Gemeentelijke regelgeving

Eindrapport “Participatiekader gemeente Montferland 2021”

Gemeente Montferland · geldt sinds 25 juli 2025

Aanhef

Inleiding

Voor u ligt het participatiekader van de gemeente Montferland. De afgelopen jaren hebben wij als gemeente onze werkwijze verder ontwikkeld met als doel om onze inwoners beter te betrekken bij de taken waar wij als gemeente verantwoordelijk voor zijn.

Met dit kader is alle verzamelde en opgedane informatie, kennis, ervaringen, leermomenten, inspiratie en gemaakte keuzes rondom participatie gebundeld. Zodat iedereen die betrokken is bij de ontwikkeling van Montferland op één plek kan lezen hoe we dit samen vormgeven.

Dit document vormt een handleiding voor raadsleden, bestuurders, ambtenaren, inwoners, ondernemers en iedereen met plannen en ideeën over hoe wij vakspecialistische en bestuurlijke vaardigheden slim kunnen combineren met de eigen kracht van de samenleving!

In dit kader wordt aangegeven hoe we als gemeente omgaan met het betrekken van onze inwoners en andere stakeholders bij de ontwikkeling van plannen, beleid en projecten. Heldere kaders, die helpen bij een zorgvuldige besluitvorming die ons bestuur nodig heeft vanwege de kennisgevingsplicht en de motiveringsplicht vanuit de Omgevingswet. Maar ook richtlijnen en kaders voor de vormgeving van participatieprocessen om een goede samenwerking met onze inwoners te waarborgen.

Het is niet mogelijk en wenselijk om voor elke situatie een kant en klare blauwdruk te maken. Participatie blijft altijd maatwerk. Dit document helpt bij het maken van keuzes voor hoe we het participatieproces gaan inrichten en vormgeven. Aan de hand van een beslisboom en stroomschema wordt de keuze voor het onderwerp en gewenste participatieniveau gemaakt. Door daarnaast de tabel “doel-niveau-uitkomst” te gaan hanteren ontstaat duidelijkheid over wat er op het gebied van de besluitvorming en resultaten van een participatieproces wordt verwacht.

Totstandkoming

Voordat dit kader is opgesteld, vroegen wij onze inwoners hoe zij over participatie denken. Hiervoor is medio 2020 een vragenlijst voorgelegd aan ons burgerpanel ‘Montferland Spreekt’. De vragenlijst is een hulpmiddel om een goed beeld te kunnen vormen van hoe inwoners aankijken tegen de doelen van participatie. Willen ze meepraten of vooral geïnformeerd worden? In welke mate zijn ze bereid om verantwoordelijkheden over te nemen als de kans daarvoor wordt geboden? Aan de gemeenteraad is een vergelijkbare vragenlijst voorgelegd en zijn de resultaten besproken tijdens een raadsbijeenkomst. De resultaten van deze vragenlijsten zijn niet maatgevend, maar geven input voor de gemaakte keuzes in dit participatiekader.

Daarnaast hebben de wijk- en dorpsraden via een schriftelijke reactie meegedacht met de eerste vier hoofdstukken. Hun reactie heeft geleid tot een aantal verbeteringen en aanpassingen. Tot slot zijn de adviezen uit het rapport van de Rekenkamercommissie en adviezen van de interne projectgroep, klankbordgroep, stuurgroep en vanuit het project Omgevingswet betrokken in het voorliggende rapport.

Leeswijzer

De opbouw van dit participatiekader is als volgt. Hoofdstuk 1 beschrijft onze visie op participatie en wat we met participatie willen bereiken. Het volgende hoofdstuk beschrijft ieders rol in een participatieproces.

Hoofdstuk 3 en 4 helpen ons om te bepalen wanneer we participatie gaan doen, op welk niveau en welke vorm van participatie we hiervoor inzetten. Hoofdstuk 5 gaat in op overheidsparticipatie en hoe we omgaan met particuliere initiatieven. In hoofdstuk 6 wordt ingegaan op de indieningsvereiste voor participatie bij vergunningaanvragen. Hoofdstuk 7 beschrijft welke stappen we als organisatie gaan zetten om participatie goed in te bedden.

Hoofdstuk 1: Wat is participatie en wat willen we ermee bereiken?

1.3 Wat wil de gemeente met participatie?

1.3.1 De bedoeling van participatie

In Montferland willen we als gemeente het volgende bereiken met participatie:

1Informeren

We zorgen ervoor dat onze inwoners en partners op de hoogte zijn van alle ontwikkelingen. Of deze nu groot of klein zijn; iedereen die daar iets van gaat merken vindt het over het algemeen prettig om hier tijdig over op de hoogte worden gesteld. De initiatiefnemer zorgt hier zelf voor en geeft op tijd de nodige informatie, zodat de informatie niet uit de krant of elders vernomen hoeft te worden.

2Goede buur zijn

We beschouwen het een onderdeel van goed buur zijn dat we mensen de gelegenheid geven mee te denken en rekening houden met hun wensen. De gemeente, maar ook initiatiefnemers, hebben dit als doel. Daarom zorgen we ervoor dat we met de juiste participatie zoveel mogelijk belangstellenden betrekken bij een ontwikkeling. Omdat dit kan leiden tot meer steun voor een plan. We zijn een goede buur doordat we in ons plan zoveel mogelijk rekening houden met wensen van onze “buren” (oftewel inwoners, partners, etcetera). Of we gaan zelfs samenwerken om tot een gezamenlijk resultaat te komen. Met goed overleg zorgen we voor een prettige relatie.

Het zoeken van steun voor plannen leidt in het algemeen tot een groter draagvlak maar is zeker niet altijd het geval. Dat is daarom ook geen doel op zich. Het zoeken naar steun hoort bij de basis van een goede buur zijn, betere plannen maken en zorgvuldige besluiten nemen. Draagvlak is de mooist denkbare bijvangst, maar geen doel of verplichting.

3Ophalen van kennis en expertise

Niemand kent de eigen woonomgeving beter dan de inwoners zelf. Zij weten wat er speelt en hebben belangrijke onderlinge contacten. Door de belangen, kansen en zorgen van inwoners te achterhalen en door hun ideeën en kennis te gebruiken maak je betere plannen. Daarom zorgen we ervoor dat we deze belangen, kansen, ideeën en zorgen in het plan verwerken (indien dat mogelijk is).

4Benutten eigen kracht

Bij de voorbereiding én uitvoering van plannen en projecten proberen we zoveel mogelijk de eigen kracht van de samenleving in te zetten. Met goede participatie vergroten we niet alleen de betrokkenheid van de inwoners, maar geven we ze ook meer zeggenschap en maken we ze (indien mogelijk) zelfs (mede-)eigenaar maken van het project.

5Zorgvuldige besluitvorming

Met participatie ontdekken we alle wensen en belangen en peilen we de steun voor een plan. We zorgen ervoor dat we de verschillende belangen kennen, zodat we kunnen laten zien welke keuze we maken en waarom we die maken. Oftewel: we onderbouwen onze besluiten. Dit zorgt voor betere en zorgvuldigere besluiten van ons bestuur. Bij een besluit om een vergunning te verlenen is dat meestal het college van burgemeester en wethouders of de burgemeester. Als er een visie en/of het beleidskader moet worden vastgesteld is dat de gemeenteraad.

1.3.2 Zorgvuldige participatie is belangrijk

Met het inzetten van een participatieproces bedienen we altijd één of meerdere van de bovenstaande doelen. Wij vinden zorgvuldige participatie belangrijk. De volgende uitgangspunten zijn voor ons belangrijk om een participatieproces zorgvuldig te laten verlopen:

1We brengen zo goed en vroeg mogelijk alle belanghebbenden en hun belangen en wensen, vragen en ideeën in beeld. Op die manier proberen we het participatieproces zo goed mogelijk aan te sluiten op de te betrekken doelgroep.

2We zorgen ervoor dat alle belanghebbenden die meedoen vooraf weten wat het doel van de participatie is: waar gaat het wel of niet over en wat gebeurt er met de opbrengsten van de participatie.

3We maken vooraf duidelijk wat we verwachten van de belanghebbenden en wat hun rol is. Dit zorgt ervoor dat iedereen begint met dezelfde verwachtingen. Dat voorkomt frustraties en teleurstellingen.

4We zijn duidelijk in de ruimte die er is voor participatie. Als er weinig ruimte is om plannen aan te passen aan wensen of opmerkingen van omwonenden, melden we dit vooraf. We informeren in dat geval ook alle belanghebbenden en leggen uit waarom.

5We gaan naar buiten en zorgen ervoor dat we zichtbaar zijn, luisteren en het gesprek aangaan.

6We gaan in gesprek voordat er besluiten worden genomen, als er echt nog ruimte is om te beïnvloeden.

7We blijven in gesprek, ook over de uitkomsten van het participatieproces, de besluitvorming en het vervolg.

8We zorgen ervoor dat de betrokkenen in een participatieproces altijd duidelijke uitleg krijgen wat er met hun bijdrage is gedaan en welke keuzes er zijn gemaakt. Dit is een vast onderdeel van een zorgvuldig besluitvorming.

9We maken af wat is afgesproken en komen onze beloftes na.

Hoofdstuk 4: Hoe geven we het participatieproces vorm?

4.4 Hoe gaan we in gesprek: de werkvormen

4.4.1 Burgerpanel

Al enige tijd werken we in Montferland met een burgerpanel: een groep inwoners die meerdere keren per jaar een vragenlijst krijgt voorgelegd over verschillende onderwerpen. Elke inwoner van de gemeente kan lid worden van het panel. Deze vorm leent zich daarom uitstekend voor gemeentebrede onderwerpen. De vragenlijsten worden opgesteld in samenwerking met een kundig bureau en zij verwerken ook de uitkomsten. Op deze manier kan eenvoudig een brede groep mensen worden bevraagd. Nadeel is dat elke keer dezelfde groep benaderd wordt.

4.4.2 Enquête

Met een enquête kunnen we input vragen over een bepaald onderwerp of juist een specifieke groep bevragen. De enquête kan zowel digitaal als analoog worden ingevuld en kan gedurende een bepaalde periode worden opengezet voor reacties. Deze vorm leent zich dus voor ruimtelijk specifieke of inhoudelijk specifieke onderwerpen, maar dient bij voorkeur wel via gerichte uitnodigingen plaats te vinden om de representativiteit in te kunnen schatten.

4.4.3 Klankbordgroep

Een klankbordgroep is een groep mensen die om hun mening wordt gevraagd. Ze mogen meekijken met en reageren op initiatieven, projecten en plannen. Vanuit hun belang brengen zij advies uit op beleid en plannen die in ontwikkeling zijn. In klankbordgroepen kunnen individuele bewoners plaats nemen of vertegenwoordigers van belangengroepen of maatschappelijke organisaties.

Het gaat niet om personen of organisaties die meebeslissen of meedoen. Deze personen en organisaties zijn belangrijk voor het project om te weten te komen wat zij er van vinden. De projectleider heeft de leiding over de klankbordgroep. Die bepaalt de agenda, leidt de bijeenkomsten en formuleert de besluiten waarover advies nodig is.

Wanneer kiezen we voor een klankbordgroep?

•We willen de mening van personen of organisaties buiten het project weten.

•We willen een platform bieden waarin ruimte is om naar verschillende opvattingen te luisteren en deze te bespreken.

•Een positief advies van een klankbordgroep ken leiden tot een makkelijkere besluitvorming.

4.4.4 Werk-/projectgroep

Als inwoners meewerken aan een project, plan of initiatief kan dat via een werkgroep. Hieraan zijn de volgende voorwaarden en uitgangspunten verbonden:

•Deelnemers aan een werkgroep hebben een representatieve functie.

Dit betekent dat andere deelnemende partijen binnen een werkgroep (gemeente, initiatiefnemer en dergelijke) er vanuit mogen gaan dat wat zij inbrengen in de werkgroep het standpunt vertegenwoordigt van bijvoorbeeld buurtgenoten. Ook betekent dit dat de deelnemers moeten zorgen voor een terugkoppeling naar hun ‘achterban’, hierin kan de gemeente ondersteunen. Het is daarom belangrijk om mensen te benaderen en deel te laten nemen die representatief zijn.

•Deelnemers aan een werkgroep hebben een gedeelde verantwoordelijkheid.

Het resultaat van de werkgroep is de verantwoordelijkheid van alle deelnemers, het is dan niet meer alleen de verantwoordelijkheid van de gemeente. De werkgroep legt wel verantwoording af aan de projectleider.

•Deelnemers aan een werkgroep hebben duidelijke kaders en spelregels nodig: waar mogen ze wel wat van vinden en waar niet? Dit moet vooraf duidelijk worden gecommuniceerd.

4.4.5 Ontwerpateliers

In een ontwerpatelier gaan de deelnemers zelf aan de slag met de invulling van een bepaald gebied. Binnen de gegeven kaders en randvoorwaarden werken de deelnemers in kleine groepjes aan een deelaspect (water en groen, hoogbouw versus laagbouw, infrastructuur, etc.) of aan het gehele vraagstuk. Deze werkvorm bevordert het begrip voor de verschillende standpunten en maakt bijzondere en vernieuwende oplossingen mogelijk. De uitwerking kent vele varianten, zoals het maken van een schets (heel vrij) tot het leggen van een puzzel uit van tevoren opgestelde varianten (bijvoorbeeld een gebied in drieën knippen en van tevoren voor elk van de drie gebieden verschillende inrichtingsvarianten opstellen). Deze werkvorm is vooral toepasbaar in de voorbereidings- en ontwerpfase van plannen en projecten.

4.4.6 Werkvormen en waarderend onderzoeken

Tijdens de werkvormen zetten we zoveel mogelijk de methoden van het waarderend onderzoeken in. Gaat het om het kiezen van werkvormen voor het participatieniveau meedenken, dan kiezen we een vorm waarbij we ontdekken wat voor waardevols er allemaal aanwezig is (ontdekken). Door betrokkenen in het proces hiernaar te vragen en door te achterhalen welke kwaliteiten er zijn die bijdragen aan het doel en de oplossing van het vraagstuk. Of we vragen betrokkenen bijvoorbeeld om input te geven over de gewenste toekomst (verbeelding/wensen/dromen). Bij meewerken gaan we concreet aan de slag met hoe we invulling hieraan geven en wat daarvoor nodig is (ontwerpen). Ook gaan we aan de slag met het omzetten van de dromen en ontwerpen in concrete acties. Hierbij gebruiken we iets of iemand in het project die positieve energie geeft (deliver/verwezenlijken).

Hoofdstuk 5: Overheidsparticipatie

5.1 Overheidsparticipatie bij lokale initiatieven

5.1.1 Wat is overheidsparticipatie?

Voorgaande hoofdstukken beschrijven hoe vorm wordt gegeven aan inwonersparticipatie bij initiatieven van de gemeente. Maar ook vanuit de samenleving ontstaan initiatieven, waarbij wij als overheid participeren. Dit wordt ook wel overheidsparticipatie genoemd. Bij overheidsparticipatie ligt het initiatief bij de inwoners, maatschappelijke organisaties of ondernemers. Zij willen iets realiseren en wij doen daar als overheid in mee door dit initiatief te faciliteren, door ruimte te geven en door (deel)beslissingen over te laten aan de deelnemers. Dit kan op meerdere niveaus, afhankelijk van het soort initiatief, de zelfredzaamheid van de initiatiefnemer en de rol die wij als gemeente willen innemen.

5.1.2 Rollen van de gemeente bij overheidsparticipatie

Net als dat er bij inwonerparticipatie verschillende rollen en niveaus zijn, zijn er ook bij lokale initiatieven verschillende ondersteuningsniveaus en rollen voor participatie. De Raad van Openbaar Bestuur ontwikkelde de onderstaande ladder (uit het rapport “Loslaten in vertrouwen”). Deze gaat er over hoe we als gemeente op verschillende manieren ruimte kunnen geven aan initiatieven.

Figuur 11 Ladder van overheidsparticipatie (Raad van Openbaar Bestuur)

•Loslaten - Wanneer de overheid een taak helemaal loslaat, heeft ze inhoudelijk noch in het proces enige bemoeienis.

•Faciliteren - De overheid kiest een faciliterende rol als het initiatief van elders komt en zij er belang in ziet om dat mogelijk te maken.

•Stimuleren - Een trede hoger heeft de overheid wel de wens dat bepaald beleid of een interventie van de grond komt, maar de realisatie daarvan laat ze over aan anderen. Ze zoekt slechts naar mogelijkheden om die anderen in beweging te krijgen.

•Regisseren - Wanneer de overheid kiest voor regisseren, betekent dat ook andere partijen een rol hebben maar dat de overheid er belang aan hecht wel de regie te hebben.

•Reguleren - Bovenaan de trap staat het zwaarste instrument dat de overheid kan inzetten, namelijk regulering door wet- en regelgeving. Als consequentie van dit middel kan de overheid regels ook handhaven en overtreding daarvan sanctioneren. Het reguleren benadrukt de rol van de overheid als het gaat over vraagstukken van orde en veiligheid (die staan altijd in een verticale verhouding tot de burgers.)

Voorbeelden per trede van de ladder van overheidsparticipatie:

–Loslaten: dorpsplannen, beheer buurthuize.

–Faciliteren: inhoudelijke kennis, praktische hulp, aandacht en verbindingen leggen met relevante samenwerkingspartners.

–Stimuleren: wijkbudgetten, subsidies, professionele begeleiding.

–Regisseren: ondersteunend beleid dat initiatieven mogelijk maakt.

–Reguleren: handhaven van bestaande regels.

Figuur 12 Voorbeelden van overheidsparticipatie

In de vragenlijst die is voorgelegd aan het burgerpanel is gevraagd naar de behoefte van onze inwoners om lokale initiatieven op te starten en welke rol ze daarbij van de gemeente verwachten.

Een groot deel van de respondenten heeft geen behoefte aan het realiseren van een initiatief (38%). Slechts 1 op de 10 inwoners heeft een eigen initiatief ontplooid en nog eens 10% heeft het overwogen.

Over de rol van de gemeente geven respondenten aan dat zij vooral behoefte hebben aan een faciliterende rol op gebied van inhoudelijke en praktische ondersteuning, informatieverstrekking en gebruik maken van relatie- en kennisnetwerk. Een stimulerende rol door subsidies te verstrekken en bewonersbudgetten beschikbaar te stellen en het bieden van overzicht van alle initiatieven wordt door respectievelijk 22% en 6% genoemd. Slechts 1% vindt dat de gemeente geen rol moet spelen (loslatende rol).

5.1.3 Experimenteren met overheidsparticipatie

In deze participatienota ligt het accent op kennis ophalen en betrokkenheid vergroten bij onderwerpen waarvoor wij als gemeente aan de lat staan. Tegelijkertijd willen we ook ruimte geven aan situaties waarin we als overheid zélf de participant zijn en het initiatief bij inwoners ligt. Dan nemen we dus ook niet het eigenaarschap en verantwoordelijkheid van de initiatiefnemer over. Ook willen we concreter uitwerking geven aan ‘Right to Challenge’/’uitdaagrecht’ (het recht om taken van de gemeente over te nemen als inwoners denken dat ze het zelf beter en goedkoper kunnen).

Dit is een proces dat vraagt om investeren in de relatie tussen overheid en samenleving. En dat gaat veel verder dan het doen van een oproep om met initiatieven te komen en het beschikbaar stellen van een subsidiepotje. Het vraagt om externe gerichtheid van onze medewerkers en bestuurders. Bouwen aan contacten en relaties. Gezien worden en gevonden worden. We moeten leren om een overheid te zijn die zich ervan bewust is wanneer ze wel en wanneer ze niet aan zet is. En voor de gemeenschap is dat net zo goed een leerproces: de neiging om altijd als eerste naar de overheid toe te stappen, past niet in de participatiesamenleving die we nastreven. Kortom, een uitdaging! Die we niet aanvliegen vanuit visies en plannen, maar oppakken als een experiment; als een zoektocht die we sámen met inwoners aangaan.

Daarom zetten we in op een lerende organisatie en een ontwikkelgerichte aanpak in behapbare stappen. We maken daarbij onderscheid naar drie soorten initiatieven, waarbij inmiddels op verschillende manieren in meer of mindere mate al ervaring mee is opgedaan:

1Initiatieven waarbij inwoners taken/werkzaamheden van de gemeente overnemen, het Right to Challenge.

2Petities en burgerinitiatieven waarbij inwoners een onderwerp op de politieke agenda plaatsen.

3Bewonersinitiatieven waarbij particulieren of ondernemers zelf een project of plan realiseren.

5.2 Right to Challenge

5.2.1 Ontwikkelgerichte aanpak

Gelet op de resultaten uit het burgerpanel en het feit dat we weinig tot geen ervaring hebben met RtC stellen we voor om klein te beginnen en dan verder uit te bouwen. Op basis van de met de gemeenteraad gehouden bijeenkomst op 2 november 2020, zal het RtC kleinschalig en ontwikkelgericht worden opgestart. Al doende zal vorm worden gegeven aan deze vorm van participatie. Dit sluit ook aan bij het advies uit het rapport van de Rekenkamercommissie (punt 6: stuur op een lerende organisatie).

We gaan ontwikkelgericht aan de slag en we leren, evalueren en sturen waar nodig bij. Al doende, samen met onze inwoners. We willen daarom geen strak vormgegeven beleid. Bovendien is het uitdaagrecht altijd maatwerk. We willen creatief en flexibel met aanvragen om kunnen gaan. We accepteren dat dat af en toe spanning op zal leveren, omdat we als gemeente aan regels en procedures moeten voldoen. Wel willen we uitgangspunten meegeven, zodat helder is wat de initiatiefnemer en de gemeente van elkaar kunnen verwachten. Met deze uitgangspunten geven we aan wanneer er sprake is van RtC, waar de initiatiefnemer aan moet voldoen en wat zij van de gemeente mag verwachten. Omdat elke challenge maatwerk is, werken we de details samen met de initiatiefnemer nader uit.

Om met RtC te kunnen starten, hoeven we niet direct beleid of verordeningen te wijzigen. Wanneer landelijke ontwikkelingen en wetgeving daartoe aanleiding geven, nemen we dat op. Bijvoorbeeld wanneer de Wet versterking participatie op decentraal niveau in werking treedt, ook wanneer ons beleid of verordeningen aan vernieuwing toe zijn, nemen we het uitdaagrecht daarin op.

Durven loslaten

Zowel raad, college als organisatie moeten achter het RtC staan, het durven om zaken los te laten en te accepteren dat dingen anders gaan lopen dan tot dusver gebruikelijk. Cruciaal is dat duidelijk wordt afgesproken, uitgesproken en uitgedragen dat het RtC een belangrijk instrument van de gemeente en de inwoners is.

5.2.2 Voorwaarden voor een initiatief

We hanteren de volgende voorwaarden voor het indienen van een initiatief:

•De initiatiefnemer is lokaal verbonden;

•Het initiatief heeft een aantoonbare maatschappelijke meerwaarde;

•Het initiatief wordt gesteund door inwoners of gebruikers;

•De initiatiefnemer is in staat om zelfstandig de prestatie te leveren of aan te sturen en kan de continuïteit waarborgen;

•Het initiatief is niet nadelig voor anderen;

•Het budget in de gemeentelijke begroting is uitgangspunt;

•De initiatiefnemer heeft bij voorkeur een rechtsvorm, zoals een vereniging of een stichting.

5.2.3 Taken en voorzieningen die in aanmerking komen

In principe komen alle gemeentelijke taken en lokale voorzieningen in Montferland in aanmerking, behalve taken die alleen de overheid mag uitvoeren, zoals uitgifte van paspoorten, bevolkingsregistraties en het afgeven van vergunningen. Ook taken op gebied van strafvervolging en hulpdiensten vallen niet onder het RtC. Het gaat om bestaande taken waarvoor wij geld hebben opgenomen in de begroting. Een combinatie van taken is mogelijk.

5.2.4 Kwaliteitseisen

Voor veel gemeentelijke taken bestaan kwaliteitseisen. Denk bijvoorbeeld aan onderhoudsniveaus van het openbaar groen of aan kwaliteitseisen en deskundigheden in de zorg. Bij een voorstel voor Right to Challenge houden we daar aan vast. Eventuele andere eisen zullen per initiatief verschillen en worden vooraf met de initiatiefnemer overlegd. De initiatiefnemer is verantwoordelijk voor het leveren van de afgesproken kwaliteit. De gemeente houdt toezicht. De initiatiefnemer zelf, maar ook inwoners of gebruikers kunnen aanvullende kwaliteitseisen stellen. Bijvoorbeeld over de openingstijden van een voorziening.

5.2.5 Financiering van een uitdaging

Bij Right to Challenge gaat het om taken die zijn opgenomen in de gemeentelijke begroting. Het toewijzen kan via een opdrachtverstrekking of een subsidie. Voor ieder idee beoordelen we welke financieringsvorm het meest geschikt is.

Opdrachtverstrekking

Bij een opdrachtverstrekking geldt dat er marktwerking is; er zijn (andere) partijen. Verder is de partij die de opdracht uit gaat voeren, verantwoordelijk voor het resultaat. De gemeente kan de partij tot uitvoering van de taak verplichten, eventueel door tussenkomst van een rechter. Bij Right to Challenge gaat het meestal om het overnemen van kleinere taken met een beperkte opdrachtwaarde. Hiervoor kunnen we een relatief eenvoudig offertetraject doorlopen. Met een hogere opdrachtwaarde gelden bijvoorbeeld ook andere aanbestedingsregels en bijbehorende procedures.

Subsidie

Bij een subsidie blijft de verantwoordelijkheid voor een taak bij de gemeente liggen en kan de partij die de taak gaat uitvoeren niet gedwongen worden de gemaakte afspraken na te komen. Een subsidie wordt vaak gegeven als aanbesteden niet goed mogelijk is, bijvoorbeeld omdat er geen andere partijen zijn. Bij het uitdaagrecht kunnen taken of voorzieningen al uitbesteed zijn aan andere, commerciële partijen. Als we het initiatief in het kader van Right to Challenge uit willen laten voeren, moet het bestaande contract opengebroken of opgezegd te worden. Dit kan kosten met zich meebrengen, waar we in de beoordeling van een initiatief rekening mee moeten houden.

5.2.6. Organisatie, proces en besluitvorm

Bij het uitdaagrecht ligt het initiatief bij de gemeenschap. Dit betekent niet dat wij als gemeente geen rol meer hebben. Onze rol (zowel bestuurlijk als ambtelijk) is om kaders te stellen, te faciliteren en te ondersteunen.

Hoeveel ondersteuning er nodig is en in welke vorm, is onder meer afhankelijk van het initiatief en de kennis van de initiatiefnemer en daardoor niet op voorhand vast te leggen. Om het Right to Challenge mogelijk te maken is een laagdrempelig proces voor initiatiefnemers van belang, zodat zij op eenvoudige wijze een initiatief in kunnen dienen.

Uitgangspunten

Uitgangpunten voor de organisatie en het proces:

•We maken het indienen en afhandelen van een aanvraag zo praktisch en transparant mogelijk.

•We starten met maximaal vier challenges per jaar. Op basis daarvan wordt bekeken of er voldoende capaciteit aanwezig is om alle initiatieven op te pakken.

•We geven duidelijk inzicht in de begroting en budgetten en maken procedures begrijpelijk.

•We werken zoveel mogelijk met één aanspreekpunt binnen de gemeente die verantwoordelijk is voor de behandeling van de ideeën. Dit is ook degene die toeziet op het verloop van de challenge en escaleert als challenges vastlopen binnen de gemeente.

•Indien de situatie hiertoe aanleiding geeft, wordt een werkgroep samengesteld, waar ad hoc vakspecialisten betrokken worden die voor het betreffende initiatief nodig zijn.

•De besluitvorming over een initiatief is afhankelijk van het niveau en de bestuurlijke verantwoordelijkheid. Wel is het bij Right to Challenge van belang dat besluitvorming plaatsvindt samen met de inwoners en/of gebruikers van het initiatief.

•Elk initiatief wordt geëvalueerd en bestuurlijk terug gekoppeld.

•Op het moment dat een RtC binnenkort en het experiment start, kan de onderstaande informatie worden benut als input voor het proces.

•Van belang is dat de gemeente breed communiceert en heldere verwachtingen schept, onder andere wie het aanspreekpunt is voor RtC, en waar de challenge neergelegd kan worden.

De start

Een challenge start met een aanbod van een groep (buurtgebonden sociale) ondernemers en/of actieve bewoners. Dit kan ook zijn doordat ze hiertoe gestimuleerd worden door een open en uitnodigende houding vanuit onze gemeente. Het aanspreekpunt voor challenges binnen de gemeente bepaalt samen met de initiatiefnemers of het initiatief kansrijk is en verder kan worden ontwikkeld als challenge of dat het een 'gewoon' burgerinitiatief is.

Vooral in de beginfase van de ontwikkeling van het Right to Challenge als instrument is het belangrijk om samen te kijken of een challenge wel de meest voor de hand liggende en geschikte manier van samenwerken met de gemeente is.

Afspraken

Als helder is dat het gaat om een kansrijke challenge maken gemeente en initiatiefnemers samen afspraken over resultaten, waaronder ook de economische en maatschappelijke meerwaarde, de kaders en randvoorwaarden (gewenste ondersteuning/samenwerking) en verantwoording (inhoudelijk, op welke momenten en door wie). De afspraken gaan over de taken die overgenomen gaan worden, welke risico’s hier aan zitten, aan welke kwaliteit de uitvoering moet voldoen en hoe de samenwerking er precies uit ziet.

Ook wordt vastgelegd hoe de verantwoording over de challenge plaats vindt en welke afstemming en terugkoppeling er richting gemeentebestuur plaats vindt.

5.2.7 Evaluatie

Tussentijds en na afronding van een initiatief evalueren we met de initiatiefnemer, inwoners, interne organisatie en eventuele andere belanghebbenden. Wij kijken naar uitvoering, draagvlak, effectiviteit en de financiële en maatschappelijke kosten en opbrengsten. Dit geeft ons inzicht in succes- en faalfactoren, de meerwaarde van het instrument en wat er nog nodig is om het uitdaagrecht in Montferland verder te ontwikkelen. Uiteraard maken we ook gebruik van ervaringen bij andere gemeenten en volgen we landelijke ontwikkelingen.

5.2.8 Communicatie

We brengen het uitdaagrecht onder de aandacht van onze inwoners. In onze communicatie leggen we helder uit hoe Right to Challenge werkt. We doen dit onder andere via de website, social media, ondernemersverenigingen en wijk- en dorpsraden. Met een aanvraagformulier op onze website kunnen inwoners een initiatief indienen. Omdat Right to Challenge maatwerk is, volgt altijd een persoonlijk gesprek. Ook binnen de organisatie communiceren we over Right to Challenge, zodat onze medewerkers initiatieven actief kunnen uitdragen en ondersteunen.

5.3 Petities en burgerinitiatieven

5.3.1 Petities

Een petitie is een verzoek van een groep mensen aan de gemeente. Alle Nederlanders hebben het recht om een petitie in te dienen. In een petitie vragen de ondertekenaars om actie te ondernemen, bijvoorbeeld om een probleem op te lossen. Een petitie lijkt een beetje op een burgerinitiatief, maar de eisen zijn minder streng. Zo is er geen minimum aantal handtekeningen vereist, zoals bij het burgerinitiatief.

Petities worden tegenwoordig vooral online georganiseerd via www.petities.nl. Ook in onze gemeente wordt regelmatig gebruik gemaakt van de mogelijkheid om een petitie in te dienen. Wij hebben geen regels vastgelegd voor het organiseren en indienen van petities.

Spelregels voor een petitie

Het recht van petitie is te vinden in de Grondwet, artikel 5: Ieder heeft het recht verzoeken schriftelijk bij het bevoegd gezag in te dienen.

De enige eis is dat een burger(s) of groep de petitie per brief of e-mail aan de gemeente stuurt of zelf gaat aanbieden. Hiermee wordt een verzoek onder de aandacht van de gemeente gebracht. Bij de gemeente is dit het college van burgemeester en wethouders, de burgemeester of de gemeenteraad. De petitie wordt ingediend:

•Bij het college als het gaat om vragen over uitvoerende werkzaamheden.

•Bij de burgemeester met betrekking tot vragen over openbare orde en veiligheid.

•Bij de gemeenteraad voor vragen over (nieuwe) beleidsaangelegenheden.

Procedure voor een petitie

Wanneer burgers een petitie willen aanbieden nemen zij hiervoor contact op met de gemeente. Indien de petitie aan de raad wordt aangeboden (via de voorzitter van de raad), dan wordt met er een afspraak met de griffie gemaakt over het moment van aanbieden, bijvoorbeeld voorafgaand aan een raadsvergadering.

De indieners worden (in geval de petitie aan de raad is gericht) door de griffie op de hoogte gehouden over het verloop van de procedure. Als de petitie gericht is aan de burgemeester of het college worden indieners op de hoogte gehouden via het bestuurssecretariaat.

Het online e-petitieloket (www.petities.nl) zorgt ervoor dat de petitie een goed proces doorloopt en het helpt de indiener de petitie op het juiste moment bij de juiste persoon of personen in te dienen.

5.3.2 Burgerinitiatieven

Een burgerinitiatiefvoorstel is een verzoek dat een initiatiefgerechtigde kan indienen om een bepaald onderwerp op de agenda van de gemeenteraad te plaatsen. In tegenstelling tot een petitie gelden er voor een burgerinitiatief wel een aantal voorwaarden. De gemeente Montferland heeft de “Verordening burgerinitiatief 2011” die op 29 december 2010 in werking is getreden. Hierin is geregeld waaraan een burgerinitiatief dient te voldoen en welke procedure daarvoor gevolgd wordt.

Spelregels van een burgerinitiatief

Een verzoek om een burgerinitiatief op de agenda te plaatsen is niet geldig als niet wordt voldaan aan de volgende voorwaarden:

•Een burgerinitiatief dient ingediend te worden door een inwoner van onze gemeente die voldoet aan de vereisten van het kiesrecht met uitzondering van de leeftijdsbepaling;

•Ieder initiatief dient ondersteund te worden met 150 handtekeningen;

•Het onderwerp van het initiatief valt onder de bevoegdheid van de raad;

•Het onderwerp betreft geen vraag over gemeentelijk beleid;

•Het onderwerp gaat niet over een onderwerp waarover de raad in minder dan 12 maanden voor indiening van het initiatief al een besluit heeft genomen;

•Het initiatief mag niet gaan over een klacht over een gedraging van het gemeentebestuur of bezwaren tegen een besluit van het gemeentebestuur. Hiervoor geldt de Algemene wet bestuursrecht.

Procedure van een burgerinitiatief

Het verzoek om een burgerinitiatiefvoorstel op de agenda van de raad te plaatsen dient schriftelijk ingediend te worden bij de burgemeester. Het verzoek moet een nauwkeurige omschrijving bevatten van het initiatief, inclusief een toelichting, NAW-gegevens, geboortedatum en handtekening van de verzoeker en zijn/haar plaatsvervanger en een lijst met ondertekenaars (inclusief NAW-gegevens, geboortedatum en handtekening) die het verzoek ondersteunen. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van een standaard formulier uit de verordening burgerinitiatief van onze gemeente.

De gemeenteraad beslist in de eerstvolgende vergadering en na minstens twee weken na indiening van het initiatief of het op de agenda van de vergadering van de raad wordt geplaatst. Als het verzoek niet voldoet aan de voorwaarden wordt het doorgestuurd naar het bevoegde bestuursorgaan. Als het verzoek voldoet aan de voorwaarden wordt het als agendapunt op de eerstvolgende raadsvergadering opgenomen.

De griffier nodigt de verzoeker van het initiatiefvoorstel schriftelijk uit voor de vergadering om het initiatief nader mondeling toe te lichten in de raadsvergadering. De raad neemt een besluit over het burgerinitiatief en

voorziet dit besluit van een deugdelijke motivering. Dit besluit wordt, inclusief motivering, binnen twee weken aan verzoeker medegedeeld en binnen drie weken gepubliceerd.

Als het initiatief niet aan de gestelde voorwaarden voldoet, wordt het doorgestuurd aan het college. Het college zorgt dan minimaal twee werkdagen voor de gemeenteraadsvergadering voor een reactie met college- overwegingen op het initiatiefvoorstel.

5.6 Bewonersinitiatieven

5.6.1 ACTIE-instrument

Bij bewonersinitiatieven is het van belang om een goede balans te vinden tussen verwaarlozen en het overnemen van (onderdelen) van een initiatief, tussen sturen en loslaten, tussen teveel en te weinig en te actief en te passief.

Het ACTIE-instrument (uit “Burgers maken hun buurt”- Platform 31) geeft hiervoor handreikingen. Aan de hand van de vijf letters ACTIE (Animo, Contacten, Toerusting, Inbedding en Empathie) komen de belangrijkste overwegingen aan de orde die helpen bepalen welke ondersteuningsbehoefte er voor een initiatief nodig is.

Bij elk initiatief brengen we aan de hand van de volgende vragen in beeld wat de ondersteuningsbehoefte is van het bewonersinitiatief.

A: ANIMO

Wat zijn de motivaties en drijfveren voor het initiatief (waarom-vraag)? Wat betekent dit voor de andere buurtbewoners? Hoe verhoudt deze motivatie zich tot de doelen die wij als gemeente hebben in de buurt? Zijn er veiligheids- of juridische bezwaren? Kunnen we hierbij aansluiten als gemeente? Of moeten we bijsturen of kaders meegeven?

C: CONTACTEN

Tot wie is het initiatief gericht? Alleen eigen groep of ook andere groepen? Wat zijn de contacten met buurtgenoten, organisatie in de buurt en instanties? Met wie werken ze al samen en met welke zou samenwerking nuttig kunnen zijn? Is er sprake van een ongewenste éénzijdige samenstelling?

Kunnen we de samenwerking versterken als gemeente? (Bijvoorbeeld door initiatiefnemer in contact te brengen met vergelijkbare initiatieven of contacten en instanties van buiten de groep die kunnen bijdragen aan het initiatief.)

T:TOERUSTING

Beschikt de groep bewoners over voldoende middelen (geld of natura), tijd en vaardigheden? Moeten we uitgaan van eigen kracht of moeten we die aanreiken? Welke ondersteuning heeft initiatiefnemer nodig? Zijn er creatieve oplossingen om initiatiefnemer te helpen zoeken hierin (bijvoorbeeld naar extra vrijwilligershulp, geld/subsidies etc.)

I: INBEDDING

Op welke manier zijn organisaties ingericht om initiatieven te ondersteunen? Moeten we uitgaan van de logica van burgers of van de logica van professionele organisaties? Wie zijn binnen de gemeente en/of andere organisaties partners van dit initiatief? Moeten we bemiddelen als een makelaar tussen de verschillende organisaties? Is het nodig om bij collega’s het initiatief te helpen bevorderen door een flexibele toepassing van regels en procedures (‘ja, mits’ i.p.v. ‘nee-tenzij’)?

E: EMPATHIE

Tonen we als professionele organisatie betrokkenheid of dienstbaarheid? Hebben initiatiefnemers het gevoel gehoord te worden en wordt er serieus gereageerd op wat ze doen? Is er gevoel dat ze bij onze gemeente terecht kunnen voor vragen en hulp? Is er voldoende duidelijk wat er van elkaar verwacht kan worden?

5.6.2 Onze visie op bewonersinitiatieven

Om bewonersinitiatieven succesvol te laten zijn, hanteren we een aantal uitgangspunten en afspraken:

•We sluiten zoveel mogelijk aan bij de eigen motivatie van de initiatiefnemer (zo min mogelijk inhoudelijke kaders);

•We zorgen voor eenduidige regelgeving rondom de verantwoording van het initiatief;

•We geven vooraf helderheid aan de initiatiefnemer bij het stellen van eigen politieke prioriteiten en kaders;

•We doen wat we zeggen. Als we eenmaal steun hebben toegezegd, komen we die belofte ook na. En we accepteren dat inwoners aan initiatieven een eigen invulling geven.

•We zorgen voor een vaste contactpersoon per initiatief in onze organisatie.

•We zorgen voor een optimale ondersteuning door materialen of kennis beschikbaar te stellen;

•We laten procedures van vergaderingen optimaal aansluiten op beschikbaarheid van inwoners;

•We proberen zo pragmatisch mogelijk om te gaan met de initiatieven en eventuele knelpunten;

•We maken heldere afspraken over de rol van het college en/of de gemeenteraad bij bewonersinitiatieven (zeker bij coproductie en initiatieven in de openbare ruimte die invloed en/of effect hebben op de organisatie of begroting).

•We zijn duidelijk over regelgeving die beperkingen oplevert voor bewonersinitiatieven.

5.6.3 Faciliteren van initiatieven

Nadat we via het ACTIE-instrument inzicht hebben in het initiatief, bepalen we welke ondersteuning er vanuit de gemeente nodig is voor het initiatief. Dat ondersteunen kan bestaan uit de volgende mogelijkheden:

•Faciliteren op verschillende niveaus: ambtelijk/bestuurlijk, praktisch/inhoudelijk, intern/extern, procesmatig. Kies de juiste rol: sparringpartner, adviseur, financier, bemiddelaar of door gewoon een podium te bieden.

•Ondersteunen bij het vormgeven van het proces door bijvoorbeeld te helpen of te adviseren over een bewonersavond of over de wijze van communiceren.

•Materialen beschikbaar stellen zoals een vergaderlocatie, een printer/drukwerk, een publicatie in de huis-aan-huiskrant en/of op de website, een stuk grond, etc.

•Kennis beschikbaar stellen door een initiatiefnemer in contact te brengen met een collega of vakspecialist met specifieke kennis over bijvoorbeeld het onderhoud van een natuurspeelplek.

•Faciliteren door de juiste vergunningen spoedig te verlenen en mee te denken hierin. En door te zorgen voor interne afstemming binnen de gemeente. Het is voor een initiatiefnemer nogal frustrerend als er binnen de gemeente verschillend tegen het initiatief aangekeken wordt.

•Helpen bij het vinden van financiering (bijvoorbeeld subsidiemogelijkheden bij andere overheden) of door de initiatiefnemer te verbinden aan organisaties zoals de KNHM foundation die actieve burgers kosteloos bij het verbeteren van hun leefomgeving.

Om de initiatieven te kunnen ondersteunen is het belangrijk dat hiervoor voldoende middelen en capaciteit beschikbaar is. Dit is een belangrijke randvoorwaarde.

5.6.4 Stimuleren van initiatieven

Om de eigen kracht van onze inwoners te benutten gaan we initiatieven stimuleren. Zo hebben we een subsidieregeling Leefbaarheidsinitiatieven Montferland om activiteiten te stimuleren die zich richten op het verbeteren van de leefbaarheid. Het gaat hier onder andere om het verbeteren van de infrastructuur in een kern en het aanbieden van activiteiten gericht op zorg en dienstverlening aan inwoners. De subsidie kan worden aangevraagd door een in Montferland gevestigde rechtspersoon, ingeschreven bij de Kamer van Koophandel. Bewonersinitiatieven zullen daarom via een bedrijf (ondernemer), stichting, wijk- of dorpsraad, vereniging (van eigenaars) of coöperatie moeten worden georganiseerd.

Andere voorbeelden of manieren om initiatieven te stimuleren zijn:

•Het inzichtelijk maken van mogelijkheden door in beeld te brengen waar bewoners in de openbare ruimte aan de slag mogen. Bijvoorbeeld door braakliggende terreinen in kaart te brengen of adoptiebeleid voor openbaar groen op te stellen.

•Vast aanspreekpunt in onze organisatie, waar initiatiefnemers die rondlopen met een goed idee terecht kunnen. (Bijvoorbeeld een initiatievenmakelaar.)

•Waarderen van vrijwilligers, door bijvoorbeeld een vrijwilligersdag te organiseren of een bedankje te sturen.

•Inspireren door te laten zien wat er al gebeurt in de gemeente en zichtbaarheid geven aan initiatieven, door middel van een participatie- of initiatievenkaart.

De mate waarin we hier als gemeente mee aan de slag is afhankelijk van beschikbare middelen en capaciteit.

Hoofdstuk 7: Inbedding in de organisatie

7.2 Vaardigheden en expertise

7.2.1 Regisseur/adviseur participatie

In de organisatie wordt een regisseur/adviseur participatie benoemd. Die heeft als taak om het bestuur en de organisatie het participatief werken eigen te maken. Deze persoon is verantwoordelijk voor de vertaalslag naar de praktijk; organiseert trainingen, coacht, signaleert, adviseert en jaagt aan. Deze persoon is de vraagbaak voor collega’s en faciliteert hen in het zelf doen en vervult een kritieke rol in het borgen van inwonersparticipatie in de organisatie. (Tijdbesteding naar verwachting 1 fte). Deze persoon neemt ook de Right to Challenge onder de hoede en is het vaste interne aanspreekpunt (vraagbaak) voor initiatieven uit de samenleving. Deze initiatieven worden in principe gefaciliteerd door de vakspecialisten. Echter voor afdelingsoverstijgende initiatieven is de regisseur participatie verantwoordelijk voor de coördinatie en zorgt voor de afstemming met diverse vakspecialisten.

7.2.2 Kopgroep participatie

Naast de regisseur/adviseur participatie komt er een kopgroep met medewerkers die naast hun reguliere taken een extra stapje willen zetten in het versterken van participatie in de organisatie. Zij zijn de koplopers/ambassadeurs die participatie als een olievlek in de organisatie gaan verspreiden, een aanjaagfunctie hebben en collega’s inspireren en te enthousiasmeren. Met als doel om participatie naar een hoger niveau te brengen zonder de verantwoordelijkheid van participatieprocessen over te nemen. Die verantwoordelijkheid ligt bij de betreffende vakspecialisten, projectleiders en beleidsmedewerkers. De kopgroep krijgt mandaat van het management en mag zich gevraagd en ongevraagd met participatieprocessen bemoeien.

7.2.3 Continuïteit en kennis

In de gemeentelijke organisatie wordt extra aandacht besteed aan opleiding en ook de overdracht van kennis en vaardigheden op het gebied van participatie. Enerzijds om mensen goed op te leiden, anderzijds om te voorkomen dat kennis verloren gaat wanneer mensen de organisatie verlaten.

Om het kennisniveau op peil te krijgen en onze organisatie te leren werken met deze nieuwe werkwijze worden trainingen georganiseerd. Trainingen die niet alleen gebaseerd zijn op theoretische kennis, maar vooral worden ingestoken vanuit praktijkervaringen met concrete tools waarmee ze ons participatiekader leren toepassen en eigen participatieprocessen kunnen inrichten en uitvoeren.

Door onze eigen organisatie te trainen voorkomen we dat voor elk participatietraject een extern bureau wordt ingehuurd waardoor er geen eenduidige werkwijze en uniforme aanpak is. Indien een extern bureau wordt ingehuurd voor de vakinhoudelijke expertise, zullen de medewerkers zelf de regierol voor participatie oppakken en houden. Het bureau voert de participatie uit onder regie en verantwoordelijkheid van de medewerkers.

7.2.4 Bestuurlijke inbedding

De ambities die we met participatie hebben, moeten ook politiek en bestuurlijk worden gedragen. Zij zijn de volksvertegenwoordigers en in hun rol cruciaal voor het bouwen aan vertrouwen tussen de gemeente en de samenleving. Ruggensteun geven aan participatieprocessen en de uitkomsten uit de processen serieus nemen in de besluitvorming zijn daarbij belangrijk. Evengoed is de raad en/of het college verantwoordelijk voor de randvoorwaarden van een goede participatie, zoals voldoende ambtelijke capaciteit en middelen. Het is dus belangrijk dat college en raad meegroeien in de ontwikkeling van participatie die we met dit participatiekader voor ogen hebben.

Dat doen we op drie manieren:

•Regelmatig richting college en raad communiceren over voortgang en successen en hen betrekken in de evaluatie van de participatieprocessen.

•Minimaal jaarlijks een themabijeenkomst of workshop organiseren over hun eigen rol en toegevoegde waarde bij inwoner- en overheidsparticipatie.

•Participatie opnemen in het introductieprogramma voor nieuwe raadsleden (na verkiezingen).

7.3 Inbedding in werkprocessen

7.3.1 Paragraaf in college- en raadsvoorstellen

In onze organisatie blijft inwonersparticipatie constant onderwerp van gesprek. Daarom wordt in elk collegevoorstel en/of raadsvoorstel een participatie- en communicatieparagraaf opgenomen met basisinformatie over het al dan niet inzetten van participatie en de te nemen stappen.

In het collegevoorstel wordt gemotiveerd aangegeven of er participatie gaat plaats vinden, met welk doel, op welk niveau en met welke doelgroepen. Als er geen participatie plaats vindt of als alleen voor mee-weten wordt gekozen, dan wordt dat gemotiveerd aan de hand van de checklist in bijlage 1. Ook de financiële en personele consequenties (benodigde capaciteit en middelen voor het vormgeven en uitvoeren van het participatieproces) wordt in dit college en/of raadsvoorstel opgenomen.

7.3.2 Startnotitie (beleid) /projectplan

Voor alle beleidsplannen en nota’s wordt een startnotitie opgesteld. Hierin wordt beschreven hoe de participatie plaats vindt, volgens de stappen uit dit participatiekader. De startnotitie wordt vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders en gaat ter kennisname naar de raad. Zo is de raad aan de voorkant op de hoogte van het participatieproces dat gevolgd gaat worden.

Voor projecten (zoals herinrichtingsplannen en gebiedsontwikkelingen) waarvoor een omvangrijk participatieproces nodig is wordt een projectplan opgesteld door de projectleider. In dit projectplan is participatie en communicatie een vast onderdeel. Het projectplan wordt vastgesteld door het college, of in uitzonderlijke gevallen in de gemeenteraad.

Dit zorgt er ook voor dat in het projectplan gewaarborgd wordt dat er voldoende capaciteit en middelen voor participatie in het project wordt vrij gemaakt. Het projectplan is vaak gericht op projecten in de uitvoering waarvoor reeds budgetten beschikbaar zijn. Hier is het college bevoegd gezag en verantwoordelijk voor de participatie.

7.4 Ontwikkelen van hulpmiddelen voor participatie

7.4.1 Toolbox

We hebben gezien dat er vele werkvormen voor participatie te gebruiken zijn, zeker nu ook digitale werkvormen een toevlucht hebben genomen. De werkvorm hangt af van de doelgroep die we willen betrekken en van het participatieniveau dat we kiezen. Het is dan ook belangrijk dat er keuze en inspiratie in de organisatie aanwezig is voor de juiste werkvorm. Daarom zorgen we voor een participatietoolbox.

Een participatietoolbox biedt concrete handvatten waarmee medewerkers direct vooruit worden geholpen. Hierin kunnen worden opgenomen:

1De checklist in bijlage 1

2Het stroomschema in bijlage 2

3Het stappenplan om het participatievoorstel te formuleren uit hoofdstuk 4.5

4Een kit met methodes en werkvormen per participatieniveau en voor verschillende doelgroepen.

5Een voorbeeld participatievoorstel in een startnotitie.

De toolbox kunnen we zelf maken en ontwikkelen, of we kiezen ervoor om eentje aan te schaffen (bijvoorbeeld THiNK!-tools voor werkvormen) of gebruik te maken van een voorbeeld van een andere gemeente. Ook vanuit LEAN en waarderend onderzoeken is gesproken over een toolbox. Het heeft de voorkeur om hierbij aan te sluiten of om een combinatie te maken.

Om ervoor te zorgen dat de toolbox daadwerkelijk wordt gebruikt door medewerkers is aandacht in de communicatie nodig, zowel bij de introductie als daarna.

De toolbox maken we ook beschikbaar voor initiatiefnemers. Want ook voor hen kan het tot inspiratie leiden in hun relatie en samenwerking met ons. En vanuit de Omgevingswet wordt immers van inwoners verwacht dat zij bij eigen initiatieven zelf invulling geven aan participatie met hun directe omgeving. Door de toolbox aan te bieden aan initiatiefnemers stimuleer je hun rol in participatie (zoals ook aangegeven in hoofdstuk 6).

7.4.2 Spelregels voor participatie van initiatiefnemers

Om participatie bij initiatiefnemers te stimuleren geven we hen spelregels mee (zie hoofdstuk 6). Hiervoor ontwikkelen we een Montferlandse leidraad voor participatie van initiatiefnemers naar het voorbeeld van Delfts Doen en de handreiking burgerparticipatie van de gemeente Meierijstad. Deze spelregels stellen we op onze website beschikbaar voor initiatiefnemers.

Ook gaan we een folder/flyer ontwikkelen voor onze inwoners, waarin staat hoe wij hen gaan betrekken bij onze werkzaamheden en projecten. Zo weten zij hoe wij onze participatieprocessen inrichten en hoe we de

keuzes hierin maken. Het stroomschema en de beslisboom uit dit rapport kunnen onze inwoners helpen om onze keuzes beter te begrijpen.

7.4.3 Website

Om de participatie met onze inwoners en maatschappelijke partners beter en efficiënter uit te kunnen voeren gaan we gebruik maken van een digitaal platform voor participatie. Deze is eenvoudig te implementeren (via de website) of gewoon online beschikbaar. Het is te gebruiken voor vele participatieprocessen en ook om meerdere trajecten tegelijk in te richten. Het kan beschikbaar gesteld worden via onze website. Er zijn vele vormen en mogelijkheden en afhankelijk van de keuzes die worden gemaakt, hangt er een kostenplaatje aan. Platforms kunnen ook specifiek op één project worden ingezet.

Ook inwoners moeten weten wat er op gebied van participatie wordt gedaan en bij wie ze terecht kunnen voor vragen. En de spelregels voor participatie moeten voor initiatiefnemers beschikbaar zijn. Daarvoor gaan we op onze website een pagina inrichten met alle informatie die nodig is. Hier kunnen ook projecten en plannen waarvoor een participatieproces wordt opgestart of uitgevoerd een plek krijgen.

Voorbeelden van participatieplatforms:

➢ Ikpraatmee.nl van SIR (gemeenten Dronten, Hof van Twente, Twenterand, Wierden en Tynaarlo)

➢ Denkmee.nl en onlinestadsgesprek enzovoort (van Citizenlab > 300 lokale overheden)

➢ Buurbook.nl

➢ Maptionnaire (van Smarticipatie)

➢ Argu.co

➢ Info.wijwillendit.nl (initiatievenkaart)

Figuur 14 Voorbeelden van participatieplatforms

Zo hebben inwoners altijd zicht op de verschillende mogelijkheden waarin en waarover ze mee mogen praten en denken.

7.4.4 Participatie app

De gemeente is voornemens om een app te laten ontwikkelen, waar in ieder geval meldingen voor de openbare ruimte kunnen worden gedaan. Er zijn vele mogelijkheden en apps beschikbaar, ook specifiek gericht op participatie. De voorkeur gaat uit naar één gemeente app voor alle inwoners en ondernemers in de gemeente Montferland waar alles in zit (inclusief participatie). De app van Locali is hiervoor heel geschikt.

Voorbeelden van participatie-apps:

➢ www.youmee.nl

➢ www.locali.nu

➢ Geospraak (Meepraat App van www.idgis.nl)

➢ www.gemeentepeiler.nl

➢ www.burgerparticipatieapp.nl

➢ Hoplr.com

Figuur 15 Voorbeelden van participatie-apps

Bijlage 1: Checklist/beslisboom “Is een onderwerp geschikt voor participatie?”

Deze beslisboom gebruiken we altijd bij de start van elk project, beleidsplan of werk en wordt gebruikt om in te schatten of er een participatievoorstel inclusief budget en capaciteit moet worden opgesteld. Indien de conclusie is dat er beïnvloedingsruimte is binnen een project, beleidsplan of werk, dan wordt altijd een communicatie/participatieparagraaf als onderdeel van de startnotitie opgesteld volgens het stappenplan uit dit beleid. Als die ruimte er niet is, wordt aan de hand van deze checklist beargumenteerd waarom participatie beperkt blijft tot mee-weten en een actieve inbreng van participanten niet mogelijk zou zijn.

Komt het onderwerp in aanmerking voorbeïnvloeding door betrokkenen?

1.

Is er voldoende juridische ruimteom te participeren?

a.Is er sprake vaneen wettelijke regeling, subsidieregeling of verordening zonder lokale beleidsruimte?

(Let op:verordeningen kunnen op onderdelen beleidsruimte hebben en dan wel geschikt kunnen zijn voor participatie.)

Ja -> participatie beperkt tot mee- weten/informeren

Nee, ga verdernaar 1b.

b.Gaat hetom (wijzigingen in) gemeentelijke belastingen, heffingen of leges?

Ja -> participatie beperkt tot mee- weten/informeren

Nee -> verder naar 1c

c.Is sprakevan een bezwaar- en beroepsprocedure?

(Let op: de participatie heeft dan vaak al plaats gevonden en het gaat hier dan om een bekendmaking van een besluit.)

Ja -> participatie beperkt tot mee- weten/informeren

Nee -> verder naar 1d

d.Is er sprake vanonvermijdelijke en noodzakelijke spoedeisende besluitvorming? (Bijvoorbeeld noodverordeningen etc.)

Ja -> participatie beperkt tot mee- weten/informeren

Nee -> verder naar 1e.

e.Is er sprake van directe instructieregels van het rijk of de provincie?

Ja -> participatie beperkt tot meeweten/informeren

Nee -> verder naar 2

2.

Is er voldoende inhoudelijke ruimte om te participeren?

a.Biedt het beleid of project voldoende ruimte voor verschillende opties of scenario’s zonder dat de uitkomst op voorhand vastligt? (Meerdere inwoners en organisaties moeten wel kunnen meepraten en keuzes kunnen maken. Als de beleidskeuzes al gemaaktzijn kan er niets meer met de inbreng

worden gedaan)

Nee-> participatie beperkttot mee- weten/informeren

Ja -> verdernaar 2b.

b.Gaat het om een zwaarwegende beslissing in het algemeen belang?

(Bijvoorbeeld groteeconomische of maatschappelijke ontwikkelingen die nodig zijn voor hetvoorzieningenniveau of de leefbaarheid.)

Ja -> participatie beperkt tot mee- weten/informeren

Nee -> verder naar 3.

3.

Is het onderwerp belangrijk en herkenbaar voor participanten?

a.Is hetonderwerp van belangen herkenbaar voor participanten? (Gebruik hiervoor ook de top 10 van onderwerpen. En let op dat het onderwerp niet te technisch, juridisch of abstract is.)

Nee-> participatie beperkttot mee- weten/informeren

Ja -> verder naar 4.

4.

Is er commitment bij alle betrokkenen?

a.Is er politiek, bestuurlijk en ambtelijk bereidheid (onderwerp en proces) om ruimte te geven én daadwerkelijk rekening te houden met de uitkomsten?

Let op: dit moet wel onderbouwd worden. Geen zin is geen goed argument.)

Nee -> participatie beperkt tot mee- weten/informeren

Ja -> verder naar 4b.

b.Is het gemeentebestuur bereid om de uitkomst van participatie te accepteren als deze binnen de gestelde randvoorwaarden past?

(Ook als dit volgens het gemeentebestuur niet de meest optimale oplossing is?)

Nee -> participatie beperken tot niveau meeweten

Ja -> verder met 4c.

c.Is het gemeentebestuur bereid om de uitkomst van participatie te accepteren als deze binnen de gestelde randvoorwaarden past?

(Ook als dit volgens het gemeentebestuur niet de meest optimale oplossing is?)

Nee -> geen participatie, reguliere bezwaar- en beroepsprocedures gebruiken.

Ja -> verder naar 5

5.

Overige randvoorwaarden?

a.Wordt het proces gefrustreerd door deadlines in het project?

Denk aan bestuurlijke toezeggingen, deelprojecten, subsidies, enz.?

Ja, participatie beperken tot niveau meeweten.

Nee -> verder naar 5b.

b.Is de materie over het onderwerp open en transparant (te maken)?

Nee -> participatie beperken tot niveau meeweten

Ja -> verder naar 5c

c.Is er voldoende organisatorische capaciteit, tijd, kennis en financiële ruimte voor een goede (bege)leiding van het participatieproces?

(Houd er rekening mee dat de situatie soms kan vragen om een professionele en/of onafhankelijke procesbegeleiding.)

Ja -> geschikt voor participatie, participatievoorstel vormgeven aan de hand van het stroomschema in H 3.5

Nee, dan bestuurlijke heroverweging om participatie alsnog mogelijk te maken (aanpassen randvoorwaarden.)

Bijlage 2: Stroomschema participatie

Stroomschema participatie

Bijlage 3: Begrippenlijst participatiekader

•Beleid: een sturingsmiddel waarmee de gemeente aan de slag gaat voor het realiseren van bepaalde doelstellingen

•Bewonersinitiatief: Initiatieven van inwoners, maatschappelijke organisaties en bedrijven die lokaal van belang zijn of een lokaal hebben of een combinatie daarvan.

•Bewonersparticipatie: Het informeren, meedenken, meewerken en/of meebeslissen van/door belanghebbenden bij de invulling en/of uitvoering van (bouw)activiteiten, projecten en beleid.

•Burgerinitiatief: een voorstel die een kiesgerechtigde in Nederland mag doen om een bepaald onderwerp op de politieke agenda te laten plaatsen.

•Initiatiefnemer: een burger, bedrijf, instelling of andere organisaties die een activiteit wil ondernemen in de fysieke leefomgeving.

•Inspraak: de wettelijke mogelijkheden om te reageren op voorgenomen besluiten en beleid van de gemeente voordat daarover een besluit wordt genomen.

•Kaders/randvoorwaarden: feiten die aan de inspraak of participatie ten grondslag liggen, waarop het bestuursorgaan geen invloed heeft, dan wel door de gemeenteraad of het college van Burgemeester en Wethouders aan inspraak of participatie vooraf meegegeven kaders.

•Ketenpartners: een persoon, instelling of dienstverlener buiten onze organisatie, die een bijdrage levert aan de totstandkoming of levering van het product of de dienst of die professioneel betrokken is bij het product of de dienst.

•Maatschappelijke organisaties: een aantal verenigde personen of een semi-publieke organisatie met een maatschappelijke doelstelling of belang.

•Overheidsparticipatie: De manier waarop de gemeente ondersteuning geeft of een bijdrage levert aan initiatieven van inwoners, maatschappelijke organisaties, bedrijven of andere belanghebbenden. Deze ondersteuning kan de vorm aannemen van loslaten, stimuleren, faciliteren, regisseren en reguleren.

•Petitie: een instrument van burgers om volksvertegenwoordigers een signaal te geven dat handelen noodzakelijk is.

•Uitdaagrecht/Right to Challenge: recht van ingezetenen en lokale maatschappelijke organisaties om een verzoek bij het bevoegde bestuursorgaan in te dienen om de feitelijke uitvoering van een gemeentelijke taak over te nemen, als zij denken deze taak beter en goedkoper uit te kunnen voeren.

•Zienswijze: een wettelijke mogelijkheid om een reactie in te dienen op een ontwerpbesluit van de gemeente. De gemeente legt het ontwerp ter inzage. Iedereen kan daarop reageren voordat de gemeente definitief een besluit neemt. Het kan bijvoorbeeld gaan om een ontwerp-omgevingsplan of een ontwerp- omgevingsvergunning.

Bijlage 4: Participatiekader: Richtlijn samenwerking wijk-, dorps- en plattelandsraad

Aanleiding

Wijk- en Kerngericht werken richt zich op het versterken van de relatie tussen kernen, inwoners en de gemeente, met als doel de betrokkenheid van de gemeenschap te vergroten. De wijk-, dorps- en plattelandsraad van Montferland zien wij als schakel met de gemeenschap. Met hun inzicht in de lokale situatie dienen zij als klankbord en gesprekspartner voor de gemeente. De gemeenteraad heeft bij het vaststellen van het Participatiekader gemeente Montferland 2021 aangegeven dit belang van de wijk-, dorps- en plattelandsraad te missen. Daarom hebben zij nadrukkelijk de wens geuit dat de rol van de wijk-, dorps- en plattelandsraad beter gedefinieerd moet worden. Bij de gemeente Montferland zijn twee participatiecoördinatoren aangesteld als contactpersoon voor de wijk-, dorps- en plattelandsraad. In die hoedanigheid is er een richtlijn opgesteld waarin het belang van de samenwerking tussen de wijk-, dorps- en plattelandsraad en de gemeente wordt vastgelegd.

Doelstelling

Wijk- en Kerngericht Werken

Het Wijk- en Kerngericht Werken richt zich op het versterken van de relatie tussen kernen, inwoners en de gemeente, met als doel de betrokkenheid van de gemeenschap te vergroten. Dit gebeurt door een zichtbare aanwezigheid van de gemeente in de kernen. Hierbij wordt er niet alleen actief geluisterd naar wat er leeft onder de inwoners, maar worden signalen, waar mogelijk, meegenomen in beleid en acties. Op deze manier ontstaat er een wederzijdse uitwisseling, waarin zowel de gemeente als de inwoners bijdragen aan het vormgeven van initiatieven en beslissingen die aansluiten bij de behoeften van de gemeenschap.

Rol van participatiecoördinatoren

De participatiecoördinatoren ondersteunen bij participatieprocessen, projecten en beleidsvorming en vervullen de rol van aanjager en verbinder. Zij nemen deel aan (informatie)bijeenkomsten en sluiten aan bij initiatieven zoals inloopuren, om zo direct in contact te komen met bewoners, verenigingen en buurtverbinders. Daarnaast wonen de participatiecoördinatoren regelmatig vergaderingen van de dorps-, wijk- en plattelandsraden bij en fungeren als hun vaste contactpersonen. De participatiecoördinatoren werken nauw samen met de wijk-, dorps en plattelandsraad om dat wat er leeft in de gemeenschap op te vangen. Relevante signalen zetten zij vervolgens uit bij de juiste afdelingen binnen de gemeente. Daarnaast onderhouden de participatiecoördinatoren ook de banden met organisaties zoals Welcom en Plavei.

Belang wijk-, dorps- en plattelandsraad

De wijk-, dorps- en plattelandsraad vervullen een belangrijke rol in het wijk- en kerngericht werken. Met hun inzicht in de lokale situatie dienen zij als klankbord en gesprekspartner voor de gemeente. Ze zijn daarmee een cruciale schakel in de gemeenschap. De wijk-, dorps- en plattelandsraad:

•Brengen in kaart wat er leeft in de kernen.

•Schakelen tussen meeweten, meedenken en meewerken bij de vraagstukken afhankelijk van het onderwerp. Zie hoofdstuk 3 van het Participatiekader.

•Zij vertegenwoordigen het algemeen belang van de kern.

•Dienen als eerste aanspreekpunt en informatiepunt voor de kern.

Uitvoering en afspraken

Stimulering wijk-, dorps- en plattelandsraad

Wanneer een kern geen actieve wijk- of dorpsraad heeft, zet de gemeente zich actief in om het oprichten hiervan te stimuleren. Hoewel het initiatief uiteindelijk vanuit de gemeenschap zelf moet komen, blijven wij dit aanmoedigen, vooral in kernen waar al langere tijd geen raad actief is. Bij de uitvoering van een campagne om nieuwe wijk-, en dorpsraden op te zetten, wordt er gebruik gemaakt van de kennis van de bestaande wijk-, dorps- en plattelandsraad.

Regelmatig contact met wijk-, dorps- en plattelandsraad

De participatiecoördinator onderhoudt maandelijks contact met de wijk-, dorps- en plattelandsraad, per e-mail, telefonisch of persoonlijk. Dit regelmatige contact zorgt ervoor dat informatie, signalen en behoeften tijdig met elkaar uitgewisseld worden.

Vroegtijdig informatievoorziening

In een vroeg stadium worden de wijk-, dorps- en plattelandsraad zoveel mogelijk door de gemeente geïnformeerd over projecten, ontwikkelingen of initiatieven die door inwoners worden aangedragen. Dit stelt hen in staat om tijdig meningen en zorgen van de gemeenschap te verzamelen en terug te koppelen aan de gemeente. Het is belangrijk dat de wijk-, dorps- en plattelandsraad de belangen van de inwoners uit hun kern behartigen en kunnen informeren over de manier waarop ze dit hebben aangepakt. Door vroegtijdige informatie kunnen lokale gevoeligheden en mogelijke bezwaren vroeg worden gesignaleerd, waardoor deze in de besluitvorming kunnen worden meegenomen.

Jaarlijkse bijeenkomst

De gemeente organiseert één keer per jaar een bijeenkomst met het bestuur van alle wijk-, dorps- en plattelandsraden. De participatiecoördinatoren en een afvaardiging van het college van B&W zijn hierbij aanwezig. Deze bijeenkomst is belangrijk omdat het een platform biedt voor uitwisseling van kennis en ervaringen, wat bijdraagt aan een sterkere samenwerking en wederzijds begrip tussen de gemeente en de wijk-, dorps- en plattelandsraad.

Financieel

De gemeente stelt een subsidie beschikbaar om de wijk-, dorps- en plattelandsraad financieel te ondersteunen. Voor de reguliere jaarkosten is een subsidie van € 750,- per jaar beschikbaar. Deze subsidie valt onder de subsidieregeling ’Sociale structuur gemeente Montferland 2024’ en staat onder artikel 5.3. De reguliere kosten bestaan onder andere uit vergaderingen, drukwerk, abonnementen en bankkosten. De wijk-, dorps- en plattelandsraad hebben de vrijheid om deze middelen naar eigen inzicht te besteden, zonder verantwoording aan de gemeente af te leggen.

Daarnaast biedt de gemeente incidentele subsidies aan voor specifieke doelgroepen en voor unieke of vernieuwende activiteiten. Het is van belang dat deze activiteiten voldoen aan de geldende regelingen. De voorwaarden hiervoor zijn te vinden in het document ‘Subsidieregeling Sociale Structuur gemeente Montferland 2024’, beschikbaar op de website: https://www.montferland.info/jaarlijkse-subsidie-maatschappelijke-instellingen.

Publicatie van documenten

De wijk-, dorps- en plattelandsraad plaatsen hun content, zoals notulen, zoveel als mogelijk op OnsMontferland zodra het online platform volledig uitgerold is. Dit online platform, beheerd door en voor inwoners met de steun van buurtverbinders, dient als centrale ontmoetingsplek voor de hele gemeenschap. Door belangrijke documenten zoals notulen op OnsMontferland te delen, zorgen de wijk-, dorps- en plattelandsraad ervoor dat alle relevante informatie op één plek beschikbaar is en gemakkelijk toegankelijk voor iedereen. Hierdoor kunnen bewoners eenvoudig op de hoogte blijven, informatie delen en feedback geven, wat de betrokkenheid en samenhang binnen de gemeenschap versterkt.

Evaluatie

Om ervoor te zorgen dat het beleid effectief blijft en aansluit bij de veranderende behoeften van de gemeenschap, worden er jaarlijks evaluaties uitgevoerd tijdens de jaarlijkse bijeenkomst. Deze evaluaties bieden de gelegenheid om samen met alle wijk-, dorps-, en plattelandsraden te beoordelen of aanpassingen of actualisaties van het beleid noodzakelijk zijn.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.