Aanhef
De raad van de gemeente Midden-Delfland;
Gelezen het voorstel van de burgemeester en wethouders d.d. 19 januari 2006, nr. 2006-01-08;
BESLUIT:
De Notitie paardenbakkenbeleid vast te stellen.
Hoofdstuk 6. Richtlijnen
Artikel 16, lid 16 – Vrijstelling paardrijactiviteiten
Burgemeester en wethouders kunnen vrijstelling verlenen van het bepaalde in lid 1, 2 en 3 voor het gebruik van de gronden met de nadere aanwijzing ‘bouwstede’ voor paardrijactiviteiten, met dien verstande dat:
a.per bouwstede een paardenbak is toegestaan met een maximale omvang van 800 m2;
b.geen hinder of overlast voor het verblijf van mensen, noch aantasting van de kwaliteit van het natuurlijke milieu of het landschap te vrezen is, die niet op doelmatige wijze kan worden voorkomen.
Artikel 16, lid 17 – Adviesprocedure
Alvorens over een eventuele vrijstelling te beslissen, winnen burgemeester en wethouders schriftelijk advies in bij de natuur- en landschapsdeskundige met betrekking tot de vraag of de aanwezige landschappelijke en natuurwetenschappelijke waarde van de betreffende bestemming niet onevenredig worden aangetast en omtrent de eventueel te stellen voorwaarden. Tevens wordt een advies ingewonnen bij de agrarisch deskundige ter beoordeling van de bedrijfseconomische noodzaak voor het betreffende bedrijf en van de gevolgen voor de omliggende agrarische bebouwing.