Aanhef
De burgemeester van de gemeente Molenlanden,
Gelet op
artikel 174 Gemeentewet, artikel 13b Opiumwet, de landelijke Richtlijn inzake opsporings- en vervolgingsbeleid Opiumwetwet, artikel 4:81 Algemene wet bestuursrecht en de Algemene Plaatselijke Verordening Molenlanden,
Besluit
het ‘Coffeeshopbeleid Molenlanden 2023’ vast te stellen.
2. Justitieel beleidskader
2.1 Begrip Coffeeshop
Een coffeeshop is een alcoholvrije horecagelegenheid waarin met inachtneming van gedoogcriteria de verkoop, aflevering of verstrekking dan wel daartoe aanwezigheid van softdrugs wordt gedoogd. Naast de functie van winkel heeft een coffeeshop ook de functie van ontmoetings-/ontspanningsruimte en gebruiksruimte voor cannabis. Deze gelegenheden kunnen ook andere namen voeren zoals bijvoorbeeld koffiehuis of theehuis. In dit beleid wordt de verzamelnaam coffeeshop gebruikt omdat deze naam het meeste is ingeburgerd. Bij een aanvraag voor een inrichting waarbij een andere naam wordt gebruikt, maar bovenstaande wordt bedoeld, is dit beleid ook van toepassing.
2.2 Exploitatievergunning
Het is verboden een coffeeshop te exploiteren zonder te beschikken over een op grond van de Algemene plaatselijke verordening vereiste vergunning voor het exploiteren van een openbare inrichting.
2.3 Gedoogverklaring
Het is verboden een coffeeshop te exploiteren wanneer de burgemeester geen gedoogverklaring heeft afgegeven.
2.4 Bevoegdheden burgemeester
In algemene zin geldt dat de burgemeester verantwoordelijk is voor de handhaving van de openbare orde en veiligheid.
Lokale bevoegdheid
Het Openbaar Ministerie is belast met de handhaving van de verbodsbepalingen in de Opiumwet. Op basis van het opportuniteitsbeginsel – dat er op neerkomt dat het OM kan bepalen of wordt vervolgd, of dat in het kader van het algemeen belang van vervolging wordt afgezien – is een gedoogbeleid ontwikkeld ten aanzien van de verkoop van softdrugs in coffeeshops. Al in 1996 zijn “De Richtlijnen voor het opsporings- en strafvorderingsbeleid inzake strafbare feiten van de Opiumwet” van het OM in werking getreden.
In de richtlijnen wordt onder meer expliciet aangegeven dat het beleid voor coffeeshops, binnen de kaders van de richtlijnen, wordt bepaald in het lokale driehoeksoverleg. De burgemeester kan daarbij een maximumstelsel vaststellen.
Artikel 13b Opiumwet
De burgemeester beschikt op grond van artikel 13b van de Opiumwet over een bestuursrechtelijk handhavingsinstrument, namelijk het opleggen van een last onder bestuursdwang ten aanzien van een woning of lokaal dan wel in of op bij woningen of zodanige lokalen behorende erven, indien daar een middel als bedoeld in lijst I of II van de Opiumwet wordt verkocht, afgeleverd of verstrekt dan wel daartoe aanwezig is. Hij is bevoegd deze woningen, lokalen en erven voor een bepaalde periode te sluiten. Hiermee heeft de burgemeester de bevoegdheid de vergunning van een coffeeshop te weigeren of in te trekken, indien de openbare orde gevaar loopt of het woon- of leefklimaat nadelig wordt beïnvloed. Hierbij dient rekening te worden gehouden met het karakter van de beoogde vestiging en de directe omgeving, de al aanwezige horeca en de wijze van bedrijfsvoering. In het geval van een nul-beleid zal hiervan geen sprake zijn, maar het artikel geeft de burgemeester ook de bevoegdheid de toestemming tot vestiging van een coffeeshop weigeren of een eventueel bestaand verkooppunt te sluiten wanneer deze zich toch vestigt.
Artikel 174 Gemeentewet
Op grond van artikel 174 Gemeentewet is de burgemeester en belast met het toezicht op openbare inrichtingen, zoals coffeeshops, en met de uitvoering van verordeningen die betrekking hebben op dat toezicht. De burgemeester is daarmee het bevoegde gezag betreffende de uitvoering van het lokale coffeeshopbeleid.
Hieruit volgt dat de bevoegdheid om de vestiging van een coffeeshop te reguleren, op te treden tegen overtreding van gestelde voorschriften en de ontwikkeling en vaststelling van beleid expliciet bij de burgemeester ligt.
Artikel 2:28 Algemene Plaatselijke Verordening Molenlanden
Een coffeeshopexploitant is op grond van artikel 2:28 APV exploitatievergunning plichtig. De exploitatievergunning wijkt af van een ‘gewone’ exploitatievergunning door de aanvullende voorschriften.
Een gedoogverklaring van de burgemeester maakt de verkoop van softdrugs mogelijk in de coffeeshop.
De coffeeshop is een alcoholvrije inrichting. Hiervoor is geen Alcoholvergunning nodig.
2.5 Beleidsregels
Op grond van artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan een bestuursorgaan beleidsregels vaststellen met betrekking tot een aan haar toekomende of onder diens verantwoordelijkheid uitgeoefende, dan wel door haar gedelegeerde bevoegdheid.
2.6 AHOJGI- en ruimtelijke criteria
Landelijk zijn er door het Openbaar Ministerie de zogenaamde AHOJGI-criteria vastgesteld, strikte voorwaarden voor het gedogen van coffeeshops. Omdat er gekozen is voor een 0-beleid, wordt in deze beleidslijn niet verder in gegaan op deze criteria.
De burgemeester kan ook ruimtelijke criteria opnemen om overlast te beperken, de controle te kunnen behouden en de drempel tot coffeeshops voor jongeren te verhogen. Om dezelfde reden als voornoemd wordt ook hier niet verder op in gegaan in deze beleidslijn.