Gemeentelijke regelgeving

Privacy Protocol Ondermijning Gemeente Midden-Groningen

Gemeente Midden-Groningen · geldt sinds 29 maart 2022

5. Algemene artikelen

Artikel 1. Doel van het protocol

De aanpak ondermijning dient met inachtneming van wet¬en regelgeving op het gebied van privacy plaats te vinden. Dit protocol bevat de benodigde waarborgen om dat te realiseren. Zodoende is dit protocol ook in een drietal fases ingericht. Dit protocol biedt een betrokkenen inzicht in de wijze waarop de gemeente Midden-Groningen bij deze aanpak zijn/haar persoonsgegevens verwerkt en met welk doel dat gebeurt. Hierbij vormen gefaseerdheid, transparantie en noodzaak de basisuitgangspunten.

Artikel 2. (Verwerkings-)verantwoordelijke

De burgemeester van de gemeente Midden-Groningen is de (verwerkings)verantwoordelijke.

Artikel 3. Grondslag voor de verwerking

De grondslag voor de verwerking is dat de gegevensverwerking noodzakelijk is voor de vervulling van een taak van algemeen belang of van een taak in het kader van de uitoefening van het openbaar gezag dat aan de verwerkingsverantwoordelijke is opgedragen.

Artikel 4. De verwerkte persoonsgegevens

1Van de melders worden uitsluitend de in het signaal opgenomen persoonsgegevens verwerkt ten behoeve van communicatie met de melder.

2Van de personen over wie wordt gemeld, worden gegevens verwerkt zoals benoemd in de Bijlage ‘categorieën van verwerkte gegevens’ behorend bij dit protocol.

3De in het tweede lid bedoelde persoonsgegevens worden gebruikt voor:

a.afhandeling van het signaal;

b.het (mono- of multidisciplinair) oppakken van het signaal binnen de eigen kaders door de gemeentelijke onderdelen of;

c.de verdere aanpak van ondermijning onder regie van OOV of;

d.het verstrekken van het signaal binnen het RIEC samenwerkingsverband.

Artikel 5. Categorieën van ontvangers

1Voor zover noodzakelijk voor de in paragraaf 2.2 genoemde doelen, kunnen gegevens (signaal en aanvullingen uit open bronnen) worden:

a.verstrekt aan gemeentelijke onderdelen ten behoeve van een plan van aanpak, voor zover zij die behoeven voor de uitvoering van hun wettelijke taak, of;

b.verstrekt binnen het RIEC.

Artikel 6. Beheer

1De leidinggevende van de sector OOV van de gemeente Midden-Groningen is beheerder. Hij draagt zorg voor het

2dagelijks beheer van de verwerking, waaronder de beveiliging van de persoonsgegevens, de informatieverstrekking aan betrokkene en de afhandeling van de door betrokkene uitgeoefende rechten.

3Het feitelijk beheer van de verwerking van persoonsgegevens en feitelijke naleving van de informatieplicht is opgedragen aan een door beheerder daartoe aangewezen coördinator ondermijning, behorende tot zijn organisatie. Slechts de coördinator en diens vervanger hebben toegang tot het bestand.

Artikel 7. Beveiliging van persoonsgegevens

1De beheerder draagt zorg voor passende technische en organisatorische maatregelen om persoonsgegevens te beveiligen tegen verlies of tegen enige vorm van onrechtmatige verwerking. Hiertoe behoren in ieder geval:

a.Vastgesteld beveiligingsbeleid dat ook is geïmplementeerd;

b.Fysieke maatregelen voor toegangsbeveiliging inclusief organisatorische controle en logische toegangscontrole (wachtwoord of pincode).

Artikel 8. Bewaartermijn

1De gegevens worden:

a.Gedurende een jaar in een niet-actieve omgeving bewaard indien fase 1 en/of 2 van het protocol niet tot verdere aanpak van het signaal leidt;

b.Gedurende vijf jaar in een actieve omgeving bewaard en vervolgens een jaar in een niet-actieve omgeving bewaard indien een signaal in een gemeentelijk signaaloverleg resulteert na de laatste verwerking;

2Op basis van een nieuw signaal kunnen de bewaarde persoonsgegevens ten behoeve van het nieuwe signaal worden geraadpleegd dan wel verwerkt en is het protocol van toepassing op de nieuwe verwerking.

3De opgenomen gegevens kunnen voor evaluatie dan wel wetenschappelijk onderzoek in niet tot individuele personen herleidbare vorm bewaard blijven.

Artikel 9. Rechten van betrokkenen

1De rechten van betrokkene, zoals het recht op inzage in zijn gegevens, het verbeteren, aanvullen, verwijderen of afschermen van gegevens indien die feitelijk onjuist zijn, het recht op bezwaar, etc., worden door de verwerkingsverantwoordelijke uitgeoefend overeenkomstig de artikelen 15 tot en met 22 van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG).

2De verzoeken als bedoeld in lid 1 van dit artikel, kunnen worden ingediend bij de beheerder. Deze reageert binnen een maand op de verzoeken genoemd in dit artikel, behoudens de wettelijke mogelijkheden tot verlenging.

3Het bovenvermelde kan worden beperkt voor zover dit noodzakelijk is in het belang van:

a.de nationale veiligheid;

b.landsverdediging;

c.de openbare veiligheid;

d.de voorkoming, het onderzoek, de opsporing en de vervolging van strafbare feiten of de tenuitvoerlegging van straffen, met inbegrip van de bescherming tegen en de voorkoming van gevaren voor de openbare veiligheid;

e.andere belangrijke doelstellingen van algemeen belang met name een belangrijk economisch of financieel belang, met inbegrip van monetaire, budgettaire en fiscale aangelegenheden, volksgezondheid en sociale zekerheid;

f.de bescherming van de onafhankelijkheid van de rechter en gerechtelijke procedures;

g.de voorkoming, het onderzoek, de opsporing en de vervolging van schendingen van de beroepscodes voor gereglementeerde beroepen;

h.een taak op het gebied van toezicht, inspectie of regelgeving die verband houdt, al is het incidenteel, met de uitoefening van het openbaar gezag in de in de punten a), tot en met e) en punt g) bedoelde gevallen;

i.de bescherming van de betrokkene of van de rechten en vrijheden van anderen.

Fase 1 van het protocol (en de specifiek voor deze fase geldende artikelen)

Artikel 1. Het doel van de verwerking van persoonsgegevens in deze fase

De verwerking in deze fase is ten behoeve van:

1Analyseren van signalen van burgers en professionals op onrechtmatigheden en maatschappelijke bedreigingen die op ondermijnende activiteiten duiden.

Artikel 2. Weging signaal en vervolgstap

1De coördinator Ondermijning beoordeelt in samenspraak met de coördinator van de politie het signaal aan de hand van de in bijlage 2 onder fase 1 genoemde bronnen en indicatoren uit paragraaf 2.4 en de daarbij behorende bijlage 1 van dit protocol.

2Indien er na deze weging geen sprake is van ondermijnende of criminele activiteiten dan wordt het signaal:

a.(versleuteld) bewaard en na verloop van de bewaartermijn van 1 jaar vernietigd of;

b.doorgezet naar een gemeentelijk onderdeel (onderdelen) of;

c.doorgezet naar politie team Midden-Groningen of;

d.doorgezet naar het RIEC-samenwerkingsverband.

3Indien er na deze weging wel sprake is van vermoeden van ondermijnende of criminele activiteiten dan treedt fase 2 in werking, hetgeen kan leiden tot een feitelijke casus en plan van aanpak. In dat laatste geval treedt fase 3 in werking.

Artikel 3. Informeren betrokkene

1Indien een signaal, zoals in hierboven genoemd artikel 2. lid 2, sub b, mono- of multidisciplinair door een onderdeel (onderdelen) van de gemeente wordt opgepakt, dan informeert het desbetreffende onderdeel (onderdelen) betrokkene overeenkomstig de artikelen 13 en 14 van de AVG.

2Het informeren van de betrokkene zoals bedoeld in lid 1 kan worden beperkt voor zover dit noodzakelijk is in het belang van:

a.de nationale veiligheid;

b.landsverdediging;

c.de openbare veiligheid;

d.de voorkoming, het onderzoek, de opsporing en de vervolging van strafbare feiten of de tenuitvoerlegging van straffen, met inbegrip van de bescherming tegen en de voorkoming van gevaren voor de openbare veiligheid;

e.andere belangrijke doelstellingen van algemeen belang met name een belangrijk economisch of financieel belang, met inbegrip van monetaire, budgettaire en fiscale aangelegenheden, volksgezondheid en sociale zekerheid;

f.de bescherming van de onafhankelijkheid van de rechter en gerechtelijke procedures;

g.de voorkoming, het onderzoek, de opsporing en de vervolging van schendingen van de beroepscodes voor gereglementeerde beroepen;

h.een taak op het gebied van toezicht, inspectie of regelgeving die verband houdt, al is het incidenteel, met de uitoefening van het openbaar gezag in de in de punten a), tot en met e) en punt g) bedoelde gevallen;

i.de bescherming van de betrokkene of van de rechten en vrijheden van anderen

3Indien het signaal, zoals in de hierboven genoemde artikel 2, lid 2, sub c naar het RIEC-samenwerkingsverband wordt doorgezet, dan geldt de procedure zoals deze is neergelegd in het Privacy protocol RIEC.

7. Fase 2 van het protocol (en de specifiek voor deze fase geldende artikelen)

Artikel 1. Het doel van de verwerking van persoonsgegevens in deze fase

Het doel van de verwerking in deze fase is:

1Vervolganalyse van de meldingen en signalen van organisaties, burgers en professionals op onrechtmatigheden en maatschappelijke bedreigingen van ondermijnende activiteiten door middel van ‘hit’-check bij de relevante gemeentelijke onderdelen.

Artikel 2. Weging signaal en vervolgstappen

1De coördinator beoordeelt het signaal met de aanvullingen uit de 1e weging aan de hand van de relevante gemeentelijke bronnen door middel van een ‘hit’-check bij de relevante gemeentelijke onderdelen aan de hand van de indicatoren uit paragraaf 2.4 en bijlage 1 van dit protocol. Op basis van deze analyse beslist de coördinator of een signaal voor signaalafstemming dient te worden geagendeerd.

2De weging in het signaaloverleg kan leiden tot:

a.Een signaaloverleg waarbij de regie bij OOV ligt en waarmee fase 3 start, omdat er sprake is van ondermijnende activiteiten, of;

b.Het mono- of multidisciplinaire oppakken van het signaal omdat er weliswaar geen sprake is van ondermijnende activiteiten, maar wel van overige onrechtmatigheden waarbinnen de afzonderlijke gemeentelijke onderdelen met de bijbehorende publiekrechtelijke taken binnen hun eigen kaders belast zijn, of;

c.Doorgeleiding naar het RIEC-samenwerkingsverband als vast komt te staan dat er sprake is van georganiseerde criminaliteit waarop het RIEC-convenant van toepassing is.

8. Fase 3 van het protocol (en de specifiek voor deze fase geldende artikelen)

Artikel 1. Het doel van deze verwerking van persoonsgegevens

Het doel van de verwerking in deze fase is:

1Het ontwikkelen en vaststellen van een plan van aanpak ten behoeve van een casus (en)

2Het monitoren en afsluiten van de bestuurlijke aanpak van de casus.

Artikel 2. Weging signaal: het lokaal signaaloverleg

1De coördinator overlegt, afhankelijk van de melding en de informatie uit fase 1 en 2, met de relevante gemeentelijke onderdelen ten behoeve van het ontwikkelen van een plan van aanpak.

2De coördinator en betrokken gemeentelijke onderdelen bepalen gezamenlijk het plan van aanpak en stellen deze vast.

3De betrokken gemeentelijke onderdelen geven vervolgens vorm aan de uitvoering.

4De coördinator monitort de casus en overlegt om de stand van zaken te bespreken en daar waar nodig bij te sturen.

Artikel 3. Afsluiten casus

1Na afronden van het plan van aanpak wordt het dossier afgesloten.

2Het dossier wordt na sluiting gedurende vijf jaar vanaf de laatste verwerking in een actieve omgeving bewaard.

3Daarna wordt het dossier een jaar bewaard in een niet-actieve omgeving die slechts bij een match door het systeem kan worden geactiveerd.

Artikel 4. Informeren betrokkene

1Indien een signaal geagendeerd wordt voor een gemeentelijk signaaloverleg ondermijning, dan informeert de coördinator de betrokkene over wie is gemeld overeenkomst de artikelen 13 en 14 van de AVG.

2Het informeren van de betrokkene zoals bedoeld in lid 1 kan worden beperkt voor zover dit noodzakelijk is in het belang van:

a.de nationale veiligheid;

b.landsverdediging;

c.de openbare veiligheid;

d.de voorkoming, het onderzoek, de opsporing en de vervolging van strafbare feiten of de tenuitvoerlegging van straffen, met inbegrip van de bescherming tegen en de voorkoming van gevaren voor de openbare veiligheid;

e.andere belangrijke doelstellingen van algemeen belang met name een belangrijk economisch of financieel belang, met inbegrip van monetaire, budgettaire en fiscale aangelegenheden, volksgezondheid en sociale zekerheid;

f.de bescherming van de onafhankelijkheid van de rechter en gerechtelijke procedures;

g.de voorkoming, het onderzoek, de opsporing en de vervolging van schendingen van de beroepscodes voor gereglementeerde beroepen;

h.een taak op het gebied van toezicht, inspectie of regelgeving die verband houdt, al is het incidenteel, met de uitoefening van het openbaar gezag in de in de punten a), tot en met e) en punt g) bedoelde gevallen;

i.de bescherming van de betrokkene of van de rechten en vrijheden van anderen

3Zodra de belangen als genoemd in het tweede lid de beperking van informatieverstrekking niet langer in de weg staan, draagt de verwerkingsverantwoordelijke zorg dat de vereiste informatie alsnog aan betrokkene wordt verstrekt.

Bijlage 1 Checklist ten behoeve van beoordelingskader Ondermijning

Aan de hand van onderstaande checklist wordt stapsgewijs beoordeeld of er sprake is van ondermijning. De checklist is afhankelijk van maatschappelijke ontwikkelingen en kan derhalve niet als limitatief worden beschouwd.

Stap 1

Het signaal heeft betrekking op een of meerdere van de volgende categorieën personen.

Algemeen

a.overige faciliteerders die ondermijnende of criminele activiteiten mogelijk maken en/of (on)bewust in stand houden;

b.en/of personen die een rol spelen bij een regionaal thema of een handhavingsknelpunt zoals:

•Outlaw Motorcycle Gangs (OMG’s): leden van OMG’s;

•Woonwagencentra: eigenaren woonwagens, huurders, bewoners;

•Aanpak op bedrijventerreinen (op basis van bovengenoemde verschijningsvormen en onderdelen van georganiseerde criminaliteit);

•Windhappers;

•Harddrugs;

•Pgb en zorgfraude.

Mensenhandel, -smokkel en uitbuiting(o.a. illegale prostitutie)

a.Huis/pandeigenaar

b.Verhuurder

c.Huurder

d.Eigenaar (illegale) seksinrichting

e.Eigenaar (illegale) massagesalon

f.Exploitant van een vergunde seksinrichting

g.Beheerder van een vergunde seksinrichting

h.Illegaal werkende prostituee (d.w.z. zonder vergunning)

Georganiseerde drugscriminaliteit (o.a. drugshandel, hennepteelt en/of productie harddrugs)

a.Huis/pandeigenaar

b.Verhuurder

c.Huurder

d.Tussenpersoon (bijvoorbeeld een verhuurmakelaar)

Fraude in de vastgoedsector

a.Huis/pandeigenaar

b.Verhuurder

c.Huurder

d.Tussenpersoon (bijvoorbeeld een verhuurmakelaar)

e.Stichting, vereniging of andere ondernemingsvorm (of bestuurders hiervan)

Misbruik in de vastgoedsector

a.Huis/pandeigenaar

b.Verhuurder

c.Huurder

d.Tussenpersoon (bijvoorbeeld een verhuurmakelaar)

e.Stichting, vereniging of andere ondernemingsvorm (of bestuurders hiervan)

Fraude en/of witwassen en daaraan gerelateerde vormen of andere vormen van financieel-economische criminaliteit (o.a. ook illegaal gokken/ heling/underground banking)

a.Ontvanger/begunstigde uitkering vanuit de gemeente

b.Ontvanger/begunstigde subsidie vanuit de gemeente

c.Andersoortige begunstigende beschikking vanuit de gemeente

d.Een tussenpersoon/gemachtigde met betrekking tot zorg

e.Pandeigenaar

Openbare inrichtingen

a.Pandeigenaar

b.Verhuurder

c.Huurder/pachter

d.Exploitant

e.Beheerder/Leidinggevende

f.Tussenpersoon

g.Geldschieters

Stap 2

Het signaal kan een van onderstaande kenmerken omvatten:

Kader/begripsbepaling ‘ondermijnendecriminaliteit’

Aantasting van instituten die zich richten op legale perspectieven en de werking van het samenlevingssysteem borgen en sturen

Aantasting van de gezagspositie van bestuur, politie en/of andere overheidsorganen

Aantasting of latente c.q. mogelijke aantasting van de openbare orde en veiligheid

Ontwrichting of latente c.q. mogelijke ontwrichting van de maatschappelijke, politieke en/of economische structuren

In aanvulling is tenminste sprake van één van onderstaande locatie-, persoons- en/of bedrijfsgebonden indicatoren binnen het grondgebied van gemeente Midden-Groningen.

Indicator ‘situationele en lokale verankering’

Gelegenheidsstructuren (of criminaliteitsbevorderende condities) in de bestuurlijke omgeving (wet- en regelgeving; toezicht en handhaving)

Gelegenheidsstructuren (of criminaliteitsbevorderende condities) in de (sociaal-)maatschappelijke omgeving (fysieke omgevingskenmerken, maatschappelijke ontwikkelingen, sociale relaties of netwerken, informele controle)

Gelegenheidsstructuren (of criminaliteitsbevorderende condities) in de zakelijke/ economische omgeving (beroepen, branches, marktpartijen).

Processen, procedures, instructies en/of structuren binnen (een) (publieke) organisatie(s) die het mogelijk maakt (on-)bewust te faciliteren

Bij de gelegenheidsstructuren is een locatie (zoals een pand of bedrijf/onderneming), een persoon, een groep, een familie en/of netwerk (meerdere personen die samenwerken) betrokken.

Stap 3:

En kan tenminste sprake van één van onderstaande indicatoren, hetgeen nader uitgewerkt is in de bijbehorende lijst met ‘red flags’.

Indicator ‘signalering’

Incongruenties (omstandigheden en gedragingen); feit dat indicaties niet goed bij elkaar passen, niet goed overeenstemmen in aard, omvang en intensiteit

Malafide en/of criminele activiteiten, hinder en/of overlast

Veelal systematisch en structureel gepleegd

Latent aanwezig

Complex

Lijst met ‘red flags”

Algemeen

•Salaris uitbetalen per week en/of per kas.

•Financiële man/financieel ‘directeur’ kan factuur niet plaatsen en moet navraag doen/fiat vragen bij de baas.

•Sterke waardestijging van moeilijk waardeerbare aandelen.

•Grootaandeelhouder heeft geen weet van wat überhaupt in de onderneming gaande is.

•De officiële eigendomsverhoudingen in rechtspersoon zijn niet in verhouding met de daadwerkelijke gezagsverhoudingen.

•Huurders/gebruikers/kopers die ook op een andere wijze een functie bij koper of verkoper van een onroerende zaak vervullen

•Onmogelijkheid om gezien inkomen en/of vermogen onroerende zaken te kopen en/of financiering te krijgen.

•Waarde van afzonderlijke appartementsrechten na splitsing (in het bijzonder indien een deel in de privé- en een deel de zakelijke sfeer terecht komen.

•Leningen met aflossingen/geldstromen vanuit het buitenland.

•Plotselinge stijgingen in vermogensopstellingen box 3 inkomstenbelasting.

•Niet gebruikelijke juridische vastgoedconstructies, mede in combinatie met verzoek om vrijstelling ex art. 15 lid 1 letter h WBR.

•Vastgoedondernemingen die volgens het handelsregister geen werkzame personen hebben.

•Aangifte door huurder van bedreiging/ intimidatie omdat hij het idee heeft dat de verhuurder hem uit de woning wil hebben. (Een dergelijke aangifte kan duiden op een criminele verhuurder.)

•Meerdere provisies naar verschillende personen. Personen die voor elkaar betalen.

•Onlogische geldstromen en/of facturen.

•Vaste ‘functionele’ relatie tussen bankmedewerker en specifieke personen van overige zakelijke dienstverleners.

•Onvoldoende waarborgen binnen de financiële onderneming voor de bescherming van de integriteit van medewerkers door functiescheiding.

•Exclusieve relatie tussen medewerker van hypotheekbank, notaris en belastingadviseur.

Algemeen

•Geconstateerd is dat grote bedragen niet opvallen en vertrouwen wekken. Juist bij grote bedragen dient de financiële onderneming echter alert te zijn omdat daarin schijn en wezen kunnen verschillen

•Het gebruik van waardeverklaringen in plaats van officiële taxatierapporten.

•Afwijkend tarief voor (ogenschijnlijke) standaardopdracht.

•Waardebepaling van panden met krakers en panden met mogelijke bestemmingswijziging.

•Het gebruik van oude beschikbare bronnen (bijvoorbeeld oud kadastraal uittreksel of bewijs van eigendom).

•Meerdere sterk wisselende taxaties voor eenzelfde vastgoed in een relatief korte periode.

•exclusieve relatie (volume- en/of prijsafspraken) tussen de makelaar/taxateur en de intermediair/financiële onderneming voor taxaties ten behoeve van de financiering.

•Eigen belang bij de uitkomst van de taxatie of de hoogte van het taxatiebedrag.

•Retourprovisie of commerciële afspraken met intermediairs en financiële onderneming.

•Ontbreken van vaste onderdelen in het onderzoek ten behoeve van de waardebepaling door de makelaar/ taxateur (informatie over vergelijkbare panden, WOZ-waarden, gebruik van het puntensysteem voor het vaststellen van de waarde of de hoogte van de huren, sloop-/handhaven- afweging).

•Ontbreken standaarddossieropbouw met onderliggende documentatie en uitzonderingsrapportages

•Onvoldoende waarborgen bij de makelaar/taxateur voor de bescherming van de integriteit van medewerkers door functiescheiding (afhankelijk van omvang kantoor; bijvoorbeeld scheiding tussen de intake en de uitvoering van opdrachten en review van uit te brengen taxatierapporten en waardeverklaringen).

•Exclusieve relatie tussen notaris, belastingadviseur en medewerker van hypotheekbank.

•Hoge vergoeding voor belastingadviseur (vast maandbedrag en uurtarief).

•De koper verricht betalingen aan de (fiscaal) adviseur van de verkoper.

•Exclusieve relatie tussen belastingadviseur, notaris en medewerker van hypotheekbank.

•Bedrijfskosten van de onderneming zijn zeer laag.

•Een combinatie van een beperkt inkomen en een grote investering in vastgoed.

•Personen die bij volmacht handelen (dit kan wijzen op het buiten beeld houden van de ‘ultimate beneficial owner’).

•Doorverwijzen van Nederlandse cliënten door trustkantoren naar buitenlandse banken, waar men coderekeningen kan aanhouden.

•Trustkantoor geeft opdracht terug en/of beëindigt de relatie.

•Aanpassen jaarstukken door accountant t.b.v. het verkrijgen van hypothecaire lening.

•Investeerder is een wereldburger die nergens of ieder geval niet in Nederland belastingplichtig is.

•Een combinatie van een beperkt inkomen en een grote investering in vastgoed.

•Grote afhankelijkheid overige zakelijke dienstverlener van één klant.

•Iemand met een minderheidsbelang heeft feitelijke leiding over de onderneming, terwijl de overige partijen met een belang opvallend passief zijn en blijven.

•Makelaar/verhuurmakelaar/tussenpersoon die bij meerdere panden betrokken is geweest waar overtredingen zijn geconstateerd.

•Vormfouten in aangeleverde documenten, zoals loonstrook, werkgeversverklaringen, taxatierapporten en depotnota’s.

•Recente datum indiensttreding.

•Afwijkende adressen op verschillende documenten.

•Aanvragers hebben meerdere onderpanden.

•Gefingeerd samenwonen (personen ‘bij elkaar geplakt’).

•Taxatierapporten zijn niet in fysieke originele vorm opgenomen in het kredietdossier.

•Het aantreffen van meerdere – kort na elkaar – vervaardigde/ gedateerde taxatierapporten (kan wijzen op een situationeel gebruik hiervan).

•Aanvraag financiering voor verbouwing terwijl verbouwing al (nagenoeg) gereed is.

•Makelaar/taxateur/notaris/bouwkundig deskundige betrokken bij transactie die niet afkomstig is uit ‘de streek’.

T.a.v. de taxatie

•Huren die gezien de locatie/ pand opvallend hoog zijn (hiermee kan een te hoge taxatie worden bewerkstelligd en kan worden witgewassen).

•Aanwezigheid van risicovolle ondernemingen en/of bedrijfsomschrijvingen volgens gegevens van de KvK op het adres van het te financieren vastgoed.

•Taxaties voor financieringsaanvraag die de waarde na verbouwing vermelden, zonder dat de financiële onderneming een goede controle laat plaatsvinden op de relatie waardevermeerdering vs. verbouwing en op de nota’s.

•Exclusieve relatie tussen de financiële onderneming en de makelaar/taxateur die taxaties verricht ten behoeve van de financiering.

•Opdrachtgever taxatie is (onbekende) derde.

•Het als financiële onderneming slechts gebruik maken van één vaste makelaar/taxateur voor taxaties, zonder dat er een controle plaatsvindt indien de gevraagde kredietfaciliteit onder een bepaald bedrag blijft.

T.a.v. verstrekking hypotheek en bouwdepot

•De bewuste bankmedewerker (accountmanager) is de medewerker met hoogste provisie.

•Het verstrekte bedrag van de hypotheek staat niet in verhouding tot de (legale) inkomsten (salaris, huur of uit onderneming)/ verhouding leeftijd vs. inkomen vs. beroep.

•Meerdere hypotheken gevestigd op één pand in combinatie met herhaaldelijk oversluiten.

•Hypotheken worden in korte tijd meerdere keren substantieel verhoogd.

•Onttrekkingen aan bouwdepots zonder facturen.

Financiering

•(Ver)bouw nota’s worden onwaarschijnlijk snel achter elkaar ter uitbetaling ingezonden.

•Offertes ingediend als factuur.

•Werkzaamheden op factuur zijn niet gespecificeerd (indicator valse factuur)/ hoogte van het uit te betalen bedrag staat in geen verhouding tot de uitgevoerde werkzaamheden/geleverde goederen.

•Op factuur wordt niet verwezen naar de termijn van de aannemingsovereenkomst (indicator valse factuur).

•Het onttrekken van gelden inclusief omzetbelasting aan bouwdepots van zakelijke entiteiten.

•Nationale Hypotheek Garantie (NHG) meerdere keren verstrekt t.b.v. dezelfde partij.

•Adres volgens Basisregistratie Personen (BRP) wijkt af van adres volgens NHG.

T.a.v. transport hypotheekakte

•Discrepantie aan begin of eind van transactie tussen degene die het geld fourneert en degene die eigenaar wordt.

•Op het moment van transport wordt de hypotheek doorgehaald. Het lijkt alsof (een deel van) de verkoopopbrengst voor verrekening wordt gebruikt. Dit is echter niet het geval. Op de afrekening van de notaris staat (“aflossing hoofdsom X: nihil”).

•Waarborg wordt niet ingeroepen dan wel niet opgeëist (wijst op gelieerde partijen).

T.a.v. gebruik rekeningen

•Omschrijving ‘one of our clients’ op bankafschriften.

•Contante stortingen middels sealbags op rekeningen waarvoor geen dergelijke overeenkomst is afgesloten met de bank.

•Sealbagstortingen op derdengeldenrekeningen (of andere rekeningen) van advocatenkantoren of notariskantoren (verschoningsgerechtigden).

•Kosten voor contante geldtransporten in opdracht van de bank die worden doorbelast aan de cliënt.

•Grote aflossing hypotheek zonder dat dat onderbouwd kan worden door verkoop vorige woning of andere bronnen.

•Ontvangen aflossingen vanaf derdengeldenrekeningen van advocaten, terwijl geen sprake is van een boedelscheiding of een faillissement.

•Taxaties voor financieringsaanvraag die de waarde na verbouwing vermelden.

T.a.v. financierende partijen

•Financierende partij is een buitenlandse niet-financiële instelling.

•Financierende partij is een (constructie met) offshore vennootschap(pen) en/of komt uit land met een bankgeheim en/of kort na het ontstaan van een dergelijke constructie wordt vastgoed aangeschaft.

•Financierende partij is een vennootschap waarvan de aandelen aan toonder zijn

•Financiering door verkoper.

•De waarborgsom wordt bijeengebracht door anderen dan de juridische eigenaar of diens hypotheeknemer.

•Financierende partij is een niet-zakelijke partij.

•Financierende partij is onbekend.

•Financierende partij is een vennootschap waarvan de aandelen aan toonder zijn.

T.a.v. financiering zelf

•Hypotheek is niet beschikbaar op datum van levering.

•Financiering, waarbij geen hypotheek wordt gesteld.

•Grote aankoop vindt plaats zonder financiering.

•Koper blijft bedrag schuldig aan verkoper.

•Financiering door verkoper, waarbij ten gunste van verkoper een hypotheek wordt gevestigd.

•Financiering vindt plaats door verkoper tegen een hoge rente.

•Niet betaalde interest, waar geen (juridisch) gevolg aan wordt gegeven (Dit kan duiden op een feitelijke macht en/of eigendomsverhouding die niet strookt met de geregistreerde juridische overeenkomsten).

•Herfinanciering gaat niet naar de verkoper, de verkoper wordt uit andere bron betaald.

•Financiering, waarbij geen hypotheek wordt gesteld.

T.a.v. geldstroom

•Geldstroom komt van een niet-financiële instelling in het buitenland.

•Geldstroom komt vanuit (constructie met) offshore structuur en/of komt uit een land met een bankgeheim.

•Geldstroom komt van een vennootschap waarvan de aandelen aan toonder zijn.

•Geldstroom is afkomstig van buitenlandse coderekening.

•Uitbetaling aan derde partij die niet betrokken is bij de akte.

•Aflossing niet aan degene die oorspronkelijk heeft gefinancierd

Financiering

T.a.v. ongebruikelijke geldstroom

•Geldstroom komt van een niet zakelijke partij.

•Geldstroom komt van een vennootschap waarvan de aandelen aan toonder zijn.

•Geldstroom afkomstig van de derdengeldenrekeningen van verschoningsgerechtigden in Nederland.

•Betalingen provisies, commissies, advieskosten.

Koop/verkoop T.a.v. partijen

•De koper heeft geen kennis van het te kopen object/ de te kopen objecten.

•Kopende partij ‘houdt’ voor een ander.

•Levering aan verschillende rechtspersonen die door dezelfde persoon worden vertegenwoordigd.

•Gebrek aan transparantie m.b.t. uiteindelijke koper (‘nader te noemen meester’).

•Transacties tussen gelieerde partijen (privé/B.V., familieleden)

•De personen in de koopovereenkomst komen niet allen terug in de akte van levering.

•Koper in koopakte en in uiteindelijke leveringsakte verschillen, er is een partij bijgekomen (mutaties in partijen gedurende traject).

•Huurder koopt een woning van een verhuurder die een buitenlandse rechtspersoon is.

•Betrokkenheid bij transport van een persoon die niet aanwijsbaar bij de transactie is betrokken.

T.a.v. transport vastgoed

•ABC-transactie met opvallende waardestijgingen.

•Groot aantal transporten bij de notaris in een zeer kort tijdsbestek.

•Naadloze aansluiting tussen taxatiewaarde en koopsom.

T.a.v. financiële afwikkeling

•Bij verkoop stort de notaris het aankoopbedrag op een door de verkoper opgegeven rekening, niet zijnde zijn eigen rekening of die van de kredietverstrekker (hypotheeknemer).

•Notaris stort aanbetaling van cliënt terug op andere rekening(en).

•Bij het niet doorgaan van de transactie omdat de koper niet afneemt, betaalt de verkoper een afkoopsom aan de partij die zou kopen.

Algemeen

•Een combinatie van een beperkt inkomen en een grote investering in vastgoed.

•Verhouding koopsom t.o.v. huur is heel hoog.

•Verlies op vastgoedtransactie na recente verkrijging.

•Overdracht economisch eigendom.

•Constructie die bestaat uit een combinatie van nieuwe rechtspersonen in het buitenland en overgenomen vennootschappen in Nederland die handelt en beheert.

•Bij ABC-transactie: Verkoop B-C vindt plaats vóór A-B transactie (wijst op orkestreren, gelieerde partijen).

•In het jaar voorafgaand aan de koop/verkoop door de institutionele belegger heeft een ABC-transactie plaatsgevonden waarbij sprake is van onverklaarbare waar- de-stijgingen en/of dubieuze partijen.

•In het jaar na de koop/verkoop door de institutionele belegger heeft een ABC-transactie plaatsgevonden waarbij sprake is van onverklaarbare waardestijgingen en/of dubieuze partijen.

•‘Handelingsvrijheid’ vermogensbeheerder.

•In het jaar voorafgaand aan de koop/verkoop door het pensioenfonds heeft een ABC-transactie plaatsgevonden waarbij sprake is van onverklaarbare waardestijgingen en/of dubieuze partijen.

•In het jaar na de koop/verkoop door het pensioenfonds heeft een ABC-transactie plaatsgevonden waarbij sprake is van onverklaarbare waardestijgingen en/of dubieuze partijen.

•Commissiebetalingen/winstdelingen/aanbrengprovisies.

•Provisiebetalingen zonder zichtbare tegenprestatie.

•De verkoper factureert ten tijde van de verkoop aan koper voor advieskosten.

•Bevoordeling sociaal netwerk (familielid/relatie). Betrokken partijen melden een verschillende koopsom. (Sommige partijen hebben het over de officiële koopsom, andere partijen bedoelen vermoedelijk de totale koopsom inclusief betalingen buiten de akte om.)

Koop/verkoop

•Transactie wordt met terugwerkende kracht ongedaan gemaakt.

•Grote afwaardering in het jaar van aankoop ten laste van de (fiscale) winst.

•Zeer snelgroeiende vastgoedportefeuille.

•Onverklaarbare waardesprongen (in verhouding tot verstreken tijdspanne).

•‘Handelingsvrijheid’ vermogensbeheerder.

•De naadloze aansluiting van de taxatiewaarde bij de koopsom op het moment van verkoop.

Gebruik/exploitatie van een pand

Algemeen

•Wijziging van beheerder vastgoed of andere adviseur kan duiden op wijziging van de UBO.

•De als stroman naar voren geschoven koper, bestuurder en/of aandeelhouder heeft geen daadwerkelijke bemoeienis met exploitatie, maar komen alleen met een volmacht naar voren bij de notaris. Voorts heeft bijv. een belasting- adviseur of advocaat een relatief grote rol.

•Criminelen zijn direct (loondienst) of indirect (verrichten van diensten, inzet sociaal netwerk) betrokken bij exploitatie in risicovolle sectoren.

•Commissies voor het aanbrengen van werkzaamheden aan een partij buiten de directe keten.

•Huurder wordt geïnformeerd over het vestigen van een hypotheek op het gehuurde.

•Niet betaalde huren, waar geen (juridisch) gevolg aan wordt gegeven. (Dit kan duiden op een feitelijke macht en/of eigendomsverhouding die niet strookt met de geregistreerde juridische overeenkomsten.)

•Verzekeringsclaims voor brand- en/of opstalverzekeringen, net voordat een grote verbouwing gaat plaatsvinden.

•Contante huurontvangsten (op rekening van persoon die het betreffende pand niet in bezit heeft).

•Grote contante opnamen.

•Betalingen protectiegelden.

•Een vreemde verhouding tussen ontvangen huren en getaxeerde waarde.

•Huren die gezien de locatie/ pand opvallend hoog zijn (hiermee kan een te hoge taxatie worden bewerkstelligd en kan worden witgewassen).

•De als stroman naar voren geschoven koper, bestuurder en/ of aandeelhouder heeft geen daadwerkelijke bemoeienis met exploitatie, maar komen alleen met een volmacht naar voren bij de notaris. Voorts heeft bijv. een belastingadviseur of advocaat een relatief grote rol.

•Criminelen zijn direct (loondienst) of indirect (verrichten van diensten, inzet sociaal netwerk) betrokken bij exploitatie in risicovolle sectoren.

•Commissies voor het aanbrengen van werkzaamheden aan een partij buiten de directe keten.

•Huurder wordt geïnformeerd over het vestigen van een hypotheek op het gehuurde.

T.a.v. gebruik pand voor mensenhandel

•Er is geen arbeidsovereenkomst, de arbeidsvoorwaarden zijn slecht gedefinieerd of de arbeidsovereenkomst is opgesteld in een taal die de betreffende persoon niet machtig is.

•Lijkt bang te zijn voor de man/vrouw die hem/haar begeleidt.

•De personen beschikken niet zelf over eigen identiteitspapieren.

•Slechte huisvesting.

•Er is sprake van hoge huren.

•Huur wordt inhouden op salaris

•Ontbreken van huurcontracten.

•Vertoont tekenen van angst of lijkt zich ongemakkelijk te voelen, vooral in de aanwezigheid van de supervisor,

•Tijdens gesprek vertelt hij/zij tegenstrijdigheden.

•De persoon/personen lijken niet goed te weten waar men is/verblijft.

•Iemand anders voert steeds het woord, er lijkt sprake te zijn van controle/gezagsverhouding.

•De betalingen vinden onregelmatig en/of vaak te laat plaats.

•Weet niet hoeveel hij/zij verdient.

•Niet vrijelijk kunnen beschikken over (een deel) van de eigen verdiensten, geen eigen bankrekening/ bankpas in bezit)

•Inhouden boetes, (onduidelijke) kosten werkgever en/of borg.

•Verplicht om transport, levensmiddelen en/of andere diensten bij één aanbieder (werkgever) af te nemen.

•Illegaal verblijf.

•Moet een buitensporige vergoeding terugbetalen voor werving, vervoer, huisvesting, eten, gereedschap of veiligheidsuitrusting en die vergoeding wordt rechtstreeks ingehouden op zijn/haar loon.

•De terugbetalingsregeling voor voorschotten op het loon is onduidelijk of gemanipuleerd.

•Personen verklaren lange werkdagen te moeten maken.

•Bevindt zich in een situatie waarin hij/zij op meerdere manieren van anderen afhankelijk is (hij/zij is bijvoorbeeld afhankelijk van de werkgever voor onderdak, eten, banen voor familieleden of voor andere behoeften).

•Men beschikt niet over eigen inkomsten.

•Schaars gekleed en weinig bezit.

•Er zijn diverse telefoons en/of laptops in de woning.

•Wonen en slapen op de werkplek.

•Er lijkt een vorm van toezicht te zijn (een persoon in de woning aanwezig, of de telefoon gaat zeer regelmatig over tijdens pandcontrole).

•Vertoont tekenen van angst of lijkt zich ongemakkelijk te voelen, vooral in de aanwezigheid van de supervisor.

•Weet niet wat zijn/haar verblijfplaats of adres is.

•Heeft regelmatig klanten, maar geen geld om bijv. huur te betalen.

•Wordt bij ziekte of zwangerschap gedwongen te werken.

•Huren de woning niet zelf.

•Alle vragen worden door de begeleidende persoon beantwoordt in plaats van door het potentiële slachtoffer.

•De opmerkingen van het potentiële slachtoffer vertonen geen samenhang of komen ingestudeerd over, door middel van indoctrinatie.

Bijlage 2 Categorieën van verwerkte gegevens behorend bij artikel 1 (algemeen) Privacy Protocol

Van de personen over wie wordt gemeld, kunnen onderstaande gegevens, afhankelijk van de inhoud van de melding/signaal worden verwerkt. In fase 1 van het Privacy Protocol zijn dit de volgende gegevens:

Fase 1

1De melding en de daarin opgenomen persoonsgegevens zoals naam, adres, beroep etc.

2Of er sprake is van ondermijning:

•eventuele aanwijzingen voor ondermijning uit het onderzoek,

•het eventuele vervolg dat aan het onderzoek wordt gegeven

3Informatie uit de Kamer van Koophandel

4Informatie uit het Kadaster

5Bestemmingsplannen

6Informatie over erfpacht

7Informatie afkomstig van het internet.

In fase 2 van het Privacy Protocol kunnen in aanvulling op gegevens uit fase 1 onderstaande gegevens worden verwerkt, afhankelijk van de melding en of relevante casusinformatie:

Fase 2

8Informatie uit de basisregistratie Adressen en Gebouwen

9Informatie uit de basisregistratie personen

10Informatie uit VIS over vergunningen horeca, intrekkingsbesluiten

11Informatie uit systemen van W&I over uitkeringen, subsidies, andersoortige beschikkingen

12Informatie uit systemen van MO over uitkeringen, subsidies, andersoortige beschikkingen (gesloten bron)

13Informatie uit systemen van SO over subsidies, andersoortige beschikkingen (gesloten bron)

14Informatie uit systemen van SB over andersoortige beschikkingen (bv parkeervergunning, bestuurlijke boetes Drank- en Horecawet) (gesloten bron) en melddesk.

15Informatie uit de systemen van de politie met betrekking tot strafrechtelijke gegevens zoals antecedenten.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.