Aanhef
De raad van de gemeente Meppel;
gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 9 oktober 2025 nr. 3526222
gelet op artikel 229, eerste lid, aanhef en onderdelen a en b van de Gemeentewet;
besluit vast te stellen de volgende verordening:
Verordening op de heffing en de invordering van marktgelden gemeente Meppel (Verordening marktgelden 2026).
b e s l u i t :
Artikel 1 Algemene bepalingen
Voor de toepassing van deze verordening gelden, voor zover niet anders is vermeld, de volgende bepalingen:
a.De benodigde opmetingen geschieden van gemeentewege;
b.Gedeelten van eenheden van tijd en afmeting worden voor een gehele eenheid gerekend;
c.Een jaar: een kalenderjaar;
d.Een halfjaar: een periode van 1 januari tot en met 30 juni of van 1 juli tot en met 31 december van enig kalenderjaar;
e.Een kwartaal: een kalenderkwartaal
Artikel 2 Belastbaar feit
Onder de naam “marktgelden” wordt een recht geheven voor het hebben van een standplaats op de markt.
Artikel 3 Belastingplicht
Belastingplichtig voor het marktgeld is degene aan wie de vergunning tot het innemen van een standplaats op de markt is verleend.
Artikel 4 Maatstaf van heffing
1Het marktgeld wordt per marktdag, per vierkante meter standplaats geheven.
2In afwijking van het eerste lid wordt het marktgeld voor vergunninghouders/contractanten geheven over tijdvakken van een kwartaal.
Artikel 5 Belastingtarieven
1.
Het marktgeld bedraagt per vierkante meter van de standplaats:
a.Voor één marktdag
€ 4,00
b.Voor één kwartaal
€ 9,50
2.
Het verbruikstarief per vermogen in watts per kalenderjaar:
Vermogen per dag/dagdeel bij een normale aansluiting:
Vermogen 0 < 500 watt
€ 34,56
Vermogen 500 < 1.000 watt
€ 59,20
Vermogen 1.000 < 1.500 watt
€ 87,82
Vermogen 1.500 < 2.500 watt
€ 146,00
Vermogen 2.500 en meer
€ 200,24
Vermogen per dag /dagdeel bij een 380V aansluiting:
Vermogen 0 watt < tot 12 Kwh
€ 591,96
Artikel 6 Wijze van heffing
Het marktgeld bedoeld in artikel 5, wordt geheven bij wege van aanslag.
Artikel 7 Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang
1Indien de belastingplicht als bedoeld in artikel 4 lid 2 in de loop van een kwartaal aanvangt, zijn de in artikel 5 sub 1b bedoelde marktgelden verschuldigd voor zoveel derde gedeelten als er in dat kwartaal, na de aanvang van de belastingplicht volle kalendermaanden overblijven.
2Indien de belastingplicht als bedoeld in artikel 4 lid 2 in de loop van een kwartaal eindigt, wordt voor de in artikel 5 sub 1b bedoelde marktgelden ontheffing verleend over zoveel derde gedeelten als er in dat kwartaal, na het tijdstip van het beëindigen van de belastingplicht nog volle kalendermaanden overblijven.
Artikel 8 Termijn van betaling
1In afwijking van artikel 9, eerste lid van de Invorderingswet 1990 moet de aanslag, als bedoeld in artikel 5 worden betaald in één termijn, welke twee weken na de dagtekening van het aanslagbiljet vervalt.
2De Algemene termijnenwet is niet van toepassing
Artikel 9 Kwijtschelding
Bij de invordering van marktgelden wordt geen kwijtschelding verleend.
Artikel 10 Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders
Het College van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en invordering van de marktgelden.
Artikel 11 Inwerkingtreding en citeerregel
1De “Verordening marktgelden” van 28 november 2024, inclusief wijzigingen daarop, wordt met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing ingetrokken, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.
2Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking.
3De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2026.
4Deze verordening kan worden aangehaald als “Verordening marktgelden 2026”.