Gemeentelijke regelgeving

Nota Integraal Beheer Openbare Ruimte 2026-2030

Gemeente Nijkerk · geldt sinds 16 januari 2026

Aanhef

De raad van de gemeente Nijkerk;

gelezen het collegevoorstel van 2 september 2025;

gelet op artikel 2.1 Omgevingswet

b e s l u i t :

1De NOTA Integraal Beheer Openbare Ruimte 2026-2030 (NOTA IBOR) vast te stellen;

BIJLAGE 1. HET BELANG VAN MATERIËLE VASTE ACTIVA VOOR RAADSLEDEN EN BESTUURDERS

Materiële vaste activa worden in de praktijk vaak “investeringen” genoemd. Denk hierbij aan gebouwen, wegen of machines die lange tijd meegaan. In het BBV (Besluit begroting en verantwoording) worden ze aangeduid als materiële vaste activa of kapitaalgoederen. In deze bijlage leggen we uit wat dit precies inhoudt, wat de rol van de gemeenteraad hierbij is, en waar een raadslid op moet letten.

Wat zijn materiële vaste activa?

Materiële vaste activa zijn bezittingen van de gemeente die langer dan een jaar meegaan en een bepaalde waarde hebben. Voorbeelden zijn gebouwen, wegen, bruggen, machines en soms ook grond. De aanschaf of verbetering van deze bezittingen noemen we investeringen.

Investeringen worden op de balans opgenomen en brengen jaarlijkse kosten met zich mee, zoals:

•Afschrijvingen (waardevermindering per jaar),

•Onderhoud,

•Rente (indien geleend geld is gebruikt),

•Verzekeringen.

Een investering hoeft niet altijd een nieuw object te zijn. Ook het verbeteren of aanpassen van een bestaand object kan een investering zijn, bijvoorbeeld als:

•De kwaliteit merkbaar verbetert,

•De levensduur wordt verlengd,

•Het object aangepast wordt aan nieuwe wet- en regelgeving.

Als uitgaven enkel dienen om de bestaande staat te behouden, spreken we van onderhoud.

Cultuurhistorische objecten en voorraden vallen niet onder materiële vaste activa.

Investeringen en de financiële verordening

Volgens artikel 212 van de Gemeentewet moet de gemeenteraad regels opstellen over hoe activa worden gewaardeerd en afgeschreven. De financiële verordening bevat onder andere:

•Hoe en wanneer wordt afgeschreven,

•Hoe lang iets meegaat (afschrijvingstermijn),

•Of onderdelen afzonderlijk worden gewaardeerd (componentenbenadering),

•Wat de restwaarde is.

De gemeenteraad kan daarnaast besluiten om dit verder uit te werken in een aparte nota investeringen of een investeringsplan voor meerdere jaren. Hierin staat bijvoorbeeld ook vanaf welk bedrag iets als investering wordt beschouwd.

Let op: Deze grens (investeringsdrempel) mag niet worden aangepast om de begroting gunstiger te laten uitzien. Dit wordt als een wijziging in het stelsel gezien en moet goed onderbouwd worden.

________________________________________________________________________________________________________________________

Onderhoud van vaste activa

De gemeente is voor sommige activa wettelijk verplicht om deze goed te onderhouden, bijvoorbeeld riolering en wegen. Slecht onderhoud kan leiden tot schadeclaims en onveilige situaties.

Via de verplichte paragraaf onderhoud kapitaalgoederen in de begroting kan de gemeenteraad kaders stellen voor het onderhoud van infrastructuur, gebouwen en andere voorzieningen. Dit is belangrijk omdat:

•Het om veel geld gaat – investeringen drukken zwaar op de begroting;

•Activa nodig zijn om beleidsdoelen te behalen – bijvoorbeeld bereikbaarheid voor economische groei;

•Ze het ‘gezicht’ van de gemeente bepalen – denk aan de openbare ruimte.

De gemeenteraad kan zijn rol invullen door:

•Algemene regels te stellen over welke activa de gemeente nodig heeft en hoe ermee wordt omgegaan,

•Te besluiten over specifieke investeringen (zoals het bouwen van een brug),

•De staat en doelmatigheid van het bezit te bewaken – sluiten ze aan bij de gemeentelijke doelen en zijn de kosten verantwoord?

________________________________________________________________________________________________________________________

Investeringsbudgetten

Alle kosten van investeringen worden opgenomen in het overzicht van baten en lasten in de begroting. Bij het vaststellen van de begroting stelt de gemeenteraad dus ook de investeringen vast.

Er zijn twee manieren waarop de gemeenteraad apart kan besluiten over investeringen:

1De gemeenteraad vraagt tijdens de begrotingsbehandeling om een later voorstel voor een specifieke investering.

2De gemeenteraad stelt algemene regels op waarbij grote investeringen altijd apart ter goedkeuring worden voorgelegd.

Soms zijn er in de loop van het jaar nieuwe investeringen nodig die nog niet in de begroting staan. Dan moet het college een apart voorstel indienen bij de gemeenteraad, inclusief een aanpassing van de begroting. Deze aanpassing moet:

•Structureel zijn: structurele lasten worden gedekt door structurele baten.

•Reëel zijn: alle bedragen zijn realistisch en volledig ingeschat.

Volgens artikel 189 lid 2 van de Gemeentewet moet de begroting structureel en reëel in evenwicht zijn. Alleen als aannemelijk is dat dit binnen de looptijd van de meerjarenbegroting hersteld wordt, mag hiervan worden afgeweken.

BIJLAGE 3. Definities BBV

Klein onderhoud

Bij klein onderhoud gaat het om dagelijkse reparaties die noodzakelijk zijn om het object in goede werkende en veilige staat te houden tegen een van te voren vastgesteld kwaliteitsniveau. Hierbij moet worden gedacht aan maatregelen die noodzakelijk zijn om het object blijvend naar behoren te laten functioneren of haar representativiteit te laten behouden. Klein onderhoud is het onderhoud dat vanaf het eerste of het lopende planjaar op een klein gedeelte van het object wordt uitgevoerd.

Groot onderhoud

Lasten van groot onderhoud ontstaan na een langere periode van gebruik van een object als gevolg van slijtage. Groot onderhoud is in de regel gepland onderhoud van veelal ingrijpende aard als gevolg van slijtage, dat op een substantieel deel van het object wordt uitgevoerd en na een langere periode van gebruik moet worden verricht.

Wat zijn materiële vaste activa? (investeringen)

Objecten (bijvoorbeeld gebouwen, wegen) worden geactiveerd als deze een langere tijd (langer dan 1 jaar) mee gaan en een bepaalde waarde hebben. Als deze voor eigen gebruik zijn worden ze gezien als langlopende bezittingen ofwel vaste materiële activa op de balans. Het aanschaffen of vervaardigen van materiële vaste activa gaat gepaard met het doen van investeringen. Materiële vaste activa zijn dus feitelijk de objecten die door investeringen door een gemeente worden verworven. Onder investeren wordt verstaan het vastleggen van vermogen in objecten waarvan het nut zich over meerdere jaren uitstrekt.

Materiële vaste activa kunnen een zeer uiteenlopende vorm hebben. Investeringen in wegen en gebouwen zijn de meest voorkomende activa, maar ook investeringen in apparatuur en machines en grond kunnen, afhankelijk van het gevoerde beleid, onderdeel uitmaken van de materiële vaste activa. Overigens is er bij investeringen niet altijd sprake van een nieuw object. Bij een bestaand actief is sprake van een investering indien de uitgaven:

•leiden tot een significante kwaliteitsverbetering; en/of

•leiden tot een levensduurverlenging; en/of

•aanpassingen betreffen om te voldoen aan wet- en regelgeving (bijv. investeringen in een gebouw om te voldoen aan veiligheidsvoorschriften die invloed hebben op de waarde en de levensduur).

Wanneer uitgaven worden gedaan ten behoeve van het behoud van de oorspronkelijke kwaliteit en levensduur van een actief, dan is er sprake van onderhoud.

BIJLAGE 4. DE INZET VAN DE BUITENDIENST:

Groenbeheer

•Snoeien van bomen en struiken

•Maaien van gazons en bermen

•Onkruidbestrijding op verharding en in plantsoenen

•Verwijderen van zwerfafval in groenvoorzieningen

Reiniging en afvalbeheer

•Legen van openbare afvalbakken

•Opruimen van zwerfvuil en dumpingen

•Reiniging van straten, pleinen en goten

•Verwijderen van bladeren in het najaar

•Onderhoud van hondenuitlaatplaatsen en hondenpoepbakken

Wegen- en straatonderhoud

•Herstel van stoepen, trottoirs, straatstenen en verhardingen

•Bestrijden van gladheid (strooien, sneeuwruimen)

•Signaleren en repareren van gaten, verzakkingen en losliggende tegels

•Onderhoud van verkeersdrempels en parkeervakken

Riolering en waterafvoer

•Reiniging en inspectie van straatkolken en putten

•Verhelpen van verstoppingen in het gemeentelijk riool

•Preventief onderhoud aan waterafvoersystemen

•Signaleren van rioolproblemen of verzakkingen

•Onderhoud aan pompen en gemalen

Waterbeheer in de openbare ruimte

•Onderhoud van vijvers, sloten, watergangen en fonteinen

•Controleren op doorstroming en verwijderen van drijfvuil

•Beheer van waterstanden waar van toepassing

Openbare verlichting

•Controleren en vervangen van kapotte lampen

•Onderhoud aan lichtmasten en armaturen

•Signaleren van storingen of onveilige situaties door uitgevallen verlichting

•Ondersteuning bij tijdelijke verlichting (evenementen, werkzaamheden)

Speelvoorzieningen

•Inspectie van speeltoestellen (veiligheid, slijtage, schade)

•Periodiek onderhoud van toestellen en valondergronden

•Vervanging of verwijdering van verouderde speeltoestellen

•Plaatsen van nieuwe speelvoorzieningen

•Afhandelen van meldingen over onveilige situaties of schade

Verkeersvoorzieningen

•Plaatsen, onderhouden en vervangen van verkeersborden en straatnaamborden

•Aanbrengen en onderhouden van wegmarkeringen

•Plaatsen van paaltjes, verkeerspalen, snelheidsdrempels

•Uitvoeren van tijdelijke verkeersmaatregelen bij evenementen of werkzaamheden

•Signaleren van beschadigde of onduidelijke bebording

Straatmeubilair

•Onderhoud en reiniging van banken, prullenbakken, fietsenrekken, plantenbakken, etc.

•Repareren of vervangen van beschadigd straatmeubilair

•Plaatsen of verwijderen van straatmeubilair bij herinrichtingen of op verzoek

•Signaleren van vandalisme of overlast

BIJLAGE 5 .BELEVINGSKWALITEIT

Beleving, Verwachtingen en Beheer

In de openbare ruimte draagt de beheerder continu zorg voor de technische kwaliteit. Dit zorgt voor een openbare ruimte die er verzorgd uitziet, logisch is ingericht, functioneert en op een goede manier kan worden gebruikt.

Het echte succes van de openbare ruimte wordt bepaald door de wensen, behoeften en beleving van gebruikers. Et echte

Voor de gemeente en haar beheerders is daarom fijn om te weten of het beheren van de openbare ruimte aansluit bij de beleving van de mensen; als mensen tevreden zijn over de openbare ruimte en het beheer ervan.

Maar hoe krijgt de gemeente goed inzicht in de belevingswereld van bewoners? En hoe vertaal je die kennis van beleving naar de praktijk van het beheer van de openbare ruimte? Op welke manier kan de gemeente in de praktijk “behoefte gericht” gaan beheren? Met de juiste inzichten kan een beheerder zoveel meer doen dan beter poetsen en repareren. Beter sturen op resultaat met de focus op waarde en beleving is dan essentieel.

verwerk je dat? Want, naast een zeker mate van objectieve beleving, bijvoorbeeld als het om (sociale) veiligheid gaat, is beleving ook subjectief en persoonlijk; rationeel naast gevoelsmatig.

Belangrijk is het om inzicht te krijgen waar de bewoners blij van worden en waar ze zich aan ergeren. En, met welke behoefte of verwachting men kijkt naar bijvoorbeeld beplanting en het onderhoud van de beplanting? Waar de een orde, netheid, openheid en een gevoel van ruimte waardeert, kan de andere juist blij worden van weelderige beplanting waar insecten en vogels voedsel en schuilmogelijkheden vinden.

Kaders

De basiskaders voor beheer wordt gevormd door bestuurlijke waarden en technische kwaliteiten (wet- en regelgeving, beleid en technische normen). Inzicht in beleving maakt het mogelijk dat een beheerder meer kan doen dan alleen schoon, heel en veilig. En met het beheren veel beter aan kan sluiten bij wat mensen echt belangrijk vinden. Het inzicht in beleving moet leiden tot een optimale balans in bestuurlijke waarden, technische kwaliteiten en bewonersbeleving waarmee een betere focus en differentiatie kan worden aangebracht in het beheer van de openbare ruimte.

Het faciliteren en stimuleren van bewonersbeleving binnen het beheren van de openbare ruimte is altijd maatwerk, kan en hoeft niet overal tegelijk en in dezelfde mate, maar moet wel samen met bewoners worden ondernomen.

Aanpak

Inzicht krijgen in beleving begint allereerst met een analyse van het gebied dat is gedefinieerd. Veel informatie is daarbij al voorhanden en kan worden aangevuld met het ophalen van de mening van bewoners.

Vervolgens worden de gegevens vertaald naar waarden. Hierbij betreft het zowel waarden die aansluiten op het gevoel van inwoners als meer feitelijk meetbare waarden. Te denken valt aan aantrekkelijkheid en identiteit, gezondheid, sociale veiligheid, bereikbaarheid en beweegbaarheid, thuis gevoel en betrokkenheid, milieu en duurzaamheid en economische waarde.

Na het vaststellen van de uitgangssituatie vind de match met de huidige situatie plaats. Op basis hiervan kunnen mogelijkheden worden geschetst en aanknopingspunten worden benoemd voor aanpassing van het beheer, en eventueel de detaillering en/of inrichting van de openbare ruimte

Belangrijk is dat de nieuwe belevingssituatie blijvend wordt beoordeeld en/of wordt bijgestuurd om zo beleving positief te blijven beïnvloeden.

Spelregels

Om steeds vanuit het algemeen belang te kunnen blijven handelen, is het belangrijk de volgende spelregels in acht te nemen:

-Diversiteit in gebruikers: mensen zijn gelijkwaardig, maar niet hetzelfde. Hun behoeftes verschillen; het is goed om daar op in te spelen.

-Jaag het WOW-effect na: door niet alleen te sturen op de basiskwaliteit. Echte tevredenheid heeft juist iets extra’s nodig.

-Verlies je niet in het individu: door alle gebruikers te beschouwen en de maatschappelijke belangen van de groep.

-Beleving is maatwerk; door uit te gaan van doelstellingen en out of the box te denken om deze te kunnen bereiken.

-Gebruik verschillende data-tools: een straatinterview levert andere resultaten op dan een online enquête.

-Beïnvloed de beleving actief: door zichtbaar schoon te maken, samen te ontwerpen, goede afhandeling van meldingen, etc.

-Betrek je doelgroep actief: actief aan relaties.

-Werk samen en laat los: de gemeente mag de rol pakken die nodig is; door niet alles zelf te doen, maar ook door los te durven laten.

-Blijf monitoren en bijsturen: meet actief of de methode die wordt gehanteerd werkt en grijp in als dat nodig is.

-Communicatie over verwachtingen: beleving kan niet zonder communicatie over wat van elkaar verwachten kan worden.

CROW

De beschreven aanpak en randvoorwaarden zijn gestoeld op het CROW model van ‘Belevingsgestuurd Beheer’.

BIJLAGE 6. FUNCTIONELE AFSCHRIJVING

De ontwikkelingen in de wereld gaan steeds sneller. Dit geldt ook voor de functies die een plek hebben of nog moeten krijgen in de openbare ruimte. Zo hebben we sinds relatief korte tijd rekening te houden met ruimte voor klimaatadaptieve maatregelen van dit moment, als bijvoorbeeld wadi’s , ruimte voor duurzaamheidsmaatregelen van dit moment, als bijvoorbeeld laadgelegenheid voor elektrische auto’s, ruimte voor meer biodiversiteit van dit moment, als bijvoorbeeld zoomvegetatie langs bosranden. Ook de komende tijd zullen de gewenste functies in de openbare ruimte weer gaan veranderen. Misschien moeten de wadi’s veranderen in waterreservoirs onder invloed van schaarste aan drinkwater door steeds drogere perioden? Misschien moeten er parkeerplaatsen worden gemaakt om auto’s die rijden op waterstof ruimte te bieden? Misschien moeten we de zoomvegetaties weer gaan verwijderen omdat we onze bossen moeten afzetten om roofdieren buiten de bebouwing te houden?

Tegelijkertijd zorgt de ontwikkeling in de techniek dat de technische levensduur van de diverse kapitaalgoederen steeds langer kan worden. Zo hadden we tot enkele decennia geleden vooral betonnen rioolbuizen die moesten worden vervangen bij lekkages maar die we tegenwoordig kunnen relinen en langer functioneel kunnen houden, zo hadden we gloeilampen in onze lichtmasten met een beperkt aantal branduren terwijl de led-lampen van nu ruim drie keer zo veel branduren hebben, zo gebruikten we houten hekwerken en brugdekdelen waar we momenteel kunststof gebruiken omdat deze veel langer mee gaan.

Door de ontwikkelingen in de techniek is het mogelijk (niet noodzakelijk) om voor oplossingen met een langere technische levensduur te kiezen.

De technische levensduur van de kapitaalgoederen is traditioneel de afschrijvingstermijn waar bij het activeren van investeringen rekening wordt gehouden. Maar we bemerken dat we steeds vaker te maken hebben met verouderde wijken, wijken die vanuit de functionaliteit moeten worden

heringericht. Het plan wat destijds voor de wijk is bedacht veranderd en moet eigenlijk in zijn geheel worden herzien.

Daarom willen we laten onderzoeken of het mogelijk is, in een navolgende NOTA IBOR af te stappen van de traditionele werkwijze waarbij op basis van technische levensduur voor de afschrijvingstermijn van de investering wordt gekozen en op basis van deze afschrijvingstermijn onderhoudswerkzaamheden worden bepaald. We willen voor een volgende NOTA IBOR weten of het mogelijk is een werkwijze te gaan hanteren waarbij de afschrijvingstermijn van de investering wordt gekozen vanuit de termijn dat de inrichting van de openbare ruimte functioneel is. Daarmee zou je dan de buitenruimte van bijvoorbeeld een hele wijk gelijktijdig hebben afgeschreven. We willen dáár dan onze onderhoudsmaatregelen op af stemmen. Zeer waarschijnlijk kunnen we er dan ook voor gaan kiezen om materialen te gaan gebruiken die passen bij deze afschrijvingstermijn. We denken daarbij op dit moment aan een termijn van 30-50 jaren, gebaseerd op de wijken waar we nu zien dat de inrichting eigenlijk niet meer voldoet aan de huidige normen.

----------

Beide bovenstaande voornemens tot verandering in werkwijze hebben omvangrijke gevolgen. Deze veranderingen zijn ook gemeente-overstijgend. Zowel ten aanzien van de voorschriften en verplichtingen vanuit de BBV, de invoering van een andere systematiek in de begroting als de implementatie in de buitenruimte. De komende periode willen we deze ideeën nader verkennen in het intergemeentelijk contact en het contact met de commissie BBV .

Bronvermelding

Gemeente Nijkerk:

Versie

Jaar

2.0

Omgevingsvisie 2040

2025

Landschapsontwikkelingsplan

2025

Visie Beheer Openbare Ruimte

2021

Routekaart Energieneutraal Nijkerk 2050

2017

Programma Water 2025-2029

2025

Beleidsplan Afval (actieprogramma VANG 2024-2028)

2024

Beheerplan Haven en Sluis (2021-2025)

2020

Beleidsplan Begraafplaatsen (2021-2026)

2020

Coalitieakkoord 2022-2026

2022

CROW:

Beeldkwaliteitcatalogus 2023

2023

Belevingsgestuurd beheer

2022

Technische kwaliteitsbeoordelingen CROW

2023

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.