Gemeentelijke regelgeving

Beleidsregels planologische afwijkingsmogelijkheden Gemeente Nijkerk voor bouw- en gebruiksactiviteiten met relatief beperkte impact op de fysieke leefomgeving

Gemeente Nijkerk · geldt sinds 1 januari 2024

Aanhef

Het college van burgemeester en wethouders van Nijkerk;

gelet op:

artikel 1:3 en 4:81 tot en met 4:84 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 2.12, eerste lid, sub a, onder 2 Wet algemene bepalingen omgevingsrecht met artikel 4 bijlage II van het Besluit omgevingsrecht en artikel 5.1 lid 1 sub a Omgevingswet;

b e s l u i t :

vast te stellen

de beleidsregels planologische afwijkingsmogelijkheden Gemeente Nijkerk voor bouw- en gebruiksactiviteiten met relatief beperkte impact op de fysieke leefomgeving

Hoofdstuk 2

2.4 Specifieke regels

2.4.1 Bijbehorend bouwwerk binnen de bebouwde kom (onderdeel 1)

Een bijbehorend bouwwerk of uitbreiding daarvan, mits, voor zover gelegen buiten de bebouwde kom, wordt voldaan aan de volgende eisen:

a.niet hoger dan 5 m, tenzij sprake is van een kas of bedrijfsgebouw van lichte constructie ten dienste van een agrarisch bedrijf,

b.de oppervlakte niet meer dan 150 m2.

Een afwijking van het omgevingsplan ten behoeve van een woning is mogelijk voor een erker of entree aan een woning op het voorerfgebied, mits de straat respectievelijk het bebouwingsbeeld dit toelaat en de erker voorts voldoet aan de volgende kenmerken:

a.de diepte vanaf de voorgevel van de woning bedraagt niet meer dan 1,5 meter voor vrijstaande en half-vrijstaande woningen. Voor tussenwoningen geldt een diepte van 1.0 m

b.de breedte van de erker mag maximaal 2/3 van de breedte van de voorgevel van de woning bedragen;

c.de hoogte, gemeten vanaf het aansluitend terrein, mag maximaal 3 meter bedragen dan wel maximaal 0,30 m boven de vloer van de eerste verdieping van die woning of dat woongebouw;

d.de afstand van de erker of entree tot de voorzijde van het erf moet tenminste 2,5 meter bedragen.

Voor overige bijbehorende bouwwerken bij een woning gelden de volgende regels:

a.de afstand tot de voorgevel van het hoofdgebouw en het verlengde daarvan mag niet minder dan 3 m bedragen; een carport dient tenminste 0,5 meter achter de voorgevel van het hoofdgebouw te worden gesitueerd;

b.de afstand tot de zijdelingse perceelgrens mag niet minder dan 1 m bedragen, tenzij in de perceelgrens wordt gebouwd;

c.de gezamenlijke oppervlakte voor zover gebouwd buiten het bouwvlak mag per hoofdgebouw maximaal 70 m² bedragen mits niet meer dan 50% van het achtererfgebied,

d.de goothoogte van een aangebouwd bijbehorend bouwwerk mag niet meer dan 3 m bedragen met dien verstande dat de goothoogte mag worden verhoogd tot niet meer dan 0,30 m boven de vloer van de eerste verdieping van het hoofdgebouw;

e.de goothoogte van een vrijstaand bijbehorend bouwwerk mag niet meer dan 3 m bedragen;

f.de bouwhoogte van een vrijstaand bijbehorend bouwwerk mag niet meer dan 5 m bedragen;

Deze beleidsregels gelden alleen voor woningen als hoofdgebouw. Voor afwijking van het omgevingsplan ten behoeve van andere bouwwerken dan een woning (vb. scholen of winkels) of een daarbij bijbehorend bouwwerk, is geen beleidsregel opgesteld, vanwege het specifieke/eenmalige karakter van de aanvragen. De mogelijkheden worden per geval onderzocht.

2.4.2 Bijbehorend bouwwerk buiten de bebouwde kom (artikel 4, onderdeel 1)

Een bijbehorend bouwwerk of uitbreiding daarvan, mits, voor zover gelegen buiten de bebouwde kom, wordt voldaan aan de volgende eisen:

a.niet hoger dan 5 m, tenzij sprake is van een kas of bedrijfsgebouw van lichte constructie ten dienste van een agrarisch bedrijf,

b.de oppervlakte niet meer dan 150 m2.

Ten aanzien van een erker aan een woning

1geldt ook voor bedrijfs- en dienstwoningen en "kleine woningen" zoals genoemd in het voormalige bestemmingsplan Buitengebied 2017, geldt niet voor recreatiewoningen

op het voorerfgebied wordt verwezen naar de afwijkingsmogelijkheden zoals beschreven bij bijbehorend bouwwerken binnen de bebouwde kom, mits de inhoud van de woning niet groter wordt dan 600 m3, of, indien de bestaande inhoud meer bedraagt dan 600 m3, niet meer dan de bestaande inhoud.

Voor overige bijbehorende bouwwerken bij de woning gelden de volgende regels:

In het bestemmingsplan Buitengebied 2017 zijn passende regels opgenomen voor bijbehorende bouwwerken. Gelet daarop is het niet gewenst gebruik te maken van de bevoegdheid om daar verder van af te wijken.

De hierboven genoemde beleidsregels gelden voor bijbehorende bouwwerken bij burgerwoningen (bestemming Wonen). Voor afwijking van het bestemmingsplan ten behoeve van andere bouwwerken bij burgerwoningen of een bijbehorende bouwwerken bij andere gebouwen dan burgerwoningen, is geen beleidsregel opgesteld vanwege het specifieke/eenmalige karakter van de aanvragen. De mogelijkheden worden per geval onderzocht.

2.4.3 Een gebouw ten behoeve van een infrastructurele of openbare voorziening (onderdeel 2)

Een gebouw ten behoeve van een infrastructurele of openbare voorziening als bedoeld in artikel 2, onderdeel 18, onder a, van bijlage II bij het Besluit Omgevingsrecht, dat niet voldoet aan de in dat subonderdeel genoemd eisen, mits wordt voldaan aan de volgende eisen:

a.niet hoger dan 5 m, en

b.de oppervlakte niet meer dan 50 m².

Gezien het specifieke/eenmalige karakter van deze aanvragen worden de afwijkingsmogelijkheden per geval onderzocht.

2.4.4 Bouwwerk, geen gebouw zijnde (onderdeel 3)

Een bouwwerk, geen gebouw zijnde, of een gedeelte van een dergelijk bouwwerk, mits wordt voldaan aan de volgende eisen:

a.niet hoger dan 10 m, en

b.de oppervlakte niet meer dan 50 m².

Een erfafscheiding bij een woning of ander hoofdgebouw komt voor afwijking in aanmerking mits de hoogte maximaal 1 meter bedraagt, of maximaal 2 meter indien deze ten minste 1 meter achter de voorgevel van de woning of ander hoofdgebouw is geplaatst. Indien het een erfafscheiding betreft ter plaatse van een zijgevel die naar het openbaar terrein is gekeerd, komt deze voor afwijking in aanmerking mits de hoogte maximaal 2 meter is, indien deze tenminste 1 meter achter de voorgevel van de woning is geplaatst, waarbij de uitvoering voor minimaal 75 % moet bestaan uit natuurlijk groen.

Naast erfafscheidingen zijn er talloze bouwwerken, geen gebouw zijnde, mogelijk die onder dit artikel vallen. Onder meer kunnen dat zijn zwembaden, reclamezuilen, vlaggenmasten bij bedrijven, speelvoorzieningen op schoolpleinen, hekwerk bij dakterrassen, balkons, een buitentrap naar het dakterras, terrasschermen en grote parasols bij horecabedrijven etc, etc. Bij dergelijke aanvragen wordt afzonderlijk gemotiveerd aangegeven waarom medewerking wel of niet kan worden verleend.

2.4.5 Dakterras, balkon of ander bouwwerk aan of op een gebouw (onderdeel 4)

Een dakterras, balkon of andere niet op de grond gelegen buitenruimte aan of op een gebouw, een dakkapel, dakopbouw of gelijksoortige uitbreiding van een gebouw, de uitbreiding van een bouwwerk met een bouwdeel van ondergeschikte aard dan wel voorzieningen gericht op het isoleren van een gebouw.

a.Dakkapel

Een afwijking van het omgevingsplan wordt verleend voor een dakkapel ten behoeve van een (hoofd)woning of ander hoofdgebouw, waarbij zorgvuldig rekening wordt gehouden met eventuele eerdere precedenten op naburige gebouwen.

Voldaan moet worden aan de volgende eisen:

•de dakkapel in het voordakvlak of in een naar een openbaar toegankelijk gebied gekeerd zijdakvlak is niet breder dan 1/2 van het dakvlak met een maximum van 5 meter;

•de voet van de dakkapel ligt maximaal 1,5 m boven de goot;

•de goothoogte gegeven in het omgevingsplan blijft hierbij buiten beschouwing;

•de inhoud van de dakkapel wordt niet meegenomen bij de bepaling van de maximale inhoudsmaat van de woning zoals bepaald in het omgevingsplan;

•bij een gebroken kap wordt de dakkapel niet geplaatst op het boven-dakvlak.

b.Dakopbouw

Voor het oprichten van een dakopbouw wordt in principe geen medewerking verleend tot het afwijken van het omgevingsplan, tenzij in dezelfde straat en in de directe nabijheid dakopbouwen al wel aanwezig zijn.

Daarbij moet dan ook worden voldaan aan de volgende eisen:

•de hoogte mag de bestaande daknok met niet meer dan 1 meter overschrijden;

•de dakhelling dient gelijk te zijn aan het bestaande dakvlak;

•de goothoogte van de dakopbouw mag niet hoger zijn dan die van de bestaande daknok;

•de breedte is maximaal gelijk aan de afstand tussen de aanwezige schoorstenen.

c.De uitbreiding van een bouwwerk met een bouwdeel van ondergeschikte aard dan wel voorzieningen gericht op het isoleren van een gebouw.

Gezien het specifieke/eenmalige karakter van deze aanvragen worden de afwijkingsmogelijkheden per geval onderzocht.

2.4.6 Antenne-installatie (onderdeel 5)

Een antenne-installatie, mits niet hoger dan 40 m.

Er wordt alleen van het omgevingsplan afgeweken, als de antenne-installatie:

Algemene criteria

•in de omgeving wordt ingepast;

•de mogelijkheid biedt tot site-sharing;

•de mogelijkheid biedt tot roaming;

•niet wordt gebouwd op en bij monumenten;

•een hoogte heeft van niet meer dan 40 meter;

•past binnen het gemeentelijk en nationaal antennebeleid.

De plaatsing in de directe nabijheid van bestaande bebouwing (geen woonbebouwing) verdient te voorkeur.

Aanvullende criteria voor wat betreft binnen bebouwde kom

•wordt gesitueerd op gronden die in het bestemmingsplan niet zijn voorzien van een woonbestemming en niet binnen een straal van 300 m van woningen.

Aanvullend voor wat betreft buiten bebouwde kom

•zoveel mogelijk in nabijheid van bestaande bebouwing wordt gesitueerd, maar niet binnen een straal van 300 m van woningen.

2.4.7 Wkk-installatie bij glastuinbouwbedrijf (onderdeel 6)

Een installatie bij een glastuinbouwbedrijf voor warmtekrachtkoppeling als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder w, van de Elektriciteitswet 1998.

In de gemeente Nijkerk zijn geen glastuinbouwbedrijven aanwezig. Nieuwe glastuinbouwbedrijven worden conform gemeentelijk beleid niet toegestaan. Derhalve zal deze afwijkingsmogelijkheid zich in de gemeente niet voordoen.

2.4.8 Vergistingsinstallatie bij agrarisch bedrijf (onderdeel 7)

Een installatie bij een agrarisch bedrijf waarmee duurzame energie wordt geproduceerd door het bewerken van uitwerpselen van dieren tot krachtens artikel 5, tweede lid, van het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet aangewezen eindproducten van een krachtens dat artikellid omschreven bewerkingsprocedé dat ziet op het vergisten van ten minste 50 gewichtsprocenten uitwerpselen van dieren met in de omschrijving van dat procedé genoemde nevenbestanddelen.

Gezien het specifieke/eenmalige karakter van deze aanvragen worden de afwijkingsmogelijkheden per geval onderzocht.

2.4.9 Herinrichting van openbaar gebied (onderdeel 8)

Het gebruiken van gronden voor een niet-ingrijpende herinrichting van openbaar gebied.

Gezien het specifieke karakter van deze aanvragen worden de afwijkingsmogelijkheden per geval onderzocht.

2.4.10 Het gebruiken van bouwwerken binnen het bestaande bouwvolume (onderdeel 9)

Het gebruiken van bouwwerken, eventueel in samenhang met bouwactiviteiten die de bebouwde oppervlakte of het bouwvolume niet vergroten, en van bij die bouwwerken aansluitend terrein, mits, voor zover gelegen buiten de bebouwde kom, het uitsluitend betreft een logiesfunctie voor werknemers of de opvang van asielzoekers of andere categorieën vreemdelingen.

Belangrijk is om te vermelden dat bij toepassing van dit onderdeel het niet de bedoeling is om een woning te onttrekken aan de woningvoorraad door deze een andere functie te geven. Omgekeerd kan een woning niet worden toegevoegd door een andere functie om te wisselen in een woonfunctie. Functiewijziging binnen een woonbestemming kan alleen indien de woonfunctie in overwegende mate aanwezig blijft. Het aantal woningen moet namelijk gelijk blijven.

Er kunnen een vijftal categorieën bouwwerken worden onderscheiden waarvoor a.d.h.v. specifieke beleidsregels afwijkingen mogelijk kunnen worden gemaakt.

a.Gebouw, een woning of woongebouw zijnde

Hiervoor zijn er vele situaties die voorkomen maar die elk specifiek van karakter zijn. De afwijkingsmogelijkheden worden daarom per geval onderzocht.

b.Gebouw, een bijbehorend bouwwerk bij of aan een woning voor mantelzorg zijnde

Van toepassing zijn de criteria volgend uit de specifieke regeling ten behoeve van uitbreiding vanuit sociaal-medische redenen.

c.Gebouw, een woning, een bijbehorend bouwwerk voor de uitoefening van een aan huis verbonden bedrijf

d.Gebouw, geen woning of woongebouw zijnde

e.Bouwwerken geen gebouwen zijnde:

Gezien het specifieke/eenmalige karakter van deze aanvragen worden de afwijkingsmogelijkheden per geval onderzocht. De geldende beleidskaders voor bepaalde vormen van ruimtegebruik worden aangehouden.

2.4.11 Het gebruiken van een recreatiewoning voor bewoning (onderdeel 10)

Het gebruiken van een recreatiewoning voor bewoning, mits wordt voldaan aan de volgende eisen:

a.de recreatiewoning voldoet aan de bij of krachtens de Omgevingswet aan een bestaande woning gestelde eisen;

b.de bewoning niet in strijd is met de bij of krachtens de Omgevingswet of de Wet milieubeheer gestelde regels;

c.de bewoner op 31 oktober 2003 de recreatiewoning als woning in gebruik had en deze sedertdien onafgebroken bewoont, en

d.de bewoner op 31 oktober 2003 meerderjarig was.

De gemeente volgt bovenstaande regels voor afwijking en stelt geen aanvullende voorwaarden.

2.4.12 Ander gebruik dan bovenstaande gevallen, voor hoogstens tien jaar (onderdeel 11)

Ander gebruik van gronden of bouwwerken dan bedoeld in de paragrafen 2.4.1 tot en met 2.4.11, voor een termijn van ten hoogste tien jaar.

Afwijkingsmogelijkheden worden per geval onderzocht, gezien het specifieke/eenmalige karakter van deze aanvragen.

Dit hoofdstuk bevat een toelichting bij de beleidsregels.

Deze notitie kan worden aangehaald als: "Beleidsregels Planologische afwijkingsmogelijkheden".

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.