Aanhef
De raad besluit:
1De notitie verbonden partijen 2026 vast te stellen;
2De notitie verbonden partijen 2016 in te trekken.
3. Meedoen aan een verbonden partij
3.3 Rol raad en college bij het vormen van een verbonden partij
3.3.1 Verdeling rollen bij privaatrechtelijke organisaties
Het college mag beslissen over het oprichten van en het meedoen aan privaatrechtelijke organisaties
6Artikel 160, eerste lid, Gemeentewet.
, maar het college kan niet zomaar een privaatrechtelijke organisatie oprichten en daaraan meedoen. Dat mag enkel ‘als dat in het bijzonder aangewezen moet worden geacht voor de behartiging van het daarmee te dienen openbaar belang’.
7Artikel 160, tweede lid, Gemeentewet.
Als er sprake is van een mogelijke oprichting van een privaatrechtelijke organisatie dan vraagt het college hierover eerst de raad om wensen en bedenkingen. Daarna mag het college pas definitief beslissen.
3.3.2 Verdeling rollen bij gemeenschappelijke regelingen
De verdeling van rollen hangt af van de vorm van de gekozen GR. Een GR waaraan de gemeente alleen taken en bevoegdheden van de colleges geeft, gaan de colleges aan. In dit geval vraagt het college de gemeenteraad eerst om een zienswijze over de ontwerpregeling. De GR kan pas opgericht worden als het college daarvoor toestemming heeft gekregen van de gemeenteraad. De raad kan toestemming alleen onthouden als er strijd is met het recht of het algemeen belang.
8Artikel 1, vierde lid, Wgr.
Een GR waarbij bevoegdheden van het college en de raad worden overgedragen, worden gevormd door de colleges en raden samen. De raad is in dat geval als deelnemende partij direct betrokken bij de oprichting.
Bij een GR zijnde een raadsregeling geldt dat deze wordt opgericht door de gemeenteraad. En dat het AB uitsluitend wordt gevormd door raadsleden.
4. Aanpak voor goed besturen
4.1 Sturen
4.1.1 Rol gemeenteraad
De raad heeft een kaderstellende en controlerende taak. In de gemeentelijke begroting worden de bestuurlijke kaders vastgelegd door de raad. Hierin staan ook de beleidsgebieden waarop verbonden partijen ingezet worden. Hierop kan de raad invloed uitoefen, bijvoorbeeld door te besluiten om meer in te zetten op de beleidsgebieden waarop de verbonden partijen werken. Het college moet dan invulling geven aan deze kaders.
4.1.2 Rol college
Het college is verantwoordelijk voor de uitvoering van de gemeentelijke begroting binnen de bestuurlijke kaders. Bij een verbonden partij houdt het college als opdrachtgever zicht op de uitvoering, kosten en risico’s. Als eigenaar moet het college de levensvatbaarheid en de risico’s van de verbonden partij bewaken, beheersen en waar nodig bijsturen.
Het is de taak van het college om de gemeente te vertegenwoordigen in de bestuursorganen van de verbonden partijen of om daarvoor gemeentelijke vertegenwoordigers aan te wijzen. Bij privaatrechtelijke organisaties zal een collegelid afgevaardigd worden naar de Algemene Vergadering van Aandeelhouders. De burgemeester wijst dit collegelid aan.
Het college heeft ook een informatieplicht richting de raad. Het college moet de raad goed en tijdig informeren over het reilen en zeilen van de verbonden partijen. Dit stelt de raad in de gelegenheid om op tijd betrokken te worden bij belangrijke besluiten of ontwikkelingen en om zo invloed uit te oefenen door het indienen van een zienswijze of door informele instrumenten als lobbyen en coalitievorming.
4.1.3 Rol ambtelijke organisatie
De ambtelijke organisatie stelt het bestuur in staat om op verbonden partijen te sturen. Dat betekent dat adviseurs de collegeleden voorzien van adviezen op bestuurlijke stukken. Hierbij wordt zowel aandacht besteed aan de rol en de daarbij behorende belangen van eigenaar en opdrachtgever. Ook adviseren de ambtenaren de bestuurders over de informatieplicht.
De adviseurs onderhouden het contact met de verbonden partij en treden daarbij op als accounthouder. Zij komen tot precieze afspraken met de verbonden partij en werken hiervoor -indien mogelijk- samen met andere gemeenten die ook deelnemen in de verbonden partij. Ook wordt er samengewerkt met de adviseurs van de andere deelnemende gemeenten, waarbij de adviseurs zich richten op het belang van de gemeente.
4.1.4 Verschillende rollen binnen het bestuur van een gemeenschappelijke regeling
De GR’en waaraan wij deelnemen zijn openbare lichamen. Dit houdt in dat de GR rechtspersoonlijkheid heeft en zelfstandig kan opereren (zie ook bijlage 2).
Het bestuur van een openbaar lichaam bestaat uit een:
–Algemeen Bestuur (AB): uit de Wgr volgt dat alle bevoegdheden bij het AB liggen;
–Dagelijks Bestuur (DB): het DB heeft enkel die bevoegdheden die het heeft gekregen in de wet, in de gemeenschappelijke regeling en die het AB expliciet heeft overgedragen;
–Voorzitter: heeft voornamelijk een procedurele rol en zit de vergaderingen voor en vertegenwoordigt het openbaar lichaam in en buiten rechte. Dit houdt respectievelijk in dat de voorzitter de formele procesvertegenwoordiger is in rechtszaken en dat de voorzitter de vertegenwoordiger is bij het doen van privaatrechtelijke handelingen.
De vertegenwoordigers hebben als lid van één van de genoemde organen verschillende rollen. Hierbij is sprake van de ‘dubbele petten’ problematiek. Immers, het AB van een GR bestaat uit door de deelnemende gemeenten aangewezen vertegenwoordigers. Vervolgens wijst het AB het DB aan. Wat is de verhouding van de vertegenwoordigers tot de afgevaardigde van de gemeente?
Leden van een AB stemmen met last, dit houdt in dat de door de raad of college aangewezen vertegenwoordigers in het AB de belangen van de gemeente moeten behartigen.
10Artikel 22 Wgr in samenhang met artikel 27 Gemeentewet. Dit volgt eveneens uit de MvT van de aanpassing van de Wgr in 2015 waarin staat ‘zij zijn in de visie van de wetgever primair vertegenwoordiger van hun gemeente’.
Een lid van het AB mag dus niet een standpunt uitdragen dat niet in lijn is met het standpunt van het eigen bestuursorgaan.
Leden van het DB blijven daarnaast ook deel uitmaken van het AB. In dit geval heeft die persoon twee petten op en moet als lid van het AB de belangen behartigen van het bestuursorgaan dat hem/haar heeft aangewezen én als lid van het DB vertegenwoordigt deze persoon de belangen van het AB en wordt daarmee geacht de belangen van de GR te dienen. Als deze persoon ook nog voorzitter is, komt daar nog een extra pet bij, want een voorzitter staat boven de partijen en is op zoek naar overeenstemming. Maar bij stemmingen in het AB wordt wel verwacht dat deze persoon stemt volgens het standpunt van het eigen bestuursorgaan. Mede gelet op deze problematiek is het daarom van belang om de vertegenwoordiger een duidelijke opdracht mee te geven en de eventuele speelruimte.
De gemeentelijke vertegenwoordigers leggen verantwoording af op twee manieren. Allereerst vanuit het DB naar het AB. Ten tweede vanuit het AB naar het orgaan dat hem/haar heeft afgevaardigd en aan de gemeenteraad (gelet op de informatieplicht). In de tekst van de GR zijn hierover regels opgesteld.
4.1.5 Kaders voor sturing
–De gemeentelijke begroting;
–De begroting van de GR;
–Deze notitie;
–Het meest recente VZG-rapport ‘Afspraken over samenwerken met gemeenschappelijke regelingen in Zeeland’ van september 2025.;
–Handreiking van BZK ‘Privaatrechtelijke samenwerking door decentrale overheden – handreiking voor decentrale volksvertegenwoordigers’;
–Handreiking ‘Grip en controle op regionale samenwerking’ van de Nederlandse Vereniging voor Raadsleden. Hierin zijn een zestal vragen opgenomen die van belang zijn om als raad te beantwoorden/beantwoordt te krijgen.
4.2 Beheersen
4.2.1 Algemeen
Elke verbonden partij heeft een ambtenaar als contactpersoon. Deze ambtenaar draagt zorg voor een goede voorbereiding. Zo vinden bij bepaalde verbonden partijen voorbereidingsoverleggen plaats, zoals het PAO bij de GGD Zeeland. Hierin praat de ambtenaar de betrokken gemeentelijk vertegenwoordiger bij en worden annotaties en inhoudelijke punten afgestemd. In andere gevallen levert de ambtelijke contactpersoon een annotatie aan het betrokken collegelid.
Het college bespreekt de vergaderstukken van de verbonden partijen in zijn vergadering. Idealiter vindt bespreking in het college plaats voordat de vergadering van het bestuur van de verbonden partij plaatsvindt. Als dit niet mogelijk is, gaan de vergaderstukken zo snel mogelijk ter kennisname naar het college zonder een annotatie.
4.2.2 Gemeenschappelijke regeling
Conform het VZG-rapport ontvangt de gemeenteraad in ieder geval de volgende stukken van de GR:
–Begroting;
–Maximaal twee tussentijdse rapportages: één naar de situatie per 1 april en één per 1 juni;
–Begrotingswijzigingen die volgen uit de tussentijdse rapportages;
–Tussentijdse begrotingswijzigingen in geval van bijzondere zaken;
–Jaarstukken.
Van belang is dat deze stukken tijdig worden doorgestuurd naar de raad. De raad kan in ieder geval een zienswijze indienen op de begroting en de begrotingswijzigingen. Bij jaarstukken kan dit in bepaalde gevallen. Deze processen zijn nader beschreven in het VZG-rapport ‘Afspraken over samenwerken met gemeenschappelijke regelingen in Zeeland’.
Daarnaast hebben we een paragraaf Verbonden partijen in de begroting en jaarstukken, zoals opgenomen in het VZG-rapport. Raadsleden worden ook bijgepraat over de verschillende GR’en tijdens het vaste agendapunt hierover in de raadscommissies. Tot slot zijn er regelmatig (regionale) informatiebijeenkomsten voor raadsleden die worden aangekondigd op het Zeeuwse raadsinformatiesysteem (binnenkort via deze link).
Begeleidingscommissie
Iedere GR heeft een ambtelijke begeleidingscommissie die uit minimaal vier personen bestaat (twee inhoudelijk en twee financieel). Deze commissie geeft advies aan de deelnemers van de GR over de financiële documenten van de GR.
Samenstellingscommissie
De samenstellingscommissie van een GR bestaat uit enkele (financiële) medewerkers van de betrokken gemeenten. Zij richten zich vooral op de financiële toetsing aan de VZG-richtlijnen. Bij voorkeur maken leden van de samenstellingscommissie geen onderdeel uit van de begeleidingscommissie, maar hierbij is ook van belang dat beide commissies over een toereikende kwantitatieve en kwalitatieve bemensing beschikken.
Tot slot is er een ambtelijke werkgroep GR’en waarin alle ambtelijke contactpersonen van de GR’en waaraan we deelnemen vertegenwoordigd. Deze werkgroep komt periodiek bij elkaar. In deze werkgroep kunnen vragen gesteld worden en wordt van elkaar geleerd. De senior jurist leidt deze overleggen en bewaakt de grote lijnen (in de ontwikkelingen) van verbonden partijen.
4.2.3 Privaatrechtelijke organisatie
Beheersing is in dit geval afhankelijk van de rato van het eigendom en zal over het algemeen alleen mogelijk zijn op vaste momenten, zoals de Algemene Vergadering van Aandeelhouders. Als het plan bestaat op zo’n vergadering een belangrijk besluit te nemen, dan komt deze informatie tijdig naar de raad zodat de raad hierop zijn input kan geven. Raadsleden kunnen hun reguliere instrumentarium inzetten om invloed uit te oefenen op het stemrecht van het afgevaardigde collegelid (zoals het stellen van schriftelijke vragen of het indienen van moties en amendementen). Raadsleden kunnen ook zelf het college vragen om informatie en bepaalde stukken.
11Artikel 169 Gemeentewet.
Om als raad betrokken te worden bij besluiten van een privaatrechtelijke verbonden partij moeten hierover afspraken zijn gemaakt met het college die zijn vastgelegd in een raadsbesluit. Maar om daadwerkelijk invloed uit te oefenen op de verbonden partij moet in de statuten van de privaatrechtelijke organisatie worden vastgelegd dat de colleges betrokken worden bij de besluitvorming. Hierbij kan aangesloten worden aan hetgeen nu al geldt voor GR’en.
Voor privaatrechtelijke samenwerking geldt dat het benoemen van een bestuurslid of commissaris in een raad van toezicht of raad van commissarissen niet leidt tot meer invloed. Dit is omdat een commissaris zich dient te richten naar het belang van de rechtspersoon (en dus niet naar het belang van de gemeente).
12Artikelen 2:44, derde lid, BW, 2:47, tweede lid, 2:129, vijfde lid, 2:140, tweede lid, 2:239, vijfde lid, 2:250, tweede lid, 2:29, derde lid, 2:292a, tweede lid, BW.
Wel is het mogelijk om:
–Een gesprek te organiseren tussen de gemeenteraad en het bestuur, de raad van toezicht of de raad van commissarissen over de privaatrechtelijke samenwerking;
–Een adviescommissie op te richten waarin enkele leden van de gemeenteraad deelnemen. Om invloed uit te oefenen is het nodig bevoegdheden van de commissie in de statuten van de verbonden partij op te nemen. Hierin kan bijvoorbeeld worden opgenomen dat het bestuur van de verbonden partij de commissie periodiek informeert. De leden van de commissie kunnen vervolgens de raad verder informeren. Ook kunnen er bevoegdheden, plichten of rechten aan deze commissie gegeven worden, bijvoorbeeld dat de commissie (on)gevraagd advies mag uitbrengen aan het bestuur of dat de commissie minimaal een aantal keer per jaar wordt geïnformeerd.
–Een aantal raadsleden aan te wijzen als rapporteur. Deze raadsleden houden dan namens de gehele raad extra toezicht houden op het functioneren van de privaatrechtelijke samenwerking. Periodiek kunnen deze rapporteurs verslag doen van het functioneren van de samenwerking richting de raad. Anders dan bij de adviescommissie is het niet noodzakelijk om voor het inzetten van rapporteurs een passage op te nemen in de statuten van de verbonden partij. Raden kunnen simpelweg onderling afspreken dat enkele raadsleden aangewezen worden om namens hen de privaatrechtelijke samenwerking te volgen en te controleren
Ook kan invloed uitgeoefend worden door de raad in het kader van de gemeentelijke begroting, meer specifiek de paragraaf Verbonden partijen, of het al dan niet geven van subsidies aan een privaatrechtelijke verbonden partij.
Bijlage 1: Overzicht wijzigingen Wgr
Op 1 juli 2022 is een wijziging van de Wgr in werking getreden.
Een aantal wijzigingen hebben direct effect. Deze zijn:
–Het college moet vooraf een ontwerp van de regeling voor een zienswijze aan de raad voorleggen;
–Voortaan moet de kadernota voor 30 april worden ingediend, dit was 15 april;
–De termijn voor het indienen van een zienswijze is verruimd van 8 naar 12 weken;
–De termijn voor het inzenden van de ontwerpbegroting is verruimd van 1 augustus naar 15 september;
–Bij unaniem besluit kunnen de raden een regionale onderzoekscommissie instellen;
–Bij unaniem besluit kunnen de raden een regionale raadsadviescommissie instellen.
Binnen twee jaar na inwerkingtreding van de gewijzigde Wgr moeten de regelingen worden aangepast zodat deze regels bevatten:
–Over de voorwaarden waaronder kan worden uitgetreden;
–In welke gevallen de raden over andere onderwerpen dan de ontwerpbegroting of jaarrekening een zienswijze kunnen indienen;
–Over het periodiek evalueren van de regeling;
–Hoe burgerparticipatie kan plaatsvinden.
Wijzigingen die een afweging vragen en die direct raken aan de positie van de raad:
–De mogelijkheid om zienswijzen in te dienen op andere onderwerpen dan de ontwerpbegroting, instelling van een bestuurscommissie of de oprichting van of deelneming in privaatrechtelijke rechtspersonen. Het is een verplichting om hieromtrent een afweging te maken in de gemeenschappelijke regeling, ook wanneer geen zienswijzen gebruikt worden, moet dit in de regeling geregeld worden;
–Rondom het evalueren van de regeling moeten afspraken gemaakt worden. De afspraak kan daarbij ook zijn dat er niet geëvalueerd wordt, maar dat moet dan wel expliciet opgeschreven worden;
–Kaders omtrent welke informatie in elk geval actief gedeeld moet worden. Voor goede sturing en controle is het van belang om goede afspraken te maken tussen raden en colleges over de actieve informatieplicht. Gedacht kan worden aan afspraken over het moment van informatievoorziening, de wijze van informatievoorziening en het onderwerp daarvan.
Voor een uitgebreid overzicht van en nadere toelichting op alle veranderingen in de aangepaste Wgr wordt verwezen naar de VNG Handreiking Verbeterde democratische legitimatie bij gemeenschappelijke regelingen van oktober 2022.
Bijlage 2: Varianten publieke en private samenwerking
•Varianten gemeenschappelijke regelingen
Openbaar lichaam
Beschrijving
Toepassing
Dit is de zwaarste vorm van een gemeenschappelijke regeling. Het openbaar lichaam heeft de status van rechtspersoon. Het bestuur van een dergelijke gemeenschappelijke regeling kan zelfstandig deelnemen aan het rechtsverkeer en bijv. overeenkomsten sluiten en personeel aannemen. Gemeenten kunnen vrijwel al hun taken en bevoegdheden overdragen aan een gemeenschappelijke regeling met een openbaar lichaam.
Alle gemeenschappelijke regelingen waaraan de gemeente Middelburg deelneemt, zijn een openbaar lichaam. Deze variant kan binnen de grenzen van de Wgr voor uitlopende vormen van samenwerking worden toegepast
Bedrijfsvoeringsorganisatie
Beschrijving
Toepassing
Dit is een lichte samenwerkingsvorm in vergelijking met ene openbaar lichaam. De belangrijkste verandering is de introductie van een enkelvoudig bestuur in plaats van een geleed bestuur. Op die manier wordt bestuurlijke drukte voor een deel voorkomen en wordt de aansturing eenvoudiger.
Een dergelijke gemeenschappelijke regeling kan enkel worden ingesteld bij een zogenoemde collegeregeling. Daarmee is de samenwerking per definitie beperkt tot uitvoering of bedrijfsvoering; de wettelijke verantwoordelijkheden van het college. Een bedrijfsvoeringsorganisatie mag in principe geen beleidsvrijheid hebben. Het moet een intergemeentelijke uitvoeringsdienst zijn.
Gemeenschappelijk orgaan
Beschrijving
Toepassing
Dit is een lichtere vorm van een gemeenschappelijke regeling. Zo heeft een gemeenschappelijk orgaan geen rechtspersoonlijkheid, waardoor het geen personeel in dienst kan hebben. Deze variant is vooral geschikt als overlegorgaan tussen gemeenten.
Deze constructie wordt gebruikt voor zaken of onderwerpen waarbij het bezit van rechtspersoonlijkheid of een duidelijke bestuursstructuur niet noodzakelijk is.
Centrumgemeente-constructie
Beschrijving
Toepassing
Hierbij dragen gemeenten taken en bevoegdheden over aan een andere gemeente (de centrumgemeente). Deze variant is een juridische vorm om uitbesteding van taken en bevoegdheden te regelen. In feite is het de bestuursrechtelijke variant van een samenwerkingsovereenkomst. Bij deze vorm wordt de uitoefening van bepaalde bevoegdheden opgedragen aan een bestuursorgaan of ambtenaar van een van de deelnemende gemeenten (de centrumgemeente). Er is geen bestuurlijke verantwoording, dus is er geen sprake van ene verbonden partij.
Deze constructie wordt in de praktijk gebruikt voor de uitvoering van een bepaalde taak, die op die manier efficiënter of goedkoper kan worden uitgevoerd.
Lichte gemeenschappelijke regeling (regeling zonder meer)
Beschrijving
Toepassing
Deze vorm staat niet expliciet in de Wgr, maar bestaat volgens de literatuur wel als zodanig. Het is een lichte samenwerkingsovereenkomst die wordt aangegaan op grond van artikel 1 Wgr, maar er is geen bestuursorgaan en er worden geen bevoegdheden overgedragen. De Wgr stelt geen eisen voor de totstandkoming en inrichting van regelingen zonder meer. Er is dus geen sprake van een verbonden partij.
Deze constructie komt in de praktijk vooral voor als overlegstructuur over zaken waaraan in politieke of financiële zin geen formele gevolgen verbonden zijn. Een convenant kan vaak aangemerkt worden als een regeling zonder meer.
•Varianten privaatrechtelijke rechtsvormen
Naamloze vennootschap (NV)
De NV is een open samenwerkingsverband met een in overdraagbare aandelen verdeeld maatschappelijk kapitaal. De oprichting van een NV vindt plaats bij notariële akte. De NV kent in elk geval een bestuur en een algemene vergadering van aandeelhouders. Aandeelhouders zijn niet aansprakelijk met hun privévermogen voor schulden van de rechtspersoon.
De NV is een rechtspersoon, zelfstandig drager van rechten en plichten, die onder eigen naam deelneemt aan het rechtsverkeer. De aandelen worden uitgegeven aan toonder of op naam en zijn vrij verhandelbaar. Dit behalve als in de statuten staat dat de overdraagbaarheid van de aandelen op naam is beperkt. De NV staat uitvoerig in het Burgerlijk Wetboek.
Besloten vennootschap (BV)
Een BV wordt aangegaan met het oog op de persoonlijke eigenschappen en kwaliteiten van de aandeelhouders. De oprichting van een BV vindt plaats bij notariële akte. De BV kent in elk geval een bestuur en een algemene vergadering van aandeelhouders. Aandeelhouders zijn niet aansprakelijk met hun privévermogen voor schulden van de rechtspersoon.
De BV is een rechtspersoon, zelfstandig drager van rechten en plichten, die onder eigen naam deelneemt aan het rechtsverkeer. De aandelen worden uitgegeven op naam en zijn niet vrij verhandelbaar. De BV staat uitvoerig in het Burgerlijk Wetboek.
Stichting
Een stichting is een door een rechtshandeling in het leven geroepen rechtspersoon die geen leden kent. Een stichting beoogt met een daartoe bestemd vermogen een in de statuten vermeld doel te verwezenlijken. Een stichting heeft geen winstoogmerk en wordt opgericht bij notariële akte.
Maakt een bestuurder misbruik van zijn bevoegdheid of gaat hij zijn bevoegdheid te buiten? Dan kan de bestuurder onder omstandigheden ook persoonlijk aansprakelijk zijn.
Vennootschap onder firma (vof) of Commanditaire Vennootschap (CV)
Een vof is een bedrijf waarin minimaal twee personen samenwerken onder één gemeenschappelijke naam. Iedere persoon die meedoet, wordt mede-eigenaar. Deze mede-eigenaren noemen we ook wel vennoot. Iedere vennoot brengt iets in. Dit kan geld zijn, maar ook goederen of arbeid. Een minimumkapitaal is niet nodig. De vof is geen rechtspersoon. Vennoten zijn daarom met hun eigen geld aansprakelijk voor mogelijke schulden van het bedrijf.
Een CV is een bijzondere vorm van de vof. De CV bestaat uit twee soorten vennoten: commanditaire vennoten (ook wel ‘stille’ vennoten) en beherende vennoten. Commanditaire vennoten mogen geen beheersdaden of vertegenwoordigingshandelingen doen. Net als de vof is de cv geen rechtspersoon. De beherende vennoten zijn daarom met hun eigen geld aansprakelijk voor mogelijke schulden van het bedrijf. Als een commanditaire vennoot beheersdaden doet, is hij medeaansprakelijk. Zijn aansprakelijkheid is beperkt tot het bedrag van de inbreng. Beherende vennoten zijn hoofdelijk aansprakelijk voor de schulden van de CV. De CV is een maatschapsvorm waarbij alle vennoten een inbrengplicht hebben. Een CV bezit geen rechtspersoonlijkheid en kan daarom niet zelfstandig rechten en plichten dragen. De CV is beperkt geregeld in de wet, waardoor veel aandacht besteed moet worden aan het CV-contract.
Vereniging
Een vereniging is een rechtspersoon met leden die is gericht op een bepaald doel. De vereniging is een duale rechtsvorm met een bestuur en een algemene ledenvergadering.
Coöperatie
Een coöperatie is een speciale vereniging, die overeenkomsten aangaat met en voor haar leden. Met een coöperatie heeft men de voordelen van een collectief: men koopt voordeliger in en deelt bijvoorbeeld de kosten voor marketing. Leden kunnen (in principe) stoppen of instappen zonder dat het voortbestaan van de coöperatie in gevaar komt. Een coöperatie is een rechtspersoon. Of de leden wel of niet aansprakelijk zijn, spreekt men af bij de oprichting. Men kan kiezen uit drie opties:
•UA: Uitgesloten van Aansprakelijkheid. Dit betekent dat de leden niet aansprakelijk zijn voor schulden van de coöperatie. Ook niet na een faillissement.
•BA: Beperkte Aansprakelijkheid. De leden zijn tot een afgesproken bedrag aansprakelijk voor de schulden.
•WA: Wettelijke Aansprakelijkheid: de leden zijn samen en voor een gelijk deel aansprakelijk voor het tekort van de coöperatie.
Bijlage 3: Verschillende varianten GR
Raadsregeling
Dit is een GR tussen gemeenteraden. Het college kan een raadsregeling voorbereiden, maar de raad kan ook het initiatief nemen. Het is uiteindelijk de raad die over een dergelijke regeling beslist. Het AB bestaat uitsluitend uit raadsleden, welke worden aangewezen door de deelnemende gemeenten.
Collegeregeling
Dit is een GR tussen de colleges van burgemeester en wethouders. Het is aan het college om te bepalen hoe de GR eruit komt te zien. Daarna moet het college toestemming vragen aan de gemeenteraad. De raad kan deze toestemming alleen onthouden wegens strijd met het recht of het algemeen belang. De raad kan geen toestemming verlenen onder voorwaarden en heeft ook niet het recht tot amendering, omdat dit recht alleen bestaat over de eigen besluiten. Wel kan de raad via moties wensen en bedenkingen meegeven aan het college. Het AB bestaat uit collegeleden.
Burgemeesterregeling
Dit is een GR tussen burgemeesters. De burgemeesters vormen het AB.
Gemengde regeling
Dit is een GR tussen de raden, colleges en/of burgemeesters van twee of meer gemeenten. De deelnemende bestuursorganen beslissen samen over deelname aan een dergelijke regeling. Het AB kan uit leden van de raad en het college bestaan.
Bijlage 4: Afwegingskader
Stap 1: is er sprake van een publiek belang?
De gemeente Middelburg doet alleen mee in een verbonden partij als daarmee een publiek belang gediend wordt. Het gaat om belangen die het gemeentebestuur wil en met de gemeentelijke bevoegdheden kán behartigen. De uit te voeren taken worden afgeleid van de politieke afweging of er sprake is van een publiek belang.
Als er geen sprake is van een publiek belang, dan wordt dit aan de markt of aan een andere overheden overgelaten. Is er wel een rol weggelegd voor de gemeente, dan volgt de vraag in welke mate en vorm de gemeente Middelburg betrokken moet zijn.
Stap 2: is complete gemeentelijke betrokkenheid noodzakelijk?
Complete gemeentelijke betrokkenheid kan komen door:
–Een wettelijke regel om een taak binnen de gemeente of onder volledig gemeentelijke verantwoordelijkheid uit te voeren;
–Het uitvoeren van een bepaalde taak wordt gezien als te strategisch voor de gemeente om extern uit te voeren;
–Door de hoge risico’s en onzekerheden over de uit te voeren taak is het uitbesteden van die taak niet mogelijk of alleen tegen erg hoge kosten.
Bij complete gemeentelijke betrokkenheid wordt de activiteit binnen de eigen organisatie ondergebracht.
Stap 3: kan de gemeente het publiek belang als facilitator, subsidieverstrekker of opdrachtgever voldoende behartigen?
Inwoners nemen steeds vaker zelf het initiatief om iets te bereiken voor de buurt of samenleving. De gemeente Middelburg staat samen met zijn maatschappelijke partners aan de lat om maatschappelijke doelen te bereiken. Hiervoor wordt steeds vaker gekozen voor een faciliterende rol. De gemeente maakt kaders en omstandigheden waarbinnen inwoners, maatschappelijk partners en ondernemers zaken met elkaar kunnen uitvoeren.
Dat betekent ook dat de gemeente het publiek belang in veel gevallen het beste kan behartigen als subsidieverstrekker of opdrachtgever. Belangrijk hierin is wel dat de gemeente voldoende invloed heeft om de door de gemeente gewenste publieke taak uitgevoerd te krijgen op de gewenste voorwaarden (prijs/kwaliteit). Langs deze weg kan dan controle worden uitgeoefend. Mocht deze invloed op de behartiging van het publieke belang geheel of gedeeltelijk ontbreken, dan volgt stap 4.
Stap 4: zijn er voldoende voordelen om mee te doen aan een verbonden partij?
Als het gaat om taken met een publiek belang en er niet volstaan kan worden met een rol als facilitator, subsidieverstrekker of opdrachtgever, dan kan erover nagedacht worden om de taak onder te brengen bij een verbonden partij. Verbonden partijen hebben voordelen (zie hoofdstuk 3.1). Als die voordelen er niet zijn, kan de gemeente de taak het beste zelf (blijven) uitvoeren. Als er wel voordelen zijn, dan kan een verbonden partij een optie zijn.
Stap 5: wat is de gewenste organisatievorm?
Als er voordelen verbonden zijn aan de oprichting van een verbonden partij moet gekeken worden naar welke organisatievorm daarbij het beste past. Hiervoor zijn drie vragen van belang:
1Wat is de gewenste mate van bestuurlijke afstand?
2In welke vorm kan de organisatie het meest efficiënt en effectief werken?
3Kan en moet dit samengedaan worden met marktpartijen?
Ad 1
Is er sprake van een belangrijke taak voor de gemeente? Zijn de daarbij behorende bestuurlijke risico’s hoog? In dat geval ligt het voor de hand om te kiezen voor een GR.
Is veel bestuurlijke afstand mogelijk? Dan kan gekozen worden voor een privaatrechtelijke vorm.
Ad 2
Hierbij is het van belang om te kijken naar het zo klein mogelijk houden van de risico’s. Een GR krijgt met andere kosten en regels te maken dan een stichting of een BV. Per geval moeten de voor- en nadelen in kaart gebracht worden.
Ad 3
Als het meedoen van marktpartijen meer voordelen oplevert, kan voor een privaatrechtelijke vorm gekozen worden. Daartegenover staat dat hoe groter het risico bestuurlijk en/of financieel is, hoe groter de sturingsbehoefte zal zijn. In zulke gevallen is een publiekrechtelijke samenwerking opportuner. Of het nu een privaatrechtelijke, publiekrechtelijke samenwerking of combinatie daarvan betreft, de 13 punten van hoofdstuk 3.1 moeten goed uitgewerkt zijn om de kaderstellende en controlerende rol van de raad te borgen.
Bijlage 5: Schematisch overzicht
Bron: Cooperación via de VNG.
Bijlage 6: Vertegenwoordiging college van Burgemeester en Wethouders in verbonden partijen – periode december 2024 – 2026
Gemeenschappelijke regeling
Lid 1
Plaats- vervanger 1
Lid 2
Plaats- vervanger 2
Toelichting
Klankbordgroep
13Niet zijnde een officiële raadsadviescommissie, die optie is standaard mogelijk gelet op art. 24a Wgr. Dit behoeft ook geen aanpassing van de gemeenschappelijke regeling.
(geen officiële raadsadviescommissie, die optie is standaard mogelijk sinds de aangepaste Wgr)
Te benoemen door raad of college
GR De Zeeuwse Muziekschool
Carla Doorn
Rutger Schonis
n.v.t.
n.v.t.
Het college van elke deelnemende gemeente wijst een lid en een plaatsvervangend lid aan.
Is mogelijk (er is reeds een ambtelijke klankbordgroep)
GR Gemeenschappelijke Gezondheidsdienst
Zeeland (GGD)
Willemien
Treurniet
Jeroen Louws
n.v.t.
n.v.t.
De raad van iedere gemeente wijst een lid en een plaatsvervangend lid uit de leden van het college aan.
Is mogelijk
GR Orionis
Jeroen Louws
Carla Doorn
Willemien
Treurniet
Rutger Schonis
De raad van iedere gemeente wijst twee leden en twee plaatsvervangende leden uit de leden van de raad en het college aan.
Is mogelijk
GR Regionale Uitvoeringsdienst Zeeland
(RUD)
Jeroen Louws
Rutger Schonis
n.v.t.
n.v.t.
De colleges wijzen ieder uit hun midden één lid en één plaatsvervangend lid van het algemeen bestuur aan.
Niet mogelijk
GR Stadsgewestelijke Brandweer
Vlissingen/Middelburg
burgemeester
Eerste locoburgemeester
Rutger Schonis
n.v.t.
Het algemeen bestuur bestaat uit de burgemeesters van beide gemeenten alsmede één door elk van de colleges uit zijn midden aan te wijzen vertegenwoordiger.
Het college wijst voor de vertegenwoordiger uit zijn midden een plaatsvervanger aan.
Is mogelijk
GR Veiligheidsregio
burgemeester
Rutger Schonis
n.v.t.
n.v.t.
burgemeester vervangen overeenkomstig artikel 77 van de Gemeentewet: (... waargenomen door een door het college aan te wijzen wethouder.)
Er bestaat reeds een raadsklankbordgroep
GR Zeeuws Archief
Carla Doorn
Jeroen Louws
Rutger Schonis
Willemien Treurniet
Het college van burgemeester en wethouders van Middelburg wijst twee leden aan uit zijn midden.
Niet mogelijk
Openbaar Lichaam Afvalstoffenverwerking Zeeland (OLAZ)
Carla Doorn
Jeroen Louws
n.v.t.
n.v.t.
Het college van burgemeester en wethouders wijst een lid en een plaatsvervangend lid uit de leden van het college aan.
Niet mogelijk
GR Publiek Vervoer Zeeland (in oprichting)
GR Sociaal Domein en Jeugd (in oprichting)
Verbonden partijen niet zijnde een GR
Lid 1
Plaatsvervanger 1
Lid 2
Plaatsvervanger 2
Toelichting
Te benoemen door raad of college
BV Monumentenbeheer Middelburg
Carla Doorn
-
n.v.t.
n.v.t.
Aandeelhouder. Directeur is Stephan Hageman.
NV Economische Impuls Zeeland
Rutger Schonis
-
n.v.t.
n.v.t.
Aandeelhouder
Gemeenschappelijk Bezit Evides (GBE)-Aqua BV
Rutger Schonis
-
n.v.t.
n.v.t.
Stadsgewestelijk Zwembad Vastgoed BV
Jeroen Louws
Willemien Treurniet
n.v.t.
n.v.t.
Gemeentelijke Vervoerscentrale Zeeland BV
Willemien Treurniet
-
n.v.t.
n.v.t.
Aandeelhouder. Vlissingen vertegenwoordigt Walcheren in bestuurlijke overleggen.
Zeeuwse Energie Houdstermaatschappij (ZEH) NV
Rutger Schonis
Jeroen Louws
n.v.t.
n.v.t.
Aandeelhouder
BNG Bank NV
Rutger Schonis
-
n.v.t.
n.v.t.
Aandeelhouder
Stedin Holding NV
Rutger Schonis
-
n.v.t.
n.v.t.
Aandeelhouder
Stichting Roosevelt Academy Fonds
Willemien Treurniet
-
n.v.t.
n.v.t.