Gemeentelijke regelgeving

Besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Midden-Drenthe 2024

Gemeente Midden-Drenthe · geldt sinds 16 februari 2024

Aanhef

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Midden-Drenthe;

gelet op:

•de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015, en

•de Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Midden-Drenthe 2024;

overwegende:

dat de raad in de hiervoor genoemde verordening heeft bepaald dat het college ter uitwerking van die verordening nadere regels kan stellen;

besluit:

vast te stellen het

Besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Midden-Drenthe 2024

Artikel 1. Begripsbepalingen

Budgethouder: een persoon met een beperking, een chronisch psychisch probleem en/of een psychosociaal probleem die behoefte heeft aan compensatie ten behoeve van het bevorderen van zijn deelname aan het maatschappelijk verkeer en het zelfstandig functioneren, die voor zichzelf of, met behulp van een machtiging, door een ander een aanmelding of een aanvraag doet of laat doen;

Dienst: maatwerkvoorziening in de vorm van een dienst zoals thuishulp, begeleiding of respijtzorg;

Eigen bijdrage of eigen aandeel in de kosten: een door het college van burgemeester en wethouders vast te stellen bijdrage, die bij de verstrekking van een voorziening in natura, een algemene voorziening, een financiële tegemoetkoming of een persoonsgebonden budget betaald moet worden en waarop de regels van dit Besluit van toepassing zijn;

Overige voorziening: een maatwerkwerkvoorziening die geen dienst is zoals hulpmiddelen, woningaanpassingen, rolstoelen of vervoersmiddelen;

Peiljaar: het tweede kalenderjaar voorafgaande aan het jaar waarin aan een persoon maatschappelijke ondersteuning is verleend;

Pgb: persoonsgebonden budget;

Professionele organisatie: een organisatie die ingeschreven staat bij de kamer van koophandel als thuiszorg- of schoonmaakbedrijf en waarbij de zorgverlener daadwerkelijk in dienst is; er is dus geen sprake van een ZZP of vergelijkbare constructie.

Verordening: de Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Midden-Drenthe 2024;

Voorziening: een woonvoorziening, een vervoersvoorziening, een rolstoelvoorziening of een voorziening in de vorm van huishoudelijke verzorging;

Artikel 2. Hoogte persoonsgebonden budget

1De hoogte van een pgb voor begeleiding door informele hulp is gelijk aan het uurloon van de hoogste periodiek behorende bij de voor de betreffende periode geldende schaal FWG30 van de CAO VVT, inclusief vakantiebijslag en de tegenwaarde van de verlofuren, met dien verstande dat tot maart 2025 het bedrag van oktober 2024 (ten bedrage van € 24,42) wordt aangehouden.

2De hoogte van een pgb voor begeleiding door formele hulp is € 37,04 per uur.

3De hoogte van een pgb voor begeleiding groep of dagbesteding, inclusief vervoer is:

•€ 30,97 per dagdeel voor informele hulp;

•€ 51,31 per dagdeel voor formele hulp.

4De hoogte van een pgb voor logeren/respijtzorg is:

•€ 66,67 per etmaal voor informele hulp;

•€ 178,51 per etmaal voor formele hulp.

5De hoogte van het pgb als bedoeld in de leden 2, 3 en 4 wordt jaarlijks geïndexeerd aan de hand van het cao-loonindexcijfer van de sector overheid en zorg van november, zoals gepubliceerd door het Centraal bureau voor de statistiek, voor het eerst op 1 januari 2024.

6De hoogte van een pgb voor een hulpmiddel of woningaanpassing wordt bepaald op ten hoogste de kostprijs van de voorziening die de aanvrager op dat moment zou hebben ontvangen als de zaak in natura zou zijn verstrekt. Als de naturaverstrekking een tweedehands voorziening zou kunnen betreffen, wordt de kostprijs daarop gebaseerd, met een looptijd gelijk aan de verkorte termijn waarop de zaak technisch is afgeschreven, rekening houdend met onderhoud en verzekering. Als de naturaverstrekking een nieuwe voorziening betreft, wordt de kostprijs daarop gebaseerd, rekening houdend met een eventueel door de gemeente te ontvangen korting en rekening houdend met onderhoud en verzekering;

7De hoogte van een pgb voor een vervoersvoorziening, waaronder een rolstoel, wordt vastgesteld op basis van 75% van de tegenwaarde van de huurprijs van 7 jaar van de adequaat-goedkoopste voorziening, inclusief onderhoud en reparatie, zoals die door het college aan de leverancier wordt betaald.

8De hoogte van een pgb voor een sportrolstoelvoorziening/sportvoorziening bedraagt ten hoogste € 4.288,20 , welk bedrag bedoeld is als tegemoetkoming in aanschaf en onderhoud van een sportrolstoel/sportvoorziening voor een periode van drie jaar; indien na drie jaar de voorziening nog bruikbaar is, bedraagt de jaarlijkse financiële tegemoetkoming voor de kosten van onderhoud € 236,10.

Artikel 3. Regels rond verstrekking

1Een voorziening in de vorm van hulp bij het huishouden wordt in de vorm van zorg in natura verstrekt indien de tijdsperiode dat de voorziening gebruikt kan worden dusdanig kort is dat er overwegende bezwaren zijn om een persoonsgebonden budget te verstrekken. Deze tijdsduur wordt in ieder geval aanwezig geacht als een voorziening korter dan 3 maanden nodig is.

2Woonvoorzieningen die uitsluitend in natura kunnen worden verstrekt zijn mobiele tilliften, losse douchestoelen, douchebrancards, douchewagens, badplanken en toiletstoelen of daarmee gelijk te stellen voorzieningen.

3Indien een woonvoorziening in de vorm van een traplift in natura wordt verstrekt, sluit de cliënt hiertoe een gebruikersovereenkomst voor onbepaalde tijd met een aangewezen leverancier. De kosten van deze voorziening, inclusief onderhoud en reparatie, worden door de gemeente rechtstreeks aan de leverancier betaald.

4De vervoerspas wordt uitsluitend in natura verstrekt.

Artikel 4. berekening oppervlakte aanbouw ten behoeve van woonvoorziening

Bij de beoordeling van een woonvoorziening in de vorm van een aanbouw bij een woning uit verbouw ten behoeve van uitbreiding, gebruikt het college de tabel in de bijlage.

Artikel 5. Verwijderen van voorzieningen

De op grond van de Verordening aangebrachte woonvoorzieningen mogen niet zonder schriftelijke toestemming van burgemeester en wethouders worden verwijderd.

Artikel 6. Intrekking en overgangsrecht

1Het Besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Midden-Drenthe wordt ingetrokken.

2Voorzieningen in de vorm van een financiële tegemoetkoming op jaar- of declaratiebasis die toegekend zijn met toepassing van het Besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Midden-Drenthe of een eerder besluit lopen door tot einde van de indicatie.

Artikel 7. Inwerkingtreding en citeertitel

1Dit besluit treedt in werking op 1 januari 2024.

2Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Midden-Drenthe 2024.

Bijlage bij besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Midden-Drenthe

Berekening oppervlakte aanbouw/verbouw bij de beoordeling van een woonvoorziening.

Soort vertrek

Aantal m2 in geval van aanbouw van een vertrek

Aantal m2 in geval van uitbreiding van een reeds aanwezig vertrek

woonkamer

30

6

keuken

10

4

eenpersoons slaapkamer

10

4

tweepersoons slaapkamer

18

4

toiletruimte

2

1

badkamer:

-wastafelruimte

2

1

-doucheruimte

3

2

-badruimte

4

2

entree/gang/hal

5

2

berging

6

4

Toelichting

Artikel 2. Hoogte persoonsgebonden budget.

Lid 1

Het bedrag van € 24,42 is ontleend aan de VNG tabel waarin is opgenomen dat welk uurloon de gemeenten moeten hanteren bij begeleiding. Het gaat om de hoogste periodiek bij de Functie Waardering Gezondheidszorg (FWG 30) voor de geldende CAO VVT te vermeerderen met vakantietoeslag (8%) en de tegenwaarde van de verlofuren (237 uur). Met ingang van 1 maart 2025 volgen we de tabel van de VNG die periodiek wijzigt. Tot die tijd geldt het bedrag van oktober 2024. Omdat het bedrag per oktober 2023 € 0,41 hoger is sluit het nu nog niet aan.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.