Gemeentelijke regelgeving

Beleidsregel van de burgemeester van de gemeente Nieuwegein houdende regels omtrent de handhaving van het Digitaal Opkopers Register (Beleidsregels handhaving Digitaal Opkopers Register Nieuwegein 2021)

Gemeente Nieuwegein · geldt sinds 23 juni 2021

5. Handhaving

5.1 Inkoopregister

De verplichtingen met betrekking tot het inkoopregister zijn opgenomen in het Uitvoeringsbesluit ex artikel 437, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht en artikel 437 van het Wetboek van Strafrecht. De handhaving van deze strafrechtelijke regels behoort tot de bevoegdheid van de politie en het Openbaar Ministerie. Deze beleidsregel heeft dan ook geen betrekking op de handhaving daarvan. Wel is afgestemd met het Openbaar Ministerie welk beleid bij de handhaving van deze regels door het Openbaar Ministerie worden gevolgd. Dit is weergeven in de bijlage.

5.2 Verkoopregister

De Algemeen Plaatselijk Verordening van Nieuwegein kent verscheidene verplichtingen met betrekking tot het verkoopregister. Deze verplichtingen kunnen bestuursrechtelijk (bestuursdwang of dwangsom) en strafrechtelijk (via de strafbaarstelling van overtreding van de regels uit de Algemeen Plaatselijke Verordening) worden gehandhaafd. Deze mogelijkheden ontlenen hun rechten uit artikel 125 van de Gemeentewet en artikel 4:81 Algemene wet bestuursrecht.. De hierin opgenomen beleidsregels betreft de invulling van de bevoegdheid gegeven in artikel 2.67 Algemeen Plaatselijke Verordening Nieuwegein (verkoopregister) en artikel 2, lid 2 van het Uitvoeringsbesluit ex artikel 437, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht (inkoopregister) en de handhavingsstrategie daaromtrent. Om invulling te geven aan de bestuursrechtelijke handhaving van deze verplichtingen zijn de verschillende mogelijke overtredingen onderstaand schematisch weergegeven en gekoppeld aan handhavend optreden middels een last onder dwangsom of een last onder bestuursdwang (sluiting). De hoogte van de dwangsom is afgestemd op de zwaarte van het geschonden belang en de beoogde werking van de dwangsom.

5.3 Afwijkingsbevoegdheid

Het kan zo zijn dat toepassing van het beleid voor een of meerdere belanghebbenden gevolgen zou hebben die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zijn in verhouding tot de met de beleidsregel te dienen doelen. Op basis van de inherente afwijkingsbevoegdheid, zoals neergelegd in artikel 4:84 Awb, kan dan van dit beleid worden afgeweken. Deze afwijkingsbevoegdheid houdt ook in dat de burgemeester kan besluiten om af te wijken van deze beleidsregel als er sprake is van verzwarende omstandigheden. Afwijking van het beleid dient voorzien te worden van een heldere motivering.

Bijlage 1: Recidiveregeling feitcodes D 521a – D 524, overtreding 437 Sr jo. Uitvoeringsbesluit ex artikel 437 Sr

De recidiveregeling luidt als volgt: van recidive is sprake indien de overtreding wordt begaan binnen twee jaar na afdoening van de vorige overtreding. Door het OM wordt via raadpleging van het Justitieel Documentatie Systeem (JDS) vastgesteld of sprake is van recidive. De vaste tarieven in de onderstaande tabellen staan vermeld bij de van toepassing zijnde feitcodes zoals opgenomen in de Tekstenbundel voor misdrijven, overtredingen en Muldergedragingen.

Het vervolgingsbeleid ten aanzien van overtreding van artikel 437 Sr ziet op de onjuiste naleving van de registratieplicht en identiteitscontrole. De verplichte controle van de identiteit van de aanbieder door de handelaar geldt alleen bij inkoop van koper en koperlegeringen in geval van contante uitbetalingen. Opkopers hebben op grond van dit artikel de plicht een register bij te houden van hetgeen zij inkopen. In artikel 2 lid 2 van het Uitvoeringsbesluit ex artikel 437 Sr is vermeld welke gegevens in dit register dienen te worden opgenomen. Eén van die vereiste gegevens is dat handelaren in koper in het register de omschrijving en het nummer van het document, waarmee een aanbieder van koper of koperlegeringen, die met contant geld wordt uitbetaald, zich identificeert, noteren.

Bij de vervolging worden vier categorieën onderscheiden:

1Verschrijvingen bij NAW-gegevens

Allereerst kan er sprake zijn van een verschrijving van NAW-gegevens, zoals weergegeven in het Uitvoeringsbesluit bij artikel 2 lid 2 onder e ex artikel 437 Sr. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen verschrijvingen en gegevens die ontbreken of onjuist zijn. Bij onjuiste of ontbrekende gegevens is categorie 2 van toepassing. Wanneer er vijf of minder verschrijvingen zijn, dan houdt de opsporingsambtenaar het als sprake is van een first offender bij een schriftelijke waarschuwing. Binnen 28 kalenderdagen nadat deze constatering heeft plaatsgevonden, krijgt de opkoper opnieuw een controle. Wanneer dan sprake is van drie of meer verschrijvingen dan wel bij de eerste controle sprake is van meer dan vijf verschrijvingen, wordt gehandhaafd en vindt strafvordering plaats conform het hierna onder categorie 1 opgenomen schema. Bij één of twee verschrijvingen wordt niet opgetreden.

Categorie-indeling E, categorie 8 – een ieder

Aantal verschrijvingen

1of 2

3-5 (D521A)

6-10 (D521B)

>10 (D521C)

Eerste overtreding

-

Vast tarief (NB hier gaat een schriftelijke waarschuwing aan vooraf bij constatering eerste overtreding

Vast tarief

Vast tarief

Tweede overtreding

-

OM-strafbeschikking €140,-

OM-strafbeschikking €210,-

OM-strafbeschikking €450,-

Derde overtreding

-

OM-strafbeschikking €210,-

OM-strafbeschikking €310,-

OM-strafbeschikking €600,-

2Ontbrekende of onjuiste gegevens anders dan onder categorie 3

Bij de tweede categorie ontbreken één of meer van de in artikel 2 lid 2 onder a tot en met e Uitvoeringsbesluit ex artikel 437 Sr genoemde onderdelen of is anders dan een kennelijke verschrijving onjuist genoteerd. Hier geldt dat naarmate meer fouten of onjuistheden worden geconstateerd, de hoogte van de sanctie oploopt.

Categorie-indeling E, categorie 8 – een ieder

Aantal ontbrekende of onjuiste gegevens:

1-5 (D522A)

6-10 (D522B)

>10 (D522C)

Eerste overtreding

Vast tarief

Vast tarief

Vast tarief

Tweede overtreding

OM-strafbeschikking €380,-

OM-strafbeschikking €750,-

Dagvaarden, eis ter zitting €1100,-

Derde overtreding

Dagvaarden, eis ter zitting €500,-

Dagvaarden, eis ter zitting €1000,-

Dagvaarden, eis ter zitting €1500,-

3Ontbrekende gegevens m.b.t. legitimatieplicht

De derde categorie betreft de overtreding van de legitimatieplicht, krachtens artikel 2 lid 2 onder f van het Uitvoeringsbesluit ex artikel 437 Sr. Hierbij gaat het om het soort legitimatiebewijs en het nummer op het legitimatiebewijs.16 In geval van een combinatie van overtredingen, waarbij sprake is van verschillende categorieën, geldt vervolging conform de categorie waar de hoogste straf voor is vastgesteld.

Categorie-indeling E, categorie 8 – een ieder

Aantal ontbrekende gegevens:

1-5 (D523A)

6-10 (D523B)

>10 (D523C)

Eerste overtreding

Vast tarief

Vast tarief

Vast tarief

Tweede overtreding

OM-strafbeschikking €750,-

OM-strafbeschikking €1500,-

Dagvaarden, eis ter zitting €2000,-

Derde overtreding

Dagvaarden, eis ter zitting €1000,-

Dagvaarden, eis ter zitting €2100,-

Dagvaarden, eis ter zitting 1 maand hechtenis

4Geen register (bijhouden)

In de vierde categorie is er geen register of wordt dit in het geheel niet bijgehouden, zoals voorgeschreven in artikel 437 lid 1 onder a Sr jo. artikel 2 lid 2 Uitvoeringsbesluit. Voor deze overtreding is de hoogste straf vastgesteld.

Categorie-indeling E, categorie 8 – een ieder

Geen of niet bijgehouden register (D524)

Eerste overtreding

Vast tarief

Tweede overtreding

Eis ter zitting – €3000,-

Derde overtreding

Eis ter zitting – 2 maanden hechtenis

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.