Aanhef
De raad van de gemeente Neder-Betuwe;
gelezen het voorstel van het presidium;
gelet op het bepaalde in artikel 82 van de Gemeentewet;
B E S L U I T :
1een tijdelijke commissie in te stellen ter voorbereiding op de inzet van de precariogelden;
2de navolgende ‘Verordening tijdelijke commissie voorbereiding inzet precariogelden 2020’ vast te stellen;
3als leden van deze commissie te benoemen: dhr. E.P. Arends, dhr. J.H.A.M. Woldberg, mevr. G.R.F. Berends-Jansen, dhr. G.G. van der Lugt, dhr. P.A.C. van Essen en dhr. C. van Hattum.
Verordening tijdelijke commissie voorbereiding inzet precariogelden 2020
Artikel 1. Begripsomschrijvingen
In deze verordening wordt verstaan onder:
•commissie: de tijdelijke commissie voorbereiding inzet precariogelden;
•raad: de gemeenteraad;
•het college: het college van burgemeester en wethouders;
•lid: lid van de commissie;
•voorzitter: voorzitter van de commissie.
Artikel 2. Instelling en doel
1Vanaf heden tot 3 juli 2019 is er een tijdelijke commissie voorbereiding inzet precariogelden.
2De commissie heeft als doel uitvoering te geven aan de taken als omschreven in artikel 3 van deze verordening.
Artikel 3. Taken en bevoegdheden
1De commissie richt zich op de beleidsvoorbereiding met betrekking tot:
a.de inzet van precariogelden in het algemeen;
b.participatie door inwoners en gemeente in energieprojecten waarin deze gelden geïnvesteerd kunnen worden in het bijzonder.
2Daartoe heeft de commissie de volgende taken:
a.het voeren van overleg met het college over inhoud en proces;
b.het vormen van een overlegplatform voor raadsfracties;
c.het adviseren van de raad.
3De commissie treedt niet in de onderscheiden bevoegdheden van raad en college.
Artikel 4. Samenstelling
1De commissie bestaat uit evenveel leden als er raadsfracties zijn. Voor het lidmaatschap komen in aanmerking: raadsleden en burgerraadsleden. Ten minste één van de leden is raadslid.
2Elke fractie draagt één lid voor benoeming voor.
3De in het eerste lid genoemde leden worden benoemd door de raad.
4De zittingsperiode van de leden eindigt wanneer zij ophouden (burger)raadslid te zijn.
5De raad kan een lid ontslaan.
6Een lid kan te allen tijde zelf ontslag nemen.
7De commissie kan interne en externe adviseurs verzoeken de vergadering bij te wonen en advies uit te brengen.
Artikel 5. Voorzitter en secretariaat
1Een raadslid, niet zijnde een lid van de commissie, fungeert als technisch voorzitter. Deze voorzitter wordt door de agendacommissie aangewezen. De agendacommissie kan tevens een plaatsvervangend voorzitter aanwijzen.
2De voorzitter draagt zorg voor het tijdig en periodiek bijeenroepen van de commissie, het technisch leiden van de vergaderingen, het bewaken van de uitgangspunten en het bevorderen van een heldere besluitvorming.
3De griffie verzorgt het secretariaat.
Artikel 6. Werkwijze en vergaderingen
1De commissie vergadert zo dikwijls als door de voorzitter of door de meerderheid van de leden met opgaaf van redenen nodig wordt geacht.
2Een vertegenwoordiging van het college wordt in beginsel voor elke vergadering uitgenodigd. De commissie kan besluiten hiervan af te wijken.
3De vergaderingen van de commissie openen in openbaarheid. De deuren kunnen worden gesloten volgens het bepaalde in artikel 82 lid 5 van de Gemeentewet.
4Raadsleden zijn te allen tijde gerechtigd de vergaderingen bij te wonen.
5De agenda en overige vergaderstukken worden openbaar toegankelijk in het raadsinformatiesysteem geplaatst, tenzij sprake is van informatie waarop geheimhouding is gelegd.
6Van iedere vergadering wordt een besluitenlijst gemaakt onder verantwoordelijkheid van de griffier. Deze besluitenlijst wordt vastgesteld door de commissie en door plaatsing in het raadsinformatiesysteem ter kennis gebracht aan de overige raadsleden en het college.
7In stukken waarop de commissie geheimhouding heeft gelegd, kunnen leden van de raad en het college inzage verkrijgen bij de griffier; terzake van het eventueel opleggen van geheimhouding is artikel 86 van de Gemeentewet van toepassing. Deze geheimhouding wordt pas opgeheven als de commissie dan wel de raad de geheimhouding opheft. De geheimhouding wordt door allen die van de stukken en van het besprokene in de commissie kennis dragen, in acht genomen totdat de commissie dan wel de raad haar opheft.
Artikel 7. Citeertitel en inwerkingtreding
1De verordening wordt aangehaald als: ‘Verordening tijdelijke commissie voorbereiding inzet precariogelden 2020’.
2De verordening treedt op 21 februari 2020 in werking.
3De verordening wordt per 15 november 2023 ingetrokken, tenzij de raad voor die datum anders besluit. Met het intrekken van de verordening wordt de commissie opgeheven. Na het opheffen van de commissie blijft eventuele geheimhouding van stukken en beraadslagingen in stand totdat de raad haar opheft.