Aanhef
De gemeenteraad van Molenlanden besluit:
1de gedragscode en handreiking integriteit voor de gemeenteraad vast te stellen;
2de gedragscode voor het college van B&W vast te stellen.
Inleiding
Paragraaf 1. Algemene bepalingen
Artikel 1.1
Deze gedragscode geldt voor de burgemeester en de wethouders, maar richt zich ook tot het college als bestuursorgaan.
Artikel 1.2
In gevallen waarin de code niet voorziet of waarbij de toepassing niet eenduidig is, vindt bespreking plaats in het college.
Artikel 1.3
De code is openbaar en door derden te raadplegen op de website van de gemeente.
Artikel 1.4
De leden van het college worden bij hun aantreden geattendeerd op de Gedragscode.
Paragraaf 2. Voorkomen van belangenverstrengeling
Artikel 2.1
Betaalde en onbetaalde functies die een collegelid vervult worden openbaar gemaakt op de website van de gemeente. Het collegelid levert de informatie over een functie, die openbaar gemaakt moet worden, aan bij de gemeentesecretaris. Wijzigingen meldt het collegelid binnen één week bij de secretaris. De secretaris draagt zorg voor een register.
Artikel 2.2.
De informatie over de betaalde en onbetaalde functies betreft in ieder geval de omschrijving van de functie, de organisatie voor wie de functie wordt verricht en of de functie al dan niet bezoldigd is.
Artikel 2.3
Een collegelid mag zijn invloed en stem niet gebruiken om een persoonlijk belang veilig te stellen of het belang van een ander of van een organisatie bij wie hij een persoonlijke betrokkenheid heeft.
Artikel 2.4
Een collegelid moet actief en uit zichzelf belangenverstrengeling en de schijn daarvan tegengaan.
Artikel 2.5
Een collegelid onttrekt zich van deelname aan stemming als er sprake is van een beslissing waarbij belangenverstrengeling aan de orde is of om kwesties waarbij het gaat om een belang van een individu of organisatie waarbij hij een substantiële betrokkenheid heeft. Het collegelid onthoudt zich van stemming wanneer het gaat dan om kwesties waar hij zelf een (direct) persoonlijk belang bij heeft.
Artikel 2.6
Een collegelid onthoudt zich bij beslissingen waarbij belangenverstrengeling aan de orde is, niet alleen van stemming (zie art. 2.5) maar ook van de beïnvloeding van de opiniëring en besluitvorming in de andere fases van het besluitvormingsproces.
Artikel 2.7
Een collegelid doet er opgaaf van dat hij of zijn/haar partner substantiële financiële belangen heeft – bijvoorbeeld aandelen, opties en derivaten – in ondernemingen waarmee de gemeente zaken doet of waarin de gemeente een belang heeft. Deze financiële belangen zijn openbaar en worden ter inzage gelegd. Ook een tussentijds ontstaan substantieel financieel belang dient opgegeven te worden.
Artikel 2.8
Het collegelid handelt in de uitoefening van hun ambt niet zodanig dat zij vooruitlopen op een functie na aftreden.
De wethouder bespreekt het voornemen tot tussentijdse aanvaarding van een functie na aftreden, met de burgemeester.
Artikel 2.9
Bij privaat-publieke samenwerkingsrelaties voorkomt het collegelid (de schijn van) bevoordeling in strijd met eerlijke concurrentieverhoudingen.
Artikel 2.10
Een oud-collegelid wordt het eerste jaar na de beëindiging van zijn ambtstermijn uitgesloten van het tegen beloning verrichten van werkzaamheden voor de gemeente waaraan hij verbonden was.
Paragraaf 3. Omgaan met informatie
Artikel 3.1
Het college en de burgemeester verstrekken alle inlichtingen die de raad dan wel individuele raadsleden voor de uitoefening van hun taak nodig hebben. Wanneer dit in strijd is met het openbaar belang wordt de informatie onder oplegging van geheimhouding verstrekt.
Artikel 3.2
Het collegelid zorgt ervoor dat vertrouwelijke en geheime informatie waarover hij beschikt veilig wordt bewaard.
Artikel 3.3
Een collegelid dat de beschikking krijgt over gegevens waarvan hij het geheime of vertrouwelijke karakter kent of redelijkerwijs moet vermoeden, is verplicht tot geheimhouding van die gegevens, behalve als de wet hem tot mededeling verplicht.
Artikel 3.4
Een collegelid maakt niet ten eigen bate of ten bate van een ander, gebruik van in de uitoefening van het ambt verkregen informatie.
Artikel 3.5
Een collegelid maakt brieven niet openbaar en stuurt e-mails niet door zonder instemming van de afzender. Bij twijfel over de bedoeling van de afzender informeert hij hier eerst naar.
Paragraaf 4. Omgang met geschenken en uitnodigingen
Artikel 4.1
Een collegelid mag zijn invloed en zijn stem niet laten kopen of beïnvloeden door geld, goederen of diensten die hem zijn gegeven of hem in het vooruitzicht zijn gesteld.
Artikel 4.2
Geschenken en giften die een collegelid uit hoofde van zijn functie ontvangt, worden gemeld. De secretaris zorgt voor een openbare registratie van deze giften en hun gemeentelijke bestemming.
Artikel 4.3
Indien een collegelid geschenken of giften ontvangt die een waarde van minder dan € 50,-- vertegenwoordigen, hoeven deze, in afwijking van artikel 4.2, niet gemeld en geregistreerd te worden en mag het collegelid het geschenk of gift houden. Het gaat in deze situatie om incidentele, kleine attenties, waarbij de schijn van corruptie afwezig of minimaal is.
Artikel 4.4
Een collegelid accepteert geen faciliteiten en diensten van anderen die hem uit hoofde van of vanwege zijn functie worden aangeboden, tenzij het weigeren ervan zijn werk onmogelijk zou maken, én de schijn van corruptie minimaal is.
Artikel 4.5
Een collegelid accepteert lunches, diners, recepties en andere uitnodigingen die door anderen betaald of georganiseerd worden, alleen als dat behoort tot de uitoefening van het werk of de aanwezigheid beschouwd kan worden als functioneel, én tegelijkertijd de schijn van corruptie minimaal is. Het collegelid maakt dit zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen één week na deelname, bekend bij de secretaris. De secretaris houdt hiervan een openbaar register bij.
Artikel 4.6
Geschenken en giften worden niet op het huisadres ontvangen. Indien dit toch is gebeurd, meldt een collegelid dit in het bestuursorgaan waarvan hij deel uit maakt, waarna een besluit over de bestemming van het geschenk wordt genomen.
Paragraaf 5. Gebruik van voorzieningen van de gemeente
Artikel 5.1
Een collegelid gebruikt geen gemeentelijke faciliteiten en financiële middelen voor privédoeleinden.
Artikel 5.2
Een collegelid houdt zich aan het beleid dat is vastgesteld voor het gebruik van interne voorzieningen van algemene aard, zoals vergaderfaciliteiten, computerapparatuur met toebehoren, voorzieningen in de fractiekamer en dergelijke.
Artikel 5.3
Een collegelid houdt zich aan de regelgeving en het beleid dat is vastgesteld met betrekking tot onkostenvergoedingen en declaraties (betreffende de Verordening rechtspositie collegeleden, werkafspraken en ministeriële circulaires).
Artikel 5.4
Een politiek ambtsdrager die het voornemen heeft uit hoofde van zijn functie een buitenlandse reis te maken of is uitgenodigd voor een buitenlandse reis of werkbezoek op kosten van derden, heeft vooraf toestemming nodig van het bestuursorgaan waar hij deel van uitmaakt.
Artikel 5.5
Een collegelid declareert geen kosten die reeds op andere wijze worden vergoed.
Artikel 5.6
In geval van twijfel over een declaratie of over het correct gebruik van een
creditcard door een bestuurder, wordt dit voorgelegd aan de burgemeester of, in het geval van een declaratie door de burgemeester, aan de commissaris van de Koning.
Paragraaf 6. Onderlinge omgang en de gang van zaken tijdens vergaderingen
Artikel 6.1
Collegeleden gaan respectvol met elkaar en met raadsleden, ambtenaren en burgers om. De bejegening is correct in woord, gebaar en geschrift, inclusief social media.
Artikel 6.2
Een collegelid houdt zich tijdens de vergadering aan het reglement van orde en volgt de aanwijzingen van de voorzitter op.
Artikel 6.3
Een collegelid onthoudt zich in woord, gebaar en geschrift, inclusief social media, van persoonlijke uitingen over individuele ambtenaren en raadsleden in vergaderingen en in het openbaar.
Artikel 6.4
Collegeleden gedragen en tonen zich representatief als vertegenwoordiger van de gemeente Molenlanden.
Paragraaf 7. Naleving van de gedragscode
Artikel 7.1
Het college ziet er op toe dat het college en de individuele collegeleden de Gedragscode naleven.
Artikel 7.2
Een collegelid dat twijfelt of een handeling die hij wil verrichten of nalaten een overtreding van de code zou kunnen zijn, wint hierover advies in bij de burgemeester en/of de secretaris.
Artikel 7.3
Als een collegelid vermoedt dat een regel van de gedragscode wordt overtreden door een ander collegelid, dan rust op hem de verplichting om hiervan melding te doen bij de burgemeester en/of de secretaris. Als het vermoeden zich richt op de burgemeester doet het collegelid de melding bij de locoburgemeester en/of de secretaris.
Artikel 7.4
In het geval er een concreet vermoeden is dat een wethouder of de burgemeester een regel van de Gedragscode heeft overtreden, kan de burgemeester (en de cdK in het geval dat het vermoeden over de burgemeester gaat) na overleg met de overige collegeleden besluiten een onderzoek hiernaar te doen verrichten.
Artikel 7.5
Het college bespreekt het thema integriteit tenminste twee maal per zittingsperiode. De actualiteit van de Gedragscode wordt daarbij in ogenschouw genomen.