Aanhef
De raad van de gemeente Middelburg;
gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders;
gelet op artikel 229, eerste lid, onderdelen a en b, van de Gemeentewet
BESLUIT:
Vast te stellen de
Artikel 1 Belastbaar feit
Terzake van het innemen van gemeentegrond op markten en het aansluiten op de van gemeentewege aangebrachte elektriciteitskasten wordt onder de naam van marktgelden een recht geheven overeenkomstig de navolgende bepalingen.
Artikel 2 Belastingplicht.
Het recht wordt geheven van degene die gemeentegrond op een markt inneemt dan wel een aansluiting heeft op een van gemeentewege aangebrachte electriciteitskast.
Artikel 3 Maatstaven van heffing en tarieven.
Het recht bedraagt:
Tarieven 2026
op de warenmarkt In Middelburg, Arnemuiden en Nieuw en Sint Joosland
1.1
voor een kraam, verkoopwagen of overige goederen per m2 ingenomen gemeentegrond (met een maximum van 4 donderdagen per kwartaal) per dag
€ 0,32
1.2
voor een kraam, verkoopwagen of overige goederen per m2 ingenomen gemeentegrond per kwartaal
€ 3,88
1.3
het bedrag genoemd in artikel 1.2 wordt vermeerderd met 13% voor reclamedoeleinden.(uitsluitend voor de markt in Middelburg)
2.1
voor aansluiting op een elektriciteitskast voor verlichtingsdoeleinden (blauwe stekker) per dag
€ 2,20
2.2
voor aansluiting op een elektriciteitskast voor verlichtingsdoeleinden (blauwe stekker) per kwartaal
€ 29,15
2.3
voor aansluiting op een elektriciteitskast voor apparaten (rode stekker) per dag
€ 3,37
2.4
voor aansluiting op een elektriciteitskast voor apparaten (rode stekker) per kwartaal
€ 43,75
De rechten genoemd in deze tabel onder 2.1 t/m 2.4 zijn exclusief omzetbelasting indien deze verschuldigd is.
Artikel 4 Belastingtijdvak
1Met betrekking tot het marktgeld bedoeld in artikel 3 waarvoor een dagtarief is het belastingtijdvak gelijk aan dag waarbij een deel van een dag als een volledige dag wordt aangemerkt.
2Met betrekking tot het marktgeld waarvoor een bedrag per kwartaal wordt gerekend is het belastingtijdvak gelijk aan de daar genoemde periode van drie maanden van het betreffende kalenderjaar.
Artikel 5 Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang voor de naar een tijdvak geheven rechten
1Het marktgeld, bedoeld in artikel 3 is verschuldigd bij de aanvang van het belastingtijdvak of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.
2Indien de belastingplicht voor het marktgeld, bedoeld in artikel 3 in de loop van het belastingtijdvak aanvangt, is het marktgeld verschuldigd voor zoveel derde gedeelten van het voor dat tijdvak verschuldigde marktgeld als er na de aanvang van de belastingplicht nog kalendermaanden overblijven, waarbij een gedeelte van een maand voor een volle maand wordt gerekend.
3Indien de belastingplicht voor het marktgeld, bedoeld in artikel 3 in de loop van het belastingtijdvak eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel derde gedeelten van het voor dat tijdvak verschuldigde marktgeld als er na het einde van de belastingplicht nog volle kalendermaanden overblijven.
Artikel 6 Ontstaan van de belastingschuld voor de overige marktgelden
Ander marktgeld dan dat bedoeld in artikel 5 is verschuldigd bij de aanvang van het gebruik van de standplaats of genot van de diensten.
Artikel 7 Wijze van heffing
Het marktgeld wordt geheven door middel van een gedagtekende schriftelijke kennisgeving waarop het
gevorderde bedrag is vermeld. Het gevorderde bedrag wordt door toezending of uitreiking van de schriftelijke kennisgeving aan de belastingschuldige bekendgemaakt.
Artikel 8 Termijnen van betaling
1In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moet het marktgeld, bedoeld in artikel 3 worden betaald binnen dertig dagen na de dagtekening van de schriftelijke kennisgeving.
2Betaling van de termijn zoals bedoeld in het eerste lid is mogelijk via automatische incasso van de betaalrekening van de belastingplichtige. De termijn vervalt een maand na dagtekening van de factuur.
3Marktgeld met een dagtarief moeten onmiddellijk na uitreiking van de kennisgeving worden betaald.
4De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen.
Artikel 9 Vrijstelling
Het marktgeld, bedoeld in artikel 3 worden niet geheven van verenigingen, comités of stichtingen, welke geen commercieel doel hebben blijkens de statuten.
Artikel 10 Overgangsrecht
De "Verordening marktgelden Middelburg 2025", vastgesteld bij raadsbesluit van 19 december 2024 wordt tezamen met alle wijzigingsverordeningen die hierop van toepassing zijn, ingetrokken met ingang van de in artikel 11, tweede lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.
Artikel 11 Inwerkingtreding
1Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking.
2De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2026.
Artikel 12 Citeertitel
Deze verordening wordt aangehaald als "Verordening marktgelden Middelburg 2026".