Gemeentelijke regelgeving

Notitie Subsidieverlening Sociaal Domein Gemeente Nieuwkoop 2025

Gemeente Nieuwkoop · geldt sinds 28 december 2024

Aanhef

Inleiding en leeswijzer

Met het verstrekken van subsidie

1Algemene Wet Bestuursrecht, artikel 4:21 lid 1 geeft een definitie van subsidie: de aanspraak op financiële middelen, door een bestuursorgaan verstrekt met het oog op bepaalde activiteiten van de aanvrager, anders dan als betaling voor aan het bestuursorgaan geleverde goederen of diensten.

heeft een gemeente verschillende doelen; het stimuleren van (maatschappelijke) ontwikkelingen, het ondersteunen van bewoners en het in stand houden van een bepaald voorzieningenniveau.

Ook de gemeente Nieuwkoop kent om die redenen subsidies toe, onder meer aan instellingen die wettelijke, bij de gemeente belegde taken uitvoeren (bijvoorbeeld in het kader van de Wet Maatschappelijke Ondersteuning). Daarnaast wordt aan verenigingen en vrijwilligersorganisaties subsidie verleend voor de uitvoering van hun activiteiten. Voor 2024 gaat het in dit verband om € 248.858

2Het subsidieplafond 2024 voor structurele activiteiten is vastgesteld op € 218.959,- en voor incidentele activiteiten op € 29.899,-.

.

De Algemene Wet Bestuursrecht stelt voorwaarden aan de gemeentelijke subsidieverlening: er mag alleen subsidie gegeven worden wanneer er een ‘regeling’ is vastgesteld of wanneer de te subsidiëren instelling op de gemeentebegroting wordt vermeld

3Algemene Wet Bestuursrecht, artikel 4:23 lid 1: Een bestuursorgaan verstrekt slechts subsidie op grond van een wettelijk voorschrift dat regelt voor welke activiteiten subsidie kan worden verstrekt, of artikel 4:23, lid 3c indien de begroting de subsidie-ontvanger en het bedrag waarop de subsidie ten hoogste kan worden vastgesteld, vermeldt.

.

Om subsidieverlening mogelijk te maken heeft de gemeente Nieuwkoop, zoals iedere Nederlandse gemeente, een regeling ‘Algemene Subsidie Verordening (ASV)’ waarin de voorwaarden voor subsidieverlening zijn vastgelegd. Daarin staan de verplichtingen van de gemeente en van de subsidievrager en zijn vormvereisten en termijnen bepaald. Het vaststellen van de regeling Algemene Subsidie Verordening is een bevoegdheid van de gemeenteraad.

Maar de ASV is een procedureel verhaal en zegt niets over de bedoeling van subsidieverlening. De ASV geldt voor alle Nieuwkoopse gemeentelijke subsidies, dus ook voor bijvoorbeeld de subsidieregelingen Duurzaamheid (2021), monumentenzorg (2020) of de subsidieregeling Groene Daken (2023-2024).

Onder verwijzing naar de ASV heeft de gemeente Nieuwkoop vervolgens in aparte subsidieregelingen en beleidsregels per beleidsterrein geregeld welke inhoudelijke doelen worden nagestreefd en welke voorwaarden er gelden voor inwoners, betrokken organisaties, instellingen en verenigingen waarmee die doelen bereikt kunnen worden. In deze regelingen wordt ook meestal ingegaan op de inhoud van de activiteiten en de looptijd, de financiële randvoorwaarden, de verdeling van budgetten en hoe er met reserves bij de organisaties wordt omgegaan. Het vaststellen van deze subsidieregelingen en beleidsregels is een bevoegdheid die door de gemeenteraad is overgedragen aan het college van burgemeester en wethouders

4Gemeentewet, artikel 156, lid 1: de raad kan aan het college en aan een door hem ingestelde bestuurscommissie bevoegdheden overdragen, tenzij de aard van de bevoegdheid zich daartegen verzet.

.

In deze notitie gaat het om de ondersteuning en subsidiering van instellingen en verenigingen, werkzaam binnen sectoren die te maken hebben met de sociale kant van het gemeentelijk beleid, zoals Zorg, Welzijn, Sport, Cultuur, Onderwijs, Gezondheid, Opvoeding, inburgering en sociale activering kortweg het sociaal domein in de gemeente Nieuwkoop. Veel van deze organisaties maken op dit moment gebruik van budget-, activiteiten- en innovatiesubsidies.

In 2024 worden de bestaande regelingen voor subsidiering binnen het sociaal domein aangepast; daarmee wordt onder meer gevolg gegeven aan de opmerkingen uit het onderzoek van de gemeentelijke rekenkamer uit 2019. Deze richtten zich onder meer op enkele bepalingen uit de Algemene Subsidie Verordening (artikel 13, 14 en 15) waarin de financiële verantwoording van verleende subsidies wordt geregeld. Deze artikelen zijn aangepast in de nieuwe ASV. Daarnaast maakte de rekenkamer, onder verwijzing naar artikel 8.2 van de ASV, een opmerking over het toetsen van de mogelijkheden die een subsidievrager heeft om, uit eigen vermogen, de activiteit te financieren waar subsidie voor wordt aangevraagd. Dit onderwerp komt terug in de beleidsregel ‘nadere uitwerking‘, waar nadere regels voor onder andere het omgaan met reserves worden voorgesteld.

Opmerkingen van de rekenkamer over de organisatie en procesgang van de subsidieverlening vallen buiten het bereik van deze notitie.

Andere aanpassingen in de ASV en subsidieregelingen hebben betrekking op de doelen uit de in februari 2024 vastgestelde Lokale preventieagenda Sociaal Domein.

Het college van burgemeester en wethouders en de gemeenteraad hebben verschillende rollen in het proces van subsidieverlening. De gemeenteraad is bevoegd om op de gemeentebegroting geld beschikbaar te stellen voor de verschillende beleidsterreinen en het college kan op basis daarvan subsidieplafonds vaststellen. Het college is, met de Algemene Subsidie Verordening, gedelegeerd om een verdeelsysteem te ontwikkelen door middel van subsidieregelingen. Het is daarmee de rol van het college om aan te geven wat subsidiabel is en hoe het budget verdeeld wordt.

Wat de voorgestelde wijzigingen in het subsidieproces betreft, wordt ingezet op vereenvoudiging. De achterliggende gedachte is dat wanneer verenigingen wordt gevraagd om meer activiteiten, dorpsfeesten en evenementen te organiseren, dit te realiseren moet zijn met eenvoudige aanvraagformulieren voor activiteiten en evenementen

5Nieuwkoop heeft zich geconformeerd aan het regionale evenementenkader. Ook in dit kader wordt gebruik gemaakt van aanvraagformulieren die mogelijk vereenvoudigd kunnen worden.

.

Om te kunnen toetsen of de aanpassingen in de subsidiesystematiek voldoen aan behoeften en wensen van organisaties en verenigingen, is op 21 februari 2024 een discussiebijeenkomst georganiseerd met een tiental verenigingen. De tijdens die bijeenkomst opgedane inzichten zijn in de stukken verwerkt, gedeeld met alle aanvragers van subsidie voor 2024 en in de nu voorliggende notitie opgenomen.

In deze notitie worden eerst de inhoudelijke doelen en achtergronden toegelicht van het gemeentelijke subsidiebeleid (hoofdstuk 1). In de hoofdstukken 2 en 3 komen respectievelijk de voorgestelde nieuwe subsidievormen en de overige voorgestelde aanpassingen aan de orde.

Nieuw in de subsidieverleningsprocedure is het voorstel om een beleidsregel te formuleren waarin wordt aangegeven hoe wordt omgegaan met:

-Financiële reserves;

-Termijnoverschrijding, bijvoorbeeld bij in te dienen aanvragen;

-Subsidiebedragen voor basissubsidies.

3. Voorgestelde aanpassingen en veranderingen

3.1. Te beëindigen of aan te passen subsidievormen

3.1.1. De Innovatiesubsidie

De innovatiesubsidie, die vanaf 2018 in de subsidieregeling opgenomen was, wordt beëindigd. Doel van een innovatiesubsidie was om projecten te ondersteunen die gericht zijn op vernieuwing of verbetering van het bestaande aanbod: nieuwe vormen van dienstverlening en hulp door samenwerking tussen meerdere organisaties of het opzetten van nieuwe evenementen door samenwerking tussen meerdere organisaties.

De afgelopen jaren is er marginaal beroep gedaan op de innovatiesubsidie. De aan de innovatiesubsidie gestelde voorwaarden, zoals de beperkte vooraf afgebakende looptijd en de (ontbrekende) ondersteuning bij de opzet en realisatie van de activiteiten zullen hierbij een rol gespeeld hebben.

De voorgestelde nieuwe preventiesubsidie heeft veel inhoudelijke overeenkomsten met de innovatiesubsidie. Belangrijke verschillen zijn met name het meer structurele karakter van de subsidie en de gerichte ondersteuning waar verenigingen gebruik van kunnen maken. Met de inzet van het gemeentelijk team ‘de Verbinding’ wordt deze ondersteuning vormgegeven. De medewerkers van het team kennen de lokale verenigingen en activiteiten en zijn een intermediair tussen andere organisaties en professionele partners in de gemeente Nieuwkoop.

Het team verricht zelf taken, maar heeft ook een regie- of een coördinerende rol. De buurtcoaches, de beweegcoach voor ouderen, Sociaal Makelaars, de Sportmakelaar en de cultuurcoach maken deel uit van het team de Verbinding. Tenslotte heeft de Verbinding een taak bij de voortgangsbewaking van de ondersteunende projecten en activiteiten.

Naast de inzet van het team de Verbinding, kan ook het dorpsgericht werken

6Met een de brief van 17 januari 2024 informeerde het college de raad over de voortgang van het dorpsgericht werken. Met ingang van 2024 is de jaarlijkse bijdrage voor Dorpsraden verhoogd tot € 1.000. Op deze bijdrage zal de ASV van toepassing zijn.

met de dorpsraden een rol spelen bij het betrekken van de inwoners bij het opstellen van plannen en subsidieaanvragen. Het feit dat iedere kern/dorp haar eigen identiteit heeft, met een eigen specifieke aanpak met betrekking tot het dorpsgericht werken. Daarmee wordt invulling gegeven aan een andere voorwaarde die bij de innovatiesubsidie gold: de directe betrokkenheid van bewoners. Met overleg en afstemming tussen dorpsraden, verenigingen en betrokken inwoners kan een goede invulling worden geven aan de keuzes die voor de betreffende kern gemaakt moeten worden.

3.1.2. De activiteitensubsidie ‘oude stijl’

De activiteitensubsidie ‘oude stijl’ komt te vervallen. In artikel 3.1 van de huidige subsidieregeling Sociaal Domein 2018 wordt een opsomming gegeven van de activiteiten die in aanmerking komen voor een activiteitensubsidie oude stijl. Die doelen worden vervangen door de doelen uit de preventie-agenda (de 14 doelen uit de preventieagenda staan vermeld in paragraaf 2.2 en in bijlage

2).

3.2. Financieel kader

3.2.1. Subsidieplafond

Artikel 4.1 van de ASV geeft aan dat burgemeester en wethouders subsidieplafonds kunnen vaststellen als bedoeld in artikel 4:25 van de Algemene Wet Bestuursrecht. Een subsidieplafond geeft een afwijzingsgrond voor subsidiering en daarmee kan begrotingsoverschrijding voorkomen worden. Wel moeten burgemeester en wethouders aangeven hoe om te gaan met de situatie waarin het totaalbedrag van de ingediende subsidieaanvragen hoger is dan het beschikbare budget. In de subsidieregeling Sociaal Domein 2018 (artikel 3.3 lid c) wordt aangegeven dat in het geval van overschrijding verdeling zal plaatsvinden op basis van een kwalitatieve toets

7Vooral wanneer de kwaliteit van een aanvraag van invloed is op het bereiken van de doelen die met de subsidiering worden beoogd, is het gebruik van kwalitatieve criteria zinvol.

.

Voorgesteld wordt om deze bepaling te wijzigen en - in het geval van overschrijding - het beschikbare budget naar evenredigheid te verdelen over de ingediende aanvragen (wanneer het subsidieplafond met 10% wordt overschreden worden alle aanvragen met 10% gekort om binnen het beschikbare budget te blijven).

3.2.2. Relatie tussen indieningstermijn en het subsidieplafond

Of de aanvraag op tijd of te laat is, kan consequenties hebben voor de subsidieerbaarheid. Wanneer de gemeenteraad een subsidieplafond heeft ingesteld voor het betreffende beleidsterrein, worden eerst de tijdig en volledig ingediende aanvragen behandeld. De eventueel na de deadline ingediende aanvragen komen vervolgens alleen in aanmerking voor subsidiering wanneer het maximum van het subsidieplafond nog niet bereikt is.

3.2.3. Verantwoording subsidies

In de artikelen 13, 14 en 15 van de ASV 2017 is aangegeven hoe de verantwoording van verleende subsidies plaatsvindt. Daarbij wordt een grens gehanteerd van € 5.000. Tot een subsidiebedrag van € 5.000 kunnen subsidies bij de toekenning ook direct vastgesteld worden. Boven de € 5.000 moet de subsidie ontvangende instelling eerst een verzoek tot vaststelling en een verantwoording met een financieel verslag indienen. Bij een subsidievaststelling van meer dan € 100.000 moet hier ook een accountantsverklaring bij geleverd worden.

Met het oog op het verminderen van administratieve lasten en de inflatie van de laatste jaren, wordt voorgesteld de verantwoordingsgrens te verhogen tot € 10.000. Daarbij wordt expliciet vermeld dat het college de bevoegdheid heeft om nadere voorwaarden te verbinden aan de directe subsidievaststelling, zoals het insturen van een inhoudelijk verslag. Wanneer hier sprake van is, staan deze nadere voorwaarden in de subsidiebeschikking.

Als inhoudelijke voorwaarde bij het financieel verslag wordt aangegeven dat dit zodanig ingericht moet zijn, dat per activiteit kan worden beoordeeld hoeveel subsidie is aangewend.

3.2.4. Reserves

Artikel 8 van de ASV 2017 geeft weigeringsgronden voor te verlenen subsidies. Lid 2.c. van dit artikel stelt:

‘als niet is aangetoond dat de subsidie noodzakelijk is voor het verrichten van de activiteiten waarvoor deze worden gevraagd’.

Dit betekent dus dat subsidie geweigerd kan worden wanneer de instelling ook zonder subsidie over voldoende eigen geld (eigen middelen of middelen van derden) kan beschikken om de kosten van de activiteit te dekken. Voorgesteld wordt om dit artikel te handhaven (in de nieuwe ASV wordt het door hernummering artikel 9.1 e) en daarnaast nadere regels te stellen voor de inzet van eventuele reserves waarover verenigingen beschikken.

De gemeente Nieuwkoop heeft op dit moment geen beleidsregel waarin duidelijk wordt aangegeven onder welke voorwaarden het vormen van reserves (met subsidiegeld) is toegestaan, of boven welk bedrag het aanwenden van reserves voor activiteiten verplicht is.

Voor het jaar 2024 hebben ruim 90 verenigingen een subsidie aangevraagd. Op een enkele aanvraag na, zijn alle subsidiebedragen onder de € 5.000 gebleven. Deze subsidies zijn ook toegekend. Ongeveer tweederde van het aantal subsidie vragende verenigingen heeft de beschikking over een algemene reserve, daarvan hebben ruim 30 verenigingen een algemene reserve van € 10.000 of hoger.

Artikel 12 van de ASV 2017 (artikel 13 van de nieuwe ASV) geeft aan dat burgemeester en wethouders bepalingen over het vormen van reserves kunnen opnemen bij de subsidieverlening of in de subsidieovereenkomst.

Tijdens de eerdergenoemde discussiebijeenkomst op 21 februari jl. brachten verschillende verenigingen naar voren dat een (in omvang beperkt) vermogen voor gesubsidieerde instellingen belangrijk is om slagvaardig en bedrijfsmatig te werken, maar dat dit vermogen, de ‘algemene reserve’ in relatie moet staan tot de bedrijfsvoering. Met verenigingen die over grote reserves beschikken moet in overleg worden bekeken hoe die reserves zijn ontstaan en of een afbouw binnen een redelijke termijn mogelijk is.

In de beleidsregel ‘nadere uitwerking’ is aangegeven hoe met de reserves zal worden omgegaan bij de subsidieverlening. Dit onderdeel van de beleidsregel zal stapsgewijs worden ingevoerd.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.