Aanhef
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Noardeast-Fryslân,
overwegende nadere regels te stellen voor het gebruik en beheer van de gemeentelijke begraafplaatsen van Noardeast-Fryslân;
Gelet op het bepaalde in de volgende artikelen van de Beheerverordening gemeentelijke begraafplaatsen Noardeast-Fryslân 2020:
-Artikel 2a, derde lid;
-Artikel 2b, tweede lid;
-Artikel 4 eerste lid;
-Artikel 5 elfde lid;
-Artikel 7, tweede lid;
-Artikel 11;
-Artikel 14;
-Artikel 15, tweede lid;
-Artikel 16;
-Artikel 17, tweede en vierde lid;
-Artikel 18, eerste, tweede en derde lid;
-Artikel 19, eerste en tweede lid;
-Artikel 22, derde en zevende lid;
-Artikel 25, tweede lid;
-Artikel 26, eerste lid;
-Artikel 30, vierde lid.
besluit vast te stellen de volgende:
Nadere regels gemeentelijke begraafplaatsen Noardeast-Fryslân 2026
Artikel 1. Begripsbepalingen
Alle begrippen die in deze nadere regels worden gebruikt hebben dezelfde betekenis als in de Beheerverordening gemeentelijke begraafplaatsen gemeente Noardeast-Fryslân 2020.
Artikel 2. Openstelling begraafplaatsen
1De begraafplaatsen zijn voor een ieder dagelijks toegankelijk van zonsopgang tot
zonsondergang.
2Voor werkzaamheden aan graven zijn de begraafplaatsen geopend op werkdagen van 8.00 uur tot 16.00 uur.
Artikel 3. Samenvoegen van overledenen in een graf
1Het verdiept begraven van de stoffelijke resten van een overledene in een graf, om daarmee ruimte te maken voor een nieuwe overledene, is mogelijk indien een grafrusttermijn van tenminste vijftien jaar wordt gerespecteerd, de resterende graftermijn nog minimaal tien jaar bedraagt en het verdiept begraven technisch mogelijk is.
2Per graf mag slechts éénmaal een samenvoeging plaatsvinden.
3Het samenvoegen van een keldergraf is niet toegestaan.
4Op de oude gedeelten van de begraafplaatsen te Kollum en Burdaard is samenvoegen niet toegestaan. Dit zijn de vakken A en B op de begraafplaats in Burdaard en de vakken MI, ND, OD, WD en ZW op de begraafplaats in Kollum.
Artikel 4. Tijden van begraven en asbezorging
1De tijd van begraven, crematiediensten en het bezorgen van as op werkdagen en zaterdagen is van 9.00 uur tot 16.00 uur in de periode van 1 maart tot 1 november.
2De tijd van begraven, crematiediensten en het bezorgen van as op de werkdagen en zaterdagen is van 9.00 uur tot 15.00 uur in de periode van 1 november tot 1 maart.
3Het college kan in bijzondere gevallen van de genoemde tijden in het eerste en tweede lid van dit artikel afwijken.
Artikel 5. Aantal overledenen in graven en asvoorzieningen
1Per particulier graf mag maximaal één overledene worden begraven en mogen maximaal twee asbussen worden bijgezet, tenzij anders is bepaald. De rechthebbende bepaalt wie wordt begraven en bijgezet.
2Per particulier keldergraf mag maximaal één overledene worden begraven. Op een particulier keldergraf mogen maximaal twee asbussen worden geplaatst. De rechthebbende bepaalt wie wordt begraven en bijgezet.
3Per urnengraf en urnennis mogen maximaal twee asbussen worden bijgezet, tenzij anders is bepaald.
4Op alle begraafplaatsen wordt 1 diep begraven.
Artikel 6. Reserveringen
1Het reserveren van een particulier graf kan voor een periode van 10, 20 of 30 jaar, waarbij het grafrecht onmiddellijk in gaat.
2Het reserveren van een particulier urnengraf, urnenplaats en particuliere gedenkplaats kan voor een periode van 5, 10, 15 of 20 jaar, waarbij het grafrecht onmiddellijk in gaat.
3Het reserveren van particuliere graven is alleen mogelijk voor bestaande graven waarvan het grafrecht vervallen is. De administratie en beheerder beoordelen of reservering mogelijk is.
4Het uitgeven van gebruiksrecht van een algemene urnennis kan voor een periode van 5, 10, 15 of 20 jaar, waarbij het gebruiksrecht onmiddellijk in gaat.
Artikel 7. Afmetingen van de graven en urnenplaatsen
a.De standaard afmeting van een graf bedraagt 200 x 100 cm (l x b), met uitzondering van graven op het oude gedeelte van de begraafplaatsen in Burum, Kollum en Munnekezijl.
b.De afmeting van graven op het oude gedeelte van de begraafplaatsen in Burum, Kollum en Munnekezijl bedraagt 200 x 80 cm (l x b).
c.De afmeting van een kindergraf voor kinderen van 1 tot 12 jaar bedraagt 200 x 80 cm (l x b).
d.De afmeting van een kindergraf voor kinderen jonger dan 1 jaar bedraagt 100 x 60 cm (l x b).
e.De afmeting van een (kelder-)urnengraf op Lindenhof en Molenzes bedraagt 30 x 30 x 36 cm (l x b x diepte).
f.De afmeting van een (kelder-) urnengraf in Burdaard bedraagt 40 x 40 x 43 cm (l x b x diepte.
g.De afmeting van een (kelder-) urnengraf in Munnekezijl en op Nijenhof bedraagt 33 x 33 x 35 cm
a.(l x b x diepte).
h.De afmeting van een urnenplaats en particuliere gedenkplaats bedraagt 60 x 60 cm (l x b).
i.De afmeting van een nis in een urnenmuur of columbarium varieert en is afhankelijk van het type voorziening. Op begraafplaats Lindenhof zijn de afmetingen van de binnenmaat voor muur 1 t/m 3 (het oude gedeelte) 22 x 34 x 28 cm (h x b x diepte) en voor muur 4 t/m 10 (het nieuwe gedeelte) 28 x 35 x 28 cm (h x b x diepte).
j.De afmeting van een nis in de urnenzuil op Molenzes in Ternaard bedraagt 80 x 80 x 80 x 39 x 45, 5 cm (l x l x l x h x diepte) (driehoek met zijden van 80 cm en op het diepste punt 39 cm. De hoogte is 45,5 cm).
Artikel 8. Categorieën
Op begraafplaats Damwâldsterreedsje is een deel van de begraafplaats ingericht als Rooms Katholieke begraafplaats.
Artikel 9: Termijnen particuliere graven, urnenvoorzieningen, gedenkplaatsen en gedenktekens
1Particuliere graven worden uitgegeven voor een termijn van 10, 20 of 30 jaar, voor zover de daartoe bestemde ruimte van de begraafplaatsen dat toelaat.
2Particuliere urnengraven, urnenplaatsen en gedenkplaatsen worden uitgegeven voor een termijn van 5, 10, 15 of 20 jaar voor zover de daartoe bestemde ruimte van de begraafplaats dat toelaat.
3Het in het eerste en tweede lid van dit artikel bedoelde recht wordt op
aanvraag van de rechthebbende verlengd met een termijn van 5, 10, 15 of 20 jaar, mits de aanvraag vóór het verstrijken van de lopende termijn wordt ingediend.
4Tussentijdse verlenging van grafrechten is mogelijk indien bij een begrafenis de resterende termijn korter is dan de vereiste grafrusttermijn van 10 jaar. Tussentijdse verlenging is mogelijk met een termijn van 5, 10, 15, of 20 jaar.
5Tussentijdse verlenging van grafrechten met meer dan 20 jaar is mogelijk met een veelvoud van 10 jaar, waarbij het te heffen tarief dezelfde veelvoud is van het verlengingstarief voor 10 jaar.
6Het gebruik van urnennissen wordt verleend voor een termijn van 5, 10, 15 of 20 jaar.
7De gebruiker van een urnennis kan na afloop van de gebruikstermijn verzoeken voor een nieuwe gebruikstermijn. De beheerder beoordeelt of een nieuwe gebruikstermijn in dezelfde nis mogelijk is.
8Gedenkplaatjes, gedenkschijven en gedenklabels op een gedenkplaats worden uitgegeven voor een termijn van 10 jaar voor zover de daartoe bestemde ruimte van de begraafplaats dat toelaat. De aanvrager kan na afloop van deze termijn verzoeken voor een nieuwe gebruikstermijn.
Artikel 10. Keldergraven
1De voorwaarden waaraan nieuwe keldergraven moeten voldoen zijn:
a.de gebruikte materialen zijn duurzaam;
b.de fundering en constructie zijn stabiel en veilig;
c.het keldergraf is beheer-technisch en esthetisch aanvaardbaar;
d.de aanvraag voldoet aan het bestemmingsplan en overige wetten;
e.keldergraven mogen de grafafmetingen als genoemd in artikel 7 niet overschrijden.
2De voorwaarden waaraan begraven in (oude) particuliere keldergraven moet voldoen zijn:
a.er moet voldoende ruimte zijn voor hedendaagse kistafmetingen;
b.het keldergraf is waterdicht en voorzien van adequate ventilatie;
c.de werkzaamheden zijn veilig uit te voeren.
3Een vergunning voor een reeds bestaand keldergraf kan worden gewijzigd of ingetrokken indien:
a.de duurzaamheid van de gebruikte materialen onvoldoende is;
b.de fundering en constructie onvoldoende stabiel en veilig zijn;
c.ter verkrijging van de vergunning onjuiste dan wel onvolledige gegevens zijn verstrekt;
d.de aan de vergunning verbonden voorschriften niet worden nagekomen;
e.van de vergunning geen gebruik gemaakt wordt binnen de daarin gestelde termijn;
f.de houder van de vergunning dit verzoekt;
g.het college dit om redenen van technische aard wenselijk of noodzakelijk acht.
4Het samenvoegen van een keldergraf is niet toegestaan zoals genoemd in Artikel 3.3.
Artikel 11. Overschrijving van verleende grafrechten
1Na het overlijden van de rechthebbende dient het grafrecht binnen 6 maanden te worden overgeschreven op naam van een nieuwe rechthebbende.
2Wanneer nabestaanden ontbreken, kan de rechthebbende bij laatste wil of bij notariële akte bepalen dat de rechten worden overgeschreven op naam van de notaris die de nalatenschap beheert.
3Rechthebbenden waarvan de adresgegevens uit de oude administratie niet correct zijn, kunnen gedurende een periode van 5 jaren, te rekenen vanaf 7 maart 2023, zich bij het college melden voor aanpassing van hun NAW gegevens. Bovenstaande is ook van toepassing voor overschrijving van het betreffende grafrecht op naam van een nabestaande indien de rechthebbende reeds overleden is.
4Bekendheid hieraan zal worden gegeven door het aanbrengen van publicaties bij de begraafplaatsen, op de gemeentelijke website, en op andere daarvoor geschikte wijzen.
5De nabestaanden, genoemd in het derde lid, dienen voormalige echtgenoten of geregistreerd partners te zijn, of dienen in een familierechtelijke betrekking tot een overleden rechthebbende te hebben gestaan tot en met de vierde graad (bloed- en aanverwantschap). In geval meerdere nabestaanden zich melden, wordt het grafrecht overgeschreven op degene die zich als eerste bij het college heeft gemeld.
6Gedurende de termijn genoemd in het derde lid, zal het recht op een particulier graf waarvan de adresgegevens van de rechthebbenden nog niet zijn aangepast, of waarvan de rechthebbende is overleden en nog geen nabestaande zich heeft gemeld voor overname van het grafrecht, niet vervallen worden verklaard en zal het graf niet worden geruimd.
7Het college kan in bijzondere gevallen van het bepaalde in de voorgaande leden afwijken.
Artikel 12. Melding en vergunning grafbedekking
1De melding tot het plaatsen, aanbrengen of wijzigen van een grafbedekking op een (urnen-)graf, urnenplaats en gedenkplaats moet schriftelijk worden gedaan bij het college, uiterlijk een maand voor plaatsing. Het verzoek dient te bevatten:
a.NAW-gegevens van de rechthebbende van het graf, de urnenplaats of de gedenkplaats;
b.de naam en het adres van de aanvrager indien deze een ander is dan de rechthebbende en tevens de toestemming van de betreffende rechthebbende om eigenaar van de grafbedekking te zijn;
c.de naam van de begraafplaats, de ligging (grafveld) en nummer van het graf of de nis;
d.naam en adres van degene die de te verrichten werkzaamheden op de begraafplaats uitvoert;
e.een werktekening, schaal 1:10, waarin aangegeven:
•een boven-, voor- en zijaanzicht met alle hoogte-, breedte-, dikte- en lengtematen;
•de soort en kleur van het materiaal van het gedenkteken en de bewerking ervan;
•de vermelding of de letters en/of tekens, ingehakt, opgehakt of van een ander materiaal zijn;
•de woordindeling van het opschrift en de plaats van de figuratie(s);
•de soort van het materiaal van de fundering en de wijze van bevestiging van het gedenkteken daarop;
•de soort vaste planten indien het een levende grafbedekking betreft.
2Er is een vergunning vereist voor gewenste grafbedekkingen die niet voldoen aan de voorwaarden gesteld in artikel 13, alsmede voor ornamenten voor op het (urnen)graf en voor een bovengrondse urnenplaats of een gedenkplaats.
3De betreffende vergunning kan worden aangevraagd bij de administratie van de begraafplaatsen.
Artikel 13. Voorwaarden grafbedekking
1Als grafbedekking mogen alleen duurzame materialen worden gebruikt, zoals natuursteen, metaal, keramiek, duurzame kunststoffen, verduurzaamde houtsoorten en gehard glas, met een minimale dikte van 2 cm.
2De lengte en de breedte van de grafbedekking (de daarop geplaatste ornamenten inbegrepen) mogen die van het (urnen-)graf, de bovengrondse urnenplaats en gedenkplaats niet overschrijden.
3Voor het plaatsen van grafbedekking op een enkel graf gelden de volgende maximale afmetingen, gemeten in centimeters vanaf het maaiveld:
a.voor de begraafplaatsen Kollum, Burum, Burdaard de vakken C en D en Munnekezijl: maximaal 200 x 80 x 130 cm (l x b x h);
b.voor de begraafplaatsen Lindenhof de velden A t/m G, Damwâldsterreedsje, Reidswâl en Molenzes: maximaal 200 x 80 x 120 cm (l x b x h);
c.voor de begraafplaats Nijenhof: maximaal 200 x 90 x 130 cm (l x b x h);
d.voor de begraafplaats Burdaard de vakken A en B maximaal 200 x 90 x 130 (l x b x h);
Op de begraafplaats Lindenhof vak H is het uitsluitend toegestaan om een staande letterplaat met voetstuk te plaatsen met de volgende maximale afmetingen: 35 x 80 x 130 cm (l x b x h).
4Voor het plaatsen van grafbedekking op een dubbel graf gelden de volgende maximale afmetingen, gemeten in centimeters vanaf het maaiveld:
a.voor de begraafplaatsen Kollum, Burum , Burdaard de vakken C en D en Munnekezijl maximaal 200 x 160 x 130 cm (l x b x h);
b.voor de begraafplaatsen Lindenhof, de vakken A t/m G, Damwâldsterreedsje, Reidswâl en Molenzes: maximaal 200 x 160 x 120 cm (l x b x h);
c.voor de begraafplaats Nijenhof: maximaal 200 x 180 x 130 cm (l x b x h);
d.voor de begraafplaats Burdaard de vakken A en B: maximaal 200 x 140 x 130 cm (l x b x h);
e.op de begraafplaats Lindenhof vak H is het uitsluitend toegestaan om een staande letterplaat met voetstuk te plaatsen met de volgende maximale afmetingen; 35 x 160 x 130 cm (l x b x h).
5Voor het plaatsen van grafbedekking op een kindergraf gelden de volgende maximale afmetingen, gemeten in centimeters vanaf het maaiveld:
a.kindergraven voor kinderen van 1 tot 12 jaar voor de begraafplaatsen Kollum, Nijenhof, Munnekezijl, Burum en Burdaard, maximaal 200 x 80 x 100 centimeter (l x b x h);
b.kindergraven voor kinderen van 1 tot 12 jaar voor de begraafplaatsen Lindenhof, Damwâldsterreedsje, Reidswâl en Molenzes maximaal 100 x 55 x 70 centimeter
(l x b x h);
c.kindergraven voor kinderen jonger dan 1 jaar, maximaal 60 x 55 x 70 centimeter
(l x b x h).
6Voor het plaatsen van grafbedekking op een urnengraf gelden de volgende maximale afmetingen, gemeten in centimeters vanaf het maaiveld:
a.met uitzondering van begraafplaats Burdaard: 50 x 50 x 65 cm (l x b x h);
b.voor begraafplaats Burdaard: 55 x 55 x 0 cm (l x b x h).
7Voorzetplaten en sluitplaten van urnennissen zijn afhankelijk van het type nis.
a.op begraafplaats Lindenhof is de buitenmaat van muur 1 t/m 3, 37 x 50 x 3 cm (h x b x dikte) en van muur 4 t/m 10, 43 x 50 x 3 cm (h x b x dikte). De kleur van de afdekplaten is conform tekeningnummer B-612.12 rood, wit of zwart;
b.de afmeting van een voorzetplaat op de urnenzuilen op begraafplaatsen Burum en Molenzes bedraagt (l x h) 38,9 x 32,8 cm. Deze voorzetplaat wordt door de gemeente verstrekt tegen een vastgesteld tarief.
9De in het derde, vierde, vijfde en zesde lid genoemde gedenktekens moeten vast aan elkaar en/of afzonderlijk bevestigd of gefundeerd worden.
10Sierurnen moeten stevig verankerd worden op een bijpassende grondplaat of sokkel.
11Losse materialen zoals grind en schelpen zijn alleen toegestaan binnen een deugdelijke omranding en voorzien van een bodemplaat. De losse materialen mogen tot maximaal 3 cm van de hoogte van de omranding worden aangevuld.
12Indien een urn blijvend zichtbaar wordt geplaatst op een graf dient deze zodanig te worden bevestigd dat verwijdering door onbevoegden wordt voorkomen.
13In specifieke situaties kan het college afwijken van de in het derde, vierde, vijfde en zesde lid genoemde afmetingen. Een vergunningaanvraag daartoe wordt beoordeeld op inpasbaarheid binnen het betreffende begraafvak of themaveld.
14De namen van leveranciers, ontwerpers of uitvoerders van gedenktekens mogen alleen aan de achterkant van het gedenkteken worden aangebracht, in de vorm van een klein naamplaatje van maximaal 2 x 4 centimeter.
15Voor de herdenking van overledenen van een as verstrooiing en van geruimde graven kan een door de gemeente beschikbaar gesteld gedenkplaatje worden geplaatst op een algemene herdenkingszuil. Plaatsingsrechten worden uitgegeven voor een termijn van 10 jaar tegen een vastgesteld tarief.
16Gedenkplaatjes mogen alleen voorzien zijn van de naam, de geboortedatum en sterfdatum van de overledene.
17Op en in de nabijheid van verstrooivelden zijn permanente en tijdelijke voorwerpen en gedenktekens niet toegestaan.
Artikel 14. Onderhoud door rechthebbende / gebruiker
1Onder onderhoud wordt verstaan: het schoonmaken van het gedenkteken, het verven of vergulden van letters en andere figuraties op het gedenkteken, het verwijderen van spontaan opkomende kruiden of zaailingen op de grafbedekking, het rechtzetten van verzakkingen van het gedenkteken en het uitvoeren van overige herstellingen van het gedenkteken.
2Voor het schoonmaken van gedenktekens zijn alleen ecologisch afbreekbare middelen toegestaan.
3Het afval dat vrij komt bij het onderhoud (groenafval en verpakkingsmaterialen) dient door eenieder in de daarvoor aanwezige afvalbakken te worden gedeponeerd.
Artikel 15. Grafbeplanting
1De beplanting op een graf moet binnen de afmeting van het graf blijven en mag niet hoger worden dan de maximaal toegestane hoogte van 150 cm.
2Sterk woekerende planten zoals klimop en bamboe, alsmede planten met stekels en doornen zijn verboden.
Artikel 16. Losse bloemen, planten en ornamenten
1Het plaatsen van losse bloemen in steekvazen, eenjarige planten en planten in potten op graven is toegestaan, mits geplaatst binnen de maximale afmetingen van de grafbedekking. Glazen vazen en voorwerpen waarin glas verwerkt is, zijn vanuit veiligheidsoogpunt niet toegestaan.
2Het is op, achter en in de nabijheid van grafbedekkingen verboden planten en losse voorwerpen te plaatsen.
3De rechthebbende of de gebruiker van het graf draagt zelf zorg voor regelmatig onderhoud en het verwijderen van verwelkte bloemen en planten die in verwaarloosde staat verkeren.
4Ornamenten, linten en dergelijke die na een teraardebestelling op het graf worden achtergelaten moeten binnen 14 dagen na de dag van de teraardebestelling door de rechthebbende of de gebruiker worden verwijderd. Indien niet aan de genoemde termijn voldaan wordt heeft de beheerder het recht om deze ongevraagd te verwijderen, zonder dat deze tot enige vergoeding verplicht is.
5Linten, siervazen en dergelijke voorwerpen worden gedurende 6 weken na een begrafenis ter beschikking gehouden van de rechthebbende, indien deze daartoe tevoren een verzoek heeft ingediend bij de beheerder.
Artikel 17. Winterharde gewassen.
1De winterharde gewassen die op de particuliere graven worden geplant, mogen de voor het graf beschikbare oppervlakte niet overschrijden en een maximale hoogte hebben van 150 centimeter. De rechthebbende of gebruiker van het graf is zelf verantwoordelijk voor het tijdig snoeien.
2De rechthebbende of gebruiker van het graf is zelf verantwoordelijk voor het tijdig verwijderen van planten die in verwaarloosde staat verkeren.
Artikel 18. Plaatsen grafbedekking.
De grafbedekking met toebehoren moet volgens aanwijzingen van de beheerder worden opgesteld. Alle sporen van afval, ontstaan door of ten gevolge van plaatsingswerkzaamheden, moeten worden opgeruimd.
Artikel 19. Crematie en herbegraven na ruiming
Transport van stoffelijke resten voor crematie of herbegraven elders buiten de begraafplaats is alleen toegestaan door een erkende uitvaartonderneming of gespecialiseerd bedrijf.
1Er is een vergunning vereist voor een opgraving of herbegraven;
2De betreffende vergunning kan worden aangevraagd bij de administratie van de begraafplaatsen.
Artikel 20. Voorwaarden gedenkbos
1Aan een aangeplante boom kan geen eigendomsrecht worden ontleend.
2Alleen door de gemeente Noardeast-Fryslân geselecteerde boomsoorten komen in aanmerking voor aanplant. De aanvrager kan kiezen uit de volgende boomsoorten van het formaat 14-16:
Inheemse soorten:
a.Iep (resistent) – Ulmus dodoens
b.Haagbeuk – Carpinus betulus
c.Winter linde – Tilia cordata
d.Veldesdoorn – Acer campestre
e.Ruwe berk – Betula pendula
Fruitbomen:
a.Appelboom – Malus domestica
b.Perenboom – Pyrus communis
c.Stoofpeer – Pyrus communis ‘Gieser Wildeman’
d.Kersenboom – Prunus avium
e.Pruimenboom – Prunus domestica
Een andere boomsoort dan bovenstaande soorten is mogelijk in overleg met de beheerder.
3Centraal in het gedenkbos is door de gemeente Noardeast-Fryslân een algemene gedenkboom aangeplant. Bij deze Gewone linde (Tilia earopaea) mag een gedenkschijf worden geplaatst. Tekst en figuratie op deze boomschijf moet 6 weken voor de plaatsing doorgegeven worden aan de administratie van de gemeentelijke begraafplaatsen. Deze gedenkschijf wordt door de gemeente verstrekt tegen een vastgesteld tarief.
4Gekozen bomen worden volgens een plantschema geplant. In overleg met de betrokkene kan van te voren een geselecteerde locatie worden uitgezocht.
5Bomen die binnen 10 jaren na aanplant afsterven of zodanig beschadigd zijn dat van herstel geen sprake meer kan zijn, worden herplant door de gemeente Noardeast-Fryslân.
6Bij een gedenkboom wordt een robinia paal geplaatst waarop een herdenkingsplaatje kan worden bevestigd. Tekst en figuratie op dit plaatje moet 6 weken voor aanplant van de herdenkingsboom doorgegeven worden aan de administratie van de gemeentelijke begraafplaatsen. Dit herdenkingsplaatje wordt door de gemeente verstrekt tegen een vastgesteld tarief.
7De herdenkingsplaatjes hebben een afmeting van ø 12 centimeter
8De gemeente houdt zich het recht voor om aanstootgevende tekst op de bordjes te weigeren.
9Plaatsingsrecht voor een gedenkplaatje en gedenkschijf wordt uitgegeven voor een termijn van 10 jaren.
10Het plaatsingsrecht van een herdenkingsplaatje en gedenkschijf kan na het verstrijken van de termijn opnieuw uitgegeven worden voor een termijn van 10 jaren, mits de aanvraag vóór het verstrijken van de lopende termijn wordt ingediend.
11Het is niet toegestaan om bij de gedenkboom as van een overledene te verstrooien en / of een asbus te plaatsen.
Artikel 21. Voorwaarden gedenkplaats stil geboren kind
1Op een gedenkplaats voor het stil geboren kind mag een gedenk label worden geplaatst. Tekst op dit gedenk label moet 6 weken voor de plaatsing doorgegeven worden aan de administratie van de gemeentelijke begraafplaatsen. Dit gedenk label wordt door de gemeente verstrekt tegen een vastgesteld tarief.
2Een gedenk label heeft een vastgestelde afmeting.
3De gemeente houdt zich het recht voor om aanstootgevende tekst op een gedenk label te weigeren.
4Plaatsingsrecht voor een gedenk label wordt uitgegeven voor een termijn van 10 jaren.
5Het plaatsingsrecht van een gedenk label kan door een gebruiker na het verstrijken van de termijn opnieuw uitgegeven worden voor een termijn van 10 jaren, mits de aanvraag voor het verstrijken van de lopende termijn wordt ingediend.
6Het is niet toegestaan op een gedenkplaats as van een overledene te verstrooien en / of een asbus te plaatsen.
7In de nabijheid van een gedenkplaats zijn permanente en tijdelijke voorwerpen niet toegestaan met uitzondering van een gedenk label.
8Ornamenten, linten en dergelijke die bij een gedenkplaats worden achtergelaten moeten binnen 14 dagen na de dag van het aanbrengen van een gedenkteken worden opgeruimd.
9Indien niet aan de genoemde termijn voldaan wordt heeft de beheerder het recht om deze ongevraagd te verwijderen, zonder dat deze tot enige vergoeding verplicht is.
10Ornamenten, linten en dergelijke voorwerpen worden gedurende 6 weken na het aanbrengen van een gedenkteken ter beschikking gehouden van de belanghebbende.
11Het is niet toegestaan om bij de gedenkplaats as van een overledene te verstrooien en / of een asbus te plaatsen.
Artikel 22. Slotbepalingen
1Deze nadere regels treden in werking met ingang van de dag na publicatie.
2De “Nadere regels gemeentelijke begraafplaatsen Noardeast-Fryslân 2025” worden
ingetrokken.
Artikel 23. Citeertitel
Deze nadere regels worden aangehaald als “Nadere regels gemeentelijke begraafplaatsen Noardeast-Fryslân 2026”.