Aanhef
met een Uitvoeringsplan voor de periode 2026-2029
Voorwoord
Met veel plezier bieden wij het Integraal Huisvestingsplan Onderwijs (IHP) 2026-2041 aan. Dit plan is tot stand gekomen door een fijne en intensieve samenwerking tussen gemeente Neder-Betuwe en de schoolbesturen. We hebben allemaal hetzelfde doel: voor elk kind in onze gemeente het beste onderwijs. We hebben samen dit plan gemaakt om ervoor te zorgen dat onze (toekomstige) schoolgebouwen hier optimaal aan bijdragen.
De afgelopen jaren hebben we al mooie stappen gezet. Dit IHP bouwt daar op voort. Het plan houdt rekening met de groei van onze gemeente en het toenemend aantal schoolgaande kinderen. Hierdoor moeten we nu slimme keuzes maken, zodat we ook in de toekomst voldoende goede onderwijsplekken hebben.
Dit plan is belangrijk voor iedereen. Voor ouders en kinderen, omdat het gaat over de kwaliteit van de leeromgeving dichtbij huis. Voor de gemeenteraad, omdat het een toekomstgericht kader biedt voor beslissingen over schoolgebouwen en investeringen. En voor de schoolbesturen, omdat het inzicht geeft in de huisvestingsopgaven per kern en hoe we die samen willen aanpakken.
In het IHP staat niet alleen onze visie en hoe we die in de praktijk brengen, maar ook de prioriteiten voor de komende jaren en de uitvoering hiervan.
Samen met de schoolbesturen zetten we ons in om dit plan te realiseren. We zijn ervan overtuigd dat dit bijdraagt aan goed onderwijs in veilige en toekomstbestendige schoolgebouwen.
Met vriendelijke groet,
Marien Klein
Wethouder Onderwijs
De betrokken schoolbesturen:
Primair onderwijs:
Speciaal basis- en speciaal onderwijs:
Voortgezet onderwijs:
2 Wettelijk kader
2.1 Onderwijshuisvesting een wettelijke taak
2.1.1 Gezamenlijke verantwoordelijkheid
Onderwijshuisvesting is een wettelijke taak voor de gemeente en schoolbesturen. Een taak die is vastgelegd in de Wet op het Primair Onderwijs (WPO), de Wet Voortgezet Onderwijs 2020 (WVO 2020) en de Wet op de Expertisecentra (WEC).
Deze drie wetten regelen in grote lijnen de verantwoordelijkheden. De gemeente investeert in schoolgebouwen wanneer deze aan vervanging toe zijn en wanneer meer capaciteit benodigd is. Bijvoorbeeld bij uitbreiding of bij het huisvesten van een nieuwe school. Daarnaast moet de gemeente voldoende ruimte bieden voor het huisvesten van het bewegingsonderwijs. Ook is de gemeente verantwoordelijk voor tijdelijke huisvesting en de bekostiging van de eerste inrichting en het onderwijsleerpakket.
Schoolbesturen zijn verantwoordelijk voor het in stand houden van de schoolgebouwen. De belangrijkste verantwoordelijkheid is het onderhoud. Daarnaast dragen zij ook de gebruikerskosten, waaronder energie en schoonmaak. Voor deze kosten ontvangen de schoolbesturen bekostiging vanuit de Rijksoverheid.
2.1.2 Taalklassen en internationale schakelklassen
De gemeente is verantwoordelijk voor het huisvesten van taalklassen en internationale schakelklassen (ISK’s). Onderwijs gericht op jongeren die eerst de Nederlandse taal moeten leren, waaronder onderwijs voor nieuwkomers. Het doel is om kinderen in ongeveer één tot twee jaar voldoende taalvaardigheden en basiskennis te geven, zodat zij kunnen doorstromen naar regulier onderwijs of een andere passende onderwijsplaats. De taalklassen zijn verbonden aan het primair onderwijs en de ISK’s aan het voortgezet onderwijs.
In de gemeente Neder-Betuwe worden nieuwkomers doorverwezen naar de taalklassen in Geldermalsen en Tiel. Voor het voortgezet onderwijs wordt doorverwezen naar de internationale schakelklassen in Tiel en Wageningen.
De gemeente onderzoekt met de besturen de wenselijkheid voor het starten van nieuwkomersonderwijs binnen de gemeente. Een voorwaarde is dat aantal nieuwkomers significant stijgt en er een structureel tekort ontstaat aan onderwijsplaatsen in de huidige taalklassen en ISK’s in de regio. Het onderzoek vindt plaats separaat van het IHP, maar kan leiden tot een aanvullende huisvestingsvraag die op dit moment nog niet is meegenomen in het voorliggende IHP. De spreidingswet en de mogelijke opvang van asielzoekers leiden tot een verantwoordelijkheid om in onderwijs(huisvesting) te voorzien.
2.1.2 Nieuwe wetgeving
Het Integraal Huisvestingsplan is geen wettelijk vastgesteld instrument. De voorbereidingen worden wel getroffen. Het wetsvoorstel ‘Planmatige en doelmatige aanpak onderwijshuisvesting’ is in behandeling bij de tweede kamer. Als alles volgens plan verloopt treedt de wet eind 2025 in werking. De wet voorziet in:
a) een verplichting voor het opstellen van een IHP voor een periode van 4 + 12 jaar;
b) het schoolbestuur wordt verplicht een meerjarenonderhoudsplan vast te stellen;
c) renovatie wordt een voorziening waarvoor de gemeente verantwoordelijk is, als alternatief voor nieuwbouw;
d) het investeringsverbod in het primair onderwijs wordt opgeheven;
e) na nieuwbouw en renovatie van een schoolgebouw rust de verdere zorg voor een gezond binnenklimaat bij het schoolbestuur.
De nieuwe wetgeving heeft beperkt invloed op de werkwijze van de gemeente Neder-Betuwe. Een uitzondering is de uitbreiding van de investeringsmogelijkheden voor het primair onderwijs. Tot de wet is vastgesteld, zijn de investeringsmogelijkheden van schoolbesturen beperkt tot investeringen die zich terugverdienen, bijvoorbeeld door lagere energie- en onderhoudskosten.
2.1.3 Verordening
Om invulling te geven aan de wettelijke taak uit de WPO, WVO en WEC heeft de gemeente Neder-Betuwe de verordening Voorzieningen Huisvesting Onderwijs gemeente Neder-Betuwe 2015 vastgesteld. De verordening beschrijft de procedure en bevat kaders voor nieuwbouw, tijdelijke huisvesting en eerste inrichting.
Dit IHP vormt een aanvulling op de verordening. Het wijzigt de formele aanvraagprocedure voor voorzieningen niet. Wel biedt het vroegtijdig inzicht in verwachte projecten voor gemeente en schoolbesturen. Dit maakt een financiële planning en verbinden van opgaven mogelijk.
De gemeente streeft ernaar de werkwijze van het IHP vast te leggen in de verordening. Deze ambitie wordt landelijk gedeeld. De VNG ontwikkelt een modelverordening waarin het IHP-proces is opgenomen. Deze modelverordening wordt verwacht na vaststelling van de ‘Wet planmatige en doelmatige aanpak onderwijshuisvesting’ als omschreven in 2.1.2.
2.1.4 Wet Meer ruimte voor nieuwe scholen
Sinds juli 2021 valt de oprichting van nieuwe scholen onder de 'Wet Meer ruimte voor nieuwe scholen'. Deze wet moet ervoor zorgen dat het aanbod in basisonderwijs en voortgezet onderwijs beter overeenkomt met de werkelijke interesse van kind en ouders. Daarnaast stimuleert de wet innovatie en keuzevrijheid in het onderwijs. Het ministerie van OCW beoordeelt nieuwe schoolinitiatieven en neemt hierover een besluit. De gemeente is vervolgens verantwoordelijk voor de huisvesting van de nieuwe school.
De toename van nieuwe schoolinitiatieven kan leiden tot onvoorziene huisvestingsuitdagingen. Dit terwijl het IHP juist is gericht op het voorkomen van onverwachte investeringen. Nieuwe initiatieven zijn niet uit te sluiten. Een schoolinitiatief kan jaarlijks bij het ministerie worden ingediend, terwijl het IHP een cyclus van vier jaar kent. Nieuwe initiatieven kunnen hierdoor lange termijn afspraken doorkruisen en financiële uitdagingen met zich meebrengen.
De implementatie van deze wet wordt voor een periode van vijf jaar gevolgd en geëvalueerd in opdracht van het OCW. De definitieve rapportage is gepland voor eind 2025, waarna eventueel aanpassingen aan de wet kunnen volgen.
2.1.5 Aanpassing bekostiging kleine scholen en gemiddelde schoolgrootte
In het regeerakkoord van 2024 is besloten om de huidige bekostigingsregeling voor kleine scholen in het funderend onderwijs te herzien. De bestaande ‘kleine-scholen-toeslag’ zal plaatsmaken voor een toeslag gericht op gebieden met lage bevolkingsdichtheid. Deze herverdeling van middelen is bedoeld om kleinschalig onderwijs in dunbevolkte regio’s en in gebieden waar het onderwijsaanbod dreigt te verdwijnen, beter te ondersteunen. Daarnaast is het ministerie van OCW bezig met een herziening van de regeling rondom de uitzonderingsgrond “gemiddelde schoolgrootte”.
Met de invoering van de nieuwe regeling krijgen scholen die onder de opheffingsnorm vallen minder financiële ondersteuning. Dit zet scholen aan tot het versterken van onderlinge samenwerking of het aangaan van fusies. In de Neder-Betuwe betekent dit bijvoorbeeld dat scholen met minder dan 99 leerlingen geconfronteerd worden met een daling in bekostiging, wat hen extra motiveert om nauwer samen te werken of samen te gaan met andere scholen of besturen.
Met het Integraal Huisvestingsplan sorteren we voor op de nieuwe regeling door vernieuwingsopgave (nieuwbouw-/renovatie) van een school met minder dan 99 leerlingen in beginsel te koppelen aan een vernieuwingsopgave van een andere school in Neder-Betuwe.
3 Visie op het onderwijs
3.1 Passend onderwijs
3.1.1 De ontwikkeling van het kind centraal
Scholen in Neder-Betuwe streven naar een passende onderwijsplek voor ieder kind. Dit gaat verder dan de wettelijke zorgplicht. Het komt voort uit de intrinsieke motivatie om bij te dragen aan de ontwikkeling van het kind.
Bij het bieden van passend onderwijs staat de ontwikkeling van het kind centraal. Onderwijs wordt ingericht op basis van de behoeften van het kind. Naast het onderwijs wordt voor ieder kind met een ondersteuningsbehoefte aanvullende hulp geboden. De wijze waarop ondersteuning wordt geboden is vastgelegd in de ondersteuningsplannen van de samenwerkingsverbanden. Deze ondersteuning bestaat bijvoorbeeld uit:
o schoolmaatschappelijk werk: in gesprek met ouders en kinderen om te ondersteunen als kinderen worstelen op sociaal-emotioneel vlak. Om kind en ouders handvatten te bieden;
o weerbaarheidstrainingen: individueel of in groepsverband bijdragen aan het opbouwen van zelfvertrouwen en weerbaarheid;
o spreekuren voor jeugdverpleegkundigen en -artsen: vroegtijdig identificeren en het bieden van hulp bij medische aandoeningen;
o orthopedagogen: het adviseren van ouder en kind over opvoeding en ontwikkeling;
o hulp bij dyslexie en dyscalculie.
Regulier onderwijs met ondersteuning is soms niet voldoende. Dan volgt een afweging of het gespecialiseerd onderwijs een meer passende plek biedt voor het kind.
Bouwsteen voor huisvesting
Om ondersteuningsactiviteiten op scholen te bieden is ruimte nodig. Veelal kan de onderwijsruimte naschools worden ingezet. Echter, de ruimten in scholen zijn niet altijd geschikt. Zo zijn bijvoorbeeld spreekkamers, flexibel inzetbare groepsruimten en prikkelvrije ruimten gewenst om goede ondersteuning te bieden. Ruimten waar scholen niet per definitie over beschikken.
Bij nieuwbouw- en renovatie van een school verwerken we de behoefte aan ruimte voor ondersteuning in het Programma van Eisen. Deze ruimte wordt gecombineerd met de (normatieve) onderwijsruimte. Blijkt uit het project dat er meer ruimte benodigd is. Dan is het een afzonderlijk investeringsbesluit waarover gemeente en schoolbesturen in gesprek gaan.
3.1.2 Thuisnabij onderwijs en een divers aanbod
In Neder-Betuwe zijn keuzemogelijkheden voor ouder en kind geborgd. Er zijn diverse onderwijssoorten en -concepten die aansluiten op de ontwikkelbehoefte van het kind.
Neder-Betuwe blijft plek bieden aan een breed aanbod van scholen. Openbaar onderwijs en scholen met een specifieke denominatie maken daar deel vanuit. Gemeente en schoolbesturen hechten belang aan behoud van het openbaar onderwijs. Mede gelet op de wettelijke taak dat de gemeente moet zorgen voor voldoende openbaar onderwijs. Gemeente en schoolbesturen werken samen om ook in de toekomst in een divers aanbod te voorzien.
Het is niet in alle kernen mogelijk een divers aanbod te bieden. Zo is het aantal leerlingen van belang of een school in stand te houden is. Voor scholen met een kwetsbare omvang is een inhoudelijke samenwerking of gezamenlijke huisvesting met een andere school een mogelijke kans om blijvend onderwijs te kunnen bieden. Zo kan samenwerking bijdragen aan het behoud van algemeen toegankelijk onderwijs met openbaar karakter.
Hoe passend is een onderwijsplek als deze plek ver van huis is? Gemeente en schoolbesturen zijn het erover eens dat een passende onderwijsplek zo dichtbij als mogelijk beschikbaar moet zijn. Tegelijkertijd is het niet mogelijk om alle onderwijssoorten in ieder dorp aan te bieden. De uitgangspunten per onderwijssoort zijn:
Primair onderwijs: een divers aanbod aan basisscholen met algemeen toegankelijk onderwijs (waaronder openbaar onderwijs) en plek voor onderwijs met een specifieke denominatie. Het bestaande aanbod in Neder-Betuwe sluit hierop aan. Er is een positieve grondhouding het bestaande aanbod uit te breiden in andere kernen als dit bijdraagt aan thuisnabij onderwijs. De wet ‘Meer ruimte voor nieuwe scholen’ biedt voldoende mogelijkheden voor schoolbesturen voor nieuwe initiatieven.
Voortgezet onderwijs: het Van Lodenstein College en de Pantarijn in Kesteren blijven duurzaam gevestigd in Neder-Betuwe.
Gespecialiseerd onderwijs: speciaal basis- en speciaal (voortgezet) onderwijs zijn regionale voorzieningen. Deze scholen zijn niet altijd binnen de gemeente gevestigd. Het aanbod op de Rehobothschool in Ochten blijft behouden.
Kinderen die gespecialiseerd onderwijs nodig hebben, krijgen indien nodig leerlingenvervoer voor toegang tot een passende onderwijsplek. Dit onderwijs is daardoor niet altijd thuisnabij. Het streven is om thuisnabij onderwijs te bevorderen door:
o het bieden van ondersteuningsarrangementen binnen het regulier basisonderwijs, waardoor doorverwijzen naar bijvoorbeeld het speciaal basisonderwijs mogelijk kan worden voorkomen.
o het bieden van trajectklassen binnen het voortgezet onderwijs, zijnde kleinere groepen met extra ondersteuning, waardoor het doorverwijzen naar gespecialiseerd onderwijs mogelijk kan worden voorkomen.
Het streven naar thuisnabij onderwijs staat nooit boven het bieden van een passende onderwijsplek. De ontwikkelbehoefte van het kind staat centraal.
Bouwsteen voor huisvesting
We blijven investeren in schoolgebouwen aan de hand van de toekomstig te verwachten behoefte aan onderwijs. Waar mogelijk zetten we huisvesting in als instrument voor het behouden van het diverse aanbod aan onderwijs.
Een positieve grondhouding tegenover nieuwe initiatieven die bijdragen aan thuisnabij onderwijs leidt tot huisvestingsopgaven. Het meest recente voorbeeld is De Bornput, waarvoor nieuwbouw in Kesteren in voorbereiding is. Daarnaast ondersteunen gemeente en schoolbesturen het plan voor de opening van een vestiging van De Bron in Dodewaard. Een school waarvoor een locatie moet worden gevonden.
3.2 Ontwikkeling van het kind
3.2.1 Persoonsvorming en talentontwikkeling
In Neder-Betuwe geloven we in de kracht van de kinderen. Kinderen worden gestimuleerd om hun kwaliteiten te ontdekken en te ontwikkelen. Het onderwijs speelt hierin een cruciale rol. Niet alleen vanwege het onderwijs zelf. Ook door de maatschappelijke rol van het onderwijs door het verbinden van school en maatschappij. Zo kan het aanbod aan activiteiten worden vergroot door verbinding te leggen met de lokale sportverenigingen en cultuurorganisaties. Of biedt het lokale verenigingsleven andere kansen voor verbinding. Deze verbinding ondersteunt kinderen in persoonsvorming en talentontwikkeling.
In de eerste plaats is een breed activiteitenaanbod afhankelijk van de verbinding tussen de school en andere maatschappelijke organisaties. Een organisatievraagstuk dat niet per definitie leidt tot een huisvestingsopgave. Toch kan het onder één dak brengen van activiteiten bijdragen aan verbinding. Ontwikkelkansen voor kinderen op één plek. Een voorbeeld hiervan is het Multifunctioneel Centrum in Dodewaard.
Niet alleen het gebouw kan ruimte bieden voor activiteiten. Ook de inrichting van het schoolplein is van belang voor de ontwikkeling van het kind. Onder schooltijd, maar ook daarna. Gemeente en schoolbesturen streven dan ook naar het openbaar maken van schoolpleinen. Een voorbeeld hiervan is de school voor voortgezet onderwijs De Pantarijn, waarbij de uitbreiding ook aanleiding geeft voor aanpassing van het terrein. Gemeente en schoolbestuur werken samen aan een plan om speelvoorzieningen te realiseren die ook van waarde zijn voor de wijk. En openbaar toegankelijk zijn.
Bouwsteen voor huisvesting
Uitgangspunt is dat voor ieder nieuwbouw- en renovatieproject wordt nagedacht over de koppelkansen met andere maatschappelijke organisaties en voorzieningen. De kansen hiervoor zijn per project uniek. Een onderzoek en bij behoefte een investeringsplan die per project zal verschillen.
Bij nieuwbouw- en renovatieprojecten onderzoeken gemeente en schoolbesturen de kansen voor het benutten van het schoolplein als openbare speelvoorziening.
3.2.2 Doorgaande leerlijn van 0 tot en met 12 jaar
De overgang van opvang naar onderwijs kan groot zijn. Kinderen maken de stap van een omgeving waarin spelen centraal staat naar een leeromgeving met meer structuur en verwachtingen. Dit vraagt veel van het kind en van het onderwijs. Soms is er extra ondersteuning nodig, voordat een kind kan starten op een school. Dit noemen we Voorschoolse Educatie. Of als het kind in groep 1 en 2 zit. Dan kan Vroegschoolse Educatie geboden worden. Meer over de voor- en vroegschoolse educatie is te vinden in het Onderwijsachterstanden beleidsplan 2023-2026.
Schoolbesturen en kinderopvangorganisaties werken samen om de kinderen te ondersteunen in de overgang van opvang naar onderwijs. Dit biedt verschillende voordelen. Zo ontstaat er een consistente lijn in begeleiding van het kind en de ouder. Begeleiders in de opvang en onderwijspersoneel versterken elkaar in het begrijpen van de behoeften van het kind. Daarnaast maakt het vroegtijdig signaleren van extra ondersteuningsbehoefte een passende onderwijsplek beter mogelijk.
Bouwsteen voor huisvesting
Het creëren van een doorgaande leerlijn tussen opvang en primair onderwijs komt het beste tot zijn recht door huisvesting onder één dak. Ook biedt dit kansen voor gezamenlijk ruimtegebruik. Gemeente en schoolbesturen zetten waar mogelijk in op het realiseren van Integrale Kindcentra. Waarbij kinderopvang (Voorschoolse en Vroegschoolse educatie) en onderwijs bij elkaar worden gebracht.
3.3 Inclusief onderwijs
3.3.1 Rijksbeleid en ambitie
In de gemeente Neder-Betuwe ambiëren we inclusief onderwijs. Ieder kind telt mee en er is zo veel als mogelijk een passende onderwijsplek thuisnabij. Dit bevordert gelijkwaardigheid voor ieder kind.
De Rijksoverheid stuurt met het beleidskader “Met elkaar voor alle kinderen en jongeren” op het inclusief maken van het onderwijs. Een beleidskader dat voortvloeit het VN-Verdrag Handicap (2016), het Internationale Verdrag inzake de Rechten van het Kind (1989) en de Verklaring van Salamanca (1994). Er wordt toegewerkt naar scholen waar alle kinderen zich kunnen ontwikkelen ongeacht hun persoonlijkheid, talenten en mentale en fysieke mogelijkheden en onmogelijkheden.
Wat betekent dit concreet voor Neder-Betuwe? Een voorbeeld voor het bieden van inclusief onderwijs is het aanbod van de trajectklassen op het Van Lodenstein College. Deze kleinere klassen bieden kinderen met een ondersteuningsbehoefte extra aandacht. Het effect is onderwijs thuisnabij, omdat het doorverwijzen naar het gespecialiseerd onderwijs kan worden voorkomen. Kinderen blijven, ongeacht hun talenten of mogelijkheden, onderdeel van hun directe omgeving. Het streven naar thuisnabij onderwijs staat nooit boven het bieden van een passende onderwijsplek. De ontwikkelbehoefte van het kind staat centraal.
Het bieden van inclusief onderwijs is enkel mogelijk door samenwerking tussen schoolbesturen. Schoolbesturen werken samen via het OOGO en de daarin vast te stellen Lokaal Educatieve Agenda en Integraal Huisvestingsplan. En werken samen in de samenwerkingsverbanden Betuws Passend Onderwijs, het landelijk reformatorisch samenwerkingsverband Berséba en Samenwerkingsverband Rivierenland. De samenwerkingsverbanden zien toe op het verdelen van de budgetten voor extra ondersteuning van de schoolgaande kinderen. De afspraken worden vastgelegd in de ondersteuningsplannen die door de samenwerkingsverbanden worden vastgesteld.
De exacte consequenties voor het huisvesten van ‘inclusief onderwijs’ zijn nog niet in beeld. De vraag hoe het inclusief onderwijs vorm krijgt gaat vooraf aan het besluit of hiervoor extra huisvesting benodigd is. De eerste signalen zijn dat er meer ruimte nodig is, met als voorbeeld de kleinere klassen bij het VLC. Onderzoek is nodig om vast te stellen wat de aanvullende ruimtebehoefte is. De gemeente Neder-Betuwe heeft een positieve grondhouding tegenover de ambitie van inclusief onderwijs, ook als dit vraagt om een aanvullend investeren.
Bouwsteen voor huisvesting
Gemeente en schoolbesturen gaan bij de nieuwbouw-, renovatie- en uitbreidingsprojecten ervaring opdoen om de impact van inclusief onderwijs meer concreet te maken. Daarnaast worden de ontwikkelingen binnen de samenwerkingsverbanden nauwgezet gevolgd. Zodra meer zicht is op de gevolgen van inclusief onderwijs voor de huisvesting, wordt in een volgend IHP een concreter kader uitgewerkt.
Tot het vaststellen van een algemeen kader worden investeringsbeslissingen individueel beoordeeld. Voorwaarde is dat een investering in inclusief onderwijs verbonden is met een nieuwbouw-, renovatie- of uitbreidingsproject.
3.3.2 Toegankelijkheid
De in 3.3.1 genoemde verdragen en nationale wetgeving verbieden discriminatie op grond van handicap. Het doel is scholen te creëren met kwalitatief goed onderwijs, waarin alle kinderen zich optimaal kunnen ontwikkelen binnen hun mogelijkheden. Deze scholen doen recht aan persoonlijkheid, talenten, creativiteit en mentale en fysieke mogelijkheden. Kinderen worden voorbereid op volwaardige en gelijkwaardige deelname aan de samenleving.
Toegankelijke schoolgebouwen zijn essentieel om alle leerlingen en medewerkers volwaardig te laten deelnemen aan het onderwijs. Daarom is het belangrijk dat toegankelijkheid bij nieuwbouw en grootschalige renovaties vanaf het begin wordt meegenomen en geborgd in het bouwproces. Per project kan worden vastgesteld welke maatregelen nodig zijn, zoals bredere doorgangen, automatische deuren of extra liften, om obstakelvrij gebruik te garanderen. Waar volledige toegankelijkheid niet haalbaar is, moet dit worden onderbouwd en naar passende oplossingen worden gezocht.
Door toegankelijkheid structureel mee te nemen in de huisvesting van scholen, wordt een inclusieve leer- en werkomgeving gewaarborgd.
Bouwsteen voor huisvesting
Bij het ontwerpen van scholen wordt in het Programma van Eisen bij nieuwbouw- en renovatieprojecten het ‘Handboek Toegankelijkheid’ benut als kader. Het voorziet in procesaanpak en inhoudelijke keuzes om de toegankelijkheid van de schoolgebouwen te waarborgen. Dit leidt tot een helder kader waarlangs de architect kan ontwerpen. Zo zetten we in op inclusieve schoolgebouwen.
4 Visie op huisvesting
4.3 Toekomstbestendig door flexibiliteit in huisvesting
4.3.1 Flexibel in indeling
Het onderwijs is in beweging. Nieuwe kennis en inzichten in de ontwikkeling van het kind leiden tot nieuwe onderwijsconcepten. En nieuwe concepten leiden tot een veranderende ruimtebehoefte. Zo was het in het verleden nog vanzelfsprekend om een gangenschool met repeterende klaslokalen te realiseren. Daar waar in het hedendaags onderwijs wordt nagedacht over centrale instructieruimten, studieplekken en ruimten waar in klein groepsverband of individueel extra ondersteuning wordt geboden. Deze ruimten dragen bij aan een flexibele leeromgeving die aansluit op de diverse behoeften van leerlingen.
Gemeente en schoolbesturen streven naar aanpasbare gebouwen die inspelen op veranderende onderwijsvraag. Dit vergroot de kans voor schoolbesturen om tijdens de exploitatieperiode wijzigingen in de indeling door te voeren. En het versterkt de uitgangspositie voor een toekomstig keuze tussen nieuwbouw en renovatie. Wanneer een gebouw onvoldoende flexibel is en niet aansluit op het onderwijsconcept, ligt nieuwbouw voor de hand. Daar waar renovatie met het oog op circulariteit kan prevaleren.
Kaders voor de uitvoering
Nieuw te bouwen scholen worden gerealiseerd op basis van een flexibel ontwerp. Constructief is er de ruimte de indeling aan te passen en de technische installaties vormen geen belemmering voor toekomstige aanpassingen. Bij renovaties wordt een flexibiliteit indeling nagestreefd, maar is de haalbaarheid afhankelijk van het bestaande gebouw.
4.3.2 Flexibel in aanbod
Het Integraal Huisvestingsplan en het Uitvoeringsplan brengen elke twee jaar in kaart in hoeverre de verwachte onderwijsvraag aansluit op de capaciteit van schoolgebouwen. De prognoses schetsen een duidelijk beeld van de verwachte ontwikkelingen. Gelijktijdig is de toekomstige vraag onderhevig aan onzekerheden. Zo kan de gemiddelde gezinsgrootte afwijken van de prognoses. Kan een onderwijsconcept in populariteit verliezen. En kan toekomstige besluitvorming voor woningbouwprojecten leiden tot een aanvullende vraag naar onderwijsvoorzieningen. Omdat niet alle ontwikkelingen te voorzien zijn, bestaat het risico op een tekort of overschot aan onderwijsvoorzieningen met bijbehorende financiële consequenties.
Om dit risico te verkleinen, streven de gemeente en schoolbesturen naar flexibele onderwijslocaties. Deze locaties moeten eenvoudig uitbreidbaar zijn bij een toenemende vraag. Daarnaast wordt gestreefd naar locaties waar kleinere scholen worden gecombineerd met één of meer andere scholen. Dit bevorderd de uitwisseling van ruimten en vergroot de exploitatiekansen van kleine scholen.
Bij grootschalige woningbouwprojecten signaleert de gemeente tijdig of bestaande scholen voldoende uitbreidingsmogelijkheden hebben of dat een nieuwe onderwijsbestemming binnen of nabij het plangebied moet worden geclaimd.
Kaders voor de uitvoering
Bij een locatiekeuze voor een nieuwe school wordt in de terreinbehoefte rekening gehouden met een toekomstige uitbreiding van minimaal 10% capaciteitsuitbreiding of zoveel meer dan dat uit onderzoek naar de onzekerheden in mogelijk toekomstige groei wordt verwacht.
Een vernieuwingsopgave (nieuwbouw-/renovatie) van een school met minder dan 99 leerlingen (instandhoudingsnorm scholen in Neder-Betuwe) wordt gekoppeld aan een vernieuwingsopgave van een andere school in Neder-Betuwe, tenzij dit naar inzicht van de gemeenten en schoolbesturen na onderzoek als niet haalbaar wordt beschouwd.
De gemeente zet zich in voor het tijdig programmeren van onderwijsvoorzieningen bij grootschalige woningbouwprojecten.
4.3.3 Multifunctioneel inzetbaar
Door schoolgebouwen en andere maatschappelijke voorzieningen multifunctioneel in te zetten, creëren we plekken waar onderwijs, opvang, zorg en welzijn samenkomen. Onder schooltijd bieden scholen en opvangorganisaties een veilige leer- en werkomgeving. Na schooltijd is er ruimte huiswerkbegeleiding, sport, cultuur en talentontwikkeling. Het beschikbaar stellen van onderwijsruimte buiten schooltijden gebeurt in overleg en met instemming van het schoolbestuur. Door brede benutting van de onderwijsvoorziening speelt een belangrijke rol in het creëren van een sterke sociale basis in de dorpen.
Kaders voor de uitvoering
Bij nieuwbouw- en renovatieprojecten ontwerpen we schoolgebouwen die multifunctioneel inzetbaar zijn. Dit past bij de visie op passend en inclusief onderwijs, maar ook bij de optimale benutting van het schoolgebouw als maatschappelijke voorziening.
4.7 Nieuwbouw of renovatie
4.7.1 Afwegingskader
Nieuwe wetgeving is aangekondigd (H2.1.2) waarbij naast nieuwbouw ook levensduur verlengende renovatie tot de investeringsverantwoordelijkheid van de gemeente gaat behoren. Een wetswijziging met beperkte impact, omdat gemeenten in de praktijk het instrument renovatie al inzetten als volwaardig alternatief. Dit geldt ook voor de gemeente Neder-Betuwe. Waarom investeren in nieuwbouw als de bestaande school zich leent voor renovatie dat leidt tot een toekomstbestendige school?
Gemeente en schoolbesturen maken voor iedere vernieuwsopgave de overweging voor een keuze tussen nieuwbouw en renovatie. Een overweging die gemaakt wordt op basis van het ‘Afwegingskader Renovatie’ van de PO-raad en de technische kwaliteit van het gebouw. In de afweging wordt meegenomen in hoeverre de ambities vanuit het IHP (technisch) haalbaar zijn bij renovatie. En wordt in beeld gebracht wat de financiële consequenties zijn.
4.7.2 Voorziening renovatie
Om een financieel vergelijk te maken tussen nieuwbouw en renovatie is in het hiernavolgende overzicht een maximale investering in renovatie berekend. Een investering afgeleid van het normbedrag voor nieuwbouw. Een voorbeeld: blijkt uit onderzoek dat een renovatie met levensduur verlenging van 25 jaar 62,5% van de norm voor nieuwbouw bedraagt? Dan zijn de structurele lasten (rente en afschrijving) vergelijkbaar met nieuwbouw. Een beoordelingskader dat wordt benut bij de afweging tussen nieuwbouw en renovatie.
Renovatie met levensduur na oplevering van:
% maximale investering renovatie afgeleid van de normvergoeding bij nieuwbouw (VNG 2025 + 10%)
40jaar
100%
35jaar
87,5%
30jaar
75%
25jaar
62,5%
20jaar
50%
15jaar
37,5%
* De afschrijvingstermijn van de renovatie van schoolgebouwen is 25 jaar conform de Financiële verordening Neder-Betuwe 2023. Daar waar de verwachte levensduur afwijkt kan de gemeente afwijken middels een raadsbesluit, waardoor de technische en financiële levensduur na investering op elkaar is afgestemd.
Ieder gebouw is uniek bijvoorbeeld in ontwerp, flexibiliteit van de constructie en bouwkwaliteit. Het effect is dat voor iedere renovatie een afwijkende investering benodigd is. De bovengenoemde percentages als afgeleide van de nieuwbouw dient om die reden enkel om de investering in renovatie te vergelijken met nieuwbouw. De gemeentelijke bijdrage kan bij renovatie zowel lager als hoger zijn dan de getoonde percentages. Wat niet afwijkt is de beoogde kwaliteit. Bij ieder project wordt ingezet het behalen van de kwaliteitskaders van het IHP, ook bij renovatie. Zo is er een gelijke behandeling voor ieder schoolbestuur, hoewel de gemeentelijke bijdrage per project zal afwijken. In hoofdstuk 4.8 is nader ingegaan op de investeringsbijdrage van gemeente en schoolbesturen.
4.7.3 Proces renovatie op hoofdlijnen
Het proces om te komen tot inzicht in de benodigde investering bij renovatie is op hoofdlijnen:
1vaststellen van de beoogde levensduur na renovatie, waarbij uit wordt gegaan van een renovatie voor een periode van 25 jaar tenzij gemeente en schoolbestuur anders overeenkomen;
2onderzoek naar de maatregelen en inzicht in de (on)mogelijkheden om het ambitieniveau van het IHP te behalen;
3het opstellen van een stichtingskostenraming behorende bij de benodigde maatregelen voor renovatie;
4het toepassen van het ‘Afwegingskader Renovatie’ (waaronder het financieel vergelijk als genoemd in 4.7.2) voor een keuze tussen renovatie of nieuwbouw;
5besluitvorming over de keuze tussen nieuwbouw en renovatie en de hoogte van de investeringsbijdragen van gemeente en schoolbestuur. De investeringsbijdrage van het schoolbestuur wordt mede gebaseerd op een actueel meerjarenonderhoudsplan en de onderhoudsstaat van het gebouw (NEN 2767).
Kaders voor de uitvoering
Gemeente en schoolbesturen overwegen bij vernieuwingsopgaven nieuwbouw en renovatie. Op basis van het ‘Afwegingskader Renovatie’ van de PO-raad en de technische kwaliteit van het schoolgebouw wordt de voor- en nadelen onderzocht. Het financieel resultaat maakt onderdeel van deze overweging, waarbij voor de renovatie wordt gestuurd op een investering dat zowel past bij de kwaliteitskaders als bij de richtinggevende normvergoeding voor renovatie.
4.8 Kader voor investeringen
4.8.1 Normbedrag voor nieuwbouw
Een voorwaarde om te investeren in onderwijshuisvesting is een toereikend investeringsbudget. De gemeente Neder-Betuwe zet zich in voor het beschikbaar stellen van een toereikend budget passend bij de ambities van het Integraal Huisvestingsplan. De bouwheer, doorgaans de schoolbesturen, zetten zich in voor de ontwikkeling en realisatie van een project binnen het budget en waar mogelijk aanvullende kwaliteit.
Methodiek Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs Neder-Betuwe 2015
De bekostigingsmethodiek als vastgesteld in ‘de verordening’ sluit aan op de jaarlijks gepubliceerde normbedragen van de VNG. Al jaren pleiten gemeenten en brancheorganisaties voor verhoging van de normbedragen, omdat deze niet toereikend bleken voor de realisatie van scholen. Om die reden heeft de gemeenteraad op 9 mei 2019 besloten om voor het vaststellen van de normbedragen aan te sluiten bij actuele marktprijzen conform de BDB-index. Na toetsing van de huidige VNG-normbedragen in vergelijking tot de ambities in Neder-Betuwe is opnieuw geconstateerd dat de VNG-normbedragen naar verwachting ontoereikend zijn. Ter illustratie een vergelijking tussen marktreferenties van de BDB en de VNG-normering:
Vergelijk markt en VNG-norm*
Primair onderwijs 1.300 m²
Primair onderwijs 2.400 m²
Marktreferentie BDB 1-1-2025
€ 3.747 per m² bvo
€ 3.315 per m² bvo
VNG-norm 2025
€ 3.397 per m² bvo
€ 3.159 m² BVO
Investeringstekort
€ 455.000
€ 374.400
* De marktreferenties zijn gepubliceerd in een bandbreedte van -5% en +10%. Voor het vergelijk is de bovenzijde van de bandbreedte aangehouden.
De VNG-norm is naar verwachting niet toereikend. Het hanteren van een hoger normbedrag is te adviseren. Als alternatief heeft de gemeente na vaststelling van het IHP 2019 één normbedrag per vierkante meter vloeroppervlak gehanteerd. Echter, de omvang van de huisvestingsprojecten is van invloed op de benodigde investering per m². Zo zien we in de bovenstaande referenties een verschil van € 432 per m² bvo tussen een basisschool van 1.300 m² en een basisschool van 2.400 m². Daarnaast zijn investeringen in uitbreiding afwijkend door de beperkte omvang. En zijn investeringen in een school voor speciaal onderwijs kostbaarder vanwege de specifieke ruimtelijke eisen. Differentiatie in normbedragen is gewenst.
De methodiek van ‘de verordening’ en daaraan gekoppeld de normbedragen VNG voorziet in een differentiatie in het normbedrag op basis van de omvang en onderwijssoort. Daarmee sluit de methodiek beter aan bij de werkelijkheid dan het vaststellen van één algemeen normbedrag onderwijshuisvesting.
Gemeente en schoolbesturen wensen de methodiek van de verordening te hanteren. Echter, om tot een realistisch investeringsbudget te komen wordt jaarlijks een opslag op de VNG-norm bepaald. Voor de doorrekening van het IHP wordt uitgegaan van een opslag van 10%. Een opslag gebaseerd op het verschil tussen de marktreferentie van de BDB en de VNG-norm voor een basisschool.
4.8.2 Ambitieniveau IHP en normbedrag
In samenwerking met brancheorganisatie Ruimte-OK heeft de BDB referentieprojecten ontleed om een inschatting te geven van de kosten per ambitieniveau. De ambitieniveaus en investeringen zijn vergeleken met het ambitieniveau van de gemeente Neder-Betuwe.
Het voorgaande model toont de ambities waarvoor de gemeente middelen beschikbaar stelt. Het donkerpaars gearceerde vlak. Dit sluit aan op de visie op onderwijs en huisvesting omschreven in dit IHP. Het gele vlak geeft aan dat de mogelijkheden voor verdere kwaliteitsverbetering te bekostigen door het schoolbestuur. De mogelijkheden hiervoor worden per project onderzocht. Nader toegelicht:
-Besluit Bouwen Leefomgeving: de gemeente voorziet in de bekostiging om een school te kunnen bouwen;
-Frisse Scholen Klasse B: de gemeente voorziet in de bekostiging voor het realiseren van gezonde scholen;
-Toegankelijkheid: de gemeente voorziet in bekostiging voor het realiseren van toegankelijke schoolgebouwen met het oog op inclusiviteit;
-Duurzaamheid: de gemeente stelt 50% van het referentiebedrag voor duurzaamheidsmaatregelen beschikbaar voor het borgen van de flexibiliteit van schoolgebouwen en voorbereiding op een stap naar een ‘energieneutraal schoolgebouw’;
-Energieneutraal, exploitatie en ICT: onderzoek naar de terugverdientijd en voordelen tijdens de exploitatie vindt plaats waarna het schoolbestuur de keuze maakt om te investeren in aanvullende kwaliteit;
-Kwaliteit buitenruimte: voor de kwaliteit van de buitenruimte wordt per project onderzoek verricht naar de mogelijke verbinding met de openbare ruimte, de koppelkansen met de opgaven in de wijk en de (subsidie)mogelijkheden voor het realiseren van groen-/blauwe schoolpleinen.
Het ambitieniveau van de gemeente Neder-Betuwe is toegepast op de marktreferenties van de BDB om de opslag van 10% op de VNG-norm te bepalen.
Voor de bijdrage vanuit de schoolbesturen onderscheiden we twee mogelijkheden. Een bijdrage door besparing tot nieuwbouw-/renovatie en een bijdrage door voordelen op de exploitatie na oplevering.
4.8.3 Bijdrage schoolbesturen
Voor de bijdrage vanuit de schoolbesturen onderscheiden we twee mogelijkheden. Een bijdrage door besparing tot nieuwbouw-/renovatie en een bijdrage door voordelen op de exploitatie na oplevering.
Bijdrage door besparing tot nieuwbouw-/renovatie
Het IHP voorziet in een doorkijk van aankomende projecten. Dit stelt de gemeente en schoolbesturen in staat vroegtijdig het gesprek aan te gaan over de onderhoudsstrategie. Is de verwachting dat een gebouw gesloopt gaat worden. Dan is er een kans voor besparing op het onderhoud. Wordt renovatie verwacht. Dan kunnen onderhoudswerkzaamheden gecombineerd worden met een renovatie.
Gemeente en schoolbesturen werken aan een meer gespecificeerde demarcatie bij nieuwbouw en renovatie om meer gedetailleerd vast te stellen tot welk niveau de gemeente en de schoolbesturen investeren. Uitgangspunt is dat de gemeente zowel bij nieuwbouw als bij renovatie investeert in het behalen van het ambitieniveau als genoemd onder 4.8.2. Voor renovatie geldt als uitzondering dat gebouwdelen en installaties die nog niet aan vervanging toe zijn op het moment van renoveren, niet worden meegenomen in de renovatie om desinvesteringen te voorkomen. Vervolgens is het gebouw gereed voor voortgang van de exploitatie, waarbij het schoolbestuur verantwoordelijk is voor het reguliere onderhoud en vervangingsinvesteringen behorende bij het groot onderhoud.
Aan de hand van het meerjarenonderhoudsplan (MJOP) voeren gemeente en schoolbesturen het gesprek over de financiële bijdrage van het schoolbestuur. Zijn de gemeente en schoolbesturen nog geen afwijkende onderhoudsstrategie overeengekomen, dan blijft het schoolbestuur verantwoordelijk het schoolgebouw bij einde gebruik op te leveren zonder achterstallig onderhoud.
Bijdrage door een voordeel op de exploitatie
De gemeente stelt bekostiging beschikbaar voor een kwalitatief goed, gezond en toegankelijk schoolgebouw. De schoolbesturen kunnen besluiten tot investeren in een hogere kwaliteit. Zoals een investering in een energieneutraal schoolgebouw of een schoolgebouw met ‘nul-op-de-meter’. Of door te investeren in materialen die leiden tot lagere onderhouds- en schoonmaaklasten. Een investeringsbeslissing met een voordeel op de exploitatie. Een beslissing die per project wordt genomen.
Gemeente en schoolbesturen wensen eenheid in kwaliteit van nieuwbouw- en renovatieprojecten en in de wijze waarop investeringsbijdragen van schoolbesturen tot stand komen. Hiervoor wordt een beleidskader ontwikkelt. Tot vaststelling van het geharmoniseerd beleid omtrent de investeringen wordt per project investeringsbeslissingen genomen.
Subsidies
In aanloop naar nieuwbouw- en renovatieprojecten wordt per project een subsidiescan uitgevoerd. Zo wordt vastgesteld of het project in aanmerking komt voor subsidie vanuit bijvoorbeeld de gemeente, provincie of het rijk.
Kaders voor de uitvoering
De gemeente voert de bekostigingsmethodiek in als opgenomen in de Verordening Voorzieningen Huisvesting Onderwijs Neder-Betuwe 2015.
De gemeente voorziet in een opslag van 10% op de VNG normbedragen 2025 voor het beschikbaar stellen van een normbedragen passend bij de marktreferenties.
Jaarlijks wordt het normbedrag van de VNG geëvalueerd waarna het opslagpercentage wordt bijgesteld op basis nieuwe inzichten van marktreferenties.
De schoolbesturen investeren in aanvullende kwaliteit bij nieuwbouw en renovatie als blijkt dat besparing op het onderhoud in aanloop naar de uitvoering van het project mogelijk is. En naar eigen inzicht in aanvullende kwaliteit op basis van de toekomstig te verwachten exploitatievoordelen, waaronder de keuze om te investeren in een energieneutraal gebouw, dan wel een schoolgebouw met ‘nul-op-de-meter’.
Gemeente en schoolbesturen ontwikkelen een beleidskader voor harmonisering van de kwaliteit van schoolgebouwen bij nieuwbouw en renovatie en de eigen bijdrage van de schoolbesturen.
Gemeente en schoolbesturen onderzoeken per project de subsidiemogelijkheden.
6 Primair onderwijs in de kernen
6.1 Opheusden
6.1.1 Scholen en sportaccommodaties op de kaart
6.1.2 Samenvatting leerlingenontwikkeling en ruimteoverschot/-tekort
De Eben Haëzer toont een groei in het ruimteoverschot door de leerlingenprognoses die een daling laten zien. In de komende jaren is deze groei zodanig beperkt dat er geen onderzoek naar de benutting nodig is.
De Hervormde school heeft op dit moment een beperkt ruimtetekort. Dit is een normatief. In 2019 is de renovatie opgeleverd. Daarnaast wordt gebruik gemaakt van de Notenbalk waardoor voor deze school voldoende huisvesting beschikbaar is.
De Rehoboth school heeft op dit moment passende huisvesting. De leerlingenprognoses tonen een daling. Deze is zodanig beperkt dat er geen onderzoek volgt naar de benutting van de normatieve leegstand. Een beoordeling die in een volgend IHP (2030) opnieuw kan worden gedaan.
Het Palet in Opheusden toont structureel normatieve leegstand. De omvang van de leegstand vraagt om een besluit op welke wijze deze ruimte wordt ingezet. Bijvoorbeeld ten gunste van het bieden van meer inclusief onderwijs. Of voor het bieden van (extra) ruimte voor kinderopvang.
De Bron Scholen ambieert een nieuwe vestiging in Dodewaard te openen vanaf schooljaar 2027-2028. De verwachting is dat de school start met 160 leerlingen. Leerlingen die zonder de komst van de school gebruik maken van de Eben Haëzer in Opheusden. In het onderstaande overzicht is dit effect meegenomen. We zien dit gaat leiden tot een toenemend ruimteoverschot.
6.1.3 Technische beoordeling schoolgebouwen IHP 2019
Het hoofdgebouw van de Eben Haëzer is gebouwd in 1947 en gerenoveerd in 1975 en 1998. De technische staat en de functionaliteit heeft tot de beoordeling geleid dat er binnen in de periode 2030-2033 jaar een huisvestingsoplossing nodig is. Dit geldt ook voor de kwaliteit van het kleutergebouw.
De Hervormde school is gerenoveerd en uitgebreid. Dit project is opgeleverd in 2019. Daarmee is een toekomstbestendige school opgeleverd. De Rehoboth school is eveneens kwalitatief op orde, maar hiervoor geldt dat het gebouw vanaf 2031 40 jaar oud is. Tijdig onderzoek is nodig om de technische levensduur van het schoolgebouw nader te beoordelen.
Mede naar aanleiding van Covid is het binnenklimaat in Het Palet onder de loep genomen. Hieruit bleek dat het binnenklimaat onvoldoende scoorde, waarna er geïnvesteerd is in vernieuwing van installaties. Met een bouwjaar van 1969 en de hoge onderhoudslast wordt verondersteld dat ook de gebouwschil en andere bouwdelen om renovatie vragen. Onderzoek is nodig om te bepalen of een investering noodzakelijk is en wat dit aan investering vraagt. Een onderzoek dat in 2025 in gang is gezet.
6.1.4 Bewegingsonderwijs Opheusden
Het aantal leerlingen in Opheusden neemt volgens de prognose licht af. Daarnaast zal het aantal leerlingen van de Eben Haëzer afnemen na opening van een vestiging van De Bron scholen in Dodewaard. Het huidig aantal sportaccommodaties volstaat voor het huisvesten van het bewegingsonderwijs in Opheusden.
De behoefte aan gymvoorzieningen blijft constant met minimaal twee zaaldelen. Met een beschikbare capaciteit van drie zaaldelen is er voldoende ruimte om nu en in de toekomst aan de behoefte te voldoen. Dit betekent dat dat er geen extra maatregelen nodig zijn en de huidige situatie toekomstbestendig is.
6.1.5 Samenvatting huisvestingsopgaven Opheusden
Samenvattend de huisvestingsopgaven in Opheusden:
-Na opening van een vestiging van De Bron in Dodewaard ontstaat er een aanzienlijk ruimteoverschot bij de Eben Haëzer. Gecombineerd met de verouderde huisvesting is een huisvestingsoplossing benodigd in 2030-2033.
-De huisvesting van de Hervormde School is onlangs uitgebreid en gerenoveerd. Deze is toekomstbestendig.
-De Rehobothschool heeft passende huisvesting. Technisch gezien is het gebouw vanaf 2031 40 jaar oud, waardoor nader onderzoek naar de levensduur gewenst is.
-Het Palet heeft structurele normatieve leegstand. Een besluit over herbestemming van de overtollige ruimte is nodig. Bijvoorbeeld voor inclusief onderwijs of kinderopvang. Het gebouw (bouwjaar 1969) kent een hoge onderhoudslast, ondanks de recente investeringen in het binnenklimaat is aanvullend onderzoek naar renovatie noodzakelijk. Dit onderzoek is in 2025 gestart.
6.2 Kesteren
6.2.1 Scholen en sportaccommodaties op de kaart
6.2.2 Samenvatting leerlingenontwikkeling en ruimteoverschot/-tekort
De nevenvestiging van OBS Het Palet in Kesteren heeft passende huisvesting. De beperkte normatieve leegstand neemt op basis van de prognoses af waardoor de school in omvang goed past bij de huidige en toekomstige vraag. Aangezien het leerlingenaantal onder de 99 leerlingen ligt, dienen toekomstige investeringsbeslissingen in nieuwbouw-/renovatie gekoppeld te worden met vernieuwingsopgaven van andere scholen in Kesteren. Om die reden wordt OBS Het Palet meegenomen in het onderzoek voor nieuwe huisvesting van De Wegwijzer en Het Kompas.
Het Kompas beschikt momenteel over een minimaal ruimteoverschot. De leerlingenprognoses tonen groei waardoor op termijn structureel ruimtetekort ontstaat. De verwachting is dat dit tekort oploopt tot circa 323 m².
De Hervormde Basisschool De Wegwijzer kampt op dit moment al met een fors ruimtetekort, dat naar verwachting verder toeneemt op basis van de prognoses. Tijdelijk wordt dit capaciteitsprobleem opgevangen aan de Tollenhof 1, de voormalige locatie van De Pantarijn. Deze oplossing is echter niet toekomstbestendig. Daarom wordt het vinden van een duurzame huisvestingsoplossing voor De Wegwijzer als hoog urgent bestempeld door zowel de gemeente als de schoolbesturen.
De Bornput ervaart momenteel een aanzienlijk ruimtetekort. Met de geplande nieuwbouw wordt echter ook geanticipeerd op de verwachte groei van het aantal leerlingen. De oplevering van de nieuwe schoollocatie staat gepland voor 2026. Er wordt 2.666 m² aan onderwijsruimte gerealiseerd passend bij de lange termijn behoefte, zoals onderstaand weergegeven.
6.2.3 Technische beoordeling schoolgebouwen IHP 2019
Het schoolgebouw van OBS Het Palet in Kesteren is gebouwd in 2002. Ondanks een relatief hoge onderhoudslast zijn de energielasten gemiddeld. De beoordeling van de technische staat, functionaliteit en het binnenklimaat is positief. Er is op dit moment geen aanleiding om het gebouw op korte termijn te renoveren; renovatie heeft geen hoge prioriteit.
Het Kompas is gebouwd in 1983. De beoordeling van zowel de functionaliteit als de technische staat leidt tot de conclusie dat uiterlijk in de periode 2030–2033 een huisvestingsoplossing noodzakelijk is. Deze opgave is opgenomen in tranche 2 van het IHP.
De Wegwijzer is gehuisvest in een schoolgebouw uit 2009 en is technisch en functioneel in een goede staat. Echter, het gebouw voorziet niet in voldoende ruimte voor het huidige en toekomstig te verwachten aantal leerlingen.
Voor De Bornput staat de oplevering van de nieuwbouw gepland in 2026 wat leidt tot een positieve beoordeling.
6.2.4 Bewegingsonderwijs Kesteren
De prognoses tonen een stijging van het aantal leerlingen in Kesteren. Door de groei in het onderwijs neemt ook de behoefte aan ruimte voor gymlessen toe. Op dit moment is het aanbod nog ruim voldoende, maar bij een doorkijk naar 2030 en 2035 ontstaat er een tekort in de beschikbaarheid ter grootte van één gymzaal. Het tekort wordt mede veroorzaakt door de te verwachten groei in het voortgezet onderwijs. Op den duur zal het VLC naast het gebruik van De Leede gebruik moet maken van een andere gymvoorziening. En zal de Pantarijn ook naast haar eigen gymzaal gebruik moeten maken van een gymzaal elders.
6.2.5 Samenvatting huisvestingsopgaven Kesteren
Samenvattend de huisvestingsopgaven in Kesteren:
-In Kesteren nemen de leerlingenaantallen in het primair en voortgezet onderwijs sterk toe, wat leidt tot toenemende druk op de onderwijshuisvesting.
-De volgende ontwikkelingen leiden tot de noodzaak voor een kern-brede strategie op onderwijshuisvesting:
o De Wegwijzer heeft een toenemend ruimtetekort, waarvan de huisvestingssituatie (noodoplossing Tollenhof 1) vraagt om perspectief op korte termijn;
o Het Kompas is uiterlijk in 2030-2033 aan vernieuwing of vervanging toe, waarbij ook het te geprognosticeerde ruimtetekort meegenomen dient te worden;
o Gelet op de beperkte omvang van Het Palet is het wenselijk de school mee te nemen in de huisvestingsstrategie van het primair onderwijs;
o Door groei is een extra gymzaal nodig, waarvan de locatiekeuze mede afhankelijk is van de locatiekeuzes van de scholen gelet op de reisafstanden voor de leerlingen.
6.3 Ochten
6.3.1 Scholen en sportaccommodaties op de kaart
6.3.2 Samenvatting leerlingenontwikkeling en ruimteoverschot/-tekort
OBS J.A. Houtkoperschool heeft passende huisvesting. De leerlingenprognose toont een stabiel beeld van het te verwachten aantal leerlingen. De ruimtebehoefte sluit goed aan op de omvang van het gebouw. De beperkte leegstand geeft geen aanleiding tot het ondernemen van maatregelen.
PCBS Rehoboth laat een stabiel leerlingenaantal zien, waardoor het huidige normatieve ruimteoverschot van ruim 300 m² naar verwachting blijft bestaan. Het ruimtekort neemt door groei in de periode 2030-2040 op basis van de prognose licht af, maar blijft structureel aanwezig. De omvang van deze leegstand vraagt om nader onderzoek naar de mogelijkheden voor het benutten van de beschikbare ruimte.
De Sebáschool heeft een normatief ruimtekort. Een ruimtekort dat op basis van de leerlingenprognoses in de toekomst toeneemt. In de leerlingenprognose is rekening gehouden met de opening van De Bornput in Kesteren. Het huidige tekort is opgelost door medegebruik van ruimte bij Rehoboth Onderwijs en zorg. Deze school is gehuisvest op dezelfde locatie. Het capaciteitstekort is structureel, waardoor een oplossing voor de lange termijn benodigd is.
6.3.3 Technische beoordeling schoolgebouwen IHP 2019
OBS J.A. Houtkoperschool is gebouwd in 1990. Hoewel het gebouw nog geen 40 jaar oud is, is de technische staat en het binnenklimaat niet als goed beoordeeld. Daarnaast zijn de gemiddelde onderhoudslasten van de school hoog. Ervan uitgaande dat de school in 2030 de leeftijd van 40 jaar heeft bereikt, kan in 2030-2033 een investering in de school worden verwacht.
De Rehobothschool is gebouwd in 1966 en in 2010 gerenoveerd. Dankzij deze ingreep scoort het gebouw positief op alle indicatoren. De technische staat, functionaliteit en het binnenklimaat zijn goed beoordeeld, evenals de onderhouds- en energielasten.
De Sébaschool, gebouwd in 2009, scoort goed op alle indicatoren. Net als bij de Rehobothschool zijn de technische staat, functionaliteit en het binnenklimaat op orde. Voor deze school is er geen aanleiding voor het ondernemen van actie op de korte termijn.
6.3.4 Bewegingsonderwijs Ochten
De analyse van het bewegingsonderwijs in Ochten laat zien dat de totale behoefte aan gymvoorzieningen de komende jaren iets afneemt. Volgens de langetermijnprognose herstelt deze behoefte zich echter weer rond 2040. Met de huidige capaciteit in Sporthal De Linie, bestaande uit drie zaaldelen, is er ruimschoots voldoende ruimte. Er zijn dan ook geen aanvullende maatregelen nodig voor het bewegingsonderwijs in Ochten op de middellange of lange termijn.
6.3.5 Samenvatting huisvestingsopgaven Ochten
Samenvattend de huisvestingsopgaven in Ochten:
-Voor de OBS J.A. Houtkoperschool geldt dat op termijn (2030-2033) een investering in renovatie of nieuwbouw mag worden verwacht vanwege de levensduur en de kwaliteit.
-Voor de PCBS Rehobothschool is onderzoek benodigd naar het benutten van de normatieve leegstand.
-Voor de Sebáschool is op termijn aanvullende huisvestingscapaciteit benodigd.
6.4 Dodewaard
6.3.1 Scholen en sportaccommodaties op de kaart
6.3.2 Samenvatting leerlingenontwikkeling en ruimteoverschot/-tekort
In Dodewaard zijn twee basisscholen gevestigd die in de toekomst onderdeel uitmaken van het nieuw te realiseren multifunctioneel centrum (MFC). OBS De Bellefleur en CNS De Hien. De geplande oplevering van het MFC staat voor 2026.
In de onderstaande tabel is het ruimteoverschot en tekort getoond vóór realisatie van het MFC, gevolgd door een tabel met het effect na realisatie van het MFC. Het huidige ruimteoverschot wordt door de nieuwbouw opgelost.
De Bron scholen heeft het initiatief genomen voor het openen van een nieuwe vestiging in Dodewaard. Met het oog op thuisnabij onderwijs wordt dit plan door de gemeente en andere schoolbesturen ondersteund. Naar verwachting groeit de school snel naar 160 leerlingen mede gebaseerd op het aantal leerlingen dat nu gebruik maakt van de Eben Haëzer in Opheusden. Dit leidt tot de behoefte aan een schoolgebouw van minimaal 1.000 m² bvo.
6.3.3 Technische beoordeling schoolgebouwen IHP 2019
Het bouwjaar en de staat van de gebouwen van De Hien en de Bellefleur hebben mede aanleiding gegeven tot vervanging van de scholen door de bouw van MFC Dodewaard. Dit neemt niet weg dat de bestaande scholen kunnen dienen als (tijdelijk) onderkomen voor de nieuwe vestiging van De Bron. Onderzoek is nodig om vast te stellen of dit zonder maatregelen mogelijk is.
6.3.4 Bewegingsonderwijs Dodewaard
De capaciteit voor bewegingsonderwijs in Dodewaard is ruim voldoende. Hoewel de behoefte in de toekomst zal toenemen door de komst van de nieuwe vestiging van De Bron, blijft de beschikbare capaciteit toereikend. De analyse laat zien dat er geen aanvullende maatregelen nodig zijn. De huidige situatie is voldoende toekomstbestendig.
6.3.5 Samenvatting huisvestingsopgaven Dodewaard
Samenvattend de huisvestingsopgaven in Dodewaard:
-MFC Dodewaard wordt gerealiseerd ter vervanging van de bestaande huisvesting van De Hien en De Bellefleur;
-Huisvesting voor een nieuwe vestiging van De Bron moet worden gevonden, waarvoor de bestaande schoolgebouwen na realisatie van het MFC kansen bieden. Onderzoek naar de geschiktheid is gewenst.
6.4 Echteld
6.4.1 Scholen en sportaccommodaties op de kaart
6.4.2 Samenvatting leerlingenontwikkeling en ruimteoverschot/-tekort
De ruimtebehoefte van OBS Prins Willem Alexander sluit goed aan op de beschikbare ruimte. De omvang van de school leidt ertoe dat de exploitatie uitdagend is. Dit neemt niet weg dat het schoolbestuur inzet op duurzaam behoud van de school.
6.4.3 Technische beoordeling schoolgebouwen IHP 2019
OBS Prins Willem Alexander is gehuisvest in een schoolgebouw uit 1958, dat in 1997 is gerenoveerd. Uit de beoordeling van het IHP 2019 blijkt dat de technische staat, functionaliteit en het binnenklimaat op orde zijn. Ook de energielasten worden als gunstig beoordeeld. Alleen de onderhoudslasten scoren ongunstig in de waardering van het gebouw. Aangezien de renovatie in 1997 heeft plaatsgevonden wordt een huisvestingsopgave verwacht. Onderzoek is nodig om vast te stellen wanneer vernieuwing noodzakelijk is.
6.4.4 Bewegingsonderwijs Echteld
Voor het bewegingsonderwijs in Echteld is één gymzaal beschikbaar. Voldoende om het bewegingsonderwijs van de Prins Willem-Alexanderschool te huisvesten.
6.4.5 Samenvatting huisvestingsopgaven Echteld
De huisvesting van de Prins Willem-Alexander school voldoet in omvang en kwaliteit. Echter, gelet op het bouwjaar en de toenemende exploitatielasten, wordt op termijn de noodzaak tot vernieuwing verwacht. Vernieuwing dat binnen de scope van het IHP van 16 jaar wordt verwacht. De prognose is vernieuwing in de periode 2038-2041.
7 Voortgezet onderwijs
7.1 Van Lodenstein Colllege Kesteren
7.1.1 Samenvatting leerlingontwikkeling en ruimteoverschot/-tekort
De leerlingenprognose voor het Van Lodenstein College laat een duidelijke groei zien, met name in de komende vijf jaar. Ook in de jaren daarna wordt verdere toename verwacht. Deze stijging heeft directe gevolgen voor de huisvestingssituatie: het huidige ruimteoverschot zal, bij een groei van circa 100 leerlingen, omslaan in een ruimtetekort van ongeveer 300 m² bvo. Naar verwachting neemt dit tekort in de jaren daarna verder toe tot een ruimtetekort van 1.000 m² bvo. Daarnaast werkt het VLC aan uitbreiding van het onderwijsaanbod wat kan leiden tot een aanvullende toename van het aantal te verwachten leerlingen en de vraag naar ruimte.
Gezien het structurele karakter van het verwachte capaciteitstekort is het noodzakelijk om tijdig te starten met de voorbereiding van passende huisvestingsmaatregelen.
7.1.2 Technische beoordeling schoolgebouwen IHP 2019
Het Van Lodenstein College is in 2009 gebouwd en verkeert technisch in goede staat. Echter, na oplevering bleken het binnenklimaat en de klimaatinstallaties ontoereikend. Het schoolbestuur heeft geïnvesteerd in verbetering van de klimaatinstallaties waardoor het klimaat voldoet voor het bieden een gezonde werk- en leeromgeving. De kwaliteit van het gebouw geeft geen aanleiding meer tot de noodzaak voor het doen van investeringen. Deze voldoet als toekomstbestendige huisvesting, uitgezonderd de noodzakelijke uitbreiding van de capaciteit vanwege de groei van het aantal leerlingen.
7.1.3 Samenvatting huisvestingsopgave VLC
Het Van Lodenstein College verwacht leerlingengroei wat leidt tot een structurele huisvestingsbehoefte. Uitbreiding van de capaciteit is noodzakelijk. Om tijdig is voldoende huisvesting te voorzien is uiterlijk in de periode 2030-2033 aanvullende capaciteit noodzakelijk.
7.2 Pantarijn Kesteren
7.2.1 Samenvatting leerlingontwikkeling en ruimteoverschot/-tekort
De Pantarijn in Kesteren laat volgens de leerlingenprognose een structurele groei zien. Rond 2030 worden circa 156 extra leerlingen verwacht, oplopend tot een toename van 272 leerlingen in 2040 ten opzichte van 2025. Deze groei heeft grote impact op de huisvestingscapaciteit.
Het huidige ruimteoverschot van 88 m² bvo verdwijnt door de verwachte groei in leerlingenaantallen en slaat om in een tekort van circa 900 m² bvo in 2030. Dit tekort neemt in de jaren daarna verder toe tot mogelijk 1.586 m² bvo in 2040. In het voorgaande IHP 2019 is reeds besloten de capaciteit met 1.002 m² bvo uit te breiden. Dit leidt tot het volgende beeld van het ruimteoverschot en – tekort.
Opvallend is dat vanaf 2035 opnieuw een ruimtetekort ontstaat. Echter, deze wordt mede veroorzaakt door een geprognosticeerde groei van 156 leerlingen in de periode 2025 – 2030. Een groei van 53% in een periode van 5 jaar. Gemeente en schoolbestuur blijven de ontwikkeling monitoren en onderzoek op basis van de inzichten van de komende jaren de noodzaak tot mogelijk aanvullende maatregelen. Maatregelen die in een volgende IHP worden geagendeerd, tenzij de noodzaak voor het programmeren van maatregelen eerder ontstaat.
7.2.2 Technische beoordeling schoolgebouwen IHP 2019
* Binnenklimaat: De nieuwbouw van de Pantarijn is opgeleverd in 2018. Parallel aan de nieuwbouw is het IHP 2019 opgesteld. Aangezien er nieuwbouw is gepleegd, werd verondersteld dat het binnenklimaat zou voldoen. Echter, het gebouw bleek achteraf niet te voldoen aan de benodigde kwaliteitseisen voor het binnenklimaat. De technische mogelijkheden binnen het gebouw om dit op te lossen zijn beperkt. Het schoolbestuur onderzoekt de mogelijkheden en investeert in de kwaliteitsverbetering van het bestaande gebouw. De uitbreiding die in 2025 plaatsvindt voldoet wel aan de gestelde kwaliteitseisen. Het schoolbestuur is bouwheer en ziet toe op een oplevering die voldoet aan de gewenste kwaliteit.
Gemeente en schoolbesturen erkennen dat het realiseren van kwaliteif goede schoolgebouwen niet vanzelfsprekend is. De ervaringen bij het VLC en de Pantarijn maken dat er in de toekomst meer aandacht uitgaat naar een meer strikte controle op het behalen van de noodzakelijke kwaliteit in het ontwerp, tijdens de realisatie en toetsing met bewijslast na oplevering.
7.2.3 Samenvatting huisvestingsopgaven Pantarijn
Naast de uitbreiding zijn geen aanvullende maatregelen noodzakelijk. De komende jaren wordt de leerlingenontwikkeling gemonitord om tijdig vast te stellen of aanvullende maatregelen voor capaciteitsuitbreiding benodigd zijn.