Aanhef
De raad van de gemeente Nieuwegein;
gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 28 oktober 2025;
gelet op artikel 15:33 van de Wet Milieubeheer;
besluit:
vast te stellen de volgende verordening:
Verordening op de heffing en invordering van afvalstoffenheffing 2026 (Afvalstoffenheffingsverordening Nieuwegein 2026)
Artikel 1. Definities
In deze verordening wordt verstaan onder:
gebruik maken: gebruik maken in de zin van artikel 15.33 Wet milieubeheer.
Artikel 2. Aard van de belasting en belastbaar feit
1Onder de naam 'afvalstoffenheffing' wordt een directe belasting geheven als bedoeld in artikel 15.33 van de Wet milieubeheer.
2De afvalstoffenheffing bedoeld in deze verordening en de daarbij behorende tarieventabel wordt naar afzonderlijke grondslagen geheven ter zake van het gebruik maken van een perceel ten aanzien waarvan krachtens de artikelen 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt.
Artikel 3. Voorwerp van belasting
1Voorwerp van de belasting is een perceel.
2Als perceel wordt aangemerkt:
a.de onroerende zaak, bedoeld in artikel 16, onder a, c, d en f, van de Wet waardering onroerende zaken;
b.de roerende zaak, welke duurzaam aan een plaats gebonden is;
c.een gedeelte van een in onderdeel b bedoelde roerende zaak dat blijkens zijn indeling is bestemd om als afzonderlijk geheel te worden gebruikt;
d.een samenstel van twee of meer in onderdeel b bedoelde roerende zaken of in onderdeel c bedoelde gedeelten daarvan die bij dezelfde belastingplichtige in gebruik zijn en die, naar de omstandigheden beoordeeld, bij elkaar behoren;
e.het binnen de gemeente gelegen deel van de in onderdeel b bedoelde roerende zaak, van een in onderdeel c bedoeld gedeelte daarvan of van een in onderdeel d bedoeld samenstel.
Artikel 4. Belastingplicht
De belasting wordt geheven van degene die in de gemeente naar de omstandigheden beoordeeld al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht gebruik maakt van een perceel.
Artikel 5. Maatstaf van heffing en belastingtarief
De belasting wordt geheven naar de maatstaven en de tarieven opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel.
Artikel 6. Belastingjaar
Met betrekking tot de belasting die per jaar wordt geheven is het belastingjaar gelijk aan het kalenderjaar.
Artikel 7. Wijze van heffing
1De belasting bedoeld in hoofdstuk 1.1 van de tarieventabel wordt bij wege van aanslag geheven.
2De belasting bedoeld in hoofdstuk 1.2 en 1.3 van de tarieventabel wordt geheven door middel van een mondelinge dan wel een gedagtekende schriftelijke kennisgeving. Het gevorderde bedrag wordt mondeling, dan wel door toezending of uitreiking van de schriftelijke kennisgeving aan de belastingschuldige bekendgemaakt.
Artikel 8. Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang
1De belasting bedoeld in hoofdstuk 1.1 van de tarieventabel is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.
2Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt, is de belasting bedoeld in hoofdstuk 1.1 van de tarieventabel verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat belastingjaar verschuldigde belasting als er in dat belastingjaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.
3Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat belastingjaar, na de beëindiging van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.
4Indien het aantal personen dat gebruik maakt van een perceel in de loop van het jaar wijziging ondergaat, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de door dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar na de wijziging nog volle kalendermaanden overblijven. Deze ontheffing bestaat uit het verschil in tarief over die periode, tussen de eerder vastgestelde belastingschuld en de belastingschuld na wijziging.
5Het tweede en derde lid zijn niet van toepassing indien de belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en aldaar een ander perceel in gebruik neemt.
6De belasting bedoeld in hoofdstuk 1.2 en 1.3 van de tarieventabel is verschuldigd bij de aanvang van de dienstverlening.
Artikel 9. Termijnen van betaling
1In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen worden betaald in twee gelijke termijnen waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede twee maanden later.
2In afwijking van het eerste lid geldt, zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische betalingsincasso kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in maximaal tien gelijke termijnen. De eerste termijn vervalt een maand na dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen telkens een maand later.
3De belasting moet worden betaald ingeval de kennisgeving bedoeld in artikel 7, tweede lid:
a.mondeling wordt gedaan, op het moment van de kennisgeving;
b.schriftelijk wordt gedaan, op het moment van het uitreiken van de kennisgeving, dan wel in geval van toezending daarvan, binnen dertig dagen na dagtekening van de kennisgeving.
4De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen.
Artikel 10. Overgangsrecht
De ‘Verordening op de heffing en de invordering van afvalstoffenheffing 2025’ van 18 december 2024 wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 11, tweede lid, genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.
Artikel 11. Inwerkingtreding
1Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking.
2De datum van ingang van heffing is 1 januari 2026.
Artikel 12. Citeertitel
Deze verordening wordt aangehaald als ‘Afvalstoffenheffingsverordening Nieuwegein 2026’.
Toelichting
Tarieventabel behorende bij de Afvalstoffenheffingsverordening Nieuwegein 2026
Algemeen
De bedragen genoemd in deze tabel worden uitsluitend weergegeven in euro's en
zijn inclusief omzetbelasting indien deze verschuldigd is.
hoofdstuk 1.1 Maatstaven en jaarlijkse tarieven afvalstoffenheffing
1.1
De belasting bedraagt per perceel per belastingjaar:
1.1.1
Indien het perceel wordt gebruikt door één persoon
297,00
1.1.2
indien het perceel wordt gebruikt door meer dan één persoon
427,00
De belasting als bedoeld in onderdeel 1.1.1 en 1.1.2 wordt vermeerderd voor het in bruikleen hebben van een éxtra (= boven hetgeen volgens de gemeentelijke afvalstoffenverordening aan het perceel is verstrekt)
1.1.3.1
Container van 240 liter, bestemd voor de overige huishoudelijke afvalstoffen, per extra container met
200,00
1.1.3.2
Container van 140 liter, bestemd voor de overige huishoudelijke afvalstoffen, per extra container met
120,00
hoofdstuk 1.2 Maatstaven en tarieven aanbiedstation
1.2
Onverminderd het bepaalde in hoofdstuk 1.1. bedraagt de belasting voor het achterlaten op een daartoe van gemeentewege ter beschikking gestelde plaats
1.2.1
per m³ van:
1.2.1.1
asbest
Gratis
1.2.1.2
grond
Gratis
1.2.1.3
puin
Gratis
1.2.1.4
bouw- en sloopafval
Gratis
1.2.1.5
hout C
Gratis
1.2.1.6
hout B
Gratis
1.2.1.7
dakbedekking
Gratis
1.2.1.8
gips
Gratis
hoofdstuk 1.3 Maatstaven en overige tarieven afvalstoffenheffing
1.3
Onverminderd het bepaalde in hoofdstuk 1.1 en 1.2 bedraagt de belasting voor
1.3.1
Het omwisselen van een containerpakket door nieuwe bewoners: eenmalig gratis binnen maximaal één jaar na verhuizing
1.3.1.1
Omwisselen van een container voor gft, papier of pmd van 140 naar 240 liter: eenmalig gratis, daarna
35,00
1.3.1.2
Omwisselen van een container voor restafval van 240 naar 140 liter: eenmalig gratis, daarna
35,00
1.3.1.3
Omwisselen van een container bij schade veroorzaakt door RMN:
gratis
1.3.1.4
Alle andere containerwisselingen: per container
35,00
1.3.1.5
Het leveren van een extra container (indien toegestaan): per container
35,00
1.3.2
Het verstrekken van een toegangspas voor ondergrondse containers bij verlies of beschadiging
12,50
1.3.3
Het op aanvraag inzamelen van grove huishoudelijke afvalstoffen, per keer
10,00
1.3.4
Het op aanvraag inzamelen van grof tuinafval buiten de vaste inzamelrondes in snoeitijd per keer
30,00