Aanhef
Samenvatting
De vergrijzing in Nederland (en specifiek ook in Limburg) zorgen al jaren voor een afname van de beroepsbevolking. Samen met de economische groei leidt ertoe dat sprake is van een groeiende behoefte aan internationale werknemers in diverse sectoren, zoals de landbouw, de industrie en de logistieke sector, om het personeelstekort aan te vullen. De verwachting is dat de komende jaren nog sprake zal zijn van een verdere toename van het aantal internationale werknemers.
De provincie Limburg heeft in 2016 al een beleidskader opgesteld en heeft een Taskforce in het leven geroepen om Limburgse gemeenten te ondersteunen in het realiseren van goede huisvesting voor de internationale werknemers. De gemeente Nederweert heeft al in 2010 een beleidskader voor de huisvesting van deze doelgroep opgesteld. Dit beleidskader is in 2020 geactualiseerd , mede omdat het met name gericht was op huisvesting van internationale werknemers op agrarische bedrijven. Het nieuwe beleidskader, getiteld ‘Beleidsnotitie Huisvesting Internationale Werknemers Gemeente Nederweert 2025’, ligt thans voor. Het betreft een actualisatie waarbij op verzoek van de raad een definitie voor ruimtelijke kwaliteit is toegevoegd.
In deze beleidsnotitie wordt onderscheid gemaakt in basisuitgangspunten voor goede huisvesting in algemene zin en een aanvullend toetsingskader met locatiespecifieke voorwaarden voor de aangegeven specifieke huisvestingstypen.
De basisuitgangspunten gelden voor alle gevallen van huisvesting van internationale werknemers en bevat uitgangspunten betreffende de maximale aantallen te huisvesten personen, de noodzakelijke voorzieningen, minimale gebruiksoppervlakten, bouwkundige eisen, parkeernormen en overige verplichtingen en vergunningen. Ten aanzien van de bouwtechnische eisen is aangesloten op de norm van de Stichting Normering Flexwonen (SNF).
De locatiespecifieke voorwaarden gelden aanvullend en zijn afhankelijk van de huisvestingstype dat wordt ontwikkeld. In onderstaand schema is voor elk initiatief per type aangegeven waar de voorwaarden in deze beleidsnotitie te vinden zijn:
Bijlage Begrippenkader
De volgende begrippen zijn van toepassing op de voorliggende beleidsnotitie:
Internationale werknemers (doelgroep):
Personen die op grond van een EU paspoort of tewerkstellingsvergunning legaal in Nederland werkzaam zijn maar niet de intentie hebben zich definitief in Nederland te vestigen;
Beheer:
het zorgdragen voor ordentelijk gebruik en onderhoud van een huisvestingsvoorziening voor internationale werknemers;
Legale buitenlandse werknemers:
werknemers die hun hoofdverblijf elders dan in Nederland hebben en die in het bezit zijn van een EU-paspoort of een tewerkstellingsvergunning (TWV, voor personen buiten de EU of de EER).
EER (Europese Economische Ruimte):
bij de Europese Economische Ruimte (EER) horen 31 landen. Dit zijn alle landen van de Europese Unie, Liechtenstein, Noorwegen en IJsland.
Bestaande, legale situaties:
legaal aanwezige c.q. vergunde (gebruik) en/of in aanbouw zijnde (bebouwing) voor huisvesting van internationale werknemers op het tijdstip van inwerkingtreding van deze beleidsnotitie.
Onzelfstandige wooneenheid:
een woonvorm waarbij sprake is van een woonruimte die geen eigen toegang heeft en waarbij de bewoners afhankelijk is van één of meer gedeelde wezenlijke voorzieningen (keuken, douche en/of toilet) buiten die woonruimte. Tot de woonruimte wordt niet de gemeenschappelijke ruimte, maar in elk geval wel de slaapkamer gerekend.
Gebruiksoppervlak (GO):
de bruikbare vloeroppervlakte, geschikt voor het beoogde gebruik (vastgelegd in NEN 2580).
Hoofdgebouw:
gebouw, of gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer gebouwen op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is.
Huishouden:
één of meer personen die vanuit een onderlinge affectieve of familieband de bedoeling hebben om bestendig en voor onbepaalde tijd een huishouden te vormen, waarbij sprake is van continuïteit van de bewoning en onderlinge verbondenheid.
huisvestingsvoorziening:
Een inrichting waarin, in de uitoefening van beroep of bedrijf, of in een omvang alsof deze bedrijfsmatig is, aan internationale werknemers in een onzelfstandige wooneenheid verblijf wordt verschaft. Onder een inrichting wordt in ieder geval verstaan een woning in woonkernen en het buitengebied, bestaande complexen zoals schoolgebouwen, kantoorpanden of daarmee gelijk te stellen bebouwing, alsmede vrijkomende agrarische bebouwing.
Kampeermiddel:
een tent, tentwagen, kampeerauto of een caravan dan wel enig ander onderkomen en enig ander voertuig of gewezen voertuig of een gedeelte daarvan, voor zover geen bouwwerk zijnde, voor zover deze geheel of ten dele blijvend zijn in- of opgericht dan wel worden of kunnen worden gebruikt voor recreatief verblijf.
Kruimelgevallenprocedure:
een procedure omgevingsvergunning ex artikel 2.12 lid 1 sub a., ten tweede Wabo in samenhang met artikel 4 van Bijlage II Bor.
Wonen:
Huisvesting van één huishouden in een woning of onzelfstandige wooneenheid. Er dient sprake te zijn van een aaneengesloten verblijfsduur langer dan zes maanden. Er dient sprake te zijn van hoofdverblijf, waarbij inschrijving in de BRP op dit adres plaatsvindt. Minimaal tweederde van de verblijfsduur wordt in de woonvorm overnacht. Het verblijf dient een zekere duurzaamheid te kennen. Een groepsaccommodatie wordt hier niet onder begrepen. Van een groepsaccommodatie is sprake als de woning of onzelfstandige woonruimte niet gebruikt wordt voor de huisvesting van één huishouden maar voor huisvesting van meerdere personen die geen huishouden vormen.
Woning:
een complex van ruimten, krachtens zijn indeling geschikt en bestemd voor wonen, met de daarbij behorende niet voor bewoning bestemde bergingen, stallingsruimten alsmede kantoor- en/of praktijkruimten, welke in de woning worden opgericht dan wel daaraan worden aangebouwd
Ruimtelijke kwaliteit
Naast de eisen die in het beleidskader worden gesteld t.a.v. een aanvaardbaar woon- en leefklimaat, parkeren, landschappelijke inpassing en sloop, geldt in alle gevallen van huisvesting dat de ruimtelijke kwaliteit van de huisvestingslocatie aanvaardbaar moet zijn. Of de ruimtelijke kwaliteit aanvaardbaar wordt bevonden, is afhankelijk van de locatie en de omgeving. Daarom kan de toepassing van dit begrip per locatie verschillen. Ruimtelijke kwaliteit heeft onder meer te maken met het uiterlijk en uitstraling van de locatie, de oriëntatie van de locatie ten opzichte van de openbare weg en de bereikbaarheid.
Sommige locaties zullen in de basis al voldoende kwaliteit hebben, zoals de meeste bestaande woonhuizen in de kernen. Op sommige andere locaties is nog een kwaliteitsslag te maken, bijvoorbeeld bij leegstaande stallen in het buitengebied.
Ruimtelijke kwaliteitswinst kan in die gevallen onder anderen behaald worden door:
-Het verbeteren van het uiterlijk en de inrichting van het landschap of de bebouwde omgeving, zoals het aanbrengen van groen, het verwijderen van verouderde gebouwen, of het aanleggen van duurzame voorzieningen.
-Het verminderen of voorkomen van negatieve effecten, zoals visuele hinder, verkeersdrukte, geluidsoverlast of emissie.
-Het inpassen van de ontwikkeling in de omgeving zodat het een samenhangend geheel vormt
-Oriëntatie van de huisvestingslocatie aan de openbare weg.
Het is aan de initiatiefnemer om in het plan te definiëren en motiveren welke ruimtelijke kwaliteitswinst passend is op de specifieke locatie, en waarom.