3 Uitgangspunten en doelstellingen van het financieringsbeleid
3.1 Uitgangspunten van het financieringsbeleid
3.1.1 Prudent
Ons financieringsbeleid kenmerkt zich door een afwachtende houding, waarbij we behoedzaam opereren en daarmee niet snel zullen reageren op incidenten.
3.1.2 Defensief maar alert
Het treasurybeleid is onderdeel van het algemene financiële beleid van de gemeente
Nieuwegein. Het treasurybeleid van de gemeente Nieuwegein zoals vastgelegd in de strategienota kent een defensieve strategie, dat wil zeggen dat risico’s zoveel mogelijk worden vermeden en posities volledig worden afgedekt. Wel blijven we proactief op mogelijke wijzigingen in rente-ontwikkelingen en sturen daar op bij indien nodig.
3.1.3 Risicomijdend
De activiteiten op het gebied van financiering worden risicomijdend uitgevoerd met inachtneming van de wettelijke en interne kaders en uitsluitend voor de uitoefening van de publieke taak door de gemeente Nieuwegein. Dit betreft renterisico’s, liquiditeitsrisico’s en debiteurenrisico’s.
3.1.4 Inzet van eigen middelen
De financiering van de gemeentelijke investeringen vindt zoveel mogelijk plaats met eigen middelen. Dat betekent dat we jaarlijks aan de hand van een liquiditeitsprognose bepalen welk bedrag aan leningen benodigd is.
3.1.5 Integrale financiering
Er is sprake van integrale financiering in plaats van projectfinanciering. Bij een beslissing tot (vaste) financiering dient altijd te worden gekeken naar de financieringspositie van de gehele gemeente. Als dit noodzakelijk of rendabel (bijvoorbeeld groenfinanciering) wordt geacht, kan door het college voor het realiseren van grote projecten van dit uitgangspunt worden afgeweken.
5 Financieel beheer
5.5 Deelnemingen en garanties
5.5.1 Voorwaarden
Voor de garantstellingen gelden de volgende voorwaarden:
-De gemeente stelt zich voor maximaal 100% van de lening garant, tenzij het college van oordeel is dar er goede redenen zijn voor een hoger percentage. In dat geval moet worden onderzocht of de regels voor staatssteun een hoger percentage toelaten.
-De garantie wordt verstrekt onder de opschortende voorwaarde dat binnen drie maanden na het besluit tot het verstrekken van garantie tussen geldnemer en gemeente een overeenkomst van garantieverlening tot stand komt.
-In de overeenkomst van garantieverlening worden de voorwaarden vastgelegd waaronder de gemeentegarantie verleent voor een geldgeverslening die door de geldgever aan de geldnemer wordt verstrekt.
-Garantie kan alleen worden verleend op leningen die zijn verstrekt door een bank.
-De gemeente toetst de financiële positie en betrouwbaarheid van de betrokken bank.
5.5.2 Looptijd
-De looptijd van de garantie is maximaal gelijk aan de technische levensduur van de objecten die de gemeente tot zekerheid strekken voor de verleende garantie waarop ook de lening is gebaseerd, tot een maximum van 50 jaar.
5.5.3 Staatssteun
-Indien de regelgeving voor staatssteun op de garantieverlening van toepassing is, dan geldt de (kortere) looptijd die volgens die regels is toegestaan.
5.5.4 Akte van borgtocht
-In een akte van borgtocht tussen de gemeente en de geldgever worden de voorwaarden vastgelegd waaronder de gemeente zich als borg tegenover een geldgever verbindt tot nakoming van de aan een geldgeverslening verbonden rente- en aflossingsverplichtingen voor zover de geldnemer hiermee in gebreke blijft
5.5.5 Betaling
-De garantie strekt alleen tot zekerstelling aan de geldgever van de betaling van rente en aflossing indien de geldnemer daarmee in gebreke is gebleven.
-Indien de gemeente krachtens een garantie een betaling heeft verricht in de plaats van een in gebreke gebleven geldnemer, is de regresvordering van de gemeente in een eventueel faillissement van de geldnemer bevoorrecht op eventuele andere vorderingen die een geldverstrekker op de geldnemer heeft.
5.5.6 Beëindiging
-De garantie vervalt na de totstandkoming van de overeenkomst van geldgeverslening van rechtswege indien de overeenkomst van geldgeverslening vervalt.
-De garantie vervalt indien de gemeente en de geldgever niet binnen drie maanden na verzending van het besluit tot het verstrekken van de garantie overeenstemming bereiken omtrent de inhoud van een akte van borgtocht.
5.5.7 Provisie
De gemeente kan bij de geldnemer bij garantstelling een rentevergoeding in rekening van 0,25% per jaar van het door de gemeente gegarandeerde bedrag in rekening brengen.
7 Treasurycommissie
7.3 Thema’s
7.3.1 Prognose/ positiebepaling
De rentestructuur en de verwachtingen hierover worden één keer per half jaar door het treasurycomité besproken of zoveel vaker als de marktsituatie dat verlangt.
Beslissingen tot het aangaan van langlopende financieringstransacties worden genomen op basis van onder meer een liquiditeitsprognose. Bij het nemen van beslissingen wordt rekening gehouden met het beleid, zoals dat door de treasurycommissie is vastgelegd in de strategienota.
De positiebepaling, het afwegen van alternatieven en het aangaan van transacties staan onder de verantwoordelijkheid van het hoofd OPF en wordt door de treasurer uitgevoerd. Bij het nemen van beslissingen wordt rekening gehouden met het beleid, zoals dat door het treasurycomité is vastgelegd in de strategienota.
7.3.2 Rentestructuur
De rentestructuur en de verwachtingen hierover wor¬den één keer per half jaar door het treasurycomité besproken of zoveel vaker als de marktsituatie dat verlangt.
7.3.3 Risicomanagement
Dit betreft het binnen de interne kaders:
-Keuzes over het aantrekken en uitlenen van geldmiddelen;
-Keuzes over het verstrekken van de bij de gemeente gevraagde borgstellingen;
7.3.4 Beleidsstratie: Strategienota
Twee jaarlijks (of zoveel vaker als de marktsituatie daartoe aanleiding geeft), wordt door de treasurer een strategienota ten behoeve van het college uitgebracht. De strategienotitie heeft de volgende opzet:
a.een overzicht en analyse van de huidige liquiditeits- en risicoposi¬tie van de gemeente en van de belangrijkste aspecten op die positie na de planperiode;
b.een prognose van de ontwikkelingen op de finan¬ciële markten;
c.een liquiditeitsprognose op hoofdlijnen;
d.de voorgenomen strategie met een uitwerking van de voorgenomen maatregelen (waaronder de in te zetten instrumenten) gelet op het gestelde onder a-c en de beoogde effecten hiervan;
e.renteresultaat (stand per peildatum gerelateerd aan de begroting en prognose renteresultaat);
Jaaarlijks wordt in begroting bij de paragraaf Financiering ingegaan op de strategie voor de komende jaren.
7.3.5 Frequentie
Er wordt een treasurycommissie ingesteld dat minimaal twee keer per jaar, of zoveel vaker als de marktsituatie daartoe aanleiding geeft, overleg pleegt over het te voeren treasurybeleid.
7.3.6 Afstemming met de raad
Bij belangrijke ontwikkelingen informeert het college de raad, en indien van toepassing, de Auditcommissie, hierover. Reguliere informatievoorziening vindt plaats via de paragraaf financiering in de begroting en de jaarrekening.