoger is opgetrokken tot een rechthoekige hals.

Hardsteen:

Verzamelnaam voor verschillende soorten blauwgrijze, fossielenrijke natuursteen.

Hoekaanbouw:

Grondgebonden toevoeging meestal van één bouwlaag aan de hoek van een gebouw.

Hoekkeper:

Snijlijn van twee aansluitende dakvlakken bij een naar buiten gerichte hoek.

Hoofdgebouw:

Een gebouw, dat op een bouwperceel door zijn constructie of afmetingen als belangrijkste bouwwerk valt aan te merken.

I

Industriebebouwing:

Bebouwing met een industriële bestemming.

Inbreiding:

Nieuwbouw op een reeds bestaande open ruimte binnen de bebouwde kom.

K

Kap:

Samenstel van houten, ijzeren of betonnen onderdelen dat de dakbedekking draagt.

Kaprichting:

Hoofdrichting van het dakvlak, meestal bepaald door de richting van de nok.

Kavel:

Grondstuk, kadastrale eenheid.

Kerkring:

Terrein rond een (dorps)kerk, meestal door een kerkgracht, straat en bebouwingswand omgeven.

Kern:

Veelal kleinschalig stedelijk gebied, ook wel centrum van een dorp of stad.

Kilkeper:

Snijlijn van twee aansluitende dakvlakken bij een naar binnen gerichte hoek.

Klokgevel:

Een gevel waarvan de top de vorm van de doorsnede van een klok of bel heeft.

Klossen:

Uit de muur stekende houten of gemetselde blokjes ter ondersteuning van uitstekende onderdelen van een gebouw zoals dakgoten.

Komvorming:

De verdichting van bebouwing op een bepaalde locatie, waaruit een nederzetting ontstaat; meestal op een kruispunt van routes.

Koofbord:

Gebogen vlak dat de overgang vormt van een vlakke zoldering of vlak plafond naar de muur.

Kop:

In het algemeen gebruikt om de smalle kant van een rechthoekige vorm aan te duiden, bijvoorbeeld bij een gebouw.

Kopgevel:

De gevel aan de smalle zijde van een bebouwingsblok.

Kroonlijst:

Een uitdrukkelijk geprofileerde of geornamenteerde lijst.

L

Lak:

Afwerklaag van schilderwerk.

Landschappelijke waarde:

De aan een gebied toegekende waarde, gekenmerkt door het waarneembare deel van het aardoppervlak, dat wordt bepaald door de onderlinge samenhang en beïnvloeding van (niet levende en levende) natuur.

Langsgevel:

Een gevel zonder top of lijst; meestal in de lange zijde van een bebouwingsblok.

Latei:

Draagbalk boven gevelopening.

Lessenaarsdak:

Dak met één hellend, niet onderbroken dakvlak.

Lichtkoepel:

Raamconstructie in de vorm van een koepel; meestal in een plat dak.

Lijst:

Een versierde en/of geprofileerde rand of strook; meestal als bekroning van de bovenzijde van een gevel of omtrekking van een opening.

Lijstgevel:

Een gevel die aan de bovenzijde wordt beëindigd door een lijst.

Lineair:

Rechtlijnig, langgerekt.

Lint(bebouwing):

Langgerekte lijn van (veelal vrijstaande) bebouwing langs een weg of waterverbinding.

Luifel:

Een meestal plat uitgebouwd afdak, vaak boven een deur.

M

Maaiveld:

Bovenzijde van het terrein dat een bouwwerk omgeeft, de grens tussen grond en lucht.

Makelaar:

Decoratieve bekroning van een geveltop, aangebracht als verbinding tussen de afzonderlijke delen van de daklijst.

Mansardekap:

Een dak met aan twee zijden onder een stompe hoek geknikt of gebroken dakvlak.

Markies:

Opvouwbaar zonnescherm.

Massa:

Zichtbaar volume van bebouwing.

Metselverband:

Het zichtbare patroon van metselwerk.

Middenstijl:

Verticaal deel in het midden van een deur- of raamkozijn.

Monument:

Aangewezen onroerend goed als bedoeld in artikel 3 van de Monumentenwet 1988.

Muuranker:

Een ijzeren penconstructie waarmee houten balken aan een muur bevestigd worden, om deze voor uitwijken te behoeden.

Muurdam:

Op de erfgrens aan de gevel gemetselde muur.

Muurplaquette:

Een plaat op de gevel, waarin een bouwopschrift, afbeelding of naam is opgenomen.

N

Natuurlijke waarde:

De aan een gebied toegekende waarde, gekenmerkt door geologische, geomorfologische, bodemkundige en biologische elementen, zowel afzonderlijk als in onderlinge samenhang.

Natuursteen:

Steen die in de aardbodem gevonden wordt als oergesteente of sedimentgesteente; meestal gebruikt in bestrating, geveldetaillering of gevelbeplating.

Negge:

Het vlak dat wordt bepaald door de aanwezige ruimte tussen de buitenkant van de gevel en het kozijn.

Nok:

Horizontale snijlijn van twee dakvlakken, de hoogste lijn van het dak.

O

Ondergeschikt:

Voert niet de boventoon.

Onderbouw:

Het onderdeel van een gebouw; heeft meestal betrekking op de begane grond van een huis met meerdere verdiepingen.

Ontsluiting:

De toegang tot een gebouw, gebied of een terrein.

Oorspronkelijk:

Origineel, aanvankelijke vorm, authentiek.

Oorspronkelijke gevel:

Gevel van een gebouw zoals deze als nieuw is gebouwd.

Organische groei:

Geleidelijke en individuele ontwikkeling van gebouwen binnen bestaande structuren..

Ornament:

Een element zonder constructieve functie dat is aangebracht ter verfraaiing van een bouwwerk.

Ornamentiek:

Mate waarin een bouwwerk is verfraait.

Orthogonaal:

Rechthoekig.

Oriëntatie:

De hoofdrichting van een gebouw.

Overstek:

Bouwdeel dat vooruitsteekt ten opzichte van het eronder gelegen deel.

P

Palissade:

Omheining van palen, ter bescherming en verdediging aangebracht.

Paneel:

Rechthoekig vlak, geplaatst in een omlijsting.

Penant:

Gemetselde steunpilaar van het fundament van een gebouw, metselwerk in een gevel langs openingen.

Pilaster:

Weinig uitspringende muurpijler, die dient om een boog of hoofdgestel te dragen.

Plaatmateriaal:

Plaat van kunststof, staal of hout; meestal ten behoeve van gevelbekleding.

Planmatige uitbreiding:

Gelijktijdige en gezamenlijke ontwikkeling van gebouwen.

Plasticiteit:

De mate aan dieptewerking door het reliëf in de gevel, bijvoorbeeld door kozijnen, penanten, metselwerk en andere gevelelementen; veroorzaakt licht- en schaduwwerking in de gevel.

Pleisterlaag:

Een laag mortel die het oorspronkelijke bouwmateriaal bedekt, waardoor een gladde afwerking ontstaat.

Plint:

Een duidelijk te onderscheiden horizontale band aan de onderzijde van een gebouw; oorspronkelijk als stootlijst.

Portiek:

Gemeenschappelijke trappenhuis en/of een terugspringende ruimte voor de straat- of toegangsdeur.

Positionering:

Plaats van een bouwwerk op de kavel.

Pui:

De ondergevel van een gebouw; meestal door materiaalgebruik of invulling afwijkend van bovengevel.

Punt-, piramide- of tentdak:

Dak gevormd door vier driehoekige dakschilden die in één punt bijeenkomen.

Puntgevel:

Gevel eindigend met een driehoekig bovendeel, overeenkomend met de vorm van het aansluitende zadeldak.

R

Raamdorpel:

Horizontal stenen element onder onderdorpel van een houten kozijn, dat ervoor zorgt dat water onder het kozijn buiten het muurvlak wordt afgevoerd.

Raamlijst:

Een lijst die een raamopening omtrekt.

Radialen:

Wegen die vanuit het centrum naar buiten lopen; meestal gecombineerd met een ringstructuur.

Referentiekader:

Het geheel van waarden en normen binnen een bepaalde groep waarnaar verwezen kan worden.

Renovatie:

Vernieuwing.

Respecteren:

Met eerbied behandelen, eerbiedigen, waarderen.

Rijenwoningen:

Geschakelde eengezinswoningen in een rij.

Ritmiek:

Regelmatige herhaling.

Roedeverdeling:

De verdeling van horizontale en verticale latten (roeden) die de verschillende kleine ruitjes binnen één kozijn op hun plaats houden.

Rolboog:

Een gebogen constructie in baksteen, om de drukkracht boven een opening op te vangen.

Rolkast:

Kast waarin een rolluik wordt opgerold.

Rollaag:

Een in verband gemetselde laag van op hun kant of kop gemetselde stenen. Horizontale rij stenen boven gevelopening of aan bovenzijde van gemetselde wand.

Rolluik:

Oprolbaar vensterluik van smalle latjes.

Rooilijn:

Denkbeeldige lijn die aangeeft waarbinnen gebouwd mag worden.

S

Schilddak:

Dak, gevormd door twee driehoekige schilden aan de smalle en twee trapeziumvormige schilden aan de lange zijde.

Selectiviteit:

Waarde als onderscheidingsmiddel, uitkiezend.

Sieranker:

Sierlijk gesmeed of gietijzeren muuranker.

Situering:

Plaats van het bouwwerk in zijn omgeving.

Speklaag:

Lichte natuurstenen band als afwisseling in baksteenmetselwerk, doorgaans van Brabantse arduin, later ook van zandsteen.

Steunbeer:

Massieve verticale steun voor een muur; gebruikt om zijwaartse druk op te vangen.

Stijl:

Architectuur of vormgeving uit een bepaalde periode of van een bepaalde stroming.

Stoep:

Geplaveide strook langs een straat, behorend bij het aangrenzende gebouw; meestal in hardsteen.

Stoephek:

Hek als afscheiding tussen private stoep en openbare weg; meestal van smeedijzer.

Stoeppaal:

Hardstenen of ijzeren paal als afscheiding tussen private stoep en openbare weg; tussen de stoeppalen zijn meestal kettingen of stangen bevestigt.

Straatprofiel:

De verticale doorsnede van een straat, gezien van gevel tot gevel.

Straatwand:

De fysieke ruimtelijke beëindiging van een straat; meestal door bebouwing, soms ook door andere objecten.

T

Tableau:

Een gevelvlak waarin een afbeelding is opgenomen.

Tactiel:

Met de tastzin verbonden.

Tegelwerk:

Wandbekleding van tegels, meestal van gebakken klei.

Tent-, punt- of piramidedak:

Dak gevormd door vier driehoekige dakschilden die in één punt bijeenkomen.

Textuur:

De waarneembare structuur van een materiaal (bij metselwerk dus de oneffenheden van de steen en het voegwerk).

Timpaan:

In een fronton besloten veld.

Topgevel:

Gevel met een bekroning aan de korte zijde van het gebouw. De gevellijn volgt daarbij in grote lijnen het min of meer driehoekige dak. Hiertoe behoren de hals-, klok-, punt-, schouder-, trap- en tuitgevel.

Trapgevel:

Een gevel waarvan de top trapsgewijs smaller wordt.

Travee:

Het geveldeel dat zich tussen twee verticale elementen bevindt.

Tuitgevel:

Een puntgevel waarvan de top eindigt in een smalle rechthoekige hals.

T-venster:

Een venster waarvan het onderste gedeelte van een middenstijl is voorzien en waarin de roeden een T-vorm maken.

U

Uitbouw:

Aan het gebouw vastzittend bouwwerk dat rechtstreeks vanuit het gebouw toegankelijk is.

V

Vensterluik:

Een draaibaar houten schot of paneel waarmee een venster aan de buitenzijde geheel of gedeeltelijk kan worden bedekt.

Verdichten:

Het steeds verder invullen van open ruimtes met bebouwing.

Vestingstad:

Een met verdedigingswerken versterkte stad, doorgaans omringd door verdedigingswallen en grachten.

Vista:

Uitzicht, zichtlijn, uitzichtpunt.

Vleugelstuk:

Een houten of stenen klauw dat gewoonlijk ter verfraaiing paarsgewijs aan weerskanten van een geveltop of dakkapel is geplaatst.

Volant:

Strook stof als onderste beëindiging en versiering van zonnescherm of markies.

Voorgevellijn:

Denkbeeldige lijn die strak langs de voorgevel van een bouwwerk loopt tot aan de perceelsgrenzen.

Voorkant:

De voorgevel, het voorerf en het dakvlak aan de voorzijde van een gebouw; de zijgevel, het zijerf en het dakvlak aan de zijkant van een gebouw, gelegen tussen de voorgevelrooilijn en achtergevelrooilijn, voor zover die zijde gekeerd is naar de weg of openbaar groen.

W

Wandwerking:

De mate waarin een gebouw of aantal gebouwen als straatwand fungeren.

Windveer:

Plank bevestigd langs de kanten van een met riet of pannen gedekt dak ter afdekking van de voorrand, meestal van decoratief houtsnijwerk.

Woning:

Een complex van ruimten, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één afzonderlijke huishouding.

Wolfdak:

Meestal een zadeldak waarvan één of beide dakschilden op de kop een afgeknot dakschild heeft (wolfeind).

Z

Zadeldak:

Een dak dat aan twee zijden schuin is met een symmetrisch profiel.

Zijgevellijn:

Denkbeeldige lijn die strak langs de zijgevel van een bouwwerk loopt tot aan de perceelsgrenzen.

Bijlage 5: Reglement van orde van de welstandscommissie

In de praktijk blijken er grote verschillen in werkwijze tussen de (provinciale) welstandsorganisaties, waardoor het vrijwel onmogelijk is om een universeel toepasbare tekst voor een reglement van orde op te nemen in de modelbouwverordening. De verschillen hebben ondermeer betrekking op het al dan niet werken met rayonarchitecten, het al dan niet gebruik van subcommissies en het al dan niet samenwerken met een monumentencommissie. Een reglement van orde, afgestemd op de eigen werkwijze, stellen gemeenten in het algemeen op in samenwerking met de provinciale welstandsorganisaties waarbij zij zijn aangesloten.

Toelichting

Benoeming en samenstelling van de welstandscommissie

1.1 Benoemingsprocedure

1.2 Samenstelling welstandscommissie

Taakomschrijving

2.1 Taakomschrijving welstandscommissie

2.1.1 Wettelijke taken

2.1.2 Niet wettelijk verplichte taken

2.2 Taakomschrijving commissieleden

2.2.1 Taken van de gemandateerde architect

2.2.2 Taken van de voorzitter

2.2.3 Taken van de architectsecretaris

Werkwijze Bouw en Woningtoezicht

Werkwijze van de welstandscommissie

4.1 Vooroverleg over bouwplannen

4.2 Gemandateerde behandeling

4.2.1 Mandaat ‘kleine commissie’

4.2.2 Het mandaatadvies

4.2.3 Openbaarheid gemandateerde behandeling

4.2.4 Toelichting opdrachtgever/ontwerper

4.2.5 Spreekrecht

4.3 Openbare commissievergadering

4.3.1 Locatie vergadering

4.3.2 Publicatie agenda

4.3.3 Toelichting opdrachtgever/ontwerper

4.3.4 Spreekrecht

4.4 Het welstandsadvies

4.5 Afwijken van welstandsadvies en/of welstandscriteria

4.5.1 Second opinion

Aanvulling, evaluatie en aanpassing van de welstandsnota

5.1 Jaarverslag B&W

5.2 Jaarverslag welstandscommissie

Benoeming en samenstelling van de welstandscommissie

1.1Benoemingsprocedure

De gemeenteraad wijst op voordracht van het college van B&W de stichting ‘Dorp, Stad & Land’ (DSL) aan als de welstandscommissie. DSL legt de gemeente een lijst voor met de beoogde commissieleden. Dit betreft de voorzitter, de architectsecretaris, de gemandateerde architect(en) en hun plaatsvervangers. Indien gewenst, vindt overleg plaats tussen DSL en de gemeente. De gemeenteraad benoemd en ontslaat, aan de hand van deze lijst, de afzonderlijke leden van de welstandscommissie.

Voor de benoeming van burgerleden en hun plaatsvervangers geldt een afwijkende procedure. De gemeente kan burgerleden voordragen ter benoeming. Alvorens dit te doen, kunnen B&W overleggen met DSL over het gewenste profiel van het burgerlid of de burgerleden. DSL stelt u voor, ingeval B&W daartoe besluit, het aantal burgerleden te beperken tot twee. Burgerleden ontvangen via de gemeente een onkostenvergoeding.

Alle leden van de welstandscommissie en hun plaatsvervangers worden benoemd voor een periode van drie jaar, met de mogelijkheid van verlenging met nog eens drie jaar. Een benoemingsboekhouding wordt opgezet en bijgehouden door DSL. Bij afwezigheid van de voorzitter of de leden van de commissie, treden plaatsvervan¬gers op in de commissievergadering. Het gemandateerde commissielid kan zich door een collega laten vervangen. De voorzitter, de architectsecretaris de gemandateerde commissieleden, de externe deskundigen, het burgerlid/de burgerleden en hun plaatsvervangers zijn onafhankelijk ten opzichte van het gemeentebestuur en de gemeentelijke organisatie. Er bestaan geen bindingen of relaties op basis waarvan het advies over de welstandsaspecten wordt beïnvloed. De commissie is beleidsmatig gebonden aan het gemeentelijk welstandsbeleid. De commissie streeft naar voortdurende afstemming met het beleid inzake de ruimtelijke ontwikkeling van de gemeente.

Samenstelling van de commissie

De advieswerkzaamheden van de welstandscommissies van DSL zijn georganiseerd in drie stappen. De grote en overkoepelende commissie; de standaard commissies per regio (en/of per stad) en de gemandateerde architecten namens de standaardcommissies.

De grote commissie komt ten minste 4 keer per jaar bijeen. Deze commissie heeft als voornaamste doel de deskundigheidsbevordering van de commissieleden. Het feitelijke advieswerk wordt verricht via standaardcommissies.

a.Standaardcommissie.

De welstandscommissie bestaat uit tenminste 3 deskundige leden. Een deskundig voorzitter, de architectsecretaris en het gemandateerde commissielid. De commissieleden zijn deskundig op het terrein van architectuur, stedenbouw en aanverwante vakgebieden. De welstandscommissie kan zich naar eigen inzicht laten bijstaan door extra deskundigen van het bureau van DSL of daarbuiten. Dit betreft disciplines als cultuur en bouwhistorie, en landschapsarchitectuur. Afhankelijk van het type plan dat moet worden beoordeeld, nemen de extra deskundigen deel aan de vergadering. Zij hebben geen stemrecht, tenzij ze als commissielid zijn benoemd door de gemeente. De standaardcommissie van DSL is in de regio’s actief als commissie voor meerdere kleinere gemeenten en als stadscommissie.

In de standaardwelstandscommissie hebben geen burgers zitting.

b.Integrale welstands en monumentencommissie.

De gemeente wijst DSL aan om naast welstandsaspecten van bouwplannen ook te adviseren inzake wijzigingsplannen voor monumenten. Dit vindt plaats door een integrale welstands en monumentencommissie. Deze commissie bestaat uit een deskundig voorzitter, de architectsecretaris, de gemandateerde en tenminste één monumentendeskundige van DSL. Ook deze integrale welstands en monumentencommissie kan zich naar eigen inzicht laten bijstaan door extra deskundigen van het bureau van DSL of daarbuiten. Dit betreft disciplines als cultuur en bouwhistorie, en landschapsarchitectuur. Afhankelijk van het type plan dat moet worden beoordeeld nemen de extra deskundigen deel aan de vergadering. Zij hebben geen stemrecht, tenzij ze als commissielid zijn benoemd door de gemeente.

In de integrale welstands en monumentencommissie hebben geen burgers zitting.

De integrale commissie brengt bij wijzigingsplannen voor monumenten een advies uit, waarin zowel de aspecten op grond van de Woningwet 2002 (welstandsbeleid), als aspecten op grond van de Monumentenwet 1988 en gemeentelijke en provinciale monumentenverordeningen worden betrokken. In het geïntegreerde advies komt duidelijk naar voren welke aspecten betrekking hebben op de welstand en welke op de cultuurhistorische elementen. De commissie formuleert één gezamenlijke conclusie.

De integrale commissie kan slechts adviezen uitbrengen indien tenminste drie leden aanwezig zijn (waaronder de gemandateerde architect en de architectsecretaris of zijn/haar monumentendeskundige of zijn/haar vervanger vereist.vervanger) en waarvan tenminste twee leden deskundig zijn op het gebied van welstand. Voor de behandeling van monumentenplannen is daarnaast altijd de aanwezigheid van de monumentendeskundige of zijn/haar vervanger vereist.

Taakomschrijving

2.1Taakomschrijving welstandscommissie

De welstandscommissie is belast met zowel wettelijk verplichte als niet wettelijk verplichte taken. De wettelijke taken van de (integrale) welstands en monumentencommissies van DSL worden uitgevoerd op grond van de Woningwet 2002, de Monumentenwet 1988 en gemeentelijke en provinciale monumentenverordeningen. De commissie is beleidsmatig gebonden aan het gemeentelijk welstandsbeleid, zoals dat is vastgelegd in de gemeentelijke welstandsnota.

2.1.1Wettelijke taken

Toetsing van vergunningplichtige bouwwerken. De commissie is bevoegd om B&W te adviseren over de welstandsaspecten van aanvragen om omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 44, lid 1 van de Woningwet 2002.

2Jaarverslag welstandscommissie.

De welstandscommissie legt de gemeenteraad eenmaal per jaar een verslag voor van de door haar verrichte werkzaamheden. In het verslag zet de commissie tenminste uiteen op welke wijze zij toepassing heeft gegeven aan de welstandscriteria uit de welstandsnota, de werkwijze van de welstandscommissie, op welke wijze uitwerking is gegeven aan de openbaarheid van vergaderen, de aard van de beoordeelde plannen en de bijzondere projecten. Tenminste eenmaal per jaar vindt, ten behoeve van het jaarverslag, een evaluatiegesprek plaats tussen een vertegenwoordiging van het gemeentebestuur en de welstandscommissie.

Toetsing van aanvragen door de integrale welstands en monumentencommissie.

Een integrale commissie adviseert inzake wijzigingsplannen voor monumenten en de directe omgeving (zie verder onder 1. Benoeming en samenstelling

2.1.2Niet wettelijk verplichte taken

De welstandscommissie krijgt de opdracht om naast de reguliere taken de volgende (niet wettelijk verplichte) taken uit te voeren:

a.Onder de regie van de gemeente, en op verzoek van de commissie, de gemeente of de aanvrager, noodzakelijk geacht overleg voeren met betrokkenen bij de voorbereiding van bouwplannen.

b.Desgevraagd adviezen uitbrengen aan B&W over de welstandsaspecten van in voorbereiding zijnde structuurplannen, bestemmingsplannen, beeldkwaliteitplannen, stedenbouwkundige plannen en andere relevante beleidsstukken.

c.Desgevraagd adviseren over stedenbouwkundige en architectonische ontwikkelingen die van belang zijn voor de ruimtelijke kwaliteit in de gemeente.

d.Desgevraagd adviseren in het geval van excessen: buitensporigheden in het uiterlijk van bouwwerken die ook voor niet deskundigen evident zijn.

e.Voorlichting inzake ruimtelijke kwaliteit aan de gemeenteraad, B&W en burgers.

f.Desgevraagd beheren en actualiseren van de gemeentelijke welstandsnota (digitale Beeld en Geobank).

2.2Taakomschrijving commissieleden

2.2.1Taken van de gemandateerde architect

De gemandateerde architect van DSL is de heer Onrust. Als plaatsvervanger van de heer Onrust kan de heer ir. F.B. van den Meiracker en kan mevrouw ir.A. de Back optreden als gemandateerd architect. De gemandateerde architect van DSL voor (bouw)plannen gelegen in het beschermde dorpsgezicht van Colijnsplaat en betreffende monumentale panden is de heer M.P.H. Raaijmakers.

De gemandateerde architect van DSL heeft namens de commissie iedere 14 dagen zitting in de gemeente. Hij voert als gemandateerd lid van de welstandscommissie de eerste gesprekken – het vooroverleg met de gemeente, planindieners, ontwerpers en andere belanghebbenden, verzamelt relevante informatie en bereidt de behandeling van bouwplannen in de welstandscommissie voor. De plannen waarvoor de gemandateerde architect een mandaat heeft, worden door hem van een advies voorzien.

De gemandateerde architect stelt met de architectsecretaris en de behandelend ambtenaar van Bouw en Woningtoezicht de agenda voor de commissievergadering op. Tijdens de commissievergadering introduceert de gemandateerde architect de bouwplannen en verstrekt gegevens over het relevante welstandsbeleid voor het betreffende plan en/of gebied. De gemandateerde architect werkt op verzoek de beraadslaging en conclusie over een bouwplan uit in een schriftelijk advies, dat in beginsel binnen twee dagen na de commissievergadering na een eindcontrole door de secretaris, verzonden wordt.

Taken van de voorzitter

De voorzitter van de welstandscommissie wordt in principe gerekruteerd uit ervaren praktijkarchitecten en/of stedenbouwkundigen. Hij/zij is verantwoordelijk voor het functioneren van de commissie en de kwaliteit van de advisering. Hij/zij let erop dat de commissie adviseert binnen de kaders van het gemeentelijk welstandsbeleid. Tijdens de openbare vergadering treedt de voorzitter op als gastheer/vrouw voor alle aanwezigen. Hij/zij legt in het kort de vergaderprocedure uit en informeert wie van de aanwezigen bij een bepaald plan wil inspreken. Indien een plan in het vooroverleg is besproken, geeft de voorzitter, de architectsecretaris (of de gemandateerde architect) een korte samenvatting van hetgeen in dat stadium van het planproces besproken is.

De voorzitter leidt de discussie en biedt alle commissieleden de gelegenheid om hun mening voldoende naar voren te brengen. Hij/zij zorgt ervoor dat na een inhoudelijke discussie over een adviesaanvraag een voor alle aanwezigen korte en heldere samenvatting wordt gegeven. De voorzitter bewaakt verder de voortgang van de agenda.

Bij het overleg met de gemeente (bestuurders en ambtenaren) en met de pers treedt de voorzitter namens de commissie naar buiten. De voorzitter organiseert met de commissie een jaarlijkse inhoudelijke evaluatie van de werkzaamheden. De resultaten van de evaluatie worden opgenomen in het jaarlijks verslag van de welstandscommissie.

2.2.3 Taken van de architectsecretaris

De architectsecretaris van de welstandscommissie draagt er zorg voor dat de hem aangeboden grotere bouwplannen op het secretariaat worden ingeboekt en van een dossiernummer worden voorzien. Na behandeling van de adviesaanvragen in de commissies zorgt hij voor een snelle administratieve adviesverwerking door het secretariaat. De adviezen worden door hem ondertekend en met de afgestempelde tekeningen retour gezonden naar de gemeente.

3.Werkwijze Bouw en Woningtoezicht

De welstandsprocedure begint met een selectie van bouwplannen bij de afdeling Beleid en projecten omtrent bouwplannen. De afdeling toetst een bouwplan eerst op de vereisten in het bestemmingsplan en de bouwverordening. Ten behoeve van de welstandstoets beoordeelt de ambtenaar of het bouwplan is voorzien van de benodigde bescheiden om het te kunnen toetsen.

4Werkwijze van de welstandscommissie

4.1Vooroverleg over bouwplannen

De gemeente biedt de aanvrager de mogelijkheid, om een nog niet formeel aangevraagd bouwplan in een vooroverleg met de welstandscommissie toe te lichten en te bespreken. De gemandateerde architect maakt altijd een verslag van het vooroverleg. Dit verslag wordt openbaar als het bouwplan formeel aan de commissie wordt voorgelegd. Vooroverleg vindt in principe in het openbaar plaats. Hiervan kan worden afgeweken na overleg tussen de gemeente, de aanvrager en de welstandscommissie.

4.2Gemandateerde behandeling

De gemandateerde architect behandelt in de regel om de twee weken op locatie de bouwplannen. Hij heeft een mandaat van de standaard welstandscommissie om zelfstandig bouwplannen af te handelen. Het uitgangspunt voor de mandaatverlening is dat de gemandateerde architect alleen de plannen beoordeelt van een relatief geringe ruimtelijke betekenis, of plannen waar gelet op meerdere vergelijkbare gevallen, de mening van de commissie als bekend mag worden verondersteld. Bij twijfel legt de gemandateerde architect het bouwplan voor aan de commissie. De gemandateerde architect heeft voor vergunningplichtige plannen alleen het mandaat om positieve adviezen uit te brengen. De commissie zelf is eindverantwoordelijk voor het welstandsadvies. Tenminste één keer per jaar vindt overleg plaats tussen de gemandateerde architect en de welstandscommissie over het mandaat.

4.2.1Mandaat ‘ kleine commissie’

De gemandateerde architect wordt – op verzoek van de welstandscommissie, de gemeente of op eigen verzoek – bijgestaan door een ander commissielid. Deze ‘kleine commissie’ beschikt over hetzelfde mandaat als de gemandateerde architect.

4.2.2Het mandaatadvies

De gemandateerde architect brengt welstandsadviezen uit aan B&W over de vraag of ‘het uiterlijk en de plaatsing van een bouwwerk, zowel op zichzelf als in verband met de omgeving of de te verwachten ontwikkeling daarvan, niet is strijd is met redelijke eisen van welstand’. Dit wordt beoordeeld aan de hand van de criteria zoals opgenomen in de welstandsnota. Een positief mandaatwelstandsadvies wordt uitgebracht door een stempel op de tekening te plaatsen en het paraferen van het adviesformulier.

4.2.3Openbaarheid gemandateerde behandeling

De behandeling van bouwplannen onder mandaat is openbaar.

De agenda wordt gepubliceerd

De agenda wordt op het gemeentehuis ter inzage gelegd.

4.2.4Toelichting opdrachtgever/ontwerper

Opdrachtgevers en ontwerpers worden altijd in de gelegenheid gesteld om de gemandateerde behandeling van hun plan bij te wonen en toe te lichten. Indien zij bij de behandeling aanwezig willen zijn en gebruik willen maken van het spreekrecht, vermelden ze dit op het daarvoor bestemde formulier of rechtstreeks bij de afdeling Beleid en projecten. De gemeente zorgt voor de uitnodigingen.

4.2.5 Spreekrecht

Tijdens de gemandateerde behandeling wordt de mogelijkheid tot spreekrecht geboden.

4.3Openbare commissievergadering

De welstandscommissie vergadert in de regel één keer per twee weken. De gemandateerde architect behandelt in de tussenliggende periode de kleinere bouwplannen (zie 2.2.1 t/m 2.2.3 voor taken gemandateerde architect, voorzitter en architectsecretaris).

4.3.1Locatie vergadering

De welstandscommissie vergadert op hun locatie in Middelburg. Bij de behandeling van belangrijke bouwplannen kan – op verzoek van de gemeente – worden besloten om in de eigen gemeente te vergaderen.

4.3.2Publicatie agenda

De agenda voor de commissievergadering wordt op de volgende manier gepubliceerd:

a.Ter inzage leggen van agenda.

Via het huisaanhuis blad worden de burgers op de hoogte gesteld van het tijdstip en plaats van de commissievergadering. De agenda wordt op het gemeentehuis ter inzage gelegd.

De openbaarheid geldt voor de beraadslaging over bouwplannen, de beoordeling daarvan en voor de adviezen. De commissievergadering of een gedeelte daarvan is niet openbaar in gevallen als bedoeld in art. 10, eerste lid, van de Wet Openbaarheid van Bestuur en in gevallen waarin het belang van openbaarheid niet opweegt tegen de in art. 10, tweede lid, van die wet genoemde belangen.

4.3.3Toelichting opdrachtgever/ontwerper

Opdrachtgevers en ontwerpers worden altijd in de gelegenheid gesteld om de behandeling van hun plan bij te wonen en toe te lichten. Indien zij bij de behandeling aanwezig willen zijn en gebruik willen maken van het spreekrecht, vermelden ze dit op het daarvoor bestemde formulier of rechtstreeks bij de afdeling Beleid en projecten. De gemeente zorgt voor de uitnodigingen.

4.3.4Spreekrecht

Tijdens de openbare vergadering wordt de mogelijkheid tot spreekrecht geboden.

Zowel opdrachtgevers/ontwerpers als direct belanghebbenden hebben spreekrecht.

4.4Het welstandsadvies

De welstandscommissie brengt heldere en goed beargumenteerde adviezen uit aan B&W over de vraag of ‘het uiterlijk en de plaatsing van een bouwwerk, zowel op zichzelf als in verband met de omgeving of de te verwachten ontwikkeling daarvan, niet in strijd is met redelijke eisen van welstand’. Dit wordt beoordeeld aan de hand van de criteria zoals opgenomen in de welstandsnota. Een welstandsadvies kan de volgende uitkomsten hebben:

Niet strijdig

De welstandscommissie is van oordeel dat het plan volgens de van toepassing zijnde welstandscriteria niet in strijd is met redelijke eisen van welstand. Desgewenst motiveert de commissie haar advies schriftelijk.

Niet strijdig mits

De welstandscommissie adviseert ‘iets niet strijdig’ met een mits aan B&W omdat het plan volgens de van kracht zijnde welstandscriteria niet strijdig is met redelijke eisen van welstand maar er ontbreekt uit oogpunt van welstand nog een ondergeschikt onderdeel. Formeel is het bouwplan daarmede ‘niet strijdig’. Het ‘mits’ wordt in de praktijk in enkele gevallen gehanteerd om aanvullende bemonstering in later stadium af te spreken of een nadere detailtekening te leveren. ‘Mits’ is bedoeld om de planprocedures niet onnodig op te houden. Het ‘mits’ kan niet als voorwaarde worden opgenomen in de bouwvergunning.

Strijdig

De commissie is van oordeel dat het bouwplan strijdig is met redelijke eisen van welstand. Een ‘negatief’ welstandsadvies betekent dat een bouwplan ingrijpend moet worden gewijzigd. Adviseert de commissie ‘strijdig’, dan geeft ze een nauwkeurige schriftelijke motivering. Deze bevat een korte omschrijving van het ingediende plan, een verwijzing naar de van toepassing zijnde welstandscriteria en een samenvatting van de beoordeling van het plan op die punten.

Strijdig tenzij

De welstandscommissie is van oordeel dat het bouwplan strijdig is met redelijke eisen van welstand uit de gemeentelijke welstandsnota. De ‘strijdigheid’ is beperkt en is in goed overleg met de aanvrager vastgesteld. De strijdigheid wordt nauwkeurig geformuleerd. B&W kunnen deze, om redenen van efficiency, als voorwaarde(n) opnemen in de vergunning

4.5Afwijken van welstandsadvies en/of welstandscriteria

B&W hebben de wettelijke mogelijkheid om ook op andere dan welstandsgronden, af te wijken van een welstandsadvies. De redenen voor afwijking moeten bij de bekendmaking van het besluit worden vermeld. B&W kunnen, eventueel op advies van de welstandscommissie, gemotiveerd (op welstandsgronden) afwijken van de welstandscriteria zelf. Dat kan bij plannen die niet voldoen aan de vastgelegde criteria maar wél aan redelijke eisen van welstand. B&W verwijzen in dat geval naar de algemene criteria in de welstandsnota.

4.5.1Second opinion

Alvorens een second opinion te vragen, bieden B&W eerst de vaste welstandscommissie de mogelijkheid tot heroverweging van het eerder uitgebrachte advies. Indien alsnog een second opinion wordt gevraagd, wordt dit gemeld aan de welstandscommissie. Bij een second opinion wordt de bouwaanvraag voorgelegd aan een andere commissie dan DSL. Hierover neemt de gemeente contact op met de Federatie Welstand.

5.Aanvulling, evaluatie en aanpassing van de welstandsnota

5.1Jaarverslag B&W

B&W leggen de gemeenteraad tenminste eenmaal per jaar een verslag voor waarin zij uiteenzetten:

-Op welke wijze zij zijn omgegaan met de adviezen van de welstandscommissie;

-In welke categorieën van gevallen:

zij tot aanschrijving zijn overgegaan en daarbij de keuze hebben gelaten tussen ofwel het uitvoeren van de aanschrijving, ofwel het slopen van het bouwwerk binnen de door hen te bepalen termijn, en zij bij of na een aanschrijving zijn overgegaan tot toepassing van bestuursdwang.

5.2Jaarverslag welstandscommissie

Zie onder punt 2.1.1

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.