Artikel 1 Begripsbepalingen
In dit besluit wordt verstaan onder:
a.directeur: de directeur van de gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio Drenthe;
b.gemeenschappelijke regeling: de gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio Drenthe;
c.college: burgemeester en wethouders van Midden-Drenthe.
Artikel 2 Mandaat en ondermandaat
1De directeur of zijn plaatsvervanger of waarnemer is bevoegd namens het college of namens de burgemeester de bevoegdheden uit te oefenen die genoemd zijn in de bij dit besluit opgenomen mandaatlijst.
2Het mandaat behelst tevens de voorbereidings- en uitvoeringshandelingen die gerelateerd zijn aan de uitoefening van de gemandateerde bevoegdheid.
3De gemandateerde bevoegdheid behelst tevens de bevoegdheid tot intrekking en wijziging van besluiten.
4De directeur kan aan de medewerkers van de gemeenschappelijke regeling ondermandaat verlenen in de gevallen aangeduid in de bij dit besluit opgenomen mandaatlijst.
5De directeur draagt zorg voor de bekendmaking van ondermandaatbesluiten en informeert het college hierover.
Artikel 3 Voorschriften bij gebruik mandaat: algemeen
Uitoefening van mandaat vindt plaats binnen:
a.het wettelijk kader;
b.beleid en regelgeving van de gemeenschappelijke regeling en de gemeente;
c.afspraken in een dienstverleningsovereenkomst.
Artikel 4 Wijze van ondertekening
Bij een in mandaat of in ondermandaat genomen besluit is de ondertekening als volgt:
‘Namens het college van burgemeester en wethouders van Midden-Drenthe’ of ‘Namens de burgemeester van Midden-Drenthe’
‘naam’
‘functie’
Artikel 5 Overige bepalingen
1Het Mandaatbesluit directeur Veiligheidsregio Drenthe, zoals vastgesteld in de collegevergadering van 13 mei 2014, wordt ingetrokken.
2Dit besluit treedt in werking de dag na de bekendmaking van dit besluit.
Bijlage
Mandatenlijst bij Mandaatbesluit directeur Veiligheidsregio Drenthe
Nr.:
Bevoegdheid:
Grondslag:
Orgaan:
Opmerkingen:
1.
Het aanwijzen van toezichthouders belast met het toezicht op de naleving van de Woningwet en het Bouwbesluit 2012 en ministeriële regelingen voor zover betrekking hebbend op de brandveiligheid
art. 92 Woningwet
art 5.10 lid 3 Wabo
College
3.
Het aanwijzen van toezichthouders belast met het toezicht op de naleving van de Brandbeveiligings-verordening en regels die bij of krachtens algemene maatregel van bestuur zijn gesteld over het brandveilig gebruik van voor mensen toegankelijke plaatsen
artikel 61 lid 3 Wet veiligheidsregio’s
College
4.
Het aanwijzen van toezichthouders belast met het toezicht op de naleving van de Apv of de Festiviteiten- en evenementen- verordening en de op grond daarvan gestelde voorschriften
artikel 6:2 Apv
artikel 14 Festiviteiten en evenementen-verordening
College, burge-meester
5.
Het uitgeven van legitimatiebewijzen aan toezichthouders
artikel 5:12 lid 1 Algemene wet bestuursrecht.
College
6.
Het handhaven van voorschriften betreffende brandmeldinstallaties, voor zover het gaat om het tegengaan van loze meldingen door deze installaties
titel 5.3 Awb; art. 125 Gemeentewet; art. 1b en art. 92 Woningwet; art. 6.20 Bouwbesluit
College
ondermandaat toegestaan