Gemeentelijke regelgeving

Welstandsnota Noardeast-Fryslân

Gemeente Noardeast-Fryslân · geldt sinds 13 december 2022

Aanhef

Raad van de gemeente Noardeast-Fryslân;

gelezen het voorstel van het college van 1 november 2022;

gelet op de artikelen 4:81, eerste lid, 4:83 en 1:3, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht;

artikel artikelen 12 en 12a van de Woningwet;

inspraak is verleent conform afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht en de Inspraakverordening van de gemeente Noardeast-Fryslân;

b e s l u i t

vast te stellen de volgende beleidsregels:

4. Gebiedsgerichte welstandscriteria

4.3 Beoordelingskader

1. BESCHERMDE STADS- EN DORPSGEZICHTEN

Gebiedsbeschrijving

Dokkum

De binnenstad van Dokkum is op twee terpen gebouwd. In de 16e eeuw is de zeskantige omwalling gerealiseerd, die thans in grote lijnen de grens vormt van het beschermde stadsgezicht. De totale historische structuur van de binnenstad van Dokkum is nog zeer gaaf, ondanks incidentele aantastingen. De ontstaans- en ontwikkelingsgeschiedenis zijn door de gehele stad duidelijk visueel herkenbaar. De bebouwing is overwegend aaneengesloten gebouwd en gesitueerd in een naar de weg gekeerde bebouwingsgrens. De panden zijn in meerderheid in twee dan wel één bouwlagen met een kap gebouwd. Hier en daar komt ook drie bouwlagen voor. De gebouwen zijn afwisselend haaks op en parallel aan de weg gebouwd. Er is sprake van kleine onderlinge verschillen in goot- en nokhoogte. De gebouwen zijn bijzonder zorgvuldig gedetailleerd, hetgeen tot uitdrukking komt in onder andere kozijnen, daklijsten, dakgoten en metselwerk. Nieuwe invullingen hebben zich grotendeels in dit bebouwingsbeeld gevoegd. Bijzondere functies, zoals het gemeentehuis, nemen een bijzondere plaats in en kunnen afwijken van de hierboven geschetste kenmerken, maar kennen een zo mogelijk nog fijnere detaillering.

Dorpskernen

De 10 dorpskernen die als beschermd dorpsgezicht zijn aangewezen (Burdaard, Ee, Ferwerd, Hegebeintum, Hallum, Holwerd, Janum, Kollum, Metslawier, Moddergat en Veenklooster) zijn divers van karakter, variërend van de lintbebouwing van Moddergat tot het dichtbebouwde (winkel)centrum van Holwerd. Het straatbeeld in de beschermde gezichten worden gekenmerkt door een grote variatie in goot- en bouwhoogten. Bovendien is er een verscheidenheid aan kapvormen en -richtingen. De vaak strakke voorgevelrooilijn en de relatief dichte bebouwingswanden zorgen daarentegen voor samenhang in deze gebieden. De panden in de beschermde gezichten kennen over het algemeen een hele zorgvuldige detaillering. Dit komt tot uitdrukking in onder andere kozijnen, daklijsten, dakgoten en metselwerk. Het materiaal- en kleurgebruik is traditioneel. Nadere informatie staat beschreven in de toelichting op de aanwijzing tot beschermd dorpsgezicht.

Beleid, waardebepaling en ontwikkeling

Het beleid is gericht op behoud en versterking van de historische kwaliteiten. De gebieden zijn in het kader van de Monumentenwet aangewezen als Beschermd dorpsgezicht. Daartoe is in alle gevallen een op bescherming gericht bestemmingsplan opgesteld. Het beleid is gericht op het versterken van de cultuurhistorisch waardevolle kenmerken. Nieuwe initiatieven dienen binnen de marges van de cultuurhistorische waarden tot ontwikkeling te komen.

Welstandsambitieniveau

De gebieden krijgen de welstandsbenadering van een beschermd dorpsgezicht. Het beleid is gericht op het handhaven en versterken van de bestaande kwaliteiten.

Beleidsintentie: Hh - Handhaven/herstel en restauratie; Re - Respecteren en interpreteren; Iv - Incidenteel veranderbaar

2. DORPSKERN

Gebiedsbeschrijving

De meeste dorpen in de gemeente Noardeast-Fryslân kennen een duidelijk te onderscheiden dorpskern. Veel van deze dorpen zijn als terpdorp ontstaan. In dorpen zoals Brantgum, Foudgum en Oostrum is de radiale structuur van wegen en het bebouwingspatroon nog duidelijk aanwezig. Deze dorpen kennen een vrij open bebouwingsstructuur, met een kerk, enkele woonhuizen en boerderijen. Bij Marrum is de radiale structuur ook herkenbaar. Het bebouwingspatroon is daar meer verdicht. Dat is ook het geval bij veel andere terpendorpen waardoor vrij gesloten bebouwingswanden zijn ontstaan, zoals de Tsjerkestrjitte in Anjum of een aantal straten in Marrum. Naar de randen van de dorpskern neemt de openheid toe. Er zijn ook dijk- en zijldorpen (Paesens-Moddergat, Munnekezijl, Kollumerpomp), wegdorpen (Oudwoude en Warfstermolen) en een vleck (Kollum) in de gemeente aanwezig. Bij dijkdorpen en wegdorpen is de oorspronkelijke structuur meer lineair langs de dijk of de weg.

De bebouwing is overwegend in één bouwlaag met kap, maar hier en daar zijn ook woningen gebouwd in twee lagen met een kap. Het merendeel van de woningen heeft een individuele uitstraling, maar behoort wel tot dezelfde familie. Het materiaal- en kleurgebruik is overwegend traditioneel. De detaillering van de woningen is over het algemeen sober, maar wel erg zorgvuldig. Soms, zoals bij een aantal winkels, is sprake van een afwijkende vormgeving en kleurgebruik. In de dorpskernen neemt de kerk vaak een prominente plaats in, door de omvang, situering en vormgeving.

Voor de cultuurhistorisch waardevolle boerderijen zijn objectgerichte welstandscriteria geformuleerd. Voor de beschrijving van deze boerderijen en de daarbij behorende welstandscriteria wordt naar de objectgerichte criteria verwezen.

Beleid, waardebepaling en ontwikkeling

Het beleid is erop gericht het bestaande historische karakter te behouden. Voor deze gebieden wordt extra aandacht voor de ruimtelijke kwaliteit wenselijk geacht. Een deel van deze extra aandacht is verwerkt in het welstandstoezicht.

Welstandsambitieniveau

De welstandsambitie voor deze gebieden is gericht op het behoud en waar mogelijk het versterken van de bestaande en/of gewenste kwaliteit. De klemtoon ligt op het handhaven en respecteren. Aan deze gebieden is dan ook een bijzonder ambitieniveau toegekend.

Beleidsintentie: Hh - Handhaven/herstel en restauratie; Re - Respecteren en interpreteren; Iv - Incidenteel veranderbaar

3. LINTBEBOUWING (BIJZONDER)

Gebiedsbeschrijving

Een groot deel van de dorpen heeft een groei gekend langs belangrijke doorgaande verbindingswegen of waterlopen. Dit komt bij zowel de oorspronkelijke streekdorpen, maar ook bij de terpdorpen voor. Op sommige plaatsen is deze lintbebouwing van een bijzondere kwaliteit, zoals bijvoorbeeld in Anjum aan de Pfeifferbuorren en in Kollum (bijvoorbeeld Van Limburg Stirumweg-Voorstraat). Deze kwaliteit komt tot uitdrukking in de individuele bebouwing langs deze straten. De woningen zijn doorgaans op enige afstand van de weg gesitueerd, waardoor het straatbeeld iets voornaams uitstraalt. Op sommige plaatsen wordt dit voorname karakter versterkt door de aanwezige hoog opgaande erfbeplanting. De woningen zijn bovendien royaal van omvang en kennen een fijne en soms rijke, maar in ieder geval zorgvuldige detaillering. De woningen zijn hoofdzakelijk in één bouwlaag met kap gebouwd.

Beleid, waardebepaling en ontwikkeling

Het beleid in deze linten is gericht op het behoud van de aanwezige ruimtelijke karakteristiek met een historische uitstraling. Verbouw of uitbouw van woningen in deze gebieden dient met respect voor en afgestemd op het bestaande plaats te vinden. Dit neemt niet weg dat bij (ver)nieuwbouw nieuwe invullingen eveneens mogelijk zijn, maar deze dienen zich te voegen in het bestaande straat- en bebouwingsbeeld en dienen van een bijzondere architectonische kwaliteit te zijn. Grootschalige veranderingen worden in deze gebieden niet voorgestaan.

Welstandsambitieniveau

De welstandsambitie voor deze gebieden is gericht op het behoud en waar mogelijk het versterken van de bestaande en/of gewenste kwaliteit. De klemtoon ligt op het handhaven en respecteren. Aan deze gebieden is dan ook een bijzonder ambitieniveau toegekend.

Beleidsintentie: Hh - Handhaven/herstel en restauratie; Re - Respecteren en interpreteren; Iv - Incidenteel veranderbaar

4. LINTBEBOUWING (REGULIER)

Gebiedsbeschrijving

De meeste linten kennen een meer divers bebouwingsbeeld dan in de bijzondere linten het geval is. Bovendien komt in een groot aantal van de reguliere linten verschillende functies voor, zoals bedrijvigheid, detailhandel, maatschappelijke instellingen en wooncomplexen.

Het bebouwingsbeeld is vrij open en hoe verder van de dorpskern verwijderd hoe groter de open ruimte tussen de bebouwing. Met andere woorden: verder van het dorp verwijderd zijn de erven doorgaans groter. De bebouwing kent een individueel karakter. Hier en daar zijn ook rijenwoningen in het lint gebouwd, vaak als verdichting van het bebouwingslint. Naast woonhuizen zijn in deze linten ook boerderijen, kerken, bedrijfspanden en dergelijke gebouwd. De 19e eeuwse en vroeg 20e eeuwse bebouwing overheerst in deze linten. De bebouwing is doorgaans in één bouwlaag met kap gebouwd. Het materiaal- en kleurgebruik is overwegend traditioneel. Bijzondere functies wijken vaak af qua maat en schaal en soms qua materiaal- en kleurgebruik.

De bebouwing volgt in de meeste gevallen beloop van de weg, maar is niet altijd in een strakke rooilijn gebouwd. In sommige linten zijn open plekken ingevuld met nieuwbouwwoningen. Over het algemeen voegen deze woningen zich in het bestaande bebouwingsbeeld.

Voor de beschrijving van de boerderijen en de daarbij behorende welstandscriteria wordt naar de objectgerichte criteria verwezen.

Beleid, waardebepaling en ontwikkeling

Het beleid in de linten is gericht op het beheer van de bestaande situatie. Voor deze gebieden worden over het algemeen geen ingrijpende veranderingen verwacht. Wel zal er in de toekomst incidenteel vervangende nieuwbouw worden gepleegd. Deze nieuwbouw dient zich te voegen in de kwaliteit van de bestaande omliggende bebouwing.

Welstandsambitieniveau

Voor deze gebieden geldt een aanduiding als regulier welstandsgebied. De criteria zijn gericht op het handhaven en respecteren van de aanwezige basiskwaliteiten.

Beleidsintentie: Hh - Handhaven/herstel en restauratie; Re - Respecteren en interpreteren; Iv - Incidenteel veranderbaar

5. WOONWIJKEN VOOR 1950 (BIJZONDER)

Gebiedsbeschrijving

In een aantal dorpen en in Dokkum (Bronlaan, Eelaan en Schapedijkje) zijn duidelijke dorps- en stadsuitbreidingen gerealiseerd in de periode vóór 1950. In veel gevallen gaat het om architectuur in de zogenaamde Jaren'30 stijl. Ook komen delen voor die in meer traditionele stijl zijn ontwikkeld en getypeerd worden als Delfts Rood. De woningen in deze wijken hebben over het algemeen een individuele uitstraling, ook al zijn ze soms in rijen of dubbel gebouwd. Doordat bepaalde kenmerken in vrijwel alle woningen terugkomen, hebben deze wijken als geheel een grote samenhang. De kenmerken die daarvoor zorgen zijn de grote dakoverstekken, de vrij grote goot- en bouwhoogte, de mee-ontworpen erkers en dakkapellen en het gebruik van rode baksteen en overwegend antraciet en rode dakpannen. De detaillering van de woningen is zorgvuldig. In Dokkum is aan de Eelaan nieuwbouw gepleegd die zich grotendeels in dit bebouwingsbeeld voegt.

Beleid, waardebepaling en ontwikkeling

Het beleid in deze wijken is gericht op het behoud van de aanwezige ruimtelijke karakteristiek met een hoge mate van samenhang. Verbouw of uitbouw van woningen in deze gebieden dient met respect voor en afgestemd op het bestaande plaats te vinden. Dit neemt niet weg dat bij (ver)nieuwbouw nieuwe invullingen eveneens mogelijk zijn, maar deze dienen zich te voegen in het bestaande straat- en bebouwingsbeeld. Grote veranderingen worden in deze gebieden niet voorgestaan.

Welstandsambitieniveau

De welstandsambitie voor deze gebieden is gericht op het behoud en waar mogelijk het versterken van de bestaande en/of gewenste kwaliteit. De klemtoon ligt op het handhaven en respecteren. Aan deze gebieden is dan ook een bijzonder ambitieniveau toegekend.

Beleidsintentie: Hh - Handhaven/herstel en restauratie; Re - Respecteren en interpreteren; Iv - Incidenteel veranderbaar

6. WOONWIJKEN NA 1950

Gebiedsbeschrijving

In de naoorlogse periode is een enorme bouwactiviteit op gang gebracht.

Vooral in de stad als ook in de grotere dorpen zijn wijken, straten en straatwanden gerealiseerd met een repeterende bebouwing. Het bebouwingsbeeld wordt gedomineerd door rijenbouw (vooral ook in de zogenaamde wederopbouw-periode) in één of twee bouwlagen met een kap, waarbij de nokrichting evenwijdig aan de weg is. Op sommige plaatsen zijn ook dubbele woningen gerealiseerd; meestal in onderlinge samenhang per straatzijde of cluster. De detaillering is over het algemeen sober.

Naast duidelijk herkenbare straten en wijken met repeterende bouw zijn er ook op veel plekken straten en wijken ontstaan met een meer individuele uitstraling van de woningen. Op sommige plekken worden daarbij hoekkavels benut als stedenbouwkundig accent. Ook zitten in deze gebieden clusters van projectmatige bouw. In de meeste gevallen is daarbij gestreefd naar een sterke architectonische uitstraling. Het materiaal- en kleurgebruik varieert van traditioneel tot modern. In clusters en per straatzijde is overwegend sprake van samenhang in massa-opbouw en kleur- en materiaalgebruik. De detaillering van de woningen is zorgvuldig. Bijgebouwen en aan- en uitbouwen zijn veelal in een afgeleide architectuur.

In de gebieden zijn in veel gevallen ook bijzondere functies gerealiseerd. Te denken valt aan scholen, supermarkten, garagebedrijven en appartementen voor ouderen.

Beleid, waardebepaling en ontwikkeling

Het beleid is gericht op het beheer van de bestaande situatie. Bijzondere ontwikkelingen worden voor deze gebieden niet verwacht. Wel zullen enkele (delen van) wijken op termijn voor herstructurering in aanmerking komen. Voor de nieuwe invulling van deze gebieden zullen te zijner tijd afzonderlijke welstandseisen geformuleerd worden of zullen beeldkwaliteitseisen worden opgesteld.

Welstandsambitieniveau

Voor de gebieden is een regulier ambitieniveau van kracht. De nadruk ligt op het respecteren van de bestaande basiskwaliteit. Incidentele veranderingen worden mogelijk geacht, mits deze respect tonen voor het reeds aanwezige bebouwingsbeeld.

Beleidsintentie: Hh - Handhaven/herstel en restauratie; Re - Respecteren en interpreteren; Iv - Incidenteel veranderbaar

7. SPORT- EN GROENVOORZIENINGEN

Gebiedsbeschrijving

De grotere sport- en groenvoorzieningen zijn als afzonderlijk welstandsgebied op de welstandsbeleidskaart aangegeven. Deze gebieden kenmerken zich door de zeer lage bebouwingsdichtheid. Veelal is alleen een sportkantine aanwezig, die min of meer in een paviljoenachtige setting is gerealiseerd in de groene ruimte. De bebouwing is in één of twee bouwlagen, afhankelijk van de mogelijkheden in het bestemmingsplan.

Beleid, waardebepaling en ontwikkeling

Het beleid is gericht op het beheer van de bestaande situatie. Bijzondere ontwikkelingen worden voor deze gebieden niet verwacht.

Welstandsambitieniveau

Voor de gebieden is een regulier ambitieniveau van kracht. De nadruk ligt op het respecteren van de bestaande basiskwaliteit. Incidentele veranderingen worden mogelijk geacht, mits deze respect tonen voor het reeds aanwezige bebouwingsbeeld.

Beleidsintentie: Hh - Handhaven/herstel en restauratie; Re - Respecteren en interpreteren; Iv - Incidenteel veranderbaar

8. RECREATIETERREINEN

Gebiedsbeschrijving

Binnen het gemeentelijk grondgebied liggen enkele recreatieterreinen.

In Oudwoude (Parc de l'eau) is een kleinschalig recreatieterrein ontwikkeld, met een beperkt aantal recreatiewoningen. Hetzelfde geldt voor de campings in Westergeest. Ook ligt er in de Kollumerwaard een terrein voor recreatiewoningen.

Nabij Oostmahorn zijn grootschalige recreatieterreinen ontwikkeld met een groot aantal recreatiewoningen. Het noordelijke deel bestaat uit een gedeelte dat in de jaren '70 en '80 geleidelijk is volgebouwd met overwegend hetzelfde type woningen en een gedeelte dat eind en begin 20e eeuw projectmatig is gerealiseerd met een sterke architectonische uitstraling en een bijzonder situering. De woningen in het eerste gedeelte zijn vrij dicht op elkaar gesitueerd. De woningen zijn gebouwd in één bouwlaag met kap, waarbij de kap bijna tot aan de grond doorloopt. Het materiaal en kleurgebruik is vrij traditioneel.

Direct achter de dijk, aan de rand van het Lauwersmeer, zijn woningen op palen gebouwd. De woningen zijn duidelijk georiënteerd op het meer, lichtblauw van kleur en in moderne materialen uitgevoerd.

Verder is het recreatiepark Esonstad van belang. De bebouwing in dit park is aaneengesloten gebouwd en historiserend van karakter met een traditionele hoofdopzet en verfijnde detaillering. De panden zijn in meerderheid in twee dan wel één bouwlagen met een kap gebouwd.

Aan de oostzijde van Dokkum, nabij Oostrum, ligt een kleinschalig recreatieterrein. Verspreid over de gemeente liggen nog diverse kleinschalige recreatieterreinen.

Beleid, waardebepaling en ontwikkeling

Het beleid is gericht op het beheer van de bestaande situatie. Bijzondere ontwikkelingen worden voor deze gebieden niet verwacht.

Welstandsambitieniveau

Voor de gebieden is een regulier ambitieniveau van kracht. De nadruk ligt op het respecteren van de bestaande basiskwaliteit.

Beleidsintentie: Hh - Handhaven/herstel en restauratie; Re - Respecteren en interpreteren; Iv - Incidenteel veranderbaar

9. BEDRIJVENTERREINEN

Gebiedsbeschrijving

De bedrijventerreinen in de gemeente zijn zeer divers. Dit komt tot uitdrukking in de omvang, de aard van de bedrijvigheid, het al dan niet aanwezig zijn van de combinatie wonen/werken en de kwaliteit en representativiteit van de bebouwing.

Op de bedrijventerreinen in Dokkum zijn de zichtlocaties en de locaties langs de openbare weg in de meeste gevallen benut voor representatieve delen van bedrijfsgebouwen. Op deze bedrijventerreinen wordt niet of nauwelijks gewoond. De bedrijfsbebouwing staat grotendeels in een duidelijke rooilijn, zeker langs de belangrijkste doorgaande wegen. Het materiaal- en kleurgebruik is traditioneel tot modern.

De overige bedrijventerreinen zijn vaak combinaties van wonen en werken, of bedrijvigheid die qua aard en schaal passend is bij kleinere kernen. Dit komt uiteraard ook tot uitdrukking in de maat en schaal van de bedrijfsbebouwing. Veelal zijn de bedrijfswoningen (indien aanwezig) voor de bedrijfsloodsen geplaatst. Op een aantal plekken komen ook inpandige bedrijfswoningen voor (zoals op Jumaheerd bij Kollum). Ook wanneer geen bedrijfswoningen aanwezig zijn, zijn de naar de weg gekeerde gevels van de bedrijfsloodsen duidelijk geleed door middel van gevelopeningen en/of (kleur/materiaal) accenten in de gevel. Hierdoor kennen deze gevels een duidelijke oriëntatie op het openbare gebied.

Beleid, waardebepaling en ontwikkeling

Het beleid is gericht op het beheer van de bestaande situatie. Bijzondere ontwikkelingen worden voor deze gebieden niet verwacht.

Welstandsambitieniveau

Voor de gebieden is een regulier ambitieniveau van kracht. De nadruk ligt op het respecteren van de bestaande basiskwaliteit.

Beleidsintentie: Hh - Handhaven/herstel en restauratie; Re - Respecteren en interpreteren; Iv - Incidenteel veranderbaar

10. REPRESENTATIEVE BEDRIJVEN en/of INSTELLINGEN

Gebiedsbeschrijving

Er zijn enkele gebieden waar een menging van bedrijven en instellingen plaats heeft gevonden. Meestal ook omdat de locaties aan belangrijke toegangswegen of doorgaanswegen liggen.

Deze gebieden kenmerken zich door een bijzondere uitstraling waarbij de sterke vormgeving van de architectuur en de situering van de bebouwing bepalend is. De meeste bebouwing is grotendeels vrij recent gerealiseerd en kent een duidelijke individuele uitstraling.

De gebouwen staan over het algemeen in een royale groene ruimte en krijgen daarmee een paviljoenachtig karakter. De detaillering van de gebouwen is zorgvuldig en het kleur- en materiaalgebruik traditioneel tot modern. Opvallende accentkleuren komen niet voor.

Beleid, waardebepaling en ontwikkeling

Het beleid in gebieden is gericht op het behoud van de aanwezige ruimtelijke karakteristiek. Verbouw of uitbouw van gebouwen in deze gebieden dient met respect voor het bestaande plaats te vinden. Grootschalige veranderingen worden in deze gebieden niet voorgestaan.

Welstandsambitieniveau

De welstandsambitie voor deze gebieden is gericht op het behoud en waar mogelijk het versterken van de bestaande en/of gewenste kwaliteit. De klemtoon ligt op het handhaven en respecteren. Aan deze gebieden is dan ook een bijzonder ambitieniveau toegekend.

Beleidsintentie: Hh - Handhaven/herstel en restauratie; Re - Respecteren en interpreteren; Iv - Incidenteel veranderbaar

11. BUITENGEBIED (TERPENGEBIED)

Gebiedsbeschrijving

Het terpengebied wordt gekenmerkt door de overweldigende openheid van het landschap, met daarin verspreid liggende bebouwingsconcentraties en solitaire boerderijen. Deze bebouwingsconcentraties en solitaire boerderijen zijn veelal omzoomd met hoog opgaande beplanting. Hierdoor ontstaat vooral in de zomer het beeld van groene eilanden in het weidse landschap.

De bebouwingsconcentraties variëren van enkele woningen tot kleine dorpjes en gehuchten. Deze concentraties komen in de gemeente veel voor. Enkele hiervan zijn kleine terpdorpjes, met midden op de terp de kerk en daaromheen enkele woningen en boerderijen. Een mooi voorbeeld is Waaxens, waar naast de kerk een tweetal zeer karakteristieke boerderijen, een pastoriewoning en een karakteristiek rijtje woningen het bebouwingsbeeld bepalen. Het bebouwingsbeeld is daarmee zeer divers en rijk aan architectonische kwaliteiten. Hetzelfde geldt voor een dorpje als Wetsens.

Andere bebouwingsconcentraties manifesteren zich als linten met een lage bebouwingsdichtheid, zoals Hantumerhoeke en Hiaure. Ook in deze lintjes gaat het om zeer diverse bebouwing.

Voor de beschrijving van de boerderijen en de daarbij behorende welstandscriteria wordt naar de objectgerichte criteria verwezen. Naast de authentieke boerderijen is er op het boerenerf vaak bebouwing gerealiseerd die ten dienste staat van het akkerbouwbedrijf, dan wel het veehouderijbedrijf. De maatvoering van deze bebouwing is fors en opvallend, waarbij met name de aardappelschuren opvallen door een hoge gootlijn. Het gebruik van moderne en licht gekleurde plaatmaterialen zorgt voor sterk in het oog springende effecten. Ondanks de forse nieuwe agrarische bebouwing is de historische boerderij in de meeste gevallen nog beeldbepalend voor het erf. De nieuwe bebouwing is veelal op het achtererf geplaatst.

In het buitengebied komen verspreid andere functies voor zoals woonhuizen, enkele bedrijfslocaties, eendenkooien, aardgaslocaties en bouwwerken met een bijzondere civieltechnische functie zoals gemalen, waterkeringen, molens en sluizen.

Beleid, waardebepaling en ontwikkeling

Het beleid is gericht op het beheer van de bestaande situatie. Ingrijpende ontwikkelingen worden niet verwacht voor het buitengebied. Wel zullen in de toekomst als gevolg van de schaalvergroting in de landbouw, sommige boerderijen willen groeien en andere zullen hun agrarische functie verliezen. Ook is denkbaar dat de in het buitengebied voorkomende kenmerkende kleine woningen zullen veranderen. Voor deze thematiek heeft de gemeente bijzondere aandacht en wordt verwezen naar het 'Ontwerpboek bûtengebiet Noardeast-Fryslân'.

Indien een bouwplan complex van aard is, bijvoorbeeld vanwege bepaalde ruimtelijke eisen, of landschappelijke inpassing, of schaalvergroting, kan worden gewerkt volgens de aanpak van 'de Nije Pleats'. Als hiervan gebruik gemaakt wordt, zullen de hier gestelde gebiedsgerichte criteria ter inspiratie dienen maar niet langer gelden als toetsingskader. De welstandsbeoordeling wordt dan gerelateerd aan de uitkomsten van de Nije Pleatssessies. Tijdens de Nije Pleatssessie kan wel afgesproken worden dat de welstandsnota als toetsingskader wordt gebruikt. Voor meer uitleg over de Nije Pleats zie: www.nijepleats.nl

Het beleid van de gemeenten is erop gericht om nieuwe functies (onder voorwaarden) mogelijk te maken, mits dit geen afbreuk zal doen aan de verschijningsvorm van het boerenerf.

Welstandsambitieniveau

Voor het buitengebied is een bijzonder ambitieniveau van kracht. De nadruk ligt hierbij op het behoud en waar mogelijk het versterken van de bestaande en/of gewenste kwaliteit. De klemtoon ligt daarbij op handhaven en respecteren.

Beleidsintentie: Hh - Handhaven/herstel en restauratie; Re - Respecteren en interpreteren; Iv - Incidenteel veranderbaar

12. BUITENGEBIED (WOUDENGEBIED)

Gebiedsbeschrijving

De beslotenheid van het landschap door de vele elzensingels en houtwallen typeert dit gebied. Het gebied wordt gekenmerkt door veel verspreid liggende bebouwing; zowel boerderijen als woonhuizen en zogenaamde "wâldspultsjes". Hier en daar is dit fijnmazige net van huizen en boerderijen verder verdicht tot kleine bebouwingsconcentraties, zoals bijvoorbeeld het gebied ten zuidoosten van Triemen. Het bebouwingsbeeld is in deze concentraties even divers als in het buitengebied als geheel.

De diversiteit komt onder andere tot uitdrukking in de samengesteldheid van de bebouwingsmassa's. In de loop van de tijd hebben (mede door de van oorsprong kleinschalige bebouwing en de daarmee conflicterende tendens naar groter wonen en de schaalvergroting in de landbouw) vele verbouwingen plaatsgevonden, waarbij vaak nieuwe bouwmassa's aan de reeds aanwezige bebouwing zijn toegevoegd.

Voor de beschrijving van de boerderijen en de daarbij behorende welstandscriteria wordt naar de objectgerichte criteria verwezen. Naast de authentieke boerderijen is er op het boerenerf vaak bebouwing gerealiseerd die ten dienste staat van het akkerbouwbedrijf, dan wel het veehouderijbedrijf. De maatvoering van deze bebouwing is fors en opvallend, waarbij met name de aardappelschuren opvallen door een hoge gootlijn. Het gebruik van moderne en licht gekleurde plaatmaterialen zorgt voor sterk in het oog springende effecten. Ondanks de forse nieuwe agrarische bebouwing is de historische boerderij in de meeste gevallen nog beeldbepalend voor het erf. De nieuwe bebouwing is veelal op het achtererf geplaatst.

Beleid, waardebepaling en ontwikkeling

Het beleid is gericht op het beheer van de bestaande situatie. Ingrijpende ontwikkelingen worden niet verwacht voor het buitengebied. Wel zullen in de toekomst als gevolg van de schaalvergroting in de landbouw, steeds meer boerderijen hun agrarische functie verliezen. Het beleid van de gemeenten is erop gericht om nieuwe functies (onder voorwaarden) mogelijk te maken, mits dit geen afbreuk zal doen aan de verschijningsvorm van het boerenerf.

Gezien de schaal en maat van sommige woningen in het woudengebied ligt het voor de hand dat een aantal hiervan nog zal worden uitgebreid. Deze uitbreidingen dienen dan wel met respect voor en in de juiste verhoudingen ten aanzien van het bestaande gebouw te worden uitgevoerd

Welstandsambitieniveau

Voor dit gebied is een regulier ambitieniveau van kracht. De nadruk ligt op het respecteren van de bestaande basiskwaliteit.

Beleidsintentie: Hh - Handhaven/herstel en restauratie; Re - Respecteren en interpreteren; Iv - Incidenteel veranderbaar

5. Objectgerichte welstandscriteria

5.1 Toelichting

5.2 Objectindeling

In Noardeast-Fryslân zijn diverse objecttypen onderscheiden waarvoor extra aandacht is gewenst.

OT1→ Boerderijen.

OT2→Mestvergistingsinstallaties.

OT3→Kleine windturbines t/m ashoogte 15m.

OT4→Solitaire windturbines vanaf 15m.

OT5→Karakteristieke panden.

OT6→Zonnepanelen en collectoren in beschermde stads- en dorpsgezichten.

OT7→Antennemasten bij particulieren.

OT8→Erfafscheidingen.

OT9→Reclame-uitingen:

•in het buitengebied;

•in beschermde stads- en dorpsgezichten;

•op het bedrijventerrein en bij 'losse' bedrijven;

•in het economisch gebied Zuiderpoort;

•grote, solitaire reclamemasten.

OT10→Woonschepen/woonarken.

OT1. BOERDERIJEN

Objectbeschrijving

Verspreid over het gemeentelijk grondgebied komen, zowel binnen als buiten de bebouwde kom, diverse historische boerderijen voor. Dat is niet verwonderlijk gezien het feit dat de agrarische functie binnen de gemeenten vanouds dominant is. Boerderijen zijn in sterke mate bepalend voor het ruimtelijk aanzien van de gemeente.

Tegelijkertijd is het merkbaar dat de boerderijbebouwing steeds meer onder druk komt te staan. Zo blijkt dat de boerderijen die nog agrarisch in gebruik zijn, niet meer voldoen aan de eisen van deze tijd; nieuwe bedrijfsgebouwen worden bijgeplaatst en het oude bedrijfspand heeft dan vaak een ondergeschikte functie. Sommige boerderijen raken daardoor geleidelijk aan in verval.

Daarnaast blijkt dat veel agrarische bedrijven zijn beëindigd. Deze panden lopen eveneens risico voor verval tenzij een gepaste herbestemming wordt gevonden.

Door een set van aparte criteria te formuleren voor de boerderijen wordt getracht om eigenaren van boerderijen te helpen om respectvol met het gebouw om te gaan.

Het bebouwingsbeeld wordt bepaald door een overwegend traditioneel ambachtelijke architectuur uit de 19e en begin 20e eeuw. Op enkele plekken zijn ook oudere boerderijen aanwezig.

Beleid, waardebepaling en ontwikkeling

Het beleid is gericht op beheer en versterking van de bestaande situatie. Het bebouwingsbeeld is cultuurhistorisch waardevol en in hoofdlijnen nog redelijk gaaf.

Ingrijpende ontwikkelingen worden niet direct verwacht, maar wel zullen in de toekomst als gevolg van de schaalvergroting in de landbouw, sommige boerderijen willen groeien en andere zullen hun agrarische functie verliezen.

Gaat het om ferme veranderingen zoals schaalvergroting, dan kan ook worden gewerkt volgens de aanpak van 'de Nije Pleats'. Als hiervan gebruik gemaakt wordt, zullen de hier gestelde gebiedsgerichte criteria ter inspiratie dienen maar niet langer gelden als toetsingskader. De welstandsbeoordeling wordt dan gerelateerd aan de uitkomsten van 'de Nije Pleats-sessies'.

Welstandsambitie

De boerderijen komen vanwege hun bijzondere betekenis voor de gemeenten in aanmerking voor een extra aandacht bij de planbeoordeling (bijzonder ambitie niveau). De algemene lijn is gericht op het handhaven van de bestaande kwaliteiten. Bij nieuwe boerderijbouw ligt het accent op zorgvuldige inpassing in het landschap.

Beleidsintentie: Hh - Handhaven/herstel en restauratie; Re - Respecteren en interpreteren; Iv - Incidenteel veranderbaar

OT2. MESTVERGISTINGSINSTALLATIES

Objectbeschrijving

(Mest-) vergistinginstallaties maken deel uit van de schaalvergroting en uitbreiding van nevenactiviteiten van agrarische bedrijven. Deze relatief omvangrijke installaties hebben een eigen verschijningsvorm.

De meest voorkomende installaties bestaan doorgaans uit twee silo's (vergister en navergister) en een aantal secundaire elementen. Installaties kunnen echter ook bestaan uit een groter aantal kleinere maar hogere silo's.

De vergister is een betonnen silo met veelal een diameter van 15 à 16 meter en een hoogte boven maaiveld van ca. 5 meter. Deze silo is geïsoleerd; de buitenkant is bekleed met groene stalen beplating in verticaal damwandprofiel. Het dak is een kunststof, gasdicht membraan dat door de druk een bolle vorm aanneemt. De navergister is een grotere silo met een diameter van 23 tot 35 meter en een hoogte boven maaiveld van eveneens circa 5 meter. De betonnen silo is niet geïsoleerd zodat de wanden een lichtgrijze kleur hebben. Het dak is een gespannen kap van PVC en heeft een afgeplatte kegelvorm. Van de secundaire elementen is de gasmotor de belangrijkste. Deze motor zet het biogas om in energie en is doorgaans ondergebracht in een zeecontainer. Installaties kunnen echter ook bestaan uit een groter aantal kleinere maar hogere silo's.

Beleid, waardebepaling en ontwikkeling

De boerderijen zijn vanwege hun afmetingen en verschijningsvorm sterk bepalend voor het ruimtelijke beeld van het buitengebied. De intrede van de mestvergistinginstallaties maakt deel uit van de ontwikkeling van schaalvergroting en uitbreiding van nevenactiviteiten van boerenbedrijven. Hoewel de ontwikkelingen in het buitengebied hoofdzakelijk in het bestemmingsplan worden geregeld, is het welstandsbeleid met name gericht op een evenwichtige afstemming van de installaties op de bestaande bebouwing en een goede inpassing op het erf.

Een compacte opstelling van de bebouwing moet voorkomen dat het open gebied te zeer wordt versnipperd, terwijl een goede hiërarchie van de woon- en bedrijfsbebouwing moet zorgen voor een blijvende herkenbaarheid van de verschijningsvorm van het boerenbedrijf.

Het beleid is gericht op het handhaven en respecteren van de aanwezige ruimtelijke kwaliteit.

Welstandsambitie

Voor deze objecten geldt een regulier welstandsregime.

Beleidsintentie: Hh - Handhaven/herstel en restauratie; Re - Respecteren en interpreteren; Iv - Incidenteel veranderbaar

OT3. KLEINE WINDTURBINES (T/M 15 M ASHOOGTE)

Objectbeschrijving

Windturbines zijn omgevingsvergunningsplichtige objecten met een eigen verschijningsvorm die vanuit welstand moeilijk beoordeelbaar zijn aan de hand van de criteria zoals die voor de overige bebouwing gehanteerd worden. Tegelijk zijn ook de kleine windturbines door hun omvang en het draaien hun wieken in de regel zeer nadrukkelijk aanwezig en daarmee sterk bepalend voor de ervaring van het directe omgevingsbeeld.

De verschijningsvorm van mini windturbines varieert van zogenaamde 'wokkelvormige' turbines (roteren rond een doorgaande horizontaal gelegen, dan wel verticaal geplaatste as) tot de meer traditionele vorm van mast, rotor en mogelijk een gondel. Doel van een windturbine is het omzetten van windenergie in elektrische energie. Een mini windturbine heeft een maximale ashoogte van 15 meter. De maatvoering is in vrijwel alle gevallen zodanig dat er sprake is van een passende schaalverwantschap met de omringende bebouwing.

Locatiekeuze

Op dit moment zijn de kleine windmolens alleen toegestaan bij agrarische bebouwing. Plaatsing binnen de bebouwingscontour draagt bij tot enige ondergeschiktheid en houdt als zodanig de verandering van het omgevingsbeeld beperkt. Bij plaatsing van mini turbines in onderlinge visuele nabijheid is afstemming op elkaar (plaats, hoogte, vorm) gewenst.

Opstellingen in het landschap

Een kleine windturbine zal opvallen in het omgevingsbeeld. Door plaatsing bij bebouwing (bijvoorbeeld een boerderij met forse stal) of een markant punt in het landschap voegt de kleine turbine zich veelal binnen het omgevingsbeeld. Plaatsing van meerdere kleine turbines dicht bij elkaar kan snel leiden tot een rommeligheid binnen de bestaande ruimtelijke kwaliteiten van een bebouwingscluster. Om dit te voorkomen is een onderlinge afstemming en afstemming op de bestaande bebouwing vereist.

Hoofdvorm, aanzichten en opmaak

In hoofdvorm, aanzichten en opmaak dienen de onderdelen van de kleine turbine ook in visueel opzicht op elkaar afgestemd te zijn. Daarnaast is vereist dat door vormgeving en materiaal- en kleurbepaling de turbine het bestaande (kleinschalige) omgevingsbeeld nadelig beïnvloedt, noch domineert.

Beleid, waardebepaling en ontwikkeling

De energietransitie is noodzakelijk. Daarmee is het ook noodzakelijk om hiervoor ruimte te bieden. De kleine windturbines zijn door hun schaal en maat redelijk goed in te passen bij een agrarisch bedrijf door middel van een landschappelijk inpassingsplan voor het bedrijf én windturbines. Hierbij wordt ook rekening gehouden met landschappelijke en cultuurhistorische elementen en structuren.

Welstandsambitie

Voor deze objecten geldt een regulier welstandsregime.

Beleidsintentie: Hh - Handhaven/herstel en restauratie; Re - Respecteren en interpreteren; Iv - Incidenteel veranderbaar

OT4. SOLITAIRE WINDTURBINES (vanaf 15m)

Algemeen

Windturbines zijn bouwvergunningplichtige objecten met een eigen verschijningsvorm die als zodanig vanuit welstand moeilijk beoordeelbaar is aan de hand van de criteria zoals die voor de overige bebouwing gehanteerd worden. Tegelijk zijn windturbines door hun omvang en het draaien van in het bijzonder hun wieken in de regel zeer nadrukkelijk aanwezig en daarmee sterk bepalend voor de ervaring van het omgevingsbeeld. Voor windturbineclusters geldt voorstaande in verhevigde mate.

Objectbeschrijving

Een windturbinecluster is een samenhangende, complexgewijze opstelling van twee of meer windturbines met toebehoren. De windturbines bestaat uit een rotor, een gondel en een mast. Doel van een windturbine is het omzetten van windenergie in elektrische energie.

Opstellingen in het landschap

•Verweven opstellingen

De windturbines maken tezamen met andere grote structuren en vormelementen deel uit van een geïntegreerde landschapsconfiguratie. Een goed voorbeeld hiervan is de windturbineopstelling bij de Flevocentrale. De turbines maken deel uit van een landschap met een elektriciteitscentrale, langgerekte bomenrijen, de zeedijk, hoogspanningsleidingen en wegen en dan op zo'n manier dat er ondanks het contrast tussen landschap en windturbines, een samenhangende ruimtelijke compositie is ontstaan.

•Gerelateerde opstellingen

Windturbines worden gebonden aan reeds duidelijk waarneembare landschapselementen en kunnen bijdragen aan de versterking van het landschapsbeeld. Aangezien grootschalige landschapselementen vaak een kunstmatig karakter hebben, lenen zij zich in de regel goed voor accentuering door middel van windturbines. Een uitzondering hierop vormen sloten, vaarten en kanalen, die door hun verdiepte ligging onvoldoende houvast bieden voor plaatsing van windturbines.

•Stelselmatige opstellingen

Anders dan bij gerelateerde opstellingen, richten stelselmatige opstellingen zich niet op bepaalde landschapselementen, maar op het landschapsbeeld als groter geheel. De als coulissen werkende turbine opstellingen accentueren of vernieuwen het landschapsbeeld.

•Zelfstandige opstellingen

De windturbines zijn onafhankelijk van het landschap geconfigureerd en vormen dus een losstaand, contrasterend element. Deze vorm kan alleen landschappelijk aantrekkelijk zijn in een landschap dat een geïsoleerd en verlaten karakter heeft.

•Onregelmatige opstellingen

Deze vorm van groepsopstelling is beter te verwoorden als meervoudige solitaire plaatsing. Op korte afstand van elkaar zijn windturbines geplaatst van verschillend model, hoogte en kleur en met uiteenlopende tussenafstanden.

Beleid, waardebepaling en ontwikkeling

Op provinciaal niveau geeft "Windstreek 2000" mogelijkheden voor en begrenzingen met betrekking tot plaatsing van windturbineclusters aan. Deze notitie geeft de gemeente een instrument c.q. beoordelingskader om in voorkomende gevallen een welstandstoets aan de hand van toegespitste criteria te plegen. Daarmee geeft de gemeente aan hoe zij het gebied waarin plaatsing wordt voorgesteld waardeert en welke te handhaven en te respecteren waarden daarin aanwezig zijn.

Beleidsintentie

Vanwege de grote invloed op het omgevingsbeeld in ruimere zin, is een zorgvuldige inbedding in de gebiedskarakteristiek en een zorgvuldige situering en vormgeving van windturbineclusters vereist.

Beleidsintentie: Hh - Handhaven/herstel en restauratie; Re - Respecteren en interpreteren; Iv - Incidenteel veranderbaar

OT5. KARAKTERISTIEKE PANDEN

Objectbeschrijving

Binnen de gemeente liggen diverse monumenten die op grond van de Monumentenwet zijn beschermd en daarmee extra aandacht krijgen zodra er sprake is van een bouwplan. Naast deze beschermde monumenten beschikt de gemeente ook over veel panden die karakteristiek zijn voor de cultuurhistorische ontwikkeling van het gemeentelijk grondgebied.

Het gaat hier om panden die eerder in de gemeente Dongeradeel waren opgenomen (lijst karakteristieke panden Dokkum en MIP-lijst, zie bijlage 3). Voor de gemeente Kollumerland is wel een inventarisatie gemaakt maar deze is niet vastgesteld. Voor het grondgebied van de gemeente Ferwerderadiel was een dergelijke lijst niet aanwezig en daarover zal nog nadere afweging plaatsvinden. Eventueel te verwerken bij een eerstvolgende actualisering.

Op grond van het bovenstaande betekent dit dat deze objecten een specifieke welstandsbeoordeling vragen omdat ze karakteristiek zijn voor het gebied en in hoge mate mede bepalend zijn voor het aanzien van de gemeente.

Beleid, waardebepaling en ontwikkelingen

Het welstandstoezicht wordt gericht op het voorkomen van aantasting van de karakteristieken en het versterken van de bestaande en/of gewenste kwaliteit. Het kwaliteitsniveau van ingrepen aan deze bouwwerken moet hoog zijn.

Beleidsintentie: Hh - Handhaven/herstel en restauratie; Re - Respecteren en interpreteren; Iv - Incidenteel veranderbaar

OT6. ZONNEPANELEN EN COLLECTOREN IN BESCHERMDE STADS- EN DORPSGEZICHTEN

Objectbeschrijving

Bij het opstellen van deze welstandscriteria is uitgegaan van de volgende uitgangspunten:

•Zonnepanelen dragen bij aan een duurzame energievoorzieningen. Wij willen het gebruik van zonnepanelen dan ook stimuleren.

•De binnenstad van Dokkum en de beschermde dorpsgezichten hebben een waardevol monumentaal karakter. Dit karakter willen wij graag behouden.

Welstandscriteria

Algemeen

•Een zonnepaneel of -collector is een ondergeschikte toevoeging aan een hoofdgebouw, een aan- of uitbouw of een bijgebouw.

•Een zonnepaneel of -collector is niet zichtbaar vanaf het openbaar gebied.

Plaatsing en aantal

•De plaatsing van een zonnepaneel of -collector op een aanbouw of bijgebouw heeft de voorkeur boven de plaatsing op een hoofdgebouw.

•Op een schuin dakvlak is het zonnepaneel- of collector ondergeschikt binnen dit vlak.

•Bij meerdere panelen/collectoren regelmatige rangschikking op horizontale of verticale lijn en met een duidelijke ordening.

•Op schuine daken: geheel binnen het dakvlak en de hellingshoek gelijk aan de hellingshoek van het dakvlak.

•Op platte daken: de hellingshoek mag maximaal 35° zijn en de afstand tot de dakrand moet tenminste gelijk zijn aan de hoogte van het zonnepaneel of de -collector.

Vormgeving

•Een zonnepaneel of -collector vormt een geheel met de installatie voor het opslaan van water of voor de opwekking van elektriciteit.

Materiaal en kleur

•De kleur komt overeen met het achterliggende dakvlak of anders zwart, antraciet of donkergrijs.

OT7. ANTENNEMASTEN BIJ PARTICULIEREN

Straat- en bebouwingsbeeld

Plaatsing van de antennemast mag niet leiden tot een onevenredig nadelige invloed op het straat- en bebouwingsbeeld. Om dit te beoordelen wordt aan het welstandsadvies een grote waarde toegekend. Daarbij gelden de volgende richtlijnen:

Plaatsing

•Plaatsing van een antennemast in het beschermde stads- of dorpsgezicht is niet toegestaan.

•Plaatsing in natuurgebieden en EHS-gebieden(1) is niet toegestaan.

•Plaatsing van een antennemast op of aan een monument is niet toegestaan.

•Antennemasten dienen ten minste 3 m achter de naar de weg gekeerde gevel(s) van het hoofdgebouw of het verlengde daarvan te worden gebouwd.

•Bij voorkeur plaatsing aan de achtergevel van de woning of op het achtererf.

•Bij voorkeur concentreren bij andere (hoge) bebouwing op het erf.

•Bij voorkeur plaatsing achter hoog opgaande begroeiing.

1Ecologische Hoofd Structuur: De EHS betreft een netwerk van zowel grote als kleine gebieden in Nederland waar de natuur (flora en fauna) in feite voorrang heeft. De EHS is bedoeld om natuurgebieden te vergroten en met elkaar te verbinden

Vormgeving

•Antennemast en bijbehorende voorzieningen (mast, bedrading, tuidraden) worden als één geheel vormgegeven.

•De antennemast wordt zo onzichtbaar mogelijk vormgegeven. Een minimum aan dwarssprieten kan hieraan bijdragen, evenals een zo klein mogelijke diameter van de mast en een onopvallende kleurstelling. Dat wil zeggen, geen felle, contrasterende kleuren, maar antraciet of donkergrijs.

•De bevestiging/fundering valt zo onopvallend mogelijk in het maaiveld weg.

OT8. ERFAFSCHEIDINGEN

Objectbeschrijving

Een erf- of perceelafscheiding is een bouwwerk, bedoeld om het erf af te bakenen van een buurerf of van de openbare weg. Wilt u geen inkijk en graag vrij zitten in uw tuin of vindt u dat uw terrein duidelijk moet worden afgebakend? Dan heeft u de mogelijkheid om uw erf af te sluiten, bijvoorbeeld met een haag, een schutting of tuinmuur. Daarmee maakt u duidelijk zichtbaar waar de grens van uw perceel ligt.

Als u een erfafscheiding plaatst in de vorm van een bouwwerk, zoals een schutting of een tuinmuur, dan krijgt u te maken met de bouwregelgeving. In veel gevallen is het plaatsen van een erfafscheiding vergunningvrij. Als de erfafscheiding voor de voorgevelrooilijn(en) is geplaatst en hoger is dan één meter, is dat niet het geval. Ook als de erfafscheiding op een afstand van minder dan een meter van openbaar toegankelijk gebied is geplaatst en hoger is dan een meter is dat niet vergunningsvrij. Plaatsing is dan alleen toegestaan als er een omgevingsvergunning is verleend.

Algemeen

1Erfafscheidingen moeten passen bij het karakter van de omgeving.

2Erfafscheidingen moeten op een zorgvuldige en professionele manier worden geplaatst.

Plaatsing op het achter- en zijerf

Erfafscheidingen voor de naar de weg gekeerde gevel(s) van het hoofdgebouw of in het verlengde daarvan op het achter- en zijerf moeten voldoen aan de volgende voorwaarden:

a.Hoogte: maximaal 1,5 meter of 1,8 meter (afhankelijk van type - zie tekening).

b.Vormgeving van de erfafscheiding:

•Een open karakter. Dit houdt in dat de erfafscheiding voor minimaal

•50% open is of voorzien van beplanting aan elke naar het openbaar toegankelijk gebied gekeerde zijde van het perceel. Voorbeeld: erfafscheidingen in de vorm van houten palen met daartussen betongaas, waartegen klimplanten opgroeien.

•De open delen mogen worden voorzien van beplanting. Deze planten staan op eigen grond (niet op gemeentegrond!). Als er andere planten dan klimplanten voor een erfafscheiding met betongaas worden geplant, dan worden deze aan de kant van de openbare ruimte geplant (dus niet alleen aan de tuinzijde).

•De dichte vlakken van de erfafscheiding mogen een lengte hebben van maximaal 3 meter.

OT9. RECLAME-UITINGEN

Wat is het belang van reclame?

Reclame is het in het openbaar aanprijzen van of aandacht vestigen op diensten, goederen, activiteiten of namen met het kennelijk doel een commercieel/ ideëel belang te dienen. Reclames vragen vanuit hun doelstelling aandacht van voorbijgangers en vormen hiermee een beeldbepalend element van de openbare ruimte en het straatbeeld.

Reclame moet bijdragen aan de verlevendiging van de gemeente en niet leiden tot visuele chaos. Te veel reclame leidt er toe dat individuele reclame onopvallend wordt. Reclame moet daarom een passende plaats krijgen, zonder dat er inbreuk wordt gedaan op de zichtbaarheid van andere bedrijven en de beleving van de openbare ruimte.

Wat is de juridische basis voor het reclamebeleid?

Voor het realiseren van reclame-uitingen is in de meeste gevallen een omgevingsvergunning vereist voor de activiteit handelsreclame en in sommige gevallen ook voor de activiteit bouwen. De gemeente kan u informeren over de noodzaak en aard van een vergunningsaanvraag. Wanneer voor het aanbrengen van een reclame-uiting een vergunning moet worden aangevraagd, moet deze voldoen aan de redelijke eisen van welstand. Om dit te beoordelen zijn de criteria in dit hoofdstuk opgesteld.

Welke criteria zijn van toepassing?

Er zijn specifieke welstandscriteria opgesteld voor:

•Reclame in het buitengebied.

•Reclame in de beschermde stads- en dorpsgezichten.

•Reclame voor bedrijventerreinen en bedrijven.

•Reclame voor het Economisch gebied Zuiderpoort.

Welstandsambitie

Het welstandsregime waaronder deze criteria worden toegepast is afhankelijk van het gebiedstype waarin de reclame-uiting wordt toegepast.

Kan worden afgeweken van de reclamecriteria?

Het kan voorkomen dat de reclamecriteria ontoereikend zijn. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn wanneer een aanvraag plaatsvindt in een bijzonder gebied, of wanneer een plan afwijkt van de criteria, of wanneer sprake is van een nieuw type reclame-uiting. Burgemeester en wethouders kunnen dan, na schriftelijk en gemotiveerd advies van de welstandscommissie, afwijken van deze welstandscriteria. Dit wordt aangeduid als zogenaamde hardheidsclausule (zie 1.6). Daarbij geldt de stelregel dat de gemeente hogere eisen stelt aan de zeggingskracht en het architectonisch vakmanschap naarmate een bouwwerk zich sterker van zijn omgeving onderscheidt.

Enkele begrippen

a.Reclame

Het in het openbaar aanprijzen van of aandacht vestigen op diensten, goederen, activiteiten of namen met het kennelijke doel een commercieel/ideëel belang te dienen.

b.Banieren

Stuk doek of ander flexibel materiaal waarop een reclame boodschap staat. Het banier is aan de bovenzijde en onderzijde aan een horizontaal bevestigingsstuk vastgemaakt. Dit in tegenstelling tot een vlag, die aan zijn zijkant aan een stok is vastgemaakt.

c.Gevelreclame

De reclame op of aan een gebouw. Hieronder wordt zowel de drager als de uiting begrepen. Hieronder vallen onder andere gevelborden, losse belettering aan de gevel aangebracht en doeken in frames aan de gevel.

d.Dakreclame

Verlichte of onverlichte voorwerpen, aangebracht in goten of op daken van bouwwerken; hiertoe worden ook gerekend beschilderingen van dakvlakken of daarmee vergelijkbare reclamevormen.

e.Vrijstaande reclame

De reclame die niet bevestigd is aan het gebouw/bedrijfspand, vrijstaat in de ruimte, veelal een eigen constructie heeft en een permanente plek. Voorbeelden: reclamebord, reclamezuil of een pylon.

f.Reclamezuil

Elk rechtopstaand (draag)lichaam met een aanmerkelijk grotere lengte dan breedte dat in bouwkundige zin dienst doet als draaglichaam voor reclame-uitingen.

g.Lichtreclame

De reclame voorzien van een kunstlichtbron.

h.Aangelichte reclame

De reclame aangelicht door een kunstlichtbron, anders dan openbare verlichting.

i.Raamreclame

Reclame welke op een raam is aangebracht, bijvoorbeeld stickers of plakletters.

j.Volant

Een strook onderaan de voorzijde van een zonnescherm of markies, vaak in hetzelfde patroon als het zonnescherm zelf.

k.Gevel

Gevel wordt in deze welstandscriteria gezien als "aanzicht". Elk gebouw heeft in totaal 4 - haaks op elkaar staande - aanzichten (de naar de ontsluitingsweg gekeerde zijde, de hier haaks op staande zijden en een achterzijde).

l.Voorerf

Het erf voor de voorgevel van een gebouw en het verlengde daarvan. De uitstallingenstrook voor de winkels in de binnenstad van Dokkum is geen voorerf.

m.Voorgevel

De naar de weg gekeerde gevel van een gebouw. Indien een perceel met meer dan één zijde grenst aan een weg, gaat het om de gevel die is gericht naar de ontsluitingsweg. In deze gevel bevindt zich vaak de hoofdingang.

n.Voorgevellijn

De lijn die evenwijdig aan/door de voorgevel loopt tot aan de perceelsgrens.

o.Pand/bedrijfspand

Het hoofdgebouw van het bedrijf.

R1. RECLAMECRITERIA BUITENGEBIED

Gebied en categorie-indeling

Deze welstandscriteria gelden voor reclame-uitingen in het buitengebied. Het gaat dan om het gebied buiten Dokkum en de dorpen in de gemeente Noardeast-Fryslân, zoals is aangegeven op de plankaarten van de bestemmingsplannen Dokkum Binnenstêd, Bûten de bolwurken en Doarpen.

In de criteria wordt een onderscheid gemaakt tussen drie verschillende categorieën:

•Categorie 1: horeca, cultuur & ontspanning, bedrijf, verblijfsrecreatie, manege, vogelopvang.

•Categorie 2: agrarisch bedrijf, bedrijf-agrarisch aanverwant, bedrijf-agrarisch loonbedrijf.

•Categorie 3: sportvelden.

Als een bedrijf een tweede bedrijfstak heeft (dus op één adres twee bedrijven) die onder een andere categorie valt, kan de ondernemer kiezen voor de andere categorie. Er kan dan worden gekozen voor de reclamemogelijkheden van categorie 1 óf 2, niet van 1 én 2.

Daarnaast geldt dat als de ondernemer kiest voor categorie 1, het de bedoeling is dat hij/zij niet alle reclamemogelijkheden benut voor de bedrijfstak die onder categorie 2 valt. Bijvoorbeeld bij een agrarisch bedrijf met camping geldt dus dat de reclamemogelijkheden van categorie 1 kunnen worden gebruikt. Deze mogen dan niet alleen worden gebruikt voor reclame ten behoeve van de agrarische functie.

Artikel 1 Algemene criteria

1In het buitengebied dient reclame terughoudend te worden toegepast.

2Reclames die bedoeld zijn om van veraf te worden opgemerkt worden als onaanvaardbaar gezien.

3Kleine en subtiel vormgegeven reclame-uitingen hebben de voorkeur.

4Reclame wordt bij voorkeur in het ontwerp van het gebouw meegenomen.

5Reclame-uitingen staan in verhouding tot elkaar, de grootte en de architectuur van het bedrijfspand. Het totaal aan reclame-uitingen is in balans.

6Reclame past in de omgeving, bij de bedrijfsomvang en bij het gebouw. Hierbij wordt gekeken naar plaatsing, afmetingen, vormgeving, kleurstelling, materiaalgebruik en detaillering van het gebouw én de reclame.

7Op of bij een gebouw wordt alleen reclame gemaakt voor het bedrijf en de bedrijfsactiviteiten die ter plekke worden uitgeoefend.

8Reclame-uitingen op en bij een bedrijf/ organisatie worden op elkaar afgestemd. Dit geldt ook als er meerdere ondernemingen in hetzelfde gebouw zijn gehuisvest en als een bedrijf in meerdere aaneengesloten panden is gevestigd.

9Reclame is weerbestendig en wordt deugdelijk onderhouden (bijvoorbeeld: kapotte vlaggen worden vervangen en hetzelfde geldt voor verkleurde reclameborden).

10Bewegende reclame, daglichtreflecterende reclame, lichtcouranten, lichtreclame met veranderlijk of intermitterend (knipperend) licht en lichtprikkabels zijn niet toegestaan.

11Reclame is geen belemmering voor de verkeersdeelnemers en heeft geen nadelige invloed op de verkeersveiligheid.

12Lichtreclame is in het buitengebied niet toegestaan. Aangelichte reclame is alleen toegestaan bij categorie 1-bedrijven en mag branden van 7:00 uur tot 22:00 uur. Belangrijk is dat de lampen goed gericht worden op de reclame-uiting en daarmee niet veel verstoring geven in de omgeving.

13Als er een reclame-uiting aangevraagd wordt die anders is dan de in deze beleidsregels onderscheiden types, dan wordt in eerste instantie gekeken met welk type de reclame-uiting vergelijkbaar is. De criteria waarmee de reclame-uiting vergelijkbaar is, zullen dan voor deze reclame-uiting gelden. Als de reclame-uiting niet vergelijkbaar is met één van de onderscheiden types, dan gelden deze algemene criteria. Op basis van deze algemene criteria zal dan de beoordeling plaatsvinden.

Artikel 2 Gevelreclame

1Per bedrijf/organisatie, zoals genoemd in categorie 1 tot en met 3, is één gevelreclame op het bedrijfsgedeelte of - indien geen sprake is van een bedrijf - hoofdgebouw toegestaan.

2Reclame bevestigd aan de gevel staat in verhouding tot de afmetingen van het bedrijfspand en de betreffende gevel. Dit houdt in dat de reclame in de architectuur van het gebouw past.

3Reclame wordt binnen het gevelvlak aangebracht. Als gevelrand wordt aangemerkt de zijdelingse begrenzing van de gevel en de dakrand. Dakreclame is dus niet toegestaan.

4De voorkeur gaat uit naar losse belettering.

5De algemene regels, opgenomen in artikel 1, zijn van toepassing op gevelreclame.

Artikel 3 Vlaggen (ten behoeve van reclame)

1In het buitengebied is alleen bij categorie 1-bedrijven één vlaggenmast toegestaan.

2De vlaggenmast staat op een afstand van minstens 2 meter vanaf de zijdelingse perceelsgrens.

3Er kan afgeweken worden van het bepaalde in artikel 3, lid 2 en 3 als de plaatsing en de vlaggenmast passen bij de architectuur van de voorgevel, de inrichting van het terrein en de omgeving.

4De hoogte van een vlaggenmast wordt gerelateerd aan het gebouw en de omgeving. De hoogte van de vlaggenmast is maximaal 8 meter.

5De algemene regels, opgenomen in artikel 1, zijn van toepassing op vlaggen.

Artikel 4 Vrijstaande reclame

1Bij bedrijven of organisaties uit categorie 1 of 2 is één vrijstaande reclame-uiting toegestaan. Vlaggenmasten worden hierbij niet meegerekend. Een tweede vrijstaande reclame-uiting is in sommige gevallen wel toegestaan. Dit kan als het perceel aan twee zijden aan een weg grenst en dit past in de omgeving.

2Vrijstaande reclame-uitingen staan op een afstand van minstens 2 meter vanaf de zijdelingse perceelsgrens.

3De afmetingen van de vrijstaande reclame-uiting worden afgestemd op het gebouw en de omgeving. De vrijstaande reclame-uiting heeft een maximum hoogte van 2 meter.

4De vrijstaande reclame is aan beide zijden voorzien van reclame of aan de achterzijde netjes afgewerkt.

5Voor sportvelden geldt dat er rondom het sportveld platte reclameborden zijn toegestaan met een maximale hoogte van 1 meter, die aan de achterzijde netjes zijn afgewerkt.

6De algemene regels, opgenomen in artikel 1, zijn van toepassing op vrijstaande reclame.

Artikel 5 Verwijsborden

Op verzoek kan de gemeente besluiten verwijsborden op gemeentegrond te plaatsen ten behoeve van de vindbaarheid van categorie 1-bedrijven. Hierbij wordt wat plaatsing, vormgeving en dergelijke betreft, aangesloten bij de richtlijnen die zijn opgenomen in de CROW-publicatie 262: Richtlijn toeristische bewegwijzering - toeristisch-recreatieve objecten en toeristische routes. Individuele reclameborden/verwijsborden zijn op gemeentegrond en op grond van anderen dus niet toegestaan.

Artikel 6 Overgangsbepaling

1Nieuwe reclame moet aan deze welstandscriteria voldoen.

2Reclame die bij het van kracht worden van deze welstandscriteria (3 november 2010) aanwezig is en aangebracht conform de toepasselijke bepalingen uit de Wabo, Woningwet en/of de APV, mag blijven bestaan.

3Voor nieuwe reclame, aangebracht op bestaande reclametoestellen, moet een nieuwe vergunning worden aangevraagd. De vergunningaanvraag zal dan worden getoetst aan deze welstandscriteria. Dit geldt ook voor nieuwe reclame ter vervanging van bestaande reclame.

R2. RECLAMECRITERIA BESCHERMDE STADS- EN DORPSGEZICHTEN

Gebied

Deze welstandscriteria gelden voor reclame-uitingen op locaties met de bestemming bedrijven, detailhandel, dienstverlening, horeca, maatschappelijk, ontspanning en vermaak en centrumfunctie (met uitzondering van de woonfunctie) in het beschermd stadsgezicht van Dokkum en de beschermde dorpsgezichten van Holwerd, Ee, Metslawier en Paesens-Moddergat.

Artikel 1 Algemene regels

1Reclame wordt bij voorkeur in het ontwerp van het gebouw meegenomen.

2Reclames moeten optimaal worden afgestemd op het stads- of dorpsbeeld en de architectuur van de individuele panden.

3Zijn in de historische architectuur reeds specifieke reclamemogelijkheden aanwezig (zoals koofborden en reclamevelden), dan is dat de aangewezen plaats voor reclames.

4De gevel dient zoveel mogelijk zijn oorspronkelijke staat te behouden. Dit houdt in dat het niet de bedoeling is om bijvoorbeeld geveldelen in kleuren te schilderen die ten dienste zijn van de reclame. Met gevel worden ook de elementen in de gevel bedoeld, zoals kozijnen, ornamenten, etc.

5Reclame-uitingen staan in verhouding tot elkaar, de grootte en de architectuur van het betreffende gebouw. Het totaal aan reclame-uitingen is in balans.

6Reclame past in de omgeving en bij het gebouw. Hierbij wordt gekeken naar plaatsing, afmetingen, vormgeving, kleurstelling, materiaalgebruik en detaillering van het gebouw én de reclame.

7Op of bij een gebouw wordt alleen reclame gemaakt voor het bedrijf/de organisatie en de (bedrijfs)activiteiten die ter plekke worden uitgeoefend.

8Reclame-uitingen op en bij een bedrijf/organisatie worden op elkaar afgestemd. Dit geldt ook als er meerdere ondernemingen in hetzelfde gebouw zijn gehuisvest en als een bedrijf in meerdere aaneengesloten panden is gevestigd.

9Reclame is weerbestendig en wordt deugdelijk onderhouden (bijvoorbeeld: kapotte vlaggen worden vervangen en hetzelfde geldt voor verkleurde reclameborden).

10Bewegende reclame, daglichtreflecterende reclame, lichtcouranten, lichtreclame met veranderlijk of intermitterend (knipperend) licht en lichtprikkabels zijn niet toegestaan.

11Reclame is geen belemmering voor de verkeersdeelnemers en heeft geen nadelige invloed op de verkeersveiligheid.

12Lichtreclame en verlichting van aangelichte reclame mag branden van 07.00 uur tot 22.00 uur.

13De voorkeur gaat uit naar energiezuinige verlichting.

14Bij nieuwbouw en verbouw van bestaande panden dienen de elektrische leidingen ten behoeve van de reclame of aanlichting van reclame onzichtbaar te worden aangebracht.

Artikel 2 Gevelreclame

1Reclame bevestigd aan de gevel staat in verhouding tot de afmetingen van het bedrijfspand en de betreffende gevel. Dit houdt in dat de reclame in de architectuur van het gebouw past. De reclame is ondergeschikt in het gevelbeeld.

2Per pand mogen maximaal 2 reclame-uitingen op de gevel worden aangebracht. Bij samengevoegde panden mag 1 reclame-uiting per pand worden aangebracht, waarbij het totale aantal mag worden vermeerderd met 1.

3Bij het plaatsen van een reclame-uiting blijft de gevel goed zichtbaar. Dit kan door gebruik te maken van bijvoorbeeld losse belettering aan de gevel of losse belettering op het raam.

4Reclame in de volgende vormen is in ieder geval niet toegestaan:

•Reclame in de vorm van platte borden/bakken/dozen parallel aan de gevel.

•Doeken, bijvoorbeeld in een frame.

•Dakreclame.

Reclame wordt onder de ramen van de eerste verdieping aangebracht. Op deze regel gelden twee uitzonderingen:

1een uitzondering kan worden gemaakt als reclame onder de ramen op de eerste verdieping leidt tot een verkeersonveilige situatie;

2reclame op het fries onder de goot onder de volgende voorwaarden wordt toegestaan:

a.de tekst is geschilderd (geen plakletters);

het lettertype en de lettergrootte passen binnen het cultuurhistorische karakter van het fries, het pand en de omgeving (zie bijgaande afbeelding);

3Voor uithangborden en uitstekende reclamebakken gelden de volgende regels:

•De oppervlakte bedraagt maximaal 0,64 m².

•De langste zijde is maximaal 80 cm.

•De dikte is maximaal 20 cm.

•Het aansluitstuk tussen gevel en reclame-uiting heeft een maximale lengte van 20 cm.

•De reclame inclusief aansluitstuk steekt maximaal 1 meter uit de gevel.

4Voor banieren gelden de volgende regels:

•Banieren zijn alleen toegestaan als er geen overige gevelreclame wordt aangebracht.

•Het aantal banieren is maximaal 2.

•Een banier mag maximaal 40 cm uit de gevel steken (inclusief bevestigingsmateriaal).

•De bevestigingsmiddelen van een banier moeten passen bij het gebouw en de omgeving.

5Voor vlaggen aan de gevel gelden de volgende regels:

•Indien er banieren op een pand zijn aangebracht, zijn vlaggen niet toegestaan.

•Per 5 meter gevelbreedte is 1 vlag toegestaan.

•De maximale toegestane oppervlakte per vlag is maximaal 70 x 100 cm.

•De vlag mag niet boven de eerste verdieping uitsteken.

•Vlaggen moeten uiterlijk een half uur na winkelsluiting zijn binnengehaald.

6De algemene regels, opgenomen in artikel 1, zijn van toepassing op gevelreclame.

Artikel 3 Raamreclame

1Raamreclame staat in verhouding tot het raam en de gevel waarop ze wordt aangebracht. De reclame tast de architectuur van het gebouw niet aan.

2Reclamevoering door middel van blindering van ramen is in principe niet toegestaan. Van deze regel kan afgeweken worden als het gaat om een maatwerkoplossing en er wordt voldaan de volgende criteria:

•De blindering zorgt niet voor een gesloten straatbeeld (het aantal geblindeerde ramen en/of de geblindeerde oppervlakte is beperkt).

•De vormgeving en uitvoering van de blindering hebben een hoge kwaliteit en verstoren het omgevingsbeeld niet.

•Het project levert een positieve bijdrage aan de beleving van het beschermde stads- of dorpsgezicht.

•De reclame-uiting is ten behoeve van bedrijven in het beschermd stads- op dorpsgezicht.

Daarnaast wegen de volgende aspecten mee: het project is ten behoeve van het algemeen belang van het beschermde stads- of dorpsgezicht en/of is van tijdelijke aard (enkele maanden).

3De algemene regels, opgenomen in artikel 1, zijn van toepassing bij raam reclame.

Artikel 4 Zonwering

1Reclame op zonweringen is toegestaan op de volant. Op markiezen is reclame toegestaan op het onderste element van de markies, direct boven de volant.

2De algemene regels, opgenomen in artikel 1, zijn van toepassing op zonwering.

Artikel 5 Vrijstaande reclame

1Vrijstaande reclame is in beginsel niet toegestaan.

2Als er een voorerf aanwezig is, is het toegestaan om maximaal 1 vrijstaande reclame-uiting te plaatsen. Deze reclame-uiting moet voldoen aan de volgende voorwaarden:

•Vrijstaande reclame-uitingen staan op een afstand van minstens 2 meter vanaf de zijdelingse perceelsgrens.

•De afmetingen van de vrijstaande reclame-uiting worden afgestemd op het gebouw en de omgeving. De vrijstaande reclame-uiting heeft een maximum hoogte van 1,5 meter.

•De vrijstaande reclame is aan beide zijden voorzien van reclame of aan de achterzijde in donkere kleur uitgevoerd en netjes afgewerkt.

1Vlaggenmasten en beachvlaggen zijn niet toegestaan.

2De algemene regels, opgenomen in artikel 1, zijn van toepassing op vrijstaande reclame.

Artikel 6 Overgangsbepaling

1Nieuwe reclame moet aan deze welstandscriteria voldoen.

2Reclame die bij het van kracht worden van deze welstandscriteria aanwezig is en aangebracht conform de toepasselijke bepalingen uit de Woningwet, de APV en de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, mag blijven bestaan.

3Voor nieuwe reclame, aangebracht op bestaande reclametoestellen, moet een nieuwe vergunning worden aangevraagd. De vergunningaanvraag zal dan worden getoetst aan deze welstandscriteria. Dit geldt ook voor nieuwe reclame ter vervanging van bestaande reclame.

R3. RECLAMECRITERIA BEDRIJVENTERREINEN EN BEDRIJVEN

Gebiedsindeling

Voor de beoordeling van reclame worden gebieden onderscheiden. Deze staan nader aangegeven op de kaarten van bijlage 1. Er wordt onderscheid gemaakt in:

•bedrijventerreinen;

•woon-werklocaties.

De welstandscriteria van de beide gebieden (bedrijventerreinen en woon-werk-locaties) zijn in principe hetzelfde. Voor de woon-werklocaties zijn enkele aanvullende voorschriften van toepassing.

De welstandscriteria voor de woon-werklocaties gelden ook voor bedrijven die niet op een bedrijventerrein zijn gevestigd, maar in het bestemmingsplan wel zijn bestemd als bedrijven, detailhandel of dienstverlening. Ook gelden de welstandscriteria voor bedrijven die zijn gerealiseerd door middel van ontheffing van het bestemmingsplan.

Deze welstandscriteria gelden niet voor bedrijven in een beschermd dorps- of stadsgezicht en bedrijven in het buitengebied en in het economisch gebied zuiderpoort.

Artikel 1 Algemene regels

1Reclame wordt bij voorkeur in het ontwerp van het gebouw meegenomen.

2Reclame-uitingen staan in verhouding tot elkaar, de grootte en architectuur van het bedrijfspand. Het totaal aan reclame-uitingen is in balans.

3Reclame past in de omgeving en bij het gebouw. Hierbij wordt gekeken naar plaatsing, afmetingen, vormgeving, kleurstelling, materiaalgebruik en detaillering.

4Op of bij een gebouw wordt alleen reclame gemaakt voor het bedrijf en de bedrijfsactiviteiten die ter plekke worden uitgeoefend.

5Reclame-uitingen op en bij een bedrijf worden op elkaar afgestemd. Dit geldt ook als er meerdere ondernemingen in hetzelfde gebouw zijn gehuisvest.

6Reclame is weerbestendig en wordt deugdelijk onderhouden (bijvoorbeeld: kapotte vlaggen worden vervangen en hetzelfde geldt voor verkleurde reclameborden).

7Bewegende reclame, daglichtreflecterende reclame, lichtcouranten, lichtreclame met veranderlijk of intermitterend (knipperend) licht en lichtprikkabels zijn niet toegestaan. Bewegende reclame en lichtcouranten kunnen in bijzondere gevallen worden toegestaan. Deze moeten passen bij de bedrijfsactiviteiten en de omgeving.

8Reclame is geen belemmering voor de verkeersdeelnemers en heeft geen nadelige invloed op de verkeersveiligheid.

9Lichtreclame en verlichting van aangelichte reclame mag branden van 07.00 uur tot 22.00 uur.

10Voor de gevels die grenzen aan de randen van bedrijventerreinen geldt dat de luminescentie van lichtreclame en aangelichte reclame wordt beperkt. De lichtuitstraling mag niet als onevenredig storend worden aangemerkt.

11De voorkeur gaat uit naar energiezuinige verlichting.

12Zonwering met reclame-uitingen zijn op de bedrijventerreinen en woon-werklocaties niet toegestaan.

Artikel 2 Gevelreclame

1Reclame bevestigd aan de gevel staat in verhouding tot de afmetingen van het bedrijfspand en de betreffende gevel. Dit houdt in dat de reclame in de architectuur van het gebouw past.

2Reclame wordt bij voorkeur binnen het gevelvlak aangebracht. Als gevelrand wordt aangemerkt de zijdelingse begrenzing van de gevel en de dakrand. Dakreclame is toegestaan als:

•het past in de omgeving en in verhouding staat tot de grootte en architectuur van het pand;

•de achterkant van de dakreclame vanaf het openbaar gebied niet zichtbaar is of de achterkant zodanig is vormgegeven dat het geen verstorend beeld oplevert voor de omgeving en de gebouwarchitectuur. Dit betekent dat de draagconstructie van de reclame niet zichtbaar is;

•de dakreclame niet bestaat uit lichtreclame. Aangelichte reclame kan wel;

•de dakreclame wordt aangebracht op platte daken.

3De voorkeur gaat uit naar losse belettering. Dit omdat de gevel op deze wijze het meest herkenbaar blijft. Hierdoor is het beter mogelijk om de reclame te integreren in de architectuur van het gebouw.

4Afhankelijk van de grootte van de gevels en de reclame-uiting kan er meer dan 1 gevelreclame op de gevels worden toegestaan. Áls gekozen wordt voor meerdere reclame-uitingen aan de gevel, dan gaat de voorkeur uit naar maximaal 2 gevelreclame-uitingen op de voorgevel en 1 op de overige gevels.

5De algemene regels, opgenomen in artikel 1, zijn van toepassing op gevelreclame.

Artikel 3 Vlaggen

1Er zijn maximaal 3 losstaande vlaggenmasten per bedrijf toegestaan.

2Vlaggenmasten staan op een afstand van minstens 2 meter vanaf de zijdelingse perceelsgrens.

3Vlaggenmasten worden maximaal 4 meter achter de voorgevellijn van het bedrijfspand geplaatst.

4Indien er gekozen wordt voor meerdere vlaggenmasten, dan:

•worden deze gegroepeerd;

•zijn de vlaggenmasten en de vorm van de vlaggen per bedrijf uniform.

5Er kan afgeweken worden van het bepaalde in artikel 5, lid 1, 2, 3 en 4 als de plaatsing en de vlaggenmasten passen bij de architectuur van de voorgevel, de inrichting van het terrein en de omgeving.

6De hoogte van een vlaggenmast wordt gerelateerd aan het gebouw en de omgeving. De hoogte van de vlaggenmast is maximaal 9 meter.

7Vlaggen en vlaggenmasten worden niet geplaatst voor gevels die grenzen aan de randen van een bedrijventerrein, tenzij de entree aan de rand van het bedrijventerrein is gelegen.

8De algemene regels, opgenomen in artikel 1, zijn van toepassing op vlaggen.

Artikel 4 Vrijstaande reclame

1Per bedrijf is één vrijstaande reclame-uiting toegestaan. Vlaggenmasten worden hierbij niet meegerekend.

2Vrijstaande reclame-uitingen staan op een afstand van minstens 2 meter vanaf de zijdelingse perceelsgrens.

3De vrijstaande reclame-uiting bevindt zich op het eigen perceel, maximaal 4 meter achter de voorgevellijn.

4De afmetingen van de vrijstaande reclame-uiting worden afgestemd op het gebouw en de omgeving. De vrijstaande reclame-uiting heeft een maximum hoogte van 4,5 meter.

5Verwijzingsborden zijn alleen toegestaan op de daarvoor geplaatste verzamelborden.

6De vrijstaande reclame is aan beide zijden voorzien van reclame of aan de achterzijde netjes afgewerkt.

7De algemene regels, opgenomen in artikel 1, zijn van toepassing op vrijstaande reclame.

Artikel 5 Raambelettering en raamreclame

1Raambelettering en raamreclame staan in verhouding tot het raam en de gevel waarop ze worden aangebracht. De reclame tast de architectuur van het gebouw niet aan.

2De algemene regels, opgenomen in artikel 1, zijn van toepassing op raambelettering en raamreclame.

Artikel 6 Woon-werklocaties en detailhandel, dienstverlening en bedrijven niet op een bedrijventerrein (aanvullend!)

1Gevelreclame op woon-werklocaties en op locaties met de bestemming detailhandel, dienstverlening en bedrijven die niet op een bedrijventerrein zijn gevestigd, worden aangebracht op het bedrijfsgedeelte.

2Op woon-werklocaties en op locaties met de bestemming detailhandel, dienstverlening en bedrijven die niet op een bedrijventerrein zijn gevestigd, heeft aangelichte reclame de voorkeur boven lichtreclame.

Reclame - Grappig, serieus, geweldig of verschrikkelijk?

Artikel 7 Autoverkoopbedrijven (aanvullend!)

1Op de zij- en achtergevels van het bedrijfspand is het voeren van één merknaam en één dealernaam toegestaan. Op de gevel waar de hoofdentree van de panden zich bevindt, is een dealernaam toegestaan en per gevoerde merknaam één reclame-uiting met een maximum van drie gevoerde merknamen. Voorwaarde is dat deze reclame-uitingen op elkaar zijn afgestemd wat betreft grootte, type en vormgeving.

2Als gekozen wordt voor een reclame-uiting in de vorm van reclamezuilen, dan gaat de voorkeur uit naar één reclamezuil met daarop de reclame-uitingen voor de gevoerde dealernaam en/of merknamen. Als er gekozen wordt voor meerdere reclamezuilen, is het maximum aantal 3. Deze reclamezuilen zijn op elkaar afgestemd wat betreft grootte, type en vormgeving. Ook moeten de reclamezuilen gegroepeerd worden. Indien er meerdere reclamezuilen worden geplaatst, dienen deze uniform te zijn en niet storend in de omgeving. Ook dienen de reclamezuilen slank te zijn en gezamenlijk niet één groot vlak te vormen. Als gekozen wordt voor meerdere zuilen, zijn de zuilen minder volumineus dan wanneer er gekozen wordt voor één zuil.

3Artikel 4, lid 1 van deze welstandscriteria is op autoverkoopbedrijven niet van toepassing.

4Openingstijdenborden zijn bij de entree van het gebouw toegestaan, mits deze passend zijn bij de architectuur van het gebouw. Hetzelfde geldt voor bewegwijzeringsborden naar de bedrijfsfaciliteiten.

5De algemene regels, opgenomen in artikel 1, zijn van toepassing op reclame-uitingen bij autoverkoopbedrijven.

Artikel 8 Overgangsbepaling

1Nieuwe reclame moet aan deze welstandscriteria voldoen.

2Reclame die bij het van kracht worden van deze welstandscriteria aanwezig is en aangebracht conform de toepasselijke bepalingen uit de Woningwet en de APV, mag blijven bestaan.

3Voor nieuwe reclame, aangebracht op bestaande reclametoestellen, moet een nieuwe vergunning worden aangevraagd. De vergunningaanvraag zal dan worden getoetst aan deze welstandscriteria. Dit geldt ook voor nieuwe reclame ter vervanging van bestaande reclame.

R4. RECLAMECRITERIA ECONOMISCH GEBIED ZUIDERPOORT

Gebiedsindeling

Voor de beoordeling van de toelaatbaarheid van reclame worden de volgende gebieden onderscheiden:

•Autoboulevard.

•PDV-locatie.

•Economische Zone.

De beleidsregels van de PDV-locatie en de Economische Zone zijn hetzelfde. Voor de Autoboulevard zijn aanvullende voorschriften van toepassing, waarbij bepaalde regels die voor de PDV-locatie en de Economische Zone wel gelden, voor de Autoboulevard niet van toepassing zijn verklaard.

Artikel 1 Algemene regels

1Reclame dient bij voorkeur in het ontwerp van het gebouw te worden meegenomen.

2Reclame-uitingen moeten in verhouding staan tot elkaar, de grootte en architectuur van het bedrijfspand.

3Reclame die qua plaatsing, kleurstelling, materiaalgebruik en detaillering de harmonie van de gebouwarchitectuur of van de openbare ruimte in de omgeving verstoort, is niet toegestaan.

4Op of bij een gebouw wordt alleen reclame gemaakt voor het bedrijf/ de organisatie en de (bedrijfs)activiteiten die ter plekke worden uitgeoefend.

5Reclame op bedrijfsgebouwen en kantoorgebouwen dient voor wat betreft vormgeving, type en grootte zo veel mogelijk op elkaar te worden afgestemd. Dit geldt ook als er meerdere ondernemingen in hetzelfde gebouw zijn gehuisvest.

6Reclame moet weerbestendig zijn en deugdelijk worden onderhouden (bijvoorbeeld: kapotte vlaggen dienen te worden vervangen en hetzelfde geldt voor verkleurde reclameborden).

7Bewegende reclame, daglichtreflecterende reclame, lichtcouranten, lichtreclame met veranderlijk of intermitterend (knipperend) licht en lichtprikkabels zijn niet toegestaan.

8Reclame mag geen belemmering zijn voor de verkeersdeelnemers en mag geen nadelige invloed hebben op de verkeersveiligheid.

9Lichtreclame mag branden van 07.00 uur tot 22.00 uur. Dit geldt ook voor aangelichte reclame.

10Voor de gevels die grenzen aan de randen van het EGZ geldt:

•De luminescentie van lichtreclame en aangelichte reclame moet worden beperkt. De lichtuitstraling mag niet als onevenredig storend worden aangemerkt.

•Er zijn hier geen vlaggen en vlaggenmasten toegestaan.

11Luifels en zonwering met reclame-uitingen zijn niet toegestaan.

Artikel 2 Gevelreclame

1Reclame bevestigd aan de gevel moet in verhouding staan tot de afmetingen van het bedrijfspand en de betreffende gevel. Dit houdt in dat de reclame in de architectuur van het gebouw moet passen.

2Teksten van meer dan 2 regels zijn niet toegestaan. Op de doeken in frames zijn wel teksten van meer dan 2 regels toegestaan.

3Reclame dient binnen het gevelvlak te worden aangebracht. Als gevelrand wordt aangemerkt de zijdelingse begrenzing van de gevel en de dakrand. Dakreclame is dus niet toegestaan.

4De voorkeur gaat uit naar losse belettering. Dit omdat de gevel op deze wijze het meest herkenbaar blijft. Hierdoor is het beter mogelijk om de reclame te integreren in de architectuur van het gebouw.

5Per gevel is maximaal 1 gevelreclame-uiting toegestaan met de keten-/ winkelnaam/logo. Op de gevel waar de hoofdentree van de panden zich bevindt, is een tweede gevelreclame-uiting toegestaan.

6De algemene regels, opgenomen in artikel 1, zijn van toepassing op gevelreclame.

Artikel 3 Vlaggen

1Er zijn maximaal 3 losstaande vlaggenmasten per bedrijf toegestaan.

2Indien er gekozen wordt voor meerdere vlaggenmasten, moeten deze in een rechte lijn naast elkaar worden gegroepeerd.

3De hoogte van een vlaggenmast is maximaal 7,5 meter.

4Per bedrijf dienen de vlaggenmasten en de vlaggen uniform te zijn.

5Vlaggen en vlaggenstokken aan een gevel zijn niet toegestaan.

6De onderkant van de banieren en vlaggen die aan de vlaggenmast worden gehangen, hangt tenminste 3 meter boven het maaiveld.

7Vlaggen en vlaggenmasten mogen niet geplaatst worden voor gevels die grenzen aan de randen van het EGZ.

8De algemene regels, opgenomen in artikel 1, zijn van toepassing op gevelreclame.

Artikel 4 Vrijstaande reclame

1Vrijstaande reclame-uitingen, met uitzondering van vlaggenmasten, zijn op de PDV en de Economische Zone niet toegestaan.

2De algemene regels, opgenomen in artikel 1, zijn van toepassing op vrijstaande reclame.

Artikel 5 Raambelettering en raamreclame

1Raambelettering en raamreclame dienen in verhouding te staan tot het raam en de gevel waarop ze worden aangebracht.

2Reclamevoering door middel van blindering van ramen is niet toegestaan.

3De algemene regels, opgenomen in artikel 1, zijn van toepassing op raambelettering en raamreclame.

Artikel 6 Autoboulevard (aanvullend!)

1Op de zij- en achtergevels van het bedrijfspand is het voeren van één merknaam en één dealernaam toegestaan. Op de gevel waar de hoofdentree van de panden zich bevindt, is per gevoerde merknaam één reclame-uiting toegestaan met een maximum van 3 gevoerde namen. Voorwaarde is dat deze reclame-uitingen op elkaar zijn afgestemd wat betreft grootte, type en vormgeving. Artikel 2, lid 5 van deze beleidsregels is op de autoboulevard dus niet van toepassing.

2Per gevoerde merknaam is één pylon/reclamezuil toegestaan, met een maximum van drie pylonen/reclamezuilen.

3De hoogte van een pylon/reclamezuil mag maximaal 4,5 meter zijn.

4Vlaggenmasten zijn aan de zijde van de Murmerwoudsterweg en de Rondweg West niet toegestaan (in tegenstelling tot wat artikel 3, lid 7 bepaalt, zijn vlaggen en vlaggenmasten op de autoboulevard zijn wel aan andere zijden toegestaan, ook al betreft deze zijde de rand van het EGZ).

5Openingstijdenborden zijn bij de entree van het gebouw toegestaan, mits deze passend zijn bij de architectuur van het gebouw. Hetzelfde geldt voor bewegwijzeringsborden.

6De algemene regels, opgenomen in artikel 1, zijn van toepassing op reclame-uitingen bij bedrijven op de autoboulevard.

Artikel 7 Overgangsbepaling

1Nieuwe reclame moet aan deze beleidsregels voldoen.

2Reclame die bij het van kracht worden van deze beleidsregels aanwezig is en aangebracht conform de toepasselijke bepalingen uit de Woningwet en de APV, mag blijven bestaan.

3Voor nieuwe reclame, aangebracht op bestaande reclametoestellen, moet een nieuwe vergunning worden aangevraagd. De vergunningaanvraag zal dan worden getoetst aan deze beleidsregels. Dit geldt ook voor nieuwe reclame ter vervanging van bestaande reclame.

R 6. SOLITAIRE RECLAMEMASTEN

Wat wordt bedoeld met solitaire reclamemasten?

Met solitaire reclamemasten wordt bedoeld: de losstaande, niet bij één bedrijf behorende reclamemasten veelal met wisselende reclamebeelden die bedoeld zijn voor het aanprijzen van producten of bedrijven elders.

Onder solitaire reclamemasten wordt hier niet verstaan die grote masten die tegenwoordig langs veel snelwegen staan. Deze zijn hoger dan 15 meter, soms tot wel 35 meter. In het open landschap in Noardeast-Fryslân is hiervoor geen plaats. Voor kleinere, maar nog steeds grote, solitaire reclamemasten, tot 5 meter hoogte, ligt de situatie anders. Dit mits er aansluiting gezocht wordt op de omgeving en aan het aantal een maximum gesteld wordt. En over deze solitaire reclamemasten tot 5 meter gaan deze welstandscriteria.

Dokkum regiostad

Gezien de ontwikkelingen in Dokkum, waarbij bedrijventerreinen in Dokkum meer en meer een belangrijke economische drager van een grote regio wordt, is het aanvaardbaar om op een aantal belangrijke toegangswegen/stadsontsluitingswegen solitaire reclamemasten toe te staan. Genoemde ontwikkelingen maken het voor bedrijven - en mogelijk ook voor de gemeente - aantrekkelijk zich middels reclame-uitingen te profileren. Hiermee versterkt regiostad Dokkum haar positie als economisch en toeristisch-recreatief hart in de regio en kan deze positie verder worden uitgedragen. De reclamemasten passen goed bij het karakter van Dokkum als zijnde een Regiostad.

Negatieve effecten

Het plaatsen van solitaire reclamemasten kan echter ook negatieve effecten hebben. Zo kan verkeerde plaatsing leiden tot een aantasting van de verkeersveiligheid op de nabij gelegen wegen of tot aantasting van de landschappelijke waarden; een te groot aantal reclamemasten kan leiden tot een negatieve uitstraling op de omgeving, wat uiteindelijk kan leiden tot verpaupering van de omgeving. Deze factoren maken het wenselijk om te bezien of, en zo ja, waar in de gemeente Noardeast-Fryslân medewerking kan worden verleend aan het plaatsen van solitaire reclamemasten.

Plaatsingsmogelijkheden

Op grote bedrijventerreinen aan toegangswegen richting het centrum van Dokkum/stadsontsluitingswegen, is er ruimte voor solitaire reclamemasten. Voorwaarden zijn dat deze beperkt worden tot maximaal 1 per toegangsweg en dat de directe omgeving een, binnen de schaal van Dokkum, groot bedrijventerrein is. Deze 2 voorwaarden gezamenlijk genomen, resulteert in een maximum van 3 solitaire reclamemasten in Dokkum. Deze zouden alleen kunnen worden geplaatst aan de Murmerwoudsterweg (bij Economisch Gebied Zuiderpoort, aan de Holwerderweg (op Betterwird) en aan de Strobossertrekweg/Bocksmeulen (op Hogedijken).

Gezien de openheid van het landschap en de schaal van overige bedrijventerreinen in Noardeast-Fryslân is alleen in Dokkum ruimte voor solitaire reclamemasten. De masten worden niet gerealiseerd als "portalen" van Dokkum, maar dienen zich meer te voegen binnen de bebouwde kom.

Welstandscriteria

Plaatsing

•Op grote bedrijventerreinen, gericht op toegangswegen richting het centrum van Dokkum / stadsontsluitingswegen.

•Duidelijke relatie met de doorgaande weg.

•Niet nabij burgerwoningen; woningen mogen geen hinder ondervinden van mogelijke aan- en verlichting.

•Vrijstaand (solitair), los van andere bebouwing en andere bouwwerken.

•Niet nabij landschappelijk waardevolle elementen. Niet aan de rand van het open buitengebied van de gemeente (dus waar stad overgaat in landelijk gebied).

Hoofdvorm

•Autonome, heldere en eenduidige hoofdvorm.

•Evenwichtige verhouding tussen masthoogte en afmetingen tekstbord.

•Duidelijk onderscheid tussen mast en reclamevlak.

Aanzichten

•Gericht op de hoofdweg.

•Teksten e.d. in compositie en afmeting afgestemd op het vlak en de zichtafstand.

•Toevoegingen zijn ondergeschikt en onopvallend.

Opmaak

•Materiaal: metaal, beton.

•Kleur: zilvergrijs, matte uitvoering.

•Lichtreclame mag branden van 07.00 uur tot 22.00 uur. Dit geldt ook voor aangelichte reclame.

Diversen

•Aandacht voor toevoegingen als afrasteringen, schakelkasten, beplanting, etc. Toevoegingen clusteren tot één element. Voorkeur gaat uit naar het opnemen van dergelijke toevoegingen in de mast in plaats van een losstaand element.

•Reclame mag geen belemmering zijn voor de verkeersdeelnemers en mag geen nadelige invloed hebben op de verkeersveiligheid.

Geadviseerd wordt de afmetingen van de reclamemast gelijk te houden aan de reclamemast van de Murmerwoudsterweg, namelijk 4 m breed x 3 m hoog, geplaatst op een hoogte van 2 m. Om een wildgroei van veelvormige reclame-uitingen te voorkomen wordt tevens geadviseerd om de vormgeving en kleurstelling van de reclamemasten gelijk te houden aan de reeds gerealiseerde reclamemast aan de Murmerwoudsterweg.

OT10. WOONSCHEPEN/WOONARKEN

Objectbeschrijving

In de gemeente zijn op diverse plekken woonschepen en woonarken gesitueerd. Het innemen van een ligplaats kan slechts nadat hiervoor toestemming is verkregen en het planologisch mogelijk is.

Woonschepen en woonarken kenmerken zich door hun alzijdige oriëntatie, hetgeen onder meer wordt bekrachtigd doordat ze vaak aan twee zijden (weg en water) aan openbare terreinen zijn gelegen. Dit impliceert tegelijkertijd de noodzaak van een zorgvuldige inpassing in het straat- en bebouwingsbeeld, dan wel een inpassing in het landelijk gebied.

Woonschepen komen voor op enkele plekken in de binnenstad van Dokkum (Hellingpad). Het zijn voor wonen geschikt gemaakte voormalige schepen uit de beroepsvaart. Het uiterlijk van het schip is herkenbaar aan de romp, de stevens en in de opbouw. Voor dit laatste gaat het vaak om zaken als stuurhuis, dek, mast, roer etc.

Daarnaast is binnen het beschermd stadsgezicht Dokkum een locatie in het bestemmingsplan opgenomen als 'museumhaven'. Hier (Grootdiep) mogen gedurende de periode 1 oktober tot en met 1 april historische schepen worden aangelegd. Schepen die het historisch karakter van de stad aanvullen. Denk hierbij aan skûtsjes en bruine vloot schepen. Feitelijk gaat het hier niet om voormalige schepen maar om nog varende of bevaarbare zeilschepen. Deze categorie valt buiten de kaders van navolgende criteria.

Woonarken zijn duidelijk voor het wonen ontwikkeld en bestaan doorgaans uit een drijvende bak met daarop een opbouw. Woonarken liggen op enkele plekken in het buitengebied nabij Wanswerd en in de nabijheid van jachthavens zoals Anjum, Oostmahorn.

Beleid, waardebepaling en ontwikkeling

Woonschepen kunnen in belangrijke mate het aanzien van een gebied bepalen. Daarom is het wenselijk om ook aan deze categorie welstandseisen te stellen.

Woonschepen/woonarken dienen sinds 1 januari 2018 op grond van de 'Wet verduidelijking voorschriften woonboten' te worden beschouwd als bouwwerk.

Binnen beschermde stads- en dorpsgezichten zijn woonarken niet passend.

Ingrijpende ontwikkelingen ten aanzien van de woonschepen en woonarken worden niet direct verwacht.

Welstandsambitie

De woonschepen en woonarken komen in aanmerking voor extra aandacht bij de planbeoordeling.

6. (her-) Ontwikkelingsprojecten

7. Excessenregeling

7.2 Wat zijn excessen?

Intrekking oude beleidsregels

De welstandsnota Noardeast-Fryslân vastgesteld op 16 december 2020 wordt ingetrokken met ingang van de datum waarop deze beleidsregels in werking treden.

Inwerkingtreding en citeertitel

1Deze beleidsregels treden in werking op 1 dag na publicatie.

2Deze beleidsregels worden aangehaald als: Welstandsnota Noardeast-Fryslân van de gemeente Noardeast-Fryslân.

Bijlage 1Welstandsbeleidskaart

Een losse overzichtskaart vindt u achter in deze welstandsnota.

Welstandsnota Noardeast-Fryslân (bugelhajema.nl)

Bijlage 2 Stalen dakplaten op het boerenerf

Stalen dakplaten op het boerenerf

Regelmatig ontstaat de wens om stalen dakplaten toe te passen op het boerenerf. Op basis van de huidige welstandsnota's van de verschillende Friese gemeenten is dit niet altijd mogelijk. Vaak staat hierin dwingend omschreven dat; "daken voorzien zijn van (gebakken) pannen en/of riet," hetgeen geen ruimte laat voor de toepassing van een stalen dakplaat.

Bij de herziening van de welstandsnota wil een aantal gemeenten het uitsluiten van dakpanplaten nuanceren.

Hoewel Hûs en Hiem de voorkeur geeft aan het gebruik van gebakken dakpannen in plaats van stalen dakpanplaten, geeft deze handleiding een aantal aandachtspunten bij de toepassing van stalen dakplaten op het boerenerf.

Stalen Dakpanprofielplaten op boerderijen.

Algemeen:

Steeds vaker komt het voor dat de bestaande dakpannen of riet van een historische boerderij om bouwtechnische redenen vervangen dienen te worden. Gezien de vaak te licht uitgevoerde draagconstructie wordt dan de voorkeur gegeven aan het toepassen van stalen dakpanprofielplaten, teneinde het bestaande beeld zo goed mogelijk te herstellen / te behouden bij een minimale gewichtstoename.

Bij de (vervanging van gebakken keramische dakpannen) door stalen dakpanplaten adviseert Hûs en Hiem de volgende punten in acht te nemen.

Aandachtspunten:

> Ondergeschiktheid / afmetingen

Het verdient aanbeveling het gebruik van dakpanprofielplaten op boerderijen zoveel mogelijk te beperken tot het schuurdeel en het voorhuis met keramische al dan niet geglazuurde dakpannen te dekken.

Op deze wijze blijft er een onderscheid bestaan tussen het uit historisch oogpunt gezien "rijke" voorhuis en het "arme" schuurdeel.

Belangrijk hierbij is het formaat van de gebakken dakpannen af te stemmen op die van de dakpanprofielplaat ten einde één homogeen kapbeeld te krijgen.

Voorhuis dakpannen, schuurdeel dakpanplaten (Workum)

> Detaillering

De overgang tussen beide soorten dakbedekking verdient de nodige aandacht, hiervoor zijn eigenlijk maar twee passende overgangsdetails (zie ook bijgaande detaillering.)

Overgangsdetail 01

keramische dakpannen en stalen profielplaat zijn in panmaat, afmetingen en plaatsing op elkaar afgestemd en uitgelijnd waarbij er op de overgang van beide materialen aan de onderzijde een verholen goot is aangebracht.

Deze detaillering zorgt voor de meest natuurlijke aansluiting en wordt voorgestaan.

Overgangsdetail 02

De vervangende dakpanprofielplaat wordt hoger geplaatst dan de keramische dakpannen, hierdoor ontstaat een duidelijke overgang tussen beide dakbedekkingen. De verholen goot (metaal zetwerk) die wordt toegepast op de scheiding van beide materialen dient ter voorkoming van een te duidelijke overgang de kleur te hebben van de toegepaste stalen dakpanprofielplaat.

Slechte detaillering aansluiting dakpannen/dakpanprofielplaat

Goede detaillering Aansluiting dakpannen/dakpanprofielplaat

Goede detaillering aansluiting dakpannen/dakpanprofielplaat

> Profilering hoekkepers en nokvorsten

Veelal wordt er bij de toepassing van dakpanprofielplaten gebruik gemaakt van stalen hoekkepers en nokvorsten. In vergelijk met de traditionele gebakken hoekkepers en nokvorsten bezitten deze veel minder hoge / duidelijke "kragen en schubben" waardoor de zo kenmerkende geschubde contour van het dak verloren gaat. Aanbevolen wordt daarom de hoekkepers en nokvorsten uit te voeren in een keramische variant welke aansluit bij de kleur van de toe te passen dakpanplaat.

Vlak metalen zetwerk voor nokvorsten en hoekkepers dient vermeden te worden. (zie foto)

Zwakke profilering hoekkeper, matte dakpanplaat

> Kleur / Glans

Nadelen van de stalen dakpanplaten zijn over het algemeen hun felle en synthetische kleur en vrij hoge glansgraad, waarbij de rode uitvoeringen met betrekking tot de kleur de meeste problemen geven. In combinatie of vergelijk met gebakken producten ogen deze al snel te hel en gaan deze al snel het spreekwoordelijke "vloeken". Toch zijn er een aantal dakpanplaten met benamingen als Terracotta en Tile Red die aardig overeenkomen met een gebakken product.

Het meest natuurgetrouwe beeld geven de "gespoten" matte uitvoeringen, zowel rood als zwart. Het enige nadeel van deze plaat is dat de toplaag iets meer gevoelig is voor beschadigingen. De glansgraad van de dakpan-profielplaten wordt met name bepaald door de laatste coating en de print waarmee de platen zijn gewalst. Over het algemeen is er keuze uit twee prints, een "boomschors" en een "sinaasappelhuid" print, waarbij de laatste het opvallende zonlicht door de grote hoeveelheid kleine putjes meer diffuus weerkaatst.

Het wordt aangeraden te kiezen voor een dakpanplaat met een matte gespoten coating ten einde het meest "natuurlijke" resultaat te krijgen.

Of te kiezen voor een "normaal" gecoate dakpanplaat met "sinaasappelhuid." (zie ook het matte voorbeeld op foto)

Gespoten matte dakpanprofielplaat

Te "rijke" goot op het schuurdeel, weinig aandacht voor zetwerk, zoveel mogelijk vermijden.

Staalplaat met sinaasappelhuid print

Staalplaat met boomschors print

> Getimmerde goten.

Indien mogelijk het toepassen van eenvoudige getimmerde houten bakgoten bevorderen. Dit verleent de kap met de enigszins "arm" ogende dakpanprofielplaten een meer traditioneel uiterlijk dak krijgt hierdoor een meer traditioneel uiterlijk. De toepassing van een goot anders dan een standaard bak of mastgoot, bijvoorbeeld zwaar geprofileerd zoals vaak voorkomt op het voorhuis concurreert te veel met het uit historisch oogpunt rijkere woongedeelte.

Profilering van de dakgoot dient vermeden te worden. Dit zou te zeer concurreren met de rijkere uitdossing van het voorhuis.

Het voorhuis dient het "rijkste" gedeelte van de boerderij te blijven.

Stalen Dakplaten op stallen

Algemeen:

Met de steeds verder oprukkende schaal vergroting van het boerenerf neemt ook het gebruik van stalen (geïsoleerde) dakplaten toe.

De grotere overspanningen vragen om steeds lichtere en stijvere dakconstructies.

Hûs en Hiem adviseert de volgende punten in acht te nemen bij toepassing van stalen dakplaten op ligboxstallen.

Aandachtspunten:

>Profilering

Door de profilering van de stalen dakplaat aan te passen aan de schaal van de ligboxstal ontstaat er een sterkere referentie naar traditionele dakbedekkingen en worden de anders immense dakvlakken op een passende wijze geleed. Een lange ligboxstal kan daarom een "grovere" profilering verdragen dan een korte ligboxenstal.

Bijkomend voordeel van een geprofileerde dakplaat is de breking van het zonlicht. Daar waar een geheel vlakke plaat zal werken als een spiegel verstrooit een geprofileerde plaat het zonlicht meer waardoor de in het omgevingsbeeld hinderlijke reflectie afneemt.

>Kleur / glansgraad

Nadelen van de stalen dakpanplaten zijn over het algemeen hun felle en synthetische kleur en vrij hoge glansgraad. Waarbij met name de rode uitvoeringen de meeste problemen geven. In combinatie of vergelijk met de gebakken dakpannen elders op het boerenerf toegepast ogen deze al snel te hel en gaan deze al snel het spreekwoordelijke "vloeken". Toch zijn er een aantal dakplaten met benamingen als Terracotta en Tile Red die in kleur in de buurt komen van een gebakken product. Over het algemeen geeft een donkere kleur bijvoorbeeld Antraciet of Merlin Grey het beste resultaat.

Door hun donkere kleur vallen deze als het ware weg tegen de achtergrond daar waar een lichte kleur vaak zeer scherp afsteekt.

De glansgraad van de dakplaten wordt met name bepaald door de laatste coating en de imprint waarmee de platen zijn gewalst. Over het algemeen is er keuze uit twee prints, een "boomschors" en een "sinaasappelhuid" imprint, waarbij de laatste het opvallende zonlicht door de grote hoeveelheid kleine putjes meer diffuus weerkaatst.

Het wordt aangeraden te kiezen voor een gedekte donkere dakpanplaat met een matte coating teneinde het meest "natuurlijke" resultaat te krijgen.

Of te kiezen voor een "normaal" gecoate gedekte donkere dakpanplaat met "sinaasappelhuid."

Geïsoleerde stalen dakplaat

Bijlage 3 Lijst met karakteristieke panden

Karakteristieke panden voormalige gemeente Dongeradeel

De paginanummers verwijzen naar de beschrijving van de (waardevolle kenmerken van de) bouwwerken in de uitgave "Monumenten Inventarisatie Project Dongeradeel Provincie Friesland - Regio Noord"

Aalsum

•Dokkumerwei 3 (woonhuis, vml. boerderij) - pag. 5

•Mockamawei 3 (woonhuis) - pag. 11

•Mockamawei bij nr. 4 (hekwerk) - pag. 11

•Mockamawei bij nr. 4 (grafmonumenten) - pag. 12

•Sybrandawei 2 (boerderij Miedema Zathe) - pag. 2

Anjum

•Brouwerswei 1(vml. werkplaats) - pag. 12

•Brouwerswei 7 (vml. pastorie) - pag. 13

•Burmaniastraat 1 (onderwijzerswoning) - pag. 13

•De Singel 4 (boerderij) - pag. 15

•Hearrewei 1, 3 (dubbel woonhuis)

•Esonbuorren 1 (werkplaats)

•Esonbuorren 1 (gemaal) - pag. 4

•Esonbuorren bij nr. 5 (Poldermolen De Gans) - pag. 17

•Esonbuorren bij nr. 11 (sluis) - pag. 4

•Esumasyl c.a.10 en 11 (sluis en gemaal) - pag. 3

•Esumasyl 1 (woonhuis) - pag. 2

•Hearrewei 1, 3 (dubbel woonhuis, vml. treinremise) - pag. 13

•Mûnebuorren 18 (korenmolen) - pag. 14

•Oostmahorn (havenlicht) - pag. 16

•Oostmahorn (kruitkelder) - pag. 16

•Oostmahorn 5 (woonhuizen) - pag. 17

•Oostmahorn 15 (vml. versterkingsstation P.T.T.) - pag. 17

•Pfeifferbuorren 10 (woonhuis) - pag. 14

•Pfeifferbuorren 17 (woonhuis) - pag. 14

•Rederijwei bij nr. 11 (monument) - pag. 15

•Singel 3 (woonhuis/ werkplaats) - pag. 15

•Skânserwei 10 (zeewerend werk) - pag. 3

•Sylsterwei 8 (boerderij) - pag. 3

•Tsjerkepaad bij nr. 2 (grafmonumenten) - pag. 16

Bornwird

•De Kegen bij nr. 2 (sluis) - pag. 8

Brantgum

•Fjildbuorsterwei 9 (boerderij) - pag. 10

•Fjildbuorsterwei 13 (hek) - pag. 10

•Ids Wiersmastrjitte 8 (woonhuis Zadema) - pag. 18

•Ids Wiersmastrjitte 21 (woonboerderij) - pag. 18

•Roasterwei 1 (onderwijzerswoning) - pag. 18

•Roasterwei 7 (vml. school) - pag. 19

Dokkum

NB via het bestemmingsplan zijn diverse adressen als karakteristiek opgenomen. Daarop aanvullend en alleen in relatie tot de welstandsbeoordeling zijn de volgende adressen relevant:

•Aalsumerpoort 2 (woonhuis) - pag. 19

•Bij 't Station; Spoorstraat 4, 6, 8, 11,(woonhuizen) - pag. 40

•Damwâldsterrreedsje bij nr. 28 (begraafplaats) - pag. 25

•De Dam/ Oostersingel (Damgebouw, vml. shool) - pag. 25

•Dr. Camphuysenstraat 21, 23, 25 (woonhuizen) - pag. 53

•Eelaan 12 (vml. schoolgebouwen) - pag. 52

•Feije van Heemstrasingel (spoorbrug) - pag. 27

•Grote Breedstraat 11 (winkel/ woonhuis) - pag. 27

•Grote Breedstraat 29 (vml. hoedenwinkel) - pag. 27

•Hellingpad/Westerbolwerk buiten de gracht (aanleg'bolders')-pag.28

•Hogedijken 16 (loodsen) - pag. 28

•Kleine Breedstraat 4 (winkel/ woonhuis) - pag. 30

•Kleine Kerkstraat 4 (winkel + woonhuis)

•Markt 58 (meubelzaak, vml. hotel) - pag. 36

•Nieuwe Buurt 1 (Rehoboth) - pag. 37

•Oranjewal 28 (cultureel centrum) - pag. 39

•Schermesweide 16 t/m/ 46 (woningen, vml. school) - pag. 48

•Strobosserweg; Damwâldsterreedsje (brug) - pag. 42

•Strobosserweg 19 (woonhuis Zonneweelde) - pag. 43

•Turfmarkt, bij nr. 2 (brug) - pag. 44

•Woudweg 33 (woonhuis) - pag. 47

•Zuiderbolwerk 50, 77, 79, 95, 97 (vml. pakhuizen met scheepshelling) - pag. 49

•Zuiderbolwerk 57 t/m 93 - pag. 49

•Zuiderbolwerk 101 t/m 117 (woonhuizen De Rietkraag) - pag. 50

•Zuiderbolwerk t.o. 117 (grafmonument) - pag. 50

Ee

•Achterwei 33 (woonboerderij) - pag. 53

•Fjellingsreed 4 (woning) - pag. 6

•Omgong 1 (grafmonumenten) - pag. 53

•Omgong 11 (boerderij) - pag. 54

•Stienfeksterwei 3 (woonhuis) - pag. 54

•Stienfeksterwei 7 (pastorie) - pag. 54

•Stienfeksterwei 9 (woonhuis) - pag. 55

•Stienfeksterwei 15 (kerk) - pag. 55

•Stienfeksterwei 19 (woonhuis) - pag. 55

•Uniastrjitte 15 (woonhuis) - pag. 56

•Uniastrjitte 17 (woonhuis) - pag. 56

•Uniastrjitte 24 (woonhuis) - pag. 56

•Uniastrjitte 26 (boerderij Uniazathe) - pag. 57

•Uniastrjitte 30 (woonhuis) - pag. 57

Engwierum

•Bûtendykswei 4 (boerderij) - pag. 57

•Bûtendykswei 6 (boerderij Op 'e Dyk Sathe) - pag. 58

•Bûtendykswei 8 (woonhuis 't Slotsje) - pag. 58

•Bûtendykswei 23 (boerderij) - pag. 6

•Dodingawei 2 (woonhuis) - pag. 58

•Dodingawei 9, 13 (loods/woonhuis) - pag. 59

•Dodingawei 16 (pastorie) - pag. 59

•Dodingawei 24 (woonhuis) - pag. 59

•Dodingawei 25 (woonhuis) - pag. 60

•Mûnebuorren 7 (woning) - pag. 60

•Mûnebuorren 9 (boerderij) - pag. 60

•Nijlân 28 (boerderij De Cooypleats) - pag. 7

•Sylsterwei 8 (opslag, vml. zuivelfabriek) - pag. 7

•Sylsterwei 10 7 (2 woonhuizen, vml. directiewoning) - pag. 7

•Sylsterwei 11, 12, 13, 14 (vml. arbeiderswoningen) - pag. 8

•Tempelsteed 1 (boerderij) - pag. 61

•Tsjerkepaad 1 (hekwerk) - pag. 61

Foudgum

•Piet Paaltjenspaad bij nr. 1 (grafmonumenten) - pag. 61

Hantum

•Master Beymastrjitte 3 (woonhuis) - pag. 62

•Master Beymastrjitte 10 (slachterij/woonhuis/winkel) - pag. 62

•Master Beymastrjitte 12 (woonhuis) - pag. 62

•Smidstrjitte 2 (pastorie) - pag. 63

•Spoekestege 8 - pag. 63

•Stasjonswei 3 - pag. 63

•Ternaarderwei 1 (boerderij Kinnema State) - pag. 64

•Tsjerkestrjitte 4 (vml. school) - pag. 64

•Tsjerkestrjitte 6 (woning) - pag. 64

Hantumhuizen

•Master Galstrjitte 5 (woning) - pag. 65

•Fennewei 7, 9, 11, 13, 15 - pag. 65

Hiaure

•Hantumerwei 4 (kerk) - pag. 65

Holwerd

•Bosma's Plein 4, 6 (dubbel woonhuis) - pag. 66

•Elbasterwei 1 (kerk) - pag. 66

•Foarstrjitte 6 (café) - pag. 66

•Foarstrjitte 7 (vml. postkantoor) - pag. 67

•Foarstrjitte 8 (woonhuis) - pag. 67

•Foarstrjitte 14 (woonhuis/winkel/opslag) - pag. 67

•Foarstrjitte 22 (woonhuis)- pag. 68

•Grândyk 9 (woonhuis, vml. veerhuis) - pag. 5

•Ljouwerterdyk 2, 4 (dubbel woonhuis) - pag. 68

•Ljouwerterdyk 5 (hotel/café Veerhuis) - pag. 69

•Ljouwerterdyk 16 (boerderij Klein Monnikshuis) - pag. 10

•Medwert 1 (boerderij) - pag. 9

•Medwerderweg 4 (boerderij Den Rooden Schuur) - pag. 69

•Stasjonswei 3 (kerk) - pag. 69

•Stasjonswei 16 (woonhuis) - pag. 70

•Stasjonswei 23 (woonhuis/werkplaats De Friesche Kip) - pag. 70

•Stasjonswei 25 (praktijk/woonhuis Nij Bonga) - pag. 70

•Ternaarderwei 17 (boerderij Uilsmahorn) - pag. 6

•Tsjerkestrjitte bij nr. 11 (grafzerken) - pag. 68

Lioessens

•Doarpstrjitte 6 (woonhuis) - pag. 72

•Doarpstrjitte 16 (kerk) - pag. 72

•Doarpstrjitte bij nr. 50 (hek) - pag. 71

•Moarsterwei 2 (boerderij) - pag. 73

•Moarsterwei 12, 14 (zuivelfabriek De Dongeradelen) - pag. 71

•Moarsterwei 19 (woonhuis, vml. station) - pag. 71

•Siniastrjitte 9 (woonhuis) - pag. 72

Metslawier

•B. Bekkerstrjitte 15 (vml. gemeentehuis) - pag. 73

•B. Bekkerstrjitte 17 (boerderij) - pag. 73

•B. Bekkerstrjitte 19 (woning) - pag. 74

•B. Bekkerstrjitte 24 (woonhuis) - pag. 74

•B. Bekkerstrjitte 26 (woonhuis) - pag. 74

•Master fan Loanstrjitte 33 (vml. school) - pag. 75

•Reidswâl (begraafplaats) - pag. 11

•Roptawei 8 (woonhuis) - pag. 75

•Roptawei 14 (café Veldzicht) - pag. 75

•Roptawei 18 (woonhuis Nij Ropta) - pag. 76

•Stationstraat 11 (woonhuis) - pag. 76

•Stationstraat 27 (woning, vml. stationsgebouw) - pag. 76

•Tsjerkebuorren 7 (kerk) - pag. 77

Moddergat

•De Wiel bij nr. 25 (schuur) - pag. 79

•Reddingsbootreed 7 (vml. reddingsbootloods) - pag. 77

•Seewei 38 (woonhuis, vml. pastorie) - pag. 77

•Seewei 40 (kerk) - pag. 78

•Seewei 44 (woonhuis) - pag. 78

•Seewei 46, 48 (school en woonhuis) - pag. 78

Morra

•Bûtenwei 1 (boerderij) - pag. 79

•Bûtenwei 4 (woonhuis) - pag. 79

•Skyligerwei bij nr. 2, 4 (brug) - pag. 80

•Skyligerwei 2 (boerderij) - pag. 80

•Skyligerwei 4 (boerderij) - pag. 80

•Tsjerkestrjitte 12 (kerk) - pag. 81

Nes

•De Kamp 6 (boerderij) - pag. 81

•Foarstrjitte 21 (woonhuis en bedrijfsruimte) - pag. 81

•Haadstrjitte 5 (woonhuis) - pag. 82

•Haadstrjitte 6 (woning) - pag. 82

•Nijewei 6 (boerderij) - pag. 82

•Nijewei 14 (boerderij) - pag. 83

•Nijtjerksterwei 2, 4, 6 (vml. school en woning) - pag. 83

•Nijtjerksterwei 7, 9 (pastorie met kerklokaal) - pag. 83

•Wiesterwei 2, 4 (kerk) - pag. 84

Niawier

•Linepaad 2 (woning) - pag. 85

•Sierksmawei bij nr. 1 (kademuur) - pag. 84

•Terpstrjitte 11 (woonhuis) - pag. 84

•Tsjerkestrjitte 11 (woonhuis) - pag. 84

Oosternijkerk

•Âld Tún 1, 3, 5 (woonhuizen/ opslag) - pag. 85

•Âld Tún 4 (woonhuis) - pag. 99

•Buorren 2 (woonboerderij) - pag. 85

•Buorren 6 (woonhuis) - pag. 86

•Buorren bij nr. 14 (grafmonumenten) - pag. 86

•Buorren 26 (woonhuis) - pag. 86

•Buorren 29 (woonhuis, vml. pastorie) - pag. 87

•Buorren 39 ( woonhuis) - pag. 87

•Langgrousterwei 24 (woonboerderij) - pag. 87

•Langggrousterwei 26 (woonhuis) - pag. 88

•Mûnewei 2 (woonhuis) - pag. 88

•Mûnewei 4 (woonboerderij) - pag. 88

Oostrum

•Griene wei 8 (boerderij) - pag. 89

•Heechswei 13 (woning + schuur) - pag. 98

•Mellemawei 6 (boerderij Douma State) - pag. 1

•Terpleane 8 (woonhuis + vergaderruimte) - pag. 89

•Tichelwei 22 (Steenfabriek) - pag. 22

Paesens

•Eastein 13 (vml. boerderij) - pag. 90

•Mûnewei 8 (molen De Hond) - pag. 8

Raard

•Bannerhûs 2 (boerderij) - pag. 9

•Buorren bij nr. 8 (grafmonumenten) - pag. 90

•De Tange 3 (kerk) - pag. 90

•Van Kleffenswei 19 (boerderij Klein Kleffens) - pag. 9

Ternaard

•Âldbuorren 2 (vml. boerderij met kaaspakhuis) - pag. 91

•De Groedse 3 (café/restaurant) - pag. 91

•Hantumerwei 19 (boerderij) - pag. 5

•Hantumerwei 21 (boerderij By de Ryp) - pag. 1

•Nesserwei 19 en 21? (2 woonhuizen) - pag. 1

•Stasjonswei 7 (vml. school) - pag. 91

•Stasjonswei 18 (+14, 16) (kerk) - pag. 92

•Stasjonswei 23 (woonhuis) - pag. 92

•Stasjonswei 25 (woonhuis) - pag. 92

•Stasjonswei 47(woonhuis + bedrijf, vml. station) - pag. 93

•Tsjerkestrjitte 2 (raadshuis) - pag. 93

•Tsjerkestrjitte 4 (vml. pastorie) - pag. 93

•Tsjerkestrjitte 8 (woonhuis) - pag. 94

•Tsjerkestrjitte 8, 10, 12 (vml. school) - pag. 94

•Worp van Peymastrjitte 5 en 7 (dubbele woning) - pag. 94

•Worp van Peymastrjitte 11 (woonhuis) - pag. 95

•Worp van Peymastrjitte 28 (woonhuis) - pag. 95

Waaxens

•Poelewei 1, 3, 5, 7, 9 (woningen) - pag. 96

•Tjessenswei 8 (woonhuis) - pag. 95

•Tjessenswei 11 (boerderij De Tweehof) - pag. 96

•Tjessenswei bij nr. 11 (grafmonument) - pag. 96

Wierum

•Haadstrjitte 17 (kerk) - pag. 97

•Ternaarderwei 1 (woonhuis en bedrijfspand) - pag. 97

•Tsjerkeplein 2 (vml. schippershuis) - pag. 97

•Tsjerkeplein 4 (kerk) - pag. 98

•Tsjerkestrjitte 4 (woonhuis) - pag. 98

Bijlage 4 Begrippenlijst

Begrippenlijst

Aanbouwen

Een gebouw dat als afzonderlijke ruimte is gebouwd aan een hoofdgebouw waarmee het in directe verbinding staat, welk gebouw onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw.

Achterkant

De achtergevel, het achtererf en het dakvlak aan de achterzijde van een gebouw; de zijgevel, het zijerf en het dakvlak aan de zijkant van een gebouw voor zover die zijde niet direct grenst aan de weg of openbaar groen.

Afdak

Dak dat is aangebracht tegen een muur of gebouw om tegen neerslag te beschermen.

Asymmetrische kap

Zadeldak waarbij het dakvlak aan 1 zijde doorloopt tot aan de gevel van de daaronder gelegen bouwlaag.

Band

Horizontale versiering in de gevel in afwijkend materiaal, meestal natuursteen of baksteen.

Bedrijfsbebouwing

Gebouwen ten behoeve van bedrijven zoals hallen, werkplaatsen en loodsen; hebben meestal een utilitair karakter.

Beschot

Afwerking van een wand met planken, schroten of rabatdelen.

Bestrating

Verharding in de vorm van straatstenen of tegels.

Bijgebouw

Een op zichzelf staand, al dan niet vrijstaand gebouw, dat door de vorm onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw.

Bijbehorend bouwwerk

Uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd op de grond staand gebouw, of ander bouwwerk, met een dak.

Blinde muur of gevel

Gevel of muur zonder raam, deur of andere opening.

Borstwering

Lage dichte muur tot borsthoogte.

Boeibord

Opstaande kant van een dakgoot of dakrand, meestal uitgevoerd in hout of plaatmateriaal.

Boerderij

Gebouw of gebouwen op een erf met een (oorspronkelijk) agrarische functie en het daarbij horende woonhuis waaronder de stolp, kop-hals-romp en andere typen.

Bouwblok

Een aan alle zijden door straten en wegen begrensde groep gebouwen.

Bouwlaag

Verdieping van een gebouw.

Bovenbouw

Het bovendeel van een gebouw; heeft meestal betrekking op de schuine kap van een huis met de daarbij behorende kopgevels.

Bungalow

Meestal vrijstaande woning waarvan alle vertrekken op de begane grond zijn gesitueerd.

Carport

Afdak om de auto onder te stallen, meestal bij een woning.

Dak

Afdekking van een gebouw, vlak of hellend dak, waarop dakbedekking is aangebracht.

Dakhelling

De hoek van het dak.

Dakkapel

Uitbouw op een hellend dakvlak.

Dakopbouw

Een toevoeging aan de bouwmassa door het verhogen van de nok van het dak, die het silhouet van het oorspronkelijke dak veranderd.

Dakraam

Raam in een hellend dak.

Detail

Ontmoeting van verschillende bouwdelen zoals gevel en dak of gevel en raam.

Drager en invulling

De drager is de constructie van een gebouw, waaraan de invulling is toegevoegd om te beschermen tegen weer en wind (heeft vooral betrekking op gebouwen uit de jaren vijftig en zestig, waarbij het verschil tussen drager en invulling werd gebruikt om de woning in een groot gebouw of rij huizen te onderscheiden).

Ensemble

Architectonisch en stedenbouwkundig compositorisch geheel van meerdere panden.

Erf

Onbebouwd stuk grond behorende bij een boerderij of huis.

Erker

Kleine toevoeging van ten hoogste één bouwlaag aan de gevel van een gebouw, meestal uitgevoerd in metselwerk, hout en/of glas.

Flat

Groot gebouw met meerdere verdiepingen.

Galerij

Gang aan de buitenkant van een (flat)gebouw die toegang verschaft tot de afzonderlijke woningen.

Geleding

Verticale, horizontale of figuratieve indeling van de gevel door middel van gevelopeningen, metselwerk, inspringingen of andere gevelkenmerken en -detailleringen.

Gepotdekseld

Gedeeltelijk over elkaar gespijkerde planken om inwatering tegen te gaan.

Gevel

Buitenmuur van een gebouw (afhankelijk van de plaats de voor-, zij- of achtergevel).

Gootklos

In de muur bevestigd stuk balk ter ondersteuning van een goot.

Individueel gebouw

Zelfstandig, op zichzelf staand gebouw.

Industriebebouwing

Gebouwen met een industriële bestemming.

Kavel

Grondstuk, kadastrale eenheid.

Kern

Centrum van een dorp of stad.

Klossen

Uit de muur stekende houten of gemetselde blokjes ter ondersteuning van uitstekende onderdelen van een gebouw zoals dakgoten.

Kop

In het algemeen gebruikt om de smalle kant van een rechthoekige vorm aan te duiden, bijvoorbeeld bij een gebouw.

Laag

Zie bouwlaag.

Lak

Afwerklaag van schilderwerk.

Latei

Draagbalk boven gevelopening.

Lessenaarsdak

Dak met één hellend, niet onderbroken, dakvlak.

Lichtkoepel

Raamconstructie in een plat dak, in de vorm van een koepel.

Lijst

Een meestal versierde en geprofileerde rand als bekroning van de bovenzijde van een gevel.

Lint

Weg met daarlangs bebouwing.

Luifel

Een plat uitgebouwd afdak, vaak boven een deur.

Maaiveld

Bovenzijde van het terrein dat een bouwwerk omgeeft, de grens tussen grond en lucht.

Mansardedak

Dakvorm waarbij het onderste deel van het dak steiler is dan het bovenste deel waardoor een geknikte vorm ontstaat.

Massa

Volume van een gebouw of bouwdeel.

Metselverband

Het zichtbare patroon van metselwerk.

Middenstijl

Verticaal deel in het midden van een deur- of raamkozijn.

Nok

Horizontale snijlijn van twee dakvlakken, de hoogste lijn van het dak.

Onderbouw

Het onderdeel van een gebouw; heeft meestal betrekking op de begane grond van een huis met een zadeldak.

Ondergeschikt

Voert niet de boventoon.

Ontsluiting

De toegang tot een gebied, terrein of een gebouw.

Oriëntatie

De richting van een gebouw.

Overstek

Bouwdeel dat vooruitsteekt ten opzichte van het eronder gelegen deel.

Paneel

Rechthoekig vlak, geplaatst in een omlijsting.

Plaatmateriaal

Bouwmateriaal dat in plaatvorm geleverd wordt, zoals hout (triplex en multiplex), kunststof (onder andere trespa) of staal (vlak of met profiel).

Plint

Een duidelijk te onderscheiden horizontale lijn aan de onderzijde van een gebouw.

Portiek

Gemeenschappelijke trappenhuis.

Renovatie

Vernieuwing van een gebouw.

Rijtjeshuis

Huis als onderdeel van een reeks aaneengebouwd, gelijkende woningen.

Rollaag

Horizontale rij stenen boven een gevelopening of aan de bovenzijde van een gemetselde wand.

Rooilijn

Lijn die de grens aangeeft waarlangs maximaal gebouwd mag worden.

Schilddak

Dak met vier hellende vlakken waarvan twee grote en twee kleine vlakken.

Schuur

Bijgebouw ten behoeve van opslag.

Situering

Plaats van het bouwwerk in zijn omgeving.

Stolp

Boerderijtype met wonen, werken en stallen onder één groot dak.

Textuur

De voelbare structuur van een materiaal (bij metselwerk dus de oneffenheden van de steen en het voegwerk).

Uitbouw

Aan het gebouw vastzittend bouwwerk dat rechtstreeks vanuit het gebouw toegankelijk is.

Voorgevellijn

Denkbeeldige lijn die strak loopt langs de voorgevel van een bouwwerk.

Voorkant

De voorgevel, het voorerf en het dakvlak aan de voorzijde van een gebouw; de zijgevel, het zijerf en het dakvlak aan de zijkant van een gebouw voor zover die zijde direct grenst aan de weg of openbaar groen.

Windveer

Plank aan weerskanten van een pannendak, bevestigd langs de buitenste rij pannen.

Zadeldak

Dak met twee tegenoverliggende dakvlakken die bij de nok samenkomen.

Zijgevellijn

Denkbeeldige lijn die strak loopt langs de zijgevel van een bouwwerk.

Zijkant

De zijgevel, het zij-erf en het dakvlak aan de zijkant van een gebouw.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.