Aanhef
Inhoud
1Documentinformatie
2Inleiding
3Definitie
4Visie
5Randvoorwaarden
6Hoe werkt de gemeente samen?
7Rollen en verantwoordelijkheden binnen de gemeente
8Kritische succesfactoren
9Aanpak
10Organisatie
11Instrumentatie
12Kwaliteit
13Financien
Bijlagen:
Bijlage 1: spelregels voor participatie
Bijlage 2: begrippenlijst
Bijlage 3:STAD (Standaard voor Actieve Deelname)- handleiding voor ambtenaren
Verantwoording
Hoofdstuk 1 Documentinformatie
1.1 Grondslag beleidskader
Het beleidskader burgerparticipatie vormt het strategisch beleidskader voor de gemeente Naarden. Het is een instrument voor de vertaling van bestuurlijke verantwoordelijkheden en ambities naar operationele voorbereiding en uitvoering. De kaders moeten bijdragen aan beleid dat gedragen wordt en met een hoogwaardig proces tot stand komt. Het beleidskader gaat in op de aanbevelingen van de werkgroep Burgerparticipatie van de gemeenteraad, zoals vastgesteld door de raad op 23 september 2012.
1.2 Doelstelling
Het college van de gemeente Naarden wil met het beleidskader burgerparticipatie het volgende bereiken:
1vaststellen van een visie op burgerparticipatie voor de gemeente Naarden
2vaststellen van voorwaarden en kaders voor burgerparticipatie
3vaststellen van de wijze waarop de multidisciplinaire voorbereiding en uitvoering wordt vormgegeven
4organiseren van kwaliteitszorg
5een naslagwerk bieden voor bestuur, organisatie en de Naardense samenleving.
1.3 Kaders en randvoorwaarden
Het beleidskader is opgesteld binnen vooraf vastgestelde kaders:
-Het coalitieakkoord 2011-2014
-De wettelijke taken, zoals weergegeven in de artikel 150 van de Gemeentewet en afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht.
-De notitie burgerparticipatie van de gemeenteraad van Naarden, vastgesteld in maart 2012.
1.4 Afstemming en besluitvorming
Het beleidskader is ambtelijk afgestemd met beleidsmedewerkers van verschillende beleidsvelden, het management en de directie. Besluitvorming vindt plaats in de raad.
1.5 Leeswijzer
De hoofdstukken 2 t/m 4 geven een algemeen beeld van de visie van het college op burgerparticipatie en hoofdstuk 5 gaat in op de randvoorwaarden om samen te kunnen werken.
De hoofdstukken 6, 7 en 8 bespreken de manier waarop het college burgerparticipatie uitvoert. De hoofdstukken gaan in op zowel incidentele als structurele participatie, verschillende soorten processen, rollen en verantwoordelijkheden en kritische succesfactoren.
Hoofdstuk 9 biedt een beknopte weergave van een aanpak. De uitwerking daarvan, inclusief een handleiding en tips, is uitgewerkt in de notitie STAD (Standaard Actieve Deelname, bijlage 3).
De hoofdstukken 10 en 11 gaan over de organisatie en instrumentatie en in hoofdstuk 12 wordt beschreven hoe de kwaliteit van de processen wordt gewaarborgd. Het laatste hoofdstuk tot slot, hoofdstuk 13, gaat kort in op de financiële consequenties van de werkwijze zoals beschreven in dit document.
Hoofdstuk 5 Randvoorwaarden
5.1 Kaders
Het is soms moeilijk te bepalen welke onderwerpen zich lenen voor burgerparticipatie. Vaak begint het met de signalering van een maatschappelijk vraagstuk. In eerste instantie is het zaak om vast te stellen of het vraagstuk ook daadwerkelijk te erkennen is door de gemeente. Het antwoord op deze vraag is bepalend en is de verantwoordelijkheid van het college of van de gemeenteraad.
Niet alle beleid- en planontwikkelingen lenen zich voor burgerparticipatie. Allereerst moet er ruimte zijn in het beleidsproces. Verder moet o.a. het thema zich lenen voor participatie en moet de relatie met participanten voldoende zijn om samen te kunnen werken. In hoofdstuk 9 (Aanpak) zijn de kaders verder uitgewerkt.
5.2 Participatie en democratie
De redenen voor burgers om samen te werken met de gemeente zijn divers. De wens om invloed uit te oefenen, persoonlijke doelen te bereiken en de wens om een bijdrage te leveren aan de lokale samenleving motiveert burgers om mee te doen in een participatieproces. De uitdaging voor het college is, om voldoende ruimte te geven aan participatieve processen en tegelijk recht te doen aan de gekozen volksvertegenwoordiging (representatieve democratie). Daar waar de belangen en wensen van individuele burgers of specifieke groepen niet strijdig zijn met het algemeen belang, zal het college wensen en suggesties zo mogelijk verwerken. Dat geldt ook voor projecten waarvan de gemeente geen initiatiefnemer is, maar wel een rol kan of moet nemen. Uiteindelijk is het aan de gemeenteraad als volksvertegenwoordiging, om te beoordelen of verschillende belangen op de juiste wijze zijn gewogen. In hoofdstuk 9 zijn keuzemogelijkheden uitgewerkt voor het college waar het gaat om rollen en verantwoordelijkheden in het participatieproces.
Hoofdstuk 7 Rollen en verantwoordelijkheden binnen de gemeente
7.1 Het college
Het college is verantwoordelijk voor het betrekken van burgers bij de voorbereiding en uitvoering van beleid en projecten. Bij projecten of beleidsontwikkelingen waar de raad verantwoordelijk is voor de besluitvorming, zal het college in de initiatief fase een voorstel doen aan de raad ten aanzien van participatie. In het voorstel wordt beschreven of, en zo ja in welke mate burgers betrokken kunnen worden en welke rol het college zal spelen in het participatieproces. In elke fase van een project of beleidsontwikkeling beoordeelt het college opnieuw wat de mogelijkheden zijn voor burgerparticipatie. Na goedkeuring van de raad is het college verantwoordelijk voor de voorbereiding en uitvoering, inclusief de keuze van in te zetten communicatie- en participatiemiddelen.
Gedurende het participatieproces bewaakt het college de kaders die door de raad zijn gesteld, evenals eenduidigheid in communicatie met participanten en eventueel de media. Daarvoor onderhoudt het college goed contact met alle intern betrokken en is het transparant over zowel het proces als de uitkomsten daarvan.
Om participatieprocessen tot een succes te maken stelt het college bovendien voldoende middelen beschikbaar en draagt het zorg voor voldoende kennis en vaardigheden binnen het ambtelijk apparaat. In paragraaf 9.4 wordt verder ingegaan op mogelijke rolinvulling van het college in de uitvoering.
7.2 De gemeenteraad
De gemeenteraad heeft een bijzondere positie in participatieprocessen. Enerzijds hebben raadsleden de taak
een antennefunctie te vervullen om signalen vanuit de samenleving op te vangen. Anderzijds is de
gemeenteraad het hoogste besluitvormende orgaan van de gemeente. Het stelt de kaders vast en
beoordeelt of het college die correct uitvoert. Het maken van een rol- en taakomschrijving voor de raad is voorbehouden aan de raad zelf. De gemeenteraad schrijft hierover in zijn Nota Burgerparticipatie[1] o.a:
“Waar de raad inwoners kan betrekken bij zijn oordeelsvorming over onderwerpen en de evaluatie van resultaten, draagt het college zorg voor een afgestemde beleidsvoorbereiding en de uitvoering. (…) De raad is het hoogste bestuursorgaan van de gemeente en kan initiatiefnemer zijn van een participatieproces. De raad stelt enerzijds inhoudelijke kaders vast op financieel, economisch en planologisch vlak en bewaakt anderzijds het proces op het gebied van tijd, fasering, taakverdeling, etc. Participatie speelt een rol bij beide taken. Door de kaders vast te stellen bepaalt de raad het speelveld voor participatie(…). De raad, en de burgemeester als voorzitter van de raad, hebben een belangrijke taak die is gelegen in het bewaken van de kwaliteit van een participatieproces en het beoordelen van de resultaten daarvan. Als het onderwerp uiteindelijk in de raad aan bod komt heeft de raad de controlerende taak om na te gaan of de spelregels van participatie goed zijn toegepast, of alle partijen aan bod zijn geweest en of ook de belangen van niet-participanten zijn meegewogen. De controlerende taak gaat bij participatie dus over het proces en niet over de inhoud. Inhoudelijk iets veranderen aan de uitkomst is een precaire zaak. Aan de voorkant van het proces, bij het vaststellen van het speelveld, wordt bepaald wie welke ruimte heeft (…).”
[1] Notitie burgerparticipatie, vastgesteld door de raad in maart 2012
7.3 Het ambtelijk apparaat
De ambtelijke organisatie is grotendeels belast met de uitvoering. Ambtenaren stellen zich daarom open voor de omgeving en zorgen dat ze getraind zijn in het begeleiden van participatieprocessen. Dergelijke processen vereisen vele competenties. Om er enkele te noemen: het opbouwen en onderhouden van een netwerk, schriftelijke communicatie, het gebruik van online participatietools, gesprekstechnieken, tijdig en consistent terugkoppelen, bewaken van kaders, etc. Het is de uitdaging om multidisciplinaire teams samen te stellen, zodat verschillende competenties geborgd zijn.
Hoofdstuk 8 Kritische succesfactoren
8.1 Verwachtingsmanagement
Representatieve versus participatieve democratie
De intentie van het college bij burgerparticipatie is om het algemeen belang te dienen en daarbij zoveel mogelijk rekening te houden met individuele belangen. Betrokkenen in een participatieproces moeten zich realiseren dat niet al hun wensen werkelijkheid kunnen worden. Financiële en juridische kaders, regionaal of landelijk beleid, maar ook het belang van (andere) buurtbewoners of gebruikers van een gebied of dienst bepalen de kaders voor een project.
Het is de taak van het college om alle belangen goed in kaart te brengen, ook van belanghebbenden die zich in eerste instantie niet laten horen. In ieder geval zal het college constructief meedenken en suggesties van betrokkenen serieus onderzoeken. Het college is steeds transparant over de mogelijkheden en dus ook de beperkingen die er zijn om aan (soms individuele) wensen tegemoet te komen.
Kaders
Bij besluitvorming na een participatietraject kan een situatie ontstaan waarbij de uitkomsten niet passen binnen de vooraf vastgestelde kaders, waardoor de raad een negatief besluit moet nemen. Dit veroorzaakt veel frustratie bij alle betrokkenen, die energie hebben gestoken in het proces. Er zijn manieren om dit te voorkomen. Zo kan de raad in de initiatiefase van een project besluiten om belanghebbenden te betrekken bij het opstellen van de kaders om zodoende vanaf de start zicht te krijgen op wat voor belanghebbenden betekenisvol is en medebepalend kan zijn voor het maatschappelijk draagvlak. Dit kan op twee manieren:
1Initiatief bij het college
De initiatieffase van een project wordt afgesloten met het vaststellen van een ‘project initiatief document’ (PID). In dit PID doet het college een voorstel voor het betrekken van burgers bij het opstellen van de kaders voor een project. De raad stelt het PID vast, het college gaat aan de slag. In de tweede projectfase (definitiefase) worden burgers en raad betrokken bij het opstellen van de kaders. De definitiefase wordt afgesloten met het opstellen van een projectplan, waar de kaders voor het project in staan beschreven. De raad stelt het projectplan vast. Ook bij beleidsontwikkelingen kan het college, mits hiervoor ruimte is, in de initiatieffase een voorstel te doen voor het betrekken van burgers.
1Initiatief bij de raad
Een andere mogelijkheid is, dat tijdens de initiatieffase de raad zelf het initiatief neemt voor een participatietraject met burgers, om de kaders voor het project helder te krijgen. De kaders worden vervolgens meegegeven aan het college als uitgangspunt voor het project.
Rol van de gemeenteraad
Het college kan beleid ontwikkelen of plannen maken in goede samenwerking met de samenleving, maar de raad is uiteindelijk degene die het eindbesluit neemt. Zelfs als er gewerkt is binnen de door de raad vastgestelde kaders, is dit geen absolute garantie voor een positieve besluitvorming. In veel gevallen kan negatieve besluitvorming worden voorkomen wanneer de raad bij het vaststellen van een fasedocument, met daarin zowel de inhoudelijke- als de participatiekaders, uitspreekt zich te conformeren aan de uitkomst van het participatieproces.
8.2 Transparantie
Betrokkenen in een participatieproces moeten ervan op aan kunnen dat de afwegingskaders van het college volstrekt helder zijn. Er worden afspraken gemaakt over de wijze waarop zichtbaar wordt gemaakt wat de inzet van betrokkenen is en de wijze waarop hun input wordt behandeld.
8.3 Communicatie
Wanneer de gemeente wil samenwerken met burgers, is het nodig dat de gemeente juiste en actuele informatie verstrekt. Behalve specifieke informatie aan betrokkenen moet ook voldoende aandacht besteed worden aan het informeren en betrekken van inwoners die zich in eerste instantie niet laten horen. Gemeentelijke voorlichting moet open, transparant en eenduidig zijn.
Maar voorlichting alleen is niet genoeg. Net zo belangrijk is goede communicatie. De uitdaging voor de gemeente is om werkelijk contact te maken met betrokkenen om vast te kunnen stellen wat voor hen er betekenisvol is. De gemeente staat daarom open voor feedback, spant zich in om interpretaties goed te duiden en waar nodig tijdig bij te sturen. De communicatie en voorlichting rond participatieprocessen richt zich op:
1Het verstrekken van inhoudelijke informatie over het onderwerp waarop wordt samengewerkt
2Het verstrekken van informatie over de kaders voor het participatieproces
3Het verstrekken van informatie over de bestuurlijke en beleidsprocessen
4Communicatie die zich specifiek richt op de versterking van de werkrelatie
5De communicatie tijdens het proces van samenwerken en rond het evaluatieproces
Inhoudelijke informatie Als van burgers verwacht wordt dat zij constructief meedenken of meewerken aan beleid, dan is het noodzakelijk dat zij over alle nodige inhoudelijke informatie beschikken. Het college spant zich daarom in om alle informatie die van belang kan zijn openbaar te maken. Het college wijkt hier slechts vanaf wanneer het openbaar maken van informatie de belangen van de gemeente zouden kunnen schaden (bijv. als het gaat om informatie over derden of wanneer het de onderhandelingspositie van de gemeente mogelijk zou kunnen schaden).
Informatie over kaders en werkafspraken
In elke fase van een project of beleidsontwikkeling wordt vastgesteld op welke wijze burgers hun bijdrage kunnen leveren en invloed kunnen uitoefenen. Op basis van de vastgestelde kaders worden heldere afspraken gemaakt met participanten. Deze afspraken maakt het college openbaar en toegankelijk.
Informatie over bestuur en besluitvorming Lang niet alle burgers hebben inzicht in de bestuur- besluitvormingsprocessen bij de gemeente. Het is daarom belangrijk om helder uit te leggen hoe het openbaar bestuur werkt en een toelichting te geven op de rollen en verantwoordelijkheden van de raad en het college. Ook is uitleg nodig over de verschillende stappen in het beleidsvormingsproces. Deze informatie moet regelmatig worden gedeeld en herhaald en wijzigingen in de planning moeten meteen worden gedeeld wanneer deze bekend worden. Zo weten betrokkenen steeds waar ze aan toe zijn.
Relatiegericht Hoe beter de relatie tussen samenwerkingspartners, hoe efficiënter er wordt gewerkt. Het college besteedt daarom aandacht aan de relatie met samenwerkingspartners, door lastige aangelegenheden bespreekbaar te maken en successen te vieren.
Werk- en evaluatieproces
Communicatie is een menselijke activiteit en mensen zijn maar tot op zekere hoogte rationeel. Ze hebben hun eigen drijfveren, emoties en opvattingen en geven betekenis aan een boodschap op hun eigen manier. Met bijbehorende reacties die soms onverwacht zijn. Het college en de medewerkers van de gemeente Naarden zorgen er daarom voor dat ze zich bewust zijn van hun omgeving, open staan voor feedback, dat zij weten wat er speelt en begrip hebben voor verschillen in belangen.
Passende communicatiemiddelen
De juiste mix en toepassing van communicatiemiddelen is essentieel voor succes. Hierop wordt verder ingegaan in hoofdstuk 11, over instrumentatie.
Hoofdstuk 9 Aanpak
9.1 Analyse beleidsthema of project
Zoals beschreven in hoofdstuk 5, moet worden bepaald of een onderwerp zich leent voor burgerparticipatie. Onderstaande randvoorwaarden (fig.1) zijn bepalende factoren.
Randvoorwaarden burgerparticipatie
Omschrijving
Beleidsruimte
De inhoud van de plannen en het besluit staan nog niet vast.
Openheid
De gemeente is in staat en bereid in openheid te communiceren met de relevante partijen en vice versa. Alleen goed geïnformeerde partijen zijn goede gesprekspartners.
College van B&W, gemeenteraad en andere opdrachtgevers/
marktpartijen op een lijn over inrichting
van het participatie proces
Als de gemeente en andere initiatiefnemers niet dezelfde waarde hechten aan inbreng van participanten, zijn interactieve processen gedoemd te mislukken. Voor de start van processen worden hierover duidelijke afspraken gemaakt.
Duidelijkheid over de rol en inbreng van
gemeente en deelnemers
Gemeente is duidelijk over de verschillende rollen in het proces.
Meerwaarde interactief beleid
De gemeente verwacht daadwerkelijk een meerwaarde van interactie met deelnemers.
Goede relatie tussen gemeente en
deelnemers
Partijen hebben allen belang bij een gezamenlijke aanpak, hebben een open houding en gaan respectvol met elkaar om. Is dit niet zo, dan is het beter de participatie te beperken tot wettelijke inspraak.
Geschikte problematiek
-Urgentie: er is tijd om te praten
-Onderhandelingsruimte: de oplossing en de aanpak staan nog niet vast
-Relevantie: er is personeel, tijd en geld beschikbaar voor het begeleiden van het proces
-Belangstelling: deelnemers zijn geïnteresseerd en daardoor te mobiliseren voor deelname
-Hanteerbaarheid: het beleidsprobleem is af te bakenen en is voor deelnemers niet te vaktechnisch.
Figuur 1: randvoorwaarden burgerparticipatie
Het gemeentebestuur zal onder andere geen medewerking verlenen aan samenwerking met burgers:
1ten aanzien van een eerder vastgesteld beleidsvoornemen
2als inspraak bij of krachtens de wet is uitgesloten, bijvoorbeeld bij crisis/handhaving van de openbare orde
3als sprake is van uitvoering van regelgeving waarbij het bestuursorgaan geen beleidsvrijheid heeft
4inzake de interne bedrijfsvoering van de gemeente
5inzake geldelijke verplichtingen
6als de uitvoering van een beleidsvoornemen dermate spoedeisend is dat inspraak niet kan worden afgewacht
7als het belang van inspraak niet opweegt tegen het belang van de verantwoordelijkheid van de gemeente voor kwetsbare groepen in de samenleving.
9.2 Analyse betrokkenen
Door middel van een analyse brengt het college vervolgens in kaart (zowel intern, extern, als politiek) wie belang, interesse, kennis en invloed heeft en hoe de onderlinge relaties zijn. Structurele participatie Bij burgerparticipatie in regulier beleidswerk geldt, dat participanten vaak bekend zijn bij de gemeente. Toch is het zinnig om voortdurend open te staan voor nieuwe participanten en ervoor te zorgen dat zij via verschillende kanalen geïnformeerd kunnen zijn over de mogelijkheden om een bijdrage te leveren aan het proces.
Participatie in projecten Voor projecten geldt, dat nog voor de start van technische onderzoeken nagedacht wordt over mogelijke samenwerkingspartners. Een grondige analyse moet inzichtelijk maken welke belangen er zijn en wie er vanaf het begin af aan betrokken moeten worden. Mogelijke belanghebbenden zal het college actief benaderen en uitnodigen om aan te geven in welke mate zij willen worden betrokken wanneer het beleidsvoornemen daadwerkelijk tot een project zal leiden. Op basis van deze informatie gaat het college aan de slag met het opstellen van een Project Initiatie Document (PID) met daarin een voorstel voor participatie in de eerste fase.
9.3 Bepalen participatieniveau
Zodra de mogelijkheden voor participatie helder zijn en de stakeholders bekend, maakt het college een keuze voor de wijze en het niveau waarop participanten worden betrokken. Een hulpmiddel om het participatieniveau te definiëren is een model uit 1969 van de Amerikaanse bestuurskundige Sherry Arnstein: de participatieladder [1]. De ladder wordt veel gebruikt, toch sluiten de strakke definities nog maar beperkt aan bij de maatschappelijke realiteit anno nu. De hiërarchische verhouding tussen overheid en burger is minder duidelijk dan halverwege de 20e eeuw en burgers laten op allerlei mogelijke manieren en via vele kanalen hun invloed gelden. De definities die zijn gekoppeld aan de begrippen uit de participatieladder worden de burger in veel gevallen opgelegd en gaan dus uit van de macht van de overheid. Voor de acceptatie van die macht is vertrouwen minstens zo belangrijk. Het opbouwen van een gelijkwaardige relatie met participanten door transparant te zijn, afspraken na te komen en helder te communiceren moet daaraan bijdragen.
Definities zijn wel nodig om verwachtingen te managen. Een vrije interpretatie van de participatieladder (fig. 2) [2] is de basis voor deze definities, die in bijlage 2 (begrippenlijst) zijn uitgewerkt. Daarnaast maakt het college per project, per fase en op maat, afspraken met participanten. De afspraken worden vastgelegd en regelmatig getoetst op uitvoerbaarheid. Zo wordt op respectvolle en serieuze wijze omgegaan met de Naardense samenleving en kan het college komen tot goede, gedragen oplossingen.
Inwoners
De gemeente
Zelf organiseren
Organiseren en voeren zelf projecten uit
Ondersteunt en/of faciliteert, in overleg en al naar gelang mogelijkheden en behoeften van alle betrokkenen.
Meebeslissen
Zijn medeverantwoordelijk voor de beslissingen
Laat (deel) beslissingen over aan inwoners, binnen vooraf door de gemeente gestelde kaders.
Coproductie
Werken intensief met de gemeente mee aan plannen of beleid
Bepaalt de kaders en werkt vervolgens intensief met inwoners samen aan plannen of beleid. Besluitvorming is voorbehouden aan het gemeentebestuur
Adviseren
Genereren ideeën en oplossingen
voor een goed advies binnen een
beleidsthema
Vraagt op door gemeente afgebakende thema’s advies aan bewoners. Weegt adviezen van alle belanghebbenden en maakt vooraf gestelde afwegingskaders inzichtelijk. Besluitvorming is voorbehouden aan gemeentebestuur.
Raadplegen
Geven hun mening of kennis over een beleidsonderwerp
Vraagt de mening van inwoners over een bepaald onderwerp, bijvoorbeeld de keuze tussen twee oplossingen. Besluitvorming is voorbehouden aan het gemeentebestuur. Het bestuur houdt daarbij rekening met de ingebrachte meningen.
Informeren
Nemen kennis van informatie
Informeert burgers over proces en inhoud van haar plannen
Fig.2: participatieladder Naarden
[1] Participatieladder van Sherry Arnstein - http://nl.wikipedia.org/wiki/Participatieladder
[2] Vrije interpretatie van de participatieladder, ontwikkeld door het Instituut voor Maatschappelijke Innovatie, in opdracht van de VNG. Uit: Naar buiten, Spoorboekje Burgerparticipatie voor raad en college.
9.4 De rol van het college in het participatieproces
Na het bepalen van het participatieniveau bepaalt het college zijn positie in het proces. Bij structurele participatie op specifieke beleidsvelden is de rol van het college vaak wettelijk bepaald (bijvoorbeeld bij de WMO). Waar nodig worden afspraken hierover vastgelegd in samenwerkingsovereenkomsten (bijvoorbeeld met buurtplatforms). Bij projecten wordt het besluit over de positie van het college opgenomen in het fasedocument. Het college van Naarden maakt onderscheid tussen vier rollen: facilitator, deelnemer, selector of adaptor. Onderstaande tabel (fig. 3) biedt een overzicht van taken en aandachtspunten.
De Facilitator
De Deelnemer
De facilitator zorgt dat anderen een mooi resultaat
bereiken. Als facilitator ondersteunt de portefeuillehouder het proces. Mogelijke taken: optreden als gespreksleider, bemiddelaar of soms als scheidsrechter.
Organiseren van ontmoetingen, scheppen van randvoorwaarden zoals het beschikbaar stellen van ondersteuning door experts.
Aandachtspunten:
Een onafhankelijke opstelling is cruciaalAlleen zinnig als het bestuur zich vooraf conformeert aan de uitkomst van het participatieproces
De deelnemer doet mee aan het interactieve proces en gaat het gesprek aan met inwoners en maatschappelijke organisaties. De rol als deelnemer is leerzaam en goed voor het contact met burgers.
Aandachtspunten:
Meedenken mag, maar stel vooral vragen Luisteren naar burgers staat centraal
een interactief proces is geen politieke arena: het is niet de plek om actief partijstandpunten uit te dragen
Meedoen schept verwachtingen: kan het college een plan verwerpen waarin het zelf heeft meegedacht? En hoe verhoudt het collegestandpunt zich tot het standpunt van de portefeuillehouder? Heldere afspraken maken.
De Selector
De Adaptor
De selector wil nog iets te kiezen hebben aan het einde van een interactief proces.
Aandachtspunten:
Geef vooraf aan wat voor voorstel wordt verwacht bijvoorbeeld drie uitgewerkte concurrerende plannen of een groslist aan ideeënMaak vooraf helder hoe de selectie wordt gemaakt. Bedenk wat de criteria zijn en wie mag mee beslissenKoppel aan alle betrokkenen terug wat het besloten is. Benoem de afwegingen.
De adaptor accepteert de uitkomsten van een interactief proces, zolang die binnen de gestelde kaders vallen. De open houding van een adaptor vereist zorgvuldigheid
Aandachtspunten:
Wees rolvast. Afspraak is afspraak Zorg voor tussentijdse afstemmingsmomenten om verrassingen te voorkomen. Voor bijsturen geldt: ‘hoe vroeger, hoe beter’.
Figuur 3: Mogelijke rollen college in het participatieproces
9.5 Uitvoering
Opstellen planning
Wanneer er is besloten dat een project of thema in samenspraak met de Naardense samenleving wordt vorm gegeven, betekent dit dat het participatieproces grotendeels leidend is voor de planning van het project. In een multidisciplinair team wordt bepaald hoe dit proces eruit gaat zien en hoe lang de verwachte doorlooptijd zal zijn van zowel het inhoudelijke, als het participatieproces. Zo wordt participatie en de communicatie eromheen, een integraal onderdeel van het beleidsproces.
Opstellen communicatiekalender Om het hele beleid- en participatieproces te ondersteunen wordt een communicatiekalender opgesteld die niet (persé) gekoppeld is aan tijd maar aan de procesbegeleiding en de mijlpalen.
Spelregels
Gezien de vele facetten die een rol spelen, is het belangrijk een interactief proces zorgvuldig te organiseren en vooraf een aantal spelregels vast te leggen. Een overzicht van de spelregels is opgenomen in bijlage 2.
Hoofdstuk 12 Kwaliteit
12.1 Kennis en competenties
De gemeentelijke organisatie moet over de kennis en competenties beschikken om het proces op professionele wijze te begeleiden. Ook van de portefeuillehouder wordt verwacht dat hij/zij over voldoende kennis beschikt, passend bij de rol die hij in het proces aanneemt (zie ook paragraaf 9.4). Er wordt daarom op structurele basis aandacht besteed aan organisatie brede deskundigheidsbevordering. Daarnaast zullen structureel enkele medewerkers specifiek getraind zijn om ondersteuning te bieden aan de rest van de organisatie.
12.2 Monitoren en evaluatie
Projecten
De kwaliteit van burgerparticipatie meet het college voortdurend tussentijds aan de hand van vooraf bepaalde indicatoren. Ook aan het eind van elke projectfase wordt zowel intern (ambtelijk met portefeuillehouder) als met participanten de kwaliteit van het participatieproces tegen het licht gehouden. Bij participatietrajecten waarbij de raad betrokken is deelt het college de resultaten van de evaluatie met de raad.
Voor de evaluatie maakt het college gebruik van verschillende instrumenten, afhankelijk van de vorm en omvang van het participatieproces. Daarbij worden toetsingsindicatoren gehanteerd die zich richten op:
1De kwaliteit van het proces
2De kwaliteit van de samenwerking
3De kwaliteit van informatie
4De kwaliteit van communicatie
5De kwaliteit van besluitvorming.
Structurele participatie Bij structurele participatie zoals bijvoorbeeld in het kader van de WMO en het Wijkgericht Werken, organiseert het college vaste evaluatiemomenten. Afspraken hierover zijn vastgelegd in het betreffende beleid.
Algemene toetsing
Tweejaarlijks wordt door middel van benchmarkonderzoek “waar staat je gemeente” gemeente breed onderzocht wat de kwaliteit is van burgerparticipatie. Het voordeel van het hanteren van dit benchmark onderzoek is dat participatie in een breder kader wordt gezet, waarin een vergelijking met overige gemeenten mogelijk wordt.
12.3 Borgen
Personeel: De kennis en competenties die medewerkers nodig hebben om op professionele wijze invulling te geven aan burgerparticipatie zullen worden beschreven en opgenomen in functieprofielen. Dit betekent ook dat leidinggevenden de ontwikkeling en het actueel houden van deze kennis en competenties stimuleren. Er is aandacht voor opleiding in dit kader en het onderwerp wordt meegenomen in ontwikkel- en/ of functioneringsgesprekken.
Processen: Om processen te sturen en te borgen neemt het college in formats voor college- en raadbesluiten, participatie op als vast onderdeel. Fasedocumenten voor projecten en beleidsontwikkelingen worden ook standaard voorzien van een participatieparagraaf waarvan de ingrediënten zijn beschreven in bijlage 5.
Bijlage 3 STAD (Standaard Actieve Deelname)
Artikel 1 Inleiding
Participatie, kort gezegd actieve deelname, leidt tot betere projecten, betere afwegingen en besluitvorming en tot meer draagvlak. Bij ieder project en in elke projectfase is de vraag aan de orde wanneer en in welke mate bewoners betrokken moeten worden. De STAD Naarden geeft hier antwoord op met. De STAD Naarden is specifiek van toepassing op projecten; niet op langlopende, structurele participatievormen zoals bijvoorbeeld wijkgericht werken, het WMO participatieberaad Naarden-Bussum etc. Deze STAD is hiermee een deeluitwerking van de gemeentelijke visie op betrokkenheid van burgers bij gemeentelijk beleid, de Kadernota burgerparticipatie, vastgesteld door de raad op 23 september 2013
De STAD is in de eerste plaats een handvat voor ambtenaren, die verantwoordelijk zijn voor de participatie bij beleid en projecten. Dit zijn in de regel de projectverantwoordelijken. Toepassing van de STAD zorgt voor verbetering van de kwaliteit van de participatie en voor standaardisering.
Artikel 1a Definities
Burgerparticipatie is de deelname van burgers en het maatschappelijk middenveld in de verschillende stadia van beleidsontwikkeling en -realisering. Een goed georganiseerde vorm van Burgerparticipatie draagt bij aan:
-de kwaliteit van beleid
-het vergroten van het draagvlak
-het mogelijk verkorten van de tijdsduur van het proces
-het verbeteren van de relatie tussen burgers en bestuur.
Naast participatie bestaat inspraak. Inspraak gebeurt conform wettelijke verplichting en/of conform de Naardense inspraakverordening. De STAD gaat niet over inspraak.
Bij wet is in een aantal gevallen geregeld dat inspraak een verplicht onderdeel uitmaakt van het besluitvormingproces. Inspraak is het betrekken van ingezetenen en belanghebbenden bij de voorbereiding van gemeentelijke besluitvorming volgens een vast proces; het is een onderdeel van het totale besluitvormingsproces en een naar tijd en strekking begrensde fase daarin. Gemeenten zijn wettelijk verplicht inspraak in een verordening te regelen. In Naarden is hiervoor een Inspraakverordening opgesteld. Burgerparticipatie mag de wettelijke inspraakprocedure niet vervangen. Wel kan het aanvullend worden ingezet op de wettelijke procedure.
Artikel 1b Verantwoording
Bij het opstellen van deze handleiding zijn de volgende bronnen van belang geweest: De Kadernota Burgerparticipatie De Raadsnotitie Burgerparticipatie Interviews en workshops met beleidsambtenaren van de gemeente Naarden Publicaties van o.a. de VNG en ProDemos
Op basis van de bronnen, én de opdracht van de raad, hebben wij keuzes gemaakt voor een Naardens model. Het model is uitgewerkt in een concrete handleiding voor ambtenaren, in de vorm van een stappenplan.
Hoofdstuk 2 STAD. Een handleiding voor ambtenaren
Artikel 3.1 Actoren in beeld
Eerst breng je in beeld welke actoren (groepen en personen) op enige wijze betrokken (kunnen) zijn bij het project, gebied en/of thema. Kijk breder dan alleen lokaal. Mogelijke actoren zijn bijvoorbeeld:
1huidige bewoners
2toekomstige bewoners
3omwonenden
4ondernemers
5leerlingen
6sporters
7de projectontwikkelaar
8actiegroepen
9maatschappelijke organisaties
10buurtplatforms
11experts
Ook partijen als college, gemeenteraad, vakdiensten en andere afdelingen breng je bij de krachtenveldanalyse in beeld. Het in beeld brengen van de actoren doe je samen met ambtenaren uit minimaal drie verschillende beleidsvelden om een breed beeld te krijgen. Denk ook aan andere leden van het projectteam, de communicatieadviseur, de projectleider wijkgericht werken etc.
Artikel 3.2 Breng de voorgeschiedenis van het project in kaart en de politieke gevoeligheid
Beschrijf beknopt wat zich over het onderwerp heeft afgespeeld in de lokale politiek. Welke besluiten zijn door wie al genomen? En wanneer? Waar ging de discussie over? Waar liggen politieke gevoeligheden?
Artikel 3.3 Analyse van standpunten en meningen
Na te hebben vastgesteld om wie het gaat, onderzoek je wat de standpunten van de verschillende stakeholders zijn. Dit doe je aan de hand van (online) research en (zo nodig vertrouwelijke) interviews met verschillende interne en externe betrokkenen. Benader de actoren die vermoedelijk van belang zijn voor het project. Willen ze betrokken worden in het proces en zo ja hoe? Welke rol zien ze voor zichzelf? Dit is de allereerste inventarisatie, maak dat duidelijk. De buurtplatforms zullen in de krachtenveldanalyse vaak als één van de actoren naar voren komen. Vraag of zij mee willen doen; zij bepalen zelf of ze het nuttig vinden om betrokken te zijn bij het onderwerp. En op welke manier dit het beste kan.
Tijdens de interviews moeten niet alleen de standpunten helder worden maar ook de relevantie van betrokkenen: het belang dat zij bij een project hebben en de invloed die ze op dat moment kunnen doen gelden. Gebruik een vast interviewscript als leidraad, om zo vergelijkbaar mogelijk gesprekken te voeren.
Artikel 3.4 Relevantie bepalen door kleur te bekennen
De relevantie van stakeholders heb je bepaald op basis van een tweetal criteria: het belang dat een stakeholder heeft bij het project en zijn of haar directe invloed op het proces en de resultaten van het project. De kleuren rood, oranje en groen geven pragmatisch aan wat de relevantie van de stakeholder is. Uitgangspunt daarbij is de relevantie van de stakeholder gegeven de functie of rol op dit moment in het proces. De kleuren hebben dus geen betrekking op het standpunt van de stakeholder, dat wordt apart vermeld in de het stakeholderoverzicht. Een toelichting op de kleuren vind je in bijlage 2.
Belang
Iedereen die een aanzienlijk belang heeft, is stakeholder. Het belang van de stakeholder kan gaandeweg het proces veranderen.
Invloed
Niet alle stakeholders zijn op ieder moment van het proces even relevant. Vaak is het afhankelijk van de fase waarin het project zich bevindt hoe groot de invloed van een stakeholders op het project is. Stakeholders kunnen in beginsel dus ‘van kleur verschieten’.
Artikel 3.5 Rapportage
Beschrijf kort je conclusies met een prioritering voor participatie en communicatie op grond van de kleuren.
Stap 4: Participatieniveau en rol van het college bepalen
Artikel 4.1 Participatieniveau bepalen
Hoeveel invloed hebben participanten op het te ontwikkelen beleid? Met andere woorden, op welk niveau wordt er geparticipeerd? Het participatieniveau bepaal je op basis van twee factoren:
1De (beleid) ruimte die er is voor participatie (zie ook stap 2)
2De conclusies uit de krachtenveldanalyse
We hanteren een vrije interpretatie van de participatieladder, zie het schema hieronder.
Bijt je niet vast op de participatieniveaus uit de ladder. Definities zijn weliswaar nodig om wederzijdse verwachtingen helder te krijgen, maar denk vooral zelf na over wat passend en correct is. Het gaat bij participatie vooral om vertrouwen. Het opbouwen van een gelijkwaardige relatie met participanten door transparant te zijn, afspraken na te komen en helder te communiceren moet daaraan bijdragen. Zo wordt op respectvolle en serieuze wijze omgegaan met de Naardense samenleving en kan het college komen tot goede, gedragen oplossingen.
De burger
De gemeente
Voorbeeld
Zelf organiseren
Organiseert en voert zelf projecten uit
Ondersteunt en faciliteert
Burgerinitiatief
Meebeslissen
Is medeverantwoordelijk voor de beslissingen
Laat (deel) beslissingen over aan burgers
Wijkbudgetten
Coproductie
werkt intensief met de gemeente
mee aan plannen of beleid
werkt intensief met de burgers
mee aan plannen of beleid
Lichtarmaturen in de wijk
Adviseren
genereert ideeën en oplossingen
voor een goed advies binnen een
beleidsthema.
geeft vooraf het beleidsthema
aan en neemt het advies in overweging.
WMO
Raadplegen
geeft zijn mening of kennis rond
een beleidsonderwerp.
wil de mening van de burgers
weten en houdt hiermee
rekening in de besluitvorming.
Politiek café
Artikel 4.2 De rol van het college in het participatieproces
Na het bepalen van het participatieniveau adviseer je het college over haar positie ten opzichte van deelnemers aan het proces. Bij projecten wordt het besluit dat het college hierover neemt opgenomen in het fasedocument. De betrokkenen worden hierover actief geïnformeerd.
Het college van Naarden maakt onderscheid tussen vier rollen: facilitator, deelnemer, selector of adaptor. Onderstaande tabel biedt een overzicht van voordelen en valkuilen.
De Facilitator
De Deelnemer
De facilitator zorgt dat anderen een mooi resultaat
bereiken. Als facilitator ondersteunt de portefeuillehouder anderen bij het proces. Mogelijke taken: optreden als gespreksleider, bemiddelaar of soms als scheidsrechter.
Organiseren van ontmoetingen, scheppen van randvoorwaarden zoals het beschikbaar stellen van ondersteuning door experts.
Aandachtspunten:
Een onafhankelijke opstelling is cruciaalAlleen zinnig als het bestuur zich vooraf conformeert aan de uitkomst van het participatieproces
De deelnemer doet mee aan het interactieve proces en gaat het gesprek aan met inwoners en maatschappelijke organisaties. De rol als deelnemer is een leerzame en goed voor het contact met burgers.
Aandachtspunten:
Meedenken mag, maar stel vooral vragen. Luisteren naar burgers staat centraal
een interactief proces is geen politieke arena
Meedoen schept verwachtingen: kan het college een plan verwerpen waarin het zelf heeft meegedacht? En hoe verhoudt het collegestandpunt zich tot het standpunt van de portefeuillehouder? Heldere afspraken maken.
De Selector
De Adaptor
De selector wil nog iets te kiezen hebben aan het einde van een interactief proces. Aandachtspunten:
Geef vooraf aan wat voor voorstel wordt verwacht. Bijv. drie uitgewerkte concurrerende plannen of een groslist aan ideeënMaak vooraf helder hoe de selectie wordt gemaakt. Bedenk wat de criteria zijn en wie mag mee beslissenKoppel aan alle betrokkenen terug wat het besloten is. Benoem de afwegingen.
De adaptor accepteert de uitkomsten van een interactief proces, zolang die binnen de gestelde kaders vallen. De open houding van een adaptor vereist zorgvuldigheid:
Aandachtspunten:
Wees rolvast. Afspraak is afspraak Zorg voor tussentijdse afstemmingsmomenten om verrassingen te voorkomen. Voor bijsturen geldt: ‘hoe vroeger, hoe beter’.
Stap 5: Stel een communicatie- en participatieplan op Nu heb je alle informatie compleet. Je kunt een participatie en communicatieplan plan opstellen. Houdt het simpel. Je analyse heb je grondig gedaan, dat is het belangrijkste. Omstandigheden en planningen zijn aan verandering onderhevig. Je hebt het meeste aan een praktische, flexibele aanpak.
Zorg dat de volgende elementen erin zitten:
•Doel van het participatietraject
•Op welke onderwerpen wil de gemeente samenwerken?
•Kaders voor participanten
1Rol van het college
•Hoe gaat het college om met de verkregen input? (participatieniveau)
•Motivatie van de gemaakte keuzes
•Inspraak en participatie: is wettelijke inspraak volgens de Inspraakverordening onderdeel van het proces?
1Organisatie
2Kalender
3Instrumenten en communicatiemiddelen
•Kwaliteit
1Financiering
Communicatie en Participatiemiddelen Onderstaande tabel biedt een overzicht van mogelijk in te zetten communicatiemiddelen. Vraag om advies aan het team communicatie. De inzet van de juiste middelen hangt samen mt je doelgroepen, maar ook met beschikbare tijd, geld en kennis.
Doelstelling
Instrumenten (voorbeelden)
Participatieniveau
Samenwerken
-Gezamenlijke werkomgevingen, fysiek en/of digitaal, altijd ondersteund door algemene informatie en communicatiekanalen.
Digitale werkomgevingen zijn bv. Google Drive, Pleio, facebook
Coproductie/ meebeslissen
Ideeën ophalen
-Crowdsourcing en/of fysieke bijeenkomsten. Vorm is afhankelijk van relevantie en aantal betrokkenen
Coproductie/ meebeslissen/
Participanten activeren/ oproepen om mee te doen
Campagne met slimme mix van diverse communicatiemiddelen
-brief van de gemeente
-bericht in Naarder Nieuws
-bericht op website
-projectwebsite
-inloopbijeenkomst
-facebook, twitter
-posters / borden ‘buiten’
-inzetten belangenvertegenwoordigers / sleutelfiguren
Alle niveaus
Concepten, vragen of keuzes voorleggen
-Enquête (online en/of offline) en/of (inloop)bijeenkomst,
-diverse overlegvormen (afhankelijk van aantal betrokken, participatieniveau, etc. ). Bijvoorbeeld (stads)debat
Adviseren, raadplegen
Plannen toetsen
-Inloopbijeenkomst met reactieformulieren
-(Project)website met reactieformulier
-Enquête (online en/of offline)
-Expertgroep / klankbordgroep
Adviseren, raadplegen
Uitleggen
-brief van de gemeente
-bericht in Naarder Nieuws
-bericht op website
-projectwebsite
-inloopbijeenkomst
-klankbordgroep / expertgroep
Alle niveaus
Informeren
-brief van de gemeente
-bericht in Naarder Nieuws
-bericht op website
-projectwebsite
-facebooksite: community / group / event
-inloopbijeenkomst
Alle niveaus
Evalueren
-evaluatieformulier (bijv. bij uitgang bewonersavond)
-(online) enquête
-gesprek
-bijeenkomst
-vast onderdeel van (project) agenda
Alle niveaus
De kalender maak een kalender die is gekoppeld aan de projectplanning. Kijk daarbij nooit verder dan 1 fase vooruit. Alle activiteiten, besluitvormingsmomenten en participatie- en communicatiemomenten komen hierin. Kies logische momenten, zeker ook bezien vanuit de actoren. Plan niet te krap en vergeet niet om tijd in te ruimen voor tussentijdse evaluatie en het vieren van mijlpalen.
De kwaliteit van het participatieproces waarborgen Beschrijf hoe je tussentijds evalueert en zo tijdig kunt bijsturen. Gebruik daarbij de volgende indicatoren uit de Kadernota Burgerparticipatie en de daarop gebaseerde spelregels zoals beschreven in bijlage 1
1De kwaliteit van het proces
2De kwaliteit van de samenwerking
3De kwaliteit van informatie
4De kwaliteit van communicatie
5De kwaliteit van besluitvorming
Wie betrek je bij tussentijdse evaluatie? Denk in ieder geval aan je ambtelijk opdrachtgever, je bestuurlijk opdrachtgever, je projectgroep leden, buurtplatforms en enkele belangrijke participanten.
Denk goed na over de juiste instrumenten. Persoonlijke communicatie heeft vaak veel voordelen ten opzichte van digitale communicatie. In een gesprek kun je reacties beter duiden, bovendien biedt het kansen voor de onderlinge relatie. Zorg zo nodig voor een externe voorzitter voor een gelijkwaardig evaluatiegesprek. Als je kiest voor een online aanpak, bijvoorbeeld als je met een grote groep participanten te maken hebt, kijk dan of het nuttig is om enkele reacties uit te diepen/ te duiden.
Stap 6. Besluitvorming en terugkoppeling
In het fasedocument neem je een paragraaf op over participatie en communicatie. De paragraaf is een samenvatting van je communicatie- en participatieplan en bevat de volgende elementen:
•Doel van het participatietraject
•Op welke onderwerpen wil de gemeente samenwerken?
•Kaders voor participanten
•Hoe gaat het college om met de verkregen input? (participatieniveau)
•Financiering
•Motivatie van de gemaakte keuzes
•Inspraak en participatie: is wettelijke inspraak volgens de Inspraakverordening onderdeel van het participatieproces?
Informeer mogelijke participanten actief over dit fasedocument, zo mogelijk nog voordat je het aanbiedt aan het college. Zo kunnen participanten gebruik maken van beïnvloedingsmogelijkheden, bijvoorbeeld via een buurtplatform, een spreekuur of later de voorronde.
Na besluitvorming door de raad, benader je actief de beoogde participanten die reeds bekend zijn en hebben aangegeven geïnteresseerd te zijn. Daarnaast zorg je voor een officiële mededeling via de reguliere voorlichtingskanalen. De mededeling kent de volgende opzet (ook in bijlage 3):
De gemeenteraad/het college van burgemeester en wethouders heeft in zijn vergadering het
volgende besluit genomen:
Met betrekking tot het onderwerp ...... wordt een participatietraject gestart. Het traject heeft tot doel ....(over welke onderwerpen wil de gemeente in gesprek gaan en wat zijn de kaders). Het traject zal starten op ..... en duurt naar verwachting tot ......
Meer informatie over het project en de wijze waarop u kunt meedenken vindt u op www.naarden.nl/meedoen/(naam project). Geïnteresseerden kunnen zich ook melden bij ....... (naam en tel. projectleider of lid buurtplatform).
Stap 7. Aan de slag
Maak met participanten (indien van toepassing) werkafspraken, een taakverdeling, leg deze vast en toets deze regelmatig met hen op uitvoerbaarheid. Hanteer bij de uitvoering in ieder geval de spelregels zoals beschreven in bijlage 1. Koppel ook je evaluatie aan deze spelregels.
Ga bij de uitvoering van je project bovendien uit van de volgende uitgangspunten:
Algemene uitgangspunten voor participatie bij projecten
1
Betrek burgers zo vroeg mogelijk in het proces, dat wil zeggen: deel de feiten over de ontwikkelingen die invloed hebben op de woonomgeving zodra bekend is dat er echt iets staat te gebeuren. Het idee dat het besluit al genomen is, tast het vertrouwen in een goede interactie tussen burgers-gemeente v.v. aan en mobiliseert eerder tegenstand dan medewerking.
2
Formuleer een helder doel en schets concreet de kaders. Zorg ervoor dat de kernboodschappen helder zijn. Onduidelijkheid zet niet aan tot actieve deelname. Realiseer je dat er altijd kaders zijn (bijvoorbeeld: financiële (on-)mogelijkheden of wettelijke beperkingen). Draai er niet omheen maar benoem ze vanaf het eerste moment.
3
Maak het traject niet te lang (maximaal 6 tot 8 weken, of perioden van maximaal 6 tot 8 weken). De combinatie van fysieke bijeenkomsten en digitale dialoog/samenwerking werkt uitstekend. Zorg voor duidelijkheid over het moment van terugkoppeling van bevindingen.
4
Maak een mix tussen online en offline middelen. In de praktijk blijkt dat een groot deel van de doelgroep behoefte heeft aan gevarieerde middelen die herhaaldelijk worden ingezet. Accepteer de noodzaak om variëteit aan te brengen (waar de een enthousiast is over een digitaal platform, ziet de ander uit naar uitnodigingen om fysiek te verschijnen op een bijeenkomst). Accepteer dat. Voor een deel van de mensen geldt echter dat zij elkaar juist willen ontmoeten om met elkaar verbonden te raken. In veel gevallen werken 1 of 2 fysieke bijeenkomsten in combinatie met de inzet van een online samenwerkingsplatform goed.
5
Maak gebruik van de maatschappelijke acceptatie van sociale media (gebruik geen ingewikkelde software). Mensen raken meer en meer gewend aan sociale media. Kies een platform dat zeer eenvoudig in gebruik is en maak het deelnemers zo gemakkelijk mogelijk. Blijf je op de hoogte stellen van ervaringen hiermee die frequent in vakliteratuur verschijnen.
6
Geef ruim publiciteit aan het bestaan van het project en het platform dat deelnemers kunnen gebruiken.
7
Waar zitten potentiele participanten en hoe bereik je ze? Dit is een vraag die iedere keer een ander antwoord oplevert. Routinematig werken is niet aan de orde. Zet je creativiteit in.
8
Bestuurders en politici hebben invloed op de mate van (gepercipieerde) betrouwbaarheid en belang van het project. Het verhoogt in sterke mate de participatiegraad. Maak daarvan gebruik door sleutelfiguren als bestuurders en politici actief te betrekken.
9
Wees transparant over de discussie, de uitkomsten en de resultaten. Geef aan dat voor het maximale resultaat wordt gegaan, maar wees eerlijk over mogelijkheden en beperkingen. Probeer debat om te zetten in dialoog.
10
Accepteer dat het niet vanzelf gaat en leer van anderen. Zorg voor professionele begeleiding, doe mee en doe ervaring op. Des te sneller kan het worden geïncorporeerd in de huidige werkomgeving. Voor gemeenten (en andere overheidsinstanties) is dit immers ook een geheel nieuwe manier van beleid maken.
Meer informatie over participatie www.Ambtenaar2.0.nl
Naar buiten! Spoorboekje burgerparticipatie voor raad en college (VNG, 2010)
Databank praktijkvoorbeelden www. vng.nl
We gooien het de inspraak in- publicatie van de Nationale Ombudsman 2009
www.binnenlandsbestuur.nl/bestuur-en-organisatie/nieuws/burgerparticipatie-8-ergernissen-van-burgers
http://www.prodemos.nl/In-het-land/Voor-gemeenten/Burgerparticipatiewww.participatiewijzer.nl
http://www.frankwatching.com/archive/2013/04/24/offline-online-inspraak-9-tips-voor-succesvolle-burgerparticipatie/