Aanhef
Gemeente Nieuwkoop
Afdeling Beheer Openbare Ruimte
maart 2025
2 Kader
2.1 Wettelijk kader
2.1.1 Omgevingswet
Op 1 januari 2024 is de Omgevingswet in werking getreden. Met de komst van de Omgevingswet is een groot aantal vergunningen samengevoegd tot één omgevingsvergunning.
Een uitwegactiviteit is een omgevingsactiviteit die bij volledige werking van de Omgevingswet wordt geregeld in het nieuwe omgevingsplan. Door de activiteit op te nemen in het nieuwe omgevingsplan ontstaan mogelijkheden voor meer samenhang en maatwerk. Hierbij hoort ook de vaststelling hoeveel en welke regels het meest geschikt zijn. Naast de vergunningsplicht en meldingsplicht kan de gemeente kiezen voor algemene regels, specifieke zorgplicht of het vrijstellen van regels.
2.1.2 Algemene Plaatselijke Verordening (APV)
De weigeringsgronden ten aanzien van de aanvraag van een omgevingsvergunning voor het maken, hebben of veranderen van (het gebruik van) een uitweg zijn opgenomen in de Algemene Plaatselijke Verordening Nieuwkoop (APV). De inhoud van het desbetreffende artikel is weergegeven hieronder.
1Het is verboden zonder vergunning van het bevoegd gezag:
a.een uitweg te maken naar de weg;
b.van de weg gebruik te maken voor het hebben van een uitweg;
c.verandering te brengen in een bestaande uitweg naar de weg.
2Voor de toepassing van het eerste lid wordt onder weg verstaan wat artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994 daaronder verstaat.
3Een vergunning als bedoeld in het eerste lid kan worden geweigerd in het belang van:
a.de bruikbaarheid van de weg;
b.het veilig en doelmatig gebruik van de weg;
c.de bescherming van groenvoorzieningen in de gemeente.
4Het verbod in het eerste lid geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet beheer Rijkswaterstaatswerken, de Waterschapskeur of het Provinciaal wegenreglement.
5Op de vergunning bedoeld in het eerste lid is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.
Bij een aanvraag voor het verplaatsen / vergroten / verkleinen van een bestaande uitweg gelden dezelfde voorwaarden als bij een aanvraag voor het verkrijgen van een eerste uitweg.
2.1.3 Overige wettelijke bepalingen
Bij de toetsing van de aanvraag van de omgevingsvergunning wordt ook rekening gehouden met de volgende wettelijke bepalingen:
-Wegenwet
-Wegenverkeerswet 1994
-Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990
2.2 Beleidskader
2.2.1 Landelijke richtlijnen (CROW)
Bij de aanleg van wegen binnen de gemeente Nieuwkoop wordt altijd nagestreefd waar mogelijk de landelijke richtlijnen, zoals door de CROW opgesteld, te volgen. Hierin zijn onder andere maten opgenomen voor ontwerpvoertuigen, dus hoe breed een uitweg zou moeten zijn voor het direct in- en uitrijden hiervan. Ook over de locatie van uitwegen zijn richtlijnen opgesteld. Deze richtlijnen vormen een handvat bij het toetsen of de aanleg van een uitweg gevolgen heeft voor de bruikbaarheid van de weg en het veilig en doelmatig gebruik van de weg.
2.2.2 Gemeentelijk verkeers- en vervoersplan (GVVP)
In 2020 is het GVVP van de gemeente Nieuwkoop geactualiseerd. Hierin is de wegencategorisering opgenomen. Dit is de basis voor de verkeersveilige inrichting van wegen waarbij verkeer, leefbaarheid en omgeving op elkaar zijn afgestemd, zodat personen en goederen vlot, veilig en efficiënt verplaatst kunnen worden. Wegen zijn onderverdeeld in erftoegangswegen, gebiedsontsluitingswegen en stroomwegen. Erftoegangswegen en gebiedsontsluitingswegen zijn binnen en buiten de bebouwde kom te vinden, stroomwegen alleen buiten de bebouwde kom. In de gemeente Nieuwkoop kennen we alleen erftoegangswegen en gebiedsontsluitingswegen.
De wegencategorisering is belangrijk, omdat bij erftoegangswegen verblijven centraal staat en bij gebiedsontsluitingswegen de doorstroming. Binnen een verblijfsgebied vindt uitwisseling van verkeersstromen plaats en is er dus een samenloop van diverse manoeuvres. Dit maakt dat de aanwezigheid van een uitweg met bijbehorende verkeersbewegingen beter past in een verblijfsgebied. Op een gebiedsontsluitingsweg is het belangrijk dat de doorstroming zo veel mogelijk gewaarborgd wordt. De aanwezigheid van een uitweg doorbreekt de doorstroming en is daarom langs gebiedsontsluitingswegen minder wenselijk dan bij erftoegangswegen en soms zelfs helemaal niet wenselijk. Een weggebruiker verwacht op een gebiedsontsluitingsweg geen onderbrekingen op zijn route en kan een uitweg leiden tot onveilige verkeerssituaties.
De wegencategorisering is daarom een belangrijk onderdeel in de toetsing van de aanvraag voor de bruikbaarheid van de weg en het veilig en doelmatig gebruik van de weg.
2.2.3 Groenbeheer
In de gemeente Nieuwkoop is een groenbeheerplan vastgesteld en zijn beschermwaardige houtopstanden aangewezen. Beide zijn van invloed bij de toetsing van aanvragen voor een omgevingsvergunning voor een uitweg. Wanneer voor de aanleg van een uitweg het belang van het behoud van groen(structuur) in het geding komt of een beschermwaardige houtopstand zou moeten verdwijnen, kan de aanvraag worden geweigerd vanwege de bescherming van groenvoorzieningen in de gemeente Nieuwkoop.
2.2.4 Bestemmingsplannen
Soms kan een aanleg van een uitweg in strijd met een geldend bestemmingsplan, wat kan betekenen dat de aanvraag voor een omgevingsvergunning voor een uitweg wordt geweigerd.
5 Toetsingscriteria
5.5 Afmetingen uitweg
5.5.1 Woningen
Het uitgangspunt bij een woning is dat een uitweg maximaal 5 meter breed mag zijn. Wanneer er vleugels worden toegepast, dan moet dit onder een hoek zijn van 45 graden over 1 meter. De aansluiting op de openbare weg is dan maximaal 7 meter. Dit laatste is alleen van toepassing bij bruggen of duikers.
In de openbare ruimte is niet altijd voldoende ruimte om te draaien bij in- en uitrijden. Ook kunnen door een uitweg van 5 meter twee naast elkaar gelegen parkeerplaatsen onafhankelijk van elkaar gebruikt worden. Hierdoor zullen in de praktijk meer auto’s op eigen terrein gaan parkeren, dan wanneer twee parkeerplaatsen achter elkaar liggen. Om de auto te kunnen gebruiken die het dichtst bij de woning ligt, zal de voorste auto altijd verplaatst moeten worden. In de praktijk blijkt dat vaak een eerste auto op eigen terrein staat geparkeerd en de tweede auto in een openbaar parkeervak. De parkeerdruk in de openbare ruimte neemt dan toe.
In bijzondere gevallen kan in overleg met de wegbeheerder een bredere uitweg worden toegestaan. Hierbij dient de noodzaak aangetoond te worden, bijvoorbeeld de beperkte breedte van de openbare weg waardoor de uitweg niet direct in- en uitgereden kan worden. 18
Gecombineerde uitweg
Als twee uitwegen van twee aan elkaar grenzende woonpercelen nagenoeg naast elkaar liggen, worden deze twee uitwegen uitgevoerd als één uitweg. De breedte van deze uitweg is afhankelijk van de ligging ten opzichte van de percelen in verband met het in- en uitrijden van beide percelen.
Maximaal wordt een breedte van 8 meter (2 x 4 meter) toegestaan, dit is inclusief kantopsluiting.
De opstelruimte bij een woning dient minimaal 5 meter lang en 2,5 meter breed te zijn, zodat een voertuig niet over het trottoir kan uitsteken.
5.5.2 Maatschappelijke voorzieningen en bedrijven
Bij een uitweg bij een maatschappelijke voorziening of een bedrijf wordt in eerste instantie uitgegaan van een maximum breedte van 5 meter waarbij geen vrachtverkeer op eigen terrein afgewikkeld wordt.
Bij uitwegen waarbij vrachtverkeer op eigen terrein afgewikkeld wordt mag de uitrit maximaal 8,0 meter breed zijn bij één uitweg en bij een gecombineerde uitweg maximaal 12 meter (2 x 6,0 meter).
De afmeting van de uitweg wordt bepaald door de breedte van de weg, de aard van het gebruik van de uitweg en de intensiteit waarmee de uitweg wordt gebruikt. Het keren, manoeuvreren en rangeren met voertuigen dient op eigen terrein te geschieden en niet ter plaatse van de uitweg of op de openbare weg.
Wanneer er vleugels worden toegepast bij een uitweg, dan moet dit onder een hoek zijn van 45 graden over 2 meter. De aansluiting op de openbare weg is dan maximaal 12 meter.
5.5.3 Percelen landbouw, natuur- en waterbeheer
De breedte van een uitweg bij een perceel van landbouw, natuur- of waterperceel is maximaal 5 meter. Ook hier kan het voorkomen dat er maatwerk en er een breder uitweg toegepast moet worden. De noodzaak voor een bredere uitweg zal dan aangetoond moeten worden.
Wanneer er vleugels worden toegepast, dan moet dit onder een hoek zijn van 45 graden over 2 meter. De aansluiting op de openbare weg is dan maximaal 9 meter.
5.5.4 Nieuwbouwprojecten
Bij nieuwbouwprojecten waar de openbare ruimte wordt ingericht of opnieuw wordt ingericht, wordt het tevoren een inrichtingsplan opgesteld. Het inrichtingsplan wordt beoordeeld door de afdeling Beheer Openbare Ruimte van de gemeente Nieuwkoop.
Van de nieuwe woningen, waarvoor geldt dat op eigen terrein wordt geparkeerd, wordt bij deze beoordeling de ligging van de uitwegen in de openbare ruimte getoetst. Hierdoor hoeft er na aankoop van een nieuwbouwwoning binnen een dergelijk project geen extra vergunning voor een uitweg te worden aangevraagd.
Dit geldt niet voor woningen gelegen op vrije kavels, waarvoor geldt dat op het moment van het maken en beoordelen van het inrichtingsplan de ligging van de woning en parkeergelegenheid (garage) nog niet bekend is.
6 Aanleg van de uitweg
6.1 Aanleg van de uitweg
6.1.1 Uitrit over trottoir
•Bij een breedte van het trottoir groter of gelijk aan 1,5 meter toepassen inritblokken 45x16x50 breedte 5 meter
•Bij een breedte van een trottoir kleiner dan 1,5 meter, toepassen verlaagde trottoirband inclusief overgangsband. Trottoir mee laten lopen met hoogte van de band.
•Dikke tegels 8cm dik halfsteensverband in lengterichting ter plaatse van inrit. (lint lagen)
•Aanleg, verwijdering en aanpassing door gemeente op kosten van aanvrager
•Onderhoud gemeente uit onderhoudsbudgetten
6.1.2 Uitrit particulier vrij liggend direct op rijbaan
•(erftoegangsweg en gebiedsontsluitingsweg binnen de bebouwde kom):
•Uitvoeren in betonstraatstenen grijs (volgens handboek) vanaf de aansluiting van de dam, brug of de erfgrens.
•Aanleg, verwijdering en aanpassing door gemeente op kosten van aanvrager
•Onderhoud gemeente uit onderhoudsbudgetten
6.1.3 Uitrit vanaf brug tot aan rijbaan afstand van brug tot rijbaan maximaal 5 meter
(erftoegangsweg binnen en buiten de komgrens en gebiedsontsluitingsweg binnen de kom):
•Uitvoeren in betonstraatstenen grijs (volgens handboek)
•Aanleg, verwijdering en aanpassing door gemeente op kosten van aanvrager
•Onderhoud gemeente uit onderhoudsbudgetten
6.1.4 Uitrit bedrijf op bedrijventerrein vrij liggend:
•Uitvoeren in betonstraatstenen grijs (volgens handboek)
•Aanleg, verwijdering en aanpassing door gemeente op kosten van aanvrager
•Onderhoud gemeente uit onderhoudsbudgetten
6.1.5 Uitrit bedrijf op bedrijventerrein over trottoir:
•Uitvoeren in betonstraatstenen grijs (volgens handboek)
•Aanbrengen trottoirband verlaagd 30-25 band tussen rijbaan en uitrit met
•verloopbanden naar 13/15-25
•Aanleg, verwijdering en aanpassing door gemeente op kosten van aanvrager
•Onderhoud gemeente uit onderhoudsbudgetten
6.1.6 Uitritten zowel particulier als bedrijven op erftoegangswegen buiten de bebouwde kom:
•Aanvrager is zelf verantwoordelijk voor de aanleg, onderhoud en aanpassingen van de inrit.
•De aanvrager vraagt vergunning aan voor het hebben en in stand houden van een inrit op openbare grond.
•Indien er vergunning afgegeven wordt voor het aanleggen en onderhouden van kabels en leidingen, en de inrit hiervoor moet worden opgebroken, dan is de houder van de vergunning verplicht deze werkzaamheden toe te staan. Met de kabel- en leiding beheerders worden door de vergunninghouder afspraken gemaakt over de herstelwerkzaamheden van deze inrit. De kabel- en leiding beheerder is verplicht deze werkzaamheden uit te voeren. Verantwoordelijkheid hiervan ligt bij de vergunninghouder.
•De aansluiting van de inrit op de openbare weg moet bestaan uit elementenverharding of asfalt over minimaal een meter. Hierbij moet de rand van de rijbaan worden gerespecteerd, en mag de verharding van de inrit niet verder worden doorgezet dan de lijn van de kant van de verharding.
•De aansluiting van de inrit moet conform handboek openbare ruimte worden aangebracht. Hiervoor worden er twee details uitgewerkt voor uitvoering. Een week voorafgaand aan uitvoering moet de aansluiting van de inrit op de rijbaan worden afgestemd en gecontroleerd door de toezichthouder verhardingen van de afdeling beheer openbare ruimte.
Bijlage
Inritconstructies
Inritconstructies detail extra