Aanhef
De raad van de gemeente Nijkerk;
gelezen het collegevoorstel van 19 mei 2020 en 23 juni 2020;
gelet op de Wet Kinderopvang (Wko), alsmede het advies aangaande de Sociaal Medische Indicatie van de VNG;
b e s l u i t :
Vast te stellen de Verordening tegemoetkoming kosten kinderopvang op basis van Sociaal Medische Indicatie (SMI) 2020
Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen
Artikel 1. Begrippen
In deze regeling wordt verstaan onder:
a.De wet: de Wet kinderopvang (Wko);
b.College: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Nijkerk
c.Houder: degene aan wie een onderneming als bedoeld in de Handelsregisterwet 2007 toebehoort en die met die onderneming een kindercentrum exploiteert;
d.Kind: jeugdige in de leeftijd van 0 jaar tot de leeftijd waarop ze naar het voortgezet onderwijs gaan, woonachtig in de gemeente Nijkerk.
e.Kinderopvang: opvang voor één of meerdere dagdelen of buitenschoolse opvang op grond van de Wet kinderopvang geleverd door een kindercentrum of gastouderbureau dat geregistreerd is in het Landelijk Register Kinderopvang;
f.Ouder(s): degene(n) die juridisch of feitelijk verantwoordelijk is (zijn) voor de dagelijkse zorg van het kind, waaronder worden begrepen ouders, pleegouders en voogden;
g.Sociaal-medische gronden: sociale, lichamelijke, zintuiglijk of psychische beperking van tijdelijke aard van ouders, waardoor zij onvoldoende voor hun kinderen kunnen zorgen én de ontwikkelingskansen van hun kinderen hierdoor onder druk staan;
h.Tegemoetkoming: bijdrage in de kosten van kinderopvang op basis van sociaal-medische gronden.
Hoofdstuk 2: Aanspraak op tegemoetkoming kosten kinderopvang op basis van SMI
Artikel 2. Doelgroep
Om voor een tegemoetkoming in aanmerking te komen moet worden voldaan aan de volgende voorwaarden:
a.de ouder, die Nederlander is of die in het kader van de Participatiewet gelijkgesteld wordt met een Nederlander, met een lichamelijke, zintuigelijke, sociale en/of psychische beperking van tijdelijke aard, woonachtig in de gemeente Nijkerk, die geen of beperkt recht heeft op kinderopvangtoeslag en die;
b.een kind heeft van 0 jaar tot de leeftijd waarop het naar het voortgezet onderwijs gaat, voor wie kinderopvang nodig is om zich goed en gezond te kunnen ontwikkelen, en;
c.waarbij er een verband is tussen beperking of problematiek van de ouder en de noodzaak tot gebruik van kinderopvang.
Artikel 3. Weigeringsgronden
Het college weigert de tegemoetkoming in de kosten van SMI-kinderopvang, indien:
a.De ouder of zijn/haar kind niet valt onder de doelgroep, als bedoeld in artikel 2.
b.de kinderopvang wordt geëxploiteerd zonder toestemming van het college als bedoeld in artikel 1.46 van de wet en niet is opgenomen in het Landelijk register kinderopvang als bedoeld in artikel 1.46 lid 2 van de wet;
c.de opvang plaatsvindt door een gastouder zonder tussenkomst van een gastouderbureau dat is opgenomen in het Landelijk register kinderopvang als bedoeld in artikel 1.46 lid 2 van de wet;
d.de opvang niet zal plaatsvinden, niet adequaat is of de kwaliteit van de kinderopvang tekortschiet;
e.de ouder aanspraak kan maken op een adequate voorliggende voorziening of het eigen sociale netwerk;
f.Er in de periode van twee jaar voorafgaand aan de SMI-aanvraag een weigeringsbeschikking voor de SMI aanvraag is afgegeven door het college en de omstandigheden van de aanvraag sindsdien in de hoofdzaak niet gewijzigd zijn.
Hoofdstuk 3. Aanvraag tegemoetkoming kosten kinderopvang op basis van SM
Artikel 4. Aanvraag tegemoetkoming kosten kinderopvang op basis van SMI
1De aanvraag voor een tegemoetkoming in de kosten van de kinderopvang op sociaal-medische gronden wordt door een ouder door middel van het aanvraagformulier ingediend bij het College, uit te voeren namens hem door het gebiedsteam van de gemeente.
2Een aanvraag bevat in ieder geval:
a.naam, adres en burgerservicenummer van de ouder;
b.indien van toepassing: naam en burgerservicenummer van de partner en, als dit afwijkt van het adres van de ouder: het adres van de partner;
c.naam, geboortedatum en burgerservicenummer van het kind of de kinderen, waarop de aangevraagde tegemoetkoming betrekking heeft;
d.het aantal uren waarvoor en de periode waarin kinderopvang volgens de aanvrager noodzakelijk is;
e.bewijsstukken waaruit blijkt dat de afname van kinderopvang ten behoeve van het kind op sociaal- medische gronden noodzakelijk is;
f.bewijsstukken waaruit blijkt hoe hoog het brutoverzamelinkomen van de ouder en diens eventuele partner is;
g.bewijsstukken waaruit blijkt dat de ouder, en indien van toepassing diens partner, geen of beperkt recht heeft op kinderopvangtoeslag;
h.een offerte of contract van de kinderopvangorganisatie of gastouderbureau dat de kinderopvang gaat verzorgen waarin in ieder geval wordt aangegeven:
i.het aantal uren kinderopvang per kind
ii.de kostprijs per uur en
iii.de ingangsdatum en eventueel de einddatum van de overeenkomst met de kinderopvang
i.een machtiging voor rechtstreekse betaling van de tegemoetkoming aan de kinderopvang;
j.de handtekening van de ouder of diens wettelijke vertegenwoordiger en, als de ouder een partner heeft, van de partner;
k.Overige gegevens die door het college in het aanvraagformulier worden gevraagd.
Hoofdstuk 4. Toekenning tegemoetkoming op basis van SMI
Artikel 5. Ingangsdatum
1Het college stelt de ingangsdatum van de tegemoetkoming in de kosten van de SMI-kinderopvang vast op de dag dat de kinderopvang begint.
2De in het eerste lid bedoelde ingangsdatum ligt, behoudens bijzondere omstandigheden, niet voor de dag waarop de aanvraag voor een SMI-tegemoetkoming is ingediend.
Artikel 6. Noodzaak tegemoetkoming kosten SMI-kinderopvang
Het college beoordeelt of er een tegemoetkoming in de kosten van SMI-kinderopvang noodzakelijk is, voor welke omvang en voor welke duur en geeft hier een toekenning van de tegemoetkoming voor af.
Artikel 7. Tijdsomvang van de tegemoetkoming
1De tegemoetkoming wordt slechts verleend voor het aantal uren per week waarvoor de inzet van de kinderopvang op sociaal medische gronden naar het oordeel van het college, voor hem uit te voeren door een gebiedsteammedewerker, noodzakelijk is.
2De ouder doet al het mogelijke om het aantal uren waarop noodzakelijke kinderopvang moet worden afgenomen, zo gering mogelijk te laten zijn.
Artikel 8. Periode van tegemoetkoming
1De geldigheidsduur van de indicatie wordt bepaald door het college, uit te voeren namens hen door het gebiedsteam, maar is nooit langer dan 6 maanden. Na afloop van deze periode wordt verdere noodzaak geëvalueerd indien verlenging is aangevraagd door de ouder(s).
2Een verzoek voor een sociaal medische indicatie dat aansluit op een voorafgaande tegemoetkoming SMI-kinderopvang zoals bedoeld in lid 1 wordt door het college beschouwd als een verzoek tot verlenging van de sociaal medische indicatie.
3De geldigheidsduur van de tegemoetkoming SMI kan steeds worden verlengd met nogmaals 3 of 6 maanden bij verzoek van de ouder hiertoe, nadat de noodzaak van verlenging is vastgesteld door het college, uit te voeren namens hen door het gebiedsteam. In beginsel vindt er bij elke verlenging een evaluatie plaats aangaande de noodzakelijkheid van de verlenging.
4De gebiedsteamconsulent kan ervoor kiezen evaluatie aan het einde van een periode te laten vervallen, indien er voor de tweede maal achtereen een verlenging plaatsvindt én de omstandigheden van de tegemoetkoming in hoofdzaak ongewijzigd blijven.
Artikel 9. Hoogte van de tegemoetkoming
1De hoogte van de tegemoetkoming wordt vastgesteld overeenkomstig de methodiek van de kinderopvangtoeslag van de Belastingdienst, rekening houdend met het inkomen van de ouder en diens (eventuele) partner.
2De ouder is een eigen bijdrage verschuldigd aan de houder van de kinderopvang. De eigen bijdrage is inkomensafhankelijk en wordt conform de belastingtabel kinderopvangtoeslag door de houder van kinderopvang berekend.
3Voor de kosten van de kinderopvang wordt maximaal het door het Rijk jaarlijks vastgestelde fiscale tarief gehanteerd. Eventuele meerkosten komen voor rekening van de ouder.
Artikel 10. Verplichtingen
1De ouder is verplicht alle relevante wijzigingen die van invloed kunnen zijn op de tegemoetkoming in de kosten voor de SMI-kinderopvang onmiddellijk bij het college te melden.
2De ouder doet het college onmiddellijk, na het bekend worden daarvan, uit eigen beweging schriftelijk mededeling van inlichtingen en gegevens die kunnen leiden tot een verlaging van de vergoeding.
3De houder van de kinderopvang verstrekt desgevraagd aan het college alle gegevens en inlichtingen die voor de vaststelling van de aanspraak van de ouder op de tegemoetkoming van het college van belang zijn.
4De ouder doet al het mogelijke om de periode waarin noodzakelijke kinderopvang moet worden afgenomen, zo kort mogelijk te laten zijn.
5Binnen een termijn van vier weken na afloop van de beschikking wordt door de kinderopvangorganisatie of door het gastouderbureau de facturering van de kinderopvang aan het college overlegd.
Artikel 11. Betaling en terugvordering
1De tegemoetkoming wordt in de vorm van maandelijkse termijnen als voorschot uitbetaald aan de houder van de kinderopvang. De kinderopvang brengt de eigen bijdrage in rekening bij de ouders.
2Wanneer blijkt dat de tegemoetkoming onterecht is uitgekeerd, wordt het teveel betaalde teruggevorderd. Van onterechte uitkering is in ieder geval sprake:
a.indien de ontvanger niet degene is door wie de aanvraag is gedaan;
b.er zonder geldige reden niet of niet volledig gebruik gemaakt is van de kinderopvang;
c.indien de tegemoetkoming is verkregen op grond van onjuiste gegevens, en ouder redelijkerwijs had kunnen begrijpen dat de tegemoetkoming geheel of gedeeltelijk ten onrechte is uitbetaald.
Artikel 12. Beperking duur tegemoetkoming
De tegemoetkoming SMI-kinderopvang kan na vaststelling en toekenning worden herzien of beëindigd, indien:
a.de ouder niet voldoet aan de verplichtingen zoals bedoeld in artikel 10;
b.de ouder of het kind niet meer woonachtig is in de gemeente Nijkerk;
c.een van de voorwaarden voor SMI-kinderopvang zoals beschreven in artikel 2 vervalt;
d.er zonder geldige reden niet of niet volledig gebruik gemaakt is van de kinderopvang;
e.de hoogte van de tegemoetkoming is vastgesteld op grond van onjuiste of onvolledig verstrekte inlichtingen en de ouder redelijkerwijs had kunnen begrijpen dat de tegemoetkoming geheel of gedeeltelijk ten onrechte is uitbetaald.
Artikel 13. Verantwoording na beëindiging SMI-kinderopvang
1Het college kan binnen twee jaar na de beëindiging van de SMI-kinderopvang verlangen dat de ouder aantoont dat de gegevens waar de tegemoetkoming op is gebaseerd juist zijn door overlegging van een jaaropgave van de kinderopvangorganisatie of gastouder en de aanslag inkomstenbelasting van het betreffende jaar.
2Indien uit de gegevens, bedoeld in het eerste lid, onjuistheden blijken te zitten die ouders hadden moeten en kunnen weten, is het college het recht voorbehouden om de hoogte van de vergoeding met terugwerkende kracht te wijzigen.
3Het bedoelde in lid 1 en 2 geldt enkel voor situaties waar in de voorgaande twee jaar reeds een tegemoetkoming op basis van SMI is uitgekeerd.
Artikel 14. Hardheidsclausule
Het college kan de bepalingen in deze verordening buiten toepassing laten of daarvan afwijken voor zover toepassing gelet op het belang van de ouder, het kind of beiden zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard.
Hoofdstuk 5. Slotbepalingen
Artikel 15. Slotbepaling
1De verordening is uitsluitend van toepassing op aanvragen voor een tegemoetkoming in de kosten van SMI-kinderopvang op basis van een Sociaal Medische Indicatie die op of na de datum van inwerkingtreding zijn ingediend.
2De verordening treedt in werking de dag na bekendmaking.
3De verordening wordt aangehaald als: ‘Verordening tegemoetkoming kosten kinderopvang op basis van Sociaal Medische Indicatie (SMI) 2020’.
Toelichting algemeen
Aanleiding
Normaal gesproken kunnen ouders voor kinderopvang (dagopvang, BSO of gastouderopvang) gebruik maken van de kinderopvangtoeslag van de Belastingdienst. Er zijn gezinnen of alleenstaande ouders die geen of beperkt recht hebben op kinderopvangtoeslag. Bijvoorbeeld als één van de ouders werkt. Als de andere ouder om sociale of gezondheidsredenen tijdelijk niet in staat is om voor de kinderen te zorgen, kunnen ouders een aanvraag doen voor tegemoetkoming kinderopvang op basis van de Sociale Medische Indicatie (SMI). Voor deze en dergelijke gezinssituaties is deze ‘Verordening Tegemoetkoming kosten kinderopvang op basis van Sociaal Medische Indicatie (SMI) 2020’ opgesteld.
De tegemoetkoming fungeert als een vangnet. Als de informele kinderopvang (opvang door buurt, familie, mantelzorg) of andere voorliggende voorzieningen, zoals peuteropvang of voorschoolse educatie, buurtgezinnen, vrijwillige gezinsondersteuning of anders, uitkomst bieden, dan moet daarvan gebruik worden gemaakt. De ouder heeft dan geen recht op een tegemoetkoming op basis van Sociaal Medische Indicatie.
Doelgroep en Doel
Tot de doelgroep behoren gezinnen, waarvan de ouders (tijdelijk) geen recht hebben op kinderopvangtoeslag, maar ouders zelf ook niet kunnen voorzien in opvang vanwege een sociale, psychische, zintuigelijke of medische (probleem)situatie. De kinderen in het gezin zijn tussen de 0 jaar en de leeftijd dat ze naar het voortgezet onderwijs gaan.
Het doel van de regeling is de ondersteuning van gezinnen, waarbij kinderen als gevolg van de thuissituatie een ontwikkelingsachterstand dreigen op te lopen. Als ouders door sociaal-medische tijdelijke omstandigheden geen recht hebben op kinderopvangtoeslag, biedt de SMI regeling een financiële tegemoetkoming om een tijdelijke oplossing voor kinderopvang mogelijk te maken en toe te kunnen werken naar een structurele oplossing voor de gezinssituatie.
Het streven is dat het gezin zo snel mogelijk weer in de positie is om op een andere manier kinderopvang te realiseren, waardoor de SMI-regeling overbodig wordt. De ouder wordt geacht hier aan mee te werken en bij te dragen (zie artikelen: 7, 2de lid en 8, 5e lid).
Duur
De aard van de SMI-regeling is tijdelijk. Bij langdurig benodigde opvang moet er gekeken worden naar voorliggende regelingen die de voorkeur hebben. Desalniettemin zijn er situaties denkbaar waarin de tegemoetkoming voor langere tijd wenselijk is. Een treffend voorbeeld is een ouder die voor een lange periode wekelijks een dagdeel therapie volgt. In deze en vergelijkbare situaties is het moeilijk te voorspellen hoelang deze situatie voortduurt. Voor dergelijke situaties, is het mogelijk gemaakt om de indicatie onbeperkt te verlengen, telkens met drie maanden. Normaal gesproken vindt er na elke termijn een evaluatie plaats. Mocht er een lange(re) periode zijn waarin verlenging wenselijk is, dan mag de betrokken gebiedsteammedewerker er bij ongewijzigde omstandigheden voor kiezen om de evaluatie te laten vervallen (zie artikel 8 lid 4). Deze keuze mag de gebiedsteammedewerker maken ná de eerste verlengtermijn, omdat het van belang wordt geacht de situatie te evalueren na een eerste termijn.
Omvang
Afhankelijk van de situatie waar de SMI-indicatie voor wordt afgegeven, kan de omvang van de kinderopvang – en daarmee de hoogte van de vergoeding – worden bepaald. De tijdsomvang van de kinderopvang heeft geen restricties. Hiervoor is gekozen zodat de kinderopvang op de juiste momenten helpend is voor de ouder.
Vergoeding
Er is gekozen om voor het bepalen van de hoogte van de vergoeding, aan te sluiten bij de berekeningswijze van de kinderopvangtoeslag van de belastingdienst. De hoogte van de vergoeding wordt berekend conform de belastingtabel kinderopvangtoeslag. Met deze tabel wordt de eigen bijdrage, die ouder verschuldigd is aan de kinderopvangorganisatie, berekend aan de hand van het inkomen van ouders. Het college heeft de ruimte om tot vier weken na het eindigen van de beschikking, de hoogte van de vergoeding definitief vast te leggen. Tevens kan het college binnen twee jaar na het beëindigen van de beschikking de gegevens opvragen op grond waarvan de tegemoetkoming op basis van SMI is verstrekt. Mocht uit deze gegevens blijken dat ouder(s) ten tijde van de aanvraag onjuiste gegevens doorgegeven hebben, dan kan het college binnen de termijn van twee jaar de hoogte van de vergoeding met terugwerkende kracht bijstellen.
Regelingen
Op deze verordening zijn de Wet Kinderopvang (Wko), de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en de Algemene subsidieverordening 2014 van toepassing.
Toelichting artikelen
Artikel 1: Begripsomschrijving
a.Behoeft geen nadere uitleg
b.Behoeft geen nadere uitleg
c.Behoeft geen nadere uitleg
d.Behoeft geen nadere uitleg
e.De begrippen ‘gastouderbureau’ en ‘kindercentrum’ worden toegelicht in artikel 1.1. van de Wko.
f.Behoeft geen nadere uitleg
g.Behoeft geen nadere uitleg
h.Behoeft geen nadere uitleg
Artikel 2: Doelgroep SMI
De genoemde voorwaarden in dit artikel zijn cumulatief. Iemand heeft recht op een tegemoetkoming op grond van SMI als aan al deze voorwaarden is voldaan.
Artikel 3: Weigeringsgronden
In dit artikel wordt uiteengezet wanneer het college een aanvraag tot SMI vergoeding kan weigeren. Het college is niet bevoegd een aanvraag te weigeren op een grond die buiten deze verordening treedt. Immers, dan zou er sprake kunnen zijn van willekeur.
a.Behoeft geen nadere uitleg
b.Behoeft geen nadere uitleg
c.Behoeft geen nadere uitleg
d.Bij twijfel over de kwaliteit van de kinderopvang, wordt dit getoetst aan de landelijk vastgestelde kwaliteitseisen voor kinderopvang van de Rijksoverheid en hetgeen is gesteld in artikel 1.50 lid 1 Wko.
e.Onder adequate voorliggende voorziening wordt in ieder geval – maar niet uitsluitend - verstaan:
•Het recht op kinderopvangtoeslag op rond van de Wet Kinderopvang
•Een subsidie voor peuteropvang
•Voor- en vroegschoolse educatie (VVE)
f.De norm ‘in de hoofdzaak ongewijzigd’ is een open norm die ingevuld kan worden aan de hand van de inschatting van het gebiedsteam, in uitvoering voor het college. Indien er een ingrijpende wijziging plaatsvindt in de medische, sociale, psychische of zintuigelijk situatie, welke zichtbaar is in één of meer leefgebieden van de aanvrager, zal het college, uit te voeren door het gebiedsteam, de aanvraag heroverwegen.
Artikel 4: Aanvraag tegemoetkoming kosten kinderopvang op basis van SMI
1Dit artikellid behoeft geen nadere uitleg.
2Dit artikellid behoeft geen nadere uitleg.
Artikel 5: Ingangsdatum
1Dit artikellid behoeft geen nadere uitleg.
2Het college kan er in bijzondere omstandigheden voor kiezen om de tegemoetkoming SMI met terugwerkende kracht te laten ingaan. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn als kinderopvang met spoed geregeld moet worden, en de verwerking van de aanvraag niet op tijd rond kan zijn.
Artikel 6: Noodzaak tegemoetkoming kinderopvang
De term ‘noodzaak’ is een objectieve maatstaf, waarbij aan de regels gesteld in deze verordening moet worden voldaan. Noodzaak is dus aanwezig indien ouder en kind voldoen aan de vereisten van de doelgroep van SMI, er geen weigeringsgronden van toepassing zijn en ouders de aanvraag compleet hebben ingevuld. Toetsing van de noodzaak gebeurt door de gebiedsteam consulent.
Artikel 7: Tijdsomvang van de tegemoetkoming
1Er is geen algemeen minimaal of maximaal aantal uren per week voor de kinderopvang in het kader van SMI vastgesteld. Per situatie zal maatwerk worden geleverd en bekeken worden hoeveel uur opvang nodig is om het gezin te ondersteunen.
2De ouder is verplicht om er alles aan te doen de omvang van de kinderopvang zo beperkt mogelijk te laten zijn. Dat betekent dat ouders de uren waar dit mogelijk is opvang door een voorliggende voorziening moeten regelen.
Artikel 8: Periode tegemoetkoming
1Kinderopvang op grond van sociaal medische indicatie is met nadruk een tijdelijke oplossing. Verlenging is mogelijk met tweemaal 3 maanden. Werken aan een oplossing op langere termijn is belangrijk.
2Dit artikellid behoeft geen nadere uitleg.
3Een evaluatie bevat in ieder geval een waardeoordeel van (één van de) ouder(s) over de aflopende periode en een waardeoordeel van de kinderopvang organisatie over de aflopende periode. Indien van toepassing bevat een evaluatie indien nodig ook een herijking van de benodigde tijd en periode van de kinderopvang voor de verlenging van de SMI-indicatie.
4De gebiedsteamconsulent heeft de bevoegdheid om de keuze te maken tussen wél of geen evaluatie bij een tweede verlengtermijn, mits de situatie ongewijzigd is ten opzichte van eerdere termijnen. Het is voorstelbaar dat evaluatie alsnog gewenst is door ouders of de kinderopvangorganisatie. In dat geval kan de gebiedsteammedewerker er ook voor kiezen om de situatie wél opnieuw te evalueren.
Artikel 9: Hoogte tegemoetkoming
1Voor vaststelling van de hoogte van de tegemoetkoming is aansluiting gezocht bij de berekeningssystematiek van de Belastingdienst. Deze bedragen worden door de Belastingdienst elk jaar opnieuw bekeken en vastgesteld. Deze tarieven houdt de gemeente Nijkerk aan. Zie Bijlage 1 voor de berekeningstabel.
2Dit artikellid behoeft geen nadere uitleg.
3Dit artikellid behoeft geen nadere uitleg.
Artikel 10: Verplichtingen
1Als er iets wijzigt in de situatie van ouder, of in de situatie van de opvang, is de ouder verplicht om dit te melden bij de gemeente.
2Dit artikellid vult lid 1 aan. Daar waar het gaat om inlichtingen en gegevens die de vergoeding verlagen, zoals bijvoorbeeld een tariefswijziging bij de kinderopvang, moet hier aan de gemeente mededeling van worden gedaan.
3Dit artikellid vult lid 1 en 2 aan. Daar waar het gaat gegevens en inlichtingen met betrekking tot ouder(s), is er ook een meldplicht aan de gemeente.
4Ouders moeten meewerken om de periode waarin noodzakelijke kinderopvang wordt afgenomen zo kort mogelijk te laten zijn. Dit betekent o.a. dat ouders moeten meewerken aan hun eigen herstel.
5De kinderopvangorganisatie moet de facturering van de kinderopvang aan het college overleggen. Zo krijgt het college de kans om – indien nodig - de betaling te herzien.
Artikel 11: Betaling en terugvordering
1Om ouders niet extra te belasten met administratieve lasten, betaalt de gemeente de tegemoetkoming aan de kinderopvangorganisatie. Het eventueel resterende deel moeten ouders als eigen bijdrage zelf aan de kinderopvangorganisatie betalen.
2Op grond van de redenen in dit artikel mag het college ervoor kiezen om het teveel betaalde terug te vorderen. De opgesomde redenen zijn niet exhaustief, als er andere redenen zijn tot onterechte uitkering kan het college ook kiezen voor terugvordering van de tegemoetkoming.
Artikel 12: Beperking duur tegemoetkoming
Dit artikel behoeft geen nadere uitleg.
Artikel 13: Verantwoording na beëindiging SMI-kinderopvang
1Dit artikel behoeft geen nadere uitleg.
2Indien ouders onjuiste gegevens hebben doorgegeven, en zij hadden hiervan op de hoogte kunnen zijn, heeft het college het recht om de situatie tot twee jaar na het beëindigen van de beschikking recht te zetten. Het college kan in dit geval met terugwerkende kracht de vergoeding opnieuw berekenen en eventuele gelden terugvorderen of toevoegen aan de vergoeding.
3Het genoemde in lid 2 creëert geen extra ruimte om met terugwerkende kracht vergoeding aan te vragen. Het geldt enkel voor situaties waar al een SMI – vergoeding van kracht was.
Artikel 14: Hardheidsclausule
Dit artikel behoeft geen nadere uitleg.
Artikel 15: Slotbepalingen
Dit artikel behoeft geen nadere uitleg.
Bijlage 1: Methodiek van de belastingdienst berekening kinderopvangtoeslag
1Maximaal uurtarief voor dagopvang bij een kindercentrum
Jaar
Maximumuurtarief
2020
€ 8,17
2019
€ 8,02
2Maximaal uurtarief voor buitenschoolse opvang bij een kindercentrum
Jaar
Maximumuurtarief
2020
€ 7,02
2019
€ 6,89
3Maximaal uurtarief voor dagopvang of buitenschoolse opvang bij een gastouder
Jaar
Maximumuurtarief
2020
€ 6,27
2019
€ 6,15
Tegemoetkoming naar inkomen:
Toetsingsinkomen (gezamenlijk) vanaf
Toetsingsinkomen (gezamenlijk) tot en met
Percentage kinderopvangtoeslag 1e kind
Percentage kinderopvangtoeslag 2e en volgend kind
lager dan
€ 19.890
96,0%
96,0%
€ 19.891
€ 21.215
96,0%
96,0%
€ 21.216
€ 22.537
96,0%
96,0%
€ 22.538
€ 23.863
96,0%
96,0%
€ 23.864
€ 25.188
96,0%
96,0%
€ 25.189
€ 26.512
95,6%
95,7%
€ 26.513
€ 27.836
94,5%
95,5%
€ 27.837
€ 29.156
93,5%
95,3%
€ 29.157
€ 30.581
92,6%
95,1%
€ 30.582
€ 32.004
92,0%
95,0%
€ 32.005
€ 33.430
91,0%
94,8%
€ 33.431
€ 34.853
90,5%
94,6%
€ 34.854
€ 36.280
89,7%
94,6%
€ 36.281
€ 37.704
88,9%
94,6%
€ 37.705
€ 39.161
88,3%
94,6%
€ 39.162
€ 40.622
87,5%
94,6%
€ 40.623
€ 42.082
86,8%
94,6%
€ 42.083
€ 43.542
86,1%
94,6%
€ 42.543
€ 45.004
85,2%
94,6%
€ 45.005
€ 46.465
84,7%
94,6%
€ 46.466
€ 47.924
83,9%
94,6%
€ 47.925
€ 49.385
83,3%
94,6%
€ 49.386
€ 50.981
82,4%
94,6%
€ 50.982
€ 54.110
80.9%
94,6%
€ 54.111
€ 57.238
80,1%
94,2%
€ 57.239
€ 60.368
79,0%
93,6%
€ 60.369
€ 63.499
76,8%
93,2%
€ 63.500
€ 66.627
74,5%
92,9%
€ 66.628
€ 69.758
72,3%
92,2%
€ 69.759
€ 72.887
69,9%
91,7%
€ 72.888
€ 76.016
67,6%
91,2%
€ 76.017
€ 79.148
65,4%
90,5%
€ 79.149
€ 82.276
63,1%
90,0%
€ 82.277
€ 85.408
60.9%
89.6%
€ 85.409
€ 88.537
58,4%
89,3%
€ 88.538
€ 91.665
56,2%
88,6%
€ 91.666
€ 94.795
54,0%
88,2%
€ 94.796
€ 97.987
51,6%
87,7%
€ 97.988
€ 101.192
49,6%
87,0%
€ 101.193
€ 104.397
47,5%
86,5%
€ 104.398
€ 107.602
45,4%
86,1%
€ 107.603
€ 110.805
43,3%
85,8%
€ 110.806
€ 114.011
41,4%
85,1%
€ 114.012
€ 117.218
39,5%
84,5%
€ 117.219
€ 120.423
37,6%
84,1%
€ 120.424
€ 123.625
35,7%
83,5%
€ 123.626
€ 126.831
34,1%
83,2%
€ 126.832
€ 130.037
33,3%
82,5%
€ 130.038
€ 133.241
33,3%
81,9%
€ 133.242
€ 136.446
33,3%
80,9%
€ 136.447
€ 139.650
33,3%
80,6%
€ 139.651
€ 142.856
33,3%
79,8%
€ 142.857
€ 146.064
33,3%
78,9%
€ 146.065
€ 149.266
33,3%
78,3%
€ 149.267
€ 152.472
33,3%
77,4%
€ 152.473
€ 155.675
33,3%
76,9%
€ 155.676
€ 158.882
33,3%
76,2%
€ 158.883
€ 162.088
33,3%
75,5%
€ 162.089
€ 165.292
33,3%
74,8%
€ 165.293
€ 168.497
33,3%
73,8%
€ 168.498
€ 171.699
33,3%
73,3%
€ 171.700
€ 174.906
33,3%
72,6%
€ 174.907
€ 178.110
33,3%
71,8%
€ 178.111
€ 181.317
33,3%
71,1%
€ 181.318
€ 184.522
33,3%
70,5%
€ 184.523
€ 187.726
33,3%
69,8%
€ 187.727
€ 190.932
33,3%
69,0%
€ 190.933
€ 194.135
33,3%
68,5%
€ 194.136
en hoger
33,3%
67,6%