Artikel 1
Voor de toepassing van deze regeling wordt verstaan onder:
a.Burgemeester en wethouders: Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Nieuwkoop;
b.Medewerker: De ambtenaar, zoals bedoeld in artikel 1:1, lid 1, onder a., van de CAR/UWO;
c.Bezoldiging: De bezoldiging, zoals bedoeld in artikel 3:1, lid 2, onder c., van de CAR/UWO;
d.Salaris: Het salaris, zoals bedoeld in artikel 3:1, lid 2, onder b., van de CAR/UWO;
e.Uurloon: Het uurloon, zoals bedoeld in artikel 1:1, lid 1, onder o., van de CAR/UWO;
f.Schaal: De schaal, zoals bedoeld in artikel 3:1, lid 2, onder a., van de CAR/UWO, en desalaristabellen in bijlage IIa de CAR/UWO;
g.Aanloopschaal: De salarisschaal die één schaal onder de salarisschaal ligt waarin de betreffende functieis ingeschaald;
h.Functieschaal: De salarisschaal waarin de functie is ingeschaald op basis van het geldendefunctiewaarderingssysteem;
i.Garantieschaal: het salaris per 31 december 2006 inclusief vooruitzichten (maximum van de schaal) dat de ambtenaar gegarandeerd wordt, indien dat hoger is dan de functieschaal van de functie waarin de ambtenaar is geplaatst op 1 januari 2007
j.Maximumsalaris: Het hoogste bedrag van een salarisschaal;
k . Volledige betrekking: De volledige betrekking, zoals bedoeld in artikel 1:1, lid 1, onder k., van de CAR/UWO;
l . Overwerk: Overwerk, zoals bedoeld in artikel 1:1, lid 1, onder l., van de CAR/UWO;
m . Functie: Het samenstel van werkzaamheden door de medewerker te verrichten zoals vastgelegd in defunctiebeschrijving of het functieprofiel;
n . Manager: De betreffende afdelingsmanager.
Artikel 2
1Het recht op salaris begint op de dag waarop de aanstelling van de medewerker ingaat. Als in het aanstellingsbesluit geen datum van ingang is vermeld, begint het recht op salaris op de dag waarop de medewerker feitelijk in dienst is getreden.
2De salarisbetaling vindt maandelijks plaats.
3Wanneer het salaris, een vergoeding of een toelage moet worden berekend over een gedeelte van een maand, dan wordt het bedrag per dag vastgesteld door het maandbedrag te delen door het aantal kalenderdagen van die maand.
4Het recht op salaris eindigt in geval van ontslag, met ingang van de dag waarop het ontslag ingaat.
Artikel 3
Het salaris van de medewerker met een onvolledige betrekking wordt vastgesteld op een evenredig deel van het salaris dat voor hem zou gelden bij een volledige betrekking.
Artikel 4
11.Het salaris van de medewerker wordt vastgesteld op een bedrag volgens de salarisschalen zoals opgenomen in bijlage IIa van de CAR/UWO.
22.De toepassing van bijlage IIa vindt plaats conform het gestelde in artikel 3:1, derde t/m vijfde lid, van de CAR/UWO.
3Burgemeester en wethouders bepalen de voor de betreffende functie geldende salarisschaal. Dit vindt plaats aan de hand van de functiebeschrijving/het functieprofiel, het functiewaarderingsonderzoek en de vastgestelde conversie.
4Burgemeester en wethouders kunnen nadere regels stellen met betrekking tot de uitvoering van een functiewaarderingsonderzoek en de daarbij te hanteren methode.
5Als de medewerker (nog) niet volledig voldoet aan de eisen die aan de functievervulling worden gesteld, dan kan het salaris bepaald worden op een lagere salarisschaal dan de voor de functie geldende salarisschaal.
6Zonder voorafgaand ontslag kan voor een medewerker geen salarisschaal gaan gelden lager, dan de reeds voor hem geldende salarisschaal. Een verlaging kan wel plaatsvinden bij definitieve herplaatsing van een zieke medewerker, zoals bedoeld in artikel 7:16, lid 2, van de CAR/UWO, dan wel bij disciplinaire straf, zoals bedoeld in hoofdstuk 16 van de CAR/UWO.
Artikel 5
De inschaling bij indiensttreding wordt door de manager bepaald aan de hand van de vastgestelde functieschaal van de functie, de te verwachten kwalitatieve en kwantitatieve productie van de nieuwe medewerker en zijn opleiding(en), vaardigheden en ervaring.
Artikel 6
1Het salaris van de medewerker die voldoende functioneert, hetgeen geconstateerd wordt aan de hand van een formele beoordeling met als eindscore minimaal C “zoals verwacht mag worden”, wordt binnen de voor hem geldende salarisschaal periodiek verhoogd tot het naast hogere bedrag.
2De periodieke verhogingen worden door de manager toegekend aan de medewerker die het maximum van de voor hem geldende salarisschaal nog niet heeft bereikt, voor de eerste maal met ingang van de eerste dag van de maand waarin zijn aanstelling een jaar heeft geduurd. Daarna telkens na een jaar, waarbij voor elke periodieke verhoging geldt dat hiervoor een formele beoordeling heeft plaatsgevonden.
Artikel 7
1Wanneer voor de medewerker een hogere salarisschaal gaat gelden, dan wordt het salaris in de nieuwe schaal vastgesteld op een bedrag, gelegen onmiddellijk boven het bedrag, dat de medewerker volgens de oude schaal ontving. Als deze nieuwe inschaling tegelijkertijd plaatsvindt met een periodieke verhoging, dan vindt eerst de nieuwe inschaling plaats en daarna wordt de periodieke verhoging toegepast.
2Bij toepassing van het eerste lid, eerste volzin, wordt het nieuwe salaris met één periodiek verhoogd, als het salaris in de nieuwe schaal een groei van minder dan 75% bedraagt van het salarisverschil, tussen het oude salaris en een periodieke verhoging binnen die schaal.
3Voor de medewerker die het maximum van de oude schaal reeds had bereikt, moet de groei minimaal 75% van het salarisverschil bedragen, dat de medewerker met de laatste periodieke verhoging in de oude schaal heeft gekregen.
Artikel 8
1Als de medewerker op 1 januari 2007 geplaatst is in een functie waaraan een lagere functieschaal is verbonden dan de functieschaal van de functie die hieraan voorafgaand werd bekleed bij één van de rechtsvoorgangers van de gemeente Nieuwkoop, dan zal hem een persoonlijke garantieschaal worden toegekend, waarvan de hoogte gelijk is aan de schaal en regel welk hij ontvangt op 31 december 2006. De op grond van dit lid bepaalde garantieschaal volgt de algemene salarisontwikkeling van de sector gemeenten.
2Bij bevordering naar een hogere schaal wordt het bedrag van de garantieschaal verrekend in het toe te kennen salarisbedrag. Als dit bedrag hoger is dan de garantieschaal vervalt het recht op een garantietoelage.
Artikel 9
1Aan de medewerker die het maximum van de voor hem geldende salarisschaal nog niet heeft bereikt, kan door de manager een extra periodieke salarisverhoging worden toegekend op grond van uitstekende vervulling van de functie. Een dergelijke toekenning vindt plaats op basis van een formele beoordeling, waarbij de score E “presteert meer dan mag worden verwacht” is vastgesteld.
2Bij de toepassing van het vorige lid blijft het tijdstip waarop een salarisverhoging wordttoegekend, zoals bedoeld in artikel 6, ongewijzigd, tenzij anders wordt bepaald.
Artikel 10
1Als een medewerker een uitstekende individuele, langduriger prestatie heeft geleverd, kan aan hem door de manager een gratificatie, zoals bedoeld in artikel 15:1:28, van de CAR/UWO worden toegekend.
2Het algemeen functioneren van de medewerker is tenminste “zoals verwacht mag worden”; een formele beoordeling is hiervoor niet vereist.
3Toekenning en uitbetaling van de gratificatie vindt plaats direct na afloop van de prestatie.
4Afhankelijk van de aard en inhoud van de prestatie, bedraagt de gratificatie minimaal 100,- en maximaal 1.000,- euro netto.
Artikel 11
1Als een groep medewerkers een uitstekende gezamenlijke, langduriger prestatie heeft geleverd, kan aan hen door de manager een gratificatie, zoals bedoeld in artikel 15:1:28, van de CAR/UWO worden toegekend.
2Een formele beoordeling is hiervoor niet vereist.
3Toekenning en uitbetaling van de gratificatie vindt plaats direct na afloop van de prestatie.
4Afhankelijk van de aard en inhoud van de prestatie, bedraagt de gratificatie minimaal 50,- en maximaal 250,- euro netto per persoon.
Artikel 12
1Aan de bijzonder goed functionerende medewerker die het maximum van de voor hem geldende salarisschaal reeds heeft bereikt, kan door de manager een persoonlijke toelage worden toegekend;
2Hiervoor is een formele beoordeling vereist, waarbij de eindscore de uitslag E: “presteert meer dan mag worden verwacht” is;
3De hoogte van de persoonlijke toelage bedraagt maximaal 10% van het bruto jaarsalaris: het eerste jaar dat de toelage wordt toegekend bedraagt deze 6% van het bruto jaarsalaris, het tweede (aaneensluitende) jaar bedraagt de toelage 8% en het derde jaar bedraagt de toelage 10% van het bruto jaarsalaris;
4De persoonlijke toelage wordt toegekend voor de periode van een jaar, verlenging van de toelage is enkel mogelijk na een nieuwe beoordeling met wederom de einduitslag E;
5Met de medewerker die drie jaren aaneensluitend een persoonlijke toelage ontvangt, kan een loopbaantraject naar een functie van hoger niveau worden ingezet, omdat deze medewerker kennelijk onder zijn persoonlijke niveau functioneert;
6De persoonlijke toelage wordt niet verlengd indien:
a.het functioneren geen aanleiding meer geeft tot toekenning van de toelage (niet langer score E)
b.een hogere salarisschaal gaat gelden voor de medewerker;
Artikel 13
1De directie bepaalt per wervingsactie voor welke functie een arbeidsmarkttoelage kan worden toegekend;
2De geschikte kandidaat voor een betreffende functie is aantoonbaar schaars op de arbeidsmarkt (na onderzoek/advies van P&O en ter beoordeling van de directie);
3De hoogte van de toelage bedraagt in principe het bedrag gekoppeld aan het maximum van de naast hogere schaal of maximaal 10% van het bruto jaarsalaris;
4De toelage wordt als regel toegekend voor de periode van maximaal 3 jaar;
5Na deze periode wordt opnieuw beoordeeld of de toelage wordt verlengd, wordt beëindigd of dat de medewerker een persoonlijke toelage krijgt toegekend. In dat geval wordt het functioneren van de medewerker hierin betrokken op basis van een formele beoordeling;
6Om reeds in dienst zijnde goed functionerende medewerkers te behouden voor functies die moeilijk te vervullen zijn, kan aan hen eveneens een arbeidsmarkttoelage worden toegekend;
7Een formele beoordeling is dan vereist, waarbij de einduitslag minimaal D “op ruim voldoende wijze” scoort;
8Uitbetaling vindt in dat geval achteraf plaats, het motief is tenslotte de medewerker te behouden voor de organisatie.
Artikel 14
1Voor de medewerker of groep medewerkers die een eenmalige kortdurende inspanning of uitstekende prestatie heeft geleverd, behoort een bijzondere beloning tot de mogelijkheden. Dit is niet per definitie een beloning in geld;
2Voor de toekenning van een bijzondere beloning is geen beoordeling vereist;
3Toekenning van de bijzondere beloning vindt plaats direct na afloop van de inspanning of prestatie;
4Afhankelijk van de aard en inhoud van de prestatie wordt naar inzicht van de manager een bij de medewerker of groep medewerkers passende materiele of immateriële motivatiebeloning toegekend. Hierbij wordt rekening gehouden met de aard en inhoud van de inzet en de omstandigheden waarbinnen dit heeft plaatsgevonden;
5Aan de bijzondere beloning wordt geen maximum bedrag gekoppeld, dit wordt door de manager bepaald naar redelijkheid;
6Gedacht kan worden aan bijvoorbeeld de toekenning van extra verlof, een etentje, bloemetje en taart, een cadeau of cadeaubon, een specifieke opleiding, een uitje, etc.
Artikel 15
Burgemeester en wethouders kunnen nadere regels stellen voor de toepassing van instrumenten
van flexibele beloning, zoals bedoeld in de artikelen 8 tot en met 13.
Artikel 16
Bij het beëindigen van flexibele beloningen, zoals bedoeld in de artikelen 7 tot en met 14, wordt geen afbouwregeling toegepast, zoals bedoeld in het volgende artikel.
Artikel 17
11.Als de bezoldiging van de medewerker een blijvende verlaging ondergaat als gevolg van het buiten zijn toedoen om beëindigen of verminderen van een toelage, dan wordt deze verlaging gefaseerd doorgevoerd, mits hij de betreffende toelage, direct voorafgaande aan de beëindiging of vermindering, gedurende tenminste twee jaar zonder een onderbreking van langer dan twee maanden heeft ontvangen.
2Voor het bepalen van de hoogte van de oorspronkelijke toelage, zoals bedoeld in het eerste lid, wordt uitgegaan van hetgeen in de drie maanden voorafgaande aan de datum waarop de toelage wordt beëindigd of verminderd, gemiddeld per maand werd uitbetaald.
3De gefaseerde afbouw, zoals bedoeld in het eerste lid, vindt als volgt plaats:
-Gedurende het eerste jaar: 0%;
-Gedurende het tweede jaar: 25%;
-Gedurende het derde jaar 50%;
-Gedurende het vierde jaar: 75%.
-Na het vierde jaar: 100%.
Artikel 18
Voor die gevallen waarin deze regeling niet of niet naar redelijkheid voorziet, treft de algemeen directeur/gemeentesecretaris een bijzondere regeling.
Artikel 19
Voor reeds bestaande beloningsafspraken geldt dat deze onverkort van kracht blijven, ook waar deze afwijken van de bepalingen zoals in deze bezoldigingsverordening vastgesteld.
Artikel 20
1Deze regeling kan worden aangehaald als “Regeling bezoldiging gemeente Nieuwkoop2011”.
2Deze regeling treedt in werking met ingang van 22 februari 2011.
Vastgesteld in de collegevergadering van 22 februari 2011.