Aanhef
De raad, het college van burgemeester en wethouders en de burgemeester van de gemeente Noardeast-Fryslân, ieder voor zover het hun eigen bevoegdheden betreft;
gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Noardeast-Fryslân d.d. 19 november 2024;
gelet op het bepaalde in artikel 84 van de Gemeentewet;
B E S L U I T E N :
vast te stellen de navolgende
Verordening adviescommissie bezwaarschriften gemeente Noardeast-Fryslân (2024).
HOOFDSTUK 1 BEGRIPSBEPALINGEN
Artikel 1 Begripsbepalingen
In deze verordening wordt verstaan onder:
a.Awb: de Algemene wet bestuursrecht;
b.bestuursorganen: de raad, het college en de burgemeester van de gemeente Noardeast-Fryslân;
c.verwerend orgaan: het bestuursorgaan dat een bij bezwaarschrift bestreden besluit heeft genomen;
d.commissie: de gemeentelijke adviescommissie ter zake van bezwaarschriften als bedoeld in artikel 7:13 Awb.
HOOFDSTUK 2 BEHANDELING VAN DE BEZWAARSCHRIFTEN
Paragraaf 1 de commissie
Artikel 2 Inleidende bepaling
1Er is een commissie die de bestuursorganen van de gemeente adviseert bij het nemen van beslissingen op bij hen ingediende bezwaarschriften.
2De commissie is niet bevoegd ten aanzien van bezwaarschriften die zijn ingediend tegen besluiten op grond van een wettelijk voorschrift inzake belastingen en de Wet waardering onroerende zaken.
Artikel 3 Samenstelling van de commissie
1De commissie is onderverdeeld in twee kamers:
a.Een sociale kamer, met name belast met de advisering over de beslissingen op bezwaarschriften die zijn ingediend tegen besluiten op grond van sociale zekerheidswet- en regelgeving (w.o. Participatiewet, IOAW, IOAZ, Bbz, Wmo, Jeugdwet en op grond van genoemde wetten vastgestelde gemeentelijke verordeningen).
b.Een algemene kamer, belast met de advisering over de beslissingen op bezwaarschriften die zijn ingediend tegen alle andere besluiten, niet vallende onder de sociale kamer.
2Elke kamer heeft een voorzitter en minimaal twee leden, waarbij de voorzitter of de plaatsvervangend voorzitter bij alle zittingen aanwezig is en twee leden volgens een nader door het college vast te stellen roulatiesysteem zitting hebben en waar nodig elkaar kunnen vervangen. De voorzitter van de algemene kamer is tevens voorzitter van de commissie.
3De voorzitter en de leden worden door het college benoemd, geschorst en ontslagen.
4Het college kan leden aanwijzen als plaatsvervangend voorzitter.
5De voorzitter en de leden kunnen geen deel uitmaken van de besturen van, en niet werkzaam zijn onder verantwoordelijkheid van de gemeente Noardeast-Fryslân.
6Bij verhindering van de voorzitter en diens plaatsvervanger regelt de kamer zijn vervanging.
7De voorzitter en de leden ontvangen een vergoeding voor hun werkzaamheden, die door het college wordt vastgesteld.
Artikel 4 Secretarissen
1De secretarissen van de kamers zijn door de gemeentesecretaris aangewezen ambtenaren.
2De gemeentesecretaris wijst tevens één of meer plaatsvervangers van de secretarissen aan.
3De secretarissen van de kamers zijn bevoegd deel te nemen aan de beraadslaging als bedoeld in artikel 17, eerste lid en hebben daarbij een adviserende rol.
Artikel 5 Zittingsduur
1De voorzitter en de leden van de kamers worden benoemd voor een periode van vier jaar en kunnen telkens voor eenzelfde periode worden herbenoemd.
2De in lid 1 vermelde zittingstermijn laat onverlet de mogelijkheid tot eventuele tussentijdse schorsing en ontslag, zoals deze mogelijk zijn ingevolge artikel 3, lid 3 van deze verordening.
3De voorzitter en de leden van de kamers kunnen op ieder moment ontslag nemen.
4De aftredende voorzitter en aftredende leden van de kamer blijven hun functie vervullen tot in de opvolging is voorzien.
Paragraaf 2 Procedure
Artikel 6 Ingediend bezwaarschrift
1Op het ingediende bezwaarschrift wordt de datum van ontvangst aangetekend.
2Het bezwaarschrift met de daarbij overlegde stukken worden zo spoedig mogelijk in handen van een kamer gesteld.
3Bij het bericht van ontvangst als bedoeld in artikel 6:14 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) wordt vermeld dat een onafhankelijke kamer van de commissie over de te nemen beslissing op het bezwaarschrift zal adviseren.
Artikel 7 Bemiddeling
De kamer onderzoekt of de zaak in der minne kan worden geschikt alvorens de zaak in behandeling wordt genomen. De secretaris verricht daartoe de nodige handelingen.
Artikel 8 Uitoefening bevoegdheden
De bevoegdheden ingevolge de hierna genoemde artikelen van de Awb worden voor de toepassing van deze verordening uitgeoefend door de voorzitter van de kamer:
•2:1, tweede lid;
•6:6, wat betreft het aan de indiener stellen van een termijn;
•6:17, voor zover het de verzending van stukken betreft tijdens de behandeling door de kamer;
•7:4, tweede lid;
•7:6, vierde lid.
Artikel 9 Vooronderzoek
1De voorzitter van de kamer is bevoegd rechtstreeks alle gewenste inlichtingen in te winnen of te laten inwinnen.
2De voorzitter kan uit eigen beweging of op verlangen van de kamer bij deskundigen advies of inlichtingen inwinnen en hen zo nodig uitnodigen daartoe op de hoorzitting te verschijnen. Indien daaraan kosten zijn verbonden is vooraf toestemming van de gemeentesecretaris vereist.
Artikel 10 Hoorzitting
1De voorzitter van de kamer bepaalt in overleg met de secretaris plaats en tijdstip van de zitting waarin de belanghebbenden en het verwerend orgaan in de gelegenheid worden gesteld zich door de kamer te laten horen. Bij de bepaling van plaats en tijdstip wordt rekening gehouden met de reguliere tijden, organisatorische en technische aspecten.
2De voorzitter beslist over de toepassing van artikel 7:3 van de Awb.
3Indien de voorzitter op grond van het tweede lid besluit af te zien van het horen, doet hij daarvan mededeling aan de belanghebbenden en het verwerend orgaan.
4Tijdens een hoorzitting worden maximaal vijf bezwaarschriften behandeld.
5Een hoorzitting vindt niet plaats in geval er geen bezwaarschriften zijn ingediend die voor behandeling in de zitting gereed zijn.
Artikel 11 Uitnodiging zitting
1De voorzitter deelt de belanghebbende(n) en het verwerend orgaan tenminste twee weken voor de zitting schriftelijk mee, dat zij in de gelegenheid worden gesteld te worden gehoord.
2Binnen drie werkdagen na de verzending van de uitnodiging kan de belanghebbende of het verwerend orgaan onder opgaaf van redenen de voorzitter verzoeken het tijdstip van de zitting te wijzigen.
3De beslissing van de voorzitter op het verzoek als bedoeld in het tweede lid wordt zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk een week voor het tijdstip van de zitting aan de belanghebbende(n) en het verwerend orgaan meegedeeld.
4De voorzitter is bevoegd in bijzondere omstandigheden af te wijken of afwijking toe te staan van de termijnen als genoemd in het eerste tot en met het derde lid.
Artikel 12 Quorum
1De bezetting van een kamer tijdens een vergadering is de voorzitter en twee leden.
2De bezetting van een kamer tijdens een hoorzitting is de voorzitter en twee leden.
3Voor het houden van een hoorzitting is vereist dat de meerderheid van het aantal leden, als genoemd in lid 2, waaronder in ieder geval de voorzitter dan wel zijn plaatsvervanger, aanwezig is.
Artikel 13 Niet-deelneming aan de behandeling
De voorzitter en de leden van de kamer nemen niet deel aan de behandeling van een bezwaarschrift, indien daarbij hun onpartijdigheid in het geding kan zijn.
Artikel 14 Openbaarheid zitting
1De hoorzittingen van de Algemene Kamer zijn openbaar.
2De deuren kunnen worden gesloten indien de voorzitter van de kamer of één van de aanwezige leden het nodig oordeelt of indien een belanghebbende daartoe een verzoek doet.
3Indien de kamer vervolgens beslist dat gewichtige redenen aanwezig zijn die zich tegen openbaarheid van de zitting verzetten, vindt de hoorzitting plaats achter gesloten deuren.
4De hoorzittingen van de Sociale kamer zijn niet openbaar.
Artikel 15 Verslaglegging
1Van het horen wordt een digitale geluidsopname gemaakt.
a.Partijen worden uiterlijk tien werkdagen voor de hoorzitting schriftelijk geïnformeerd dat een geluidsopname wordt gemaakt van het horen. Indien partijen hiertegen bezwaar hebben, dienen zij dat per ommegaande kenbaar te maken aan het secretariaat van de commissie.
b.Ingeval er bezwaar bestaat tegen het maken van een digitale geluidsopname, wordt een schriftelijk verslag gemaakt als bedoeld in artikel 7:7 van de Awb.
2Het verslag:
a.vermeldt de namen van de aanwezigen, met daarbij een vermelding van hun hoedanigheid;
b.bevat een zakelijke weergave van hetgeen over en weer is gezegd en wat verder ter zitting is voorgevallen;
c.maakt melding van de omstandigheid dat de zitting van de Algemene kamer achter gesloten deuren heeft plaatsgevonden, of indien belanghebbenden, respectievelijk hun gemachtigden niet in elkaars tegenwoordigheid zijn gehoord;
d.verwijst naar de op de zitting overlegde bescheiden die aan het verslag kunnen worden gehecht; en
e.wordt ondertekend door de voorzitter en de secretaris van de kamer.
Artikel 16 Nader onderzoek
1Indien na afloop van de zitting, maar voordat het advies wordt opgesteld, nader onderzoek wenselijk blijkt te zijn, kan de voorzitter uit eigen beweging of op verlangen van de andere kamerleden dit onderzoek houden.
2De uit het nader onderzoek verkregen informatie wordt in afschrift aan de leden van de kamer, het verwerend orgaan en de belanghebbende(n) toegezonden.
3De leden van de kamer, het verwerend orgaan en de belanghebbende(n) kunnen binnen een week na verzending van de nadere informatie aan de voorzitter van de kamer een verzoek richten tot het beleggen van een nieuwe hoorzitting. De voorzitter beslist op zo’n verzoek.
4Op een nieuwe hoorzitting, als bedoeld in het derde lid, zijn de bepalingen in deze verordening die betrekking hebben op de hoorzitting zoveel mogelijk van overeenkomstige toepassing.
Artikel 17 Raadkamer en advies
1De kamer beraadslaagt en beslist achter gesloten deuren over het door haar uit te brengen advies.
2De kamer beslist bij meerderheid van stemmen over het uit te brengen advies.
3Van een minderheidsstandpunt wordt bij het advies melding gemaakt, indien die minderheid dat verlangt.
4Het advies is gemotiveerd en omvat een voorstel voor de te nemen beslissing op het bezwaarschrift.
5Het advies wordt door de voorzitter en de secretaris van de kamer ondertekend.
Artikel 18 Uitbrengen advies en verdaging
1Het advies wordt, zo nodig onder medezending van het verslag als bedoeld in artikel 15 en eventueel door de kamer ontvangen nadere informatie, met inachtneming van het bepaalde in artikel 7:10 Awb, uitgebracht aan het bestuursorgaan dat op het bezwaarschrift dient te beslissen.
2Indien naar het oordeel van de voorzitter van de kamer de termijn van 12 weken, genoemd in artikel 7:10, eerste lid, van de Awb, ontoereikend is voor achtereenvolgens het uitbrengen van een advies en het nemen van een beslissing, verzoekt hij het verwerend orgaan tijdig de beslissing te verdagen.
3Van een besluit tot verdaging ontvangen de kamer en de belanghebbenden een afschrift.
Artikel 19 Mandaat
1De voorzitter kan de aan hem bij deze verordening toegekende taken en bevoegdheden, als bedoeld in de artikelen 8, 9, 10, 11, 16 en 18 tweede lid, opdragen aan de secretaris van de kamer.
2De opdracht van taken en bevoegdheden ingevolge het vorige lid ontslaat de voorzitter niet van zijn verantwoordelijkheid terzake.
Paragraaf 3 Slotbepalingen
Artikel 20 Jaarverslag
1De commissie brengt voor 1 juli ieder jaar schriftelijk verslag uit omtrent de ingediende bezwaarschriften, de door de kamers uitgebrachte adviezen alsmede haar algemene bevindingen met betrekking tot het voorgaande kalenderjaar.
2In het verslag kunnen tevens aanbevelingen worden gedaan met betrekking tot de in het eerste lid genoemde onderwerpen.
Artikel 21 Intrekking oude verordening
De Verordening adviescommissie bezwaarschriften gemeenten Noardeast-Fryslân en Dantumadiel (2019), vastgesteld door de raad in maart 2019 en in werking getreden op 1 januari 2019 wordt ingetrokken.
Artikel 22 Overgangsrecht
Bezwaarschriften die voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze verordening zijn ontvangen, worden behandeld volgens de bepalingen in de verordening, genoemd in artikel 21.
Artikel 22 Citeertitel
Deze verordening kan worden aangehaald als: Verordening adviescommissie bezwaarschriften Noardeast-Fryslân (2024).
Artikel 23 Inwerkingtreding
Deze verordening treedt in werking op de dag na haar bekendmaking.