Artikel 1 Begrippen
In deze verordening wordt verstaan onder:
-doelgroep loonkostensubsidie (artikel 6, eerste lid, onderdeel e, Participatiewet):
personen als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel a, van wie is vastgesteld dat zij met voltijdse arbeid niet in staat zijn tot het verdienen van het wettelijk minimumloon, maar wel mogelijkheden tot arbeidsparticipatie hebben;
-loonwaarde (artikel 6, eerste lid, onderdeel g, Participatiewet):
vastgesteld percentage van het rechtens geldende loon voor de door een persoon, die tot de doelgroep loonkostensubsidie behoort, verrichte arbeid in een functie naar evenredigheid van de arbeidsprestatie in die functie van een gemiddelde werknemer met een soortgelijke opleiding en ervaring, die niet tot de doelgroep loonkostensubsidie behoort;
-dienstbetrekking (artikel 6, eerste lid, onderdeel f, Participatiewet):
een privaatrechtelijke of publiekrechtelijke dienstbetrekking.
Artikel 2 Vaststelling wie tot doelgroep loonkostensubsidie behoort
1Het college stelt vast of een persoon behoort tot de doelgroep loonkostensubsidie.
2Hierbij neemt het college de volgende criteria in acht:
a.een persoon moet behoren tot de doelgroep zoals omschreven in artikel 7, eerste lid, onderdeel a, van de Participatiewet;
b.die persoon is niet in staat met voltijdse arbeid het wettelijk minimumloon te verdienen, en
c.die persoon heeft mogelijkheden tot arbeidsparticipatie.
3Het college kan advies inwinnen bij het Uitvoeringsinstituut werknemers-
verzekeringen (UWV) of de door het college voorgedragen personen tot de
doelgroep loonkostensubsidie behoren. Het UWV neemt daarbij in ieder geval de in het tweede lid benoemde criteria in acht.
Artikel 3 Vaststelling loonwaarde
1Het college maakt gebruik van een gevalideerde loonwaardemethodiek.
2De loonwaardemethodiek levert per situatie een objectieve beoordeling op over de hoogte van de loonkostensubsidie.
3De loonwaarde wordt bepaald aan de hand van het inkomen dat door een werkgever wordt betaald, afgezet tegen de prestatiemogelijkheid van de belanghebbende om een arbeidsprestatie te leveren.
4Het college bepaalt de hoogte en de duur van de loonkostensubsidie nadat de loonwaarde is vastgesteld.
5De loonkostensubsidie wordt uitgekeerd aan de werkgever en bedraagt maximaal 70% van het wettelijk minimumloon.
6De loonkostensubsidie wordt verstrekt gedurende de arbeidsperiode van de belanghebbende of zo veel korter als door het college redelijk wordt geacht.
7In opdracht van het college kan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) of Dariuz Works Loonwaardemeting het college adviseren met betrekking tot de vaststelling van de loonwaarde van een persoon. Het UWV en/of Dariuz neemt daarbij de in de toelichting omschreven methode in acht.
Artikel 4 Beleid
Het college stelt in beleidsregels aanvullende bepalingen vast met betrekking tot de uitvoering van deze verordening.
Artikel 5 Situaties waarin deze verordening niet voorziet
Het college kan in bijzondere individuele gevallen ten gunste van de belanghebbende afwijken van de bepalingen in deze verordening als toepassing van deze verordening tot onbillijkheden van overwegende aard leidt.
Artikel 6 Inwerkingtreding en citeertitel
1Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2015.
2Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening Loonkostensubsidie Participatiewet Naarden, Muiden, Bussum 2015