Aanhef
De raad van de gemeente Nijkerk;
gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 18 september 2001;
gelet op artikel 147 van de Gemeentewet;
gelet op de circulaire van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten CvA/LOGA 95/8, d.d. 15 maart 1995, ARZ/501848;
besluit vast te stellen de Verordening outplacement gewezen wethouders.
Artikel 1 Begripsomschrijvingen
In deze verordening wordt verstaan onder:
a.belanghebbende: hij die ophoudt wethouder te zijn en in het genot is van een uitkering op grond van Hoofdstuk 21 van de Algemene pensioenwet politieke ambtsdragers;
b.outplacementbureau: bureau of organisatie bij voorkeur aangesloten bij de Nederlandse organisatie voor outplacement en loopbaanbegeleiding.
Artikel 2 Toekenning outplacementfaciliteiten
1Het college besluit op aanvragen omtrent de toekenning van outplacementfaciliteiten;
2De kosten van de outplacementfaciliteiten komen voor rekening van de gemeente. Het college sluit daartoe een schriftelijke overeenkomst met het outplacementbureau;
3Eventuele reis-, verblijf- en verwervingskosten komen voor rekening van belanghebbende.
Artikel 3 Maximale toekenningsduur
De outplacementfaciliteiten worden toegekend voor de periode van ten hoogste één jaar.
Artikel 4 Uitleg verordening
In de gevallen waarin deze verordening niet voorziet is het college bevoegd een voorziening te treffen.
Artikel 5 Citeerartikel
Deze verordening kan worden aangehaald als: "Verordening outplacement gewezen wethouders".
Artikel 6 Inwerkingtreding
1Deze verordening treedt in werking op de dag nadat deze is bekendgemaakt.
2Zij werkt terug tot 1 januari 2000.