Gemeentelijke regelgeving

Verordening op de Commissie voor bezwaarschriften

Gemeente Nijmegen · geldt sinds 29 maart 2007

Aanhef

De raad van de gemeente Nijmegen,

Gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 4 juni 2002;

Gelet op de hoofdstukken V en VI van de Gemeentewet en op de hoofdstukken 2, 7 en 9 van de Algemene wet bestuursrecht;

Besluit:

vast te stellen de volgende

VERORDENING OP DE COMMISSIE VOOR BEZWAARSCHRIFTEN

Hoofdstuk I Begripsbepalingen

Artikel 1

In deze verordening wordt verstaan onder:

a.de wet: de Algemene wet bestuursrecht;

b.de gemeente: de gemeente Nijmegen;

c.de commissie: de Commissie voor bezwaarschriften;

d.de voorzitter: de voorzitter van de commissie, tenzij anders is aangegeven;

e.de secretaris: de secretaris van de commissie, tenzij anders is aangegeven;

f.de raad: de raad van de gemeente Nijmegen;

g.het college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Nijmegen.

Hoofdstuk II De commissie

Artikel 2

1Er is een commissie, genaamd de Commissie voor bezwaarschriften.

2De commissie heeft tot taak op onafhankelijke wijze de besluitvorming door de raad voor te bereiden inzake bezwaarschriften als bedoeld in hoofdstuk 6 van de wet waarop de raad moet beslissen, met uitzondering van bezwaarschriften voortvloeiende uit besluiten op grond van de Arbeidsvoorwaardenregeling Gemeente Nijmegen.

3De commissie heeft voorts tot taak de besluitvorming door de raad voor te bereiden aangaande klachten als bedoeld in hoofdstuk 9 van de wet waarop de raad een beslissing moet nemen. Klachten ten aanzien waarvan de raad zijn voorzitter heeft gemachtigd tot afhandeling worden daaronder niet begrepen.

(zie ook bijlage 1 inzake instelling, taak en bevoegdheid enkelvoudige kamer commissie voor bezwaarschriften)

Artikel 3

1De commissie bestaat uit een voorzitter en ten minste twee en ten hoogste vier andere leden, die door de raad worden benoemd, geschorst en ontslagen.

2De leden maken geen deel uit van een bestuursorgaan van de gemeente en zijn niet werkzaam onder verantwoordelijkheid van een zodanig bestuursorgaan.

3De leden beschikken over adequate en relevante juridische en bij voorkeur ook bestuurlijke deskundigheid.

4De commissie benoemt uit haar midden de voorzitter en een plaatsvervangende voorzitter.

5De leden ontvangen een vergoeding die door de raad bij afzonderlijke verordening wordt vastgesteld.

Artikel 4

1De leden van de commissie worden benoemd voor een periode van vier jaar. Zij kunnen één keer worden benoemd voor een tweede periode.

2De raad ontslaat een lid, wanneer:

a.het lid daartoe een schriftelijk verzoek bij het college heeft ingediend;

b.het lid een ambt of functie heeft aanvaard die krachtens deze verordening onverenigbaar is met het lidmaatschap van de commissie;

c.het lid naar het oordeel van de raad door zijn gedragingen ernstig nadeel toebrengt aan het aanzien van de commissie, of

d.de commissie wordt opgeheven.

3In het geval bedoeld in het tweede lid, onder c, is de raad bevoegd het lid te schorsen hangende het onderzoek naar de gedragingen. De schorsing duurt maximaal drie maanden.

4Aftredende leden blijven hun functie waarnemen totdat in hun opvolging is voorzien.

Artikel 5

1De commissie is bevoegd uit haar midden kamers in te stellen, die belast worden met de behandeling van bepaalde of bepaalde soorten bezwaarschriften of bepaalde andere werkzaamheden. Zij kan naast de leden een of meer plaatsvervangende leden voor de kamers aanwijzen.

2Elke kamer wijst uit haar midden een voorzitter aan.

3Het bepaalde in deze verordening over de werkwijze en de bevoegdheden van de commissie, van de voorzitter en van de secretaris is van overeenkomstige toepassing op elk van haar kamers.

4Voorstellen aan de raad gaan uit van de commissie.

(zie ook bijlage 1 inzake instelling, taak en bevoegdheid enkelvoudige kamer commissie voor bezwaarschriften)

Artikel 6

1Het secretariaat wordt vervuld onder verantwoordelijkheid van de griffier.

2Het secretariaat van de commissie en, bij toepassing van artikel 5, van haar kamers, wordt vervuld door een of meer door het college, in overleg en overeenstemming met de griffier, aan te wijzen gemeenteambtenaren.

Hoofdstuk III Het in behandeling nemen van bezwaarschriften

Artikel 7

1Van een aan de raad gericht bezwaarschrift wordt onmiddellijk na ontvangst een kopie ter behandeling gezonden aan de commissie.

2Op het bezwaarschrift wordt de datum van ontvangst aangetekend.

3Na kennisneming van het bezwaarschrift door de raad wordt dit onverwijld doorgezonden aan de commissie, tenzij de raad in voorkomend geval anders beslist.

4De secretaris zendt zo spoedig mogelijk na kennisneming van het bezwaarschrift een bericht van ontvangst aan de indiener. In het bericht van ontvangst wordt de te volgen procedure vermeld.

5De secretaris geeft van een bezwaarschrift onverwijld kennis aan het college.

6Het college doet de commissie onverwijld de voor de behandeling van het bezwaarschrift vereiste stukken toekomen.

Artikel 8

1De commissie is bevoegd om, indien een ander bestuursorgaan dan de raad of een administratieve rechter tot behandeling bevoegd is, met toepassing van artikel 2:3 of artikel 6:15, eerste lid, van de wet bezwaarschriften en klachten door te zenden naar het bevoegde bestuursorgaan of de bevoegde administratieve rechter.

2De commissie kan de voorzitter machtigen tot uitoefening van de in het eerste lid genoemde bevoegdheid en de secretaris tot mededeling aan de afzender.

Hoofdstuk IV Vergaderingen

Artikel 9

1De commissie vergadert zo dikwijls haar voorzitter dit nodig oordeelt of twee leden of, indien het betreft een kamer uit de commissie, één lid, onder opgave van redenen de wens daartoe te kennen geven.

2De vergaderingen worden door de voorzitter belegd. Hij zorgt dat elk lid, spoedeisende gevallen uitgezonderd, ten minste acht dagen voor de aanvang van de vergadering wordt opgeroepen. De te behandelen zaken worden bij de oproep vermeld.

Artikel 10

1De commissie beraadslaagt of besluit niet indien behalve de voorzitter of diens plaatsvervanger, niet ten minste de helft van het aantal andere leden aanwezig is.

2Alle besluiten van de commissie, waaronder begrepen de vaststelling van voorstellen, worden met volstrekte meerderheid van stemmen genomen. Bij staking van stemmen beslist de stem van de voorzitter.

3Indien het op grond van het eerste lid vereiste aantal leden niet is opgekomen kan de voorzitter met een tussentijd van ten minste vierentwintig uren een nieuwe vergadering beleggen. In deze vergadering kunnen de dan aanwezige leden beraadslagen en besluiten over reeds eerder geagendeerde onderwerpen.

Artikel 11

1Het horen van de indiener van het bezwaarschrift, van andere belanghebbenden en van degene die als vertegenwoordiger van de raad een toelichting op het standpunt van de raad in de commissie geeft geschiedt door de commissie. Het horen kan slechts plaatsvinden indien tenminste de helft van het aantal commissieleden aanwezig is.

2De secretaris stelt de indiener van het bezwaarschrift, andere belanghebbenden en degene die als vertegenwoordiger van de raad een toelichting op het standpunt van de raad in de commissie geeft in kennis van het tijdstip waarop en de plaats waar het horen plaatsvindt.

3De secretaris doet degenen die bedoeld worden in het tweede lid zo spoedig mogelijk de in artikel 7, vijfde lid bedoelde stukken toekomen.

Artikel 12

1De zittingen van de commissie waarin personen worden gehoord zijn openbaar.

2De deuren worden gesloten indien de voorzitter of een van de overige aanwezige leden van de commissie daartoe een verzoek doet. De commissie beslist vervolgens of de zitting verder plaatsvindt met gesloten deuren.

3Andere vergaderingen dan die bedoeld in het eerste lid vinden in beginsel plaats achter gesloten deuren.

Artikel 13

1Het verslag als bedoeld in de artikelen 7:7 en 7:21 van de wet vermeldt de namen van de aanwezige commissieleden, belanghebbenden en andere uitgenodigde personen, alsmede van hun hoedanigheid.

2Het verslag houdt ten minste een zakelijke vermelding in van hetgeen over en weer is gezegd en, voor zover van belang, overigens in de hoorzitting is voorgevallen.

3Indien de zitting geheel of gedeeltelijk met gesloten deuren plaatsvond, of indien belanghebbenden niet in elkaars tegenwoordigheid zijn gehoord, maakt het verslag hiervan melding.

Hoofdstuk V Overige bepalingen omtrent de werkwijze en de bevoegdheden van de commissie

Artikel 14

1Het college draagt zorg dat alle informatie die de commissie voor de uitoefening van haar taak wenselijk acht integraal aan haar ter beschikking wordt gesteld, ongeacht of deze van beleidsmatige, juridische, financiële of andere aard is.

2De commissie is bevoegd om in verband met de behandeling van het bezwaarschrift, bij bestuursorganen of ambtenaren van de gemeente rechtstreeks alle gewenste inlichtingen in te winnen. Aan het verschaffen van de informatie kan een termijn worden gesteld. De commissie kan voorts vertegenwoordigers van het gemeentebestuur of ambtenaren van de gemeente uitnodigen om in de vergadering van de commissie te verschijnen.

3De commissie is bevoegd om in verband met de behandeling van het bezwaarschrift, bij deskundigen of andere personen, geen ambtenaren van de gemeente zijnde, advies of inlichtingen in te winnen. Zij kan deze personen uitnodigen in de vergadering van de commissie te verschijnen.

4De commissie is bevoegd het college of ambtenaren van de gemeente te vragen om indiening bij de commissie van hun schriftelijke zienswijze omtrent het bezwaarschrift. Daarbij kan een termijn worden gesteld.

5De commissie kan aan de voorzitter of de secretaris machtiging verlenen om de bevoegdheden genoemd in het tweede, derde en vierde lid uit te oefenen.

Artikel 15

1Indien na afloop van de in artikel 11 bedoelde hoorzitting, maar voordat het voorstel van de commissie is vastgesteld, naar het oordeel van de voorzitter of een ander lid van de commissie nader onderzoek wenselijk blijkt kan de commissie een dergelijk nader onderzoek houden.

2In het kader van het nadere onderzoek kunnen een of meer nieuwe hoorzittingen worden belegd.

3Op het nadere onderzoek is het bepaalde in de hoofdstukken IV en V van overeenkomstige toepassing.

Artikel 16

Indien de commissie bezichtiging ter plaatse dienstig oordeelt, geschiedt deze door de commissie in haar geheel of door een of meer door de commissie uit haar midden aangewezen leden. Van plaats, dag en uur van de bezichtiging wordt mededeling gedaan aan de indiener van het bezwaarschrift.

Artikel 17

1De commissie oefent voor de toepassing van deze verordening uit de bevoegdheden bedoeld in:

a.de artikelen:

7:4, achtste lid;

7:6, tweede en vierde lid;

7:10, derde en vierde lid en

9:11, tweede lid, van de wet;

b.de artikelen:

2:1, tweede lid en

6:6 van de wet, voor zover het betreft het aan de indiener van het bezwaarschrift stellen van een termijn waarbinnen het verzuim kan worden hersteld;

2De commissie kan mandaat verlenen tot het uitoefenen van bevoegdheden genoemd in het eerste lid en wel aan de voorzitter wat betreft de bevoegdheden genoemd onder a en aan de voorzitter of de secretaris wat betreft de bevoegdheden genoemd onder b.

3Besluiten als bedoeld in het eerste lid worden zo spoedig mogelijk meegedeeld aan de belanghebbenden.

4Indien de commissie gebruik heeft gemaakt van de bevoegdheid om belanghebbenden niet te horen wordt dat in het voorstel van de commissie vermeld.

Artikel 18

1De voorzitter en, met inachtneming van de door de commissie of de voorzitter te geven aanwijzingen, de secretaris, zijn belast met de voorbereiding en de uitvoering van de besluiten van de commissie.

2De van de commissie uitgaande stukken worden ondertekend door de voorzitter en de secretaris. De voorzitter kan de secretaris machtigen bepaalde stukken als enige te ondertekenen.

Artikel 19

De leden van de commissie nemen niet deel aan de behandeling van een bezwaarschrift indien daarbij hun onpartijdigheid in het geding kan zijn.

Hoofdstuk VI Voorstellen van de commissie

Artikel 20

1De commissie brengt een gemotiveerd voorstel uit aan de raad in de vorm van een raadsvoorstel, vergezeld van een ontwerp-raadsbesluit. De commissie legt de op de zaak betrekking hebbende stukken over aan de raad. Gelijktijdig met de toezending van het voorstel en het ontwerp-raadsbesluit aan de raad worden afschriften van deze stukken toegezonden aan de belanghebbenden.

2De commissie brengt haar voorstel uit op een zodanig tijdstip dat de raad binnen de daarvoor voorgeschreven termijn een beslissing kan nemen.

3De secretaris zendt een afschrift van het voorstel aan het college. Het college beslist onverwijld of het een eigen standpunt aangaande het voorstel van de commissie ter kennis van de raad zal brengen. Indien dit laatste het geval is agendeert het college een eigen raadsvoorstel.

4Indien aan een besluit van de raad overeenkomstig een voorstel van de commissie kosten verbonden zouden zijn waarin de begroting niet voorziet zendt de secretaris het afschrift van het raadsvoorstel aan het college voordat het voorstel aan de raad wordt gezonden. Het college voegt in dat geval aan het raadsvoorstel een voorstel toe aangaande de wijze van dekking van die kosten.

5De openbaarmaking van voorstellen van de commissie en van de bijbehorende ontwerp-raadsbesluiten, geschiedt op de wijze als met betrekking tot voorstellen aan de raad voorzien in het Reglement van Orde voor de vergaderingen en overige werkzaamheden van de raad.

Artikel 21

Toelichting van een door de commissie uitgebracht voorstel in de vergadering van de raad geschiedt door de voorzitter van de commissie, tenzij de commissie daarvoor een ander lid aanwijst.

Hoofdstuk VII Overige bepalingen

Artikel 22

In de gemeentebegroting worden de kosten voortvloeiende uit het functioneren van de commissie op basis van deze verordening voorzien van een toereikende dekking.

Artikel 23

Het bepaalde in de hoofdstukken I t/m VI van deze verordening aangaande de behandeling van bezwaarschriften is van overeenkomstige toepassing op de behandeling van klachten als bedoeld in artikel 2, derde lid.

(zie ook bijlage 1 inzake instelling, taak en bevoegdheid enkelvoudige kamer commissie voor bezwaarschriften)

Artikel 24

1De commissie brengt jaarlijks een schriftelijk verslag uit over haar werkzaamheden in het afgelopen kalenderjaar.

2Het verslag bevat een verantwoording voor het gebruik van de bevoegdheden en het budget van de commissie.

3Tevens doet de commissie zo mogelijk aanbevelingen ter verhoging van de juridische kwaliteit van het gemeentelijk handelen op de terreinen waarmee zij in aanraking komt.

Artikel 25

Deze verordening kan worden aangehaald als Verordening op de Commissie voor bezwaarschriften.

Artikel 26

1De verordening treedt in werking op een door het college te bepalen tijdstip.

2Met ingang van het in het eerste lid genoemde tijdstip vervalt de Verordening op de Commissie voor bezwaarschriften, vastgesteld bij raadsbesluit van 14 september 1994.

Artikel 27

Bezwaarschriften of klachten die in behandeling zijn genomen vóór het in artikel 26 bedoelde tijdstip door de dan functionerende Commissie voor bezwaarschriften worden afgehandeld met inachtneming van de verordening genoemd in artikel 26, tweede lid.

Bijlage

Bijlage 1 Besluit instelling enkelvoudige kamer commissie voor bezwaarschriften

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.