Gemeentelijke regelgeving

Gemeente Midden-Delfland - Beleidsnotitie Standplaatsen Midden-Delfland 2022

Gemeente Midden-Delfland · geldt sinds 14 oktober 2022

1. Inleiding

1.1 Aanleiding

1.1.1 Context

De gemeente Midden-Delfland ligt midden in de Metropoolregio Rotterdam Den Haag en wordt omgeven door diverse steden met een ruim voorzieningenaanbod. De gemeente is binnen deze grootstedelijke regio uniek om de rust en ruimte, de vele groene weidelandschappen en de cultuurhistorische dorpen, waar rivier de Gaag doorheen stroomt. De gemeente draagt het internationale Cittaslow keurmerk. Dit getuigt van een streven naar de hoogst mogelijke kwaliteit van leven voor inwoners, ondernemers en bezoekers, op het gebied van onder andere duurzame, lokale en cultuurhistorische kwaliteiten.

Midden-Delfland telt 19.484 inwoners

1Gemeente Midden-Delfland (2022), feiten en cijfers.

, verdeeld over drie dorpskernen, Den Hoorn, Schipluiden en Maasland, en buitengebied. Deze dorpskernen zijn alle drie voorzien van tenminste één ruime supermarkt en een paar andere dagelijkse en niet-dagelijkse voorzieningen. Naast permanente detailhandel biedt de gemeente ook ruimte aan standplaatsen, een ambulante vorm van detailhandel. Standplaatshouders kunnen hierdoor waren of diensten aanbieden op openbare plekken in de verschillende dorpskernen, mits zij in het bezit zijn van een standplaatsvergunning

2Hierop is een uitzondering mogelijk, zie artikel 5:18, lid 5, van de Aanwijsbesluiten Algemene Plaatselijke Verordening 2021.

.

1.1.2 Definitie standplaats

In deze beleidsnotitie wordt onder standplaats verstaan: het vanaf een vaste plaats op een openbare en in de openlucht gelegen plaats te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel diensten, gebruikmakend van fysieke middelen, zoals een kraam, een wagen of een tafel (zie ook art. 5:17 van de Algemene plaatselijke verordening Midden-Delfland 2021, hierna: APV). Onder standplaats wordt niet verstaan:

•Een vaste plaats op een jaarmarkt of markt als bedoeld in artikel 160, eerste lid, aanhef en onder g, van de Gemeentewet;

•Een vaste plaats op een evenement als bedoeld in artikel 2:24.

1.1.3 Aanleiding actualisatie: regels onvoldoende gemotiveerd

De gemeente heeft een standplaatsenbeleid

3Nota Standplaatsenbeleid Midden-Delfland 2008.

om te sturen op ambulante detailhandelsvoorzieningen op bepaalde dagen, locaties en in bepaalde branches. De huidige praktijk van kleine clusters van standplaatsen per dorpscentrum bieden inwoners een herkenbaar en aantrekkelijk aanvullend aanbod. Door de centrumlocatie en beperking in het aantal plaatsen en dagen leidt dit voor zowel de permanente (winkel)voorzieningen als ambulante handelaren tot een positieve wisselwerking, zonder dat dit tot ongewenste verdringing leidt. Denk aan een gezamenlijke aantrekkingskracht en het ontstaan van combinatiebezoeken.

Het huidige standplaatsenbeleid behoeft echter actualisatie. Het nu gehanteerde maximumstelsel, waaronder een branche-beperking, is beperkt gemotiveerd en de regels zijn onder andere ingegeven door weigeringsgronden vanuit veiligheid en openbare orde (zie art. 1:8 en 5:18 van de APV, zie bijlage 1). De gemeente verkiest inmiddels een positieve beleidsmatige afweging, vanuit de bijdrage van standplaatsen aan de voorzieningenstructuur voor inwoners van de gemeente.

Gelet op jurisprudentie inzake de Dienstenrichtlijn, loopt de gemeente inmiddels tegen een aantal knelpunten aan in de huidige regelgeving:

•Motivering maximumstelsel: De beperkte bezetting die op de aangewezen locaties is toegestaan en het verbod op vaste standplaatsen hierbuiten zijn nauwelijks gemotiveerd. Voor zover gemotiveerd berust dit overwegend op economische motieven, bijvoorbeeld het beperken van concurrentie. De ruimtelijke relevantie is beperkt onderbouwd; de argumentatie dat de regels bijdragen aan de kwaliteit van de leefomgeving ontbreekt.

•Voorrang bij verlenging en branchebeperkingen: Het opnieuw vergunning verlenen aan de huidige vergunninghouder als deze dat wenst en het uitsluiten van branches maakt het voor nieuwe standplaatshouders lastig of zelfs onmogelijk om toe te treden. De motivering ontbreekt die nodig is om aan de noodzakelijkheids- en evenredigheidsvereisten (regels gaan niet verder dan nodig) van de Dienstenrichtlijn te voldoen.

1.1.4 Doel standplaatsenbeleid 2022

De doelstellingen van het Standplaatsenbeleid Midden-Delfland 2022 zijn:

•Het hanteren van actuele, gemotiveerde en uniforme beleidsregels, zodat deze optimaal aansluiten bij de huidige praktijk en beleidsambities, en passen bij het cultuurhistorische karakter van de gemeente;

•Het versterken van de samenhang tussen winkels/winkelgebieden en standplaatsen, in aansluiting op de keuzes in de structuurvisie van de gemeente en de centrumplannen;

•Het bieden van heldere en eenduidige kaders om een inhoudelijke afweging te maken voor nieuwe aanvragen, inclusief overgangsbeleid, rekening houdend met bestaande rechten.

2. Huidige situatie Midden-Delfland

2.1 Huidige aanbod- en vraagstructuur

2.1.1 Conclusie huidige standplaatsenstructuur

•Door de clustering van de vaste standplaatsen op een centrumlocatie wordt inwoners een herkenbare ‘minimarkt’ geboden.

•De branches/assortimenten die momenteel worden aangeboden op de standplaatsclusters zijn een verrijking van het voorzieningenaanbod (o.a. vis, lokale groenten en fruit, kaas, kip en goudhandel). Hierdoor hebben de bewoners meer keuzes uit producten en prijsklassen.

Figuur 1. Locaties huidige vaste standplaatsen in de gemeente (blauwe stippen)

2.2 Relevant beleidskader

2.2.1 Standplaatsenbeleid Midden-Delfland 2008

Gemeente Midden-Delfland streeft naar dynamische kleinschaligheid en kwaliteit van dorpen door te balanceren tussen economische belangen, het dorpsbeeld en de kwaliteit van leven

5Nota Standplaatsenbeleid Midden-Delfland 2008.

. Zij streeft clustering na van economische activiteiten, waaronder standplaatsen

6Interim-standplaatsenbeleid Schipluiden (2016).

. Gemeente Midden-Delfland hanteert een maximumstelsel voor een bepaald aantal vaste standplaatsen, waarmee de hoeveelheid dagen en de locaties bepaald worden. Soms geldt hierbij een verschil per branche. Daarnaast verleent de gemeente in een beperkt aantal gevallen incidentele standplaatsvergunningen.

Standplaatshouders hebben een vergunning voor maximaal vijf jaar. Na deze periode moet de standplaatshouder opnieuw een vergunning aanvragen. Als er niets gewijzigd is, wordt een nieuwe vergunning opnieuw verleend. Er wordt een wachtlijst gehanteerd voor de vaste standplaatsen. Weigering en toekenning van standplaatsaanvragen vindt nu plaats op basis van toetsing aan de APV-regels (o.a. verkeershinder, veiligheid) en het maximumstelsel.

2.2.2 Visie gemeentelijk niveau

De gemeente beschouwt detailhandel als middel om de levendigheid van dorpen te vergroten

7Gemeente Midden-Delfland (2009), Behoud door ontwikkeling.

. Er wordt gestreefd naar verbetering van het vestigingsklimaat voor detailhandel en de verbetering van de verblijfskwaliteit van de dorpscentra, zodat de kans op langer verblijf toeneemt

8RBOI (2012), Centrum Den Hoorn.

. Hoewel de gemeente inspeelt op het aantrekken van bezoekersstromen is expliciet beschreven dat inwoners en ondernemers, en niet de recreanten, de eerste plaats innemen

9Gemeente Midden Delfland (2011), Structuurvisie Midden-Delfland 2025.

. Midden-Delfland is een Cittaslow gemeente.

Standplaatsen kunnen door hun ambulante karakter en activiteiten in de openbare ruimte bijdragen aan de beoogde dynamiek, levendigheid en aantrekkelijkheid van de dorpscentra. Standplaatsen zijn goed inpasbaar in het streven naar behoud van kleinschaligheid en authenticiteit. Vanuit de Cittaslow gedachte is het verkopen van duurzame/biologische, hoogwaardige en/of streekeigen producten een pré. De verkoop van streekproducten is in sommige gevallen, onder voorwaarden

10Voor meer informatie zie artikel 5:18, lid 5, van de Aanwijsbesluiten Algemene Plaatselijke Verordening 2021.

, zonder vergunning mogelijk.

2.2.3 Dorpscentra

Voor elke dorpskern is een centrumvisie/-plan vastgesteld of in ontwikkeling. Voor de centra is wat betreft detailhandel het volgende vastgelegd:

•Den Hoorn is in ontwikkeling en de ambitie is dat in 2025 de winkelvoorzieningen passend zijn bij het formaat van het dorp. In deze grootste kern wordt al enkele jaren gewerkt aan het realiseren van een aantrekkelijk, centraal dorpsplein, tussen de Dijkhoornseweg en de Looksingel. Hier zal tevens een tweede supermarkt zich vestigen. In de voorzieningenstructuur wordt de Dijkhoornseweg, aangetakt op dit dorpsplein, beschouwd als winkelcluster voor detailhandel. Door het (detailhandels)programma te optimaliseren in het compacte centrumgebied wordt synergie gestimuleerd, ofwel combinatiebezoek.

•In Schipluiden wordt ingezet op verbetering van zowel de functioneel-ruimtelijke kwaliteiten van het winkelgebied als van de historische kern en op de relatie tussen deze delen. Nieuwe detailhandel is niet gewenst, tenzij die nevengeschikt of ondergeschikt is aan andere functies. Voor winkels gericht op inwoners van Schipluiden is tevens beperkt economisch draagvlak. Het centrum van Schipluiden is opgedeeld in zes deelgebieden, waarbij het parkeerplein en het H.K. Pootplein zijn bestemd als verkeers- en verblijfsgebied.

•Binnen het dorpscentrum van Maasland is de kruising van de Huis te Veldelaan en de Gaag een belangrijke schakel. Hier komen diverse functies samen, zoals recreatie, historie en winkelconcentratie. Het centrum heeft de vorm van een ‘kralensnoer’. Diverse functies worden aaneengeschakeld, middels verschillende pleinen met unieke identiteiten. De meeste economische en detailhandelsactiviteiten zijn bij Veldesteijn te vinden, bijvoorbeeld de supermarkt en omliggende voorzieningen. De aantrekkelijkheid van het centrum wordt verbeterd door horeca, ambachtelijke bedrijfjes, winkeltjes en galerieën langs het water te stimuleren.

3. Standplaatsenbeleid 2022

3.1 Rol standplaatsen in gewenste voorzieningenstructuur

3.1.1 Versterking bestaande structuur

Detailhandelsvoorzieningen in Midden-Delfland zijn geclusterd in, of in de directe nabijheid van, de dorpscentra van Den Hoorn, Schipluiden en Maasland. Elke dorpskern beschikt in het centrum over ten minste een moderne supermarkt en (vers)speciaalzaken. Inwoners van de dorpskernen zijn daarmee voorzien van nabijgelegen voorzieningen op loop-/fietsafstand en hoeven voor dagelijkse boodschappen het dorp niet te verlaten. Deze fijnmazige detailhandelsstructuur draagt bij aan de economische bedrijvigheid, leefbaarheid en kwaliteit van de dorpskernen.

Naast de permanente voorzieningen kan ambulante detailhandel, ofwel standplaatsen, een waardevolle bijdrage leveren aan de economische dynamiek en kwaliteit van de dorpen. Mits de standplaatsen in aantal en ruimtelijke uitstraling passen bij het formaat van dorp en centrum. Standplaatsen zorgen voor verlevendiging en extra sfeer van pleinen en andere ontmoetingsplekken. Daarnaast bieden standplaatsen kansen om streekeigen, duurzame producten aan te kunnen bieden en Midden-Delfland verder sterker op de kaart te zetten als Cittaslow gemeente.

3.1.2 Concentratie en clustering in het centrum

Aangezien in dorpscentra, met name nabij de supermarkt, veel consumenten komen en verschillende voorzieningen zijn gevestigd, is het centrum een aantrekkelijke omgeving voor standplaatshouders. Standplaatsen kunnen, mits ze in branchering en aanbod zoveel mogelijk een aanvulling vormen op het aanwezige aanbod, andersom gezien juist voor de centrumgebieden een belangrijke meerwaarde hebben. In dorpen waar het draagvlak te klein is voor het in stand houden van een winkel in een bepaalde branche is soms nog wel een standplaats haalbaar. Deze standplaats vormt zo een aantrekkelijke aanvulling op het winkelaanbod en daarmee op het voorzieningenniveau in het dorp.

Standplaatsen nabij een toeristisch en/of openbaar vervoerspunt, zoals een busstation, bieden in deze kleine kernen meestal onvoldoende passanten.

Omwille van kwaliteit en economische dynamiek zet de gemeente Midden-Delfland in op clustering en concentratie van detailhandel. Voor inwoners van de dorpen hebben permanent aanwezige voorzieningen de grootste waarde. Standplaatsen hebben een belangrijke rol als (tijdelijke) aanvulling op de permanente (winkel)voorzieningen. Het streven is daarom om de standplaatsen, indien ruimtelijk inpasbaar, in het centrum te behouden. Door ook het aantal beschikbare plaatsen en dagen te reguleren wordt overaanbod, teruggang in de aangeboden kwaliteit en afbreuk aan het aanvullende en tijdelijke karakter voorkomen.

3.1.3 Ruimtelijke kwaliteit van dorpen

Ruimtelijk goed gesitueerde standplaatsen leveren de grootste bijdrage aan een aantrekkelijke omgeving en het functioneren van winkelgebieden. Dit betekent dat de gemeente kiest voor standplaatslocaties op centraal gelegen openbare ruimten met ontmoetingsfunctie, zoals een plein. Standplaatsen op deze ontmoetingsplekken versterken tegelijkertijd het voorzieningencluster: ondernemers in de permanente en ambulante detailhandel kunnen van elkaars bezoekers profiteren (combinatiebezoek).

Bij de locatiekeuze wordt rekening gehouden met het behoud van de bereikbaarheid en het vrijhouden van zichtlijnen, bijvoorbeeld voor entrees van winkels of historische gevels. Ook gelden veiligheids- en milieuvoorschriften, zoals calamiteitenroute en afstand tot bebouwing bij standplaatsen met bijvoorbeeld een bakinrichting.

3.1.4 Dynamiek en ruimte binnen kaders: ‘minimarkten’

De gemeente streeft naar levendige dorpscentra met extra aandacht voor dynamische kleinschaligheid. Vanuit dit oogpunt kunnen standplaatsen een substantiële rol spelen in de winkelgebieden. Door het clusteren en concentreren van standplaatsen in het centrumgebied, en het beperken van het aantal dagen waarop standplaatsen zijn toegestaan, kan deze ambulante vorm van detailhandel een rol vervullen als kleinschalige, lokale warenmarkt. Deze ‘minimarkt’ draagt bij aan de lokale aantrekkingskracht van de centra, primair voor de dorpsbewoners en in het seizoen ook voor recreanten.

Gemeente Midden-Delfland hanteert uniforme kaders voor standplaatsen op de vastgestelde standplaatslocaties (paragraaf 4.1), om rechtsgelijkheid en duidelijkheid aan de standplaatshouders te bieden. Op het drijven van straathandel zijn naast regels van de APV aanvullende regels van toepassing. Deze regels stellen vanuit andere motieven eisen aan de straathandel, bijvoorbeeld omtrent hygiëne en veiligheid voor standplaatshouders met een bakinrichting. Te noemen zijn onder andere de Wet Ruimtelijke Ordening, de Winkeltijdenwet, de Warenwet, en de Wet Milieubeheer (zie bijlage 1). De gemeente hanteert een maximumstelsel voor het aantal vergunningen voor standplaatsen. Standplaatshouders die de grootste meerwaarde bieden, krijgen bij de vergunningaanvraag voorrang. Dit wordt beoordeeld aan de hand van een vooraf bekendgemaakt beoordelingskader (paragraaf 5.5.1).

4. Soorten standplaatsen

4.1 Vaste standplaatsen

4.1.1 Aantal en locatie standplaatsen

De huidige standplaatslocaties in de centra van Den Hoorn en Schipluiden zijn geschikt gebleken en dienen daarmee als uitgangspunt voor het nieuwe beleid. Voor Maasland is de tijdelijke locatie vastgesteld als de vaste standplaatslocatie. Alternatieven bieden te weinig ruimte of zijn onvoldoende zichtbaar. Uit een consultatieronde

12In september 2020 hebben bewoners en ondernemers uit Maasland hun voorkeur voor een standplaatslocatie kenbaar kunnen maken. Geen van de drie voorgestelde locaties was vrij van discussie. Echter, de huidige locatie kon rekenen op de meeste ‘voorkeursstemmen’: 98 van de 175 deelnemers aan de poll verkoos de huidige locatie.

kwam de huidige locatie ter hoogte van Slot de Houvelaan 21 duidelijk als favoriet naar voren.

Het aantal beschikbare dagen voor standplaatsvergunningen wordt gemaximeerd en geclusterd op een beperkt aantal dagen per dorpscentrum. Per dorpscentrum is één locatie aangewezen waar maximaal drie standplaatshouders tegelijk een plek kunnen invullen. Hiermee wordt op deze dagen een aantrekkelijk en herkenbaar cluster geboden aan de inwoners van de dorpskernen. Voor het bepalen van het aantal dagen en aantal standplaatsen is het aanwezige lokale draagvlak (aantal inwoners per dorpskern) maatgevend. De huidige praktijk per dorpskern sluit hier al op aan.

Per dorpscentrum is één locatie aangewezen waar maximaal drie standplaatshouders tegelijk een plek kunnen invullen. In Den Hoorn zijn drie dagen aangewezen (3 x 3 plekken). In de kleinere kernen Schipluiden en Maasland zijn op twee dagen per week standplaatsen toegestaan (2 x 3 plekken) (zie tabel 1 en zie bijlage 3 voor kaarten).

Tabel 1. Overzicht aantal vaste standplaatsen

Dorpskern

Locatie

Dag

Aantal

Den Hoorn

Centrum (Koningin Julianaplein)

Woensdag

3

Vrijdag

3

Zaterdag

3

Schipluiden

Centrum (H.K. Pootplein)

Dinsdag

3

Vrijdag

3

Maasland

Slot de Houvelaan

Donderdag

3

Zaterdag

13Op zaterdag verlenen wij geen vergunning aan ondernemers met een bakinrichting, bijvoorbeeld patat- of visverkopers.

3

5. Vergunningaanvraag

5.1 Aanvraagformulier

Voor het indienen van een aanvraag voor een incidentele standplaats dient het formulier “Aanvraag incidentele standplaatsvergunning” gebruikt te worden. Raadpleeg de APV hoeveel weken voor de beoogde datum van het innemen van de beoogde standplaats de aanvraag ingediend moet zijn bij de gemeente. Het formulier “Aanvraag vaste standplaatsvergunning” dient gebruikt te worden voor het indienen van een aanvraag voor een vaste standplaatsvergunning. De formulieren kunnen worden gedownload van de website www.middendelfland.nl.

Met het ingevulde aanvraagformulier moet verder worden ingeleverd:

•Een kopie van een geldig legitimatiebewijs van de ondernemer, zoals ingeschreven bij de Kamer van Koophandel;

•Eén of meer foto’s van de kraam of verkoopwagen en eventueel bijbehorend voertuig;

•Plattegrondtekening van de in te nemen standplaats op schaal (alleen van toepassing bij incidentele standplaatsen).

Bij het beoordelen van de aanvraag zal verder door de gemeente een check op de rechtsvorm en ondernemer worden gedaan op basis van de inschrijving bij de Kamer van Koophandel.

5.5 Wijze van afhandeling aanvragen vaste standplaats

5.5.1 Puntensysteem

Bij de beoordeling van de aanvragen kent het college van burgemeester en wethouders punten toe aan de hand van de volgende aspecten en tot het daarbij vermelde maximumaantal:

•Aanvullend aanbod ten opzichte van permanent aanwezige winkel- en horecavoorzieningen in het winkelgebied [maximaal 20 punten];

o Een overlappende branche (vergelijkbaar assortiment) met het aanbod in het dorp(scentrum) [0 punten];

o Overlappende branche, maar met aanvullend assortiment/segment [10 punten];

o Een aanvullende branche/assortiment ten opzichte van het permanente aanbod [20 punten].

•Bijdrage aan de Cittaslow filosofie [maximaal 10 punten];

o Standplaats staat los van Cittaslow filosofie [0 punten];

o Verkoop van waren met aantoonbare lokale connectie [5 punten];

o Verkoop van waren die tot stand zijn gekomen door lokale betrokkenheid en afkomstig uit eigen streek [10 punten].

•De uitstraling van de kraam/verkoopwagen [maximaal 10 punten];

o Gemiddeld/standaard materieel zonder kwalitatief hoogwaardige uitstraling [0 punten];

o Verzorgd/net materieel en aandacht voor de totale presentatie [5 punten];

o Modern/nieuw materieel met een zeer aantrekkelijke uitstraling en kleurstelling [10 punten].

•Bewezen ondernemerschap (incl. financiële verplichtingen) van de standplaatshouder [maximaal 10 punten];

o Niet recent als standplaatshouder actief geweest, of een standplaats ingevuld waarbij in de vergunningsperiode meerdere gegronde klachten/problemen zijn geweest [0 punten];

o Elders zonder problemen/klachten actief (geweest) op een standplaats en kan referentie aanleveren [5 punten];

o Op dezelfde locatie naar tevredenheid en zonder problemen/klachten de afgelopen vergunningsperiode doorlopen [10 punten].

5.7 Kosten

5.7.1 Legs

Voor het in behandeling nemen van een aanvraag dienen leges te worden betaald. De leges worden jaarlijks geïndexeerd en vastgesteld in de legesverordening van de gemeente Midden-Delfland.

5.7.2 Huur en elektriciteit

Indien een standplaats wordt ingenomen op gemeentegrond dan wordt daarvoor huur in rekening gebracht. De hoogte van de huur is onder andere afhankelijk van de ingenomen oppervlakte en het aantal dagen dat de standplaats wordt ingenomen (de meest actuele tarieven kunt u opvragen bij team Juridische Zaken, Openbare Orde en Veiligheid). De tarieven worden jaarlijks geïndexeerd. De kosten voor het gebruik van elektriciteit worden doorberekend aan de standplaatshouders.

De beleidsregels treden in werking op de dag na bekendmaking.

Bijlage 1: Publiekrechtelijke en privaatrechtelijke regelingen

Op het innemen van standplaatsen is een aantal publiekrechtelijke en privaatrechtelijke regelingen van toepassing. Hieronder worden deze kort weergegeven.

1Algemene Plaatselijke Verordening (APV)

Het innemen van een standplaats wordt geregeld via artikel 5:18 in de Algemene Plaatselijke Verordening (APV), waarin een verbod is opgenomen tot het aanbieden van goederen vanaf een vaste plaats in de openbare ruimte zonder vergunning van het college van burgemeester en wethouders. De weigeringsgronden zijn ook opgesomd in de APV. In artikel 1:8 staat dat een vergunning geweigerd kan worden in het belang van de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid en de bescherming van het milieu. Daarnaast geldt op grond van artikel 5.18, lid 2 van de APV dat het college een standplaatsvergunning weigert wegens strijd met het bestemmingsplan, een beheersverordening, een exploitatieplan of een voorbereidingsbesluit. Daarnaast kan het college de vergunning weigeren als:

•de standplaats hetzij op zichzelf hetzij in verband met de omgeving niet voldoet aan eisen van redelijke welstand; of

•een kwantitatieve of territoriale beperking als gevolg van bijzondere omstandigheden in de gemeente of in een deel van de gemeente noodzakelijk is in verband met een dwingende reden van algemeen belang.

Naast de APV is er nog andere regelgeving van belang ten aanzien van het innemen van standplaatsen. Deze regelgeving stelt vanuit andere motieven eisen aan het drijven van handel. Zo is onder meer van belang de Algemene Wet Bestuursrecht, de Winkeltijdenwet en de Alcoholwet. Indien er sprake is van gebruik van andermans eigendom, is toestemming van de eigenaar van die grond noodzakelijk. De meest van toepassing zijnde wet- en regelgeving zal hieronder kort worden toegelicht.

2Algemene wet bestuursrecht

De Algemene wet bestuursrecht (Awb) geeft de wettelijke kaders met betrekking tot het bestuursrecht weer. De Awb is daardoor van toepassing op het traject van de standplaatsvergunning, zoals het aanvragen en afgeven van de vergunning en de mogelijke bezwaar- en beroepsprocedure.

3Europese Dienstenrichtlijn

De Europese Dienstenrichtlijn is van toepassing op het aanbieden van diensten. Dit kan van toepassing zijn bij het innemen van standplaatsen. De toelichting bij de Richtlijn noemt de volgende voor de APV van belang zijnde redenen van algemeen belang: handhaving van de maatschappelijke orde; bescherming van afnemers van diensten; voorkoming van oneerlijke concurrentie; consumentenbescherming; dierenwelzijn; bescherming van het milieu en het stedelijk milieu, met inbegrip van stedelijke en rurale ruimtelijke ordening; culturele beleidsdoelen, met inbegrip van de vrijheid van meningsuiting, in het bijzonder ten aanzien van de sociale, culturele, religieuze en filosofische waarden van de maatschappij; verkeersveiligheid en behoud van het nationaal historisch en artistiek erfgoed.

4Wet Ruimtelijke Ordening

Een vergunning voor het innemen van een standplaats wordt op grond van artikel 5:18, tweede lid, van de APV geweigerd vanwege strijd met een geldend bestemmingsplan. Tenzij er een omgevingsvergunning verleend kan worden om af te wijken van het bestemmingsplan. Indien er in een voorkomend geval sprake is van strijd met het geldende bestemmingsplan, dient de aanvrager een afzonderlijke aanvraag in te dienen bij het Omgevingsloket voor ontheffing van het bestemmingsplan.

5Winkeltijdenwet

De Winkeltijdenwet regelt een aantal zaken met betrekking tot de openingstijden van winkels en het leveren van goederen aan particulieren. De bepalingen uit de Winkeltijdenwet gelden ook voor de verkoop van goederen vanaf een standplaats. Daarmee dient de verkoop op grond van de Winkeltijdenwet tussen 06.00 en 22.00 uur plaats te vinden. Ook de opbouw en afbouw van de standplaats moet binnen deze tijden plaatsvinden. Het is niet toegestaan om buiten deze tijden de standplaats in te nemen. Op grond van artikel 1:4 en 5:18 van de APV kunnen aan de standplaatsvergunning voorschriften worden verbonden, onder andere ten aanzien van de tijden van opbouw en ontruiming van de standplaats.

6Warenwet

Op het drijven van handel in waren zoals bedoeld in artikel 1 van de Warenwet (eetwaren, waaronder tevens worden begrepen kauwpreparaten, andere dan van tabak, en drinkwaren, alsmede andere roerende zaken) zijn de bepalingen uit de Warenwet van toepassing. De Warenwet stelt regels met betrekking tot de goede hoedanigheid en aanduiding van waren. Daarnaast stelt de Warenwet regels met betrekking tot de hygiëne en degelijkheid van producten. Met betrekking tot het toezicht op de naleving van de bepalingen van de Warenwet is een afzonderlijk regime van toepassing. De voorschriften die uit de Warenwet voortvloeien gelden naast de voorschriften die door het college gesteld kunnen worden op basis van een standplaatsvergunning.

7Wet milieubeheer

In de Wet milieubeheer wordt een regeling getroffen ten aanzien van inrichtingen die hinder of overlast kunnen veroorzaken voor de omgeving. Deze bepalingen gelden ook voor een standplaatshouder, voor zover zijn verkoopplek als ‘inrichting’ kan worden aangemerkt. Van belang is de regelgeving die geldt voor bijvoorbeeld patatverkopers/visverkopers, die voor wat betreft de frituurinrichting aan bepaalde voorwaarden moeten voldoen.

8Alcoholwet

Op basis van de Alcoholwet is het verboden om middels een standplaats alcohol te verstrekken. Indien een aanvraag voor een dergelijke standplaats wordt ontvangen of indien bij controle blijkt dat een vergunninghouder alcohol verstrekt, dan worden er maatregelen genomen op basis van de Alcoholwet.

9Handelsregisterwet 2007

Op basis van de Handelsregisterwet 2007 dient een onderneming ingeschreven te zijn bij de Kamer van Koophandel. Zonder de benodigde inschrijving is het niet mogelijk om goederen dan wel diensten aan te bieden.

10Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen

Dit besluit bevat landelijke regels over onder andere het brandveilig gebruik van bakkramen en bakwagens.

11Privaatrechtelijke regelingen

Indien de gemeente eigenaar van de grond is kan zij een vergoeding bedingen voor het gebruik van de grond. Dit wordt gedaan door middel van het berekenen van huur. Indien sprake is van gebruik van andermans eigendom, is toestemming van de eigenaar van de grond noodzakelijk en moet het terrein openbaar toegankelijk zijn.

Bijlage 2: Standaard vergunningsvoorschriften voor vaste standplaatslocaties

•De vergunning is geldig voor een duur van 12 jaar, in de periode van ..... tot …..

•De standplaats mag iedere (vermelding dag of dagen) worden ingenomen op de locatie .....

•Verkoop mag slechts plaatsvinden binnen de vastgestelde tijden in de Winkeltijdenwet.

•U verkoopt goederen/biedt diensten aan binnen de branche …..

•De grootte van de standplaats mag ten hoogste 8 bij 3 meter (exclusief luifel en uitstallingen) bedragen. Inclusief luifel en uitstallingen mag dit maximaal 9 bij 5 meter bedragen.

•Het plaatsen van een reclamebord (max. één bord per standplaats) wordt uitsluitend toegestaan ten behoeve van de eigen branche en binnen een afstand van 1 meter van de kraam of verkoopwagen.

•Het gebruikte terrein moet binnen een uur na afloop van de toegestane verkooptijd in dezelfde staat worden achtergelaten, als waarin het voor gebruik is aangetroffen.

•U draagt zorg voor de inzameling en afvoer van uw afval en levert de standplaats schoon op.

•Bij de standplaats zijn voldoende manden, bakken of soortgelijke voorwerpen aanwezig waarin afval kan worden gedeponeerd.

•De standplaats moet door u persoonlijk of bij u in dienst zijnde personeel worden ingenomen, de standplaats mag niet worden onderverhuurd.

•De vergunning vervalt als zonder opgaaf van reden gedurende een periode van zes aaneengesloten weken geen gebruik van de standplaats is gemaakt.

•Indien de standplaatsdag samenvalt met een feestdag is het toegestaan om, in overleg met de gemeente, op een andere dag gebruik te maken van de standplaatsvergunning.

•Eventueel door de politie, brandweer of de gemeentelijke toezichthouders te geven aanwijzingen moeten direct worden opgevolgd.

•Als bijzondere voorwaarde geldt dat als vanwege een festiviteit, evenement of onderhoudswerkzaamheden de grond voor de standplaats niet beschikbaar is, u de standplaats niet mag innemen. In dat geval geeft de gemeente de standplaatshouder hiervan kennis en biedt een alternatieve locatie aan.

Bijlage 3: Vaste standplaatslocaties in de kernen

Den Hoorn

Schipluiden

Maasland

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.