Bijlage 1: Opstellen parkeerplan
De initiatiefnemer van een ruimtelijke ontwikkeling stelt aan de hand van de volgende stappen een parkeerplan op. Dit parkeerplan maakt onderdeel uit van de ruimtelijke onderbouwing van de ontwikkeling.
Stap 1: Bepalen parkeerbehoefte
Het proces van toepassing van de parkeernormen start met een ruimtelijk initiatief, plan of project. Kenmerk van doorwerking van parkeernormen via het Parkeerbeleid is, dat toetsing alleen kan plaatsvinden op het moment dat sprake is van vergunningplichtige activiteiten of bij een afwijking/herziening van een omgevingsplan. In andere gevallen kunnen verbouwingen dus zonder toetsing aan de parkeernormen plaatsvinden. Bij toepassing van het Parkeerbeleid wordt onderscheid gemaakt in de volgende situaties:
1Nieuwbouw
2Herbouw/verbouw
3Functiewijziging
4Functie-uitbreiding
ad 1. Nieuwbouw
In het geval van nieuwbouw is het Parkeerbeleid van toepassing op de totale ontwikkeling. De parkeerbehoefte per (nieuwe) functie wordt bepaald door middel van het aantal eenheden per functie te vermenigvuldigen met de parkeernorm. De uitkomst hiervan wordt naar boven afgerond, op een geheel getal.
ad 2. Herbouw/verbouw
Wanneer een bestaand object wordt gesloopt of verbouwd en in dezelfde functie en omvang wordt teruggebouwd, dan is het Parkeerbeleid niet van toepassing.
ad 3. Functiewijziging
Wanneer een bestaand object (deels) een functiewijziging ondervindt, dan is het Parkeerbeleid van toepassing op dat gedeelte waar functiewijziging plaatsvindt. De parkeerbehoefte van de nieuwe functie wordt dan samengesteld op basis van de parkeernorm van de nieuwe functie minus de parkeernorm van de oude functie.
ad.4. Functie-uitbreiding
Bij het uitbreiden van een bestaande functie is de parkeernorm van toepassing op het gedeelte dat uitgebreid wordt. Hier geldt dat in het verleden vergunde activiteiten waarbij niet getoetst is aan parkeernormen niet worden meegenomen in de berekening van het aantal benodigde parkeerplaatsen.
Stap 2: Bepalen normatieve parkeerbehoefte
Wanneer de gegevens (functies, niet zijnde ‘Wonen’) van een bouwontwikkeling bekend zijn, wordt de bijbehorende norm bepaald. Deze wordt vermenigvuldigd met het te realiseren programma, het aantal m2 bruto vloeroppervlakte of met andere eenheden zoals het aantal zitplaatsen. Bij een gecombineerde ontwikkeling wordt de berekening voor iedere functie apart uitgevoerd. De uitkomsten van iedere berekening worden vervolgens bij elkaar opgeteld, deze optelling vormt de normatieve parkeerbehoefte.
Stap 3: Korting op parkeernorm bij alternatieve mobiliteitsoplossingen
Het college van burgemeester en wethouders kan besluiten om in bijzondere gebieden of situaties de parkeernorm naar beneden bij te stellen. De initiatiefnemer moet deze bijstelling onderbouwen ofwel door aannemelijk te maken dat het gebruik van de functie een afwijkende parkeervraag genereert, ofwel door een alternatieve mobiliteitsdienst aan te bieden.
De basis voor afwijking als gevolg van bijzondere omstandigheden wordt gevormd door een bereikbaarheidsplan, dat onderdeel uitmaakt van de ruimtelijke onderbouwing. Bijvoorbeeld; in een bereikbaarheidsplan wordt gesteld dat een substantieel deel van de medewerkers niet de auto gebruikt voor woon-werkverkeer. Of de initiatiefnemer zorgt voor voldoende deelauto’s bij de ontwikkeling van woningen (waarbij de vaste kosten door de ontwikkelaar worden gedragen). Deze afwijking dient objectief onderbouwd te worden waarmee aannemelijk wordt gemaakt dat afwijken van de parkeernormen gerechtvaardigd is. Voorbeelden van een dergelijke objectieve onderbouwing zijn:
•Cijfers met betrekking tot het aantal werknemers en/of fte
•Cijfers met betrekking tot het autobezit en/of gebruik van de beoogde gebruikersgroepen van een functie
•Cijfers met betrekking tot het gebruik van de fiets en het openbaar vervoer op de desbetreffende locatie
•Resultaten uit een recente parkeerdrukmeting bij vergelijkbare functies waaruit blijkt dat de parkeervraag lager ligt dan de gehanteerde norm
•Resultaten uit referentieprojecten waarin maatregelen genomen zijn die soortgelijk zijn aan de voorgestelde maatregelen in het desbetreffende mobiliteitsplan
Toetsingskader alternatieve mobiliteitsoplossingen
Bij het toetsen van alternatieve mobiliteitsoplossingen in het bereikbaarheidsplan let het college van burgemeester en wethouders in hoofdzaak op de kwaliteit van de mobiliteitsoplossing. Hoe hoger de kwaliteit, hoe aantrekkelijker het gebruik en dus hoe groter de korting op de parkeernorm. Daarbij kijkt het college niet alleen naar de initiële kwaliteit, maar ook naar de mate waarin goed beheer en onderhoud gegarandeerd is. Zo zal deelmobiliteit in de vorm van een abonnement op een bestaand concept altijd hoger gewaardeerd worden dan het beschikbaar stellen van een individueel voertuig voor algemeen gebruik.
In zijn algemeenheid geldt dat voor een woonbestemming het beschikbaar stellen van deelmobiliteit in het meest gunstige geval de aanschaf van een tweede auto onnodig maakt. De korting op de parkeernorm kan de norm daarom maximaal tot één parkeerplaats per woning verlagen. Het uitgangspunt daarbij is dat voor het beschikbaar stellen van één deelvoertuig maximaal voor vijf woningen de parkeernorm naar beneden zal worden bijgesteld. Eventuele alternatieve mobiliteitsoplossingen in relatie tot de overige functies (niet zijnde ‘Wonen’) worden door het college van burgemeester en wethouder apart getoetst. Op basis van het bereikbaarheidsplan bepaalt het college of de oplossing van voldoende kwaliteit is, zodat het als een aannemelijke alternatief kan worden gezien.
Stap 4: Specifieke omstandigheden
Er kunnen specifieke omstandigheden zijn die van invloed zijn op het bepalen van de normatieve parkeerbehoefte. Deze omstandigheden dienen dan beschreven te worden in het parkeerplan.
Verrekening oude functie
Bij functiewijziging wordt rekening gehouden met de normatieve parkeerbehoefte van de oorspronkelijke situatie. Het uitgangspunt hierbij is dat de parkeerbehoefte van het laatste legale gebruik van de oorspronkelijke situatie in mindering wordt gebracht bij de te berekenen parkeerbehoefte voor de nieuwe situatie. Hierbij dient rekening te worden gehouden met de aanwezigheidspercentages die voor de oorspronkelijke functie golden.
Toets dubbelgebruik
De parkeernorm geeft aan wat de parkeerbehoefte van een functie is. Wanneer binnen een gebied meerdere functies aanwezig zijn of worden gebouwd, vallen de pieken in parkeerbehoefte van die functies niet altijd op hetzelfde moment. Bij woningen is de parkeerbehoefte bijvoorbeeld op werkdagen in de avond en nacht maximaal. Bij een supermarkt of kantoor zal deze behoefte vooral overdag optreden. Het moment waarop alle gecombineerde functies tezamen een maximale parkeerbehoefte genereren, wordt de maatgevende parkeerbehoefte genoemd. De maatgevende parkeerbehoefte wordt bepaald aan de hand van de aanwezigheidspercentages. Hiervoor wordt verwezen naar § 3.4 ‘Aanwezigheidspercentages’.
Stap 5: Parkeerbehoefte = Parkeereis
Nadat de parkeereis is vastgesteld komt vervolgens de vraag of de parkeereis geheel, gedeeltelijk of niet op eigen terrein gerealiseerd kan worden. Als uitgangspunt geldt dat de parkeerbehoefte op eigen terrein wordt gerealiseerd. Wanneer dit niet mogelijk is, heeft het college van burgemeester en wethouders de mogelijkheid om hiervan (gemotiveerd) af te wijken. Deze afwijking dient objectief onderbouwd te worden waarmee aannemelijk wordt gemaakt dat afwijken van de parkeernormen gerechtvaardigd is en daarmee de parkeervraag en -aanbod in balans zijn.
1Parkeren eigen terrein
Een ontwikkeling moet in de basis voorzien in voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein. Soms is deze eis niet haalbaar. Voor ontwikkelingen met een resterende parkeereis, moet een ontwikkelaar onderbouwd aangeven waarom deze niet op eigen terrein gerealiseerd kunnen worden. Wanneer de aanvrager niet kan voorzien in voldoende parkeervoorzieningen op eigen terrein is het mogelijk om gebruik te maken van vervangende parkeervoorzieningen.
2Parkeren particulier/privaat terrein (meerjarige overeenkomst bij huren)
Om te voldoen aan de resterende parkeereis kan een initiatiefnemer in geval van een tijdelijke situatie gebruik maken van een vervangende particuliere/private parkeervoorziening. De parkeervoorziening dient gerealiseerd te worden binnen de kern waar de ontwikkeling plaatsvindt en over voldoende parkeerplaatsen te beschikken op maatgevende momenten. De initiatiefnemer maakt de bezoekers/gebruikers attent op de parkeerplaatsen. De initiatiefnemer beschikt over een parkeerovereenkomst tussen initiatiefnemer en de aanbieder van de particuliere/private parkeerruimte en overlegt deze bij de bouwaanvraag. De overeenkomst geldt voor de duur van de tijdelijke situatie.
3Gebruik openbare parkeerplaatsen
De vervangende parkeerruimte kan ook een parkeerruimte in het openbaar gebied zijn. Indien er voldoende parkeercapaciteit binnen de kern is, ook na realisatie van het initiatief, kan de gemeente vrijstelling verlenen van het (geheel) realiseren van de parkeereis op eigen terrein. De bewijslast ligt hierbij bij de initiatiefnemer. Deze dient middels parkeertellingen, uitgevoerd door een onafhankelijk onderzoeksbureau (ISO 9001 gecertificeerd), aan te tonen dat de parkeerdruk, op de drukste momenten onder de 85% ligt en ook na realisatie van het initiatief op de drukste momenten onder de 85% blijft. De betreffende meetmomenten en perioden worden bepaald door de gemeente. Het onderzoek dient op een representatief moment (buiten periode van evenementen, vakanties, etc.) te worden uitgevoerd.
Indien gebruik gemaakt wordt van de ontheffing van de parkeereis door gebruik te maken van restcapaciteit in de openbare ruimte, moet de initiatiefnemer een compensatiebedrag betalen. Dit compensatiebedrag stelt de gemeente in de gelegenheid om te investeren in mobiliteitsmaatregelen die de algehele parkeervraag zullen reduceren of de parkeercapaciteit vergroten. De hoogte van het bedrag dat de initiatiefnemer moet betalen is vastgelegd in het Parkeerfonds (‘Parkeren in het Centrum)’, als onderdeel van hoofdstuk 2 ‘Kostenverhaal bovenwijkse voorzieningen’ uit de ‘Nota Kostenverhaal op basis van de structuurvisie Nederweert’, door de gemeenteraad vastgesteld op 9 november 2010.
Eens in de zoveel jaar kunnen de betreffende documenten worden geactualiseerd. In dat geval worden dan de hierin opgenomen voorwaarden/voorschriften/voorwaarden van kracht.
Stap 6: Afkoop door bijdrage Parkeerfonds gemeente Nederweert
Een parkeerfonds is een instrument dat beschikbaar is voor het oplossen van parkeervraagstukken bij nieuwe ontwikkelingen. Wanneer een bouwinitiatief niet, of in onvoldoende mate, kan voorzien in voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein, kan de initiatiefnemer een bijdrage leveren aan het parkeerfonds. De initiatiefnemer dient aan te tonen dat er geen andere alternatieven zijn voor het oplossen van het parkeervraagstuk. Op basis van de argumenten en de bijdrage kan het college van burgemeester en wethouders besluiten om een ontheffing van de parkeernorm te verlenen aan de initiatiefnemer. Hierbij moet het wel aannemelijk zijn dat de gemeente Nederweert deze resterende parkeercapaciteit ook binnen de bepaalde termijn van 10 jaar binnen de openbare ruimte kan realiseren. Met de inzet van het Parkeerfonds is daarom terughoudendheid geboden.
Overeenkomst
Wanneer de ontwikkelaar met de gemeente overeenkomt dat het mogelijk is om de parkeereis af te kopen, worden de afspraken vastgelegd in een overeenkomst. In deze overeenkomst wordt vastgelegd welke voorwaarden van toepassing zijn op de storting in het Parkeerfonds. De overeenkomst met bijbehorende voorwaarden dient goedgekeurd te worden door het college van burgemeester en wethouders.
Inzet Parkeerfonds
Met de afkoopsom, zoals vastgelegd in een overeenkomst, kan de gemeente parkeerplaatsen realiseren. Daarnaast kan de gemeente het saldo uit het parkeerfonds aanwenden voor het verbeteren van de openbare parkeersituatie. De gemeente realiseert parkeerplaatsen of flankerende maatregelen binnen tien jaar.
Bijlage 2: Parkeernormen Nederweert
Onderstaande kentallen zijn afkomstig uit de algemene richtlijnen van de CROW (Publicatie 381), nadat deze (binnen de bandbreedtes van de publicatie) specifiek op maat van de gemeente Nederweert zijn gemaakt. In tegenstelling tot voorheen hoeft een initiatiefnemer, op basis van locatie specifieke informatie, niet meer te zoeken naar de juiste kentallen. In de praktijk leidt dit tot meer eenduidigheid/duidelijkheid. Overigens zijn niet alle beschreven voorzieningen (in de eerste kolom) binnen de gemeente aanwezig, maar voor de volledigheid wordt aangesloten bij de lijst, afkomstig van de voornoemde CROW-publicatie.
Wonen
eenheid
centrum
rest bebouwde kom
buiten bebouwde kom
aanleunwoning en serviceflat
per woning
1,1
1,2
1,2
appartement
per woning
1,5
1,5
1,5
Kamerverhuur *)
(niet zelfstandig)
per woning
0,3
0,3
0,3
Kamerverhuur **)
(zelfstandig, niet studenten)
per bewoner
0,7
0,7
0,7
Internationale werknemers ***)
per bewoner
0,6
0,8
0,8
Woonhuis
per woning
1,5
1,5
1,5
*) zonder eigen keuken en badkamer
**) met eigen keuken en badkamer
***) bron Beleidsnotitie huisvesting internationale werknemers 2020 gemeente Nederweert.
Werken
eenheid
centrum
rest bebouwde kom
buiten bebouwde kom
kantoor (zonder baliefunctie)
100m2 bvo
1,9
2,6
2,6
kantoor (met baliefunctie)
100m2 bvo
2,5
3,6
3,6
bedrijf arbeidsintensief/bezoekersextensief
100m2 bvo
1,6
2,4
2,4
bedrijf arbeidsextensief/bezoekersextensief
100m2 bvo
0,7
1,1
1,1
bedrijfsverzamelgebouw
100m2 bvo
1,4
2
2
Winkelen en boodschappen
eenheid
centrum
rest bebouwde kom
buiten bebouwde kom
buurtsupermarkt
100m2 bvo
2,3
4,1
n.v.t.
fullservice-supermarkt
100m2 bvo
3,9
5,9
n.v.t.
groothandel levensmiddelen
100m2 bvo
6,8
6,8
6,8
buurt - en dorpscentrum
100m2 bvo
4
4
4
wijkcentrum (klein)
100m2 bvo
4,9
4,9
4,9
weekmarkt
1m1 kraam
0,2
0,2
0,2
kringloopwinkel
100m2 bvo
2
2
2,3
bruin- en witgoedzaken
100m2 bvo
4,1
8,2
9,3
woonwaren/woonwinkel
100m2 bvo
1,3
2
2
outletcentrum
100m2 bvo
10,4
10,4
10,4
bouwmarkt
100m2 bvo
2,5
2,5
2,5
tuincentrum
100m2 bvo
2,4
2,7
2,9
Sport, cultuur en ontspanning
eenheid
centrum
rest bebouwde kom
buiten bebouwde kom
bibliotheek
100m2 bvo
0,5
1,2
1,4
museum
100m2 bvo
0,6
1,1
1,1
bioscoop
100m2 bvo
3,2
11,2
13,7
theater/schouwburg
100m2 bvo
7,4
9,8
12
casino
100m2 bvo
5,7
6,5
8
bowlingcentrum
per bowlingbaan
1,6
2,8
2,8
biljart/snookercentrum
per speeltafel
0,9
1,4
1,8
dansstudio
100m2 bvo
1,6
5,5
7,4
fitnessstudio/sportschool
100m2 bvo
1,4
4,9
6,5
wellnesscentrum
100m2 bvo
9,3
9,3
10,3
sauna/hammam
100m2 bvo
2,5
6,7
7,3
sporthal
100m2 bvo
1,6
2,9
3,5
sportzaal
100m2 bvo
1,2
2,9
3,6
tennishal
100m2 bvo
0,3
0,5
0,5
squashhal
100m2 bvo
1,6
2,7
3,2
zwembad (overdekt)
100m2 bassin
10,7
10,7
12,8
sportveld
per ha netto terrein
20
20
20
jachthaven
per ligplaats
0,6
0,6
0,6
indoorspeeltuin
(kinderspeelhal), gemid. en kleiner
100m2 bvo
3,1
4,7
5,1
manege
per box
0,4
0,4
0,4
dierenpark
per ha netto terrein
8
8
8
attractie- en pretpark
per ha netto terrein
8
8
8
volkstuin
per 10 tuinen
1,4
1,4
1,5
Horeca en (verblijfs-)recreatie
eenheid
centrum
rest bebouwde kom
buiten bebouwde kom
camping/kampeerterrein
per standplaats
1,2
1,2
1,2
bungalowpark
per bungalow
1,7
1,7
2,1
hotel
per 10 kamers
5,5
11
12,6
café/bar/cafetaria
100m2 bvo
6
7
7
restaurant
100m2 bvo
11
15
15
discotheek
100m2 bvo
7
20,9
20,8
evenementenhal/beursgebouw/congresgebouw
100m2 bvo
5,5
8,5
8,5
Gezondheidszorg en (sociale) voorzieningen
eenheid
centrum
rest bebouwde kom
buiten bebouwde kom
huisartsenpraktijk (-centrum)
per behandelkamer
2,3
3,3
3,3
apotheek
per apotheek
2,4
3,4
3,4
fysiotherapie
per behandelkamer
1,4
2,0
2,0
consultatiebureau
per behandelkamer
1,5
2,1
2,2
consultatiebureau voor ouderen
per behandelkamer
1,3
2,0
2,2
tandartspraktijk (-centrum)
per behandelkamer
1,7
2,6
2,7
gezondheidscentrum
per behandelkamer
1,7
2,5
2,5
crematorium
Per gelijktijdige plechtigheid
30,1
30,1
30,1
begraafplaats
Per gelijktijdige plechtigheid
31,6
31,6
31,6
religiegebouw
Per zitplaats
0,2
0,2
0,2
verpleeg- en verzorgingstehuis
per wooneenheid
0,6
0,6
0,6
Onderwijs
eenheid
centrum
rest bebouwde kom
buiten bebouwde kom
kinderdagverblijf (crèche)
100m2 bvo
1
1,4
1,5
basisonderwijs
Per leslokaal
0,8
0,8
0,8
middelbare school
Per 100 leerlingen
3,7
4,9
4,9
avondonderwijs
Per 10 studenten
4,6
6,8
10,5
Bijlage 3: Begrenzing centrumgebied Nederweert en bebouwde kommen
Centrumgebied, Nederweert
Komgrenzen Nederweert, Budschop en Pannenweg I en II 1)
Komgrenzen Nederweert-Eind 1)
Komgrenzen Ospel1)
Komgrenzen Ospeldijk 1)
Komgrenzen Leveroy 1)
Komgrenzen Schoor 1)
1)De toelichting van de nummering, aangeduid op bovenstaande afbeeldingen, is niet opgenomen in deze nota. Hiervoor wordt verwezen naar het besluit van de raad van 19 april 2011, waarin een nadere omschrijving is opgenomen.