Gemeentelijke regelgeving

Gemeente Midden- Delfland – Beleidsregel vaststellen aanvaardbare waarde van geluid binnen gemeente Midden-Delfland

Gemeente Midden-Delfland · geldt sinds 14 december 2024

Aanhef

Samenvatting

In deze beleidsregel is beschreven welke criteria de gemeente Midden-Delfland vanaf 1 januari 2024 hanteert bij het beoordelen van het geluidniveau op geluidgevoelige gebouwen en de aanvaardbaarheid ervan.

Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet is het college van Burgemeester & Wethouders op grond van artikel 5.78s van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) bevoegd voor het toetsen van de aanvaardbaarheid van de waarde van geluid. De aanvaardbaarheid van geluid moet bepaald worden tussen de standaardwaarde (voorheen voorkeurswaarde) en grenswaarde (voorheen maximale ontheffingswaarde).

Er moet altijd worden getoetst met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFAL). Geluidniveaus boven de standaardwaarde zijn soms nodig om de realisatie van geluidsgevoelige gebouwen (bijvoorbeeld woningen) binnen geluidaandachtsgebieden mogelijk te maken.

Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet integreert de gemeente de beoordeling van geluidsniveaus in besluiten over omgevingsplannen of -vergunningen. Voorheen deed zij dit met aparte besluiten. De Omgevingswet stelt de gemeente in staat in het omgevingsplan gebiedsgerichte normen vast te stellen, waarbij de standaardwaarde en de grenswaarde de uitgangspunten vormen. Tussen de standaardwaarde en de grenswaarde ligt een afwegingsgebied, waarbij de aanvaardbaarheid van geluid getoetst dient te worden. Hierbinnen dienen alle geluidsbronnen gezamenlijk te worden beoordeeld.

In het afwegingsgebied is ruimte om maatregelen te nemen om de waarde van geluid te reduceren. Maatregelen moéten genomen worden als deze in alle redelijkheid tot de mogelijkheden behoren en financieel haalbaar zijn. Een waarde van geluid boven de grenswaarde is alleen in zeer uitzonderlijke situaties mogelijk.

Als de waarde van geluid, gelijk aan of lager is dan de standaardwaarde, is de activiteit of ontwikkeling altijd toelaatbaar.

Daarnaast wil de gemeente Midden-Delfland een aantrekkelijk gebied zijn van zeer hoge kwaliteit, waar optimaal genoten kan worden van de rust en de ruimte. Een van de kernopgaven van Midden-Delfland is het behouden en versterken van het woon- en leefklimaat (Vitale Dorpen). Deze beleidsregel draagt hieraan bij, door bij nieuwe akoestische situaties een weloverwogen besluit te nemen. Verder onderschrijft deze beleidsregel ook de CittaSlow gedachte, waar in een cultuurlandschap nog stilte en ruimte ervaren kan worden.

De beleidsregel wordt gebruikt bij het voorbereiden van de vaststelling van besluiten en plannen op grond van de omgevingswet. Dit zijn onder andere een omgevingsplan, omgevingsvergunning en buitenplans omgevingsplanactiviteit (BOPA). Aan de hand van de beleidsregel kunnen in geluidaandachtsgebieden geluidniveaus worden aanvaard bij geluidsgevoelige gebouwen, die hoger zijn dan de wettelijke standaardwaarde, maar tot de grenswaarde.

In zeer uitzonderlijke situaties kan het college besluiten af te wijken van de in deze beleidsregel gestelde voorwaarden. Het besluit dient dan zeer goed gemotiveerd te zijn. Dit is in gevallen wanneer de waarde van geluid hoger is dan de grenswaarde. Deze uitzonderingen zijn beschreven onder artikel 5.78s, lid 5 van het Bkl.

Het vaststellen van de beleidsregel is een college bevoegdheid. Voor de bekendmaking is de Algemene wet bestuursrecht (Awb) van toepassing. Er geldt in dit geval geen inspraakprocedure (alleen bekendmaking).

Hoofdstuk 1. Inleiding

1.2 Vastelling beleidsregel

1.3 Leeswijzer

In hoofdstuk 2 is in hoofdlijnen het wettelijke kader aangegeven, waarop de gemeente Midden-Delfland deze beleidsregel vaststelt en welke grenswaarden als gevolg daarvan moeten worden gehanteerd.

In hoofdstuk 3 staan de wettelijke voorwaarden om de aanvaardbaarheid van de waarde van geluid te beoordelen.

In hoofdstuk 4 staan de criteria opgenomen die Midden-Delfland stelt bij het toestaan van een waarde van geluid tussen de standaardwaarde en de grenswaarde.

In Hoofdstuk 5 worden ten slotte de procedurele en organisatorische aspecten weergegeven.

Hoofdstuk 2. Wettelijk kader

2.1 Relevante wijzigingen

2.1.1 Verschillen van normering Wgh en Omgevingswet

De nieuwe standaardwaarden en grenswaarden (geluidnormen) die opgenomen zijn in het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) zijn anders dan in de voormalige wet- en regelgeving. In onderstaande tabellen is dit per bronsoort weergegeven.

In de tabellen 1, 3 en 5 worden de geluidnormen weergegeven, welke van kracht waren onder de oude wetgeving. In de tabellen 2, 4 en 6 worden de geluidnormen weergegeven die nu onder de Omgevingswet van toepassing zijn.

Wegverkeer

Tabel 1: Wegverkeersgeluid, Wet geluidhinder (Wgh)

Geluidbronsoorten

Voorkeurs- grenswaarde (dB)

Hoogst toelaatbaar grenswaarde (dB)

Wegverkeer

Weg aanwezig, woning nog niet geprojecteerd, buiten bebouwde kom

48

53- 63

Weg aanwezig, woning nog niet geprojecteerd, binnen bebouwde kom

48

53- 68

Aanleg van of reconstructie nieuwe weg

48, dan wel heersende waarde voor reconstructie

58- 63

Tabel 2: Wegverkeersgeluid, Omgevingswet (Bkl)

Geluidbronsoorten

Standaardwaarde (dB, Lden)

Grenswaarde (dB, Lden)

Rijkswegen en provinciale wegen

50

60

Gemeentewegen en waterschapswegen

53

70

Railverkeer

Tabel 3: Spoorweggeluid (Wgh)

Geluidbronsoorten

Voorkeurs- grenswaarde (dB)

Hoogst toelaatbaar grenswaarde (dB)

Rail

55

68

Tabel 4: Spoorweggeluid (Bkl)

Geluidbronsoorten

Standaardwaarde (dB, Lden)

Grenswaarde (dB, Lden)

Hoofdspoorwegen en lokale spoorwegen

55

65

Industrielawaai

Tabel 5: Industriegeluid (Wgh)

Geluidbronsoorten

Voorkeurs- grenswaarde (dB)

Hoogst toelaatbaar grenswaarde (dB)

Industrie

50

55– 60

Tabel 6: Industriegeluid, (Bkl)

Geluidbronsoorten

Standaardwaarde (dB, Lden, Lnight)

Grenswaarde (dB, Lden, Lnight)

Industrieterreinen

50dB Lden, 40 Lnight

55dB Lden, 40 dB Lnight

2.3 Binnenwaarde

2.3.1 Cumulatie geluid

Cumulatie van geluid van geluidbronsoorten is onderdeel van de beoordeling van de aanvaardbaarheid van geluid op de gevel van geluidgevoelige gebouwen. Het betreft de beoordeling van geluid (gewogen optelling) van industrieterreinen met GPP, wegen en spoorwegen.

Onder de werking van de omgevingswet dient – naast wegverkeer, railverkeer, industrieterreinen en luchtvaart – ook rekening gehouden te worden met het geluid van onder andere een windturbine, windpark, sportterreinen, buitenschietbaan en militair springterrein en andere te benoemen bronnen indien dat noodzakelijk wordt geacht.

Deze beoordeling vindt onder andere plaats bij een wijziging van het omgevingsplan of een omgevingsvergunning. Het gaat hierbij om:

-Het wijzigen van of voor het eerst toelaten van een weg, spoorweg of industrieterrein met een geluidproductieplafond (artikel 3.38, Besluit kwaliteit leefomgeving).

-Verhoging van een geluidproductieplafond (zonder wijziging) van een weg, spoorweg of industrieterrein (artikel 3.38, Besluit kwaliteit leefomgeving).

-Het wijzigen van of voor het eerst toelaten van een weg of lokale spoorweg zonder een geluidproductieplafond (artikel 5.78p, Besluit kwaliteit leefomgeving).

-Het toelaten van een geluidgevoelige gebouw (artikel 5.78ac, Besluit kwaliteit leefomgeving) bij een industrieterrein met een geluidproductieplafond, een weg of een spoorweg.

Het beoordelingskader dat gemeente Midden-Delfland aanvaardbaar acht, is terug te vinden in hoofdstuk 4.

2.3.2 Gezamenlijk geluid

Het gezamenlijk geluid op de gevel van geluidgevoelige gebouwen is de waarde van geluid van de verschillende geluidbronnen tezamen op die gevel. Het geluid van de betrokken geluidbronnen wordt ongewogen bij elkaar opgeteld. Het gezamenlijk geluid op de gevel van een geluidgevoelig gebouw is nodig om de benodigde geluidwering van die gevel te bepalen.

Dit is van toepassing als de geluidwering van de gevel moet worden bepaald bij twee of meer geluidbronnen (artikel 5.78ad, Besluit kwaliteit leefomgeving).

Hoofdstuk 3. Wettelijke voorwaarden voor verlenen waarde van geluid tussen standaardwaarde en grenswaarde

3.2 Overgangsrecht beleid hogere waarde en Omgevingswet

3.2.1. Lopende procedures

Het oude recht blijft van toepassing op een hogere waarde besluit, wanneer de volgende zaken uiterlijk voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet (dus uiterlijk 31 december 2023) zijn geregeld:

1Het ontwerpbestemmingsplan

2Geldt ook voor een uitwerkingsplan, wijzigingsplan, inpassingsplan en bestemmingsplan met verbredereikwijdte.

is ter inzage gelegd (artikel 4.6 van de Invoeringswet Omgevingswet);

2De aanvraag voor de omgevingsvergunning 'afwijken bestemmingsplan' (zoals bedoeld in artikel 76a van de Wet geluidhinder) is ingediend (artikel 4.6 van de Invoeringswet Omgevingswet);

3Aan het college van burgemeester en wethouders zijn de resultaten overlegd van het vereiste akoestische onderzoek, en een beschrijving van de benodigde maatregelen voor het reconstructiebesluit

3Dit geldt voor een besluit tot aanleg of reconstructie van een weg, of aanleg of wijziging van een spoorweg Wet geluidhinder buiten toepassing van de bestemmingsplanprocedure.

(artikel 3.4, lid 1, onder a, van de Aanvullingswet geluid).

3.2.2 Bestaande besluiten en instrumenten

Bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet vervallen enkele wetten of delen van wetten. Daarbij vervallen dan ook bestaande regels. Ook vervalt de wettelijke grondslag onder op die wetten gebaseerde besluiten. Toch is het van belang dat de werking doorloopt van deze regels en besluiten. Het overgangsrecht regelt dit, bijvoorbeeld hoe het bevoegd gezag moet omgaan met in het verleden genomen besluiten.

Een hogere waarde besluit op grond van de Wet geluidhinder is onderdeel van het tijdelijk deel omgevingsplan (artikel IX van het Aanvullingsbesluit geluid).

3.2.3 Instrumenten geluid Omgevingswet bij het tijdelijke deel van het omgevingsplan

Met de Omgevingswet verandert er veel voor geluid. Naast verbeteringen veranderen op een aantal onderwerpen ook de systematiek en het instrumentarium. Voor geluid gelden daarom bij diverse situaties overgangsbepalingen, of bepalingen over eerbiedigende werking. Hieronder zijn de belangrijkste instrumenten opgenomen.

Aanleg of wijziging van een gemeentelijke weg binnen de ruimtelijke regels van het tijdelijke deel van het omgevingsplan

Wordt een gemeentelijke weg gewijzigd binnen de ruimtelijke regels van het tijdelijke deel van het omgevingsplan, dan moet het bevoegd gezag voldoen aan de regels uit afdeling 22.4 Bruidsschat Omgevingsplan. Deze regels zijn een omzetting van artikel 73, onder a (toepassingsbereik), artikel 79 (aanleg) en artikel 99 (reconstructie) van de Wet geluidhinder.

Wijziging provinciale weg zonder geluidproductieplafond binnen ruimtelijke regels tijdelijke deel omgevingsplan

Wordt een provinciale weg (nog zonder geluidproductieplafond) gewijzigd binnen de ruimtelijke regels van het tijdelijke deel omgevingsplan, dan gelden de regels voor reconstructie uit de Wet geluidhinder. Dit staat in artikel 3.5 van de Aanvullingswet geluid.

Past een wijziging van een provinciale weg niet binnen de bestaande ruimtelijke regels, dan is een projectbesluit veelal wenselijk. Geluidproductieplafonds (GPP) moeten worden vastgesteld als onderdeel van dat besluit (zie artikel 5.7a, aanhef en onder b, van het Omgevingsbesluit).

Toelaten geluidgevoelig gebouw in het tijdelijk geluidaandachtsgebied van een provinciale weg (nog zonder geluidproductieplafond)

Bij het toelaten van een geluidgevoelig gebouw in een (tijdelijk) geluidaandachtsgebied van een provinciale weg, waarvoor nog geen geluidproductieplafond is vastgesteld, gelden de regels op grond van artikel 12.7 uit het Bkl. Hierin is geregeld dat het geluidaandachtsgebied van de Provinciale weg overeenkomt met de geluidszone zoals dat bedoeld is het artikel 74 van de Wet geluidhinder. Wordt hierbij gebruikgemaakt van een 'dove gevel', dan wordt deze gevel vastgelegd in het omgevingsplan als een ‘niet-geluidgevoelige gevel met bouwkundige maatregelen’ (artikel 12.13f van het Besluit kwaliteit leefomgeving).

De instructieregels uit 'Geluidgevoelige gebouwen in geluidaandachtsgebieden' (paragraaf 5.1.4.2a.4 van het Besluit kwaliteit leefomgeving) zijn niet van toepassing omdat er nog geen geluidaandachtsgebied is.

Toelaten geluidgevoelig gebouw in het (tijdelijk) geluidaandachtsgebied van een industrieterrein (nog zonder geluidproductieplafond)

Bij het toelaten van geluidgevoelige gebouwen in het (tijdelijk) geluidaandachtsgebied van een industrieterrein, waarvoor nog geen geluidproductieplafond is vastgesteld, geldt nog het beoordelingskader Wet geluidhinder (artikel 3.6 van de Aanvullingswet geluid), maar geldt de normering en berekening van de nieuwe wet (Omgevingswet).

Wordt hierbij gebruikgemaakt van een 'dove gevel', dan wordt deze gevel vastgelegd in het omgevingsplan als een niet-geluidgevoelige gevel met bouwkundige maatregelen (artikel 12.13f van het Besluit kwaliteit leefomgeving).

De instructieregels uit 'Geluidgevoelige gebouwen in geluidaandachtsgebieden' (paragraaf 5.1.4.2a.4, Bkl) zijn nog niet van toepassing.

N.B. Nieuw op te nemen woningen (activiteit wonen) kunnen per definitie niet in het tijdelijke deel van het omgevingsplan worden geregeld. Is er het voornemen om een nieuwe geluidgevoelige activiteit toe te staan, dan moet op dat onderdeel het omgevingsplan definitief worden gemaakt.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.