Aanhef
Burgemeester en wethouders van Midden-Delfland en de burgemeester van Midden-Delfland;
Overwegende dat het gewenst is beleidsregels vast te stellen met betrekking tot ondermeer de toepassing van wet- en regelgeving met betrekking tot horeca-aangelegenheden en aanpalende zaken als coffeeshops, seksinrichtingen en evenementen;
Dat met toepassing van het bepaalde in afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht, de zogenaamde uniforme openbare voorbereidingsprocedure is gevolgd;
Dat de ingebrachte zienswijze, behoudens enkele redactionele wijzigingen, niet tot wijziging van het voorgenomen beleid heeft geleid;
BESLUITEN:
Vast te stellen de Nota horecabeleid Midden-Delfland 2010, zoals deze aan dit besluit is gehecht.
Hoofdstuk 4. Juridisch kader horecabeleid
Artikel 2:29, lid 2
Op grond van het tweede lid van artikel 2:29 van de APV worden hierbij voor (sport)verenigingen met horeca de volgende sluitingstijden vastgesteld:
o Op maandag van 0.00 uur tot 06.00 uur;
o Van dinsdag tot en met vrijdag van 01.00 uur tot 06.00 uur;
o Op zaterdag van 01.00 tot 06.00 uur en van 19.00 tot 24.00 uur;
o Op zondag van 00.00 en 06.00 uur en van 19.00 uur tot 24.00 uur;
o Buiten voormelde sluitingstijden alle dagen tot een uur vóór en na een uur na een (sport)verenigingsactiviteit.
Onder (sport)verenigingsactiviteit wordt bedoeld de hoofdactiviteit van de vereniging (voetbalwedstrijd of –training in geval van een voetbalvereniging en toneelspelen of repeteren in geval van een toneelvereniging etc.). Met een(sport)verenigingsactiviteit wordt dus niet bedoeld bijkomende club- en verenigingsactiviteiten zoals bijvoorbeeld het organiseren van disco´s, bingo`s etc. Voor dergelijke activiteiten gelden aparte regels.
Artikel 2:29, lid 3
Op grond van het derde lid van artikel 2:29 kunnen door de burgemeester in de exploitatievergunning afwijkende tijden (afwijkend van sluitingstijden als bedoeld in artikel 2:29, leden 1 en 2 van de APV 2010) worden opgenomen:
o indien beperkingen ten opzichte van de algemene tijden nodig zijn, indien naar zijn oordeel moet worden aangenomen, dat anders de woon- en leefsituatie in de omgeving van het horecabedrijf of openbare orde en veiligheid, of het milieu op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed;
o indien dat blijkens een gemotiveerd verzoek van de exploitant voor de hoofdactiviteiten van zijn horecabedrijf dringend gewenst is, en voorts de woon- en leefsituatie in de omgeving van het horecabedrijf of openbare orde en veiligheid of het milieu niet op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed en bovendien het bestemmingsplan of planologische visies een dergelijke hoofdactiviteit buiten de algemene sluitingstijden ondersteunt.
In de exploitatievergunningen zal een voorschrift worden opgenomen, dat horeca-exploitanten bij bijzondere gelegenheden vier keer per jaar mogen afwijken van de reguliere sluitingstijden. Ze mogen dan een uur langer openblijven. Een exploitant moet daartoe tijdig (de schriftelijke melding moet twee werkdagen vóór de dag waarop de afwijking van de sluitingstijd plaatsvindt bij de gemeente zijn ontvangen) een schriftelijke melding doen aan de burgemeester. De burgemeester kan na ontvangst van de melding, de afwijking van de sluitingstijden verbieden in het belang van de openbare orde, veiligheid, volksgezondheid of bescherming van het milieu.
De burgemeester kan voor een bij de horecagelegenheid behorend terras in de exploitatievergunning een ander sluitingsuur vaststellen, afgestemd op de specifieke omstandigheden. Ook hier geldt weer de woon- en leefsituatie in de omgeving van het horecabedrijf of de openbare orde en veiligheid, of het milieu als toetsingsgronden.
Sommige verenigingen willen in hun accommodatie naast de hoofdactiviteit clubactiviteiten organiseren, zoals een discoavond, bingo etc. In de exploitatievergunning zal hiervoor een voorschrift worden opgenomen, waardoor:
o een dergelijke clubactiviteit maximaal 10 keer per jaar onder de normale exploitatie wordt begrepen;
o tijdens die clubactiviteit afgeweken mag worden van de geldende sluitingstijden, maar niet van de sluitingstijden als genoemd in artikel 2:29 lid 1 van de APV.
Daarbij zal worden bepaald dat en dergelijke clubactiviteit 10 werkdagen voor de dag waarop de activiteit aanvangt schriftelijk bij de burgemeester moet worden gemeld. De burgemeester kan binnen 5 werkdagen na ontvangst van de melding, de activiteit en de afwijking van de sluitingstijden verbieden in het belang van de openbare orde, veiligheid, volksgezondheid of bescherming van het milieu. Tijdens een dergelijke activiteit blijven alle overige bepalingen en voorschriften van toepassing.
Tijdelijke sluiting(stijden)
Op grond van artikel 2:30 heeft de burgemeester de bevoegdheid om voor één of meer horecabedrijven in geval van bijzondere omstandigheden of indien hij dat uit oogpunt van openbare orde, veiligheid, zedelijkheid of gezondheid nodig acht een tijdelijk sluitingsuur vast te stellen of tijdelijke sluiting (een tijdelijke sluiting komt al vrij snel in beeld na een vechtpartij, (vuur)wapengebruik, aantreffen van (vuur)wapens in de inrichting, aantreffen of gebruik van hard- of softdrugs in of nabij de inrichting, maar ook indien de leefbaarheid in een wijk of gedeelte daarvan als gevolg van een incident onder druk is komen te staan) te bevelen.
Overige vergunningvoorwaarden
Aan de exploitatievergunning kunnen voorschriften en beperkingen worden verbonden. Deze voorschriften en beperkingen strekken slechts tot bescherming van het belang of de belangen in verband waarmee de vergunning of ontheffing is vereist.
In ieder geval zal in een voorschrift worden opgenomen welke verantwoordelijke personen er altijd in de horeca-inrichting ten tijde van de opening aanwezig dienen te zijn.
Hinderlijk drankgebruik
Op grond van artikel 2:48 is het verboden op aangewezen openbare plaatsen of op/ of aan het aangewezen openbaar water alcoholhoudende drank te eten of aangebroken flessen, blikjes en dergelijke met alcoholhoudende drank bij zich te hebben. Het bepaalde geldt niet voor horecabedrijven of bijbehorende terrassen.
Evenementen
Evenementenvergunningen worden verstrekt op grond van artikel 2.24 APV. De beleidsregels op basis van artikel 2.24 zijn vastgelegd in de nota evenementenbeleid Midden-Delfland. Tijdens evenementen heeft men, buiten de horeca-inrichtingen, een ontheffing nodig van de burgemeester (artikel 35 Drank- en Horecawet) om zwakalcoholhoudende drank tegen betaling of bedrijfsmatig te verstrekken. Een horecaondernemer kan te maken krijgen met het evenementenbeleid, zodra hij op of aan de straat een evenement (mee) wil organiseren of een activiteit in zijn horecabedrijf organiseert wat niet behoort tot de normale exploitatie van zijn bedrijf.
Alcoholmatiging/evenementenbier
Bij alle vergunningplichtige buitenevenementen en inpandige evenementen (buiten het normale gebruik) zal de burgemeester in het kader van alcoholmatiging nadere voorschriften verbinden aan de evenementenvergunning. Deze voorschriften vloeien voort uit het vigerende alcoholmatigingsbeleid waarover hiervoor in Hoofdstuk 3 aandacht is besteed. Onderdeel daarin is dat er in plaats van het reguliere bier evenementenbier of bier met een lager percentage alcohol moet worden geschonken. Deze laatst bedoelde bepaling zal vooral worden toegepast bij zich daarvoor lenende grootschalige evenementen waarvoor een organisator ook daadwerkelijk evenementenbier kan afnemen. Deze alinea is behalve onderdeel van het horecabeleid tevens een aanvulling op het vigerende evenementenbeleid.
Evenementenbepaling
In de voortaan te verlenen exploitatievergunningen zal een bepaling worden opgenomen er toe strekkende, dat de burgemeester de exploitant bijzondere voorschriften kan opleggen met betrekking tot het gebruik van plastic glazen, grootte van de glazen, telkens afruimen van tafels en andere ordende maatregelen, die slechts gelden ten tijde van een evenement, indien bij het uitblijven van deze voorschriften vrees zal zijn voor de verstoring van de openbare orde, veiligheid en leefbaarheid.
e.Bouwverordening Midden-Delfland en de Brandbeveiligingsverordening
Het juridisch kader van brandveiligheid wordt gevormd door de Woningwet, de Bouwverordening, het Bouwbesluit en de Brandbeveiligingsverordening op grond van de Brandweerwet 1985. Tevens speelt het Gebruiksbesluit een rol. Hieronder volgt een korte toelichting op deze wetten. Op grond van artikel 2 Woningwet zijn in het Bouwbesluit voorschriften gegeven omtrent het (brandveilig) bouwen. Ook staan er regels in omtrent de vereiste staat van bestaande gebouwen. De Veiligheidsregio Haaglanden adviseert bouw- en woningtoezicht over de vereiste brandtechnische voorzieningen van een nieuw te bouwen of te verbouwen gebouw en controleert deze tijdens de bouw. Het niveau van de brandtechnische eisen voor de staat van bestaande gebouwen in het Bouwbesluit is laag (er is sprake van een economisch niveau dat met brandveiligheid niets te maken heeft). Daarom heeft de gemeente een eigen beleid opgesteld. In dit beleid staan voorschriften die ertoe leiden dat het brandveiligheidsniveau voor bestaande bouw zoveel mogelijk aansluit bij het niveau voor nieuwbouw. Op grond van artikel 8 van de Woningwet geeft de Bouwverordening Midden-Delfland voorschriften omtrent het brandveilig gebruik van bouwwerken. In het Gebruiksbesluit staat beschreven hoe de regelgeving op het gebied van brandveiligheid wordt gehandhaafd.
f.Legesverordening
De legesverordening geeft aan voor welke vergunningen en ontheffingen een vergoeding (leges) verschuldigd is. Voor de exploitatievergunning geldt dat deze al dient te worden voldaan vóór het in behandelingen nemen van de vergunning. Dit zal in de praktijk ook zo worden toepast.
In het volgende hoofdstuk gaan we nader in op het toezicht en op de handhaving van het horecabeleid.
Bijlage
Bijlage 1
Limitatief overzicht van horecabedrijven, die begrepen zijn onder het begrip ondergeschikt horecabedrijf. Voor deze horecabedrijven geldt niet het verbod als bedoeld in artikel 2:28 van de APV 2010.
Horecabedrijf
Toelichting, beperkingen
1
Horecapunten in verzorgingsinstellingen
Mits:
a.de doelgroep de eigen bewoners, gasten van bewoners of eigen personeel is en
b.het horecapunt bij de gemeente schriftelijk is gemeld.
2
Horecapunten in scholen
Mits:
a.de doelgroep de eigen scholieren, hun ouders of eigen personeel is en
b.het horecapunt bij de gemeente schriftelijk is gemeld.
3
Bedrijfskantines
Mits:
a.de doelgroep eigen personeel is en
b.de bedrijfskantine bij de gemeente schriftelijk is gemeld.
4
Bed and breakfast
Mits:
a.het aantal slaapplaatsen niet groter is dan vier;
b.het horecabedrijf gelegen is buiten de bebouwde kom en
c.het horecabedrijf bij de gemeente schriftelijk is gemeld.
5
Clubhuis/verenigingskantine
Mits:
a.er geen alcohol in het clubhuis/verenigingskantine aanwezig is;
b.het aantal gelijktijdig aanwezige personen niet groter is dan 50;
c.het clubhuis/de verenigingskantine gesloten is tussen 0.00 uur en 6.00 uur en
d.het clubhuis of de verenigingskantine bij de gemeente schriftelijk is gemeld.