Gemeentelijke regelgeving

Nadere regels gebruik van gemeentelijke grond door derden

Gemeente Moerdijk · geldt sinds 16 april 2026

Aanhef

Burgemeester en wethouders van de gemeente Moerdijk, in de vergadering van 31 maart 2026;

Gelet op de bepalingen van artikel 2:10 Algemene Plaatselijke Verordening (APV), die, voor zover van toepassing, als volgt luidt:

“Artikel 2:10 Voorwerpen op of aan de weg of openbare plaats

1Het is verboden de weg of een weggedeelte anders te gebruiken dan overeenkomstig de publieke functie daarvan, als:

a.het beoogde gebruik schade toebrengt aan de weg, gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van de weg of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan, dan wel een belemmering kan vormen voor het doelmatig beheer en onderhoud van de weg;

b.het beoogde gebruik hetzij op zichzelf, hetzij in verband met de omgeving niet voldoet aan de redelijke eisen van welstand.

2Van een belemmering voor de bruikbaarheid van de weg is in ieder geval sprake wanneer niet tenminste een vrije doorgang van 1 meter wordt gelaten op voetpaden en van 3,5 meter op de rijbaan voor fietsers of gemotoriseerd verkeer.

3Het verbod in het eerste lid geldt niet voor de volgende voorwerpen mits wordt voldaan aan de door het college in het belang van de openbare orde of de woon- en leefomgeving te stellen nadere regels:

a.terrassen;

b.uitstallingen;

c.bouwobjecten;

d.reclamemasten;

e.plantenbakken en planten, en

f.nader door het bevoegd bestuursorgaan aan te wijzen categorieën van voorwerpen.

4Het bevoegd bestuursorgaan kan ontheffing verlenen van het in eerste lid gestelde verbod.

5..

6..

7..”

Overwegende dat er regelmatig voorwerpen op en aan gemeentelijke grond worden geplaatst ten behoeve van bouwwerkzaamheden en dat het nodig is gebleken de voorschriften uit artikel 2:10 nader toe te lichten voor deze situaties;

BESLUIT:

Vast te stellen de volgende nadere regels:

Nadere regels gebruik van gemeentelijke grond door derden

Artikel 1 Definities

1(hulp)Constructie: een tijdelijke constructie ten behoeve van bouwwerkzaamheden, b.v. een steiger en afschermhekken.

2Bouwmaterieel: middelen die noodzakelijk en gebruikelijk zijn voor werkzaamheden aan een bouwwerk/gebouw, b.v. een hijskraan, speciemolen, heistelling, container, toiletwagen en bouwkeet.

3Bouwmaterialen: Materiaal waar het gebouw mee wordt gebouwd.

4Bouwterrein: betreft het terrein waarop wordt gebouwd.

5CROW: Centrum voor Regelgeving en Onderzoek in de Grond-, Water- en Wegenbouw en Verkeerstechniek.

6Kroonprojectie: de kroon van een boom is het bovenste gedeelte van een boom, dus de takken met daaraan de bladeren. Die kroon rondom op de grond geprojecteerd heet de kroonprojectie.

7Opslagterrein: betreft het terrein waar de bouwmaterialen en bouwmaterieel zijn opgeslagen.

8Openbaar groen: al dan niet met enige beperking voor het publiek toegankelijke plaatsen, b.v. parken, plantsoenen, speelweiden, bossen en gazons.

9Weg: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, eerste lid, onder b van de Wegenverkeerswet 1994.

Artikel 2 Gebruik van openbaar gebied

1Voor het verrichten van werkzaamheden aan een bouwwerk moet zoveel mogelijk eerst het beschikbare eigen terrein als opslagterrein worden gebruikt. Uitsluitend in het geval dat het eigen terrein niet toereikend is, kan de openbare weg gedeeltelijk worden gebruikt.

2Op een voorwerp moeten de contactgegevens met telefoonnummer van de verantwoordelijke/eigenaar staan.

3Brandkranen en andere brandblusaansluitpunten moeten voor direct gebruik worden vrijgehouden.

4Zowel de (hulp)constructies, bouwmaterieel en bouwmaterialen moeten op een zodanige en deugdelijke manier worden geplaatst dat er geen schade aan de gemeentelijke eigendommen wordt veroorzaakt. Ontstane schade dient gemeld te worden bij de gemeente en wordt op de veroorzaker verhaald.

5Het bouwterrein en de omgeving moeten zonder belemmeringen bereikbaar zijn voor hulpdiensten.

6Het is verboden bouwhekken en/of opslag op de openbare weg te plaatsen bij een voor bewoning of ander dagelijks gebruik bestemd gebouw, waardoor het uitzicht van bewoners of gebruikers vanuit dat gebouw op hinderlijke wijze wordt belemmerd of hinder/overlast wordt aangedaan.

7Het is verboden de bestemming openbaar groen als opslagterrein te gebruiken.

8In de kroonprojectie van bomen zijn de hiernavolgende bewerkingen niet toegestaan:

a.Opslag van bouwmaterialen en plaatsen van keten;

b.manoeuvreren met en parkeren van voertuigen;

c.bevestigen van voorwerpen aan en om stam of takken;

d.machinale bewerking van grond;

e.ontgravingen en ophogingen.

9Op dagen of uren, waarop de gemeente in verband met werkzaamheden of bijzondere gebeurtenissen (zoals evenementen en/of calamiteiten) over het desbetreffende deel van de openbare ruimte moet kunnen beschikken, is het niet toegestaan voorwerpen daarop te plaatsen.

Artikel 3 Veiligheid

1De (hulp)constructie moet op een degelijke manier worden geplaatst, waarbij er rekening mee wordt gehouden dat deze niet mag omvallen, omwaaien of ander gevaar oplevert. Daarnaast moet op de veilige (hulp)constructie op een correcte en veilige manier worden gewerkt.

2Bij het verlaten van het bouw- en opslagterrein moeten zodanige maatregelen worden getroffen, dat het opslag- en bouwterrein niet door andere personen kan worden betreden. Daarom is het aanbrengen van een deugdelijke afrastering die wordt afgesloten een noodzakelijke maatregel.

3Indien gebruik wordt gemaakt van de openbare weg of een gedeelte hiervan, moeten de nodige borden/markeringen worden geplaatst voor de veiligheid van het verkeer. Tevens moeten er maatregelen worden genomen om te zorgen dat voetgangers op een deugdelijke manier gebruik kunnen maken van de openbare weg, conform het Handboek CROW wegafzettingen 96b.

4Bouwhekken die op of tegen de openbare weg zijn geplaatst, moeten worden voorzien van licht uitstralende lichtmasten of lampen en retro-reflecterende verkeersborden, conform de geldende CROW richtlijnen.

5Het is verboden om buiten de bouwhekken na werktijd, bouwmaterialen of bouwmaterieel te plaatsen. Deze moeten op een zodanige manier worden opgeslagen dat ze geen gevaar/hinder opleveren voor de omgeving.

6De bouwhekken, bouwmaterieel of bouwmateriaal mogen niet zodanig worden geplaatst dat het uitzicht voor het verkeer belemmerd wordt.

Artikel 4 Tijdsduur

1Bouwmaterieel, (hulp)constructies en bouwmaterialen mogen met inachtneming van de voorschriften in deze nadere regel geplaatst worden gedurende de tijd dat ze noodzakelijk zijn voor een bouwactiviteit in uitvoering, tot een maximum van 3 maanden.

2Uiterlijk 14 dagen na oplevering van het bouwwerk moeten zowel het bouwterrein als het opslagterrein schoon en vrij van bouwmateriaal en -materieel worden opgeleverd.

Artikel 5 Ontheffingsplichtige plaatsing

Voor het plaatsen van voorwerpen waarbij niet voldaan kan worden aan de voorschriften in deze nadere regels kan, indien bijzondere omstandigheden daartoe aanleiding geven, door het college op aanvraag een ontheffing verleend worden van het verbod in artikel 2:10 APV.

Artikel 6 Overgangsrecht

Bouwmaterieel, (hulp)constructies en bouwmaterialen die in de openbare ruimte geplaatst zijn voor inwerkingtreding van deze nadere regel, mogen tijdelijk geplaatst blijven indien ze voldoen aan de voorschriften van de in artikel 7 in te trekken beleidsregel.

Artikel 7 Intrekking oude beleidsregel

De “Beleidsregel gebruik van gemeentelijke grond door derden gemeente Moerdijk”, vastgesteld op 24 juni 2008, wordt ingetrokken met ingang van de datum waarop deze nadere regel in werking treedt.

Artikel 8 Inwerkingtreding en citeertitel

1Deze nadere regel treedt in werking op de dag na bekendmaking.

2Deze nadere regel wordt aangehaald als: Nadere regels gebruik van gemeentelijke grond door derden.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.