Aanhef
De raad van de gemeente Neder-Betuwe;
gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders;
B E S L U I T :
het uitvoeringskader ‘Gezond opgroeien in Neder-Betuwe 2019-2024’ vast te stellen.
1. Aanleiding
1.3 De situatie per dorp
1.3.1 Dodewaard
Het dorp Dodewaard heeft inmiddels meer dan 4500 inwoners. Het grootse aantal inwoners bevindt zich in de leeftijdscategorie 20-64 jaar (58%) en daarna volgt de groep inwoners van 0-19 jaar (28%). Opvallende getallen in relatie met JOGG zijn te vinden op het gebied van:
•Kinderen 0-12 die te weinig fruit eten 37%;
•Kinderen 13-16 die te weinig fruit eten 59%;
•Kinderen 0-12 die te weinig groente eten 31%
•Kinderen 13-16 die te weinig groente eten 40%
•Kinderen 0-12 die onvoldoende bewegen 34%
•Kinderen 13-16 die onvoldoende bewegen 24%
•Kinderen 0-12 met (zwaar) overgewicht 19%
•Kinderen 13-16 met (zwaar) overgewicht 12
•Kinderen 0-12 die onvoldoende buiten spelen 39%
Op het gebied van overgewicht lijkt het beter te gaan als kinderen ouder worden. Schijn bedriegt echter. Zijn jongeren eenmaal 19 jaar dan zien we het percentage (zwaar) overgewicht stijgen tot zelfs 59%. Opvallend is in Dodewaard dat een hoog percentage kinderen te weinig groente en fruit eet en onvoldoende beweegt en buiten speelt.
1.3.2 Opheusden
Het dorp Opheusden heeft inmiddels zo’n 6000 inwoners en vormt hiermee het grootste dorp van de gemeente Neder-Betuwe. Evenals het naburige Kesteren is het dorp kerkelijk, met een duidelijk bevindelijk-gereformeerde inslag. Het grootse aantal inwoners bevindt zich in de leeftijdscategorie 20-64 jaar (55%) en daarna volgt de groep inwoners van 0-19 jaar (33%).
Opvallende getallen in relatie met JOGG zijn te vinden op het gebied van:
•Kinderen 0-12 die te weinig fruit eten 56%;
•Kinderen 13-16 die te weinig fruit eten 65%;
•Kinderen 0-12 die te weinig groente eten 52%
•Kinderen 13-16 die te weinig fruit eten 63%;
•Kinderen 0-12 die onvoldoende bewegen 29%
•Kinderen 13-16 die onvoldoende bewegen 47%
•Kinderen 0-12 met (zwaar) overgewicht 19%
•Kinderen 13-16 met (zwaar) overgewicht 12%
•Kinderen 0-12 die onvoldoende buiten spelen 29%
Met name op het gebied van overgewicht lijkt het beter te gaan als kinderen ouder worden, maar zijn jongeren eenmaal 19 jaar dan zien we het percentage (zwaar) overgewicht stijgen tot zelfs 58%. Opvallend in Opheusden is dat veel kinderen te weinig groente en fruit eten en dat vanaf de leeftijd van 13 jaar het percentage kinderen dat onvoldoende beweegt sterk stijgt.
1.3.3 Ochten
Het dorp Ochten heeft inmiddels zo’n 4500 inwoners. Het aantal reformatorische christenen neemt de laatste jaren sterk toe in het dorp. Het grootse aantal inwoners bevindt zich in de leeftijdscategorie 20-64 jaar (54%) en daarna volgt de groep inwoners van 0-19 jaar (32%). Opvallende getallen in relatie met JOGG zijn te vinden op het gebied van:
•Kinderen 0-12 die te weinig fruit eten 48%;
•Kinderen 13-16 die te weinig fruit eten 70%;
•Kinderen 0-12 die te weinig groente eten 42%
•Kinderen 13-16 die te weinig groente eten 47%
•Kinderen 0-12 die onvoldoende bewegen 30%
•Kinderen 13-16 die onvoldoende bewegen 53%
•Kinderen 0-12 met (zwaar) overgewicht 20%
•Kinderen 13-16 met (zwaar) overgewicht 9%
•Kinderen 0-12 die onvoldoende buiten spelen 30%
Ook in Ochten lijkt het op het gebied van overgewicht beter te gaan als kinderen ouder worden, maar ook hier zien we het percentage (zwaar) overgewicht stijgen tot zelfs 48% als kinderen 19 jaar of ouder zijn. Opvallend in Ochten is dat veel kinderen te weinig groente en fruit eten en dat vanaf de leeftijd van 13 jaar het percentage kinderen dat onvoldoende beweegt sterk stijgt.
1.3.4 Kesteren
Kesteren telt ruim 5000 inwoners. Voor het reformatorisch voortgezet onderwijs vervult Kesteren een streekfunctie. Het grootse aantal inwoners bevindt zich in de leeftijdscategorie 20-64 jaar (55%) en daarna volgt de groep inwoners van 0-19 jaar (26%). Opvallende getallen in relatie met JOGG zijn te vinden op het gebied van:
•Kinderen 0-12 die te weinig fruit eten 37%;
•Kinderen 13-16 die te weinig fruit eten 63%;
•Kinderen 0-12 die te weinig groente eten 31%
•Kinderen 13-16 die te weinig groente eten 70%
•Kinderen 0-12 die onvoldoende bewegen 30%
•Kinderen 13-16 die onvoldoende bewegen 66%
•Kinderen 0-12 met (zwaar) overgewicht 23%
•Kinderen 13-16 met (zwaar) overgewicht 12%
•Kinderen 0-12 die onvoldoende buiten spelen 29%
Ook in Kesteren lijkt het op het gebied van overgewicht beter te gaan als kinderen ouder worden. Zijn jongeren eenmaal 19 jaar dan zien we ook hier het percentage (zwaar) overgewicht stijgen tot 47%. Opvallend in Kesteren is dat in vergelijking met de andere dorpen, het in de leeftijd van 0 tot en met 12 jaar aardig goed gaat, maar dat hier verandering in komt bij het bereiken van de leeftijd van 13 jaar. Percentages zien we dan zelfs verdubbelen.
1.3.5 Echteld/IJzendoorn
In Echteld bevindt het grootse aantal inwoners zich in de leeftijdscategorie 20-64 jaar (59%) en daarna volgt de groep inwoners van 0-19 jaar (27%).
Het dorp IJzendoorn heeft ook zo’n 1100 inwoners. Het grootse aantal inwoners bevindt zich in de leeftijdscategorie 20-64 jaar (57%) en daarna volgt de groep inwoners van 0-19 jaar (29%). Opvallende getallen in relatie met JOGG zijn te vinden op het gebied van:
•Kinderen 0-12 die te weinig fruit eten 48%;
•Kinderen 13-16 die te weinig fruit eten 61%;
•Kinderen 0-12 die te weinig groente eten 42%
•Kinderen 13-16 die te weinig groente eten 21%
•Kinderen 0-12 die onvoldoende bewegen 30%
•Kinderen 13-16 die onvoldoende bewegen 33%
•Kinderen 0-12 met (zwaar) overgewicht 20%
•Kinderen 13-16 met (zwaar) overgewicht 9%
•Kinderen 0-12 die onvoldoende buiten spelen 30%
Ook in Echteld/IJzendoorn lijkt het op het gebied van overgewicht beter te gaan als kinderen ouder worden. Zijn jongeren eenmaal 19 jaar dan zien we het percentage (zwaar) overgewicht stijgen tot 52%. Opvallende percentages zijn te vinden bij het aantal kinderen dat te weinig fruit en groente eet.
3. Jongeren Op Gezond Gewicht Neder-Betuwe
3.2 Doelstellingen
3.2.1 Hoofddoelstellingen
Vanuit de informatie van de GGD weten we dat het percentage kinderen met gezond gewicht in de gemeente Neder-Betuwe lager ligt dan het regionaal gemiddelde. Dit lijdt tot de volgende hoofddoelstelling van JOGG Neder-Betuwe:
Het percentage kinderen in de leeftijd van 0 tot 12 jaar met gezond gewicht is in 2026 toegenomen en tegelijkertijd is het verschil tussen het gemiddelde gezond gewicht in Neder-Betuwe en het regionaal gemiddelde verkleind. Een adequate 0-meting is hierbij cruciaal.
De belangrijkste uitgangspunten voor de hoofdoelstelling zijn:
•Kinderen in Neder-Betuwe eten en drinken gezonder en gaan meer bewegen;
•De omgeving van een kind stimuleert een gezonde keuze.
Om deze hoofddoelstellingen te bereiken worden er verschillende interventies en activiteiten ingezet waarin de gedragsdoelen – en omgevingsdoelstellingen als leidraad gebruikt worden. Verder zullen procesdoelstellingen, gebaseerd op de pijleraanpak van JOGG, ook gaan bijdragen aan het bereiken van deze hoofddoelstelling. Door middel van monitoring en evaluatie van al deze doelstellingen kunnen we tussentijdse resultaten inzichtelijk maken en eventueel bijsturen waar nodig. Behaalde resultaten door het inzetten van de JOGG aanpak zijn pas over een aantal jaren meetbaar, maar met de vooropgestelde proces – en gedragsdoelstellingen is dit zeker niet onmogelijk.
*
* Theoretische verdeling van te verwachtten uitkomsten van gezondheid bevorderende programma’s over tijd.
3.2.2 Subdoelstellingen
Onderstaande doelstellingen dragen bij aan het behalen van de hoofddoelstelling, er wordt onderscheid gemaakt tussen effect- en procesdoelen. Subdoelstellingen zijn ondersteunend aan de hoofddoelstelling.
3.2.2.1 Effectdoelstellingen
Op basis van de cijfers en bevindingen van de GGD, zijn gedragsdoelstellingen in de Neder-Betuwse JOGG-aanpak centraal gesteld. De resultaten vanuit de kindmonitor en het EMOVO onderzoek van de GGD, vormen hierbij de basis.
Subdoelstelling 1: Het stimuleren van gezonde voeding bij kinderen en jongeren.
1Het percentage kinderen van 0 tot en met 12 jaar dat dagelijks groenten eet, is toegenomen in 2026 (ten opzichte van de 0-meting in 2018);
2Het percentage kinderen van 0 tot en met 12 jaar dat dagelijks fruit eet, is toegenomen in 2026 (ten opzichte van de 0-meting in 2018);
3Het percentage suikerhoudende drankjes dat een kind, van 0 tot en met 12 jaar, gemiddeld per dag drinkt is afgenomen in 2026 (ten opzichte van de 0-meting in 2018);
4Het percentage suikerhoudende drankjes dat een jongere, van 13 tot en met 19 jaar, gemiddeld per dag drinkt is afgenomen in 2026 (ten opzichte van de 0-meting in 2018);
Subdoelstelling 2: Het stimuleren van beweging en het ontmoedigen van teveel televisie kijken, computeren of gamen bij kinderen en jongeren
1Het percentage kinderen van 0 tot en met 12 jaar dat loopt of fietst naar de kinderdagopvang of school is toegenomen in 2026 (ten opzichte van de 0-meting in 2018);
2Het percentage kinderen van 0 tot en met 12 jaar dat voldoende beweegt is toegenomen in 2026 (ten opzichte van de 0-meting in 2018).
3Het percentage kinderen van 13 tot en met 19 jaar dat loopt of fietst naar school of werk is toegenomen in 2026 (ten opzichte van de 0-meting in 2018);
4Het percentage kinderen van 13 tot en met 19 jaar dat voldoende beweegt is toegenomen in 2026 (ten opzichte van de 0-meting in 2018).
3.2.2.2 procesdoelen
De procesdoelstellingen zijn doelstellingen die bijdragen aan de effectdoelstellingen. Onder deze uitvoeringsnota ligt per jaar een werkplan, waar nader in is uitgewerkt op welke manier aan de procesdoelstellingen wordt gewerkt in het betreffende kalenderjaar. We hebben de doelstellingen uitgesplitst naar de omgevingsfactoren, waarbij als uitgangspunt geldt, dat een gezonde omgeving een gezonde keuze stimuleert.
Thuis
•Meer gezinnen in de JOGG-gebieden zijn zich bewust van het nut en de noodzaak van een gezond opvoeding van het kind en hoe dat er in de praktijk uit kan zien.
School en kinderopvang
•50% van de basisscholen werken volgens de principes van de Gezonde School-aanpak aan het thema voeding en/of het thema Bewegen & sport, zodat zij voldoen aan de eisen voor een themacertificaat op een van de thema’s.
•Minimaal 2 kinderopvangorganisaties werken volgens de aanpak Gezonde Kinderopvang aan het thema Voeding of thema Bewegen & Sport, zowel in de leeftijdsgroep 0-4 jaar als 4-12 jaar.
•Er is een doorgaande lijn ontwikkelt van kinderopvang/peutervang naar basisschool als het aanbieden van een gezonde traktatie, het drinken van water en het eten van fruit.
De buurt
•Bij alle vrij toegankelijke activiteiten die worden georganiseerd voor kinderen in de leeftijd van 0-12 jaar, is de betere keuze (water drinken, groente en fruit) aanwezig.
•In minimaal 4 dorpen is er groen schoolplein gerealiseerd die een dorpsfunctie vervult.
•In elk dorp is er georganiseerd beweegaanbod in de buurt dat gratis toegankelijk is voor deelnemers.
Vrije tijd
•Minimaal 3 sport- en beweegaanbieders verdeeld over de gemeente hebben een gezonder aanbod in hun sportkantine, dat voldoet aan de richtlijnen Brons van het Voedingscentrum.
Werk
•Minimaal twee organisaties/bedrijven in de gemeente Neder-Betuwe en de gemeente zelf zijn bewust bezig met vitaliteit voor medewerkers. Dit betekent dat ze aanbod hebben voor hun medewerkers op het gebied van sport, bewegen en gezondheid, de fysieke omgeving uitnodigt tot gezonde keuzes en ze vitaliteit hebben opgenomen in hun beleid. Bedrijven dragen op deze wijze bij aan bewustwording en geven het goede voorbeeld aan werknemers/inwoners.
Media
•Meer bekendheid rond inzet gezonde leefstijl. Dat betekent meer volgers en likes via de Social Media kanalen, maar ook meer partijen die ons actief benaderen om ondersteuning te krijgen bij het inrichten van een gezonde omgeving.
4. Organisatiestructuur
4.2 De pijleraanpak binnen de lokale samenwerking
4.2.1 pijler politiek-bestuurlijk draagvlak
Een gezond gewicht hoort bij een gezonde leefstijl en heeft een belangrijke plaats in het programma van het college van burgemeester en wethouders.
Doelen: Voor politiek-bestuurlijk draagvlak is het streven om te voldoen aan onderstaande randvoorwaarden:
•Het college van B&W en de gemeenteraad worden jaarlijks geïnformeerd over JOGG.
•Wethouder en burgemeester worden actief betrokken bij JOGG-campagnes.
•De direct betrokken beleidsmedewerkers en de JOGG-regisseur overleggen met verschillende adviseurs voor beleidsterreinen omtrent de fitheid en (preventie) van overgewicht onder de jeugd en hun omgeving. Het streven is dat beleidsmedewerkers vanuit hun eigen discipline actief betrokken zijn bij de lokale JOGG-aanpak. Andere beleidsterreinen hebben JOGG/gezondheid opgenomen in hun beleid, waarbij beleidsmatige inbedding het uiteindelijke doel is.
4.2.2 pijler publiek-private samenwerking
Lokale bedrijven en publieke partijen zijn betrokken bij de JOGG-aanpak. Ze leveren expertise, denken mee, zetten hun communicatie in voor JOGG en dragen financieel bij en doen mee aan JOGG-activiteiten. Bedrijven kunnen zich vanuit hun maatschappelijk verantwoord ondernemerschap inzetten voor JOGG.
Doelen: Voor publiek-private samenwerking is het streven om te voldoen aan onderstaande randvoorwaarden:
•Met de GGD worden de afspraken omtrent de samenwerking binnen JOGG.
•Met lokale bedrijven worden meerjarige samenwerkingsafspraken gemaakt in de vorm van mensen, middelen, massa en/of media. Denk hierbij aan ondersteuning van campagnes op scholen of kinderopvang, inrichten en ontwikkelen speeltuinen/trapveldjes of het financieel ondersteunen van een project.
•Het aantal partners dat actief betrokken is bij JOGG groeit ieder jaar.
4.2.3 pijler sociale marketing
‘Gezondheid verkopen als een mooie spijkerbroek’ daar draait het om bij sociale marketing. Een
JOGG- gemeente past de principes van sociale marketing toe op de lokale situatie, afgestemd op de doelgroep via sleutelfiguren en middels diverse kanalen.
Doelen:
•Kinderen en jongeren van 0 t/m 19 jaar, hun ouders en opvoedkundigen worden betrokken bij de ontwikkeling van campagnes en de keuze van activiteiten/interventies.
•Er wordt onderzoek gedaan onder sportverenigingen over o.a. het welbevinden van de jeugdleden.
4.2.4 pijler wetenschappelijke begeleiding en evaluatie
‘Meten is weten’. Binnen de JOGG-aanpak worden activiteiten gemonitord, geëvalueerd en zo nodig bijgestuurd.
Doelen:
•Ieder kwartaal wordt de procesevaluatie (activiteitenmonitor) en kwartaalrapportage bijgewerkt door de JOGG-regisseur.
•Cijfers van de euro-fittest/MQ scan (fysieke fitheid, BMI) worden jaarlijks verwerkt, geanalyseerd en besproken met de groepsleerkrachten.
•Cijfers van de GGD op het gebied van overgewicht, voeding en bewegen (Kindermonitor en EMOVO) worden gebruikt om te bepalen in welke kernen er aandacht is vereist op de bepaalde gezondheidsthema’s.
•Met de GGD vindt afstemming plaats over meetgegevens (wat meten we en wat komt hoe dan ook elke 4 jaar terug in de meting om een evaluatie mogelijk te maken).
Het evalueren en het bijstellen van de plannen op basis van de resultaten is een continuerend proces. Resultaten van verschillende doelen zullen op verschillende momenten bekend worden. De regisseur zorgt voor afstemming met de stuurgroep, projectgroep en met de werkgroepen als nieuwe resultaten bekend zijn en overleg gewenst is.
4.2.5 pijler verbinding preventie en zorg
Het verbinden van preventie en zorg zorgt ervoor dat preventie, vroege signalering en behandeling gecoördineerd en in samenhang worden uitgevoerd. (Zorg)professionals signaleren overgewicht in een vroeg stadium en stemmen hun dienstverlening onderling op elkaar af. Zo komen jongeren met overgewicht direct op de juiste plek terecht.
Doel: Vormgeven van een structuur om een lokale ketenaanpak in te richten voor kinderen met overgewicht of obesitas. Het uitgangspunt is dat overgewicht vraagt om een integrale aanpak met ondersteuning en zorg vanuit zowel het sociaal domein als het zorg domein.
5. Het programma
5.2 Programma 1: De eerste 1000 dagen
5.2.1 Programma 1: Wat gaan we doen?
De risicofactoren voor overgewicht bij het jonge kind zijn: ongezonde leefstijl van de moeder, lager of juist hoger geboortegewicht, snellere groei in de eerste maanden en slecht eetgedrag door het kind. Dit zijn factoren die het consultatiebureau in beeld kan brengen. We verbeteren dit jaar samen met de Jeugdgezondheidszorg de uitvoering van de JGZ-richtlijn ‘Overgewicht’ en zorgen we dat er goed aanbod is voor (aanstaande) ouders dat aansluit bij hun behoefte. Ook zoeken we hierin de samenwerking met verloskundigen en kraamzorg.
Spoor 1: Verbeteren JGZ-richtlijn overgewicht
Op 2-jarige leeftijd heeft een deel van de kinderen al overgewicht. Kinderen die in deze periode met name worden gezien door de jeugdverpleegkundige van het consultatiebureau. Samen met het consultatiebureau/JGZ versterken we de uitvoering van de JGZ-richtlijn ‘Overgewicht’ 0-2 jaar, door kansen en belemmeringen in de uitvoering te achterhalen als het gaat om signaleren van een (risico op) ongezond gewicht en de acties die daarop volgen.
We onderzoeken op welke wijze ouders beter geadviseerd en ondersteund kunnen worden rondom het thema: gezond opgroeien.
Spoor 2: Verbinden van formele en informele netwerken in het dorp
Het is noodzakelijk om informatie en ondersteuning rondom gezonde leefstijl niet alleen via het formele netwerk van professionals te verspreiden, maar juist ook via het informele netwerk: familie, buren en dorpsgemeenschap. We willen zorgen voor een goede verbinding tussen beide netwerken. Samen met JGZ kijken we hoe we dit het beste vorm kunnen geven.
Spoor 3: Herijken aanbod (aanstaande) ouders
Hoewel er redelijk wat aanbod beschikbaar is, willen (aanstaande) ouders nog beter ondersteunen om duurzaam een gezondere leefstijl voor hun kind te realiseren. Met name ouders uit risicogroepen weten het beschikbare aanbod niet altijd goed te vinden en soms sluit het aanbod onvoldoende aan bij de vraag en is het wellicht ook niet altijd even effectief. We nemen het aanbod kritisch onder de loep, om te onderzoeken of aanpassing of aanvulling van het aanbod noodzakelijk is.
5.3 Programma 2: Inzet programma JUMP binnen het onderwijs
5.3.1 Programma 2: Wat gaan we doen?
Jong geleerd is oud gedaan en dat geldt ook voor een gezonde leefstijl. Daarom voeren we JUMP in binnen de peuteropvang en kinderopvang. We helpen voorscholen bij het invoeren van een gezond voedingsbeleid en het stimuleren van voldoende bewegen. Daarnaast bieden we opvoedondersteuning op maat op het gebied van voeding, bewegen en slapen via interactief theater en/of workshops voor ouders.
Spoor 1: JUMP binnen de peuteropvang en kinderopvang
Opzet van het programma is dat:
•gezondheid structureel in het beleid opgenomen wordt,
•er een doorlopende ontwikkellijn is als het kind doorstroomt naar de basisschool,
•• ouders betrokken gezien de grote invloed van hen op gezonde voeding en beweging van hun kind,
•de peuteropvang en de kinderopvang een gezond voedingsbeleid hanteert,
•kinderen worden gestimuleerd om te bewegen.
Monitoring vormt een vast onderdeel binnen de gehele aanpak.
Spoor 2: Onderzoek mogelijkheid of JUMP of onderdelen daarvan een verplicht onderdeel kan wordenbinnen het kwaliteitskader Voor- en Vroegschools Educatie (VVE).
Kinderen binnen de peuteropvang/voorschool met een VVE-indicatie, komen vaak uit gezinnen met een lage sociaaleconomische status of een niet-westerse achtergrond; de twee belangrijkste risicofactoren voor overgewicht.
Spoor 3: JUMP binnen de basisschool
Voor kinderen die op de basisschool zitten, wordt een gezonde leefstijl iets dat vanzelfsprekend is. Gezond eten en bewegen is dagelijkse kost. In de broodtrommels zit bruin brood, dorst wordt gelest met kraanwater en bij verjaardagen trakteren kinderen gezond. Elke week gymmen zij onder begeleiding van een vakdocent/CIOS beweegteam of buurtsportcoaches en in de pauze wordt (buiten) gespeeld. Binnen drie jaar stroomt een school uit het programma en gaat de school er zelfstandig en structureel mee aan de slag als gezonde school+. Als alle doelen zijn behaald krijgt de school het JUMP certificaat.
Gestart wordt met een (nieuw te ontwikkelen) preventiescan, waarin de MQ scan (motoriek) een vast onderdeel vormt. Monitoring vormt een vast onderdeel binnen de gehele aanpak.
5.4 Programma 3: Inzet jongerenprogramma
5.4.1 Programma 3: Wat gaan we doen?
Met het jongerenprogramma willen we zorgen dat meer jongeren een gezondere leefstijl en groter zelfvertrouwen hebben. De focus ligt op jongeren uit gezinnen met een lage sociaaleconomische status. Naast de jongeren zelf richten we ons op het lokale onderwijs. We betrekken jongeren bij de
(door-) ontwikkeling van de projecten.
Spoor 1: Ontwikkelen basisboodschap en huisstijl jongeren.
Het is belangrijk dat partners dezelfde boodschap uitdragen op gebied van jongeren en gezonde leefstijl en gewicht. Omdat de term ‘gewicht’ gevoelig ligt bij jongeren, spreken we in termen van ‘je fit voelen’. De boodschap wordt ontwikkeld in co-creatie met jongeren en partners als scholen, buurtsportcaches en jongerenwerkers. Hierdoor krijgen we inzicht in hoe de boodschap er uit moet zien en hoe we deze het beste kunnen overbrengen. Op basis van de basisboodschap ontwikkelen we een huisstijl en communicatiemiddelen voor jongeren.
Spoor 2: Jongeren betrekken bij het actieplan.
We vinden het belangrijk om jongeren zelf te betrekken. Hierdoor willen we de effectiviteit van de projecten vergroten en daarmee de kans dat een gezonde leefstijl voor steeds meer jongeren normaal wordt, ook op de langere termijn. We zijn nog op zoek naar een goede manier om dit te doen en leggen deze vraag ook voor aan de jongeren zelf.
Spoor 3: Rolmodellen inzetten en betrekken bij het actieplan.
Onderzoek laat zien dat rolmodellen effectief kunnen worden ingezet om een sociale norm te veranderen en gedrag te beïnvloeden. Rolmodellen kunnen mensen zijn, waar jongeren zich mee identificeren. Samen met partners gaan we op zoek naar lokale rolmodellen die we in kunnen zetten om jongeren te stimuleren tot gezonder gedrag.
Spoor 4: Een gezonde middelbare school.
Scholen hebben een grote rol in het verbeteren van de gezondheid van jongeren. Scholen, jongeren, ouders, familie en andere professionals hebben hierin een gedeelde verantwoordelijkheid. De ondersteunende rol van de school willen we zo goed mogelijk laten bijdragen aan een gezonde leefstijl van jongeren. We versterken we daarom de samenwerking met het programma Gezonde School en het naschools aanbod dat doorontwikkeld zal worden.
5.5 Programma 4: De dorpsaanpak
5.5.1 Programma 4: Wat gaan we doen?
Bewoners worden actief betrokken bij activiteiten en projecten. Enerzijds doen we dit door activiteiten voor bewoners te organiseren waar zij voorlichting krijgen en met elkaar in gesprek gaan over gezonde leefstijl. Anderzijds door organisaties uit het dorp te betrekken: we vragen organisaties om een gezonde leefstijl te stimuleren (gezonde sportkantine, gezonde snacks etc.). De grootste kracht hiervan is dat deze activiteiten voor en door de doelgroep zelf worden georganiseerd.
Activiteiten die in het ene dorp succesvol zijn, voeren we ook in andere dorpen, al dan niet in aangepaste vorm/op maat. Zowel in het dorp als binnen de gemeente investeren we in eigenaarschap en kennisoverdracht. We gaan intensiever samenwerken met de lokale organisatie om groepen te bereiken, die nog niet bereikt zijn. Via terugkerende evenementen binden we nieuwe partijen aan de dorpsaanpak en verstevigen we de lokale borging. Niet alles kan tegelijk opgepakt worden. Jaarlijks wordt er een thema gekozen, waar gemeentebreed aandacht voor wordt gevraagd. In het jaar 2019 is dat water drinken en fruit eten en in het jaar 2020 zal ‘voldoende bewegen’ aandacht krijgen. Wat daarna volgt is op dit moment nog niet duidelijk. Mogelijk sluiten we dan aan op een landelijk thema, maar het kan ook zijn dat een thema vanuit de afgelopen jaren nog aandacht behoeft.
A Gezonde voedselomgeving
Binnen de gemeente is het voor kinderen niet makkelijk om de gezonde keuze te maken. Ongezonde verleidingen liggen overal op de loer. Je moet stevig in je schoenen staan om het snoep bij de kassa te weerstaan en in de pauze te kiezen voor jouw boterham in plaats van een patat bij de lokale cafetaria. Daarom werken we aan het gezonder maken van de voedselomgeving. Om het kinderen makkelijker te maken om gezond te leven.
Belangrijk is dat we als gemeente kijken wat we als gemeente zelf in de hand hebben We nemen onze eigen regelingen en beleid onder de loep: wat kunnen we doen via onze subsidies, vergunningen, inkoop en vestigingsbeleid?
Anderzijds stimuleren we anderen om bij te dragen aan een gezondere omgeving. Daarom betrekken we bedrijven en ondernemers in het dorp.
B. Gezonde beweegomgeving
Een duidelijk overlap is te vinden binnen de sport- en beweegvisie. Naast gezonde voeding is voldoende beweging belangrijk voor een gezond gewicht.
Veel kinderen in Neder-Betuwe bewegen te weinig. De beeldschermen lonken en buitenspelen legt het af tegen gamen. Om inactieve kinderen en jongeren letterlijk in beweging te krijgen is een integrale aanpak noodzakelijk. Het gaat hierbij naast structureel sporten, vooral om meer dagelijks bewegen: buitenspelen, lopen, fietsen en bewegen in de klas. We sluiten aan bij wat er al is in de dorpen en kijken samen met onze partners naar wat we extra kunnen doen. De ontwikkeling van een vitaal sportpark/open clubs vormt een belangrijk onderdeel van het geheel.
5.6 Programma 5: Kinderen en jongeren met overgewicht en obesitas
5.6.1 Programma 5: Wat gaan we doen?
We willen nog meer kinderen met overgewicht en (morbide) obesitas goede ondersteuning en zorg bieden. We versterken daarom wat de afgelopen jaren is opgebouwd. Extra aandacht geven we aan de jongste jeugd (2 tot 4 jaar) en jongeren (12 tot 18 jaar). We zetten in op betere samenwerking binnen het dorp en het team geZininFit. Vanuit scholen vormt de JGZ verpleegkundige de spin in het web, die de doorgeleiding verzorgt vanuit onderwijs richting preventieprogramma of zorgaanbod. We brengen ontbrekende onderdelen in kaart en zorgen dat we – waar mogelijk – aanbod wordt ingekocht of ontwikkeld.
Sinds eind 2018 is er een landelijk toepasbaar model voor ketensamenwerking beschikbaar, waarmee gemeenten en zorgverzekeraars een ketenaanpak in lijn met de Zorgstandaard Obesitas kunnen realiseren. Hierdoor ontvangen kinderen met overgewicht en (morbide) obesitas en hun ouders goede ondersteuning en zorg. Samen met mede-voorloper Den Bosch heeft Amsterdam hiervoor een basismodel opgeleverd. We onderzoeken of het basismodel ook binnen de gemeente Neder-Betuwe toepasbaar is. Het basismodel is dekkend voor alle leeftijds- categorieën jeugd met oog voor de overdracht naar volwassenondersteuning en -zorg.
Schema programmaonderdelen en de leeftijdscategorieën waar deze zich op richten
-9 maanden
2,5 jaar
4jaar
12jaar
19jaar
Eerste 1000 dagen
JUMP
peuteropvang/kinderopvang
JUMP op basisschool
Actieplan jongeren
Dorpsaanpak gezonde leefstijl
Kinderen met overgewicht en obesitas
Communicatie