Gemeentelijke regelgeving

Standplaatsenbeleid ‘Ruimte voor standplaatsen in Nieuwkoop’

Gemeente Nieuwkoop · geldt sinds 24 maart 2022

Bijlage I: Aanvullende bepalingen aanwijzingsbesluit

Aanvragen voor standplaatsvergunningen en de inname van een standplaats dienen binnen de gemeente aan een aantal algemene criteria te voldoen, gelet op afdeling 4 Standplaatsen uit de APV.

Bestemmingsplan. Standplaatsen moeten in overeenstemming zijn met het bestemmingsplan. Standplaatsen mogen alleen worden gesitueerd op plaatsen waar bestemmingen gelden die openbaar toegankelijke ruimte aanduiden.

Voorwaarden locatie

Naast de verschillende soorten standplaatsen, is de locatie en zijn de voorzieningen van belang. Uiteindelijk bieden deze kaders en condities voor externe afstemming voor het goed gebruiken van een standplaats.

1Voorzieningen. De standplaats dient bij alle weersomstandigheden goed bruikbaar en bereikbaar te zijn. In het belang van de openbare orde dient de openbare ruimte zoveel mogelijk open en controleerbaar te zijn. Een standplaats mag daarom niet op een zodanige locatie worden gesitueerd dat aan deze uitgangspunten afbreuk wordt gedaan. De standplaats dient daarom op een harde ondergrond te staan.

2Nutsvoorzieningen. Bij een aantal plaatsen is sprake van nutsvoorzieningen die ter plaatse kunnen worden gebruikt. De standplaatshouder mag daar ook gebruik van maken, wanneer dit in de vergunning staat of wanneer dit in afstemming is met de gemeente Nieuwkoop. Bij afwezigheid van nutsvoorzieningen mag de vergunninghouder niet zonder toestemming van de gemeente zelf nutsvoorzieningen aanbrengen. De standplaatshouder moet op deze plaatsen dus zelf volledig in eigen stroom/gas/water voorzien.

Voorwaarden veiligheid en volksgezondheid

1Openbare veiligheid. Een standplaats mag geen belemmering vormen voor de openbare veiligheid.

Verkeersveiligheid: Hierbij gaat het om het beperken van overlast, verkeersvrijheid en –veiligheid, het ordelijk en veilig verloop van de verkeersbewegingen. Kramen, karren en stallen mogen een vlotte doorstroom van voetgangers niet beperken. Ook gehandicapten in rolstoelen, scootmobielen etc. dienen voldoende doorgang te behouden bij de aanwezigheid van standplaatsen. Een standplaats mag geen verkeer- of parkeerhinder tot gevolg hebben. Bij een standplaats moet er voldoende parkeergelegenheid mogelijk zijn en mag dit niet in beslag worden genomen door de standplaatshouder. Dit zodat bezoekers het verkeer niet hinderen en er voldoende parkeermogelijkheden blijven. Standplaatsen mogen geen verkeersgevaarlijke situaties opleveren doordat zij bijvoorbeeld het zicht op naderend verkeer ontnemen. Bij de bepaling van de locaties voor standplaatsen wordt bovendien rekening gehouden met de toegankelijkheid voor hulpverleningsdiensten in geval van calamiteiten. Kabels, leidingen, rioolputten, e.d. dienen bereikbaar te zijn ten behoeve van reparatie of onderhoud.

Fysieke veiligheid: In verband met de fysieke veiligheidsrisico’s zoals brand- en explosiegevaar dient een standplaats te voldoen aan de eisen genoemd in de “Handreiking voor gemeenten en ondernemers: Veiligheid op de markt”. Over mogelijkheden voor uitzonderingen op deze regels wordt door brandweer en/of politie geadviseerd.

2Volksgezondheid.Standplaatsen mogen geen risico voor de volksgezondheid opleveren.

Op iedere standplaats dient derhalve een gelegenheid te zijn voor het deponeren van afval. De vergunninghouder dient bij afwezigheid hiervan zelf zorg te dragen voor een (mobiele) gelegenheid tot het deponeren van afval nabij de standplaats. Daarnaast dient de standplaats en de directe omgeving na gebruik schoon en in de oorspronkelijke staat te worden achtergelaten. Eventuele verstrekte producten, die worden uitgedeeld door de standplaatshouder, dienen worden opgeruimd wanneer deze niet in de daarvoor bestemde afvalcontainers worden gedeponeerd.

3Veiligheid. In het kader van het veiligheidsbelang en de brandveiligheid is frituren, bakken en braden en dergelijke slechts toegestaan indien de bakinstallatie voldoet aan de eisen van de Wet Milieubeheer. Daarnaast dient ter bescherming van het milieu de regels van de Wet Milieubeheer worden nageleefd. De standplaatshouder is te allen tijde verantwoordelijk voor de staat, veiligheid en inrichting van zijn standplaats.

Voorwaarden afmetingen standplaats en tijdvenster

1Omvang standplaats. De standplaats heeft een maximale oppervlakte van 40 m². De afmetingen van een standplaats worden bepaald door de gemeente, aangezien een standplaats nooit groter kan zijn dan de fysiek beschikbare ruimte. De oppervlakte wordt daarom opgenomen in de vergunning en het hieraan ten grondslag liggende aanwijsbesluit. Indien er een grotere oppervlak gewenst is, kan dit gemotiveerd in de standplaatsvergunning worden opgenomen. Een zodanige afweging kan en zal alleen gemaakt worden, voor zover in de openbare ruimte daarvoor fysiek voldoende ruimte beschikbaar is.

Het innemen van standplaats heeft invloed op de beschikbaarheid van de openbare ruimte. Hoewel de beschikbare ruimte per locatie verschillend is, heeft de gemeente ervoor gekozen om een algemeen maximum te verbinden aan de omvang van de standplaats van 28 m². Binnen die ruimte is het voor standplaatshouders mogelijk om een standplaats te kunnen innemen.

Aan de andere kant is met die maximale oppervlakte gewaarborgd dat er geen onevenredige inbreuk wordt gemaakt op de gebruiksmogelijkheden van de openbare ruimte (waaronder bijvoorbeeld de mogelijkheid voor hulpdiensten om bij calamiteit gebruik te kunnen maken van de openbare ruimte).

De maximale oppervlakte van 28 m² omvat naast de verkoopruimte zelf ook alle bijkomende voorzieningen. Dat betekent dat voorzieningen als luifels, uitstallingen en vuilnisbakken binnen deze ruimte moeten worden geplaatst. Als gevolg van weersomstandigheden (wind, zon) kan een standplaatshouder soms genoodzaakt zijn hun standplaats te draaien, daarom wordt er niet gewerkt met lengte en breedte maten. Daarnaast worden in de bestemmingsplannen grotere oppervlakten dan de genoemde 28 m² opgenomen waardoor het draaien van de standplaats mogelijk is.

2Tijdsvenster. De standplaatsen kunnen worden ingenomen op de dagen dat vergunning is verleend, van 08.00 uur tot 18.00 uur, tenzij anders is aangegeven. Bij het verkrijgen van een standplaatsvergunning dient te worden voldaan aan het uitvoeringsvoorschrift. De standplaats dient te zijn verlaten uiterlijk een half uur na het in de vergunning genoemde tijdstip.

3Uitbreiding standplaats. Voor uitbreiding van het oppervlakte van een standplaats kan toestemming verkregen worden ter grootte van 15% van het oppervlakte. Deze behoefte kan ontstaan als gevolg van een aanpassing van het marketing- concept noodzaak, waarbij de ruimtebehoefte groter wordt.

Voorwaarden procedureel

Voordat een aanvraag voor een standplaats kan worden toegekend, dient te worden beantwoord aan de volgende voorwaarden. Deze worden bij de standplaatshouders als bekend verondersteld.

1Draagvlak. Voor het al dan niet verlenen van een vergunning wordt draagvlak gezocht bij winkeliers en inwoners. De inspraak heeft geen bindend karakter, de gemeente neemt het mee in haar overwegingen.

2Registratie. Standplaatsvergunningen worden slechts verleend aan personen die ingeschreven zijn bij de Kamer van Koophandel en een geldig registratiebewijs hebben van de Centrale Vereniging voor de Ambulante Handel. Een vergunning voor een standplaats wordt alleen verleend aan een persoon die werkzaam is in het bedrijf waarvoor de aanvraag wordt gedaan. Deze persoon staat op het inschrijvingsbewijs van de Kamer van Koophandel of staat op de machtiging van de persoon door het bedrijf.

3Maximum aantal standplaatsen per aanvrager. De vergunning wordt niet alleen verstrekt op naam, omdat de aanvrager dan de mogelijkheid heeft op alle voor kramen aangewezen locaties te staan. Daarom wordt er gegund voor een beperkt aantal dagen en plekken, waarbij de aanvrager vrij is op welke plek de kraam binnen de vergunde plekken wordt geplaatst.

4Overdracht standplaats.

-Er worden geen bijzondere vereisten gesteld om een ander te zijnen behoeve en ter uitoefenen van zijn bedrijf van de standplaats gebruik te laten maken. Er worden geen wachtlijsten gehanteerd.

-Het is niet toegestaan dat de vergunninghouder de vergunning afstaat aan een andere ondernemer of omwisselt.

-Als een ondernemer failliet is, is deze de vergunning kwijt. De vergunning wordt dan overgedaan aan een ander. De vergunning kan immers niet verkocht worden omdat deze op naam staat.

-Overdracht van een standplaatsvergunning is alleen mogelijk bij aantoonbare bedrijfsopvolging. Overnamekandidaten dienen altijd aan alle, in dit beleid gestelde, voorwaarden te voldoen.

-Het is evenmin toegestaan een vergunning over te nemen door de ondernemer vennoot te maken (VOF), al dan niet door inkoop van de ondernemer.

In bijzondere gevallen kan het College toestemming gevraagd worden om een ander te zijnen behoeve en ter uitoefening van zijn bedrijf van de standplaats gebruik te laten maken. Het College kan op verzoek in de standplaatsvergunning opnemen dat een vervanger of partner tevens de standplaats in mag nemen voor rekening en risico van de vergunninghouder. Overdracht van een standplaatsvergunning is alleen mogelijk bij aantoonbare bedrijfsopvolging. Overnamekandidaten dienen altijd aan alle in dit beleid gestelde voorwaarden te voldoen. Er worden geen bijzondere vereisten gesteld om een ander te zijnen behoefte en ter uitoefening van zijn bedrijf van een standplaats gebruik te laten maken.

5Opzegging standplaats. Voor een continue bezetting van de standplaatsen dient de opzegging van een standplaats ten minste één kwartaal als opzegtermijn in acht te worden genomen. Derhalve dient de standplaatshouder uiterlijk één maand voor het feitelijk niet meer innemen van de standplaats de gemeente hiervan schriftelijk op de hoogte te stellen. Deze periode kan de gemeente gebruiken om de standplaats open te stellen voor een andere gebruiker. Wanneer de opzegging niet of niet tijdig wordt gedaan zullen de kosten wel in rekening worden gebracht. Opzegging kan ook gebeuren als de standplaatshouder zich niet aan de afspraken houdt, na waarschuwing door de gemeente. Aan het einde van de periode van vergunningverlening vervallen alle rechten van de standplaatshouder.

6Feestdagen en evenementen. Wanneer op feestdagen of tijdens evenementen de locatie van de standplaatshouder niet of nauwelijks te gebruiken is, vervalt het recht van de standplaatshouder om zijn standplaats in te nemen. In samenspraak met de gemeente wordt er een plek in de gemeente gezocht voor de standplaatshouder.

Voorwaarden financieel

1Staangelden. Voor het behandelen van aanvragen van een standplaatsvergunning worden leges geheven. Dit bedrag wordt jaarlijks bepaald in de Legesverordening en dit zijn de kosten voor de vergunning. Deze gelden bestaan verder uit nutsheffing - afhankelijk van gebruikscategorie – en staangeld voor de te gebruiken meters. Voor het tijdelijk in gebruik nemen van de grond van de gemeente wordt per kwartaal staangeld geheven.

2Standplaatsen op gronden niet in eigendom van de gemeente. Voor standplaatsen op gronden niet in eigendom van de gemeente - particuliere of provinciale gronden - geldt dat de aanvrager alleen leges dient te betalen voor de vergunningaanvraag. De vergunning is nodig voor een mogelijk effect op de openbare ruimte en het voorzieningsniveau. Een verklaring van toestemming van de eigenaar van de grond dient te worden bijgevoegd bij de aanvraag. Als de toestemming van de eigenaar komt te vervallen, wordt de standplaatsvergunning ingetrokken.

Bijlage II: toezicht- en handhaving

Effectief toezicht op standplaatsen is essentieel om wildgroei van standplaatsen en kioskvorming te voorkomen. Aangezien standplaatsvergunningen voor bepaalde tijd worden verleend, moeten de standplaatsen te allen tijde worden gecontroleerd of de vergunninghouder voldoet aan de voorwaarden in de vergunning en in het bezit is van de juiste papieren. Door middel van gemeentelijke handhavingsbeleid wordt voorkomen dat er kioskvorming plaatsvindt, regelmatig zullen er dus controles plaatsvinden.

In het belang van de openbare orde wordt er regelmatig gecontroleerd of de standplaatsen schoon achter worden gelaten. De marktmeester/toezichthouder is de aangewezen persoon door de gemeente Nieuwkoop om hier toezicht op te houden. In samenwerking met de toezichthouder wordt er handhaving gepleegd. De toezichthouder is bevoegd om overtredingen te constateren.

Overtreding van de voorwaarden, Kaartensysteem.

1Eerste gele kaart. Bij een 1e overtreding van de voorschriften van de standplaatsvergunning of andere regels zoals neergelegd in dit beleid geeft de toezichthouder een mondelinge waarschuwing, hiervan wordt een melding gemaakt bij de vergunningverlener. De standplaatshouder moet verbetering tonen na 1 maand van de overtreding en niet in herhaling vallen.

2Tweede gele kaart. Bij een 2e overtreding van hetzelfde voorschrift in de standplaatsvergunning dan wel in het standplaatsenbeleid ontvangt de vergunninghouder van het College een schriftelijke waarschuwing.

3Rode kaart. Bij een 3e overtreding van hetzelfde feit zal het College de standplaatsvergunning intrekken, dit is afhankelijk van de aard en ernst van de overtreding, in het kader van het evenredigheidsbeginsel. De standplaats zal, na oordeel van de toezichthouder, opnieuw beschikbaar komen voor geïnteresseerden.

Bijlage III: soort standplaatsen

In de gemeente Nieuwkoop kennen we verschillende soorten standplaatsen waarvan gebruik kan worden gemaakt.

Vaste standplaatshouders, ook wel jaar- of algemene standplaatsen, staan gedurende een deel of het hele jaar één of meerdere dagen per week op een bepaalde (in het bestemmingsplan) vastgelegde locatie. Daarnaast zijn er standplaatshouders die gedurende een bepaalde periode van het jaar (maximaal zes maanden per jaar) een dergelijke standplaats innemen. Dit betreffen seizoensgebonden standplaatsen, deze standplaatsen worden aangemerkt als seizoensgebonden standplaats, ook wel tijdelijke- of periodieke standplaatsen. Tenslotte zijn er de incidentele standplaatshouders, deze standplaatsen nemen maximaal 1 maand een nader te bepalen of vastgelegde standplaats in. Bij de onderstaande beleidsuitgangspunten is steeds aangegeven voor welk soort standplaatshouder deze gelden. De algemene criteria voor standplaatsen in deze nota zijn onverminderd van toepassing op de bijzondere standplaatsen en voor nieuwe gegadigden.

3Vaste standplaats. Een vaste standplaats (jaarstandplaats of algemene standplaats) is een standplaats die gedurende één of meerdere dagen per week, gedurende het gehele jaar of een deel van het jaar, op een (in het bestemmingsplan) vastgelegde locatie staat. De standplaatshouder krijgt een vergunning voor bepaalde tijd, minimaal 1 jaar, zie de vaste standplaats gebieden. Voorbeelden: Bloemenstal of mobiele snackbar.

4Seizoensgebonden standplaats. Een seizoensgebonden standplaats (periodieke/tijdelijke standplaats) is een standplaats als je voor bepaalde periode van het jaar (minimaal drie maanden, maximaal zes maanden per jaar) een dergelijke standplaats wilt innemen. Een vergunning voor een seizoensgebonden standplaats mag geen structureel karakter aannemen. Ook hier geldt dat de vergunning voor een periode van 10 jaar verleend wordt. Hieraan ten grondslag ligt het streven naar zoveel mogelijk diversiteit en aanbieders die gebruik kunnen maken van deze standplaatslocaties. Indien het seizoen langer is dan de gesteld periode valt de standplaats onder het regime van de vaste standplaatsen en vindt de toetsing plaats aan dat regime.

5Voor seizoensgebonden standplaatsen wordt zoveel mogelijk gebruik gemaakt van de pleinen, locaties die dienen als verbinding tussen de verschillende winkelgebieden of centrale locaties in de wijk (bij een wijkwinkelcentrum). Met deze algemene regels wil het College in hoofdzaak wildgroei voorkomen en geen afbreuk doen aan het uitgangspunt dat verkoop van goederen zoveel als mogelijk dient te geschieden vanuit gebouwen. De (beleids-)regels laten onverlet de bevoegdheid van het College van Burgemeester en Wethouders, een seizoensgebonden standplaatsvergunning toch te weigeren omdat een andere weigeringsgrond hiertoe noopt, bijvoorbeeld de verkeersveiligheid.

Voorbeelden: de verkoop van seizoensgebonden producten zoals ijs en oliebollen.

Indien een standplaats seizoensgebonden wordt ingenomen ten behoeve van maatschappelijke doeleinden, kan vergunningverlening plaatsvinden in afwijking van het in deze beleidsnota opgenomen beleid. Onder maatschappelijke doeleinden wordt o.a. verstaan: bevolkingsonderzoek, educatieve doelen, etc. In afwijking van de toegelaten maanden, kan indien sprake is van een belangrijke gebeurtenis zoals een opening of jubileum, vergunning worden verleend voor een incidentele (bijzondere) standplaats.

6Incidentele (bijzondere) standplaats. Een incidentele standplaats is een standplaats die maximaal 31 dagen of anders gezegd 1 maand op een nader te bepalen of vastgelegde standplaats in neemt. Een incidentele standplaats mag overal in de gemeente worden ingenomen voor ten hoogste 31 dagen of 1 maand per kalenderjaar. Een incidentele standplaats is een standplaats die niet met regelmaat of vaste frequentie wordt ingenomen en slechts voor incidentele doeleinden 31 dagen of 1 maand per jaar wordt ingenomen. Het is een tijdelijke standplaats en er zijn geen locaties voor vastgesteld, zodat het incidentele karakter blijft gewaarborgd. Voorbeeld: Verkoop van koek- en zopiestandplaats, opening van het haringseizoen, verkoop van rozen tijdens Valentijnsdag, kerstbomen of andere seizoensgebonden waren en goederen.

Winkeliers die behoefte hebben aan een standplaats voor hun eigen winkel, om extra aandacht te vestigen op hun producten, kunnen hiervoor maximaal 31 dagen of 1 maand per jaar een incidentele standplaatsvergunning aanvragen. Bij de beoordeling van de vergunningaanvraag wordt net als bij de vaste en de tijdelijke standplaatsen, getoetst aan de criteria van de APV. Maximaal van 31 dagen of 1 maand per jaar mag een incidentele standplaats innemen.

Incidentele standplaatshouders kunnen wel van dezelfde locaties gebruik maken als de vaste standplaatshouders en seizoensgebonden standplaatshouders, op de dagen dat er geen gebruik wordt gemaakt van die locaties. Ook buiten die locaties is het mogelijk om vergunning te verlenen ten behoeve van een incidentele standplaats. Aanvragers voor een incidentele standplaats zullen zelf aan moeten geven waar zij willen staan. Vervolgens zal met de afdeling beheer, de politie en de brandweer worden afgestemd of de locatie mogelijk is.

Bijlage IV: kengetallen ambulante handel

Trends. Naar branche zie je de volgende trend:

-De foodbranche* op de markt is de afgelopen tien jaar gegroeid in aantal bedrijven (+ 1.000 bedrijven);

-Het aantal agf-kramen (aardappels, groente, fruit) is stabiel;

-Het aantal bedrijven in de non-food sector op de markt neemt af met gemiddeld 100 ondernemers per jaar;

-Het aantal bedrijven in textiel en kleding neemt langzaam maar zeker af;

-De branches textiel en kleding (- 500 bedrijven) en tweedehands artikelen (- 300 bedrijven) laten hierbinnen in de afgelopen 10 jaar de grootste daling zien.

-Het aantal bedrijven in de overige non food schommelt.

Ambulante handel. In Nederland zijn circa 19.000 mensen actief in ambulante handel, naast de ruim 11.000 ondernemers (en meewerkende partners) zijn er circa 8.000 medewerkers in loondienst (CBS 2017). Het aantal ondernemers in de ambulante handel schommelt al jaren rond de 11.000. De foodbranche op de markt is de afgelopen tien jaar gegroeid in aantal bedrijven, het aantal bedrijven in de non-food sector* neemt af (CBS 2017). 29% van de ondernemers is actief op een standplaats, al dan niet in combinatie met een andere verkoopvorm.

41% van de ondernemers combineren de standplaats met de warenmarkt, 25% hebben alleen een standplaats. Overige ondernemers combineren met een (web)winkel, tuinderij of kwekerij. 80% heeft een verkoopwagen, bloemen en planten hebben kramen en anderszins een parasol bv. Textiel en non food hebben meestal een kraam. 50% heeft wekelijks 1 standplaats, bloemen en planten en overige non-food vaker dan food en textiel.

De medewerkers in de ambulante handel zijn voor de helft jonger dan 30 jaar. Zij werken voor de helft 1 of 2 dagen in de week in de ambulante handel, de andere helft werkt er meer dan 2 dagen, voor hen is het meer dan een bijbaan. Circa 60% van de medewerkers heeft een contract voor onbepaalde tijd. Van de bijna 8.000 medewerkers werkt circa 80% bij een food-ondernemer. Bij de marktondernemers laat de leeftijdsopbouw een ander (vergrijzend) beeld zien dan bij de werknemers. De meerderheid is 50+. Van ruim 10% van de ondernemers mag vanwege de hoge leeftijd verwacht worden dat zij binnen een aantal jaren zullen stoppen.

Warenmarkten en kramen. Wekelijks worden in Nederland ruim 1.000 warenmarkten gehouden (Allesoverdemarkt.nl). Op deze markten worden naar schatting elke week circa 38.000 plaatsen door marktondernemers ingevuld. De omvang van een (algemene) warenmarkt hangt veelal samen met de omvang van het verzorgingsgebied. Vrijwel elke gemeente beschikt over ten minste één warenmarkt in het belangrijkste centrumgebied. In grotere steden (> 50.000 inwoners) is doorgaans op meerdere dagen een markt in het centrum en wordt ook een markt bij een of enkele wijk- of stadsdeelcentra gehouden. Thematisch opgezette markten richten zich op specifieke doelgroepen en zijn daarom vooral in de grote steden en in centra met een sterk toeristisch/recreatief profiel te vinden (voldoende klantenpotentieel).

Zondag en maandag zijn traditioneel geen populaire dagen als marktdag (Allesoverdemarkt.nl). Op donderdag en vrijdag worden de meeste markten gehouden. Doordat de zaterdag markten gemiddeld groter zijn, kan gesteld worden dat de piek voor de markten uit die drie dagen bestaat (do-vr-za). Dit is overeenkomstig met de piek in het druktebeeld van passanten in centrumgebieden. De foodondernemers op de markt hebben doorgaans de grootste kramen en de meeste omzet. Er zijn grote verschillen in bedrijfsvoering en professionaliteit.

* (non)food = (niet-)etenswaren

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.