3. Uitgangspunten plaatsing laadinfrastructuur
3.6 Technische keuzes
3.6.1 Regulier laden en snelladen
Regulier laden en snelladen zijn de twee methodes waarmee elektrische voertuigen kunnen worden opgeladen. Bij regulier laden hebben de laadpunten een vermogen van tussen de 3,7 en 22 kWh, afhankelijk van het type voertuig, laadpaal en tijdstip. Bij snelladen ligt dit vermogen veel hoger, tussen de 22 en 350 kWh. De laadduur bij regulier laden ligt dan ook een veelvoud hoger dan bij snelladen. Waar bij regulier laden rekening moet worden gehouden met een laadduur van 6 tot 12 uur, kan bij snelladen een gemiddelde elektrische auto in 20 tot 30 minuten voor 80% worden opgeladen.
De gemeente kiest desondanks voor regulier laden als basis voor het openbaar laadnetwerk. Deze voorkeur heeft de gemeente om de volgende redenen:
•In de gemeente laden gebruikers voornamelijk op twee momenten van de dag op: bij aankomst op werk en bij thuiskomst van het werk. Dit betekent dat de auto lang aan de lader geparkeerd blijft staan. Hiervoor is regulier laden voldoende.
•Reguliere laders kunnen eenvoudiger worden geplaatst, zonder dat er ingrijpende aanpassingen nodig zijn aan de infrastructuur. Snelladers moeten daarentegen op separate gronden worden geplaatst en hebben aanvullende objecten nodig, zoals transformator- en aansluitingskasten.
•Snelladers vragen meer energie, waardoor er meer aanpassingen aan het net nodig zijn om deze te realiseren. Het plaatsen van snelladers is dan ook een stuk kostbaarder dan het plaatsen van reguliere laders.
•Regulier laden maakt Smart Charging mogelijk. Hierbij kan het tijdstip en snelheid van laden op afstand worden bestuurd. Zo kan er bijvoorbeeld vooral worden geladen op momenten dat de vraag naar stroom laag is, zodat het elektriciteitsnet niet onnodig wordt belast.
•Een andere technologie die met regulier laden mogelijk wordt gemaakt is Grid-to-Vehicle (G2V) en Vehicle-to-grid (V2G). Hierbij dient een elektrisch voertuig als een buffer in het elektriciteitsnet. De accu van het voertuig kan hierbij worden gebruikt om enerzijds piekbelastingen in het netwerk op te vangen en deze op een later moment weer terug te leveren als de vraag naar stroom hoog is.
De realisatie van snelladers wordt voornamelijk overgelaten aan de markt en voornamelijk gerealiseerd op private grond. Als marktpartijen echter kansen zien om ook in de openbare ruimte snelladers te plaatsen, moet de gemeente wel meewerken aan het realiseren hiervan als dat binnen de wet- en regelgeving mogelijk is. De gemeente speelt hier echter alleen een passieve rol in en bekijkt of de initiatieven van marktpartijen passen binnen de wettelijke en ruimtelijke kaders.
3.6.2 Laadpleinen
Laadpleinen zijn plaatsen waar meerdere laadpalen bij elkaar zijn geclusterd. Hierdoor zijn er minstens drie parkeerplaatsen gereserveerd voor het laden van elektrische voertuigen. Laadpleinen kunnen een efficiënte methode zijn om genoeg laadvoorzieningen in de gemeente te realiseren. Voordeel is bijvoorbeeld dat er meerdere laadplekken tegelijkertijd kunnen worden gerealiseerd of tenminste al kunnen worden voorbereid doordat er maar één netaansluiting nodig is. Bovendien zijn ze beter zichtbaar voor de burger dan ‘losse’ laadpalen en zorgen ze ervoor dat de druk op de openbare ruimte afneemt, doordat er minder parkeerplaatsen elders in de dorpen hoeven worden ingericht tot laadplek.
Voorlopig zal de focus van de gemeente vooral liggen bij het plaatsen van afzonderlijke laadpalen die zo dicht mogelijk bij de woon- of werkplaats van de aanvrager liggen. De prioriteit is op dit moment om tot een volledig dekkend laadnetwerk te komen, waarbij de nadruk ligt op het zoveel mogelijk spreiden van laadpunten over de gemeente. Laadpleinen kunnen wel in de toekomst een grotere rol gaan spelen als de groei van het elektrisch vervoer sterk is toegenomen en er in bepaalde delen van de gemeente behoefte is aan een grotere laadcapaciteit. Hier is ook al in de locatiestrategie op ingespeeld. Op enkele locaties waar er in de komende jaren een grote vraag naar openbare laden wordt verwacht zijn dan vier of meer parkeerplekken toegewezen voor elektrisch laden, in plaats van de gebruikelijke twee.
3.6.3 Alternatieven voor laadpalen
Naast het plaatsen van reguliere laadpalen zijn er steeds meer andere mogelijkheden om laadpunten te integreren in bestaand straatmeubilair, zoals in lantaarnpalen, in perscontainers, of in de stoep. Veel van deze methodes zitten nog in een pilotfase. De gemeente heeft nog geen projecten hierin gestart, maar het kan voor de toekomst voordelig zijn om alternatieven voor laadpalen te introduceren. Zo leveren ze kostenbesparingen op en zorgen voor een efficiënter gebruik van de openbare ruimte.
5.1 Plaatsingscriteria, horend bij de concessieovereenkomst van de Samenwerkende Gemeenten Zuid-Holland (SGZH)
Nr.
Criteria
1
Het Oplaadobject wordt geplaatst bij twee parkeerplaatsen. Bij het bepalen van een nieuwe Oplaadlocatie wordt rekening gehouden met bijvoorbeeld, maar niet uitsluitend: Het voorkomen van (onnodige) wegopbrekingen (kabels en leidingen KLIC/pre-check).
2
Het voorkomen van belemmering voor doorstroming van het overige wegverkeer, langzaam verkeersstromen, etc. De minimale doorgang van het trottoir moet na plaatsing van het Oplaadobject en bebording minimaal 120 cm bedragen. In uitzonderlijke gevallen en altijd in overleg met de Concessieverlener kan dit variëren binnen een bandbreedte van 90 en 150 cm.
3
Gebruiksveilige plaatsing van het Oplaadobject gelet op oriëntatie ten opzichte van verkeersstromen.
4
Minimale kans op beschadigingen door aanrijdingen.
5
Het voorkomen van beschadiging van boomwortels en bomen.
6
Technische belemmeringen vanuit de Netbeheerder.
7
Locatiekeuze niet in de directe nabijheid van andere objecten in de openbare ruimte zoals fietsenrekken, afval inzamelvoorzieningen, bomen en straatmeubilair.
8
Het voorkomen van Oplaadlocaties aan hoofdverkeerswegen.
9
Het voorkomen van Oplaadlocaties in gebieden met een afwijkend parkeerregime (zoals blauwe-zones, winkelstraten of andere locaties met een parkeerduurbeperking).
10
De Concessiehouder stelt zich zo goed mogelijk op de hoogte van eventueel geplande werkzaamheden in het gebied om te voorkomen dat Oplaadobjecten op korte termijn verwijderd en/of verplaatst dienen te worden.
11
Het Oplaadobject wordt bij voorkeur niet geplaatst voor de deur of het raam van een woonhuis
12
Het Oplaadobject wordt geplaatst op een duidelijk zichtbare plek.
13
Het Oplaadobject wordt niet geplaatst waar met twee wielen op het trottoir geparkeerd wordt.
14
Haakse parkeervakken worden in de gemeente geprefereerd boven parkeervakken die parallel aan de weg zijn gepositioneerd.
15
Het Oplaadobject wordt bij voorkeur niet geplaatst in buitendijkse gebieden.
16
Het Oplaadobject wordt ten minste 2 meter van een boom geplaatst en niet tussen het struikgewas of (boom)wortels.
5.2 Aanvullende plaatsingscriteria van Midden-Delfland
Eisen
•De locatie ligt op grond in eigendom van de gemeente.
•De locatie is 24 uur per dag, 7 dagen per week toegankelijk.
•De “ladder van laden” wordt gehanteerd.
•Binnen 250m van (toekomstige) vraag van bewoners of forenzen (voor bezoekerslocaties kan grotere afstand worden gehanteerd).
•Binnen 25 meter van bestaande laagspanningsnet (in verband met mogelijke kosten meerlengte).
•Laadpaal niet direct voor monument.
•Laadpaal en bebording worden niet hinderlijk dichtbij straatmeubilair, afval inzamelvoorzieningen en bomen geplaatst.
•Voldoende ruimte en geen belemmering van zicht en doorgang:
–Bij voorkeur 120 cm doorloopruimte en minimaal 90 cm,
–Minimaal 45 cm en bij voorkeur 60 cm van de troittoirband,
–Voorkomen struikelgevaar.
Wensen
•Dubbelgebruik mogelijk (bewoners, forenzen, bezoekers)
•Bij plaatsen rekening houden met de parkeerdruk.
•Type parkeerplek, aflopend naar voorkeur:
1) Parkeerplein
2) Dwars (haaks) parkeren
3) Langs (parallel) parkeren
•Toegankelijk vanaf doorgaande weg en goede zichtlocatie (bijvoorbeeld bij een kruising en aan doorgaande weg).
•Tegen blinde gevel aan en/of aan de straatzijde met gebouwen.
•In woongebieden ligt de laadlocatie centraal in de wijk.
•Meerdere laadlocaties worden op één plek geconcentreerd.
•Laadpaal en bebording in lijn met ander straatmeubilair.
•Groenvoorziening vermijden/ laten staan.
•Smalle stoep vermijden