Gemeentelijke regelgeving

Kruimelgevallenbeleid gemeente Montfoort Beleidsregels voor toepassing van artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 2E van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht

Gemeente Montfoort · geldt sinds 24 juli 2019

3 Beleidsregels

Tekst

Lid 1 van artikel 4, bijlage II Bor

Een bijbehorend bouwwerk of uitbreiding daarvan, mits, voor zover gelegen buiten de bebouwde kom, wordt voldaan aan de volgende eisen:

a.niet hoger dan 5 meter, tenzij sprake is van een kas of bedrijfsgebouw van lichte constructie ten dienste van een agrarisch bedrijf,

b.de oppervlakte niet meer dan 150 m2

Op grond van deze beleidsregels kunnen burgemeester en wethouders via een omgevingsvergunning afwijking toestaan van het bestemmingsplan of de beheersverordening voor:

1Een uitbreiding van een woning in het voorerfgebied met een erker, mits:

de woning niet is gelegen binnen het beschermd dorpsgezicht van Linschoten of de historische binnenstad van Montfoort;

de breedte van de erker maximaal 80% van de breedte van de voorgevel bedraagt;

de voorzijde van de erker maximaal 1,5 meter vóór de voorgevel van het bijbehorende hoofdgebouw ligt;

de afstand van de erker tot de voorste bouwperceelgrens minimaal 2 meter bedraagt;

de afstand van de erker tot de zijdelingse bouwperceelgrens minimaal 2 meter bedraagt; deze eis geldt niet indien bij een tot de bouwperceelgrens gebouwde aangrenzende woning – ingeval het aaneengebouwde of halfvrijstaande woningen betreft –een vergelijkbare woningvergroting aanwezig is, dan wel tegelijkertijd wordt gebouwd;

de oppervlakte van de erker maximaal 6 m² bedraagt;

de goot- en of nokhoogte van de erker niet hoger is dan de eerste volledige bouwlaag boven het maaiveld maar maximaal 4 meter boven peil.

2Een uitbreiding van een woning in het voorerfgebied met een luifel, mits:

de woning niet is gelegen binnen het beschermd dorpsgezicht van Linschoten of de historische binnenstad van Montfoort;

de luifel wordt aangebracht boven de voordeur;

de luifel maximaal 2 meter breed is;

de luifel maximaal 1 meter diep is;

de bovenkant van de luifel op maximaal 0,5 meter boven de voordeur uitkomt.

3Een bijbehorend bouwwerk of uitbreiding daarvan in zijerfgebied, uitsluitend binnen de bebouwde kom, mits:

de woning niet is gelegen binnen het beschermd dorpsgezicht van Linschoten of de historische binnenstad van Montfoort; met dien verstande dat burgemeester en wethouders voor de historische binnenstad van Montfoort op grond van een specifieke beoordeling per geval medewerking kunnen verlenen, waarbij ze nadere en/of afwijkende eisen kunnen stellen aan bijvoorbeeld de breedte en hoogte van de uitbreiding;

de totale breedte van de vergroting maximaal 60% van de oorspronkelijke voorgevel en niet meer dan 4 meter bedraagt;

de afstand tot de zijdelingse bouwperceelgrens bij aaneengebouwde en halfvrijstaande woningen niet minder dan 1 meter bedraagt en bij vrijstaande woningen niet minder dan 3 meter;

bij een aan- of uitbouw, aangebouwd bijgebouw of aangebouwde overkapping de goothoogte niet hoger is dan de eerste volledige bouwlaag boven het maaiveld, maar maximaal 4 meter, en de bouwhoogte niet meer bedraagt dan 5 meter;

bij een vrijstaand bijgebouw of vrijstaande overkapping de goothoogte niet meer bedraagt dan 3 meter, en de bouwhoogte niet meer bedraagt dan:

5meter bij een schuin dak;

3meter bij een plat dak of overkapping;

de oppervlakte van de vergroting in het zijerfgebied niet meer dan 40 m2 bedraagt.

4Een bijbehorend bouwwerk of uitbreiding daarvan in achtererfgebied, mits:

de gezamenlijke oppervlakte van al dan niet met vergunning gebouwde bijbehorende bouwwerken in het bebouwingsgebied niet meer bedraagt dan:

in geval van een bebouwingsgebied kleiner dan of gelijk aan 100 m2: 50% van dat bebouwingsgebied,

in geval van een bebouwingsgebied groter dan 100 m2 en kleiner dan of gelijk aan 300 m2: 50 m2, vermeerderd met 20% van het deel van het bebouwingsgebied dat groter is dan 100 m2, echter met dien verstande dat het college op grond van een positieve stedenbouwkundige beoordeling voor tijdelijke bebouwing voor huisvesting in verband met mantelzorg een grotere oppervlakte kan toestaan tot ten hoogste 90 m2,

in geval van een bebouwingsgebied groter dan 300 m2: 90 m2, vermeerderd met 10% van het deel van het bebouwingsgebied dat groter is dan 300 m2, tot een maximum van in totaal 150 m2,

op bouwpercelen binnen de bebouwde kom met een bebouwingsgebied groter dan 900 m2: maximaal 150 m2, echter met dien verstande dat het college op grond van een positieve stedenbouwkundige beoordeling een grotere gezamenlijke oppervlakte kan toestaan tot ten hoogste 20% van het bebouwingsgebied.

bij een aan- of uitbouw, aangebouwd bijgebouw of aangebouwde overkapping de goothoogte niet hoger is dan de eerste volledige bouwlaag boven het maaiveld, maar maximaal 4 meter, en de bouwhoogte niet meer bedraagt dan 5 meter;

bij een vrijstaand bijgebouw of vrijstaande overkapping de goothoogte niet meer bedraagt dan 3 meter, en de bouwhoogte niet meer bedraagt dan:

5meter bij een schuin dak;

3meter bij een plat dak of overkapping.

5Een uitbreiding van een woning door middel van een kelder, mits:

het geen recreatiewoning betreft;

de kelder geheel of gedeeltelijk is gelegen onder de woning en de oppervlakte van de kelder niet groter is dan de oppervlakte van de woning;

voorschriften ten aanzien van monumentenzorg en archeologie zich niet tegen de onderkeldering verzetten;

onderkeldering geen negatieve gevolgen heeft voor de waterhuishouding.

6Uitbreiding van een woning ten behoeve van huisvesting in verband met mantelzorg of aangepast wonen ten behoeve van de bewoner, mits:

de oppervlakte voor huisvesting in verband met mantelzorg of aangepast wonen maximaal 100 m2 bedraagt en de uitbreiding niet strijdig is met overige oppervlaktebepalingen die in deze beleidsregels zijn opgenomen;

bij een aan- of uitbouw of aangebouwd bijgebouw de goothoogte niet hoger is dan de eerste volledige bouwlaag boven het maaiveld, maar maximaal 4 meter, en de bouwhoogte niet meer bedraagt dan 5 meter;

bij een vrijstaand bijgebouw de goothoogte niet meer bedraagt dan 3 meter, en de bouwhoogte niet meer bedraagt dan:

5meter bij een schuin dak;

3meter bij een plat dak;

aanvrager een bouwwerk dat dienst doet als huisvesting in verband met mantelzorg na het beëindigen van de mantelzorgsituatie binnen drie maanden op eigen kosten verwijdert dan wel conform de bepalingen van het bestemmingsplan of de beheersverordening in gebruik neemt.

7Het realiseren van bijbehorende bouwwerken of uitbreidingen daarvan bij niet-woonfuncties, met een oppervlakte van maximaal 150 m2.

Dit betreft alle gebouwen die een andere functie dan een woonfunctie hebben, zoals detailhandel, kantoor, bedrijf, horeca, maatschappelijke voorzieningen etc. Deze functies zijn zeer divers, zowel qua gebruik, omvang, locatie als vorm (perceelsopzet). Gezien deze diversiteit is het onmogelijk om hiervoor gedetailleerd beleid te formuleren. Per verzoek wordt een belangenafweging gemaakt.

Lid 2 van artikel 4, bijlage II Bor

Een gebouw ten behoeve van een infrastructurele of openbare voorziening als bedoeld

in artikel 2, onderdeel 18, onder a, dat niet voldoet aan de in dat subonderdeel genoemd

eisen, mits wordt voldaan aan de volgende eisen:

a.niet hoger dan 5 m, en

b.de oppervlakte niet meer dan 50 m²

Per verzoek wordt een belangenafweging gemaakt.

Lid 3 van artikel 4, bijlage II Bor

Een bouwwerk, geen gebouw zijnde, of een gedeelte van een dergelijk bouwwerk, mits wordt voldaan aan de volgende eisen:

a.niet hoger dan 10 m, en

b.de oppervlakte niet meer dan 50m2

Op grond van deze beleidsregels kunnen burgemeester en wethouders via een omgevingsvergunning afwijking toestaan van het bestemmingsplan of de beheersverordening voor:

Niet-overdekte zwembaden bij woningen in achtererfgebied, mits:

de woning niet is gelegen binnen het beschermd dorpsgezicht van Linschoten of de historische binnenstad van Montfoort;

indien het bouwperceel zich bevindt buiten de bebouwde kom, de aanleg en situering van het zwembad landschappelijk en stedenbouwkundig is getoetst en daarbij als niet bezwaarlijk is beoordeeld;

de oppervlakte maximaal 25 m² bedraagt voor zwembaden die worden aangelegd op

bouwpercelen tot en met 250 m²;

de oppervlakte maximaal 50 m² bedraagt voor zwembaden die worden aangelegd op bouwpercelen groter dan 250 m²;

het zwembad niet meer dan 0,5 meter boven peil uitsteekt;

een afstand van minimaal 1 meter ten opzichte van de perceelsgrens in acht wordt genomen.

Voor overige bouwwerken wordt per geval een belangenafweging gemaakt.

Lid 4 van artikel 4, bijlage II Bor

Een dakterras, balkon of andere niet op de grond gelegen buitenruimte aan of op een gebouw, een dakkapel, dakopbouw of gelijksoortige uitbreiding van een gebouw, de uitbreiding van een bouwwerk met een bouwdeel van ondergeschikte aard dan wel voorzieningen gericht op het isoleren van een gebouw

Op grond van deze beleidsregels kunnen burgemeester en wethouders via een omgevingsvergunning afwijking toestaan van het bestemmingsplan of de beheersverordening voor:

Een dakkapel op het hoofdgebouw, mits:

het gebouw niet is gelegen in het beschermd dorpsgezicht van Linschoten;

de dakkapel voldoet aan het vigerende welstandsbeleid dan wel er van dat beleid gemotiveerd wordt afgeweken op basis van een uitgebracht welstandsadvies;

er sprake is van een standaardoptie en/of een trendvolgende dakkapel; van een trendopvolgende dakkapel is sprake als de dakkapel hetzelfde is als reeds vergunde dakkapellen in een identiek(e) woontype, bouwblok of straat; voor een eerste aanvraag van een dakkapel bij aaneengebouwde of halfvrijstaande woningen wordt per geval beoordeeld of medewerking kan worden verleend en of de dakkapel als trendsettend kan worden gezien.

Een dakopbouw, mits:

het gebouw niet is gelegen in het beschermd dorpsgezicht van Linschoten en niet binnen de historische binnenstad van Montfoort;

de welstandscommissie positief adviseert;

er sprake is van een standaardoptie en/of een trendvolgende dakopbouw; van een trendopvolgende dakopbouw is sprake als de dakopbouw hetzelfde is als reeds vergunde dakopbouwen in een identiek(e) woontype, bouwblok of straat; voor een eerste aanvraag van een dakopbouw bij aaneengebouwde of halfvrijstaande woningen wordt per geval beoordeeld of medewerking kan worden verleend en of de dakopbouw als trendsettend kan worden gezien.

De uitbreiding van een bouwwerk met een bouwdeel van ondergeschikte aard dan wel voorzieningen gericht op het isoleren van een gebouw, mits de uitbreiding niet in strijd is met de algemene uitgangspunten voor toepassing van de beleidsregels, zoals genoemd in paragraaf 2.3.

Voor andere bouwactiviteiten die zijn genoemd in lid 4 van artikel 4, bijlage II Bor wordt per geval een belangenafweging gemaakt.

Lid 5 van artikel 4, bijlage II Bor

Een antenne-installatie, mits niet hoger dan 40 m

Per geval wordt een belangenafweging gemaakt, waarbij de volgende uitgangspunten gelden:

er wordt zoveel mogelijk gestreefd naar sitesharing. Als verschillende providers gebruik kunnen maken van dezelfde mast, hoeven minder masten te worden geplaatst. Bij het zoeken naar een locatie voor een nieuwe antenne moet dus eerst worden onderzocht of er een mast in de nabijheid is waar de antenne bijgeplaatst kan worden, dan wel een locatie waar een nieuwe mast geplaatst kan worden die geschikt is voor sitesharing.

er wordt niet meegewerkt aan het plaatsen van antenne-installaties in de historische binnenstad van Montfoort, het beschermd dorpsgezicht van Linschoten, in beschermd natuurgebied en binnen molenbiotopen, tenzij wordt aangetoond dat er sprake is van dringende maatschappelijke noodzaak en er geen enkel reëel alternatief is.

Lid 6 van artikel 4, bijlage II Bor

Een installatie bij een glastuinbouwbedrijf voor warmtekrachtkoppeling als bedoeld in

artikel 1, eerste lid, onder w, van de Elektriciteitswet 1998

Per geval wordt een belangenafweging gemaakt.

Lid 7 van artikel 4, bijlage II Bor

Een installatie bij een agrarisch bedrijf waarmee duurzame energie wordt geproduceerd

door het bewerken van uitwerpselen van dieren tot krachtens artikel 5, tweede lid, van

het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet aangewezen eindproducten van een krachtens dat

artikellid omschreven bewerkingsprocedé dat ziet op het vergisten van ten minste 50

gewichtsprocenten uitwerpselen van dieren met in de omschrijving van dat procedé

genoemde nevenbestanddelen

Per geval wordt een belangenafweging gemaakt.

Lid 8 van artikel 4, bijlage II Bor

Het gebruiken van gronden voor een niet-ingrijpende herinrichting van openbaar gebied

Per geval wordt een belangenafweging gemaakt.

Lid 9 van artikel 4, bijlage II Bor

Het gebruiken van bouwwerken, eventueel in samenhang met bouwactiviteiten die de

bebouwde oppervlakte of het bouwvolume niet vergroten, en van bij die bouwwerken

aansluitend terrein, mits, voor zover gelegen buiten de bebouwde kom, het uitsluitend

betreft een logiesfunctie voor werknemers of de opvang van asielzoekers of andere categorieën vreemdelingen

Op grond van deze beleidsregels kunnen burgemeester en wethouders voor bouwwerken binnen de bebouwde kom via een omgevingsvergunning afwijking toestaan van het bestemmingsplan of de beheersverordening voor:

1Een beroep of bedrijf aan huis, mits:

de oppervlakte in gebruik voor een beroep of bedrijf aan huis ten hoogste 30% bedraagt van de gebruiksoppervlakte zoals bepaald volgens NEN 2580 van de woning en de bijbehorende bouwwerken;

de bedrijfsactiviteiten voorkomen in categorie 1 en 2 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten behorend bij het van toepassing zijnde bestemmingsplan of de van toepassing zijnde beheersverordening, met dien verstande dat detailhandel, groothandel, horeca en seksinrichting zijn uitgesloten; in afwijking hiervan kan het college horeca in de vorm van een bed and breakfast toestaan onder voorwaarde dat de bed and breakfast plaats biedt aan ten hoogste 4 gasten tegelijk; eveneens kan het college in afwijking hiervan een webshop (internetwinkel) toestaan, mits ter plekke geen producten worden verkocht, afgehaald, uitgestald of uitgeprobeerd;

de activiteiten voldoen aan de geldende parkeernormen en geen nadelige invloed hebben op de normale verkeersafwikkeling.

2Een gebruikswijziging voor andere bouwwerken dan woningen, mits:

het uitsluitend bedrijfsmatige activiteiten betreft die geen hinder opleveren voor het woon- en leefmilieu en die niet leiden tot een beperking van de bedrijfsvoering van omliggende functies;

de gebruikswijziging geen negatieve gevolgen heeft voor het voorzieningenaanbod in de historische binnenstad van Montfoort en/of het beschermd dorpsgezicht van Linschoten;

het gebruik een beperkte ruimtelijke uitstraling heeft;

de activiteiten voldoen aan de geldende parkeernormen en geen nadelige invloed hebben op de normale verkeersafwikkeling.

In andere dan de genoemde situaties, zoals een gebruikswijziging ten behoeve van een woonfunctie binnen de bebouwde kom, wordt per geval een belangenafweging gemaakt.

Lid 10 van artikel 4, bijlage II Bor

Het gebruiken van een recreatiewoning voor bewoning, mits wordt voldaan aan de

volgende eisen:

a.de recreatiewoning voldoet aan de bij of krachtens de Woningwet aan een

bestaande woning gestelde eisen;

b.de bewoning niet in strijd is met de bij of krachtens de Wet milieubeheer, de Wet

geluidhinder, de Wet ammoniak en veehouderij en de Wet geurhinder en veehouderij

gestelde regels of de Reconstructiewet concentratiegebieden,

c.de bewoner op 31 oktober 2003 de recreatiewoning als woning in gebruik had en

deze sedertdien onafgebroken bewoont, en

d.de bewoner op 31 oktober 2003 meerderjarig was

Per geval wordt een belangenafweging gemaakt. Hierbij geldt dat de aanvrager zelf bewijzen moet overleggen waaruit blijkt dat hij of zij op 31 oktober 2003 de recreatiewoning als woning in gebruik had en deze sedertdien onafgebroken bewoont.

Lid 11 van artikel 4, bijlage II Bor

Ander gebruik van gronden of bouwwerken dan bedoeld in de onderdelen 1 tot en met

10, voor een termijn van ten hoogste tien jaar

Op grond van deze beleidsregels kunnen burgemeester en wethouders via een omgevingsvergunning afwijking toestaan van het bestemmingsplan of de beheersverordening voor:

1Het realiseren van een tijdelijke woonunit voor ten hoogste twee jaar vanwege nieuwbouw of ingrijpende verbouwing van de hoofdwoning, mits:

de tijdelijke woonunit wordt geplaatst op hetzelfde bouwperceel, in de onmiddellijke nabijheid van de bouwlocatie;

de tijdelijke woonunit wordt geplaatst achter de voorgevelrooilijn;

de tijdelijke woonunit wordt uitgevoerd in één bouwlaag met een maximale oppervlakte van 100 m2;

de eigen woning gedurende de bouw niet geschikt is voor bewoning;

de tijdelijke woonunit wordt gebruikt door de (hoofd)gebruiker van de hoofdwoning en zijn of haar gezinsleden;

de nieuwbouw of verbouwing geen deel uitmaakt van een inbreidingslocatie of uitbreidingsgebied voor meerdere woningen;

de tijdelijke woonunit zodanig wordt gesitueerd, dat deze niet leidt tot een aantasting van privacy van omwonenden;

de tijdelijke woonunit niet eerder wordt geplaatst dan zodra een omgevingsvergunning is verleend voor de verbouw of nieuwbouw van de hoofdwoning;

aanvrager de tijdelijke woonunit verwijdert binnen drie maanden na gereedmelding van de bouwwerkzaamheden aan de hoofdwoning.

Evenementen, indien er op basis van de APV een vergunning voor het betreffende evenement wordt verleend.

In andere situaties wordt per geval een belangenafweging gemaakt.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.