Gemeentelijke regelgeving

Verordening op de heffing en invordering van reinigingsheffingen Noardeast-Fryslân 2026

Gemeente Noardeast-Fryslân · geldt sinds 24 december 2025

Aanhef

De raad van de gemeente Noardeast-Fryslân,

gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 18 november 2025;

gelet op de artikelen 216, 219, 229, eerste lid, aanhef en onderdelen a en b van de Gemeentewet en artikel 15.33 van de Wet milieubeheer;

besluit vast te stellen de volgende verordening:

Verordening op de heffing en invordering van reinigingsheffingen Noardeast-Fryslân 2026

Artikel 1 Begripsomschrijvingen

Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder ‘gebruik maken’ in hoofdstuk II Afvalstoffenheffing: gebruik maken in de zin van artikel 15.33 Wet milieubeheer.

Artikel 2 Aard van de belasting en belastbaar feit

1Onder de naam 'afvalstoffenheffing' wordt een directe belasting geheven als bedoeld in artikel 15.33 van de Wet milieubeheer.

2De afvalstoffenheffing als bedoeld in deze verordening en de daarbij behorende tarieventabel wordt naar afzonderlijke grondslagen geheven ter zake van het gebruik maken van een perceel ten aanzien waarvan krachtens de artikelen 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt.

Artikel 3 Voorwerp van de belasting

1Voorwerp van de belasting is een perceel.

2Als perceel wordt aangemerkt:

a.de onroerende zaak, bedoeld in hoofdstuk III van de Wet waardering onroerende zaken;

b.de roerende zaak, welke duurzaam aan een plaats gebonden is;

c.een gedeelte van een in onderdeel b bedoelde roerende zaak dat blijkens zijn indeling is bestemd om als afzonderlijk geheel te worden gebruikt;

d.een samenstel van twee of meer in onderdeel b bedoelde roerende zaken of in onderdeel c bedoelde gedeelten daarvan die bij dezelfde persoon in gebruik zijn en die, naar de omstandigheden beoordeeld, bij elkaar behoren;

e.het binnen de gemeente gelegen deel van de in onderdeel b bedoelde roerende zaak, van een in onderdeel c bedoeld gedeelte daarvan of van een in onderdeel d bedoeld samenstel.

Artikel 4 Belastingplicht

De belasting wordt geheven van degene die al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht gebruik maakt van een perceel.

Artikel 5 Maatstaf van heffing en belastingtarief

1De belasting wordt geheven naar de maatstaven en de tarieven, opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel.

2Voor de berekening van de belasting wordt een gedeelte van een in de tarieventabel genoemde eenheid als volle eenheid aangemerkt.

Artikel 6 Belastingjaar

Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.

Artikel 7 Wijze van heffing

1De belasting wordt geheven bij wege van aanslag.

2De belasting bedoeld in hoofdstuk 2, onderdelen 2 tot en met 7 van de tarieventabel wordt geheven door middel van een mondelinge dan wel een schriftelijke gedagtekende kennisgeving. Het gevorderde bedrag wordt mondeling, dan wel door toezending of uitreiking van de schriftelijke kennisgeving aan de belastingschuldige bekendgemaakt.

Artikel 8 Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang

1De belasting is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.

2Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt, is de belasting verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.

3Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.

4Het tweede en het derde lid zijn niet van toepassing indien de belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en aldaar van een ander perceel gebruik maakt.

5De belasting bedoeld in hoofdstuk 2, onderdelen 2 tot en met 7 van de tarieventabel is verschuldigd bij aanvang van de dienstverlening of bij de aanvang van het gebruik van de bezittingen, werken of inrichtingen.

6In afwijking van het tweede en derde lid geldt dat de belasting voor een extra container is verschuldigd voor een geheel jaar. Als er een extra container in bruikleen is gegeven, kan dit uitsluitend voor de periode van minimaal 1 jaar.

Artikel 9 Aanslaggrens

1Belastingaanslagen van minder dan € 5,00 worden niet opgelegd.

2Voor de toepassing van het eerste lid van dit artikel wordt het totaal van de op een aanslagbiljet verenigde aanslagen als een aanslag aangemerkt.

Artikel 10 Termijnen van betaling

1In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet moeten de aanslagen worden betaald in twee gelijke termijnen waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet vermeld en de tweede twee maanden later.

2In afwijking van het eerste lid geldt, zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische betalingsincasso van de betaalrekening van de belastingplichtige kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in tien gelijke termijnbedragen, waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elk van de volgende termijnbedragen telkens een maand later.

3In afwijking van het eerste en tweede lid geldt ingeval het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen, of als het aanslagbiljet maar één aanslag bevat, minder dan € 50,00 bedraagt, dat de aanslag moet worden betaald in één termijn en wel één maand na dagtekening van het aanslagbiljet.

4De belastingen als bedoeld in artikel 6, tweede lid, moeten worden betaald, ingeval de kennisgeving:

a.mondeling wordt gedaan, op het moment van het doen van de kennisgeving;

b.schriftelijk wordt gedaan, op het moment van het uitreiken van de kennisgeving, dan wel ingeval van toezending daarvan, binnen 30 dagen na de dagtekening van de kennisgeving.

5In afwijking van het eerste lid, is de belastingschuld direct invorderbaar, indien de belastingplichtige niet binnen de gestelde termijnen betaalt.

6In afwijking van het tweede lid, is de belastingschuld direct invorderbaar, indien de verschuldigde bedragen niet kunnen worden afgeschreven.

7Met betrekking tot een ingevolge artikel 2, tweede lid, onderdeel c, van de Invorderingswet 1990, met een belastingaanslag gelijkgestelde beschikking inzake een bestuurlijke boete zijn de leden 1,2 en 3 van overeenkomstige toepassing, voor zover deze gelijktijdig wordt opgelegd met de vaststelling van de aanslag.

8De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste lid gestelde termijnen.

Artikel 11 Kwijtschelding

Voor de belasting als bedoeld in artikel 1, eerste lid van de bij deze verordening behorende tarieventabel kan kwijtschelding worden verleend.

Artikel 12 Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders

Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en de invordering van de reinigingsheffing.

Artikel 13 Overgangsrecht

De Verordening reinigingsheffing 2025 van 19 december 2024 wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 13, tweede lid genoemde datum van ingang van heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.

Artikel 14 Inwerkingtreding, datum ingang heffing en citeertitel

1Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van bekendmaking.

2De datum van ingang van heffing is 1 januari 2026.

3Deze verordening kan worden aangehaald als 'Verordening reinigingsheffingen 2026'.

Bijlage 1: Tarieventabel Behorende bij de “Verordening Reinigingsheffingen 2026”

Algemeen

De bedragen genoemd in deze tabel zijn inclusief omzetbelasting indien deze is verschuldigd.

Artikel 1 Maatstaven en jaarlijkse tarieven afvalstoffenheffing

1De belasting bedraagt per perceel per belastingjaar:

a.Voor elk perceel dat wordt gebruikt door twee of meer personen € 272,55;

b.Voor elk perceel dat wordt gebruikt door één persoon € 191,84.

2Bij percelen waarvan het perceel niet het hoofdverblijf van de belastingplichtige is, bedraagt de belasting per perceel per belastingjaar:

a.Voor elk perceel dat wordt gebruikt door twee of meer personen € 272,55;

b.Voor elk perceel dat wordt gebruikt door één persoon € 191,84.

3Voor de vaststelling van het aantal personen, als bedoeld in het eerste en tweede lid is de situatie op 1 januari van het belastingjaar voor het gehele betreffende jaar maatgevend, met dien verstande dat ingeval de belastingplicht in de loop van het jaar aanvangt, de situatie bij de aanvang van de belastingplicht maatgevend is voor het resterende tijdvak in het betreffende belastingjaar.

4Tegen betaling kan een extra container in bruikleen worden verstrekt, uitsluitend voor de periode van minimaal 1 jaar. Bij het tussentijds inleveren van de extra container bestaat geen aanspraak op ontheffing. Uitzondering hierop is verhuizing. Bij verhuizing naar een ander adres bestaat wel aanspraak op ontheffing.

De kosten voor een extra container worden jaarlijks aan u doorberekend. De belasting bedraagt per jaar per extra container:

a.Voor een container bestemd voor groente-fruit- en tuinafval € 19,00;

b.Voor een container bestemd voor overige afvalstoffen € 136,50;

c.Voor een container bestemd voor huishoudelijk papierafval € 8,50.

Artikel 2 Maatstaven en overige tarieven afvalstoffenheffing

Onverminderd het bepaalde in artikel 1 van de Tarieventabel, wordt er belasting geheven voor:

1Inzameling van (ongescheiden) grof huishoudelijk afval (reguliere grofvuilroute)

a.

De belasting voor het inzamelen van maximaal 2 m3 (ongescheiden) grof huishoudelijk afval van particuliere huishoudens tijdens een reguliere grofvuilroute, bedraagt per keer

€ 50,00

b.

Bij aanbieding van meer dan 2 m3 (ongescheiden) grof huishoudelijk afval per keer wordt de belasting per m3 vermeerderd met

€ 16,00

2Aanbieden van ongescheiden grof huishoudelijk afval en/of ongesorteerd bouw- en sloopafval (slagboomtarieven milieustraten)

De belasting voor het aanbieden van ongescheiden grof huishoudelijk afval en/of ongesorteerd bouw- en sloopafval via één van de milieustraten bedraagt per keer:

a.

Kofferbak auto of een volume tot 500 liter

€ 6,00

b.

Aanhanger, tot 30 cm hoog beladen of een volume van 0,5 – 1 m3

€ 12,50

c.

Aanhanger, 30 tot 60 cm hoog beladen of een volume van 1 – 2 m3

€ 26,00

d.

Aanhanger, 60 cm tot 1 meter hoog beladen of een volume van 2 – 3 m3

€ 40,50

e.

Bij aanbieding van meer dan 3 m3 per keer wordt de belasting per m3 vermeerderd met

€ 13,50

3Inzameling van groenafval (takken en snoeiafval, reguliere groenafvalroute)

a.

De belasting voor het inzamelen van maximaal 2 m3 groenafval van particuliere huishoudens tijdens de inzamelroute bedraagt per keer

€ 50,00

b.

Bij aanbieding van meer dan 2 m3 groenafval per keer wordt de belasting per m3 vermeerderd met

€ 5,00

4Bewaarmiddelen

De belasting voor het verstrekken van vervangende inzamelmiddelen bedraagt voor:

a.

een container bestemd voor Bioafval (groente-, fruit- en tuinafval), per container

€ 50,00

b.

een container bestemd voor fijn huishoudelijk restafval, per container

€ 50,00

c.

een kca box

€ 20,00

d.

een toegangspas/badge voor (ondergrondse) container

€ 30,00

5Compostvaten

De belasting voor, vanuit of door de gemeente verstrekte compostvaten, bedraagt per vat

€ 20,00

Behoort bij het raadsbesluit van 18 december 2025.

De griffier van de gemeente Noardeast-Fryslân,

de griffier,

mr.S.K. Dijkstra

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.