Gemeentelijke regelgeving

Beleid mensenhandel Midden-Delfland 2024

Gemeente Midden-Delfland · geldt sinds 21 november 2024

4. Risico’s op mensenhandel in Midden-Delfland en regionale en lokale cijfers

4.1. RISICO’S

4.1.1. Arbeidsuitbuiting

In Midden-Delfland hebben we arbeidsmigranten wonen en werken. Daarnaast is er in Midden-Delfland beperkt zicht op administratieve leegstand. Dit blijkt uit het verdiepend onderzoek arbeidsuitbuiting van het Regionaal Informatie- en Expertisecentrum (RIEC) voor district E (Westland, Delft, Rijswijk en Midden-Delfland) uit december 2022. Bij administratieve leegstand staan panden volgens de BRP leeg. Wellicht wonen hier wel mensen, maar zijn zij niet in beeld. Hierdoor ontstaat er een gelegenheid voor uitbuiting en slechte leefomstandigheden.

Volgens het bovenstaande onderzoek van het RIEC zijn er in Midden-Delfland 810 bedrijven die vallen onder een risicocategorie

9Risicocategorieën zijn: landbouw, huishoudelijk werk, horeca, beautybranche, industrie, bouw, vervoer en opslag en groot- en detailhandel.

voor arbeidsuitbuiting. De meeste bedrijven vallen onder de bouwbranche. Daarnaast staan er 32 uitzendbureaus ingeschreven in de Kamer van Koophandel in Midden-Delfland. Uitzendbureaus bieden hun diensten vaak in een totaalpakket aan: zij regelen arbeid, huisvesting, vervoer en zorgverzekering. Dit creëert meervoudige afhankelijkheid, wat concreet betekent dat als het uitzendbureau geen werk meer heeft voor de arbeidsmigrant, deze ook zijn huis kwijt is en op straat komt te staan. Uit dit onderzoek blijkt ook dat in de periode januari 2018 tot en met juli 2021 de Nederlandse Arbeidsinspectie (NLA) 43 meldingen heeft gekregen. Dit zijn meldingen over misstanden gerelateerd aan de verschillende arbeidswetten waar de NLA op controleert, handhaaft en onderzoek doet. Dit is het op één na hoogste aantal meldingen in het district. 95% van deze meldingen gaat over Uitzendbureaus en distributiecentra.

4.1.2. Seksuele- en criminele uitbuiting

Seksuele uitbuiting is nog altijd de meest voorkomende vorm van uitbuiting: dit gaat met name om de minder zichtbare sectoren (dus niet in de raamprostitutie of in vergunde seksinrichtingen zoals bordelen)

10Nationaal Rapporteur Mensenhandel en Seksueel Geweld tegen Kinderen (2020). Slachtoffermonitor mensenhandel 2015-2019. Nationaal Rapporteur.

. Ondanks dat we in Midden-Delfland op dit moment geen vergunde seksinrichting hebben wil dat dus niet zeggen dat seksuele uitbuiting niet ook binnen onze gemeentegrenzen kan plaatsvinden.

Criminele uitbuiting is moeilijk te signaleren. Slachtoffers voelen zichzelf vaak dader en worden veelal ook zo gezien door overheidsinstanties. Zij plegen strafbare feiten en zullen daarom minder snel hulp zoeken. Vooral jongeren zijn kwetsbaar om slachtoffer te worden van criminele uitbuiting. Ook mensen met een kwetsbare economische status of zonder verblijfsstatus hebben een vergrote kans om slachtoffer te worden. Leegstand vormt niet alleen een risico voor arbeidsuitbuiting, maar ook een risico voor seksuele uitbuiting. Daarnaast hebben we in de gemeente jongeren, acht basisscholen, één school voor het voortgezet onderwijs, een locatie voor mensen met een verstandelijke beperking en zal er een opvang voor vluchtelingen komen. Deze vormen de doelgroep welke kwetsbaar kan zijn voor seksuele- en criminele uitbuiting.

4.2. REGIONALE EN LOKALE CIJFERS

4.2.1. Lokale cijfers

In het ondermijningsbeeld van Midden-Delfland, opgesteld door het RIEC in 2021, komt mensenhandel naar voren als blinde vlek. Er zijn wel enkele signalen naar voren gekomen van dwang door middel van fysiek geweld, huisvesting gekenmerkt door overbewoning en hoge huren en een afhankelijkheid creërende rol van het uitzendbureau. SHOP heeft geen nieuw aangemelde slachtoffers van mensenhandel geregistreerd voor Midden-Delfland in 2022 en 2023.

Om zicht te blijven houden op het aantal gemelde slachtoffers kijken de aandachtsfunctionarissen jaarlijks in het dashboard Ondermijning van het RIEC, waar deze cijfers elk kwartaal in worden geüpdatet.

5. Aanpak

5.2. SIGNALEREN

5.2.1. Melden en aanpakken van signalen

Het meldpunt voor collega’s om signalen van ondermijning te melden is de beleidsmedewerker Openbare Orde & Veiligheid (OOV’er) met taakaccent ondermijning. Hetzelfde geldt voor signalen van mensenhandel. Signalen kunnen ook terechtkomen bij de aandachtsfunctionaris vanuit OOV of Dienstverlening & Samenleving. Wanneer het gaat om signalen van (daders van) mensenhandel handelt de aandachtsfunctionaris OOV en volgt deze hierbij de route van het interne stappenplan ‘Van signaal tot aanpak’. Wanneer het gaat om signalen van slachtoffers en het opvang hiervan handelt de aandachtsfunctionaris Dienstverlening & Samenleving. Hierbij wordt de signalenroutekaart in bijlage 1 gevolgd, welke in samenspraak met de ketenpartners is vastgesteld. Uiteraard wordt bij het doorgeven van signalen rekening gehouden met de regelgeving rondom de bescherming van persoonsgegevens, zoals beschreven in de Regionale handreiking aanpak mensenhandel

12RSIV, Handreiking aanpak mensenhandel regio Den Haag (2021).

. Zie hierover meer in paragraaf 5.6.2.

Medewerkers die onder de meldcode vallen (zie volgende pagina), moeten (eventueel samen met de aandachtsfunctionaris mensenhandel) beslissen of ze wel of niet een melding bij Veilig Thuis moeten maken als er een (vermoedelijk) slachtoffer in beeld is.

5.2.2. Trainen collega’s

Om collega’s de benodigde kennis te geven om te signaleren is het belangrijk dat zij in ieder geval een keer per jaar voorlichting krijgen over de problematiek, hoe deze te signaleren en om de interne meldroute onder de aandacht te brengen. De volgende collega’s zijn belangrijk om in ieder geval te trainen gezien zij een vergrote kans hebben om signalen van mensenhandel tegen te komen in hun werkzaamheden:

•Baliemedewerkers;

•Boa’s;

•Bouwinspecteurs;

•Maatschappelijk Team;

•Wmo-medewerkers;

•Vergunningverleners;

•Bedrijfscontactfunctionaris.

Met de e-learning

13Onderdeel van het plan van aanpak ondermijning 2024 – 2026.

van het RIEC Den Haag maken medewerkers laagdrempelig kennis met het onderwerp ondermijning. De e-learning bestaat uit een basismodule en verdiepende modules, waarvan een verdiepende module over mensenhandel. In 2023 heeft de roadshow plaatsgevonden. De roadshow richt zich op het creëren van interne bewustwording. Gedurende één dag kon je een kijkje nemen in een nagebouwde hennepkwekerij, ontsnappen uit een crystal methlab of de geur van XTC ruiken. Ook kon je in gesprek gaan met professionals over het herkennen van signalen van mensenhandel of andere vormen van ondermijning. SHOP heeft tijdens deze dag een training gegeven aan (een deel van de) bovenstaande functionarissen over de verschillende vormen van mensenhandel en hoe je dit kunt herkennen.

Om ervoor te zorgen dat de opgedane kennis blijft hangen en om nieuwe medewerkers ook mee te nemen wordt jaarlijks aandacht besteed aan het onderwerp, bijvoorbeeld in de vorm van een training. Ten slotte besteden de aandachtsfunctionarissen in ieder geval één keer per jaar aandacht aan mensenhandel door een bericht te plaatsen op intranet

14Onderdeel van het communicatieplan in het plan van aanpak ondermijning 2024-2026.

. Dit kan bijvoorbeeld zijn de bekendmaking van de aandachtsfunctionarissen, een signalenlijst, kort filmpje of een nieuwsupdate. Op de website www.kijkopmensenhandel.nl zijn filmpjes en andere materialen te downloaden die ingezet kunnen worden.

5.2.3. Trainen externe professionals

Niet alleen medewerkers van de gemeente hebben veelvuldig contact met inwoners. Dit geldt ook voor andere professionals werkzaam in de gemeente. Ook deze willen we bewust maken van de problematiek en trainen in het signaleren van mensenhandel. Hierbij denken we aan: leraren, medewerkers in de gezondheidszorg, wijkagenten, medewerkers van sportverenigingen, jeugdzorgmedewerkers, maatschappelijk werkers, wijkteams, schuldhulpverleners, medewerkers van reclassering, GGZ etc. Waar mogelijk combineren we trainingen. Denk aan het uitnodigen van externe professionals voor trainingen voor interne collega’s.

De wet verplichte meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling

De wet verplichte meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling (hierna: meldcode) is ook op signalen van mensenhandel van toepassing. De meldcode geldt voor professionals die werkzaam zijn in de sectoren: gezondheidszorg, onderwijs, kinderopvang, maatschappelijke ondersteuning, jeugdhulp en justitie. Professionals met vermoedens van huiselijk geweld en/of kindermishandeling (HGKM) kunnen aan de hand van vijf stappen bepalen of ze een melding moeten doen bij Veilig Thuis en of er voldoende hulp kan worden ingezet. Mensenhandel valt ook onder HGKM. Veilig Thuis onderzoekt bij een melding of er daadwerkelijk sprake is van HGKM. Indien nodig zet Veilig Thuis vervolgstappen in gang in de vorm van overdragen naar de zorgcoördinator, vrijwillige hulp, het informeren van de Raad voor de Kinderbescherming en/of melding doen bij de politie.

Professionals die onder de meldcode vallen moeten dus in staat zijn om signalen van mensenhandel te herkennen en zijn verplicht gebruik te maken van de meldcode en deze te hanteren bij signalen van mensenhandel. Aangezien mensenhandel een relatief nieuw/onbekend onderwerp in de meldcode kan zijn, zal er op worden gelet dat dit onderwerp in toekomstige trainingen en bijeenkomsten voldoende wordt meegenomen. Van sommige professionals die onder de meldcode vallen, is de gemeente opdrachtgever en gaat zij contracten aan en verleent zij subsidies. De gemeente heeft bij de maatschappelijke organisaties een toezichthoudende rol op het naleven van de meldcode. Eén van de manieren om dit te doen is door de organisaties te bevragen hierover. In deze gesprekken zullen wij ook mensenhandel als onderdeel van de meldcode bespreken.

5.2.4. Bewustwording onder inwoners

De aandachtsfunctionarissen kijken per jaar hoe bewustwording van mensenhandel onder de aandacht wordt gebracht bij de inwoners. Dit is ook onderdeel van het plan van aanpak ondermijning. Inwoners die misstanden signaleren kunnen dit melden bij Meld Misdaad Anoniem (M.) en/of rechtstreeks bij SHOP.

5.3. VOORKOMEN

5.3.1. Preventieve aanpak arbeidsuitbuiting

Contact met de doelgroep

We gaan onze bestaande contactmomenten met de doelgroep beter benutten. Op deze manier hopen we de doelgroep zelfredzamer te maken in onze gemeente en maatschappij waardoor zij minder vatbaar zijn voor uitbuiters.

Bestaande contactmomenten:

•Inschrijving BRP

•(Integrale) controle van toezichthouders

•Huisbezoeken

We benutten deze momenten door flyers te verstrekken ontwikkeld door RIEC-LIEC over welke rechten zij hebben als werknemer in Nederland. De flyers bevatten een QR-code naar een animatie. In deze animatie wordt verteld over de hoogte van het minimumloon en de uitbetaling hiervan. Daarnaast worden tips gegeven over het veilig gebruik van de betaalpas en het paspoort. De video en flyer zijn beschikbaar in het Pools, Bulgaars en Roemeens.

Contact met werkgevers

We hebben in de gemeente werkgevers die actief zijn in risicobranches. Het is belangrijk om goede contacten te hebben met de werkgevers in onze gemeente. Zij kunnen helpen bij het contact leggen met de doelgroep, informatie verstrekken en helpen bij het inschrijven van hun werknemers. Zij hebben er ook baat bij dat bedrijven die de regels niet naleven aangesproken worden. We gebruiken contactmomenten met ondernemers om het gesprek aan te gaan over mensenhandel. De aandachtsfunctionarissen trekken hierbij op met de bedrijfscontactfunctionaris. Het startpunt hiervoor vormt de aansluiting bij de jaarvergadering voor agrariërs van LTO Delflands Groen

15Onderdeel van het plan van aanpak ondermijning 2024-2026.

.

5.3.2. Preventieve aanpak seksuele- en criminele uitbuiting

Contact met de doelgroep

Omdat we weten welke doelgroepen een hoger risico hebben om slachtoffer te worden van seksuele uitbuiting zien we kansen om in te zetten op voorlichting en weerbaarheidstrainingen aan deze doelgroep. Bijvoorbeeld voorlichting op basisscholen. Voorlichting aan deze doelgroep vindt namelijk het beste plaats vanaf groep 7/8. Ook kan worden gedacht aan jongeren met een LVB. SHOP Jeugd heeft hier een specifiek aanbod voor. We kijken of dit districtelijk of regionaal opgezet kan worden. Daarnaast zetten we in op voorlichting en bewustwording van professionals die met de doelgroep werken, zoals beschreven in paragraaf 5.2.3 Trainen externe professionals.

5.3.3. Komst asielzoekerscentrum (AZC)

Asielzoekers zijn kwetsbaar voor zowel arbeids-, seksuele- en criminele uitbuiting. Zo blijkt uit cijfers van het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) dat honderden kinderen weer verdwijnen nadat ze asiel hebben aangevraagd, waarvan een deel vermoedelijk in het criminele circuit of de prostitutie belandt

16AD, 26-05-23. Bijna elke dag verdwijnt er een kind uit de asielopvang.

. De aandachtsfunctionarissen zorgen ervoor dat hier aandacht voor is bij de werkgroep die zich bezighoudt met de komst van de AZC. Daarnaast hebben zij contact met de (toekomstige) contactpersoon mensenhandel vanuit de AZC.

5.5. HANDHAVEN EN BARRIÈRES OPWERPEN

5.5.1. Signaleringsoverleg ondermijning

Het interne signaleringsoverleg vindt periodiek plaats onder leiding van OOV. Hier worden signalen omtrent ondermijning besproken, verrijkt en aangepakt. Signalen van mensenhandel kunnen hierin besproken worden.

5.5.2. Algemene Plaatselijke Verordening (APV)

In de APV is een hoofdstuk opgenomen over de regulering seksbranche, prostitutie en aanverwante onderwerpen. Op dit moment zijn er geen vergunde seksinrichtingen binnen de gemeente. Er wordt in de gemeente ook geen vergunning voor een seksinrichting verleend. De gemeente hanteert een zogenaamd nulbeleid.

5.5.3. Wet Bibob

In 2024 is het nieuwe Bibob-beleid binnen de gemeente vastgesteld. De Wet Bibob geeft de gemeente de mogelijkheid de achtergrond van een aanvrager van bijvoorbeeld een vergunning, subsidie of vastgoedtransactie met de gemeente te onderzoeken. Als gevaar dreigt dat zij een vergunning of subsidie misbruiken voor criminele activiteiten of om crimineel vermogen te investeren, kan de gemeente de aanvraag weigeren of de afgegeven vergunning of subsidie intrekken. Wanneer er een bouwvergunning wordt aangevraagd voor een pand waar arbeidsmigranten verblijven wordt er standaard een Bibob-toets gestart. Hetzelfde geld voor een exploitatievergunning voor een seksinrichting.

5.5.4. Integrale controles

Een aantal keer per jaar organiseren we een integrale controle dag in Midden-Delfland

17Onderdeel van het plan van aanpak ondermijning.

. Per controle wordt gekeken welke partners aansluiten. De controles kunnen zowel plaatsvinden op basis van de signalen uit het signaleringsoverleg als op basis van risico’s. Het onderzoek risico’s op arbeidsuitbuiting district E van het RIEC Den Haag geeft hier aanknopingspunten voor. Door meer in te zetten op controles vergroten wij ons zicht en versterken wij onze informatiepositie. Intensivering van toezicht en controle heeft bovendien een preventief effect, omdat criminelen zich bij voorkeur vestigen in een gemeente waar zij zo min mogelijk risico lopen op bemoeienis door de overheid.

De factsheet arbeidsuitbuiting voor toezichthouders geeft een overzicht van de vragen die je kunt stellen bij het aantreffen van arbeidsmigranten tijdens een (integrale) controle. Voor een overzicht van onze mogelijkheden qua bestuurlijke interventies maken we gebruik van het RIEC-onderzoek risico’s op arbeidsuitbuiting en het barrièremodel arbeidsuitbuiting door malafide uitzendbureaus.

Haags Economisch Interventieteam (HEIT)

Wanneer we onderbouwde signalen hebben van illegale prostitutie of malafide bedrijvigheid maken we gebruik van het HEIT.

5.6. SAMENWERKING BEVORDEREN MET ONZE PARTNERS

5.6.1. Partners in de integrale aanpak

De aandachtsfunctionaris, ketenregisseur en zorgcoördinator zijn belangrijke schakels in de integrale aanpak van mensenhandel. De ketenregisseur helpt gemeenten bij de implementatie van het basisniveau bestuurlijke aanpak mensenhandel. De ketenregisseur levert daarnaast een bijdrage aan het verbeteren van de lokale en (sub)regionale ketensamenwerking door samenwerkingspartners zoals gemeenten, politie, OM, RIEC, HEIT, NLA, Zorg- en Veiligheidshuizen en zorgcoördinatoren, bij elkaar te brengen en verschillende netwerken met elkaar te verbinden. De zorgcoördinator coördineert het zorgtraject van slachtoffers, informatie-uitwisseling tussen de betrokken hulpverleners, werkt mee aan het opbouwen en onderhouden van een regionaal en landelijk netwerk van zorgaanbieders om een samenhangend hulp -en ondersteuningsaanbod voor (vermoedelijke) slachtoffers in kaart te brengen en zorgt voor voorlichting en bewustwording.

In bijlage 2

18Waar staat Inspectie SZW wordt bedoeld Nederlandse Arbeidsinspectie (NLA).

en 3 zijn de belangrijkste partners in de aanpak van arbeids-, seksuele, en criminele uitbuiting weergegeven.

5.6.2. Informatie-uitwisseling

Bij het delen en verwerken van gegevens maken we gebruik van het stappenplan uit de handreiking De aanpak van mensenhandel en het gebruik van persoonsgegevens

19Ministerie van Justitie en Veiligheid, 18 november 2020. De aanpak van mensenhandel en het gebruik van persoonsgegevens.

. Dit stappenplan ziet er schematisch als volgt uit:

In de handreiking zijn voor de volgende categorieën partijen de mogelijkheden beschreven die er zijn om tot verstrekking van persoonsgegevens over te gaan;

•Opsporingsinstanties (waaronder de politie, Koninklijke Marechaussee, NLA en Boa’s)

•(gemeentelijke) Toezichthouders (waaronder de NLA), en de gemeente voor bepaalde andere taken;

•Zorgverleners, aanbieders en hulpverleners met een medisch beroepsgeheim (reguliere zorg en sociaal domein) én zonder een medisch beroepsgeheim (sociaal domein);

•Publieke en private partijen met een meldpunt- of coördinatiefunctie, waaronder Veilig Thuis, de zorgcoördinator en de aandachtsfunctionaris mensenhandel;

•Niet-strafrechtelijke partners binnen de vreemdelingenketen, waaronder de IND, de Koninklijke Marechaussee en het COA.

Met SHOP mogen geen persoonsgegevens gedeeld worden behalve als het slachtoffer niet toerekeningsvatbaar is en wel hulp nodig heeft (vitale belangen van het slachtoffer). In de praktijk blijkt ook dat voor sparren of informatie inwinning geen persoonsgegevens nodig zijn. Als SHOP en het slachtoffer in contact gebracht moeten worden met elkaar, kan het slachtoffer zelf aangespoord worden om contact op te nemen met SHOP of kan er geprobeerd worden een afspraak te maken met SHOP en het slachtoffer.

5.6.3. Regionale overleggen

Themaoverleg ondermijning burgemeester en politie

Eén keer in de vier weken vindt er een overleg plaats tussen de burgemeester, teamchef en OOV. Hierbij is ook aandacht voor mensenhandel.

Ondermijningstafel District E

Op de districtelijke ondermijningstafel worden ontwikkelingen in de aanpak, fenomenen en districtelijke signalen en casuïstiek besproken. Ook het thema mensenhandel komt hier geregeld aan bod.

Districtscollege

In het districtscollege wordt er sturing gegeven aan de veiligheidsaanpak, waaronder de districtelijke ondermijningstafel. Ook mensenhandel is daar een thema.

Bestuurlijke Mensenhandel Tafel

Naar aanbeveling van de Landelijke Taskforce Mensenhandel

20De Landelijke Taskforce bestaat uit: Comensha, het OM, ministeries van Justitie en Veiligheid, Sociale Zaken en Werkgelegenheid en Buitenlandse Zaken, de Nationaal Rapporteur Mensenhandel en Seksueel Geweld tegen Kinderen, de Nationale Politie, het Landelijk Informatie en Expertisecentrum (LIEC), de Inspectie SZW, de IND, de Koninklijke Marechaussee, Rechtspraak, Jeugdzorg Nederland, het Strategisch Overleg Mensenhandel, de Kamer van Koophandel en de gemeenten Amsterdam, Utrecht, Alkmaar, Den Haag en Rotterdam. En komt drie maal per jaar bij elkaar.

heeft elk van de politie Eenheden een bestuurlijk portefeuillehouder mensenhandel en een regionale mensenhandeltafel. Onder voorzitterschap van de bestuurlijk portefeuillehouder mensenhandel wordt in de eenheid Den Haag minimaal twee keer per jaar de ‘Bestuurlijk Mensenhandel Tafel’ georganiseerd. Tijdens deze bijeenkomsten wordt op thematische wijze onderzocht waar regionale kwesties en uitdagingen elkaar raken. De portefeuillehouder mensenhandel legt verantwoording af aan het Regionaal Bestuurlijk Overleg (RBO).

Regionaal Platform Mensenhandel

Het Regionaal Platform Mensenhandel is een ambtelijk kwartaal overleg dat wordt bijgewoond door vertegenwoordigers van de 27 gemeenten van de eenheid Den Haag, waarvan ten minste twee per district aanwezig zijn. Daarnaast zijn er vertegenwoordigers van andere betrokken ketenpartners uit de zorg en veiligheidssector aanwezig. Het platform fungeert als een belangrijk middel om beleidsvorming, samenwerking en kennisdeling te bevorderen en ervoor te zorgen dat regionale inspanningen up-to-date en in lijn zijn met bredere ontwikkelingen in de strijd tegen mensenhandel. Als gemeente zijn we agenda lid van dit platform.

Netwerkbijeenkomsten

Voor de aandachtsfunctionarissen en andere ketenpartners worden er twee maal per jaar thematische netwerkbijeenkomsten georganiseerd. Deze netwerkbijeenkomsten dragen bij aan de professionalisering van aandachtsfunctionarissen en versterken de aanpak van mensenhandel in de eenheid Den Haag. De netwerkbijeenkomsten worden gezamenlijk per jaar bepaald op basis van behoeften. Als gemeente bezoeken we waar mogelijk deze netwerkbijeenkomsten.

Schematische weergave aanpak mensenhandel Midden-Delfland

Concrete acties

Casuïstiek (signaalgestuurd)

•Opvolging van signalen van mensenhandel (onderdeel van het plan van aanpak ondermijning). Signalenkaart bijlage 1 gebruiken bij slachtoffers van mensenhandel. Melden bij OOV bij daders van mensenhandel

•Hulp en opvang aan slachtoffers van mensenhandel. Weten welke route gevolgd moet worden

Beleidsmatig (doorlopend)

Bewustzijn

•Bevorderen van bewustzijn bij (onderdeel van het plan van aanpak ondermijning):

o Collega’s

o Externe professionals (o.a. die onder de meldcode vallen en/of met de doelgroep werken)

o Inwoners (o.a. buurtpreventen)

•In gesprek met organisaties waarbij gemeente opdrachtgever is over naleving van de meldcode, waarbij mensenhandel expliciet wordt benoemd

•Actief onder de aandacht brengen van SHOP bij instanties en professionals die mogelijk met slachtoffers in aanraking komen

Contact met de doelgroep

•Verstrekken flyer arbeidsmigranten bij inschrijving BRP

•Contactmomenten met ondernemers gebruiken om gesprek aan te gaan over mensenhandel.

•Mogelijkheden onderzoeken voor voorlichting aan de potentiële doelgroep van seksuele en criminele uitbuiting

Kennis opdoen

•Agendalid van het regionaal platform mensenhandel

•Bezoeken van regionale netwerkbijeenkomsten mensenhandel waar mogelijk

•Raadplegen Dashboard ondermijning RIEC voor cijfers slachtoffers mensenhandel (één keer per jaar)

Overig

•Aandacht voor mensenhandel bij komst AZC

•Overleg tussen de aandachtsfunctionarissen over de voortgang (twee keer per jaar)

De aandachtfunctionarissen zijn (daar waar het geen onderdeel is van het plan van aanpak ondermijning) verantwoordelijk voor uitvoering van deze acties of zorgen ervoor dat deze acties door collega’s worden uitgevoerd. Bij acties die onderdeel zijn van het plan van aanpak ondermijning zijn zij ondersteunend.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.