Gemeentelijke regelgeving

Regeling reiskostenvergoeding woon-werkverkeer Mook en Middelaar 2018

Gemeente Mook en Middelaar · geldt sinds 1 januari 2018

Aanhef

Burgemeester en wethouder van de Gemeente Mook en Middelaar

b e s l u i t e n:

gelet op de instemming van de ondernemingsraad d.d. 7 december 2017;

vast te stellen de “Regeling reiskostenvergoeding woon-werkverkeer Mook en Middelaar 2018”.

Artikel 1.

1De medewerker in dienst van de gemeente Mook en Middelaar kan voor het reizen tussen woonadres en standplaats aanspraak maken op een onkostenvergoeding voor woon-werkverkeer.

2Voor bepaling van de reisafstand wordt uitgegaan van het aantal kilometers naar de berekening van de snelste route volgens de ANWB-routeplanner.

Artikel 2.

1Bij de regeling van de in artikel 1, lid 1, genoemde aanspraak wordt uitgegaan van een vergoeding van € 0,14 per kilometer, waarbij per dag slechts eenmaal de heen- en terugreis mag worden meegeteld.

2De medewerker, van wie de enkele reisafstand tussen woonadres en standplaats 10 km of minder is heeft geen aanspraak op een vergoeding.

3De medewerker, van wie de enkele reisafstand tussen woonadres en standplaats meer dan 10 kilometer bedraagt, heeft alleen aanspraak op een vergoeding voor die kilometers die meer dan 10 kilometer bedragen. De eerste 10 kilometer enkele reis zijn voor eigen rekening.

4Indien de enkele reisafstand tussen woonadres en standplaats meer bedraagt dan 40 kilometer, dan wordt het meerdere –onverminderd het bepaalde in het vorige lid- niet in de vergoeding meegeteld.

Artikel 3.

1Voor het berekenen van de aanspraak wordt bij een volledig dienstverband uitgegaan van het aantal reisdagen per jaar dat de belastingdienst hanteert als maximum bij de berekening van een vaste reiskostenvergoeding.

2Voor deeltijders worden de werkdagen, genoemd in het vorige lid, gerelateerd aan het feitelijk overeengekomen aantal werkdagen per week.

3Voor medewerkers die structureel thuiswerken wordt het overeengekomen aantal thuiswerkdagen per week in mindering gebracht op het aantal te vergoeden reisdagen.

4Met een wijziging van het feitelijk aantal werkdagen per week wordt alleen dan rekening gehouden, als deze wijziging structureel van aard is.

5Bij afwezigheid/verlof anders dan wegens vakantieverlof voor meer dan zes weken aaneengesloten wordt de vergoeding herberekend.

6De vergoeding wordt in de regel maandelijks uitbetaald.

Artikel 4.

Bij de toepassing van de artikelen 2 en 3 geldt dat de vergoeding niet hoger kan zijn dan volgens fiscale regelgeving maximaal onbelast mag worden uitbetaald.

Artikel 5.

Burgemeester en wethouders kunnen in gevallen waarin deze regeling niet of niet in redelijkheid voorziet een nadere beslissing nemen.

Artikel 6.

Deze regeling treedt in werking op 1 januari 2018.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.