Gemeentelijke regelgeving

Drank- en horeca nalevingsbeleid

Gemeente Nijkerk · geldt sinds 3 april 2020

Aanhef

zaaknummer 319536 / document nummer 319538

3 Stappenplan

3.1 Horeca algemeen

3.1.1 Exploitatie horeca-inrichting zonder vergunning(en) (artikel 3 DHW)

1Bestuurlijke boete en (mondelinge) waarschuwing met gelegenheid om direct te sluiten;

2Last onder dwangsom of bestuursdwang strekkende tot sluiting van de horeca-inrichting.

Verjaringstermijn: n.v.t.

Toelichting:

Exploitatie zonder de benodigde drank- en horecavergunning (overtreding artikel 3 DHW) kan nimmer worden toegestaan. Dit kan ook niet indien de vergunningen al wel zijn aangevraagd maar nog niet zijn verleend, noch bij exploitatie na overname op basis van de vergunning van de vorige eigenaar. De noodzakelijke indringende toetsing van de ondernemer, zijn leidinggevendende(n), de openbare orde, veiligheid en de woon- en leefomgeving moet echt zijn afgerond alvorens een horecabedrijf zijn deuren voor publiek mag openen.

Indien een ondernemer naar aanleiding van een (mondelinge) waarschuwing niet terstond zijn bedrijf sluit volgt direct een last onder dwangsom of bestuursdwang om de sluiting af te dwingen.

3.1.2 De aanwezigheid van alcoholhoudende drank en/of het laten nuttigen van alcohol in voor publiek geopende ruimte, anders dan in de rechtmatige uitoefening van het slijtersbedrijf of horecabedrijf (DHW artikel 25 lid 1 en 2)

1Bestuurlijke boete met mondelinge waarschuwing en gelegenheid overtreding te beëindigen;

2(hogere) Bestuurlijke boete met schriftelijke waarschuwing;

3Last onder dwangsom.

Toelichting:

Op basis van artikel 25 eerste en tweede lid van de DHW is het verboden om ‘in een voor publiek geopende ruimte’ alcohol te verkopen, te schenken en/of op voorraad te hebben. Dit verbod geldt niet voor slijterijen en horecabedrijven met een vergunning. Ook detailhandel die voldoet aan de eisen van artikel 18 (supermarkten, warenhuizen en traiteurs) valt niet onder het verbod.

De overtreding is vergelijkbaar met het exploiteren van een slijterij of horecabedrijf zonder DHW vergunning. Het is dan ook te kwalificeren als een ernstige overtreding. Het zal veelal gaan om feesten op locaties zonder vergunning, winkeliers die in strijd met de wet alcohol verkopen of bij exploitatie na overname op basis van de vergunning van de vorige eigenaar. Tegen dergelijke illegale verstrekking moet worden opgetreden

3.1.3 Exploitatie in strijd met vergunningvoorschriften en overige gedragsbepalingen uit de DHW en DHV (onder andere DHW art. 4 lid 5; 9 lid 3,4 en 5; 12 lid 1 en 2; 13 lid 1 en 2; 14 lid 1 en 2; 15 lid 1 en 2; 16; 17; 18 lid 3; 19 lid 1 en 2; 20 lid 3 en 5; 22 lid 1)

Bij overtreding van de DHW/DHV, niet elders gespecificeerd:

1Bestuurlijke boete met schriftelijke waarschuwing;

2(hogere) Bestuurlijke boete met tweede schriftelijke waarschuwing;

3Schorsing van de DHW vergunning met sluiting voor vier weken ;

4Intrekking vergunning.

Bij overtreding van de APV, niet elders gespecificeerd:

1Schriftelijke waarschuwing;

2Last onder dwangsom;

3Schorsing van de DHW vergunning met sluiting voor vier weken ;

4Intrekking vergunning.

Verjaringstermijn: 2 jaar na 1e overtreding

3.1.4 Exploitatie buiten toegestane openingstijden (art 2.3.1.4 APV)

1Schriftelijke waarschuwing;

2Last onder dwangsom;

3Schorsing van de vergunning voor twee weken gecombineerd met een tijdelijke sluiting op grond van de APV;

4Schorsing van de vergunning vier weken gecombineerd met een tijdelijke sluiting op grond van de APV;

5Intrekking van de DHW- (vanwege slecht levensgedrag) en APV vergunningen.

Verjaringstermijn: tussen stap 1 en 2 één jaar ; na stap 2 twee jaren.

Toelichting:

Voor exploitatie buiten toegestane openingstijden, zoals beschreven in artikel 2.3.1.4 APV, geldt bovenstaand stappenplan.

3.1.5 Exploitatie buiten toegestane verruimde openingstijden en/of in strijd met de ontheffingsregeling en/of de ontheffing zelf

Niet van toepassing.

3.1.6 Schenken buiten vastgestelde schenktijden en/of verstrekken van sterke drank in strijd met de DHV

1Bestuurlijke boete met schriftelijke waarschuwing ;

2Last onder dwangsom of sluiting één week;

3Schorsing van de vergunning voor vier weken;

4Intrekking vergunning.

Verjaringstermijn: 2 jaar

Toelichting:

In de DHV (artikelen 6, 7 en 8) zijn de schenktijden vastgelegd voor verschillende soorten horecabedrijven. Het gaat om paracommerciële inrichtingen alsmede andere soorten niet-reguliere horecabedrijven (zoals horeca bij onder andere sport-, onderwijs-, buurt/welzijns- en jeugdorganisaties). Ook is bepaald dat in deze horecabedrijven geen sterke drank mag worden geschonken (artikel 6 lid 2 en artikel 10 van de Verordening). Uit het oogpunt van eerlijke mededinging (waar het paracommerciële horeca betreft) en het belang van alcoholmatiging is naleving en sanctionering van deze regels vereist. Hierbij is gekozen voor een opbouw in zwaarte van sancties.

3.1.7 Verstrekken van sterke drank tijdens bijzondere bijeenkomst van zeer tijdelijke aard (evenementen) waarvoor ontheffing is verleend op basis van artikel 35 DHW

1Bestuurlijke boete en/of weigering toekomst (bij meerdaagse evenementen: met last onder dwangsom).

Verjaringstermijn: niet van toepassing.

Toelichting:

Op basis van artikel 35 DHW kan uitsluitend ontheffing worden verleend voor het schenken van zwakalcoholhoudende drank bij bijeenkomsten van zeer tijdelijke aard (evenementen). In het belang van de volksgezondheid maar ook de openbare orde en veiligheid is hiervoor gekozen. Gelet op de risico’s van het verstekken van sterke drank is gekozen voor dit strikte stappenplan. Bij meerdaagse evenementen volgt naast een bestuurlijke boete ook oplegging van een last onder dwangsom om verdere overtreding te voorkomen, tenzij de organisator terstond de sterke drank verwijderd.

3.1.8 Afwezigheid leidinggevende terwijl zaak voor publiek is geopend (DHW artikel 24 lid 1)

1Bestuurlijk boete met schriftelijke waarschuwing;

2(Hogere) bestuurlijke boete met schriftelijke waarschuwing;

3Schorsen vergunning voor 1 week;

4Schorsen vergunning voor 4 weken;

5Intrekking DHW en APV vergunningen.

Verjaringstermijn: 2 jaar

Toelichting:

Op basis van de DHW (artikel 24 lid 1) mag een horeca-inrichting alleen voor publiek zijn geopend als er een leidinggevende aanwezig is, die als zodanig op de vergunningen staat vermeld. In de horecaregelgeving worden allerhande eisen gesteld aan de persoon van leidinggevende. Het mag dan ook voor zich spreken dat deze persoon dan ook in het bedrijf aanwezig is tijdens de openingstijden. Als een bestuurlijke boete met schriftelijke waarschuwing niet volstaat dan volgt een (hogere) bestuurlijke boete met tweede schriftelijke waarschuwing. Indien ook dit niet helpt, dan wordt de drank- en horecavergunning en/of exploitatievergunning geschorst en uiteindelijk ingetrokken. Er kan immers worden geconcludeerd dat de bedrijfsvoering gebrekkig is hetgeen een gevaar oplevert voor de orde en veiligheid. Ook het levensgedrag van ondernemer noopt hiertoe bij aanhoudende overtredingen.

3.1.9 Te jong personeel doet dienst in lokaliteit gedurende de tijd dat hier drank wordt verstrekt (DHW artikel 24 lid 3)

1Bestuurlijk boete met schriftelijke waarschuwing;

2(hogere) bestuurlijke boete met schriftelijke waarschuwing;

3Schorsen vergunning voor 1 week;

4Schorsen vergunning voor 4 weken;

Intrekking DHW vergunningen.

Toelichting

Leeftijdsgrenzen zijn erg belangrijk in de regelgeving rondom drankverstrekking. Het is daarom ook zonder meer onwenselijk om te jeugdig personeel te laten werken in een omgeving waar alcohol wordt verstrekt. In artikel 24 lid 3 DHW is een verbod opgenomen.

3.1.10 Leidinggevende kennelijk onder invloed van alcohol en/of psychotrope stoffen (drugs) (DHW artikel 20 )

Zodra wordt geconstateerd dat een leidinggevende deze overtreding heeft begaan, vindt een beoordeling van zijn levensgedrag plaats. Er wordt informatie ingewonnen bij Justitie via dienst Justis en bij de politie op basis van de Wet politiegegevens.

A. Indien, op het moment dat de leidinggevende kennelijk onder invloed van alcohol en/of psychotrope stoffen was, zich zaken in de inrichtingen hebben voorgedaan die de vrees wettigen dat het van kracht blijven van de vergunning een gevaar zou opleveren voor de openbare orde, veiligheid of zedelijkheid:

a.Intrekking van de vergunning (art 31 DHW, eerste lid onder c) met eventuele sancties volgend uit overtredingen van artikelen in hoofdstuk 3.6 (Openbare orde);

B. Andere gevallen:

a.B.1Persoon in kwestie voldoet niet langer aan de eisen gesteld in artikel 8 DHW: toepassing artikel 3.1.13;

b.B.2Er kan niet worden vastgesteld dat de persoon in kwestie niet langer voldoet aan de eisen gesteld in artikel 8 DHW:

i.Bestuurlijke boete met schriftelijk waarschuwing;

ii.Schorsing vergunning 2 weken met sluiting 2 weken op grond van APV;

iii.Intrekking vergunning(en) (art 31, tweede lid DHW).

Verjaringstermijn: aansluiten bij ‘Besluit eisen zedelijk gedrag Drank- en Horecawet’.

Toelichting:

De bijzondere verantwoordelijk van de leidinggevende verzet zich tegen drugsgebruik en teveel alcoholconsumptie tijdens zijn werk. De leidinggevende heeft de plicht om zijn klanten aan te spreken op hun gedrag en te behoeden voor teveel drankgebruik. Dan kan de leidinggevende zelf niet onder invloed zijn.

Door zijn gedrag – het drugsgebruik en/of overmatige alcohol gebruik – overtreedt de leidinggevende het verbod gesteld in artikel 20 van de Drank-en Horecawet.

In de DHW artikel 31 is dwingendrechtelijk opgenomen, dat de vergunningen moeten worden ingetrokken indien leidinggevende(n) niet meer voldoen aan artikel 8 van de DHW. Of dit het geval is wordt beoordeeld aan de hand van een onderzoek naar de antecedenten van de betrokken leidinggevenden. Als blijkt dat een leidinggevende in enig opzicht van slecht levensgedrag is, dan laat artikel 31 lid 1 onder b DHW in combinatie met artikel 8 lid 2 en 3 DHW geen andere keus dan intrekking door toepassing van het gestelde in artikel 3.1.14 van de beleidsregels.

Mochten zich, gedurende de periode dat de leidinggeven onder invloed verkeerde, openbare orde-aantastingen hebben voorgedaan (zoals een vechtpartij) en deze vanwege het gedrag van de leidinggevende verergerd zijn, dan kan de vergunning niet langer in stand blijven vanwege de vrees voor de openbare orde, veiligheid en zedelijkheid.

3.1.11 Doorschenken en aanwezigheid personen die in (a) kennelijke staat van dronkenschap of (b) kennelijk onder invloed van andere psychotrope stoffen verkeren (DHW artikel 20 lid 7; artikel 252 WvSr)

1Schriftelijke waarschuwing en gesprek;

2Schorsing DHW en APV vergunningen voor 2 weken;

3WEG

a.Intrekken vergunning(en) als betrokken leidinggevende de exploitant is;

b.Als de betrokken leidingevende een personeelslid is krijgt de exploitant vier weken de tijd de betrokken leidinggevende uit zijn functie te zetten en van de vergunning af te schrijven; anders volgt alsnog intrekking van de vergunning(en).

Verjaringstermijn: 2 jaar

Toelichting:

In artikel 20 lid 7 DHW is expliciet opgenomen dat het verboden is in een horecalokaliteit of op een terras de aanwezigheid toe te laten van een persoon die in kennelijke staat van dronkenschap of kennelijk onder invloed van andere psychotrope stoffen verkeert. In het WSr (artikel 252) is opgenomen, dat het verstrekken van alcohol aan personen die kennelijk al dronken zijn, verboden (en strafbaar) is. Door het doorschenken dan wel het aanwezig laten zijn van personen in kennelijke staat, wordt ook artikel 20 lid 6 DHW overtreden.

Eén van de belangrijkste taken van een leidinggevende is dan ook hierop toe te zien. De aanwezigheid van personen ‘in kennelijke staat’ is niet alleen hinderlijk maar ook een risico voor de gezondheid, de orde en de veiligheid. Dit rechtvaardigt een strenge aanpak.

De eerste keer volgt een schriftelijke waarschuwing en een gesprek met de exploitant om de oorzaak te achterhalen en nieuwe incidenten te voorkomen. Bij een tweede overtreding wordt de DHW-vergunning geschorst voor twee weken. In deze twee wekenheeft de betrokken exploitant de gelegenheid zodanige maatregelen te treffen dat deze overtreding zich niet zal herhalen. In artikel 31, tweede lid DHW is opgenomen dat een DHW-vergunning kan worden ingetrokken als de vergunninghouder de bij of krachtens deze wet gestelde regels, dan wel de aan een vergunning of ontheffing verbonden voorschriften of beperkingen niet nakomt. Bij een derde maal volgt op grond hiervan intrekking van de vergunningen als de betrokken leidinggevende de exploitant is. Indien de betrokken leidinggevende een personeelslid is, krijgt de exploitant vier weken de kans om zodanige maatregelen te treffen dat de betrokken persoon niet langer als leidinggevende werkzaam is in de inrichting. Als bij controle geconstateerd wordt dat deze persoon in de inrichting aanwezig is en zich gedraagt als ware hij leidinggevende, alsnog intrekking van de vergunning volgt.

Voorts wordt uitdrukkelijk benadrukt, dat bij excessen terstond intrekking van de vergunning(en) volgt. Van een exces is in ieder geval sprake als een aanzienlijk deel van de klanten in kennelijk staat verkeert.

3.1.12 Verstrekken alcohol aan jongeren (overtreding leeftijdsgrenzen; DHW artikel 20)

1Bestuurlijke boete;

2(hogere) bestuurlijke boete met schriftelijke waarschuwing;

3WEG

a.Intrekking vergunning(en) indien verstrekker de exploitant is

b.Indien de betrokken verstrekker een personeelslid is krijgt de exploitant vier weken de tijd de betrokken leidinggevende van de vergunning af te schrijven; anders volgt alsnog intrekking van de vergunning(en).

Verjaringstermijn: 2 jaar

Toelichting:

Het niet naleven van de leeftijdsgrenzen voor verstrekken van alcohol zoals vastgelegd in artikel 20 DHW, is een ernstig feit. Het verstrekken van alcohol aan jeugdigen moet zonder meer worden voorkomen. Het vormt een van de kernbepalingen van de wet.

Maatschappelijk en politiek wordt schenken aan jongeren dan ook als een ernstig delict gezien. In artikel 252 van het WSr wordt het ‘dronken maken’ van een kind strafbaar gesteld en gekwalificeerd als een misdrijf tegen de zedelijkheid. De sanctie kan zelfs gevangenisstraf en ontzetting uit beroep behelzen.

Gelet op de aard en de ernst van de overtreding en de al vaker aangehaalde bijzondere verantwoordelijkheid van leidinggevenden in de horeca is gekozen van een stringente aanpak. De eerste keer volgt een bestuurlijke boete . De tweede keer volgt een (hogere) bestuurlijke boete en een schriftelijke waarschuwing. De derde keer volgt intrekking van de vergunningen indien de betrokken leidinggevende de exploitant is.

Ingevolge artikel 31 lid 2 DHW wordt een exploitant in de gelegenheid gesteld een leidinggevend personeelslid uit zijn functie te zetten en van de vergunning te doen afschrijven. Hij kan aldus de ‘rotte appel’ verwijderen teneinde zijn vergunning te behouden. Als bij controle geconstateerd wordt dat deze persoon in de inrichting aanwezig is en zich gedraagt als ware hij leidinggevende, alsnog intrekking van de vergunning volgt op grond van artikel 31 DHW lid 1 onder a.

Bij excessen kan direct intrekking van de vergunning(en) volgen. Van een exces is in ieder geval sprake als geschonken is aan jongere(n) in kennelijke staat van dronkenschap.

3.1.13 Leidinggevende in enig opzicht van slecht levensgedrag of voldoet op een andere manier niet langer aan de eisen gesteld in artikel 8 DHW (DHW artikel 31 onder b en artikel 8 lid 2 en 3)

a.Indien het de exploitant zelf betreft: intrekken vergunning(en);

b.Indien het een personeelslid betreft dan krijgt de exploitant vier weken de tijd de betrokken leidinggevende uit zijn functie te zetten en van de vergunning af te schrijven anders volgt alsnog intrekking van de vergunning(en).

Toelichting:

In zowel de DHW als de APV is dwingendrechtelijk opgenomen, dat de vergunningen moeten worden ingetrokken indien leidinggevende(n) niet meer voldoen aan de eisen gesteld in artikel 8 DHW. Dit is het geval als zij in enig opzicht van slecht levensgedrag zijn. Artikel 31lid 1 onder b in combinatie met artikel 8 lid 2 en 3 DHW laten geen andere keus dan intrekking. Hetzelfde is het geval op basis van artikel 2.7 lid 1 onder b. Ingevolge artikel 31 lid 2 DHW wordt een exploitant wel in de gelegenheid gesteld een leidinggevend personeelslid uit zijn functie te zetten en van de vergunning te doen afschrijven. Hij kan aldus de ‘rotte appel’ verwijderen teneinde zijn vergunning te behouden. Als bij controle geconstateerd wordt dat deze persoon in de inrichting aanwezig is en zich gedraagt als ware hij leidinggevende, alsnog intrekking van de vergunning(en) volgt op grond van artikel 31 DHW lid 1 onder a.

Bij de beoordeling van het levensgedrag wordt niet alleen gekeken naar onherroepelijke veroordeling. Aan het college en de burgemeester komt – ingevolge vaste jurisprudentie – een grote beleidsvrijheid toe bij de beoordeling van het levensgedrag. Waarbij wordt benadrukt, dat ook het Besluit eisen zedelijk gedrag DHW 1999 geen uitputtend karakter heeft. Alle gedragingen die relevant zijn voor het functioneren van een leidinggevende kunnen worden meegewogen. In eerste instantie worden alleen gedragingen uit de afgelopen vijf jaar meegewogen. Echter wanneer blijkt, dat een persoon in deze vijf jaar strafbare feiten heeft begaan dan kan verder worden teruggekeken.

3.2 Paracommerciële Horeca

3.2.1 Handelen in strijd met een ontheffing voor paracommerciële horeca (op basis van artikel 4 lid 4 DHW of artikelen 17 en 18 van de Drank- en Horecaverordening) en de daaraan verbonden regels en voorschriften

1Bestuurlijke boete met schriftelijke waarschuwing;

2(hogere) bestuurlijke boete met schriftelijke waarschuwing;

3Intrekking van de ontheffing.

Verjaringstermijn:

•na stap 1 en 2: 2 jaar

•na stap 3: 6 maanden (daarna kan weer een ontheffing worden aangevraagd).

Toelichting

Op basis van artikel 4 lid 4 DHW en de artikelen 17 en 18 kan de burgemeester ontheffing verlenen van diverse bepalingen. In de regel gaat het om het toestaan van bijzondere bijeenkomsten van zeer tijdelijke aard bij paracommerciële bedrijven. Daarnaast kan het gaan om afwijking van de schenktijden of het verbod om sterke drank te schenken.

Een ontheffing is niet vanzelfsprekend. De regels hieromtrent moeten strikt worden nageleefd. Anders wordt de ontheffing ingetrokken. Na intrekking geldt het normale regime weer. Wanneer dit wordt overtreden volgt handhavend optreden volgens het van belang zijnde stappenplan.

3.2.2 Schenken van alcohol in paracommerciële inrichtingen tijdens bijeenkomsten van persoonlijke aard en overige persoonlijke bijeenkomsten op basis van artikel 4 lid 3 DHW of artikel 9 van de DHV en de daaraan verbonden regels en voorschriften

1Bestuurlijke boete met schriftelijke waarschuwing;

2Last onder dwangsom of sluiting één week;

3Sluiting vier weken;

4Intrekking vergunning.

Verjaringstermijn: 2 jaar

Toelichting:

In artikel 9 van de DHV is bepaald dat het verboden is voor paracommerciële inrichtingen om alcohol te verstrekken tijdens privébijeenkomsten. Hiermee wordt oneerlijke concurrentie tegengegaan. Bovendien verzet het bestemmingsplan zich in de regel tegen het organiseren van dit soort bijeenkomsten. Het merendeel van de paracommerciële inrichtingen is immers niet gevestigd op een perceel of in een pand met een bestemming die dit soort activiteiten toestaat.

3.3 Detailhandel en slijterij

3.3.1 Verkoop van alcohol door detailhandel in strijd met leeftijdsgrenzen (DHW artikel 19a en 20)

1Bestuurlijke boete met schriftelijke waarschuwing na elke constatering;

2Na drie constateringen in één jaar volgt verbod op verkoop van alcohol gedurende 2 weken;

3Bij vervolgovertreding volgt een verbod op de verkoop van alcohol tot maximaal 12 weken.

Verjaringstermijn: volgt uit de wet

Toelichting:

Goede naleving van de wettelijke leeftijdsgrenzen is van cruciaal belang. Het vormt immers één van de kernpunt van de wetgeving. Voorts blijkt uit onderzoek dat de (te gemakkelijke) beschikbaarheid/verkrijgbaarheid van alcohol voor jongeren sneller leidt tot verslaving en overige alcoholgerelateerde problemen.

3.3.2 De aanwezigheid van alcoholhoudende drank en/of het laten nuttigen van alcohol in voor publiek geopende ruimte , anders dan in de rechtmatige uitoefening van het slijtersbedrijf of horecabedrijf (DHW artikel 25 lid 1 en 2)

1Bestuurlijke boete met mondeling waarschuwing en gelegenheid overtreding te beëindigen;

2Last onder dwangsom/bestuursdwang strekkende tot beëindiging van de overtreding.

Toelichting:

Op basis van artikel 25 eerste en tweede lid van de DHW is het verboden om ‘in een voor publiek geopende ruimte’ alcohol te verkopen, te schenken en/of op voorraad te hebben. Dit verbod geldt niet voor slijterijen en horecabedrijven met een vergunning. Ook detailhandel die voldoet aan de eisen van artikel 18 (supermarkten, warenhuizen en traiteurs) valt niet onder het verbod.

De overtreding is vergelijkbaar met het exploiteren van een slijterij of horecabedrijf zonder DHW vergunning. Het is dan ook te kwalificeren als een ernstige overtreding. Het zal veelal gaan om feesten op locaties zonder vergunning, winkeliers die in strijd met de wet alcohol verkopen of bij exploitatie na overname op basis van de vergunning van de vorige eigenaar. Tegen dergelijke illegale verstrekking moet worden opgetreden.

3.4 Jeugd

3.4.1 Jongere in bezit van alcohol (artikel 45)

1Opmaken proces-verbaal (leidt tot boete).

Toelichting:

Alcohol consumeren op jonge leeftijd kan leiden tot gezondheidsschade en psychische problemen. Daarom wordt er strikt toegezien op de wettelijke leeftijdsgrenzen voor bezit van alcohol in de openbare ruimte. Overtreding wordt gestraft met een boete.

NB Nog in 2013 wordt verwacht dat een leerstraf middels verwijzing naar HALT Afdoening Alcohol (Boete of Kanskaart) mogelijk zal worden.

3.4.2 Verstrekken alcohol aan jongeren (overtreding leeftijdsgrenzen; DHW artikel 20)

1Bestuurlijke boete;

2(hogere) bestuurlijke boete met schriftelijke waarschuwing;

3WEG

a.Intrekking vergunningen indien verstrekker de exploitant is;

b.Indien de betrokken leidinggevende een personeelslid is krijgt de exploitant krijgt vier weken de tijd de betrokken leidinggevende van de vergunning af te schrijven anders volgt alsnog intrekking van de vergunning(en).

Verjaringstermijn: 2 jaar

Toelichting:

Het niet naleven van de leeftijdsgrenzen voor verstrekken van alcohol zoals vastgelegd in artikel 20 DHW, is een ernstig feit. Het verstrekken van alcohol aan jeugdigen moet zonder meer worden voorkomen. Het vormt een van de kernbepalingen van de wet.

Maatschappelijk en politiek wordt schenken aan jongeren dan ook als een ernstig delict gezien. In artikel 252 van het WSr wordt het ‘dronken maken’ van een kind strafbaar gesteld en gekwalificeerd als een misdrijf tegen de zedelijkheid. De sanctie kan zelfs gevangenisstraf en ontzetting uit beroep behelzen.

Gelet op de aard en de ernst van de overtreding en de al vaker aangehaalde bijzondere verantwoordelijkheid van leidinggevenden in de horeca is gekozen van een stringente aanpak. De eerste keer volgt een bestuurlijke boete en schriftelijke waarschuwing.

Ingevolge artikel 31 lid 2 DHW wordt een exploitant in de gelegenheid gesteld een leidinggevend personeelslid uit zijn functie te zetten en van de vergunning te doen afschrijven. Hij kan aldus de ‘rotte appel’ verwijderen teneinde zijn vergunning(en) te behouden. Benadrukt wordt dat als bij controle geconstateerd wordt dat deze persoon in de inrichting aanwezig is en zich gedraagt als ware hij leidinggevende, alsnog intrekking van de vergunning(en) volgt op grond van artikel 31 DHW lid 1 onder a.

Bij excessen kan direct intrekking van de vergunning(en) volgen. Van een exces is in ieder geval sprake als geschonken is aan jongere(n) in kennelijke staat van dronkenschap.

3.5 Openbare ruimte

3.5.1 Exploitatie terras

Voor het hebben van een terras is geen vergunning op grond van de APV vereist. De algemene regel geldt, dat door het gebruik van de weg geen schade, hinder en/of overlast mag ontstaan (art. 2.1.5.1 APV). Wanneer sprake is van gebruik van gemeentegrond, wordt een huurovereenkomst gesloten met de horeca-exploitant.

1(Mondelinge) waarschuwing en gelegenheid om direct terras te verwijderen;

2Last onder dwangsom of bestuursdwang strekkende tot verwijderen en verwijderd houden van het terras.

Verjaringstermijn: 2 jaar

Toelichting:

Dit stappenplan is aan de orde, indien sprake is van hinderen /of overlast door het gebruik van het terras.

3.5.2 Exploitatie terras in strijd met voorschriften en/of nadere regels en/of terrassluitingstijden en/of op een wijze die overlast veroorzaakt (art. 2.1.5.1 en art. 2.3.1.4, lid 8 (APV)

1Schriftelijke waarschuwing;

2Last onder dwangsom of sluiting terras voor 1 week;

3Intrekken terrasvergunning;

4Intrekken exploitatievergunning.

Verjaringstermijn: 2 jaar

Toelichting:

Er kunnen nadere regels gelden voor het terras. Op de naleving hiervan wordt toegezien en gehandhaafd. Mogelijke overtredingen zijn het overschrijden van de terrasgrenzen, het niet tijdig opruimen en sluiten van het terras. Daarnaast mag een terras niet tot onaanvaardbare overlast leiden. Een terras zal altijd enige hinder geven. De exploitant dient er wel op toe te zien dat hinder binnen de perken blijft. Zeer luidruchtige klanten zal hij – zeker in de avonduren – tot rust moeten manen. Ook andere overlast (intimidatie langslopende personen, afval etc) dient zoveel mogelijk worden voorkomen.

De tweede stap houdt een keuzemogelijkheid in een last onder dwangsom of de sluiting van het terras. Bij aanhoudende overlast is de tijdelijke sluiting het geëigende instrument. Hiermee wordt een periode van rust ingebouwd. Er wordt ook een duidelijk signaal aan de klanten gegeven. Het niet gebruiken van het juiste terrasmeubilair kan beter met een last onder dwangsom worden gesanctioneerd.

Bij aanhoudende problemen wordt een ondernemer niet langer toegestaan een terras te exploiteren. Hiertoe wordt zijn terrasvergunning ingetrokken. Als een ondernemer ondanks deze zware sanctie doorgaat met exploiteren van zijn terras, dan kan dit uiteindelijk zijn exploitatievergunning kosten. Door de aanhoudende overtredingen bestaat gevaar voor de openbare orde, veiligheid en/of het woon- en leefklimaat. Bovendien kan dit betekenen dat de notoire overtreder in enig opzicht van slecht levensgedrag is. Hetgeen tot intrekking van zijn horecavergunningen leidt.

3.6 Openbare orde

3.6.1 Overlast

1Schriftelijke waarschuwing;

2Sluiting 1 week of sluitingstijden/nadere voorschriften;

3Sluiting 4 weken;

4Intrekking vergunningen.

Verjaring: 2 jaar

Toelichting:

Horeca heeft uit zijn aard een uitstraling op de omgeving. Ontoelaatbare overlast moet echter worden voorkomen. Hier is de exploitant primair voor verantwoordelijk. Het gaat niet alleen om ontoelaatbare overlast vanuit de zaak en het terras, maar ook in de omgeving van het horecabedrijf voor zover dit te herleiden is op het bedrijf. Bij de beoordeling of sprake is van ontoelaatbare overlast moet onderscheid worden gemaakt tussen overlast en gevolgen die redelijkerwijs samenhangen met de aanwezigheid van een horecabedrijf, zoals het komen en gaan van bezoekers en regulier terrasgeluid. De overlast moet in die zin objectiveerbaar zijn. Dat betekent, dat een gemiddeld persoon van ‘echte’ overlast zal spreken. Het gaat dus niet louter om de subjectieve beleving van individuen. Bovendien moet de overlast objectief worden vastgesteld. Alleen klachten zijn onvoldoende om handhavend op te treden. Van overheidswege moet de overlast daadwerkelijk en objectief zijn vastgesteld.

Onder ontoelaatbare overlast wordt onder meer verstaan wildplassen, braken, hard geschreeuw, gelal, wegscheurende auto’s, brommers e.d.

De tweede stap verdient nog nadere toelichting. Bij structurele overlast zal een tijdelijke sluiting veelal een effectief sanctiemiddel zijn. Het is echter ook voorstelbaar, dat door het stellen van een concreet nader voorschrift ook overlast kan worden voorkomen. Denk hierbij aan de verplichting om afvalbakken te plaatsen om zwerfvuil te voorkomen of om parkeermaatregelen te treffen.

3.6.2 Illegale (casino)kansspelen in en vanuit de horeca-inrichting (DHW artikel 31 lid 1 onder c; art. 2.3.3.1 APV)

1Schriftelijke waarschuwing en gesprek met exploitant door of namens bevoegd gezag;

2Intrekking van de vergunning.

Verjaringstermijn: 2 jaar

Toelichting:

De Wet op de Kansspelen vormt het juridisch kader bij de beoordeling of in een horeca-inrichting mag worden gegokt. Indien er een vorm van kansspelen/gokken plaatsvindt die in strijd is met deze wet, wordt hiertegen strikt opgetreden. Illegaal gokken brengt immers orde- en veiligheidsrisico’s met zich mee. Het ontstaan van gokschulden kan eenvoudig tot conflicten leiden. Ook hier geldt dat ook het levensgedrag van de exploitant in het geding kan zijn als in zijn horecabedrijf wordt gegokt. In die gevallen kan directe intrekking van de vergunning aan de orde zijn.

3.6.3 Kansspelautomaten zonder vergunning en/of in laagdrempelige inrichting en/of het niet naleven van leeftijdsgrenzen (artikelen 30b, 30f en 30g van de Wet op de kansspelen, art. 2.3.3.2 APV)

1Schriftelijke waarschuwing;

2Last onder dwangsom strekkende tot verwijderen van de kansspelautomaten;

3Intrekking van de vergunning.

Toelichting:

De Wet op de Kansspelen vormt het juridisch kader bij de beoordeling of in een horeca-inrichting gokkasten mogen worden geplaatst. Indien er in een horecabedrijf kansspelautomaten aanwezig zijn op een wijze die in strijd is met deze wet, wordt hiertegen strikt opgetreden. Het voorkomen van gokverslaving (onder jongeren) is van groot belang. Ook hier geldt dat ook het levensgedrag van de exploitant in het geding kan zijn als in zijn horecabedrijf wordt gegokt. In die gevallen kan directe intrekking van de vergunning aan de orde zijn.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.