Gemeentelijke regelgeving

Grondstoffenbeleid 2027-2031

Gemeente Nieuwkoop · geldt sinds 7 oktober 2026

Aanhef

Van Afval Naar Grondstof

Besluit

1Vaststellen van het Grondstoffenbeleid 2027-2031 versie 16-9-2026;

2Opdracht geven aan het college om de Afvalstoffenverordening en het Uitvoeringsbesluit waar nodig in overeenstemming te brengen met het vastgestelde beleid.

2 Grondstoffenplan gemeente Nieuwkoop

2.7 Milieustraat

2.7.1 A&V en AO/IC beleid

Een goed functionerende milieustraat vraagt niet alleen om duidelijke inzamelvoorzieningen, maar ook om een zorgvuldig ingericht proces rondom acceptatie, verwerking, registratie en controle van afval- en grondstoffenstromen. Binnen dit kader spelen het Acceptatie & Verwerkingsbeleid (A&V) en de Administratieve Organisatie / Interne Controle (AO/IC) een belangrijke rol.

Het A&V-beleid beschrijft op welke wijze afval- en grondstoffenstromen op de milieustraat worden geaccepteerd, geregistreerd, opgeslagen en afgevoerd. Hierbij worden onder andere criteria vastgelegd voor toegestane afvalstromen, verantwoordelijkheden, veiligheidsaspecten en de verdere verwerking van ingezamelde materialen.

Het AO/IC-beleid richt zich op de administratieve processen en interne beheersing rondom de milieustraat. Hierbij gaat het onder andere om:

o registratie van afvalstromen;

o monitoring van hoeveelheden en aanbiedingen;

o controles op juist gebruik;

o analyses en rapportages;

o en het waarborgen van betrouwbare en controleerbare gegevens.

Deze processen zijn belangrijk voor een uitvoering die wettelijk klopt, goed werkt en duidelijk is. Daarnaast vormen zij een belangrijke basis voor sturing, beleidsmonitoring, financiële verantwoording en naleving van wet- en regelgeving.

In de praktijk bleek het bestaande A&V- en AO/IC-beleid op onderdelen verouderd en onvoldoende aan te sluiten op de huidige werkwijzen, registratiesystemen en ontwikkelingen binnen de afval- en grondstoffenketen. Daarom werken we, samen met afvalinzamelaar Cyclus, aan een actualisatie van deze beleidskaders.

Het vernieuwde A&V- en AO/IC-beleid moet beter passen bij de dagelijkse praktijk, de gewenste interne controle en de steeds hogere eisen voor het vastleggen, volgen en verantwoorden van afval- en grondstoffenstromen.

2.9 Overig

2.9.1 Luiers

Het separaat inzamelen van luiers en incontinentiemateriaal lijkt op het eerste gezicht een logische stap richting betere afvalscheiding. In de praktijk blijkt dit echter een complex en kostbaar dossier, waarbij de baten op dit moment niet opwegen tegen de extra inspanningen en kosten.

Een belangrijk knelpunt is de zeer beperkte verwerkingscapaciteit in Nederland. Er is slechts een beperkt aantal installaties beschikbaar voor luierrecycling, met als gevolg dat gemeenten vaak geen structurele afzet kunnen garanderen. In sommige gevallen is er zelfs helemaal geen capaciteit beschikbaar voor nieuwe gemeenten, waardoor gescheiden ingezamelde luiers alsnog worden verbrand.

Ook landelijk wordt dit probleem onderkend: uit onderzoeken onder gemeenten en inzamelaars blijkt dat het gebrek aan recyclingcapaciteit de belangrijkste reden is om niet te starten met gescheiden inzameling, of om bestaande initiatieven weer te stoppen. Daar komt bij dat er momenteel geen wettelijke verplichting bestaat voor gemeenten om luiers apart in te zamelen, terwijl de keten nog onvoldoende is ontwikkeld om deze stroom op grote schaal hoogwaardig te verwerken.

Naast de beperkte verwerkingsmogelijkheden brengt separate inzameling ook aanzienlijke extra kosten met zich mee. Denk hierbij aan:

o aparte inzamelstructuren (containers, logistiek, communicatie)

o aanvullende transportkosten

o hogere verwerkingskosten ten opzichte van reguliere verbranding

Tegenover deze kosten staat op dit moment geen robuust en toekomstbestendig verwerkingssysteem. In de praktijk betekent dit dat gemeenten investeren in een aparte stroom, terwijl de milieuwinst onzeker is en de verwerking niet gegarandeerd circulair plaatsvindt. Gelet op deze omstandigheden ligt het niet voor de hand om op korte termijn in te zetten op grootschalige separate inzameling van luiers. Het risico bestaat dat kosten toenemen zonder dat daar aantoonbare milieuwinst tegenover staat.

Een effectievere en duurzamere benadering ligt in preventie aan de bron. Door in te zetten op bewustwording bij ouders, het stimuleren van herbruikbare alternatieven en met name het eerder zindelijk maken van kinderen kan de hoeveelheid luierafval structureel worden verminderd. Dit sluit aan bij landelijke ambities waarin vermindering van het gebruik van wegwerpluiers expliciet wordt genoemd als belangrijke stap richting een circulaire keten.

2.9.2 Demontagehal

De gemeente Nieuwkoop en de andere aandeelhouders van Cyclus hebben de ambitie om richting 2050 toe te werken naar een circulaire economie, waarbij minder grondstoffen worden verbrand en meer materialen worden hergebruikt. De gemeenteraad is 13 november 2024 via een raadsbrief geïnformeerd over het voornemen om een demontagehal op te richten om bij te kunnen dragen aan deze circulaire doelstellingen. Grof huishoudelijk afval vormde hierin een belangrijke uitdaging: jaarlijks ging het in gemeente Nieuwkoop om zo’n 529 ton, die grotendeels werd verbrand. Proeven in 2023 lieten echter zien dat tot wel 85% van dit afval door demontage kon worden gescheiden in herbruikbare materialen. Op basis daarvan is besloten een demontagebedrijf op te richten, met zowel een circulaire als sociale doelstelling. De verwachting was dat dit bedrijf, na een opstartfase met aanloopkosten, uiteindelijk grotendeels kostenneutraal zou kunnen opereren door besparingen op verbranding en opbrengsten uit hergebruik.

Na de start is gebleken dat de praktijk anders uitpakt. Hoewel de demontagehal, wat intussen de naam ’t Circkelhuis heeft gekregen zich heeft ontwikkeld tot een waardevolle plek voor circulaire innovatie, kennisopbouw en sociale werkgelegenheid, werkt de businesscase niet: De opbrengsten vallen structureel tegen omdat het materiaal veel volume maar weinig gewicht heeft, terwijl besparingen op gewicht zijn gebaseerd. Hierdoor blijft de afname steken op circa 8–12%, wat leidt tot een jaarlijks tekort van ongeveer € 675.000,- dat niet met maatregelen kan worden opgelost.

Daarom is doorgaan financieel onverantwoord gebleken, maar is er ook de vraag gesteld of stoppen wenselijk zou zijn vanwege verlies van kennis en netwerk. De voorkeursrichting is heroriëntatie: één compacte locatie in Gouda met een combinatie van beperkte demontage en een innovatielab, zodat waarde behouden blijft en het initiatief financieel en strategisch toekomstbestendig wordt. Op het moment van schrijven is Cyclus bezig met een plan van aanpak voor het innovatiecentrum, dat in september op de agenda van de Algemene Vergadering Van Aandeelhouders (AVA) staat. De financiering zou hierbij volledig voort moeten vloeien uit het innovatiebudget van Cyclus waarbij er geen sprake van zou zijn dat er een additionele bijdrage van de aandeelhouders, waaronder gemeente Nieuwkoop wordt verwacht.

2.9.3 Mobiele Milieustraat

In huishoudens ontstaat regelmatig klein grofvuil dat inwoners willen afvoeren, maar waarvoor zij niet altijd bereid zijn speciaal naar de milieustraat te rijden. Het risico is dat dit afval bij het restafval wordt aangeboden.

Om te voorkomen dat klein grofvuil bij het restafval terechtkomt, plaatst de gemeente i.s.m. Cyclus zeven keer per jaar een mobiele milieustraat, een laagdrempelig brengpunt waar inwoners hun klein grofvuil kosteloos kunnen aanbieden. De mobiele milieustraat wordt op drukbezochte locaties geplaatst, zoals bij Vomar in Ter Aar, Jumbo in Nieuwkoop en op diverse braderieën in Zevenhoven, Langeraar en Ter Aar.

Naast inzameling biedt de mobiele milieustraat de mogelijkheid om inwoners te informeren over afvalpreventie, afvalscheiding en recycling. Inwoners kunnen hier materialen aanbieden die niet in de reguliere minicontainers thuishoren, zoals harde kunststoffen, piepschuim en kleine hoeveelheden hout. De definitieve lijst van toegestane materialen wordt afgestemd op de behoefte van inwoners. Uitgangspunt is dat de materialen in een grote boodschappentas passen, om te voorkomen dat grote hoeveelheden worden aangeboden; voor dergelijke volumes blijft de reguliere milieustraat beschikbaar.

4 Financiën

4.2 Afvalstoffenheffing

4.2.1 Ontwikkelingen afvalstoffenheffing gemeente Nieuwkoop

Voor het inzamelen en verwerken van huishoudelijk afval betalen inwoners afvalstoffenheffing. De afvalstoffenheffing bestaat uit een vast en een variabel deel. Met deze systematiek wordt invulling gegeven aan het principe dat huishoudens invloed kunnen uitoefenen op de hoogte van hun afvalkosten door afval beter te scheiden en minder restafval aan te bieden.

Het vaste deel van de afvalstoffenheffing is bedoeld voor de inzameling en verwerking van vrijwel alle huishoudelijke afvalstromen, zoals GFT, PMD, papier, glas en textiel. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen eenpersoonshuishoudens en meerpersoonshuishoudens. Voor 2026 bedraagt het vaste tarief:

o € 225,00 voor een eenpersoonshuishouden.

o € 319,44 voor een meerpersoonshuishouden.

Daarnaast geldt een variabel tarief voor het aanbieden van restafval. Hoe vaker restafval wordt aangeboden, hoe hoger de uiteindelijke afvalstoffenheffing. De minicontainers en afvalpassen zijn voorzien van een chipregistratie waarmee het aantal aanbiedingen automatisch wordt geregistreerd.

Voor 2026 gelden hiervoor de volgende tarieven:

o € 4,67 per aanbieding van een 140 liter restafvalcontainer.

o € 8,19 per aanbieding van een 240 liter restafvalcontainer.

o € 1,77 per aanbieding via een verzamelcontainer.

Deze vorm van diftar stimuleert de inwoners om afval beter te scheiden en bewust om te gaan met restafval. Huishoudens die minder restafval aanbieden, betalen hierdoor uiteindelijk minder variabele kosten. Tegelijkertijd draagt dit systeem bij aan lagere hoeveelheden restafval, hogere recyclingpercentages en beheersbare verwerkingskosten.

Het tarief voor afvalstoffenheffing is met ingang van 2010 kostendekkend gemaakt.

Belangrijkste drijvers voor mutaties afvalstoffenheffing in de afgelopen acht jaar:

o 2019: inflatiecorrectie + verhoging van 7,6% om afvalstoffenheffing kostendekkend te maken;

o 2020: invoering diftar + stijging verwerkings- en inzamelkosten Cyclus;

o 2021: inflatiecorrectie;

o 2022: inflatiecorrectie + som uit hogere verwerkingskosten van m.n. GFT en meer afval aangeboden op milieustraat & lagere baten uit minder aangeboden minicontainers restafval (variabel tarief);

o 2023: inflatiecorrectie + indexatie Cyclus -/- hogere opbrengsten OPK;

o 2024: inflatiecorrectie;

o 2025: inflatiecorrectie;

o 2026: inflatiecorrectie.

4.2.2 Landelijke ontwikkelingen afvalstoffenheffing

Sinds 1991 onderzoekt het Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden (COELO) jaarlijks de ontwikkeling van de afvalstoffenheffing en de afvalbeheerkosten in de Atlas van de lokale lasten. De afvalstoffenheffing is een bestemmingsheffing waarvan de opbrengsten uitsluitend mogen worden ingezet voor de inzameling en verwerking van huishoudelijk afval.

Op grond van de Gemeentewet mogen de geraamde opbrengsten van de afvalstoffenheffing niet hoger zijn dan de geraamde kosten. Het realiseren van winst op deze heffing is daarmee niet toegestaan. Gemeenten beschikken echter binnen dit wettelijke kader over beleidsruimte bij zowel de hoogte van de heffing als de wijze waarop kosten worden toegerekend aan de heffing.

Een belangrijk aandachtspunt is dat er geen volledig wettelijk vastgelegde lijst bestaat van kosten die aan de afvalstoffenheffing moeten worden toegerekend. Gemeenten maken hierin eigen afwegingen. Zo kunnen bepaalde kosten, zoals straatvegen, geheel of gedeeltelijk worden toegerekend aan de afvalstoffenheffing, aan andere heffingen of worden gedekt uit de algemene middelen. Deze beleidsvrijheid leidt tot verschillen in kostendekking tussen gemeenten en beperkt daarmee de onderlinge vergelijkbaarheid van tarieven.

Om gemeenten toch zo goed mogelijk te kunnen vergelijken, hanteert COELO een gestandaardiseerde berekeningswijze. Bij gemeenten met een vast tarief wordt het door de gemeente vastgestelde bedrag rechtstreeks overgenomen. Bij gemeenten die werken met een gedifferentieerd tariefsysteem (diftar) wordt het vaste deel van de heffing gecombineerd met een verondersteld gemiddeld gebruik van de variabele component, zoals het aantal ledigingen, aanbiedingen of de hoeveelheid restafval. Hierdoor ontstaat een representatief beeld van de gemiddelde jaarlijkse lasten voor verschillende typen huishoudens.

Een groeiend aantal gemeenten past inmiddels diftar toe. Binnen dit systeem is de hoogte van de afvalstoffenheffing mede afhankelijk van het afvalaanbod van huishoudens. Gemeenten met een diftarsysteem kennen doorgaans lagere afvalbeheerkosten dan gemeenten met een volledig vast tarief. Dit hangt samen met een afname van de hoeveelheid restafval en een hogere mate van afvalscheiding.

De verschillen in afvalstoffenheffing tussen gemeenten worden voornamelijk verklaard door verschillen in :

o verwerkingstarieven;

o het niveau van dienstverlening;

o het kwijtscheldingsbeleid;

o de mate van kostendekking;

o de toerekening van kosten aan de heffing.

Deze factoren maken dat tarieven tussen gemeenten aanzienlijk kunnen uiteenlopen. Hoewel alle gemeenten opereren binnen hetzelfde wettelijke kader, zorgen lokale beleidskeuzes, verschillen in kostentoerekening en de keuze voor een vast of gedifferentieerd tariefsysteem voor uiteenlopende tarieven en ontwikkelingen in de afvalstoffenheffing.

4.2.3 Benchmark Cyclus gemeenten 2026 (o.b.v. COELO methodiek)

Vanuit het perspectief van de gemeente Nieuwkoop laat de benchmark een gemengd beeld zien. Voor eenpersoonshuishoudens ligt het tariefniveau met € 255 duidelijk onder het regionale gemiddelde van € 305. Daarmee is gemeente Nieuwkoop voor deze doelgroep relatief gunstig gepositioneerd. Voor meerpersoonshuishoudens ligt het tarief met € 379 juist iets boven het regionale gemiddelde van € 368 waarbij gemeente Oudewater dit gemiddelde wel erg stevig drukt. Van de vijftien gemeenten in deze benchmark ligt het tarief nog altijd in negen gemeenten hoger dan in gemeente Nieuwkoop. Deze verschillen hangen samen met de gekozen tariefstructuur en de wijze waarop de kosten over verschillende huishoudtypen worden verdeeld.

4.2.4 Kwijtschelding

Inwoners met een laag inkomen en weinig vermogen kunnen in aanmerking komen voor (gedeeltelijke) kwijtschelding van de afvalstoffenheffing. Hiermee wordt voorkomen dat huishoudens met beperkte financiële draagkracht onevenredig worden belast door gemeentelijke heffingen. De beoordeling van een aanvraag vindt plaats op basis van landelijke richtlijnen en inkomens- en vermogensnormen. Binnen het huidige diftar-systeem geldt de kwijtschelding uitsluitend voor het vaste deel van de afvalstoffenheffing. Het variabele deel blijft gekoppeld aan het daadwerkelijke aanbod van restafval, zodat de prikkel om afval goed te scheiden behouden blijft. Het aantal aanvragen in 2026 voor kwijtschelding van de afvalstoffenheffing bedraagt 166 keer. Dit is een stijging van 12% ten opzichte van het voorgaande jaar. Het totaalbedrag aan afvalstoffenheffing wat binnen gemeente Nieuwkoop is kwijtgescholden bedroeg in 2025 tot nu toe: € 71.379,22. Dit is overigens inclusief € 13.687,65 kwijtschelding met terugwerkende kracht 2020 t/m 2024.

Het totaalbedrag aan afvalstoffenheffing wat binnen gemeente Nieuwkoop is kwijtgescholden bedroeg in 2025 tot nu toe: € 71.379,22. Dit is inclusief € 13.687,65 kwijtschelding met terugwerkende kracht 2020 t/m 2024.

4.2.5 Tegemoetkoming bij medisch afval

Er bestaat een tegemoetkomingsregeling voor huishoudens die vanwege een chronische ziekte of medische aandoening aantoonbaar extra restafval produceren. Het gaat hierbij bijvoorbeeld om het gebruik van incontinentiemateriaal, stomamateriaal of andere medische hulpmiddelen die niet gescheiden kunnen worden ingezameld.

Om te voorkomen dat deze huishoudens onevenredig worden benadeeld binnen het diftar-systeem, kan op aanvraag een compensatie worden toegekend voor een deel van de variabele kosten van restafval. Deze compensatie bestaat uit:

o Dertien gratis ledigingen van een minicontainer voor restafval of

o Bij gebruik van een ondergrondse container wordt het totaal aantal inworpen verminderd met maximaal 325 boven het aantal van veertig.

Hiermee blijft de financiële prikkel om afval goed te scheiden behouden, terwijl tegelijkertijd rekening wordt gehouden met situaties waarin extra restafval medisch onvermijdelijk is.

Bijlagen

1Voorbeelden uit diverse campagnes ter verbetering kwaliteit PMD

Nieuwsberichten Nieuwkoop Nieuws

Selectie van gesponsorde social media campagne (betaalde reclame die eruitziet als normale content, waarbij Nieuwkoop heeft betaalt om onze berichten te promoten binnen het sociale media-ecosysteem)

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.