Gemeentelijke regelgeving

Integraal Veiligheidsbeleid Walcheren 2023-2026

Gemeente Middelburg · geldt sinds 24 januari 2023

1. Inleiding

1.1 Aanleiding en totstandkoming nota integrale veiligheid

De lokale verantwoordelijkheid en regierol voor het gemeentelijke veiligheidsbeleid is opgenomen in artikel 172 Gemeentewet. Daarin is vastgelegd dat de burgemeester belast is met het handhaven van de openbare orde en veiligheid. In het verlengde van deze wettelijke rol is ook een taak weggelegd voor het college van burgemeester en wethouders en de gemeenteraad. De gemeenteraad heeft vanuit zijn democratische legitimatie een kaderstellende rol. Dit komt onder meer tot uiting door het formuleren van prioriteiten en beleidsdoelstellingen in een (kader)nota integrale veiligheid. Het college van burgemeester en wethouders is vervolgens verantwoordelijk voor de door de raad vastgestelde hoofdlijnen van het plan. Het college zorgt voor de organisatie en de uitwerking van de plannen. Vanwege de noodzaak tot samenwerking door vele partners in de veiligheidszorg wordt aan de gemeente de zogenaamde regierol toebedeeld. De gemeente is vanwege de lokale verankering hiervoor de meest aangewezen partij. Met de regierol wordt het lokaal bestuur in staat gesteld om politiek-bestuurlijke keuzes te maken, voor een op maat gesneden veiligheidsbeleid.

Het integraal veiligheidsbeleid wordt eens per vier jaar vastgesteld door de gemeenteraad. De looptijd van dit beleid loopt parallel aan de gemeenteraadsperiode. Na de gemeenteraadsverkiezingen wordt een raads- en/of coalitieakkoord vastgesteld. Lokaal beleid is een belangrijke leidraad. Wel zien we steeds meer landelijke ontwikkelingen zoals bijvoorbeeld de coronacrisis, het afnemende vertrouwen in de overheid, verharding van de maatschappij, polarisatie en een schaarste op de arbeidsmarkt dat we als gemeente niet alleen lokaal het beleid kunnen bepalen. Ook door het bestaan van de nationale politie en daarmee het bestaan van het basisteam (1) kan niet alles meer per gemeente worden georganiseerd. De politiecapaciteit wordt verdeeld binnen het basisteam en dit betekent dat de gemeenten zaken op elkaar af dienen te stemmen. Samenwerking is dan ook van groot belang. De afgelopen jaren is de samenwerking op het gebied van veiligheid tussen de gemeenten in het politiebasisteam Walcheren geïntensiveerd. Om die reden wordt vanaf de nieuwe beleidscyclus gewerkt met een nota integrale veiligheid voor het basisteam Walcheren. Waar mogelijk worden basisteam brede veiligheidsdoelen en prioriteiten gesteld, waar nodig is er ruimte voor couleur locale.

Aan het integraal veiligheidsbeleid liggen (data)bronnen ten grondslag. Cijfers die zowel inzicht bieden in de objectieve veiligheid (bijvoorbeeld criminaliteitscijfers) als in de subjectieve veiligheid (wat zijn de veiligheidsgevoelens van inwoners). Alle beschikbare informatie is samengebracht in de Monitor Integrale Veiligheid Zeeland. In 2022 is de monitor voor het eerst op deze wijze ontwikkeld voor Zeeland. Omdat de Monitor Integrale Veiligheid ook in West-Brabant wordt uitgevoerd, kunnen de trends in de verschillende districten en gemeenten binnen de politieregio Zeeland West-Brabant met elkaar vergeleken worden. De monitor wordt jaarlijks geactualiseerd.

(1) In Zeeland zijn 3 basisteams binnen de politie: Walcheren, Zeeuws-Vlaanderen en de Oosterschelderegio. Op het niveau van deze basisteams vindt ook de Basisteamdriehoek plaats waar de betrokken burgemeesters, teamchef politie van het basisteam en de gebiedsofficier van het Openbaar Ministerie met elkaar afstemmen.

1.2 Integrale veiligheid

Veiligheid is een breed begrip, waarvan geen algemeen geaccepteerde definitie bestaat. In het kader van het integraal veiligheidsbeleid wordt doorgaans een onderverdeling gemaakt tussen objectieve en subjectieve veiligheid en tussen sociale en fysieke veiligheid.

Type veiligheid

Omschrijving

Objectieve veiligheid

is de feitelijke (on)veiligheid, bedreiging of criminaliteit, die kan worden gemeten aan de hand van onder meer het aantal registraties van misdrijven

Subjectieve veiligheid

is de veiligheidsbeleving van mensen en is niet te herleiden uit geregistreerde incidenten

Sociale veiligheid

betreft de veiligheidsrisico’s met een menselijke oorsprong. Voorbeelden zijn: overlast en verloedering, huiselijk geweld, inbraken

Fysieke veiligheid

betreft de veiligheidsrisico’s met een niet-menselijke oorsprong, ofwel het gevaar voor mens en dier vanuit de fysieke omgeving (brandrisico’s gebouwen, opslag en transport gevaarlijke stoffen, verkeer)

De term integraal geeft aan dat het begrip veiligheid veelomvattend is. Centraal in de integrale benadering staat de gedachte dat de zorg voor veiligheid niet alleen een taak is voor bijvoorbeeld de politie. Samenwerking met meerdere partijen, zoals gemeenten, burgers, welzijnsinstellingen en woningbouwcorporaties, is noodzakelijk om te komen tot een goed lopend veiligheidsbeleid. En natuurlijk speelt de burger zelf ook een belangrijke rol bij de veiligheid en leefbaarheid in de leefomgeving.

Integrale veiligheid probeert alle facetten van veiligheid bijeen te brengen in een beleid, waarbij alle betrokkenen gezamenlijk proberen te komen tot een veiligere samenleving. Het is zaak dat alle actoren goed op elkaar aansluiten en dat er een goede systematiek, samenhang en samenwerking is bij de ontwikkeling en uitvoering van het veiligheidsbeleid.

1.3 Flankerend beleid

Vanwege het brede scala aan betrokkenen zijn er raakvlakken met andere beleidsterreinen en processen bij het opstellen van het integraal veiligheidsbeleid. Naast lokale beleidsplannen vanuit o.a. sociaal domein en toezicht en handhaving hebben we ook te maken met externe beleidsplannen van onze externe partners. Op regionaal en basisteamniveau gaat het hierbij onder meer om:

•Regionaal beleidsplan politie Zeeland West-Brabant 2023-2026

Artikel 39, eerste lid, van de Politiewet 2012 schrijft voor dat de burgemeesters van de gemeenten in de politie-eenheid Zeeland West-Brabant, alsmede de hoofdofficier van Justitie, tenminste éénmaal in de vier jaar een regionaal beleidsplan vaststellen. In het lokale driehoeksoverleg stellen de burgemeester(s), de officier van justitie en de teamchef van de politie de lokale veiligheidsprioriteiten vast. Het Regionaal Beleidsplan moet gezien worden als een stapeling van de lokale veiligheidsprioriteiten van de 36 gemeenten in de politie eenheid en beoogt een aanvullende en faciliterende werking te hebben op deze prioriteiten. Het plan neemt positie in tussen het lokale veiligheidsbeleid en de landelijke Veiligheidsagenda.

•Regionaal beleidsplan Veiligheidsregio Zeeland 2020-2023

Elke vier jaar maakt de Veiligheidsregio Zeeland een beleidsplan. Het beschrijft de bestuurlijke verantwoordelijkheden en ambities, operationele prestaties en wijze van uitvoering. Voorafgaand aan het beleidsplan vindt een risicoanalyse plaats van de regio. Deze risicoanalyse is de basis van het regionaal risicoprofiel dat laat zien waar de Veiligheidsregio zich op moeten voorbereiden.

•Beleidsplannen van het Openbaar Ministerie, Politie, Taskforce RIEC en het Zorg- en Veiligheidshuis Zeeland.

1.4 Doelstelling

In deze nota Integrale Veiligheid hebben we opgeschreven wat we de komende vier jaar op het gebied van veiligheid willen bereiken. De hoofddoelstelling van het integraal veiligheidsbeleid van de gemeenten in basisteam Walcheren is erop gericht dat onze inwoners veilig zijn en zich veilig voelen. Veilig zijn en veilig voelen zijn twee verschillende zaken. Het veiligheidsbeleid is daarom gericht op het realiseren van een (verdere) afname van overlast en criminaliteit én het vergroten van het veiligheidsgevoel van onze inwoners.

1.5 Prioriteiten

Op basis van de genoemde ontwikkelingen die op ons afkomen en de analyse van de cijfers uit de Monitor Integrale Veiligheid Zeeland zijn onderstaande thema’s als prioriteit vastgesteld in de komende beleidsperiode:

•Digitale criminaliteit

•Ondermijning

•Zorg en veiligheid

•Jeugd en veiligheid

•Veilige en duurzame leefomgeving

•Evenementen (lokaal thema)

Gezien de veelheid aan thema’s binnen het veiligheidsdomein is het belangrijk dat we keuzes maken. We kunnen niet alles met dezelfde intensiteit doen, omdat de capaciteit die ons ter beschikking staat nu eenmaal schaars is zowel intern als bij onze partners. Onderwerpen die niet of in mindere mate in dit Integraal Veiligheidsbeleid zijn benoemd maar die wel tot de normale werkvoorraad horen worden vanuit een ‘going concern’ gedachte opgepakt. Deze onderwerpen krijgen niet dezelfde prioriteit als de hierboven genoemde thema’s.

Het veiligheidsbeleid wordt voor vier jaar vastgesteld. Het veiligheidsdomein zelf is zeer dynamisch. Dat is de afgelopen jaren opnieuw gebleken (coronacrisis, vluchtelingencrisis). Daarom is enige flexibiliteit noodzakelijk zodat we kunnen inspelen op onverwachte ontwikkelingen. Ruimte voor flexibiliteit en de eventuele gevolgen voor de vastgestelde prioriteiten proberen we zo veel mogelijk mee te nemen in het jaarlijks vast te stellen uitvoeringsplan. Ook de monitor Integrale Veiligheid wordt jaarlijks geactualiseerd en vormt de basis voor deze uitvoeringsplannen.

1.6 Uitgangspunten

Voor het nieuwe integraal veiligheidsbeleid worden de volgende uitgangspunten gehanteerd:

• Het veiligheidsbeleid wordt waar mogelijk regionaal uitgevoerd en waar nodig lokaal (couleur locale/maatwerk).

1.7 Randvoorwaarden

Voor alle prioriteiten geldt dat er aan belangrijke randvoorwaarden voldaan moet worden. Anders kan het gewenste resultaat niet worden behaald. Voor het voeren van regie op lokaal veiligheidsbeleid en het handhaven van de openbare orde, is een goede informatiepositie essentieel. Het is het belangrijk dat er zo veel als mogelijk informatie gestuurd gewerkt wordt. Daarom is het van belang dat iedere gemeente blijft meewerken aan de Monitor Integrale Veiligheid.

Daarnaast is het essentieel dat menskracht en middelen beschikbaar zijn. De gemeenten moeten de ambities in de prioriteiten ook een financiële vertaling geven. Binnen de begroting worden middelen vrijgemaakt om uitvoering te geven aan preventie, toezicht en handhaving. De basis moet op orde zijn.

(2) Gemeente Tholen sluit aan bij het district Markiezaten.

1.8 Bijzondere rol burgemeester

Een belangrijke speler in het veiligheidsveld is de burgemeester. In de inleiding op het integraal veiligheidsbeleid staat de verantwoordelijkheid van de gemeenteraad en het college beschreven. De burgemeester is verantwoordelijk voor de handhaving van de openbare orde en veiligheid. Hiervoor heeft hij diverse algemene en specifieke bevoegdheden. De algemene bevoegdheden vloeien voort uit de Gemeentewet (denk aan noodverordening en noodbevel). De specifieke bevoegdheden komen uit specifieke wetten, zoals bijvoorbeeld de Wet tijdelijk huisverbod bij huiselijk geweld en het sluiten van drugspanden op basis van de Opiumwet. Op basis van de Politiewet kan de burgemeester voor de uitoefening van het gezag de nodige aanwijzingen geven aan de politie. De burgemeester maakt in het driehoeksoverleg afspraken over de inzet van de politie. Het driehoeksoverleg vindt plaats op het niveau van het politiebasisteam, dus met alle burgemeesters van de gemeenten uit basisteam Walcheren, de politiechef en de officier van justitie.

Naast de politie is de gemeentelijke handhaving (buitengewoon opsporingsambtenaren en/of toezichthouders) een belangrijk instrument om leefbaarheid en veiligheid te bevorderen. De gemeente is werkgever van deze handhavers. Ook de regie op de operationele inzet van de gemeentelijke handhavers vindt plaats vanuit het gemeentehuis. Bovendien heeft de burgemeester als lid van diverse overlegsituaties invloed op de uitvoering en de voortgang van (integraal) veiligheidsbeleid binnen de regio.

1.9 Participatie

In deze paragraaf aandacht voor het participatieproces bij de ontwikkeling van het Integraal Veiligheidsbeleid en de wijze waarop het participatieproces wordt vormgegeven bij de vertaling van het beleid naar de jaarlijkse uitvoeringsplannen.

Verschillende participatieve werkvormen hebben bijgedragen aan het tot stand komen van het Integraal Veiligheidsbeleid. De gemeente Middelburg heeft geparticipeerd met de andere Zeeuwse gemeenten, de Provincie, het Openbaar Ministerie, de politie, het Zorg- en Veiligheidshuis, GGD, Rode Kruis, Meld Misdaad Anoniem en de Veiligheidsregio. Daarnaast zijn ook professionals uit ‘het veld’ gevraagd om mee te denken over de inhoud van het plan, zoals; politie, brandweer, maatschappelijk werk, Emergis, Leger des Heils, Veilig thuis, vertegenwoordigers van horeca en ondernemers, casusregisseurs, woningcorporaties, jeugdwerkers, scholen, bureau Halt, 1nul1 preventie en veel meer. Ook vanuit de gemeentelijke organisatie zijn veel verschillende afdelingen en collega’s betrokken.

17mei hebben de Zeeuwse gemeenten een beleidsdialoog over integrale veiligheid georganiseerd aan de hand van de Monitor Integrale Veiligheid. De thema’s uit de Veiligheidsmonitor zijn besproken aan de hand van de huidige situatie, trends en ontwikkelingen en de plannen en ideeën bij deelnemers voor mogelijke oplossingsrichtingen. De uitkomsten van deze dialoogsessie vormen input voor het Integraal Veiligheidsbeleid.

31mei hebben we een vergelijkbare bijeenkomst georganiseerd voor de lokale partners in Middelburg. Veel veiligheidscollega’s, zowel in een beleidsmatige functie als betrokken in de uitvoering hebben die ochtend geparticipeerd. Naast professionals waren ook vertegenwoordigers vanuit de Middelburgse bedrijvenclubs en Horeca Nederland aanwezig. In deze werkbijeenkomst hebben we aan de hand van de thema’s ‘ondermijning/georganiseerde criminaliteit (inclusief digitale criminaliteit)’, ‘zorg en veiligheid (inclusief jeugd en veiligheid)’ en de ‘veilige leefomgeving’ gesproken over de veiligheid in Gemeente Middelburg. Ook de uitkomsten van deze bijeenkomst zijn input geweest voor het Integraal Veiligheidsbeleid.

20juni hebben we in een bijeenkomst met de gemeenteraad van Middelburg gesproken over het Integraal Veiligheidsbeleid en de speerpunten voor het beleid in 2023-2026.

In paragraaf 1.1 staat een toelichting op de Zeeuwse Veiligheidsmonitor. De uitkomsten van deze monitor zijn een belangrijke bron voor het nieuwe IVB. Onderdeel van deze monitor is de informatie uit de landelijke veiligheidsmonitor. Tweejaarlijks worden inwoners gevraagd door onderzoeksbureau ABF Research naar het gevoel van veiligheid. Ook inwoners van Gemeente Middelburg hebben aan dit onderzoek deelgenomen en hebben op deze wijze laten weten wat zij van de veiligheid in hun leefomgeving vinden. Door de antwoorden te vergelijken met de antwoorden in voorgaande edities van de veiligheidsmonitor of met de antwoorden van inwoners uit andere gemeenten of regio’s krijgt de informatie nog meer waarde.

Van beleid naar uitvoering

Het participatietraject krijgt een vervolg bij de vertaling van beleid naar uitvoering. Voor het succesvol uitvoeren van veiligheidsbeleid is de gemeente afhankelijk van de samenwerking met veel verschillende (veiligheids)partners. Om die samenwerking tot stand te brengen is een participatieproces van groot belang.

Aan de hand van de thema’s uit het Integraal Veiligheidsbeleid gaan we in gesprek met inwoners en andere stakeholders over de wijze waarop het beleid een vertaling dient te krijgen naar uitvoeringsplannen. De wijze waarop, de gesprekspartners, de vorm, het aantal, etc. is maatwerk en zal per thema worden uitgewerkt.

In september stond de gemeente met ‘De bijtende bende’ op de Markt in Middelburg. Tijdens deze interactieve interventie worden inwoners geconfronteerd met de productie van synthetische drugs. Het doel is het creëren van bewustwording zodat inwoners sneller melding maken bij politie of meldpunt wanneer zij signalen van drugsproductie herkennen. De gemeente heeft van deze setting gebruik gemaakt door met deelnemers aan ‘De bijtende bende’ in gesprek te gaan over drugsproblematiek in Middelburg. De uitkomsten van deze gesprekken gebruiken we bij het opstellen van het uitvoeringsplan voor 2023.

Eind september heeft gemeente Middelburg een bijeenkomst georganiseerd in de Schouwburg om met meer dan 80 professionals betrokken bij de hulp aan en ondersteuning van jongeren te praten over het probleem van steekwapens. Tijdens deze bijeenkomst is met de professionals gesproken over de mogelijkheden en uitdagingen bij het vinden van een juiste aanpak om het bezit en gebruik van steekwapens onder jongeren tegen te gaan.

Als voorbereiding op een bestuurlijke bijeenkomst zorg en veiligheid heeft het ondersteuningsteam van de VNG gesprekken gevoerd met Zeeuwse professionals die betrokken zijn bij de hulp aan die cliënten die voor veel overlast en onveiligheid zorgdragen. In deze gesprekken werd gevraagd naar de casuïstiek waar de hulpverleners wakker van liggen. Die gesprekken hebben veel informatie opgeleverd over de problemen waar de hulpverlening dagelijks tegenaan loopt. De uitkomsten helpen de gemeente om bij vertaling van beleid naar uitvoering de juiste dingen te doen.

Dit zijn voorbeelden hoe op de verschillende thema’s uit het veiligheidsbeleid de gemeente de verbinding zoekt met inwoners en professionals om met elkaar tot een goede uitvoering te komen. In de komende maanden zal dit deel van het participatieproces worden voortgezet om het uitvoeringsplan 2023 op te stellen. Het college van B & W zal de raad informeren over het resultaat hiervan.

2. Digitale criminaliteit

2.1 Probleemstelling

De steeds verdergaande digitalisering heeft een grote invloed op onze samenleving. Het biedt nieuwe mogelijkheden bij bijvoorbeeld opsporing, handhaving en het informeren van de bevolking. Anderzijds zien we ook op het gebied van veiligheid de keerzijde, zo worden vitale infrastructuren door hackers verstoord en zien we dat digitale fraude en cybercrime enorm zijn toegenomen. Online criminaliteit wordt niet tegengehouden door fysieke grenzen.

Digitale criminaliteit is een allesomvattend onderwerp en kan in het kort omschreven worden als cybercrime en gedigitaliseerde criminaliteit samen. De bekende cybercrime uitingen als hacking, DDoS-aanvallen, of ransomware en malware tegen overheden, of bedrijven vallen hieronder. Aanvullend is de gedigitaliseerde criminaliteit een steeds belangrijker onderwerp geworden omdat dit onze inwoners en ondernemers direct raakt. Dit uit zich in online oplichting, internetfraude, stelen van persoonsgegevens, spam, sexting, online pesten en verspreiding van (kinder)porno. In deze vormen van digitale criminaliteit is de afgelopen jaren een sterke stijging te zien. Doordat digitale criminaliteit zo een omvangrijk probleem is, is het een rode draad door alle veiligheidsthema’s. Zo ook in dit beleidsplan. Binnen alle thema’s moeten wij bewust zijn van digitale criminaliteit en hier bij de aanpak rekening mee houden.

2.2 Trends en ontwikkelingen

We zien dat digitale criminaliteit een steeds grotere rol speelt in allerlei veiligheidsthema’s. Digitale criminaliteit komt voor op het gebied van ondermijning (denk aan hacken), maar ook bij jeugd en veiligheid (denk aan sexting en online pesten) of in een veilige leefomgeving (phishing of opruiing). Een deel van de criminaliteit die vroeger fysiek plaatsvond speelt zich nu online af. Ook landelijk wordt dit erkend en wordt geprobeerd de aanpak van digitale criminaliteit te stroomlijnen. Dit wordt gedaan aan de hand van vier deelonderwerpen:

•Eigen huis op orde; waarbij we verantwoordelijkheid nemen voor het goed en veilig functioneren van onze eigen digitale systemen;

•Cyberincidenten en cybercrisis;

•Online aangejaagde ordeverstoring; we zorgen ervoor dat we goed zich krijgen op onrechtmatige activiteiten die zich online afspelen en daarmee voorkomen we fysieke ordeverstoring;

•Cybercrime en gedigitaliseerde criminaliteit; waarbij we inzetten op onder andere het weerbaar maken van bewoners en ondernemers.

De impact van digitale criminaliteit is groot en kan alle lagen van de bevolking raken. We zien dat het lang niet alleen ouderen zijn die slachtoffer worden van digitale criminaliteit. In alle gevallen is de impact op de slachtoffers enorm. Naast het mogelijk verlies van geld is ook het gevoel van schaamte groot. Dat de gevolgen van digitale criminaliteit groot zijn leeft bij alle partners. Ook commerciële bedrijven zijn zich hier steeds meer van bewust. De eerste publiek-private samenwerkingsverbanden in de aanpak van digitale criminaliteit worden dan ook gelegd.

2.3 Beoogde aanpak

Voor de gemeente ligt de belangrijkste taak op de pijler cybercrime en gedigitaliseerde criminaliteit, waarbij ingezet wordt op preventie om bewoners en ondernemers weerbaarder te maken. Daarnaast is het van belang om ook digitale criminaliteit te gaan behandelen als een high impact crime. Dit betekent dat dit dezelfde prioriteit moet krijgen als andere High impact crimes. Niet alleen bij de gemeente maar ook bij onze partners. Ook digitale fraude willen we voorkomen door het inzetten van gerichte preventieve acties. Denk hierbij niet alleen gericht op een specifieke vorm van digitale criminaliteit maar ook specifiek gericht op alle doelgroepen. Hierbij is het belangrijk de samenwerking te zoeken in de keten om alle doelgroepen te bereiken. De focus moet niet alleen liggen bij de gemeente, scholen en verzorgingstehuizen maar juist ook bij de gehele sociale netwerken.

2.4 Gewenst resultaat

•Digitale criminaliteit onder high impact crimes laten vallen en dit als zodanig te laten behandelen bij de politie en het Openbaar Ministerie.

•Een dalende trend bewerkstelligen in het aantal incidenten digitale criminaliteit door het ‘eigen huis’ op orde stellen (de eigen gemeentelijke organisatie) en gerichte preventieve acties voor de gehele doelgroepen te houden met het doel te informeren en weerbaar maken van bewoners en ondernemers.

•Bij ieder taakveld inzetten op het tegen gaan van digitale criminaliteit. Ook hier bij ieder thema de focus op het ‘eigen huis’ en preventieve acties om bewoners en ondernemers weerbaar te maken.

3. Ondermijning

3.1 Probleemstelling

Sinds enkele jaren staat de aanpak van georganiseerde, ondermijnende criminaliteit ook bij gemeenten nadrukkelijk op de bestuurlijke agenda. Dat is nodig want de verwevenheid tussen onder- en bovenwereld groeit. Dit heeft een ontwrichtende invloed op onze samenleving en is een aantasting van het gezag van de overheid. Ook landelijk krijgt het thema prioriteit en wordt veel geld vrijgemaakt om deze vorm van criminaliteit aan te pakken.

De afgelopen jaren is de aandacht voor ondermijning bij de overheid enorm gegroeid. De samenwerking tussen gemeenten en andere partijen is geïntensiveerd en geprofessionaliseerd. Er is o.a. ingezet op een gestructureerde aanpak van specifieke fenomenen, vergroten van de handhavingscapaciteit, meer integraliteit en opleiding en training. Echter de strijd tegen ondermijning is nog lang niet gewonnen, niet in Nederland en niet in Zeeland.

In Zeeland komen verschillende vormen van georganiseerde criminaliteit voor. Er worden drugs geproduceerd, er worden drugs verhandeld en er vindt logistiek plaats om drugs van a naar b te vervoeren. Daarnaast hebben we in Zeeland te maken met vormen van mensenhandel, fraude en witwaspraktijken.

De Zeeuwse havens vormen een kwetsbare locatie. De havens beslaan relatief grote gebieden, met veel verschillende gebruikers en beperkt toezicht. Het verkeer dat gebruik maakt van de havens komt overal ter wereld vandaan. De goede positie van Nederland voor wat betreft de logistiek is op dezelfde manier goed voor de georganiseerde criminaliteit. De havens in Zeeland hebben de handen ineen geslagen en vormen samen met Moerdijk één van de landelijke mainports. Er zijn middelen beschikbaar voor de aanpak van ondermijning in de Zeeuwse havens, er is een haven overleg voor dit doeleinde en er zijn plannen opgesteld om ondermijning in de havens tegen te gaan.

Naast de havens, vormen ook het buitengebied (uitgestrekt, weinig sociale controle, beperkt toezicht), de jachthavens en recreatieparken en de bedrijventerreinen in Zeeland een hotspot. Met hulp van subsidies hebben gemeenten de afgelopen jaren samen met de Taskforce RIEC projecten uitgevoerd om een aanpak van deze hotspots te ontwikkelen. Het is zaak om deze aanpak nu uit te breiden naar de rest van Zeeland en in te bedden in de reguliere aanpak.

Een ander thema is de criminele uitbuiting onder jongeren. De TF RIEC heeft begin 2022 een onderzoek op de Zeeuwse scholen afgerond naar deze vorm van uitbuiting. 5% van de schoolgaande jeugd geeft aan op één of andere wijze betrokken te zijn geweest bij een vorm van criminele uitbuiting, als slachtoffer of als dader. Zeeland heeft het onderwerp ‘jeugd’ als speerpunt voor de aanpak van mensenhandel binnen de eenheid Zeeland West Brabant toegewezen gekregen. Een vervolg onderzoek, specifiek naar uitbuiting onder jongeren die gebruik maken van speciaal onderwijs, wordt nu uitgevoerd. Verwachting is dat het slachtofferschap onder deze groep kwetsbare jongeren nog groter zal zijn.

Het is aan de overheid om zich weerbaar op te stellen en haar processen zo in te richten dat criminelen geen kans maken. Daarnaast zijn gemeenten een belangrijke partner in het tegengaan van ondermijning. Gemeenten ontvangen signalen, kunnen informatie verrijken, verlenen vergunningen, houden toezicht en zijn betrokken bij handhaving.

3.2 Trends en ontwikkelingen

Gemeenten in Zeeland geven samen met de Provincie en met het Waterschap invulling aan de Zeeuwse norm weerbare overheid. Een handelingskader dat dient als ondergrens voor een weerbare overheid in Zeeland. Deze norm is een bundeling van al bestaande (beleids)afspraken, wet- en regelgeving, handreikingen en modellen op diverse thema’s, met als overkoepelend thema: weerbaarheid. 8 maart 2022 hebben de Zeeuwse burgemeesters, de Commissaris van de Koning en de Dijkgraaf een intentieverklaring getekend om met elkaar deze norm te gaan hanteren. De komende jaren wordt de norm geïmplementeerd en verder ontwikkeld als instrument tegen ondermijning.

Het kabinet heeft geld beschikbaar gesteld voor de aanpak van ondermijning. Een groot deel van de beschikbare middelen is structureel. De samenwerkende organisaties in de aanpak van ondermijning kunnen dus met elkaar investeren in deze aanpak. Zeeland heeft aangegeven vooral behoefte te hebben aan uitvoeringskracht. Er zijn veel fenomenen die aangepakt kunnen worden, er is kennis en expertise, maar als het ontbreekt aan handen in de uitvoering dan zullen resultaten uitblijven. Daarnaast heeft Zeeland plannen gemaakt en ingediend voor de aanpak van ondermijning in de havens.

Cijfers over criminaliteit in Zeeland laten zien dat cybercriminaliteit het hardst groeit. Ook deze vorm van criminaliteit heeft een link met georganiseerde criminaliteit en ondermijning. Binnen het Integraal Veiligheidsbeleid hebben we hier apart aandacht voor en wel in hoofdstuk 2 van deze notitie.

3.3 Beoogde aanpak

Aantoonbaar een weerbare overheid zijn.

3.4 Gewenst resultaat

Aan het einde van deze beleidsperiode hebben gemeenten in Zeeland:

•Een Zeeuwse samenwerking op het gebied van ondermijning.

•Een planmatige aanpak met lange termijn doelen, een sturingscyclus en inzicht in resultaten.

•Continuïteit in de aanpak. Menskracht en middelen zijn beschikbaar om uitvoering te geven aan het plan.

•De Zeeuwse overheden zijn getoetst als ‘weerbare overheid’.

•Jaarlijks een groter aantal ‘Zeeuwse’ casussen binnen de caseload van Taskforce RIEC

4. Zorg en Veiligheid

4.1 Probleemstelling

Het Rijksbeleid heeft een omslag gemaakt van behandeling binnen psychiatrische klinieken naar ambulantisering van de psychiatrische zorg door begeleiding in de eigen woonomgeving. Deze omslag heeft geleid tot een situatie waarin de psychiatrische zorg en de daarbij behorende overlastproblematiek niet meer binnen de muren van de kliniek blijft, maar zich ook manifesteert in de woon- en leefomgeving in de Nederlandse gemeenten.

Door de decentralisaties van taken heeft de gemeente hierin vanuit het sociaal domein een directe verantwoordelijkheid gekregen bij het aanpakken van deze problematiek. Kenmerkend voor deze problematiek is dat een nieuw beleidsveld is ontstaan op het snijvlak van zorg en veiligheid.

Ook binnen de Zeeuwse gemeenten signaleren we dat we te maken krijgen met een steeds grotere groep inwoners met een opeenstapeling van problemen op het vlak van zorg en veiligheid. Oorzaken en gevolgen lopen vaak door elkaar heen en zijn vaak complex en structureel. We zien steeds vaker een combinatie van psychische klachten, dementie, verstandelijke beperking, verslavingen en het ontbreken van een goed netwerk waardoor mensen onvoldoende in staat zijn om hun situatie zelf te veranderen. De problematiek is vaak omvangrijk, waardoor er veel partijen bij betrokken zijn, zowel vanuit het zorg- als het veiligheidsdomein.

In het Zeeuwse veiligheidsbeleid is het thema zorg en veiligheid om die reden een belangrijke pijler. Uit de beschikbare cijfers blijkt dat we al jaren een stijgende trend zien in het aantal overlastmeldingen van mensen met verward gedrag in alle Zeeuwse gemeenten. Diverse ontwikkelingen zijn de afgelopen jaren in gang gezet om de overlast van deze personen met een gecombineerde aanpak van preventie, zorg en repressie te bestrijden. Daarbij zijn belangrijke stappen gezet door ketenpartners naar een meer passende persoon- en probleemgerichte aanpak. Toch zien we vanuit het veiligheidsdomein nog te veel voorbeelden waarbij mensen met verward gedrag niet altijd passende zorg en/of ondersteuning ontvangen. Hierdoor kunnen zij een gevaar voor zichzelf of hun omgeving gaan vormen en overlast en veiligheidsproblemen veroorzaken.

Daarnaast constateren we dat de laatste jaren de zorg ook een gevoelige branche is gebleken voor ondermijning. Zorgaanbieders stappen niet altijd met de juiste intenties naar voren. Zorgfraude is om die reden een belangrijke pijler in de ondermijningsaanpak.

4.2 Trends en ontwikkelingen

Vanuit de beschikbare cijfers, de evaluatie van de afgelopen beleidsperiode en de input vanuit de zorg- en veiligheidspartners concluderen we dat de overlast niet afneemt en dat de complexiteit van de problematiek toeneemt. Uit de beschikbare politiecijfers blijkt dat in o.a. Goes, Middelburg, Terneuzen en Vlissingen het aantal meldingen al jaren stijgt. De impact van de problematiek wordt groter. Mensen met verward gedrag veroorzaken bovengemiddeld vaak overlast en veiligheidsproblemen of zijn zelf het slachtoffer van misbruik en criminaliteit. Het aantal incidenten met- en meldingen van personen met verward gedrag stijgt, terwijl de tolerantie in de samenleving af lijkt te nemen. Mensen ervaren sneller overlast wanneer zij te maken hebben met mensen in de buurt die zich vreemd gedragen.

Bovendien vragen deze overlastmeldingen bovenmatig veel inzet van de hulpdiensten, de politie in het bijzonder, en hebben veel incidenten een grote impact op de veiligheidsbeleving in een straat of buurt.

Het streven is om in deze beleidsperiode deze ontwikkelingen te doorbreken en de stijgende lijn in de overlastmeldingen van mensen met verward gedrag te kantelen.

4.3 Beoogde aanpak

Inkomen

4.4 Gewenst resultaat

In de komende beleidsperiode moeten op regionaal niveau de volgende resultaten worden bereikt:

•Heldere rolverdeling. Daarbij is het Sociaal Domein uitvoerend en vanuit het veiligheidsbeleid ligt een regisserende rol bij het veiligheidsdomein.

•Structurele regionale ambtelijke en bestuurlijke overlegstructuur Zorg & Veiligheid met gezamenlijke doelstellingen.

•Alle Zeeuwse gemeenten hebben het taakveld Zorg &Veiligheid organisatorisch ingebed in de gemeentelijke organisatie.

•Inzicht in de aard en omvang van de overlastmeldingen van personen met verward gedrag als input voor de randvoorwaarden.

•Zeeuws gedragen plan gericht op preventie en vroegsignalering.

•Er ligt een Zeeuws projectplan voor de aanpak en realisatie van de randvoorwaarden met een concreet tijdspad. Begeleiding, huisvesting en inkomen met reeds concrete realisatie van regionale huisvestingsvormen in 2023/2024.

•In de komende beleidsperiode een zichtbare ingezette daling van de overlastcijfers.

5. Jeugd en veiligheid

5.1 Probleemstelling

Overlastgevende jeugd

5.2 Trends en ontwikkelingen

Het is opvallend dat de bij overlast betrokken jongeren steeds jonger zijn (vaak tussen de 12-15 jaar). Daarnaast is een deel van deze overlastgevende jeugd betrokken bij criminele handelingen en zien we een toename van wapenbezit, met name steekwapens, bij jongeren.

Er zijn verschillende mogelijkheden bij verschillende (veiligheids)partners om overlast te melden. Dit zorgt voor een versnipperd en minder inzichtelijk beeld, doordat bij verschillende partners informatie ligt. Wat betreft het inzicht op de aard en omvang van de jeugdoverlast kan de bundeling van informatiestromen worden verbeterd.

5.3 Beoogde aanpak

Aanpak overlastgevende jeugd

5.4 Gewenst resultaat

In de komende beleidsperiode moeten op regionaal niveau de volgende resultaten worden bereikt:

•Een (Zeeuwse) preventie-agenda, gericht op het bereiken en beïnvloeden van jongeren.

•Een preventie-agenda met daarin de flexibiliteit om bepaalde beleidsvelden integraal in te zetten op dan geldende actuele veiligheidsthema’s.

•Een stevige overlegstructuur met de relevante zorg- en veiligheidspartners, gericht op het vroegtijdig signaleren van overlastlocaties en overlastgevende jongeren/groepen en daarnaast op een oplossingsgerichte persoonsgerichte aanpak van overlastgevende jongeren met gezamenlijke doelstellingen, prioriteiten en monitoring van de resultaten.

•In de komende beleidsperiode een zichtbare ingezette daling van de overlastcijfers.

Daarnaast wil Middelburg specifiek voor het vraagstuk ‘bezit en gebruik steekwapens door jongeren’

•Verhoogde bewustwording bij de jongeren over de gevaren en gevolgen van het dragen en gebruiken van (steek)wapens. En dan niet alleen de jongeren die een wapen dragen en/of gebruiken maar zeker ook de jongeren die dit overwegen te doen.

•Vermindering van het bezit en gebruik van steekwapens door jongeren.

•Meer betrokkenheid en een betere samenwerking van de betrokken partners en de gemeente in de aanpak van (steek)wapenbezit/geweld. Door gezamenlijk de verantwoordelijkheid te nemen in de implementatie van de verschillende interventies, maar ook door het samen (net)werken en leren, worden de onderlinge lijnen korter. Er wordt een gedeeld verantwoordelijkheidsgevoel gecreëerd om deze maatschappelijke tendens aan te pakken.

•Door de borging van de verschillende interventies over een langere periode blijft er maatschappelijke aandacht voor de aanpak van (steek)wapengeweld en het voorkomen van jeugdcriminaliteit. Dit draagt bij aan het bespreekbaar maken van het gedrag en het aanspreken van de betreffende jongeren.

6. Veilige en duurzame leefomgeving

6.1 Probleemstelling

In onze samenleving is er sprake van een spanningsveld tussen de beperkt beschikbare ruimte, de economische activiteiten met bijbehorende risico’s en de daaromheen liggende woon- en leefomgeving. Het is aan de overheid om kaders te stellen en maatregelen te treffen tegen de risico’s die elke dag voortkomen in de leefomgeving. De Omgevingswet met de Omgevingsvisie en het Omgevingsplan biedt nieuwe kansen. Bijvoorbeeld biedt het de overheid de mogelijkheid om binnen wettelijke kaders, invulling te geven aan beleidsregels voor externe veiligheid.

Zeeland is voor wat betreft externe veiligheid het tweede risicogebied van Nederland door de aanwezigheid van kerncentrale, havens, spoor, wegen en grote bedrijven in combinatie met de bijzondere geografische ligging. Omdat risico’s niet uit te sluiten zijn is het van belang dat onze inwoners, ondernemers en de overheid zelf voldoende voorbereid zijn op incidenten. Daarnaast is scherpe vergunningverlening en krachtig toezicht en adequate handhaving onmisbaar in de veiligheidsketen.

6.2 Trends en ontwikkelingen

Op het gebied van duurzaamheid is de leefomgeving de afgelopen jaren veel veranderd. De elektrische fiets was nog nooit zo populair en ook zijn er steeds meer elektrische auto’s, laadpalen en zonnepanelen in de bewoonde omgeving te vinden. De oorlog in Oekraïne zorgt ervoor dat we geconfronteerd worden met een versnelde wens om ‘van het gas af’ te gaan. Het lijkt erop dat kernenergie hernieuwde toekomst heeft. Bij al deze ontwikkelingen moet aandacht zijn voor de risico’s die met deze veranderingen gepaard gaan. Elektrische auto’s zijn moeilijk te blussen en woningbranden die ontstaan door het verkeerd opladen van fietsen en telefoons zijn enkele voorbeelden. In de huidige tijd blijven wet- en regelgeving op het gebied van bouw achter bij de snelle ontwikkelingen. De nieuwe risico’s zijn nog niet voldoende meegenomen in planvorming en wet- en regelgeving.

6.3 Beoogde aanpak

•Er moet meer aandacht komen voor de nieuwe risico’s als gevolg van de energietransitie. Deze ontwikkelingen moeten worden opgenomen in wet- en regelgeving en planvorming. De autonome mogelijkheden van de gemeente zijn hierbij beperkt. We zullen vooral het onderwerp moeten agenderen bij onze partners als de Veiligheidsregio Zeeland, de Provincie, het Rijk en private partijen (waar het toezicht op bouwen deels heen gaat) om zo te stimuleren dat hier tijdig over na wordt gedacht.

•De gemeente kan sturing geven in het te maken omgevingsplan en de omgevingsvisie.

•Mocht er toch een incident plaatsvinden dan zijn we goed voorbereid en beschikken we over een adequate en goed opgeleide crisisorganisatie die dergelijke risico’s aan kan en waarbij de gemeente zorg draagt voor de kolom Bevolkingszorg.

6.4 Gewenst resultaat

•De nieuwe risico’s vanuit de energietransitie zijn geborgd in ruimtelijke plannen Omgevingsvisie en Omgevingsplan, vergunningen, toezicht, handhaving en toekomstig beleid.

•Onze veiligheidspartners de Veiligheidsregio, de provincie en het Rijk werken samen om de nieuwe risico’s continu te verwerken in wet- en regelgeving en planvorming.

7. Evenementen (lokaal thema)

7.1 Probleemstelling

Een veilige woon- en leefomgeving is gediend met het veilig verlopen van (grootschalige) evenementen. In het proces van vergunningverlening is veiligheid een belangrijk onderdeel. Sinds 2019 is het verplicht voor organisatoren van grotere evenementen dat zij, conform de beleidsregel "Veiligheid bij evenementen", een veiligheidsplan hebben. De optimalisatie van de kwaliteit van deze veiligheidsplannen is een voortdurend proces om met elkaar te zorgen voor veilige evenementen. De organisatoren worden hierbij, indien gewenst en noodzakelijk, ondersteund door de gemeente.

Organisatoren van evenementen zijn zich niet (altijd) bewust van de risico’s die hun evenement met zich meebrengt en besteden er daardoor te weinig aandacht aan (zowel in de voorbereiding op als tijdens het evenement). Bij evenementen kunnen verschillende risico’s spelen. Bijvoorbeeld op het vlak c.q. als gevolg van gezondheid, mobiliteit, crowdcontrol, weersomstandigheden, paniek, terreur/dreiging, gebruik van (verboden) genotsmiddelen, technisch mankement e.d.

Een evenement dat specifieke aandacht behoeft is de jaarwisseling. In de afgelopen jaren is geïnvesteerd in de voorbereidingen en uitvoering van een veilig verloop van de jaarwisselingen. Dit met wisselend succes.

7.2 Beoogde aanpak

•We werken samen met organisatoren en partners aan veilige evenementen. Risico’s worden in kaart gebracht, maatregelen om risico’s te reduceren worden genomen en organisatoren worden hierin ondersteund.

•We geven, samen met de Veiligheidsregio en de politie, adviezen (voorlichting) aan organisaties om de bewustwording te vergroten.

•We besluiten tijdig op aanvragen om een evenementenvergunning, waarbij alle belangen zijn meegenomen en gewogen.

•We houden, samen met de Veiligheidsregio en de politie, toezicht op evenementen.

Voor de jaarwisseling kiezen we voor een tijdige voorbereiding. Met een brede werkgroep wordt de laatste jaarwisseling geëvalueerd. We zetten in op preventie. Op welke manier kan de gemeenschap worden betrokken bij een feestelijk, maar tegelijk veilig verloop van de jaarwisseling. Door hier tijdig op te investeren is de kans het grootst dat we slagen in deze opzet.

7.3 Gewenst resultaat

•Een goede voorbereiding op evenementen, in lijn met wettelijke regels en beleidslijnen.

•Organisatoren zijn zich bewust van de diversiteit aan risico’s die op een evenement van toepassing kunnen zijn.

•Een veilig verloop van evenementen.

•De veiligheid, zoals adequate bereikbaarheid voor hulpdiensten, voor omwonenden (inwoners, organisaties en ondernemers) wordt gewaarborgd.

•Omwonenden (inwoners, organisaties en ondernemers) ervaren geen overlast (binnen de algemeen geldende normen).

•Evenementen die in alle opzichten een succes worden en hierdoor mede bijdragen aan een aantrekkelijk en prettig woon- en leefklimaat. Evenementen dragen bij aan de leefbaarheid en saamhorigheid.

•Een veilig en feestelijk verloop van de jaarwisseling, zowel in de stad Middelburg als in de verschillende kernen van de gemeente Middelburg.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.