7. Hoe gaan we het bekostigen? - doorbelasting compensabele btw + tariefdifferentiatie
7.2 Wijziging heffingsgrondslag – tariefdifferentiatie riool- en waterzorgheffing
7.2.1 Bestuursopdracht tariefdifferentiatie riool- en waterzorgheffing
Bij het vaststellen van het huidig GRP heeft de raad als visie op de waterketen het college een bestuursopdracht meegegeven het principe de “vervuiler betaalt” te willen hanteren. Dit sluit ook aan bij één van de thema’s uit het coalitieakkoord namelijk “Het bewustzijn bij de inwoners omtrent duurzaam leven versterken”. Als het gaat over de verdeling van kosten is de vraag gerechtigd of het gerechtvaardigd is om iedereen hetzelfde te belasten, terwijl een aantal gebruikers de rioolvoorziening aanzienlijk meer, (en op een commerciële wijze) benut dan de particuliere gebruikers.
Om recht te doen aan de steeds breder wordende invulling van de gemeentelijke watertaken heeft de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) de Modelverordening Rioolheffing in september 2021 vervangen door de nieuwe Modelverordening Riool- en Waterzorgheffing. In deze nieuwe heffing kunnen ook particuliere percelen worden betrokken, omdat iedereen van algemene maatregelen in de publieke ruimte profiteert. Door het VNG worden er 3 modellen voor de verordening Riool- en Waterzorgheffing aangeboden. Steeds meer (regio)gemeenten maken hier gebruik van.
7.2.2 Uitkomsten analyse tariefdifferentiatie
In het proces van het opstellen van dit nieuwe PRW is de bestuursopdracht tariefdifferentiatie riool- en waterzorgheffing bij de start direct meegenomen. De analyses en resultaten die voorafgaand aan de start van dit nieuwe PRW al beschikbaar waren zijn vergeleken met de mogelijkheden van de nieuwe modelverordeningen van de VNG.
Daaruit komen we tot de volgende conclusies:
Het is niet “vervuiler betaalt” maar “kostenveroorzaker/baat-hebbende betaalt”
De term “vervuiler betaalt” dekt niet goed de lading. De kosten die de gemeente maakt voor het inzamelen en afvoeren van afval-, hemel- en grondwater zijn niet gekoppeld aan hoe “vuil” dit water is maar juist aan de hoeveelheid. Wordt er meer water geloosd op onze voorzieningen (riolen, hemelwatervoorzieningen, wadi’s, watergangen, etc.) dan moeten wij deze inzamelsystemen groter maken. Hoe groter de voorzieningen hoe hoger de kosten voor aanleg en het onderhoud. Het is dan ook beter het uitgangspunt te hanteren “de kostenveroorzaker/baat-hebbende betaalt”.
De modelverordeningen van het VNG lenen zich goed voor onze situatie
Vanuit het oogpunt van “kostenveroorzaker/baat-hebbende” hebben wij in onze gemeente te maken met de volgende specifieke situaties:
▪ Grootschalige lozingen van bedrijfsafvalwater
We hebben een aantal (ongeveer 20) grootschalige lozingen van bedrijfsafvalwater op onze riolen. Deze lozers samen hebben een aandeel van ongeveer 30% van het totale afvalwater wat op onze riolen wordt geloosd.
▪ Verstening van de tuinen in de woonwijken
Versteende tuinen zijn veelal onderhoudsvriendelijk maar bemoeilijken de klimaataanpak. Door de tegels kan regenwater nauwelijks in de grond infiltreren en blijft warmte langer hangen. Daarnaast zorgen versteende tuinen bij regenval voor een versnelde belasting van onze gemeentelijke voorzieningen.
▪ Zwembad in de tuin
In de woonwijken zien we steeds vaker zwembaden in tuinen verschijnen. Bij verversing van het water wordt dit vaak op het riool geloosd.
▪ Pottenvelden bij de laanboomsector
In de laanboomsector is bij bepaalde bedrijven sprake van kweek in containers op pottenvelden. Deze velden zijn grotendeels verhard. Wanneer het (hard) regent zorgen deze velden voor een versnelde belasting van de voorzieningen (o.a. watergangen).
▪ Toenemende verharde terreinen bij de laanboomsector
Naast toepassing van pottenvelden zien we ook meer verharde terreinen in de laanboomsector.
▪ Verhardingsgraad bedrijventerreinen
En tenslotte neemt op bedrijventerreinen de verhardingsgraad ook steeds verder toe. Veelal is het naast het bedrijfspand het resterende deel van het perceel bijna volledig verhard t.b.v. opslag en parkeren. Dit is niet uniek voor onze gemeente, dit is een tendens die we landelijk zien.
Figuur 7-1: impressie belasting vanaf particuliere terreinen
De nieuwe modelverordening van het VNG biedt een goede basis om een heffing op te leggen die in relatie staat tot de mate van kostenveroorzaking c.q. het baatprofijt. Door staffels in te bouwen kunnen we ander gedrag gaan belonen door een verlaging (of beperking van de stijging) van de heffing. Bijvoorbeeld door het tarief te koppelen aan de mate van verharding.
7.2.3 Stappenplan overgang heffingsgrondslag
De huidige heffingsgrondslag is eenvoudig qua opzet van de administratie. Een overgang naar een nieuwe grondslag voor de riool- en waterzorgheffing betekent o.a.:
▪ We moeten meer tijd steken in de administratie (andere inrichting van de bestaande software, opleiding, koppelen van data van derden, etc.);
▪ Er is voorwerk (onderzoek) nodig naar de kwaliteit van de gegevens administratie en we moeten de specifieke knelpunten (bv huurders en verzorgingshuizen) onderzoeken;
▪ Daarnaast moeten we in de eerste periode van invoering rekening houden met meer bezwaarschriften;
▪ Tevens meer inspanning op het gebied van handhaving en toezicht.
Daarnaast betekent de overgang mogelijk ook de introductie van een component gebruikersheffing. Op dit moment kunnen enkel eigenaren een kwijtschelding aanvragen. Met een gebruikersheffing ontstaat er een nieuwe groep belanghebbenden (denk aan huurders) die kwijtschelding kunnen aanvragen. Of kwijtschelding verleend wordt en zo ja onder welke condities is een bestuurlijke keuze.
Ook moet een overgang goed gecommuniceerd worden met alle betrokken (inwoners én bedrijven). Daarin moeten we duidelijk uitleggen waarom we deze overstap maken én wat de consequenties zijn.
Tenslotte én het meest belangrijk. De nieuwe grondslag moet juridisch houdbaar en waterdicht zijn. Een kritische juridische toets is dus een randvoorwaarde. De huidige verordening riool- en waterzorgheffing moet daarop aangepast worden.
Dit is een complex traject en moeten we zorgvuldig doen. Daarom stellen we voor deze overgang nog niet mee te nemen tijdens het planproces van dit PRW in 2023 maar de definitieve besluitvorming over de inrichting in 2024 te doen. Wel starten we parallel aan het planproces van dit PRW al met de voorbereidingen. Derhalve vragen we de gemeenteraad nu in te stemmen met een overgang naar een ander heffingssysteem. In deze overgang nemen we dan ook direct de wens voor wijziging in de concernstrategie (compensabele btw) mee.
Deze wijziging heeft geen gevolgen voor inkomsten en uitgaven als het gaat om de begroting, alleen de verdeling van de lasten wordt anders, waarbij huishoudens een lichte kostendaling kunnen verwachten en de grootverbruikers, meestal bedrijven, een stijging.