Gemeentelijke regelgeving

Gemeente Midden-Delfland – Beleidsregel houdende regels omtrent demonstraties

Gemeente Midden-Delfland · geldt sinds 11 juli 2025

Aanhef

Beleidsregel van de burgemeester van de gemeente Midden-Delfland houdende regels omtrent demonstraties

Inleiding

Jaarlijks vinden er in de gemeente Midden-Delfland verschillende demonstraties plaats, waarbij burgers hun grondrecht op betoging uitoefenen. Het recht op betogen wordt beschermd door artikel 9 van de Grondwet, de Wet openbare manifestaties (hierna: Wom) en het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM). Tegelijkertijd brengt het demonstratierecht ook verantwoordelijkheden met zich mee voor zowel de deelnemers als de gemeente. De burgemeester van Midden-Delfland heeft de taak om het recht op betoging te waarborgen, maar ook om op te treden ter bescherming van de gezondheid, in het belang van het verkeer en ter voorkoming van wanordelijkheden. Op grond van de Wom heeft de burgemeester de bevoegdheid om aan demonstraties voorschriften te verbinden, wanneer dat noodzakelijk is ter bescherming van deze belangen.

Een recent voorbeeld van de noodzaak voor dergelijke maatregelen is de situatie op het viaduct Kerkepad aan de Woudselaan, waar sinds eind juni 2022 regelmatig demonstraties plaatsvinden. Wat begon als een kleine groep, is in de loop der tijd uitgegroeid tot een groter aantal deelnemers. Wanneer demonstraties van deze omvang plaatsvinden, kunnen er zorgen ontstaan over de openbare orde en veiligheid. Dit geldt niet alleen voor demonstraties op viaducten, maar ook voor demonstraties op andere openbare locaties binnen de gemeente, zoals pleinen, wegen en in de nabijheid van publieke voorzieningen. In dergelijke gevallen kan het, als daarvoor aanleiding is, voor de burgemeester noodzakelijk zijn om, eventueel in overleg met de politie en het Openbaar Ministerie, passende maatregelen te nemen om de situatie onder controle te houden en verdere escalatie te voorkomen.

Gelet op de vaak (zeer) korte voorbereidingstermijn van demonstraties is het van groot belang dat alle betrokkenen weten op welke wijze er binnen de gemeente met demonstraties wordt omgegaan. Om deze helderheid te bieden aan organisatoren, inwoners en autoriteiten, zijn deze beleidsregels vastgesteld. Daarmee wil de burgemeester van Midden-Delfland heldere kaders verbinden aan demonstraties op alle openbare locaties binnen de gemeente. Dit is gericht op het waarborgen van de veiligheid van zowel demonstranten als andere aanwezigen of betrokkenen, zoals weggebruikers, omwonenden en bezoekers, en op het zorgen dat demonstraties ordelijk en binnen de kaders van de Wom plaatsvinden. Deze beleidsregels verschaffen duidelijkheid en worden door de burgemeester als richtlijn gehanteerd bij het uitoefenen van haar bevoegdheden.

Dit neemt niet weg dat de burgemeester, indien de situatie daarom vraagt, van de beleidsregels kan afwijken ter bescherming van de belangen zoals genoemd in de Wom. De beleidsregels, inclusief de daarin beschreven basisvoorwaarden en beperkingen die in beginsel gelden, vormen de uitgangspunten die worden gevolgd. Iedere situatie zal echter op het moment zelf opnieuw worden beoordeeld.

Bijlage 1. Voorschriften demonstratie

a.De organisatie ziet erop toe dat geen materialen of voorwerpen worden achtergelaten die de veiligheid in gevaar kunnen brengen of kunnen leiden tot wanordelijkheden.

b.De organisatie ziet erop toe dat tijdens de betoging geen schade wordt toegebracht aan wegdek, verkeersborden of andere infrastructuur die een risico kunnen vormen voor de verkeersveiligheid of kunnen leiden tot wanordelijkheden.

c.Het gebruik van versterkt geluid is toegestaan, tenzij het noodzakelijk is dit te beperken in het belang van het verkeer of ter voorkoming van wanordelijkheden.

d.Tijdens de betoging, alsmede voorafgaand aan de start en na afloop daarvan, is het voor de organisatie en de deelnemers niet toegestaan om voorwerpen te verbranden of fakkels, vuurwerk of andere materialen te gebruiken die rook of gevaarlijke stoffen kunnen veroorzaken, de zichtbaarheid beperken of onveilige situaties kunnen veroorzaken, ter bescherming van de gezondheid, het verkeer en ter voorkoming van wanordelijkheden.

e.Tijdens de betoging is het voor deelnemers verboden om alcohol te nuttigen of bij zich te hebben, tenzij dit op de demonstratielocatie volgens de APV is toegestaan, waarbij alcoholgebruik geen aanleiding mag geven tot wanordelijkheden.

f.De organisatie en de deelnemers mogen geen voorwerpen hanteren of gebruiken die bij terechtkomen op of nabij de weg een risico kunnen vormen voor de verkeersveiligheid of wanordelijkheden, en dienen ervoor te zorgen dat flyers, spandoeken, stokken en andere materialen niet in aanraking komen met de weg of het verkeerd. Eventuele materialen die toch op de weg of het voetpad terechtkomen, moeten direct door de organisatie worden opgeruimd.

g.Tijdens de betoging mag de locatie niet worden geblokkeerd worden en moet te allen tijden vrije doorgang voor hulp- en reddingsdiensten worden gewaarborgd.

h.Het is niet toegestaan een kampement op te zetten op de demonstratielocatie, tenzij dit vooraf uitdrukkelijk is toegestaan in verband met de inhoud en duur van de demonstratie, en er voldoende maatregelen zijn genomen om onveilige of onhygiënische situaties te voorkomen.

i.De opstelling van de betoging dient zodanig te zijn dat deze geen gevaar oplevert voor verkeersdeelnemers, waaronder voetgangers, en dat de verkeersveiligheid te allen tijde gewaarborgd blijft, waarbij wegen, rotondes of kruisingen niet mogen worden geblokkeerd.

Niet-naleving van deze voorschriften is strafbaar gesteld in artikel 11 lid 1 sub b van de Wom. Op de naleving van maatregelen wordt toegezien door de politie en handhaving.

Bijlage 2. Beleidsuitgangspunten en tolerantiegrenzen

Het overheidsoptreden is erop gericht om de demonstratie in gemeente Midden-Delfland ongestoord en veilig te laten verlopen. Hieronder staan de beleidsuitgangspunten en tolerantiegrenzen beschreven die de gemeente Midden-Delfland en de politie zullen hanteren bij de demonstratie. Zij hebben de doelstelling een eenduidig optreden van de gemeente en politie te bewerkstelligen.

Beleidsuitgangspunten

Voor manifestaties gelden in de basis de volgende uitgangspunten:

•Waarborgen van de rechten genoemd in artikel 7 (vrijheid van meningsuiting) en artikel 9 (recht tot vergadering en betoging) van de Grondwet.

•Neutraliteit in het handelen (conform artikel 1 - Allen die zich in Nederland bevinden, worden in gelijke gevallen gelijk behandeld).

•Het politieoptreden is gericht op een veilig en ordelijk verloop van de demonstratie.

•Het politieoptreden is gericht op handhaven van de openbare orde, de rechtsorde en verkeersveiligheid en bij verstoring, het zo spoedig mogelijk herstellen hiervan. Het maatschappelijk en/of economische verkeer van particulieren, bedrijven en instellingen wordt zo min mogelijk verstoord. Te alle tijden dient voorkomen te worden dat het verkeer in gevaar wordt gebracht door blokkades op hoofdwegen en bij tunnels.

•Het politieoptreden is eenduidig en professioneel en gericht op de-escaleren. (dreigende) incidenten worden proactief ‘in de kiem gesmoord’ door direct aanspreken en - indien nodig - optreden.

•Het noodzakelijke politieoptreden wordt gekenmerkt door een zorgvuldige afweging van de mate van inbreuk op de rechtsorde en de consequenties van het politieoptreden tegen deze inbreuk. Tegen personen die zich schuldig maken aan het plegen van een strafbaar feit wordt opgetreden. De wijze van optreden is afhankelijk van de situatie.

➢ In geval van overtredingen is het optreden in de eerste plaats gericht op beëindiging van de overtreding, indien mogelijk zonder escalatie, gevolgd door bekeuren en/of verwijdering van ordeverstoorders ter plaatse.

➢ Bij het verrichten van aanhoudingen wordt de ernst van de overtreding afgewogen tegen de gevolgen voor de verdere handhaving van de openbare orde.

➢ Het aanhouden van daders blijft achterwege indien een dergelijke aanhouding een ongewenste escalatie tot gevolg heeft, c.q. zou kunnen hebben (proportionaliteit/subsidiariteit). De politie zal bij haar optreden steeds de mate van inbreuk op de rechtsorde wegen tegen de consequenties van het optreden; de kaders van de hierna volgende tolerantiegrenzen zijn daarbij van belang.

➢ Indien de openbare orde ernstig in het geding komt / dreigt te komen tijdens of na de manifestatie wordt direct overgegaan tot een aanhouding.

➢ Het strafrechtelijke optreden is gericht tegen de beëindiging van strafbare feiten en tevens op de gerichte verzameling van bewijs ten behoeve van strafvervolging. Indien de aanhouding niet meteen kan plaatsvinden, is het optreden gericht op het creëren van een mogelijkheid tot aanhouding achteraf.

•Indien er sprake is van één of meerdere tegendemonstraties, is het uitgangspunt om groepen fysiek gescheiden te houden.

•De politie werkt informatie gestuurd en het optreden heeft een gefaseerd en gedifferentieerd karakter. Bij ongeregeldheden hanteert de politie een opschalingsmodel waarbij proportionaliteit, subsidiariteit en de-escalatie centraal staan en inzet wordt afgewogen tegen de consequenties van het optreden.

•Tijdens de demonstratie kan de burgemeester van de gemeente aanwijzingen geven aan de demonstranten indien dit noodzakelijk is ter voorkoming van wanordelijkheden, in het belang van het verkeer of ter bescherming van de gezondheid. Hij kan aan de demonstranten de opdracht geven de demonstratie onmiddellijk te beëindigen en uiteen te gaan wanneer dit noodzakelijk is ter voorkoming van wanordelijkheden, in het belang van het verkeer of ter bescherming van de gezondheid of (herhaaldelijk of massaal) in strijd wordt gehandeld met een voorschrift, beperking of aanwijzing.

Tolerantiegrenzen demonstratie

De politie treedt in principe op indien er sprake is van:

•Het (grootschalig) verstoren van de openbare orde voorafgaand aan, tijdens en na afloop van een openbare manifestatie;

•Het belemmeren van de politie of andere hulpverlenende instanties in de uitoefening van hun publieke taak alsmede het belemmeren van de aanwezige media, beveiligers en verkeersregelaars;

•Het in gevaar brengen van het verkeer op het water, in de lucht en aan het land;

•Het publiekelijk creëren of uitlokken van gevaar;

•Het (openlijk) uitlokken van geweld tegen personen of goederen;

•Het direct in gevaar brengen van personen of goederen;

•Het dreigen met of daadwerkelijk gebruik van geweld tegen personen met een publieke taak. Denk aan bijzondere- en buitengewone opsporingsambtenaren, beveiligers en verkeersregelaars;

•Het bezit of gebruik van slag-, stoot- en andere wapens (overtreden van de Wet wapens en munitie.

en munitie);

•Het afsteken van vuurwerk;

•Het met zich voeren en tonen van tekens, afbeeldingen of het uiten van teksten die naar het oordeel van het Openbaar Ministerie beledigend, opruiend of discriminerend zijn. De politie treedt hierbij pas op in afstemming met het Openbaar Ministerie;

•Het met zich meevoeren van voorwerpen die als wapen gebruikt kunnen worden, waaronder vuurwerk en brandbare vloeistoffen;

•Het bevestigen van eventuele spandoeken aan andermans eigendommen. In het geval van gemeentelijk eigendom (bruggen etc.) wordt veelal besloten tot verwijdering, direct na afloop van de demonstratie;

•Het dragen van gezicht bedekkende kleding of kledingstukken, als dit gepaard gaat met gedragingen met het kennelijke doel om de orde te verstoren of strafbare feiten te plegen.

•Het gebruikmaken van drones door particulieren bij openbare manifestaties;

•Blokkades van snelwegen en blokkades van andere wegen die gevaar of een onevenredige hinder veroorzaken voor het verkeer (balans tussen grondrecht op demonstreren en daaruit voortvloeiende hinder voor het verkeer);

•Blokkades en/of verstoring van voorzieningen en/of logistieke processen die van vitaal belang zijn voor het maatschappelijke leven en/of de publieke gezondheid;

•Het zich niet houden aan de in de Wom-beschikking gestelde voorschriften;

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.