Aanhef
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Nijmegen,
Gelet op artikel 4:23 van de Algemene wet bestuursrecht;
Gelet op artikel 2 lid 3 van de Nijmeegse Kaderverordening Subsidies (NKS);
Gelet op de Wet Maatschappelijke Ondersteuning 2015 (Wmo 2015);
Vast te stellen de volgende beleidsregels: Subsidieregeling Dagbesteding Senioren
Hoofdstuk 1 Begripsomschrijving
Artikel 1 Definities
Voor de toepassing van deze regeling wordt verstaan onder:
a.het college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Nijmegen;
b.aanbieder: een rechtspersoon met of zonder winstoogmerk die dagbesteding aanbiedt;
c.dagbesteding senioren: georganiseerde activiteiten die structuur, zinvolle invulling en sociale interactie bieden aan inwoners die door ouderdomsproblematiek niet volledig zelfstandig kunnen deelnemen aan het dagelijks leven;
d.ouderdomsproblematiek: fysieke, cognitieve en/of psychische achteruitgang gerelateerd aan ouderdom die deelname aan zelfstandig maatschappelijk functioneren belemmert;
e.algemene voorzieningen: voorzieningen zoals een sportclub, hobbycentra en ontmoetactiviteiten;
f.deelnemer: een inwoner van Nijmegen die in aanmerking komt voor dagbesteding op basis van de in artikel 2.2 genoemde criteria;
g.één dagdeel: een periode van minimaal 2,5 uur waarin dagbestedingsactiviteiten plaatsvinden;
h.de wet: de Algemene wet bestuursrecht;
i.NKS: de Nijmeegse Kaderverordening Subsidies 2019.
Hoofdstuk 2 Kader dagbesteding senioren
Artikel 1 Doelstelling dagbesteding senioren
Het college kan subsidie verstrekken aan aanbieders van dagbesteding senioren met als doel:
a.het behouden of verbeteren van fysieke, cognitieve en sociale vaardigheden;
b.het bevorderen van zelfstandig functioneren;
c.het voorkomen en/of verminderen van sociaal isolement en het bevorderen van sociale participatie;
d.het bieden van structuur en zingeving in het dagelijks leven.
Artikel 2 Doelgroep
1De dagbesteding is bedoeld voor inwoners van de gemeente Nijmegen met ouderdomsgerelateerde problematiek, die niet zelfstandig of met hulp uit hun netwerk kunnen voorzien in een passende en betekenisvolle daginvulling. De dagbesteding is bedoeld voor inwoners die:
a.te maken hebben met eenzaamheid, mobiliteitsproblemen, cognitieve achteruitgang en/of zintuiglijke beperkingen;
b.behoefte hebben aan dagelijkse structuur en sociale interactie;
c.mantelzorg ontvangen waarbij de mantelzorger overbelast is of dreigt te raken.
2Inwoners die zelfstandig of met ondersteuning uit hun netwerk gebruik kunnen maken van algemene voorzieningen, vallen buiten de doelgroep.
3Inwoners met een intensieve zorg- of begeleidingsvraag, waarvoor specialistische behandeling of permanent toezicht nodig is — zoals bij ernstige somatische aandoeningen of gevorderde dementie — vallen buiten de doelgroep.
4Inwoners met een niet aan ouderdom gerelateerde beperking of met chronisch psychische of psychosociale problemen vallen buiten de doelgroep.
Artikel 3 Toegang tot de dagbesteding senioren
1Een inwoner van gemeente Nijmegen kan zonder indicatie gebruik maken van de dagbesteding senioren. De aanbieder beoordeelt of een inwoner voldoet aan de beschrijving in artikel 2.2. Gemeente Nijmegen kan deze beoordeling controleren.
2Er wordt geen dagbesteding senioren ingezet wanneer:
a.een inwoner op grond van zijn/haar beperkingen in staat is deel te nemen aan algemene voorzieningen die in de stad geboden worden, wordt deze hiernaar verwezen en niet opgenomen in de dagbesteding.
b.een inwoner een indicatie voor de Wet langdurige zorg heeft of mogelijk in aanmerking komt voor dagbesteding senioren.
3Het college behoudt zich het recht voor om gedurende de looptijd van deze subsidieregeling de toegang voor dagbesteding senioren, zoals beschreven in dit artikel, te wijzigen.
Om in aanmerking te komen voor subsidie dient de dagbesteding te voldoen aan de volgende kwaliteitsvoorwaarden:
Hoofdstuk 3 Voorwaarden dagbesteding senioren
Artikel 1 Inhoud en doelmatigheid van de dagbesteding
1De activiteiten sluiten aan bij de behoeften van de doelgroep en dragen bij aan de doelstellingen zoals beschreven in artikel 2.1.
2De aanbieder heeft een acceptatieplicht wanneer de dagbesteding passend is, tenzij:
a.er aantoonbaar zwaarwegende redenen zijn waardoor de aanbieder niet in staat is passende ondersteuning te bieden;
b.de aanbieder het aantal afgesproken dagdelen al heeft gerealiseerd in het betreffende jaar.
3Samen met iedere deelnemer wordt een ondersteuningsplan opgesteld met SMART-geformuleerde doelen, passend bij de doelstellingen uit artikel 2. SMART-geformuleerde doelen zijn doelen die concreet, toetsbaar, haalbaar en voorzien van een duidelijke tijdsplanning zijn.
4De aanbieder gaat, bij achteruitgang van de deelnemer, tijdig in gesprek met de deelnemer c.q. familie. Het is noodzakelijk dat er tijdig een indicatie voor de Wet langdurige zorg bij het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) door de deelnemer zelf of diens vertegenwoordiger wordt aangevraagd.
5De aanbieder voert structureel evaluaties uit en borgt actief de kwaliteit van de dienstverlening.
6De groepsgrootte bedraagt maximaal 10 deelnemers per aanwezige betaalde medewerker.
7De aanbieder doet direct melding bij de opdrachtgever indien er sprake is van een wachtlijst.
Artikel 2 De locatie van de dagbesteding
1De dagbesteding vindt plaats in de gemeente Nijmegen.
2De locatie van de dagbesteding is veilig en goed toegankelijk voor de deelnemers.
Artikel 3 Personele inzet en deskundigheid
1De aanbieder zet betaalde medewerkers in (conform de toepasselijke CAO), die beschikken over relevante deskundigheid, kennis en competenties voor de doelgroep beschreven in artikel 2.2 en beschikken over kennis van het sociaal-maatschappelijk werkveld in Nijmegen.
2Aanvullend daarop kunnen afhankelijk van de grootte van de groep stagiaires en/of vrijwilligers ingezet bij de uitvoering van activiteiten.
3De aanbieder belast vrijwilligers alleen met taken die passen bij vrijwilligerswerk en niet afdoen aan de kwaliteit van de te bieden zorg.
4Alle personen die beroepsmatig of als vrijwilliger in contact komen met deelnemers beschikken over een geldige Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) met screeningsprofiel ‘gezondheidszorg en welzijn van mens en dier’ of screeningnummers 12, 41, 43, 84 en 85. De VOG mag bij aanvang van de werkzaamheden niet ouder zijn dan drie maanden.
Artikel 4 Samenwerking
1De aanbieder werkt aantoonbaar samen met andere zorg- en welzijnsorganisaties in de regio.
2De aanbieder is goed op de hoogte van het aanbod van andere dagbestedingsaanbieders en bevordert samenwerking en doorverwijzing indien dit in het belang is van de inwoner.
Artikel 5 Klachtenregeling
De aanbieder heeft een eenvoudige, laagdrempelige en transparante klachtenregeling die voorziet in bemiddeling en afhandeling van klachten van inwoners. Deze klachtenregeling moet bekend zijn bij de deelnemers. Per jaar moet vastgelegd zijn/worden hoe deze klachtenregeling eruit ziet, het aantal en de aard van de klachten, of ze (on)gegrond zijn, en vervolgacties. De gemeente kan hier inzage in vragen.
Artikel 6 Vervoer van en naar de dagbesteding
1De aanbieder draagt zorg voor het vervoer van en naar de locatie van de dagbesteding, indien een deelnemer hier niet zelfstandig of via zijn of haar netwerk of via algemene voorzieningen in kan voorzien.
2Onder vervoer worden 2 vervoersmogelijkheden onderscheiden:
a.Eigen vervoer: er is sprake van eigen vervoer als er gebruik wordt gemaakt van vervoersmiddelen die eigendom zijn van de aanbieder of van een aan de aanbieder gelieerde onderneming.
b.Vervoer Regulier: er is sprake van vervoer regulier als het vervoer wordt geleverd door een professionele vervoerder (taxivervoer) waarmee de aanbieder een contract heeft afgesloten.
3De aanbieder verzorgt vervoer van deur tot deur, met inzet van (vrijwillige) chauffeurs die:
a.beschikken over een geldig rijbewijs;
b.kennis en affiniteit hebben met de doelgroep;
c.servicegericht, klantvriendelijk, verantwoordelijk en behulpzaam zijn.
4De ingezette voertuigen voldoen aan alle geldende veiligheidsnormen voor personenvervoer en/of rolstoelvervoer. Code Veilig Vervoer Rolstoelinzittenden (VVR) wordt gevolgd.
5De deelnemer van de dagbesteding mag geen gebruik maken van de Wmo Avanpas voor het vervoer naar en van de dagbesteding.
Artikel 7 Goed werkgeverschap
1De aanbieder geeft op een zorgvuldige, sociale, transparante en controleerbare manier invulling aan goed werkgeverschap. De gemeente Nijmegen toetst dit aan indicatoren zoals personeelsverloop, ziekteverzuim, de verhouding personeel in en buiten loondienst (PNIL-ratio) en de tevredenheid en ontwikkeling van professionals.
2De aanbieder geeft invulling aan het begrip ‘good governance’i: goed bestuur en goed (intern) toezicht. Hiertoe implementeert de subsidieontvanger een governancecode conform de meest actuele governancecode Zorg dan wel Welzijn & Maatschappelijke Dienstverlening of een gelijkwaardige governancecode
3De aanbieder draagt er zorg voor dat alle leden van het bestuurs-, leidinggevend en toezichthoudend orgaan beschikken over een passende VOG. De VOG mag niet ouder zijn dan drie maanden bij aanvang van de werkzaamheden.
4De aanbieder informeert de gemeente Nijmegen tijdig over het bestaan van een continuïteitsvraagstuk.
5De aanbieder voldoet aan de Wet Normering Topinkomens (WNT) voor zover van toepassing.
Artikel 8 Wmo-toezicht
De kwaliteit van de dagbesteding kan onderzocht worden door de gemeente zelf dan wel in opdracht van de gemeente. De aanbieder is verplicht hieraan mee te werken.
Hoofdstuk 4 Subsidieverstrekking
Artikel 1 Subsidieplafond
Het college stelt, onder voorbehoud van vaststelling van de begroting door de gemeenteraad, het subsidieplafond vast op het moment dat het tevens besluit over de subsidieverlening.
Artikel 2 Tarieven voor dagbesteding en vervoer
1Het tarief voor dagbesteding senioren is €43,95 per dagdeel op basis van prijsniveau 2025. In dit tarief is rekening gehouden met 25% no show.
2Het tarief voor eigen vervoer naar en van de dagbesteding senioren is €9,51 per etmaal op basis van prijsniveau 2025. Zie artikel 3.6 lid 2 voor de definitie van eigen vervoer.
3Het tarief voor regulier vervoer naar en van de dagbesteding senioren is €21,59 per etmaal op basis van prijsniveau 2025. Zie artikel 3.6 lid 2 voor de definitie van regulier vervoer.
4De tarieven worden jaarlijks geïndexeerd met het indexeringspercentages voor subsidies zoals de gemeenteraad dit vaststelt.
Artikel 3 Verlening
1Indien het college besluit een subsidie te verlenen, wordt aan de aanbieder een meerjarensubsidie voor de duur van vier jaar verleend. Deze bepaling geldt voor aanvragen die zijn ingediend vóór 1 oktober 2025.
2Bij de subsidieverlening wordt er afgeweken van artikel 8 lid 3 uit de NKS, dit betekent dat de hoogte van het eigen vermogen van de aanbieder geen consequenties heeft voor de subsidieverlening en vaststelling.
3Indien het subsidieplafond nog niet is bereikt, kan het college gedurende de looptijd van deze regeling besluiten een éénjarige subsidie te verlenen aan een aanbieder.
Artikel 4 Vaststelling
De subsidie wordt aan het einde van de meerjarensubside vastgesteld nadat de aanbieder de verantwoording heeft ingediend. De vaststelling vindt plaats op basis van de vastgestelde prijs vermenigvuldigd met het aantal gerealiseerde bezette dagdelen en het aantal gerealiseerde etmalen vervoer tot maximaal het verleende bedrag.
Hoofdstuk 5 Indieningsvereisten aanvraag
Artikel 1 Eisen aanvraag
1De aanbieder doet een aanvraag voor een meerjarensubsidie van 4 jaar.
2De aanvraag moet uiterlijk 1 oktober 2025 binnen zijn. Aanvragen die later binnen zijn, worden niet in behandeling genomen.
3De aanvraag dient digitaal ingevuld te worden via het webformulier op www.nijmegen.nl/subsidies.
4De volgende gegevens dienen ingediend te worden:
–Een meerjarenbeleidsplan met aandacht voor de doelstelling in artikel 2 en de geformuleerde criteria in Hoofdstuk 3.
–Het aantal bezette dagdelen en het aantal etmalen vervoer per subsidiejaar waarvoor subsidie aangevraagd wordt.
–De meest recente jaarrekening (resultatenrekening en balans) voor zover deze nog niet eerder ingediend is bij het college.
5Indien een aanbieder voor het eerst een subsidie aanvraagt voegt hij een exemplaar van de oprichtingsakte, de statuten, een kopie van een recent bankafschrift, het jaarverslag, de jaarrekening en de balans van het voorgaande jaar als bijlage toe aan het aanvraagformulier.
Hoofdstuk 6 Beoordeling subsidieaanvraag
Artikel 1 Beoordeling en advies
1De subsidieaanvragen worden beoordeeld aan de hand van de criteria genoemd in artikel 5.3.
2Vervolgens wordt een integrale beoordeling gemaakt van alle aanvragen samen. Daarbij wordt gelet op:
–de diversiteit van het aanbod;
–de spreiding van het aanbod binnen de gemeente Nijmegen;
–de continuïteit van het aanbod;
–de kwaliteit van het aanbod.
3Wanneer het totaal van alle aanvragen het subsidieplafond overschrijdt, wordt tijdens de integrale beoordeling ook gekeken naar het aantal aangevraagde dagdelen dagbesteding en etmalen vervoer. In het adviesrapport wordt toegelicht op welke wijze en om welke redenen van de aangevraagde aantallen is afgeweken om binnen het beschikbare budget te blijven.
Artikel 2 Procedure en besluitvorming
Bij de besluitvorming wordt de volgende procedure gevolgd:
1De aanvrager krijgt een digitale bevestiging van ontvangst van de subsidieaanvraag.
2Alle aanvragen worden getoetst aan de formele vereisten zoals deze zijn opgenomen in de geldende NKS.
3Wanneer de aanvraag niet volledig blijkt te zijn, krijgt de aanvrager het verzoek om de gegevens binnen een week aan te vullen. Gebeurt dit niet, dan wordt de aanvraag niet in behandeling genomen.
4Als de aanvraag voldoet aan de formele voorwaarden wordt de aanvraag inhoudelijk beoordeeld. Tijdens de behandeling van de aanvraag wordt geen informatie gegeven over de voortgang.
5Op basis van de beoordeling wordt een adviesrapport opgesteld voor het college van burgemeester en wethouders. Dit rapport wordt openbaar.
6Het college besluit op basis van dit adviesrapport over de verstrekking van de subsidie aan de aanvragers.
Artikel 3 Weigeringsgronden
In de gevallen genoemd in de artikelen 4:25 en 4:35 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 8 van de NKS kan de subsidie worden geweigerd. Daarnaast kan de subsidie worden geweigerd in geval van strijdigheid met één van de bepalingen in deze regeling.
Artikel 4 Afwijkingsmogelijkheid
Het college kan in bijzondere gevallen ten gunste van een aanvrager afwijken van één of meerdere bepalingen van deze regeling indien strikte toepassing van de bepalingen zou leiden tot te weinig aanbod en/of te weinig diversiteit binnen het aanbod dagbesteding senioren. Bij de beoordeling van een verzoek om afwijking worden in elk geval de doelstellingen en uitgangspunten van deze subsidieregeling in acht genomen. Van een afwijking wordt gemotiveerd verslag gedaan in het adviesrapport.
Hoofdstuk 7 Verplichtingen en verantwoording
Artikel 1 Verantwoordbare dagdelen dagbesteding en etmalen vervoer
1Het bezette dagdeel en daarmee de verantwoordbare tijd start op het moment dat de inwoner op de dagbestedingslocatie is en eindigt als de inwoner vertrekt.
2Eén dagdeel bedraagt minimaal 2,5 uur. Een inwoner moet minimaal 2,5 uur aanwezig zijn om het dagdeel op te kunnen nemen in de verantwoording. Er kunnen maximaal 2 dagdelen op een dag meegenomen worden in de verantwoording. No-show mag niet worden meegenomen in de verantwoording. De subsidieontvanger zorgt ervoor dat de administratie erop is ingericht om dit juist te kunnen registreren.
3Een etmaal vervoer mag alleen worden opgenomen in de verantwoording indien het vervoer daadwerkelijk heeft plaatsgevonden en de deelnemer aanwezig is geweest op de dagbestedingslocatie.
Artikel 2 Verantwoording
1De subsidieontvanger moet jaarlijks vóór 1 augustus een voortgangsrapportage indienen. Deze rapportage beschrijft het aantal bezette dagdelen en het aantal etmalen vervoer van januari tot en met juni.
2De subsidieontvanger moet jaarlijks vóór 1 februari een voortgangsrapportage indienen. Deze rapportage beschrijft het aantal bezette dagdelen en het aantal etmalen vervoer van juli tot en met december.
3De subsidieontvanger dient uiterlijk op 1 juni de verantwoording in over het voorafgaande subsidiejaar. De verantwoording bestaat minimaal uit:
–Een verslag met daarin een beschrijving van de doelgroep, activiteiten van de dagbesteding, in- en uitstroomcijfers inclusief reden uitstroom, tevredenheid van deelnemers en een beschrijving van goed werkgeverschap (personeelsverloop, ziekteverzuim, de verhouding personeel in en buiten loondienst (PNIL-ratio) en de tevredenheid en ontwikkeling van professionals);
–Het aantal bezette dagdelen en het aantal etmalen geleverd vervoer;
–Een totale jaarrekening van de aanbieder.
4Uiterlijk op 1 juni na afloop van de meerjarensubsidie dient de subsidieontvanger een eindverantwoording in over de volledige subsidieperiode. Deze eindverantwoording bestaat minimaal uit:
–Een verslag met daarin een beschrijving van de doelgroep, activiteiten van de dagbesteding, in- en uitstroomcijfers inclusief reden uitstroom, tevredenheid van deelnemers en een beschrijving van goed werkgeverschap (personeelsverloop, ziekteverzuim, de verhouding personeel in en buiten loondienst (PNIL-ratio) en de tevredenheid en ontwikkeling van professionals);
–Het aantal bezette dagdelen en het aantal etmalen geleverd vervoer;
–Een totale jaarrekening van de aanbieder.
–Voor subsidies boven de €100.000 per jaar moet de verantwoording aanvullend een controleverklaring van een accountant bevatten over het aantal bezette dagdelen en etmalen geleverd vervoer bevatten.
5De subsidievaststelling aan het einde van de meerjarensubsidie vindt plaats op basis van de eindverantwoording, waarbij wordt uitgegaan van de vastgestelde eenheidsprijs vermenigvuldigd met het aantal gerealiseerde dagdelen dagbesteding en het aantal gerealiseerde etmalen vervoer tot maximaal het verleende subsidiebedrag.
6De subsidieontvanger verleent alle medewerking aan evaluatie en monitoring.
7De subsidieontvanger meldt onmiddellijk iedere relevante wijziging ten opzichte van de gegevens die bij de aanvraag zijn overlegd.
8Het college kan nadere voorwaarden stellen aan de inrichting van de verantwoording.
Hoofdstuk 8 Intrekking, wijziging van de subsidieverlening
Artikel 1 Intrekking en wijziging
Behalve in de gevallen genoemd in de Awb kan de subsidie worden ingetrokken of het subsidiebedrag ten nadele van de subsidieontvanger worden gewijzigd indien:
1De subsidieontvanger wijzigingen in aanwending van de subsidie niet vooraf ter beoordeling heeft voorgelegd en hiervoor goedkeuring heeft ontvangen.
2De subsidieontvanger de activiteiten waarvoor subsidie is verkregen, beëindigt.
3De subsidieontvanger de voorschriften in deze regeling, of de verplichtingen vermeld in de beschikking of in de akkoordverklaring bij de beschikking niet nakomt.
4De subsidieontvanger in surseance van betaling of in staat van faillissement geraakt.
5De subsidieontvanger levert aanzienlijk minder dagdelen dagbesteding en/of minder etmalen vervoer dan opgenomen in de beschikking.
Hoofdstuk 9 Subsidie overgangsperiode
Artikel 1 overgangsperiode
Dit artikel is van toepassing indien de subsidierelatie tussen gemeente Nijmegen en de aanbieder stopt. Het stopzetten van de subsidierelatie kan op initiatief van de aanbieder of van gemeente Nijmegen zijn.
1Als aanbieder geen subsidierelatie meer heeft, dient aanbieder zich maximaal in te spannen voor een ononderbroken voortzetting van de hulp voor deelnemer tot uiterlijk 6 maanden na het stopzetten van de subsidierelatie. Aanbieder dient de dienstverlening, tegen de voorwaarden geldend in 2025 (en geïndexeerde subsidie), te continueren tot het moment van overdracht naar een andere aanbieder.
2De aanbieder accepteert – wetende dat de subsidierelatie stopt – geen nieuwe deelnemer.
3De aanbieder informeert zijn deelnemers en medewerkers over het niet langer hebben van een subsidierelatie en de te volgen werkwijze.
4Aanbieder spant zich maximaal in om een warme, zorgvuldige en vlotte overdracht van en ononderbroken voortzetting van de dagbesteding voor deelnemers te realiseren.
5De aanbieders gaat in overleg met de deelnemer over welke gesubsidieerde aanbieder de dagbesteding het beste kan over nemen. Een overzicht van alle gesubsidieerde aanbieders kan opgevraagd worden bij gemeente Nijmegen.
6Op verzoek van gemeenten maakt de aanbieder in de overgangsfase (periodiek) inzichtelijk hoe naar dit proces is/wordt gehandeld.
Artikel 10 Inwerkingtreding en citeertitel
Deze regeling treedt in werking op de dag na publicatie.
Deze beleidsregels worden aangehaald als: Subsidieregeling Dagbesteding Senioren.