2 Bomenverordening
2.1 Wat is de Bomenverordening
Een Bomenverordening is het belangrijkste instrument voor het behoud en de bescherming van waardevolle houtopstand: bomen, hakhout en houtwallen (verder: bomen).
De Bomenverordening verbiedt het rooien, kappen en verplanten van bomen zonder vergunning, maar ook het ”verrichten van handelingen, zowel boven- als ondergronds, die de dood of ernstige beschadiging (bijvoorbeeld het voor de eerste keer kandelaberen van een boom) of ontsiering van houtopstand ten gevolge kunnen hebben.
In de verordening is vastgelegd voor welke bomen een kapvergunning moet worden aangevraagd, om welke redenen de gemeente een kapaanvraag kan weigeren en welke voorschriften het college aan een vergunning kan verbinden.
Er is verschil in regelgeving tussen gemeentelijke bomen, particuliere bomen (bomen die staan op een terrein waarvan de eigenaar een ander dan de gemeente is), bomen buiten de bebouwde kom, bomen die als productiebos zijn geplant en bomen die spontaan zijn gegroeid (dus niet aangeplant). Het verschil zit in de manier waarop beoordeeld wordt of een boom kapvergunningplichtig is en in de voorwaarden voor herplant.
Op hoofdlijnen geld het volgende: Een gemeentelijke boom is kapvergunningplichtig als hij op de Bomenkaart staat. Een particuliere boom is kapvergunningplichtig als de stamomtrek op 1,30 meter boven de grond dikker is dan 90 cm. Voor bomen buiten de bebouwde kom gaat het om de boomsoort en de manier waarop ze geplant zijn (bijvoorbeeld laan of windsingel). Voor bomen die als productiebos zijn geplant gelden speciale regels voor de herplant.
2.2 Wat is de betekenis van de Bomenverordening voor het Boombeschermingsplan
De Bomenverordening vormt de basis voor dit Boombeschermingsplan. In de verordening staat dat het college aan kan wijzen welke bomen kapvergunningplichtig zijn. Dit heeft het college gedaan door de Bomenkaart vast te stellen.
De basis voor deze kaart is het Groenstructuurplan. Het Groenstructuurplan is in mei 2017 door de raad vastgesteld. Alle bomen in de vlakken en lijnen op deze kaart zijn kapvergunningplichtig.
Alle bomen die buiten de vlakken en lijnen van het Groenstructuurplan staan worden apart beoordeeld. In dit boombeschermingsplan staan de uitgangspunten waarmee we bepalen of die bomen al dan niet op de kaart komen te staan. Dat hangt af van de boomwaarde. Een boom is kapvergunningplichtig bij een waarde van 42 punten of meer. Hoe de waarde wordt bepaald staat in bijlage 2.
Verder staan in de verordening twaalf “belangen” genoemd
1natuur- en milieu, landschap, cultuurhistorie, ecologie, dendrologie/zeldzaamheid, stads- en dorpsschoon, recreatie en leefbaarheid, leeftijd, verschijningsvorm, beplantingsvorm, beeldbepaling, toekomstverwachting.
. De gemeente kan een kapvergunning weigeren op grond van een of meer van die belangen. Daarbij moet de gemeente aangeven wat de waarde is van dat belang. In het boombeschermingsplan zijn de waarden bepaald (zie bijlage 2).
3 Bomenkaart
3.1 Waarom een Bomenkaart?
Iedereen is gebaat bij een snelle en klantgerichte afhandeling van een “aanvraag omgevingsvergunning voor het vellen van een houtopstand” (verder: kapvergunning). Maar er moet wel een balans zijn tussen enerzijds minder regels en anderzijds een effectieve bescherming.
In de Bomenverordening zijn regels opgenomen voor zowel de inwoners, bedrijven, initiatiefnemers (verder: particulieren) als de gemeente. Particulieren hebben een vergunning nodig voor het kappen van bomen waarvan de stamomtrek op 1,30 meter boven de grond dikker is dan 90 cm. Het verbod geldt voor het verwijderen / kappen van de bomen, dus niet voor onderhoud (knotten of afzetten van bomen die al eerder geknot / afgezet zijn).
De gemeente moet voor haar eigen bomen een kapvergunning aanvragen als ze op de Bomenkaart staan. Alleen voor opschot en zaailingen hoeft geen kapvergunning te worden aangevraagd, tenzij de stamomtrek op 1,30 meter boven de grond dikker is dan 90 cm). Opschot en zaailingen zijn bomen die niet zijn geplant maar spontaan zijn gegroeid, bijvoorbeeld uit zaad.
Voor het kappen van de overige (minder waardevolle) bomen is geen vergunning nodig.
3.2 Hoe tot stand gekomen / inspraak
De Bomenkaart bestaat uit twee onderdelen: vlakken en stippen.
De vlakken komen voort uit het Groenstructuurplan. Doel van het Groenstructuurplan is “het ontwikkelen en behouden van een gezond, soortenrijk, evenwichtig, robuust en aaneengesloten netwerk van natuur- en groengebieden in Nieuwegein”. Tegelijk geeft het handvatten om flexibel in te spelen op ontwikkelingen zonder dat de kwaliteit van het netwerk vermindert.
Inwoners van Nieuwegein, wijkplatforms en natuurverenigingen zijn uitgenodigd om mee te denken over het Groenstructuurplan. De “Kaart waardevolle houtopstanden” bij de Bomenverordening 2012 heeft daarbij als uitgangspunt gediend en is vrijwel in zijn geheel opgenomen. Alleen onderdelen die geen deel uitmaken van de samenhangende structuur zijn niet opgenomen. Het gaat dan bijvoorbeeld om kleine, “los” in de wijk liggende groenvakken.
Het Groenstructuurplan is door de gemeenteraad vastgesteld (2017-151). Daarmee is ook besloten dat alle bomen in de vlakken en lijnen van de Groenstructuurplankaart als kapvergunningplichtig op de kaart staan.
Van alle bomen in de openbare ruimte die niet in de gebieden op de Groenstructuurplankaart staan wordt apart bekeken of ze kapvergunningplichtig zijn. Hiervoor wordt de waardebepaling uit dit Boombeschermingsplan gebruikt. Inwoners van Nieuwegein, wijkplatforms en natuurverenigingen worden uitgenodigd om mee te kijken bij deze waardebepaling. De bomen met een waarde van 42 punten of meer zijn kapvergunningplichtig en staan daarmee als een stip op de Bomenkaart.
De Bomenkaart wordt elke 5 jaar geactualiseerd.
4 Kapvergunningplichtige boom of niet?
Artikel 2.1
Het is verboden zonder omgevingsvergunning van het bevoegd gezag houtopstand te vellen of te doen vellen.
Artikel 2.2
Burgemeester en wethouders kunnen gebieden en bomen die behoren tot de omgevings-vergunningplichtige houtopstanden aanwijzen in een Bomenlijst. Deze Bomenlijst wordt iedere 5 jaar geactualiseerd.
Artikel 2.3
Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor:
a.een particuliere houtopstand, voor zover het bomen betreft met een stamomtrek tot maximaal 90 cm op 1,3 meter hoogte boven het maaiveld, tenzij het particuliere houtopstand betreft die als herplant is aangeplant voor verwijderde, maar voorheen houtopstand betrof met een stamomtrek van meer dan 90 cm op 1,3 meter hoogte boven het maaiveld;
b.een gemeentelijke houtopstand die niet is opgenomen op de Bomenlijst als bedoeld in lid 2, tenzij het gemeentelijke houtopstand betreft die als herplant is aangeplant voor verwijderde, maar voorheen opgenomen houtopstand;
c.een gemeentelijke houtopstand die is opgenomen op de Bomenlijst en die bestaat uit opschot of zaailingen met een stamomtrek tot maximaal 90 cm op 1,3 meter hoogte boven het maaiveld.
Artikel 2.4
Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor houtopstanden buiten de bebouwde kom, indien het betreft:
a.populieren en wilgen als wegbeplantingen en éénrijige beplantingen op of langs landbouwgronden, tenzij deze vakkundig zijn geknot;
b.fruitbomen en windschermen om boomgaarden;
c.fijnsparren of andere coniferen, niet ouder dan twaalf jaar, bestemd om te dienen als kerstbomen en geteeld op daarvoor in het bijzonder bestemde terreinen;
d.kweekgoed.
Artikel 2.5
Het in het eerste lid gesteld verbod geldt verder niet voor:
a.houtopstand die moet worden geveld krachtens de Plantengezondheidswet of krachtens een aanschrijving of last van burgemeester en wethouders, zulks onverminderd het bepaalde in artikel 8 van deze verordening;
b.het periodiek vellen van hakhout ter uitvoering van het reguliere onderhoud;
c.het periodiek knotten of kandelaberen als cultuurmaatregel bij daarvoor geschikte boomsoorten
5 Boombescherming
5.1 Kapverzoeken voor een niet-ruimtelijk plan
Van een niet-ruimtelijk plan is sprake wanneer er bomen gekapt moeten worden vanwege ouderdom, ziekte, overlast en dergelijke. Er zijn geen andere werkzaamheden dan de kap en eventuele herplant.
Bij een kapverzoek voor een niet-ruimtelijk plan bepaalt een gespecialiseerde medewerker van de gemeente de boomwaarde en het verwijderingsbelang. Daarbij worden de tabellen voor Boomwaarde en Verwijderingsbelang in bijlage 1 en 2 gebruikt. De tabellen gelden zowel voor particuliere als voor gemeentelijke bomen.
De Boomwaarde is de waarde van de bomen voor de omgeving. Dat kan een gebruikswaarde (park of plantsoentje) of een belevingswaarde (kijkgroen) zijn. Ook de verschijningsvorm van een boom (zoals leibomen), zeldzame soorten of hoge leeftijd spelen mee. Daarnaast zijn cultuurhistorische en ecologische waarden van belang.
In het verwijderingsbelang zijn verschillende vormen van overlast opgenomen. Bijvoorbeeld door wortels opgedrukte bestrating, schaduw in tuinen of op zonnepanelen, blad- en vruchtval of overhangende takken. Maar ook slechte bereikbaarheid door te smalle trottoirs. De punten voor verwijderingsbelang worden alleen toegekend wanneer oplossingen niet mogelijk zijn; de oplossingen hoeven alleen te worden uitgevoerd als er daadwerkelijk sprake is van overlast.
Als het verschil tussen de boomwaarde en het verwijderingsbelang klein is (tot 2 punten) én als het een monumentale boom betreft (boomwaarde 68 punten of meer) dan worden boomwaarde en verwijderingsbelang opnieuw bepaald door een externe deskundige.
Als het definitieve puntenaantal voor het verwijderingsbelang hoger is dan de boomwaarde dan mag de boom in principe gekapt worden, maar daarvoor moet nog een aantal stappen worden doorlopen:
Als de boom kapvergunningplichtig is:
1Als er nog geen kapvergunning is aangevraagd dan wordt die door de eigenaar van de boom aangevraagd bij het Omgevingsloket (via https://omgevingswet.overheid.nl;
2De aanvraag wordt gepubliceerd via Overheid.nl. Inwoners, bedrijven en andere belanghebbenden kunnen binnen twee weken een eventuele zienswijze indienen.
3De gemeente beoordeelt de zienswijzen en koppelt aan de indiener terug wat ermee wordt gedaan.
4De vergunning wordt gepubliceerd via Overheid.nl. Belanghebbenden kunnen binnen 6 weken na verzending van de kapvergunning bezwaar maken en zo nodig in beroep gaan.
5Van de kapvergunning mag pas gebruik worden gemaakt als de vergunning onherroepelijk is.
Als de boom niet kapvergunningplichtig is dan worden de inwoners, voordat de kap wordt uitgevoerd, geïnformeerd zoals in hoofdstuk 6 is beschreven.
NB: In uitzonderlijke gevallen heeft het college de discretionaire bevoegdheid om af te wijken van dit beleid.
5.2 Kapverzoeken bij een ruimtelijk plan
Van een ruimtelijk plan is sprake wanneer er bomen gekapt moeten worden als gevolg van aanpassingen in de openbare ruimte, zoals woningbouw, (grootschalige) renovatie van de openbare ruimte, het herinrichten van een straat. Dus wanneer de kap van een of meerdere bomen het gevolg is van andere werkzaamheden.
In Nieuwegein komt het steeds vaker voor dat ruimtelijke ontwikkelingen plaats vinden in het bestaande stedelijk gebied, de zogenaamde “inbreidingen”. De kans is groot dat binnen de plangrens sprake is van bomen in groenstroken, tuinen en straten. Maar ook bij nieuwbouw in het landelijk gebied kan sprake zijn van aanwezige waardevolle bomen.
Bestaande bomen zijn vaak goed in te passen in de nieuwe plannen, zeker als daar in een vroeg stadium rekening mee wordt gehouden. In bijlage 8 zijn ter informatie posters opgenomen die bij deze inpassing behulpzaam kunnen zijn.
Onderstaand stroomschema wordt gebruikt om een kapaanvraag bij een ruimtelijk plan te beoordelen. Dit stroomschema wordt zowel gebruikt voor ontwikkelingen op gemeentelijk grondgebied als op particulier terrein / terrein in eigendom van een initiatiefnemer.
Als uiteindelijk blijkt dat er toch een kapvergunning moet worden aangevraagd, loopt dat zoals in paragraaf 5.1 is beschreven.
Voor het beoordelen van een kapverzoek bij een ruimtelijk plan worden onderstaande stappen doorlopen.
Zijn de bomen kapvergunningplichtig (stap 1)?
Zie hiervoor hoofdstuk 4.
Zijn de bomen inpasbaar in het ontwerp (stap 2 en 3)?
Niet voor alle ruimtelijke plannen hoeven bomen te wijken. Vaak kunnen ze (deels) worden opgenomen in het plan. Voor de bomen die blijven staan is geen kapvergunning nodig. In de meeste gevallen zijn wel maatregelen nodig om de bomen te beschermen tijdens de bouwwerkzaamheden (zie paragraaf 5.5).
Zijn de bomen niet inpasbaar? Dan moet een alternatief plan worden opgesteld (stap 4 en 3).
Als kapvergunningplichtige bomen zouden moeten wijken voor een herinrichtingsplan moet minimaal één alternatief ontwerp worden uitgewerkt waarin de bomen behouden kunnen blijven. Hierbij moeten technische (on)mogelijkheden, kosten en risico’s in beeld worden gebracht. Deze drie facetten worden zowel vanuit het belang van de boom als vanuit het belang van het plan beoordeeld. Dit betekent dat naast de kosten voor het aangepaste plan, ook de financiële waarde van de boom in beeld wordt gebracht (zie paragraaf 5.3). Het hoofd van de afdeling Openbaar Domein beoordeelt of de alternatieven voldoende zijn uitgewerkt en toetst daarbij zowel op kwaliteit als kwantiteit van de voorgestelde alternatieven.
Als de bomen kunnen worden ingepast in het alternatieve plan is geen kapvergunning nodig. In de meeste gevallen zijn wel maatregelen nodig om de bomen te beschermen tijdens bouwwerkzaamheden (zie paragraaf 5.5).
Zijn de bomen ook niet inpasbaar in een alternatief plan? Dan is er (financiële) herplantplicht (stap 5 t/m 8)
Wanneer het afdelingshoofd concludeert dat inpassing niet mogelijk is, dan zijn er drie mogelijkheden:
1e: De bomen worden vervangen binnen het plangebied, op kosten van de initiatiefnemer. Het hoofd van het Openbaar Domein bepaalt of de vervanging een reëel alternatief is, zowel qua financiële waarde als qua duurzaamheid.
2e: Als vervanging binnen het plangebied niet mogelijk is, wordt de financiële waarde door de initiatiefnemer vergoed aan de gemeente. De gemeente vervangt de bomen op een andere locatie op duurzame wijze (kwaliteit i.p.v. kwantiteit). De bevoegdheid tot het opleggen van een financiële herplantplicht is vastgelegd in de Bomenverordening (Art. 7 lid 3 en art. 8 lid 4). De rechtspraak ziet er strikt op toe dat deze gestorte gelden enkel en alleen voor bomenaanplant en niet voor andere (groene) activiteiten worden gebruikt.
3e: Een combinatie van die twee.
Tenslotte: een eventuele kapvergunning moet op de gebruikelijke wijze worden aangevraagd en wordt ook op de gebruikelijke wijze ter inspraak aan belanghebbenden voorgelegd.
NB: In uitzonderlijke gevallen heeft het college de discretionaire bevoegdheid om af te wijken van dit beleid.
5.3 Herplantplicht
De gemeente kan een herplantplicht opleggen als voorschrift bij een kapvergunning. Oftewel: de boom mag weg, maar er moet wel een nieuwe boom worden geplant op hetzelfde terrein. De gemeente geeft voorwaarden mee voor het duurzaam vervangen van de te kappen bomen. Duurzaam vervangen wil zeggen dat gelet wordt op kwaliteit in plaats van op kwantiteit. De nieuwe boom moet zodanig worden geplant dat hij tot volle wasdom kan komen. Hij moet zowel bovengronds als ondergronds voldoende groeiruimte hebben.
Bij iedere kapaanvraag weegt de gemeente af of er redenen zijn om een herplantplicht op te leggen. Hierdoor is maatwerk mogelijk.
Fysieke herplantplicht
Bij een ruimtelijk plan wordt éérst gekeken of de bomen inpasbaar zijn in het (alternatieve) plan. Als dat niet het geval is legt de gemeente een herplantplicht op voor de te kappen kapvergunningplichtige bomen. De bomen moeten duurzaam vervangen worden binnen het plangebied.
Bij een niet-ruimtelijk plan legt de gemeente in ieder geval een herplantplicht op als de Boomwaarde meer is dan 68 punten. Er is dan sprake van een “monumentale boom”.
Verder wordt een herplantplicht opgelegd bij het kappen van bomen met cultuurhistorische waarde. In het geval van cultuurhistorische bomen worden ze op of vlakbij dezelfde plek geplant, zodanig dat het oorspronkelijke beeld, bijvoorbeeld een oude laan, behouden blijft. Ook de boomsoort moet passen bij het oorspronkelijke beeld. Door bijvoorbeeld boomziekten kan de boom niet altijd door dezelfde soort worden vervangen.
Bij de fysieke herplantplicht wordt ook bekeken of het verplanten van aanwezige bomen een optie is. In dat geval moet de herplant wel op duurzame wijze mogelijk zijn en moeten de kosten in verhouding staan tot de financiële boomwaarde.
Financiële herplantplicht
Soms is het technisch onmogelijk om binnen het plangebied nieuwe bomen te planten. In dat geval legt de gemeente een financiële herplantplicht op. De hoogte van de financiële herplantplicht is 100% van de financiële waarde van de te verwijderen bomen. Dit bedrag wordt door de gemeente geoormerkt en gebruikt om de bomen te compenseren op een (of meer) andere locatie(s) in Nieuwegein.
Om de financiële waarde van een boom objectief te kunnen bepalen, is door de Nederlandse Vereniging van Taxateurs van Bomen (NVTB) een methode ontwikkeld, het Rekenmodel Boomwaarde. Het rekenmodel gaat uit van de stichtings- en beheerkosten, oftewel: wat zou het kosten om dezelfde boom op dezelfde plek opnieuw te laten groeien. Daarbij wordt rekening gehouden met de soort boom (bijvoorbeeld: hoe oud kan deze soort worden), de standplaats (een boom in verharding wordt doorgaans minder oud dan een in het plantsoen), de beheerkosten (een straatboom heeft meestal meer onderhoud nodig dan een parkboom) en dergelijke.
De financiële waarde wordt bepaald door een erkende boomtaxateur, in opdracht en op kosten van de initiatiefnemer.
Combinatie van fysieke en financiële herplantplicht
Als het niet mogelijk is om voldoende bomen (naar het oordeel van de gemeente) duurzaam te herplanten, dan kan er ook een combinatie van fysieke en financiële herplantplicht worden opgelegd.
5.4 De Omgevingswet en het aanvullingsspoor natuur
Via de aanvullingswet natuur wordt in de Omgevingswet bescherming geboden door het Rijk aan dier- en plantensoorten die in het wild voorkomen. Het gaat zowel om beschermde als om niet-beschermde soorten.
Alles wat schadelijk is voor beschermde soorten, is verboden. De beschermde soorten zijn opgenomen op een lijst. Deze planten mag je bijvoorbeeld niet plukken en dieren mag je niet verstoren, verjagen of doden. In bepaalde situaties mag dit wel, maar daarvoor is dan een omgevingsvergunning of vrijstelling nodig.
Voor de niet-beschermde soorten geldt de zorgplicht. Die houdt in dat we alles nalaten waarvan bekend is dat het schade kan toebrengen aan de dieren, planten of hun leefomgeving.
De Omgevingswet vereist dus dat gemeenten, inwoners en anderen rekening houden met de wettelijk beschermde planten- en diersoorten en met de zorgplicht. Bij het verlenen van een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit moet afstemming plaatsvinden met regelgeving vanuit de Omgevingswet.
Bij het vellen van bomen wordt vaak aangegeven dat dit verboden is in het broedseizoen, waarbij de periode van het broedseizoen is aangegeven. Deze eis komt niet overeen met de Omgevingswet. De wet zegt dat je bewoonde nesten van vogels niet mag verstoren. Dus als in een boom in het broedseizoen geen nesten aanwezig zijn, mag er gekapt worden. Als er wel een bewoond nest aanwezig is buiten de genoemde periode (bijvoorbeeld bij een vroeg voorjaar), mag er niet worden gekapt. Daarnaast is het verboden om bomen met jaarrond beschermde nesten te vellen. Dus ook niet in een periode dat het nest niet bewoond is. Het gaat dan om bijvoorbeeld nesten, holten en horsten van sommige uilen, spechten, buizerds en roeken.
Voor het vellen van bomen met jaarrond beschermde nesten kan een omgevingsvergunning worden aangevraagd bij de provincie Utrecht. Voor bewoonde nesten wordt geen omgevingsvergunning verleend.
5.5 Boombescherming bij werkzaamheden
Bouw- en graafwerkzaamheden kunnen ernstige nadelige gevolgen hebben voor de conditie van een boom. Denk aan het afkappen van boomwortels bij het leggen van kabels en leidingen. Maar ook het verdichten van de grond onder de boom door opslag van bouwmateriaal, of het (tijdelijk) verlagen van het grondwater. Om de bomen te kunnen beschermen moet bij werkzaamheden worden voldaan aan een aantal regels. De poster in bijlage 4 geeft hier een goed beeld van, maar is niet helemaal compleet. Bij een vergunning voor werkzaamheden in de buurt van bomen worden de maatregelen uit het de meest recente versie van het Handboek Bomen van het Norminstituut Bomen voorgeschreven. Deze maatregelen moeten in het bestek worden opgenomen. De gemeentelijke toezichthouder(s) op het werk controleren of de beschermende maatregelen goed worden uitgevoerd. Zo nodig wordt gehandhaafd (zie hst 8).
6 Communicatie
6.1 Informeren over voorgenomen kap
Bij kapvergunningplichtige bomen volgt de gemeente de gebruikelijke procedure van publicatie en inspraak. Dat wil zeggen dat de aanvraag Omgevingsvergunning voor het kappen van een boom wordt gepubliceerd via Overheid.nl. Inwoners, bedrijven en dergelijke kunnen zich aanmelden en daarmee berichten over hun buurt automatisch in hun mailbox ontvangen.
Belanghebbenden kunnen binnen twee weken na publicatie hun mening kenbaar maken over de voorgenomen kap (zienswijze indienen), zie hst 7. De gemeente beoordeelt de zienswijzen en koppelt aan de indiener terug wat ermee wordt gedaan. Hierna kan de vergunning al dan niet worden verleend.
6.2 Informeren over uitvoering van de kap
Ongeveer 2 weken voor de uitvoering van de kap informeert de gemeente de belanghebbenden over het voornemen om de boom of bomen te vellen. Dit gebeurt zowel bij kapvergunningplichtige als bij niet-kapvergunningplichtige bomen. We leggen uit waarom de boom gekapt moet worden, om zo draagvlak en/of begrip te krijgen voor de beslissing. We leggen ook uit hoe we aankijken tegen het terug planten van nieuwe bomen want niet voor iedere gekapte boom komt een nieuwe boom terug.
Daarnaast kan door informeren de betrokkenheid bij de buurt worden vergroot. In principe communiceren we bij niet-kapvergunningplichtige bomen alleen als het gaat om meerdere bomen of in het oog springende bomen. De communicatie vindt, afhankelijk van de situatie, op een of meer van de onderstaande manieren plaats. Bij niet-kapvergunningplichtige bomen is er geen publicatie via Overheid.nl en is er geen bezwaar mogelijk.
Buurtbewoners: via een buurtbericht en/of via de communicatie over een herinrichtingsproject (bijvoorbeeld bij herstraatwerkzaamheden).
Wijk: via de wijknetwerkvergaderingen.
Inwoners Nieuwegein: via de gemeentepagina in de Molenkruier en de gemeentelijke website.
Met borden om aan te duiden dat we hier werken aan de kwaliteit van het groen.
IVN, Vogelwacht en andere natuur- en milieuverenigingen in de gemeente Nieuwegein: informeren van de contactpersonen door een medewerker van het Openbaar Domein.
6.3 Informeren bij een ruimtelijk project
Bij een ruimtelijk project vindt communicatie over de bomenkap plaats via de gebruikelijke kanalen van dat project. Als er in het project (ook) kapvergunningplichtige bomen worden gekapt, worden de aanvraag en de uiteindelijke vergunning op de gebruikelijke manier gepubliceerd via Overheid.nl.
6.4 Informeren bij noodkap in uitzonderlijke situaties
Soms is er sprake van een ernstige bedreiging van de openbare veiligheid, noodtoestand of een andere uitzonderlijke situatie, waardoor een boom onmiddellijk gekapt moet worden. Bijvoorbeeld als hij zwaar beschadigd is door zware windstoten of zware regen- of sneeuwval, dreigt om te waaien bij storm of door blikseminslag. In dat geval is het toegestaan om de boom direct te kappen en achteraf een kapvergunning aan te vragen. Deze wordt op de gebruikelijke wijze gepubliceerd. Over dit soort uitzonderlijke situaties informeren wij de inwoners daarnaast, afhankelijk van de situatie, op een of meer van de in 6.2 genoemde manieren.
Bijlage 1: begrippenlijst
Bebouwde kom
De bebouwde kom van de gemeente, vastgesteld ingevolgde artikel 1, vijfde lid, van de Boswet zoals die luidde voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Wet Natuurbescherming en daaropvolgend de Omgevingswet.
Belanghebbende
Degene die binnen 100 meter van de boom woont of degene die tussen de 100 en 200 meter van de boom woont en vanuit de woning zicht heeft op de te kappen boom en organisaties waarbij uit hun statuten blijkt dat zij opkomen voor het belang van de natuur.
Bevoegd gezag
Bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van een besluit ten aanzien van een aanvraag om een omgevingsvergunning of ten aanzien van een al verleende omgevingsvergunning (conform artikel 5.8 van de Omgevingswet).
Boom
Een levend, houtachtig, overblijvend gewas dat bestaat uit één of meerdere stammen die zich op zekere hoogte boven de grond vertakt respectievelijk vertakken.
Bomenkaart
De kaart waarop de kapvergunningplichtige bomen zijn aangegeven. De kaart bestaat uit vlakken (meestal grotere groengebieden) en stippen (kapvergunningplichtige bomen buiten die groengebieden). ze kapvergunningplichtige bomen bomen
In de in 2019 geldende Bomenverordening is nog sprake van een bomenkaart en een bomenlijst. Om spraakverwarring te voorkomen hanteren wij in het Boombeschermingsplan alleen nog maar de naam Bomenkaart. Bij de eerstvolgende wijziging van de Bomenverordening zal dit ook daar worden aangepast.
Boomwaarde
De boomwaarde wordt bepaald door onderstaande kenmerken. Deze kenmerken zijn ook opgenomen in de bomenverordening.
Beeldbepalend
De boom valt op / springt in het oog. Dat kan zijn door de vorm, omvang of standplaats.
Beplantingsvorm & Structuur
De boom bepaalt, samen met de andere bomen in de groep of laan, in belangrijke mate de uitstraling van een laan, plein, park, etc.. Dit zowel vanuit groen- als vanuit stedenbouwkundige architectuur.
Cultuurhistorie
De boom speelt een rol van betekenis in de geschiedenis. Denk aan bomen die herinneren aan een gebeurtenis of die een oude oprijlaan markeren.
Ecologie
De boom vormt een ‘stepping stone’, en maakt daarmee deel uit van een verbinding tussen verschillende (ecologisch) waardevolle gebieden of hij is een refugium (“toevluchtsoort”) voor kleine dieren zoals vogels, insecten.
Landschap
De boom maakt een karakteristiek landschappelijk element of landschappelijke structuur zichtbaar of accentueert deze, of hij vormt een herkenningspunt in het landschap.
Leeftijd
Een gezonde boom wordt waardevoller naarmate hij ouder wordt.
Natuur- en milieu
Bomen hebben natuurwaarde als ze deel uitmaken van een oud natuur- of bosgebied, een houtwal en dergelijke.
Recreatie en leefbaarheid
De boom wordt in het algemeen gewaardeerd wegens zijn schaduw of staat als klimboom bekend bij de jeugd. Ofwel de boom is een onlosmakelijk onderdeel van een geheel (bijvoorbeeld ineen gegroeide kronen).
Stads- en dorpsschoon
De boom maakt onderdeel uit van een beschermd stads- of dorpsgezicht, van een rijks- of een gemeentelijk monument, maakt een karakteristieke structuur in de stad Nieuwegein zichtbaar maken, vormt een geheel met het dichtstbijzijnde huis/huizen of maakt onderdeel uit van het straat-, laan- of wijkbeeld zoals beschreven in het omgevingsplan.
Toekomstverwachting
De toekomst van een boom wordt bepaald door zijn conditie. Daarbij wordt gelet op de leeftijd die die boomsoort kan bereiken en wordt gekeken naar mogelijke aantastingen door ziekten of plagen
Verschijningsvorm
De boom of houtopstand komt in een specifieke / uitzonderlijke vorm voor. Bijvoorbeeld knot-, haag- of zuilvorm of als leiboom.
Zeldzaamheid en Dendrologie
Een boom is dendrologisch is waardevol als de soort in Nederland (zeer) zeldzaam is. In het boek ‘Nederlandse dendrologie’ van dr. B.K. Boom wordt dit per variëteit aangegeven. Ook bomen die in Nederland veel voorkomen maar in Nieuwegein zeldzaamheid zijn vallen hier onder.
Cultuurhistorie
Een boom is cultuurhistorisch waardevol als deze een rol van betekenis speelt in de geschiedenis van zijn omgeving. Te denken valt aan bomen die herinneren aan gebeurtenissen of bomen die een bepaald punt markeren.
Dunnen
Vellen uitsluitend bedoeld als verzorgingsmaatregel ter bevordering van groei van na dunning overblijvende houtopstand.
Duurzaam vervangen
Er wordt gelet op kwaliteit in plaats van op kwantiteit. De nieuwe boom moet zodanig worden geplant dat hij tot volle wasdom kan komen. Hij moet zowel bovengronds als ondergronds voldoende ruimte hebben. Bomen worden dus niet standaard 1 op 1 vervangen. Als voorbeeld: als een groep of rij slecht groeiende bomen in verharding moet worden vervangen, wordt met name gelet op de groeiplaatsomstandigheden van de nieuwe locatie. Indien nodig vindt verbetering van die groeiplaatsomstandigheden plaats op kosten van de initiatiefnemer. Daarbij geldt dat het beter is om één boom zodanig te planten dat hij tot volle wasdom kan komen, dan enkele bomen met slechte(re) vooruitzichten.
Erkend boomtaxateur
Boomtaxateur aangesloten bij de NVTB (Nederlandse Vereniging van Taxateurs van Bomen).
Financiële boomwaarde
Het bedrag dat overeenkomstig de rekenmethode van de Nederlandse Vereniging van Taxateurs van Bomen wordt gevonden.
Gemeentelijke boom
Boom die zich bevindt op grond waarvan de gemeente eigenaar is.
Hakhout
Eén of meer bomen of boomvormers die, na te zijn geveld, opnieuw op stronk uitlopen.
Herplantplicht
De plicht om een gekapte boom te vervangen voor een nieuwe boom dan wel een aanwezige boom te verplanten.
Hoogstam fruitboom
Een boom waarvan de vertakking met gesteltakken begint op minimaal 160 cm hoogte en eetbare vruchten geeft.
Houtopstand
Hakhout, houtwal of één of meer bomen.
Houtwal
Lijnvormige beplanting met bomen en/of struiken.
Kandelaberen
Het uitdunnen van de kroon van een boom, waarbij de resterende takken tot ongeveer de helft van hun lengte wordt teruggesnoeid.
Kapvergunning
Een omgevingsvergunning voor het vellen van een boom.
Kapvergunningplichtige boom
Een boom die, op grond van de regels in de Bomenverordening Nieuwegein niet gekapt mag worden zonder een omgevingsvergunning voor het vellen van een boom.
Knotten
Periodiek geheel of gedeeltelijk verwijderen van uitgelopen takhout tot op de oude snoeiplaats.
Niet-ruimtelijk plan
Wanneer er bomen gekapt moeten worden vanwege ouderdom, ziekte, overlast en dergelijke en er zijn geen andere werkzaamheden dan de kap en herplant.
Omgevingsvergunning voor het vellen van een boom
Kapvergunning.
Opschot en zaailingen
Exemplaren van bomen die spontaan zijn gegroeid of ontstaan.
Particuliere boom
Bomen die staan op een terrein waarvan de eigenaar een ander dan de gemeente is
Ruimtelijk plan
Wanneer er bomen gekapt moeten worden bij woningbouw, (grootschalige) renovatie van de openbare ruimte, het herinrichten van een straat en dergelijke. Dus wanneer de kap van één of meerdere bomen het gevolg is van andere werkzaamheden.
Stroomschema
Hulpmiddel om stapsgewijs te bepalen of een kapvergunning moet worden aangevraagd of niet.
Vellen
Rooien, kappen met inbegrip van verplanten, snoeien van meer dan 20% van het kroonvolume, alsmede het handelen en nalaten van handelingen, zowel boven- als ondergronds, die de dood of ernstige beschadiging of ontsiering van houtopstand ten gevolge kunnen hebben.
Verschijningsvorm
De boom of houtopstand komt in een specifieke / uitzonderlijke vorm voor. Bijvoorbeeld knotvorm, haag- zuilvorm of als leiboom.
Verwijderingsbelang
Een optelling van de punten die gegeven zijn voor verschillende vormen van overlast, zoals schaduw, slechte bereikbaarheid door te smalle trottoirs of door de wortels opgedrukte bestrating.
Zeldzaamheid en Dendrologie
Een boom is dendrologisch waardevol (een studie van bomen, heesters en houtachtige planten) als de soort in Nederland zeldzaam of zeer zeldzaam is. In het boek 'Nederlandse dendrologie' van dr. B.K. Boom wordt dit per variëteit aangegeven. Ook herkomsten en zaadgaarden die genetisch waardevol zijn, vallen hieronder. Het is denkbaar dat er boomsoorten zijn die in Nederland algemeen voorkomen, maar in een bepaalde streek een zeldzaamheid zijn. Volgens de lijst van dr. B.K. Boom gaat het hier niet om een dendrologisch waardevolle boom, toch kan deze boom het predicaat waardevol krijgen.
Zienswijze indienen
De gemeente schriftelijk of mondeling je mening laten weten over, in dit geval, het voornemen om een boom te kappen. Het college weegt deze mening mee voor ze een besluit neemt.
Bijlage 2: Bepalen boomwaarde
Kenmerk
punten
omschrijving
Leeftijd
1
De boom is jonger dan 20 jaar.
3
De boom is 20 - 50 jaar.
5
De boom is 50 - 70 jaar.
10
De boom is ouder dan 70 jaar.
Verschijningsvorm
1
De verschijningsvorm komt in Nieuwegein al of niet in deze vorm veelvuldig voor.
3
De verschijningsvorm komt in Nieuwegein al of niet in deze vorm redelijk/regulier voor.
10
De verschijningsvorm is in Nieuwegein in deze vorm uniek en komt nauwelijks voor.
Cultuurhistorie
1
De boom staat niet in een gebied dat op de bomenkaart is aangegeven als Cultuurhistorisch waardevol.
1of 10
De boom staat in een gebied dat op de bomenkaart is aangegeven als Cultuurhistorisch waardevol. Punten toewijzen in overleg met beleidsmedewerker cultuurhistorie2.
Herplantplicht1 voor de cultuurhistorisch waardevolle bomen.
Ecologie
1
De boom maakt geen onderdeel uit de lokale ecologische verbinding zoals aangegeven op de Groenstructuurplan kaart .
5
De boom maakt onderdeel uit van de lokale ecologische verbinding, Stapstenen of overig gebruiksgroen zoals aangegeven op de Groenstructuurplan kaart.
Herplantplicht1
10
De boom maakt onderdeel uit van de Natuur zoals aangegeven op de Groenstructuurplan kaart
Herplantplicht1
Zeldzaamheid en Dendrologie
1
Het betreft een in Nieuwegein veel voorkomende boomsoort.
5
Het betreft het een in Nieuwegein dendrologisch weinig voorkomende boomsoort.
10
Het betreft het een in Nieuwegein dendrologisch zeer weinig voorkomende boomsoort.
Beplantingsvorm & Structuur
-213
De kroon heeft als gevolg van snoeien geen natuurlijke groeivorm meer.
1
Geen van onderstaande.
3
De boom maakt deel uit van een structuur (hoofdassen/lanen/pleinen).
5
De boom maakt in belangrijke mate deel uit van een structuur (hoofdassen/lanen/pleinen).
10
De boom is onlosmakelijk verbonden met een structuur (hoofdassen/lanen/pleinen).
Beeldbepalend
1
De boom is niet opvallend / beeldbepalend
3
De boom is regulier opvallend / beeldbepalend
5
De boom is opvallend / beeldbepalend
10
De boom is zeer opvallend / beeldbepalend
Toekomstverwachting
-1204
De levensverwachting van de boom is minder dan 3 jaar. De mechanische en/of fysiologische toestand van de boom is minimaal of nihil, verwacht wordt dat ‘herstel’ van de boom niet of nauwelijks mogelijk is.
1
De levensverwachting van de boom is 3 - 10 jaar. De mechanische en/of fysiologische toestand van de boom is duidelijk verminderd, verwacht mag worden dat ‘herstel’ van de boom mogelijk is.
5
De levensverwachting van de boom is 10 - 15 jaar. Ten aanzien van de mechanische en/of fysiologische toestand van de boom worden binnen een termijn van 10-15 jaar geen problemen verwacht.
10
De levensverwachting van de boom is meer dan 15 jaar. Ten aanzien van de mechanische en/of fysiologische toestand van de boom worden binnen een termijn van >15 jaar geen problemen verwacht.
Natuur- en milieu
1
De boom biedt geen huisvesting aan onderstaande dieren of planten.
5
De boom biedt huisvesting aan licht beschermde dieren of planten
10
De boom biedt huisvesting aan zwaar beschermde dieren of planten en jaarrond beschermde nesten).
Let op: bij aanvraag voor een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit dat ziet op het kappen van een houtopstand een omgevingsvergunning aanvragen bij de Provincie t.a.v. natuurbescherming!
Landschap
1
De boom
•accentueert geen karakteristiek landschappelijk element of structuur;
•vormt geen herkenningspunt in het landschap;
•is geen onderdeel van een geheel intact zijnde bomengroep of uniforme laanbeplanting die een karakteristieke structuur in stad of landschap zichtbaar maakt..
3
De boom kent een van bovenstaande waarden.
5
De boom kent twee van bovenstaande waarden.
Herplantplicht1
10
De boom kent alle bovenstaande waarden.
Herplantplicht1
Stads- en dorpsschoon
-213
De boom kan gerooid worden zonder dat het afbreuk doet aan de structuur (zoals bijvoorbeeld een dunning).
1
Geen van onderstaande waarden
10
De boom
•is onderdeel van een geheel intact zijnde bomengroep of uniforme laanbeplanting die een karakteristieke structuur in de stad Nieuwegein zichtbaar maken OF
•vormt een geheel met het dichtstbijzijnde huis of de dichtstbijzijnde huizen OF
•Maakt onderdeel uit van een beschermd stads- en dorpsgezicht OF
•Maakt onderdeel uit van een rijksmonument of een gemeentelijk monument OF
•Maakt onderdeel uit van het straat-, laan- en wijkbeeld zoals beschreven in het omgevingsplan.
Recreatie en leefbaarheid
1
Geen van onderstaande waarden
5
De boom wordt naar het oordeel van het hoofd OD in het algemeen gewaardeerd wegens zijn schaduw of staat als klimboom bekend bij de jeugd.
10
De boom vormt een onlosmakelijk onderdeel van een geheel (bijvoorbeeld ineen gegroeide kronen) OF vormt een eenheid met de omringende bomen (de andere bomen ondervinden schade bij verwijdering van de boom).
Voetnoten:
1Herplantplicht wordt opgelegd wanneer de boom vanwege zijn functie of standplaats waardevol is. Bij herplant kan dan gekozen worden voor een beter passende soort of een andere standplaats. Daarbij wordt wel rekening gehouden met de functie van de boom (bv ecologische waarde) of de specifieke cultuurhistorische waarde (bv onderdeel van een laan).
2Niet elke boom in cultuurhistorisch waardevolle groene gebieden is ook daadwerkelijk van cultuurhistorische waarde. Op een oud boerenerf kunnen bv leilinden staan die van oudsher bij de boerderij horen, maar ook sierbomen die dat niet doen. De beleidsmedewerker cultuurhistorie doet hier een uitspraak over.
3Dit is 50% van de boomwaarde van een kapvergunning plichtige boom (42 punten). De minpunten kunnen van toepassing zijn als de boom wél onderdeel uitmaakt van een structuur maar niet van een van de bij dit onderdeel benoemde structuren. Bijvoorbeeld een boom in een laan die niet intact is. Als het rooien van de boom geen verdere afbreuk doet aan het aanzicht van de laan krijgt de boom ‑21 punten.
4De maximale waarde die een boom kan krijgen is 120 punten. Bij een zo geringe levensverwachting zou de balans altijd om moeten slaan naar kappen, vandaar deze hoge negatieve score.
Indeling bomen
De boom krijgt op basis van bovenstaande kenmerken punten toegekend. Op basis van het puntenaantal valt hij in een categorie. Voor de bomenkaart zijn de bovenste twee categorieën van belang.
Categorie
punten
Monumentale houtopstand
68- 120 punten
Waardevolle houtopstand
42- 67 punten
Evt. potentieel waardevolle opstand
35- 41 punten
Normale houtopstand
12- 35 punten
Bijlage 3: Waardering verwijderingsbelang
Algemeen:
•Deze tabel is bedoeld voor het afwegen van de boomwaarde tegen het verwijderingsbelang (de mate van overlast). De tabel is nadrukkelijk NIET bedoeld voor beheermaatregelen zoals dunning van bomen.
•Eventuele schade, ziekten/plagen en dergelijke moeten worden aangetoond door degene die het verzoek tot kap indient.
•Voor bouw- en andere werkzaamheden verwijzen wij naar hoofdstuk 5.2: kapverzoek bij een ruimtelijk plan.
•Let op: De punten voor verwijderingsbelang worden alleen toegekend wanneer oplossingen niet mogelijk zijn; de oplossingen hoeven alleen te worden uitgevoerd als er daadwerkelijk sprake is van overlast.
TYPE OVERLAST
OPLOSSINGEN (niet limitatief)
WAARDERING VERWIJDERINGSBELANG
Wortelwerking
Van hinder door wortelwerking is sprake als:
-Grote hoogteverschillen ontstaan in de verharding (> 3 cm) waardoor opritten, wegen en voet- of fietspaden slecht toegankelijk zijn;
-Water niet meer snel kan worden afgevoerd vanaf wegen;
-Aantoonbaar door boomwortels schade (scheuren of ontwrichting) aan woningen, riolering of andere elementen zoals tuinmuren is of zal ontstaan.
Wortelwerking op terrein van de gemeente:
De hieronder staande oplossingen dienen altijd gecombineerd te worden met groeiplaatsverbetering en uitgevoerd te worden in overleg met deskundige1:
-Oude leidingen vervangen door moderne kunststof buizen en koppelingen.
-Verruimen van de boomspiegel.
-Verwijderen van enkele oppervlakkige wortels. Deze mogen niet dikker zijn dan 4 cm.
-Gefaseerde wortelsnoei uitvoeren (indien mogelijk).
-Ophogen van de verharding met maximaal 10 cm (indien voorgaande opties niet mogelijk zijn).
-Verstevigen constructie van woningen en tuinmuren. Deze oplossing is van belang als de boomwaarde hoger is dan 68 punten (monumentaal). Als de boomwaarde 42-67 punten is (waardevol) geldt dat deze oplossing alleen uitvoerbaar is wanneer eenvoudige maatregelen uitkomst bieden. De kosten van aanpassingen in constructies moeten opwegen tegen de waarde van een boom of eenheid.
-Herinrichting van de omgeving van de boom.
-Wortelwerking op particulier terrein: het staat de inwoners vrij om de op hun erf groeiende wortels te verwijderen, zolang de vitaliteit en stabiliteit van de boom niet in gevaar komen.
Wortelopdruk
-0-3 cm: 0 punten. Tot 3 cm wordt (wettelijk) acceptabel geacht.
-3-5 cm: 2 punten per m2
-5-10 cm: 4 punten per m2
-> 10 cm: Als voor de wortelopdruk geen oplossing is (zie kolom hiernaast) wordt het kapvergunning-proces opgestart.
Wortelschade: Bij aantoonbare schade aan openbare of private gevels/ fundering van gebouwen, riolering/afvoer, verharding, erfscheiding wordt een maatwerkoplossing gezocht.
Takschuring
Van takschuring is sprake als takken tegen delen van een gebouw aan komen en daarbij:
-Schade ontstaat (zoals afschuren van verf, schade aan dakgoten of dakpannen).
-Ongewenst geluid ontstaat.
Snoei van de kroon in overleg met een deskundige1. De natuurlijke groeivorm van de boom moet behouden blijven.
Takschuring niet oplosbaar door snoei: 20 punten
Schaduwwerking bij woningen
Van schaduwwerking is sprake als een boom van invloed is op de lichtinval van een woning of een tuin.
De mate van schaduwwerking is afhankelijk van de situering van de boom ten opzichte van de zon en woning/tuin, de grootte van de tuin/woning, de omvang van de boom en van de dichtheid van de kroon.
Indien sprake is van overlast bij een woning kan de kroon worden gesnoeid in overleg met een deskundige1.
Daarbij dient zodanig gesnoeid te worden dat de kroonvorm zoveel mogelijk in tact blijft en de boom zijn natuurlijke groeivorm behoud (dus niet toppen of kandelaberen).
Indien sprake is van gevaar door gladheid door bv mos, vruchten of bladeren: extra veegbeurt
Schaduw op woning of tuin:
Tuin op het
Boom-hoogte
punten
zuiden
> 15 m
10
zuiden
6– 15 m
5
zuiden
< 6 m
3
westen
> 15 m
5
westen
6– 15 m
3
westen
< 6 m
1
oosten
> 15 m
3
oosten
6– 15 m
1
oosten
< 6 m
0
noorden
> 15 m
1
noorden
6– 15 m
0
noorden
< 6 m
0
De boom veroorzaakt gladheid (door mos, vruchtval, of andere oorzaken): 2 punten4
De boom heeft een dichte kroon of is wintergroen: 2 punten.
Schaduw op een zonnepaneel
Als op de peildatum 15 juni3 een deel van de panelen in de schaduw ligt:
Bij 100 % = 5 punten bij 75 % = 4 punten bij 50 % = 3 punten bij 25 % = 2 punten bij 0 % = 0 punten
Belemmering van openbare verlichting
Van belemmering van openbare verlichting is sprake:
-In de periode mei tot oktober als de armatuur van een lichtmast zich in de boomkroon bevindt én de boom een dichte kroon heeft die weinig licht doorlaat (conform: ‘Van den Berk over bomen’ ISBN: 90-807408-5-3)
-In het gehele jaar als de armatuur van een lantaarnpaal zich in de boomkroon van een wintergroene boom (conifeer) bevindt
-Snoeien in de kroon in overleg met een deskundige1.
-De kroon van de boom tot boven het verlichtingselement opkronen.
-Mast verplaatsen.
-Ander type mast plaatsen.
Overlast door belemmering van verlichting is altijd oplosbaar met technische maatregelen.
Ziekten, plagen, insecten en andere dieren
Van ziekten en plagen is sprake als deze zijn aangetoond door een deskundige1.
-Bij zeer besmettelijke ziekten en plagen (bv iepziekte, boktor) wordt overgegaan tot noodkap.
-Bij overige ziekten en plagen worden zo nodig passende maatregelen genomen, bijvoorbeeld de bestrijding van de eikenprocessierups.
-Ziekten en plagen die volgens het oordeel van de gemeente niet voor bestrijding in aanmerking komen kunnen met schriftelijke toestemming van de gemeente en onder voorwaarden, door en op kosten van de aanwonende(n) bestreden worden.
-Zeer besmettelijke ziekten (aangetoond door een deskundige1) zijn altijd reden tot noodkap, Geen puntentelling.
-Overige ziekten en plagen: 3 punten2
-Boom met hars, luis, vogelkolonies en dergelijke boven parkeerplaats: 5 punten
-Kans op gladheid, zie: Schaduwwerking
Bladval
In het najaar kan bladval leiden tot hinder, zoals het in huizen binnenwaaien van blad en het bedekt raken van verhardingen, gazons en borders met dood blad. Dit is echter een natuurlijk verschijnsel dat bij een boom hoort en moet dan ook als zodanig geaccepteerd worden.
-Geven van voorlichting (over het nut van een bladerdek en de bladcampagne).
-Adviseren om verstopte dakgoten te voorkomen door het monteren van een bladrooster op de dakgoot (door en op kosten van de eigenaar van het pand).
-Het plaatsen van bladcontainers (huidig beleid).
Bladval: 1 punt2
Kans op gladheid, zie: Schaduwwerking
Vruchtval
Treedt op in de zomer en het najaar wanneer de vruchten rijp zijn en uit de boom vallen. Van overlast wordt gesproken als:
-Een vruchtboom in of nabij verharding staat en de vruchtval overlast op openbaar verhard terrein veroorzaakt;
-Een vruchtboom gemeentelijk eigendom is en de vruchtval overlast veroorzaakt op particulier terrein;
-In de directe omgeving van een nootdragende boom zoals eik, paardenkastanje en boomhazelaar gemarkeerde parkeervoorzieningen aanwezig zijn en geen alternatieve parkeermogelijkheden aanwezig zijn.
-Bij harde vruchten: extra veegbeurt indien sprake is van gevaar door gladheid.
-Bij een boom met zachte vruchten boven verhardingen: extra inspanning leveren d.m.v. bijvoorbeeld veegrondes indien sprake is van gevaar of ernstige hinder.
-Hinder door val van harde vruchten boven parkeerplaatsen: 5 punten
-Hinder door overmatige en langdurige vruchtval: zie: Buitenproportionele overlast
-Kans op uitglijden, zie Schaduwwerking
-Overige hinder door vruchtval: 0 punten2
Allergie
Stuifmeel en pollen afkomstig van de boom kunnen allergische reacties veroorzaken (hooikoorts).
Goede voorlichting: www.pollennieuws.nl geeft informatie en tips over pollen en hoe de burger zelf om kan gaan met de allergie.
Stuifmeelallergie: 1 punt2
Overhangende takken
Een boom nabij de erfgrens kan door hun overhangende takken voor overlast zorgen, zoals gebrek aan zonlicht, bladval etc.
Een boom op openbaar gebied moeten minimaal 0,5 meter van de erfgrens staan. Een boom van een particulieren moet minimaal 2 meter van de erfgrens staan. NB: dit betreft de afstand van het hart van de boom tot de erfgrens.
Het staat de buren vrij om, na aanmaning van de boomeigenaar, de over hun erf hangende takken weg te snoeien, zolang de vitaliteit en natuurlijke habitus van de boom niet in gevaar komen en in overleg met een deskundige1 . Goed nabuurschap heeft hier echter de voorkeur. In conflicten tussen buren is de gemeente geen partij.
Overhangende takken:
-De takken bedekken <10% van de oppervlakte van het dakvlak of het erf: 1 punt2
-Idem voor 10-20%: 5 punten
-Idem voor > 20%: 10 punten
Overlast door schaduwwerking, blad- of vruchtval, takschuring: zie aldaar.
Herplant
Indien na kap een nieuwe boom wordt geplant
-Op dezelfde locatie: 5 punten
-Nabij dezelfde locatie: 3 punten
-Elders: 0 punten
Belemmering bereikbaarheid
Bijvoorbeeld te smalle doorgang voor rolstoelen en scootmobiels
Herinrichting straatprofiel met bv eenzijdig trottoir en andere zijnde bomen in groen
Indien niet oplosbaar: 42 punten
Buitenproportionele overlast
Kan betrekking hebben op alle hiervoor genoemde of andere overlast. De situatie is uitzonderlijk door hoeveelheid), intensiteit of plaatselijke omstandigheden. Denk aan boomsoort met uitzonderlijk veel vruchtpluis, boom met uitzonderlijk veel ongedierte. “Bewijslast” ligt bij aanvrager
Niet oplosbaar
Expert judgement
Uitzondering op vastgesteld beleid via een collegebesluit.
1ETW (European tree worker) of gelijkwaardig
2Het is een algemeen maatschappelijk gegeven dat bewoners enige overlast van bomen dienen te accepteren. Een dergelijke overlast weegt op tegen het algemeen ervaren nut en genot dat een boom verschaft. De overlast mag echter niet zodanig zijn dat er sprake is van hinder in de zin van artikel 6:162 BW.
3De zoninstraling is in de maanden mei, juni en juli het hoogst. De peildatum is in het midden van deze maanden gekozen.
4Voor gladheid wordt maar 1x punten gegeven, onafhankelijk van de oorzaak.
5Als de snoei door of in opdracht van de gemeente plaats vindt, worden de takken zodanig teruggesnoeid dat de eerstvolgende drie jaar geen overlast is te verwachten. Dit sluit aan bij de gebruikelijke snoeicyclus. De natuurlijke groeivorm wordt beoordeeld op déze mate van snoei.
Onderstaande tekeningen zijn ter informatie, om de schaduwwerking van de boom te verduidelijken. De mate en richting van de schaduw is uiteraard afhankelijk van de plaats van de boom (in of buiten de tuin) en het formaat van de boom.